Brugge is weliswaar een kleine stad, maar er is meer dan voldoende te ontdekken. Althans dat beweert de mevrouw achter de balie van ons hotelletje, terwijl ze voortvarend mijn plattegrond versierd met looproutes, bezienswaardigheden en absolute aanraders. Mijn beide metgezellen bekijken deze activiteit een beetje meewarig. Gewoon gaan lopen, dan komt het wel goed toch? Ik houd toch van een beetje meer structuur en zou het jammer vinden om iets bijzonders over te slaan gewoon omdat we in een straatje paralel lopen.
Met alle verkregen informatie en natuurlijk ons boekje met stadswandelingen gaan we op stap. Op deze manier moeten we Brugge van alle kanten kunnen ontdekken, bewonderen en zeker kunnen genieten van alle specialiteiten en aantrekkelijkheden die de stad te bieden heeft. We zijn er klaar voor!
Bij de eerste wandeling ligt de nadruk vooral op geschiedenis en cultuur. We beginnen bij NOMAD (no ordinary meals and drinks), een plek waar ook veel Bruggenaren komen. Hier worden gerechten bereid met lokale producten en groenten uit de eigen bioboerderij.
Heerlijk op het terras met uitzicht over het grote plein ’t Zand genieten we van een aangenaam zonnetje. Het vakantiegevoel is hiermee volop aanwezig. ’t Zand is het grootste plein van de stad met onder het plein een grote parkeergarage die plaats biedt aan bijna 1900 wagens. De blikvanger van het plein is het Concertgebouw, een opvallend en uniek gebouw waarvan de gevels zijn bekleed met duizenden rode terracotta tegels (68.000). Dit cultuurhuis, gebouwd voor ‘Brugge 2002’ toen Brugge de culturele hoofdstad van Europa was, heeft een concert- en congreszaal die biedt plaats aan 1289 personen en wordt wereldwijd geroemd vanwege de buitengewone akoestiek. We dwalen verder door kronkelende straatjes en komen aan bij de oudste parochiekerk van de stad, Sint Salvator.
De kerk heeft een bewogen bouwgeschiedenis. De 13-14de-eeuwse gotische kerk overleefde vier branden en de Franse revolutie. Bij de heroprichting van het bisdom kreeg zij in 1834 de titel van kathedraal. Het is druk in de kathedraal, veel mensen nemen de tijd om stil te staan bij alle rijkdommen en allure die de kerk te bieden heeft. De vele aangestoken kaarsjes, de zachte orgelmuziek, de enorme glas-in-lood ramen tezamen met gelovigen die stil in zichzelf verzonken lijken, geven de ruimte een bijzondere sfeer.
Wat mij vooral ook aantrekt zijn de acht geweven wandtapijten die het leven van Christus uitbeelden. Elk tapijt geeft een eigen tafereel weer. De tapijten zijn groot en zeer fijn geweven. Wat een enorm werk moet dat geweest zijn.
Tijd voor iets heel anders! We ruiken chocolade. Aan het Simon Stevinplein bevindt zich ‘The Chocolate Line’ waar Dominque Persoone pralines bedenkt voor sterrenrestaurants. Met een eigen cacaoplantage in Mexico en honing van bijen op het dak van The Chocolate Line Factory in Brugge gaat hij terug naar de essentie. Zijn slogan is ‘van boon tot chocoladereep’. Elk stadium van het productieproces wordt gedaan door het eigen team. De productie is beperkt en volgens de website zijn de smaak en het mondgevoel eigenzinnig en is deze chocolade bedoeld voor de echte chocolade freak. Hij kreeg daarom een vermelding in de Michelingids en volgens het verhaal leerde hij zelfs de Rolling Stones chocolade snuiven…… zouden de chocolade tongen hier aan refereren? Ze heten in ieder geval wel ‘satisfaction’ 😉
We wandelen verder naar het enige, nog bewaarde begijnhof in Brugge. De begijnhoven zijn opgericht vanaf de 13e eeuw voor vrouwen die ‘samen in afzondering’ een godvruchtig leven wilden leidden zonder een kloostergelofte af te leggen. Het ‘Prinselijk Begijnhof Ten Wijngaarde’, zoals dit hof officieel heet, met een dertigtal witgeschilderde huisjes en een verstilde kloostertuin, werd gesticht in 1245. In dit stukje werelderfgoed leefden vroeger begijntjes, geëmancipeerde vrouwen die weliswaar leek waren maar er toch een vroom en celibatair leven op na hielden. Vandaag wordt het Begijnhof bewoond door zusters van de Orde van Sint-Benedictus en alleenstaande Brugse vrouwen. Het is er stil ondanks de vele bezoekers die hier nieuwsgierig een kijkje komen nemen. Grappig is dat de poorten aan weerskanten ’s avonds rond half zeven gesloten worden om ’s ochtends om half zeven weer open te gaan. De afzondering en de rust staan hoog in het vaandel hier.
Alvorens één van de weinige nog actieve stadsbrouwerijen in de stad te bezoeken genieten we op het Walplein voor de brouwerij van een typisch Belgische lunch in de vorm van een versgebakken wafel met aardbeien. Zo kunnen we er weer tegen!
In hartje Brugge ligt brouwerij De Halve Maan. Zoals ze zelf zeggen is deze brouwerij de thuishaven van biermerken zoals Brugse Zot, Straffe Hendrik en Blanche De Bruges. Het verhaal van de familie Maes start in 1856 wanneer Leon Maes, ook wel bekend als Henri I, eigenaar wordt van de brouwerij. Dochter Véronique Maes, na vier Henri’s de vijfde generatie van de brouwersfamilie, stapt in 1981 mee in het verhaal. In die tijd was ze één van de allereerste vrouwelijke brouwers. Samen met haar vader Henri IV lanceren ze het bier ‘Straffe Hendrik’, een eerbetoon aan de talrijke straffe Henri(k)s in de familie Maes.
Een paar jaar geleden (2016) was de aanleg van de wereldberoemde ondergrondse bierpijpleiding een feit. Sindsdien stroomt al hun bier ondergronds, over een afstand van 3.3 km, van de brouwerij in het historische centrum tot aan de bottelarij net aan de rand van de stad. Essentieel om de productie te bewaren in de authentieke brouwerij! Vanaf het dak van de brouwerij heb je een fantastisch uitzicht over de stad. Ons wordt verteld dat de meeste gebouwen in het centrum niet boven een bepaalde hoogte mochten worden gebouwd zodat alle belangrijke gebouwen en monumenten duidelijk zichtbaar omhoog zouden steken. Dat is zeker gelukt. Ter voltooing van de rondleiding mogen we op het eigen terras genieten van een ongefilterde Brugse Zot. Nergens lekkerder dan hier, besluit onze man zichtbaar vergenoegd.
Weet je waar de naam Brugse Zot vandaan komt? Het is een legendarische bijnaam te danken aan een eeuwenoud verhaal. In de 15de eeuw hebben de Bruggelingen het moeilijk met het strikte bewind van hun nieuwe heerser, keizer Maximiliaan van Oostenrijk. Er was onvrede en het volk kwam in opstand. Wanneer Maximiliaan in 1488 naar Brugge komt om de opstand te onderdrukken, nemen de Bruggelingen hem gevangen. De keizer neemt, na zijn vrijlating, wraak door alle feesten en jaarmarkten te verbieden. De inwoners laten dit niet zomaar gebeuren en organiseren een groot feest in ere van hun vorst, met de bedoeling hem te paaien. Zo vroegen ze de keizer om jaarmarkten toch toe te staan en om een nieuw zothuis te bouwen in de stad. Volgens de legende zou Maximiliaan geantwoord hebben met de legendarische woorden: ‘Sluit alle poorten van Brugge en je hebt een zothuis!’. De naam is daarmee een knipoog naar de geschiedenis. Daar klinken we op!
Er valt zoveel te zien in Brugge, de stad kent echt heel veel kerken, kathedralen, musea en historische gebouwen, dat je je een beetje overweldigd voelt. Toch kun je niet om een aantal belangrijke ‘uitschieters’ heen. De torenspits van de Onze-Lieve-Vrouwekerk bepaalt, samen met het Belfort en de Sint-Salvator kathedraal, de skyline van Brugge. Met zijn 115,5 meter is dit de op één na hoogste bakstenen toren ter wereld. Binnen vind je (natuurlijk) veel kunstschatten, zoals de praalgraven van Karel de Stoute en Maria van Bourgondië. Het absolute topstuk is echter Michelangelo’s wereldberoemde Madonna met Kind. Het wit marmeren beeld staat in een vitrine, goed afgeschermd van de vele bezoekers, waardoor we het niet helemaal goed van voren kunnen zien. Maar we horen dat dit het enige beeld is dat tijdens het leven van de kunstenaar niet in Italië is gebleven. Brugse kooplieden kochten het direct van de meester. Het bijzondere aan dit beeld is verder dat Onze Lieve Vrouwe hier eerder bezorgd en treurig dan lief en blij kijkt alsof ze weet elke lot hem te wachten staat en dat Jezus hier niet meer als een baby in de armen van zijn moeder ligt. Wat we niet allemaal leren …….
We eindigen onze wandeling op de Markt, een groot plein in het hart van de historische binnenstad. Aan de zuidkant van het plein staat één van de bekendste monumenten van de stad, het 12de-eeuwse belfort (Halletoren), waarbij een halle een middeleeuwse overdekte marktplaats is en een belfort een klokkentoren. Een belfort was typisch voor Vlaamse steden in de middeleeuwen. Het was een symbool van vrijheid, rijkdom en stedelijke macht. De privileges en de stadskas werden erin bewaard.
De eerste halle, kleine houten gebouwen, ontstond rond 1220 als verkoopplaats van goederen van kooplui. In 1284 werd ook beslist om aan de oostkant van de markt een Waterhalle te bouwen. In dit overdekte deel van de rivier de Reie werden goederen per schip aangevoerd, uitgeladen en opgeslagen. Het werd één van de grootste burgerlijke stedelijke bouwwerken uit de middeleeuwen in Vlaanderen. Later wordt de Waterhalle bestempeld als één van de zeven wonderen van Brugge. ‘De zeven wonderen van Brugge’ is een schilderij van Pieter Claeissens (ca. 1550-1560). Op het schilderij staan zeven belangrijke gebouwen, waaronder o.a. de Waterhalle, net zoals het Belfort en de OLV-kerk.
Op de plek waar zich vroeger deze Waterhalle bevond, vind je nu het Historium. Een cultuurhistorische attractie waar je aan de hand van verschillende ervaringen ziet hoe Brugge bruiste in de Gouden Eeuw ten tijde van Jan van Eyck. Van Eyck was een opvallend figuur in die tijd, een bekend schilder met naam en faam die zijn werken voor het eerst ook zelf signeerde. Dat klinkt als een aantrekkelijk iets om onze culturele dag mee af te sluiten. We beginnen met Virtual Reality en maken een indrukwekkende virtuele vlucht langs de 15de eeuwse architectuur waar we onder andere een goed beeld krijgen van de Waterhalle die hier vijf eeuwen lang op de Markt heeft gestaan. Kort maar krachtig. Hierna lopen we van kamer naar kamer waar we een verhaal volgen van de leerjongen van Jan van Eyck. Alles voorzien van film, decors en speciale effecten, maar het komt op ons wat magertjes over. Het verhaal is te simpel, te romantisch en vooral kort. We blijven met (te)veel vragen zitten en waren graag wat dieper op deze periode ingegaan. De tentoonstelling aan het eind heeft als klapstuk een prachtig terras met een mooi uitzicht over de Markt en het Belfort.
Aan de ander kant van de Markt, tegenover het Historium, zie je huizen met verschillende gevelversieringen (bloem, kat, klok) die verwijzen naar de naam van het huis of de vroegere functie. Vooral iconisch zijn de twee huizen links en rechts van zijstraat Sint-Armandsstraat, huis Bouchoute en huis Craenenburg.
Huis Bouchoute is het oudste huis op de Markt. Boven op het huis staat een gouden bol, daar geplaatst in 1837 om te helpen de exacte tijd in Brugge te bepalen. In de eerste helft van de 19e eeuw hadden n.l. niet alle steden hetzelfde uur. Na de aanleg van de eerste spoorlijn in België en de snelle uitbreiding van het spoorwegennet was het noodzakelijk dat het op alle stations dezelfde tijd zou zijn. Hiervoor werd van 41 plaatsen in België de exacte meridiaan bepaald aan de hand van een zogenaamde bol van Quételet. Door een gaatje in de globe viel de zon precies om 12 uur samen met zijn schaduw en vormde zo een meridiaan. De bol duidt samen met de rij grote koperen nagels op de grond de meridiaan of middaglijn van de stad aan. Brugge is de enige plaats waar zo’n bol nog op een gebouw te zien is.
In het huis Craenenburg, rechts van de Sint-Amandsstraat, zat Maximiliaan van Oostenrijk (van de Brugse Zot) in 1488 gevangen door de Bruggelingen. Het huis had vroeger een houten gevel, maar kreeg in 1955 een nieuwe, neogotische gevel, geïnspireerd op de vroegere gevel.
Moe en voldaan gaan we heerlijk uit eten in één van de vele kleine zijstraatjes waar restaurantjes in overvloed zijn. Onze eerste dag zit erop!


















