BESPIEGELINGEN

Tussen de bedrijven door plannen we een dag voor onszelf. Even de zinnen verzetten en genieten van een ‘beloofde’ mooie dag. De keus om een stukje verder te lopen in Drenthe is dan snel gemaakt. We zijn op ‘ons’ pad al een paar keer aanwijzingen tegengekomen over de Drentse periode van Vincent van Gogh (1853-1890). Nu we zuidoost Drenthe te voet ontdekken, moeten we ons toch een beetje verdiepen in het leven van de zo bekende schilder die tijdens zijn periode in Drenthe definitief besloot schilder te worden. Op 30 jarige leeftijd vertrok Vincent vanuit Den Haag naar Hoogeveen, waar hij 3 weken logeerde  op een zolderkamertje bij Albert Hartsuiker. Op 2 oktober van dat jaar vertrok hij met de trekschuit, waar hij na een ‘eeuwig lange vaart’ uiteindelijk arriveerde in Nieuw Amsterdam bij Emmen. Volgens Vincent moest je als kunstenaar de natuur écht kennen en begrijpen. Dat lukte het best op de plek waar je er middenin kon wonen en werken: op het ongerepte platteland. Vincent woonde en werkte enkele maanden in hotel Scholte (het huidige van Gogh Huis Drenthe). In die tijd schilderde en tekende hij wel 40 werken, waarvan de bekendste ‘ophaalbrug in Nieuw-Amsterdam’ is. ‘Onkruid verbrandende boer’ is een krachtig schilderij uit deze periode. Hoewel hij net begonnen was als schilder, slaagde hij erin ‘een intiem avondeffect’ vast te leggen. Ondanks dat de periode die Vincent in Drenthe doorbracht van korte duur was (maar 3 maanden), is het in veel opzichten een belangrijke periode geweest voor zijn ontwikkeling. Het was voor hem wel een eenzame tijd waarin hij geen hulp van of contact had met andere kunstenaars. Eenzaamheid gecombineerd met het steeds slechter wordende weer en het gebrek aan financiën waren tenslotte voldoende redenen om terug te keren naar zijn ouderlijk huis in Brabant. Helaas voor ons is het maandag, een dag waarop alle musea gesloten zijn en moeten we verdere bespiegelingen laten rusten tot een later tijdstip. 

Onkruid verbrandende boer van Vincent van Gogh (internet)

We starten in Sleen, in de middeleeuwen één van de zes rechtsdistricten (dingspillen) in Drente of, zoals de provincie toen werd genoemd, de Landschap Drenthe. Het aantal districten komt overeen met de zes sterren in de vlag van Drenthe. De naam ‘ding’ komt van de rechtszitting die tot 1580 drie keer per jaar werd gehouden onder de hoogste functionaris van de bisschop van Utrecht. Om het nog iets ingewikkelder te maken…….de dingspillen/dingspelen zonden elk vier etten naar de etstoel (het hoogste rechtscollege), die samen met de drost (bestuursambtenaar) de Landschap bestuurden en er recht spraken. Onder leiding van de drost werden zogenaamde goorspraken gehouden waar inwoners verplicht waren misdaden en overtredingen die sinds de vorige goorsprake gepleegd waren, aan te geven, waarna zij aan de schuldige een straf oplegden. Deze vorm van rechtspraak door de buren noemde men buurtuig.

Het gemeentehuis van Sleen

Het vroegere gemeentehuis van Sleen is een monumentaal pand. In de dertiger jaren van de vorige eeuw werd besloten een nieuw gemeentehuis te bouwen omdat het oude langzamerhand te klein was geworden om alle gemeente functionarissen te huisvesten. Sleen kampte in diezelfde tijd ook met een hoge werkloosheid onder de bevolking. Met hulp van een bijdrage van het rijk uit het zogenaamde ” Werkfonds 1934″ konden de plannen voor een nieuw gemeentehuis worden gerealiseerd. Het wapen van de voormalige gemeente Sleen is duidelijk zichtbaar. De beschrijving luidt: “In azuur drie aanziende zilveren ramskoppen. Het schild gedekt door een gouden kroon van drie bladeren en twee parels en gehouden door twee wilden, omkranst en omgord met loof en in de vrije hand eene knots over den schouder houdende, alles van natuurlijke kleur.” De schapenkoppen zijn een herinnering aan de vroegere schapenkooien. In 1923 waren er nog maar drie kudden over, die het steeds moeilijker kregen vanwege de voortdurende ontginning van de heide. De wildemannen staan symbool voor de hunebedden in de gemeente. Het schild is tenslotte gedekt met een gravenkroon, waarschijnlijk om alles samen te voegen en iets meer allure te geven? Sinds 3 april 1919 is het elk openbaar lichaam in Nederland namelijk toegestaan om een kroon van drie bladeren en twee parels toe te voegen aan het wapen. Aan de voorgevel van het gemeentehuis (rechts onder op de foto) is in 1947 de sculptuur ‘de ziener’ geplaatst als een herinnering aan het vertrek van de Drentse afgescheidenen o.l.v. dominee van Raalte naar Michigan in de VS. Van Raalte wilde aanvankelijk emigreren naar Java in Nederlands Oost-Indië, maar toen de minister van Koloniën geen garantie van godsdienstvrijheid wilde geven, koos hij tenslotte voor Noord-Amerika. Bijzonder wat je aan weetjes ontdekt door het lopen, kijken en onderzoeken.

Bijzonder doorkijkje (RK)

Vanuit Sleen lopen we richting havezate De Klencke bij Oosterhesselen. Het huis, particulier bewoond, ligt verscholen achter dichte beukenhagen zodat we er praktisch niets van kunnen zien. Het huis dankt zijn naam waarschijnlijk aan de bocht in het Drostendiep waaraan het zich bevindt. Een klencke, klinge of klang duidt namelijk een geul of ondiepe plek in een rivier of beek aan. Daartegenover staat het feit dat de familie Clenk of Clincke de eerste bewoners waren, hun naam komt al in geschriften uit 1210 (!) voor. Sinds die tijd wisselde het huis diverse keren van eigenaar. In 1687 was het de familie van Dongen, waarvan een lid van de familie in 1743 tot drost van Drenthe werd benoemd. Het Drostendiep is naar hem vernoemd. Tegenwoordig is Natuurmonumenten de eigenaar van het landhuis. Het landhuis is verbouwd en met aankopen van omliggende (natuur)gronden werd het landgoed van tweehonderd hectare uitgebreid tot ruim zeshonderd. We lopen verder langs boerderij ‘t Tolhoes’ (vroeger een tolhuis) dat samen met een aantal andere boerderijen eveneens deel uitmaakt van het landgoed. Vanaf hier worden we door de oude bossen van het landgoed geleid. Sommige eiken hier zijn meer dan 300 jaar oud en daarmee ouder dat het huis zelf dat in haar huidige vorm rond 1760 gebouwd is. Het landschap waar we doorheen lopen is gevarieerd. Vanuit het bos belanden we in een vochtig heidegebied, het Klenckerveld, waar koeien (en waarschijnlijk op een ander moment ook schapen) de heide begrazen. We hebben de heide nog nooit zo intensief meegemaakt en ervaren als dit jaar. Het is elke keer weer een mooie beleving. 

Trammonument Oosterhesselen

In Oosterhesselen zien we het trammonument als een herinnering aan de Eerste Drentse Stoomtramweg Maatschappij. De openlegging van Drenthe door de aanleg van tramwegen, gestart rond 1900 en afgerond in 1918, kende maar een korte tijd een florissant bestaan. Dit was o.a. te wijten aan de onduidelijke verkeerspolitiek van de overheid, WOI, de opkomende concurrentie van bussen en vrachtauto’s en de economische crisis in de jaren ’30. De EDS, sinds 1903 gevestigd in Hoogeveen, exploiteerde tramlijnen tussen Hoogeveen en Nieuw Amsterdam en tussen Coevorden en Assen. Het kruispunt van deze tramlijnen was in Oosterhesselen. 

Veel steentjes ter nagedachtenis (RK)

Even verder ligt aan de rand van de Geeseres een begraafplaats waar de Joodse bevolking van Gees voor 1920 werd begraven. Deze begraafplaats ligt merkwaardig genoeg op een redelijk grote afstand van het dorp zelf en heeft vandaag de dag slechts één familiegraf, dat van Mozes Simons, Selina Soosman en hun dochter Roosje Simons. Wat is hier het verhaal? Onderzoek leert dat de familie Soosman rond 1800 in Gees kwam wonen. Ze woonden aan de rand van het dorp, want vader Soosman slachtte geiten en dat stonk schijnbaar behoorlijk. Een jaar later kochtten ze een stukje grond om een begraafplaats aan te leggen. Net buiten het dorp zodat de eeuwige grafrust gegarandeerd kon worden. In 1864 trouwde Selina met Mozes Simons en niet alleen zij, maar ook andere leden van de familie lagen hier vroeger begraven. Van de oorspronkelijke drie grafstenen is er nu nog maar eentje over. Het is onduidelijk wat er met de andere twee gebeurd is. Op een dochter na is de hele familie omgekomen in WOII. De dochter is met haar vijf kinderen drie jaar na WOII naar Israël verhuisd, maar komt ieder jaar terug naar de begraafplaats in Gees om de doden te herdenken. Naar Joods gebruik wordt er dan een steentje op het graf gelegd. Al deze verhalen zijn kleine momenten van bespiegeling. Hij die vraagt is een dwaas voor vijf minuten, maar hij die niet vraagt blijft een dwaas voor altijd (Chinees spreekwoord).

Gees (RK)

HEJ ‘T AN DE TIED? (heb je even tijd?)

Om de lat nog wat hoger te leggen, hebben we afgelopen nacht gelogeerd in Aalden en knopen we een volgende (langere) etappe vast aan die van gisteren. Tot nu toe gaat alles goed, dus we starten de dag met een heerlijk ontbijt en vertrekken vervolgens richting Emmen alwaar we de wandeling weer oppikken. De eerste verrassing volgt al snel. Een stukje alternatieve route loopt door de oude dierentuin. De Emmer bijnaam ‘Vlinderstad’ is een indirecte verwijzing naar het voormalig dierenpark dat in 2016 op een andere locatie werd voortgezet als ‘Wildlands Adventure Zoo’. In eerste instantie kreeg het oude dierenpark de naam ‘Mensenpark’, maar uiteindelijk werd in 2017 toch gekozen voor de naam ‘Rensenpark’ naar Jaap en Aleid Rensen, het directeuren echtpaar van weleer. Op deze oude locatie van ca 11 hectare moet een creatief park tot stand komen waar telkens iets nieuws te beleven valt. ‘Een verrassende ontmoetingsplaats voor initiatieven rond kunst, cultuur en innovatie, waar ervaren, ontmoeten en meedoen centraal staat.’

Hier liepen ooit de olifanten……..

We lopen verwachtingsvol het terrein op en denken meteen van alles te herkennen…….’was dat niet het terrein van de olifanten?, ik geloof dat daar de flamingo’s verbleven en lopen we hier langs de vroegere vlindertuin?’ Die vlindertuin is nu verlaten en overwoekerd door planten. Ik lees later dat de plek ‘waar ooit duizenden vlinders rondfladderden zich heeft ontpopt als populaire ‘urbex-locatie’; een verlaten plek waar mensen naartoe komen om foto’s te maken.’ Hadden we dat maar eerder geweten……

Kijk, de leeuwen……

De voormalige olifantenstal in het park is deze zomer het canvas voor meer dan twintig nationale en internationale graffiti-artiesten geweest. Wij kunnen dit niet verifiëren omdat de ruimte is afgesloten, maar we zien tussen de bomen en struiken door wel graffiti op de buitenmuur, hetgeen zeker tot de verbeelding spreekt. Het vroegere buitenverblijf van de olifanten moet in de toekomst een eiland voor ‘laagdrempelige sport en beweging’ worden. Wanneer je de ontwerpvisie van de gemeente voor dit terrein leest, besef je dat er nog heel wat in de planning staat, het eindresultaat moet fantastisch worden. Zover zijn ze nu nog niet, maar de lijnen zijn uitgezet.

Kunst op het eiland
Toepasselijke spreuken (RK)

Iedere drie maanden krijgt een andere beeldende kunstenaar hier de mogelijkheid om zijn of haar werk te laten zien, waarvoor een werkplaats voor kunstenaars, Studio ZOOkeeper, is geopend. Op een eiland in het midden (vroeger het terrein van de bavianen?) zien we diverse grote foto’s opgesteld, mogelijk van de nieuwste ZOOkeeper? Kwamen we jaren geleden graag naar deze plek vanwege de dieren, nu heeft dezelfde plek een andere aantrekkingskracht gekregen, we komen hier beslist nog eens terug om te zien hoe het park zich verder zal ontwikkelen. 

We lopen verder door de hoofdstraat van Emmen, waar het al gezellig druk is. Emmen is in de laatste eeuw uitgegroeid van esdorp naar stad. In de tweede helft van de 19e eeuw werd zuidoost Drenthe de grootste turfleverancier van ons land. Iedereen werkte in de turfwinning. Vooral WOI was een gouden tijd omdat de concurrentie van Duitse steenkool wegviel. De grote toevloed van arbeidskrachten leidde tot een groot tekort aan woonruimte wat de mensen zelf oplosten door huizen op het veen te bouwen. De omstandigheden waren erbarmelijk en verslechterden nog meer toen de turfmarkt na 1920 bijna helemaal instortte. In de crisisjaren verspreidde het beeld van het arme Drenthe (foto’s van plaggenhutten en vergelijkingen met de Derde Wereld) zich over heel Nederland. Hoewel er elders in ons land ook armoede werd geleden, bleef de connectie van Drenthe en armoede in ons gedachtengoed hangen. Om het gebied een nieuwe impuls te geven wees de landelijke overheid Emmen na 1945 aan als een ‘ontwikkelingsgebied’, waardoor deze regio het concentratiepunt werd van bedrijfsvestigingen, woningen en voorzieningen. Als een gevolg groeide Emmen uit ‘van een boerendorp tot een stedelijke kern’.

Hallenhuis
Drents vlechtwerk (RK)

We verlaten de stad en vervolgen onze weg naar Westenesch, een plaatsje met een beschermd  dorpsgezicht waar een aantal mooie Saksische boerderijen staan, het belangrijkste en oudste type boerderijen die ook wel ‘hallenhuizen’ worden genoemd. Het zijn boerderijen waar woning en stal gecombineerd worden onder één dak. Dat betekent dat het een onderkomen is voor zowel mens als dier. Volgens een beschrijving wordt ‘het hallenhuis in zijn meest zuivere vorm gekenmerkt door een driebeukige opzet met ankerbalkgebinten’. Verder kent het een brede open werkvloer in het midden die dienst deed als dorsvloer. De oogstopslag lag op de gebintsbalken daarboven. In de zijbeuken aan beide kanten bevonden zich de stallen, waarin het vee met de koppen richting deel stonden. Hoewel bijna alle boerderijen, die we onderweg tegenkomen, inmiddels zijn verbouwd tot woonhuizen is die verbouwing meestal met instandhouding van de buitenkant tot stand gekomen. De grote baanderdeuren zijn veelal getransformeerd tot luiken, terwijl de ingang is voorzien van grote raampartijen. Ons valt op dat diverse boerderijen een prachtig vlechtwerk langs de bovenrand van de muren laten zien. Dit blijkt een typisch Drents vlechtwerk te zijn wat overal in de provincie terugkomt. Deze wandversiering is geboren uit schaarste. “Boeren hadden vaak geen planken meer om het bovenste deel van een schuur af te bouwen omdat hout relatief duur is. Om de wand af te maken gebruikten ze daarom stro, een product waar ze wel makkelijk aan konden komen. Vlak onder de dakrand, waar het regenwater nauwelijks bij komt, vlochten ze stro met gekruiste strobindingen, de eenvoudigste manier om stro te binden, aaneen. Het zag er mooi uit en zorgde voor een goede ventilatie in de schuur.” Tegenwoordig wordt voornamelijk riet i.p.v. stro gebruikt omdat riet een stuk sterker is, het resultaat is echter nog steeds zeer de moeite waard!

De heide is nog prachtig

Ondertussen zijn we het Oranjekanaal overgestoken, over de heide en door het bos gelopen en aangekomen bij de Ermerweg, waarmee de eerste etappe achter ons laten. Ons vervolgtraject loopt naar Sleen. Vrijwel direct hebben we te maken met een, naar later blijkt, enorme omleiding. Op een gegeven moment lopen we wederom langs het plaatsnaambord van Emmen. Help!! De aanwijzingen zijn, voor ons, dermate onduidelijk dat we vrezen totaal verkeerd te zijn. Hadden we maar…., maar ja ‘as is verbraande  törf’ oftewel aan als hebben we niets. We zijn niet de enigen. In het bos zijn we eerder al mede Drenthepadters tegengekomen die eveneens de kluts kwijt waren. Zij liepen met een GPS en hielden hun oog strak op de de volgende stip op de route. In het bos ging dat nog, later met de ‘grote omweg’ zou dat minder gemakkelijk zijn! Hej knienen, dan hej ok keutels oftewel elk voordeel heeft z’n nadeel. Het viaduct om de verkeersweg te kruisen wordt gerenoveerd waardoor alle toegangswegen ernaartoe zijn afgesloten. Uiteindelijk lopen we kilometers om en blijkt ons boekje misschien toch handiger te zijn dan een GPS? Het kleine kaartje geeft ons iets meer zicht op de alternatieve mogelijkheden waardoor we zomaar de bekende geelrode strepen van de aangepaste route weer ontdekken. Al met al is de omleiding op dit moment misschien wel noodzakelijk, maar qua genieten en appreciëren zeker niet van hetzelfde niveau als we gewend zijn. Het is natuurlijk zoals het is of zoals ze in Drenthe zeggen: ‘a’j proemen hebt hej ok pitten’ (overal zitten consequenties aan).

De laatste loodjes (RK)

Langzaam maar zeker komen we terug op de oorspronkelijke route en lopen we via buurtschap Diphoorn de laatste kilometers naar onze eindbestemming. De kerktoren van Sleen, met 68 meter de hoogste van Drenthe, is een zeer welkom gezicht! Ik ben langzamerhand, na een tweede dag van 15 kilometer, ‘an de latten’ oftewel behoorlijk vermoeid. Het troost te weten dat er een gezegde is waarin een blijmoedig hart de hele dag kan lopen, terwijl een bedroefd hart na een mijl al moe is………….. 

HET LAATSTE STAARTJE

Vandaag lopen we alweer het laatste staartje van de Hondsrug, de zandrug vlakbij de Waddenzee die vroeger werd omgeven door zompig veen. In die tijd was de Hondsrug de enige streek in de wijde omtrek waar je hoog en droog kon wonen en reizen. De Hondsrug heeft een lengte van 70 kilometer en een gemiddelde hoogte van 20 meter boven NAP. Het hoogste punt en de zuidelijkste top met ruim 30 meter boven NAP, is het Haantjeduin bij Emmen. Het Haantjeduin/Haantjebak is (nog steeds) het hoogste punt van de Hondsrug, maar elk jaar wordt de zandverstuiving het Haantjebak lager en lager. Waar komen de wat merkwaardige namen Haantjebak en Haantjeduin eigenlijk vandaan? Hierover bestaan verschillende theorieën. De eerste heeft te maken met het uitzicht wat je vroeger had vanaf de heuvel. Als je goed keek kon je bij helder weer in de verte de kerktoren van Emmen zien, met op de top een windhaantje. De tweede theorie heeft te maken met het Drentse woord handtienbakken, waarbij handtien het Drentse woord is voor handje. Handtienbakken is hetzelfde als handjeklap, wat men vroeger op markten deed bij het tegen elkaar opbieden. Hoe dan ook, ik ben benieuwd of we hier langskomen vandaag op onze route van Odoorn naar het station van Emmen. 

Het startpunt van onze tocht…..

Zoals gezegd starten we in esdorp Odoorn, waarvan de naam zoveel betekent als ‘woeste hoek’. Hoorn staat voor hoek en ode komt van het Duitse woord öde wat woest betekent. Vanwege de parkeermogelijkheden of liever gezegd het ontbreken daarvan midden in de velden, lopen we vandaag een stukje door het Hunzebos wat nog hoort bij onze wandeling van de vorige keer. Hiermee hebben we straks een totaal van 15 kilometer gelopen. Ik verleg mijn grenzen ;). Volgens de beschrijving is het Hunzebos een gebied “waar je vele verhalen aan je voorbij ziet trekken. Je ziet hier een hunebed, grafheuvels, droogdalen, zwerfsteenkunst, stuifzandgebieden, de plek waar de mythische stad Hunsow zou hebben gelegen en meer.” Hmmm, we lopen volgens het kaartje slechts langs de onderrand van dit bos, dus ik betwijfel of wij alle bovenstaande elementen zullen ervaren. 

Hunebed D35 is niet zo bijzonder (RK)

Grafheuvels en een hunebed zijn geen probleem. We komen onderweg verschillende grafheuvels tegen (of zien we ondertussen in elke verhoging een grafheuvel?) en lopen langs hunebed D35 aan de noordrand van het Valtherbos. Helaas voor ons is dit hunebed niet heel bijzonder, er ontbreken veel stenen en er is weinig structuur in te ontdekken. Voor diegenen onder ons die overwegen lid te worden van de hunebedden club is deze natuurlijk wel onmisbaar. Deze club is voor iedereen die alle openbare hunebedden in Nederland heeft bezocht. Stuur een foto in van alle (53 of 54) bezochte exemplaren en je bent, na controle door het bestuur, (gratis) lid. Hoeveel hebben wij er ondertussen al gezien? Al met al nog geen tien, schat ik? De plek van D35 is wel een bijzondere. Achter het hunebed ligt een grote, cirkelvormige laagte, een vroeger meertje of moeras. De hunebedbouwers hebben deze plek vast en zeker met opzet uitgezocht om hun doden te begraven.

De eigenlijke schuilplaats ligt hier vlak achter (RK)
Goed verscholen (RK)
Een schets van de vroegere schuilplaats onder de grond

Het Valtherbos, wat we inmiddels doorkruisen, is 448 ha groot en ligt ten noorden van Emmen. Voor ons veel interessanter is dat het een onderduikershol bevat waar in WOII 16 onderduikers hebben gewoond. Hoewel de aanwezigheid van zowel het monument als de schuilplaats al vroeg op de route wordt aangegeven, gaan we kennelijk zo op in onze omgeving dat we het bijna missen. Goed verscholen ligt de vroegere schuilplaats vlakbij de gedenksteen. Het ‘hol’ is nu gemakkelijk toegankelijk, maar foto’s en beschrijvingen laten zien hoe de situatie toentertijd was. In het najaar van 1942 moesten alle joden in Emmen zich verplicht melden om in een werkkamp te gaan werken. Zij die het niet vertrouwden, doken onder. Kippenboer Bertus Zefat uit Valthe kwam in die tijd regelmatig in contact met joden uit Emmen. Toen de oorlog uitbrak en de joden het steeds moeilijker hadden, kreeg Bertus het verzoek om hen een plekje te geven, waarop hij één van zijn vele kippenhokken geschikt maakte voor bewoning. Na 4 maanden werden de onderduikers ontdekt, waarop ze zonder warme kleren en zonder eten of drinken het bos in vluchtten. In het bos vonden ze elkaar weer en bouwden ze gezamenlijk een ondergronds hol van 6 bij 3 meter. Het bleef daarna een spannende tijd waarin verraad en ontdekking elke dag op de loer lagen, maar alle onderduikers overleefden de oorlog. Bertus werd echter verraden en daarna gefusilleerd omdat hij weigerde inlichtingen te geven over zijn onderduikers. ’Wij leven, omdat zij zwegen’.

Het lijkt wel een UFO

De natuur is prachtig onderweg. Dit jaar hebben we te maken met veel wisselvallig weer of misschien wel met een ‘gewone’ Nederlandse zomer? We zijn de afgelopen jaren een beetje gewend geraakt aan hoge temperaturen, maar ik moet zeggen dat de huidige warmte ideaal is om actief bezig te zijn.

bron: internet

Volgens de weerdeskundigen maken de hogedrukgebieden om ons heen de dienst uit. Opvallend is de zwakke plek in die hogedruk verdeling die zich steeds dichtbij Nederland ophoudt. Die zwakke plek, een gebied met koudere lucht in de hogere delen van de atmosfeer, zakt vanuit het noorden steeds weer tot over de Britse eilanden en onze omgeving uit. De onderkant van die zogenoemde trog wordt bij ons af en toe afgesnoerd, met alle gevolgen van dien. De overstromingsramp in Duitsland, België en het zuiden van Limburg was b.v. een direct gevolg van zo’n afsnoering of koudeput. Volgens de deskundigen zijn de belangrijkste drijvers achter het weer deze zomer de warme noordelijke helften van zowel de Grote Oceaan (Pacific), ten westen van de VS en Canada, als van ‘onze’ Atlantische Oceaan. Beide oceanen helpen sterke hogedrukgebieden in het zadel die in Noord-Amerika en in Europa het weer sterk naar hun hand zetten, op precies tegengestelde manieren. Vinden we de meest extreme warmte in de VS en Canada vooral in het westen terug, in Europa is met name de oostelijke helft bijzonder warm, door de daar dominerende zuidelijke wind. Zolang deze situatie niet veel verandert, lijkt het weerpatroon ook voor de komende weken vast te liggen. We gaan het meemaken. 

Prachtige bomen (RK)

Ondertussen zijn we vlakbij Emmen aangekomen. Grappig genoeg lopen we weliswaar langs de rand van de stad, maar zien we de stad zelf praktisch niet. Deze kant van Emmen is omgeven door een bosrijk terrein of eigenlijk wordt Emmen omringd door verschillende bossen, t.w. de Emmerdennen, het Valtherbos, het Noordbargerbos en het Oosterbos. Het ene bos lijkt naadloos over te gaan in het volgende bos, dus ik weet langzamerhand niet meer in welke van de 4 we nu lopen. Dit is ook niet zo belangrijk, want volgens Confucius is de weg zelf je bestemming! Of zoals een Chinese zinspreuk zegt: “Het wonder is niet om door de lucht te vliegen of om op het water te lopen, maar om te wandelen op de aarde.” Dat doen we, volop, en we hopen er nog lang mee door te gaan!

Moment van rust onderweg

VERWACHTING

We hebben allemaal verwachtingen over hoe iets zou moeten verlopen of hoe je wenst of hoopt dat iets verloopt. Vandaag zijn onze verwachtingen hoog gespannen, onze tocht van Buinen naar Odoorn gaat ons, op papier, veel hoogtepunten opleveren. We gaan lopen door een boswachterij met een hunebed en grafheuvels, we gaan iets zien van de grootste radiotelescoop ter wereld en gaan (eindelijk) beleven hoe een grote kudde Drentse heideschapen op de heide graast. Hoewel ze wel eens zeggen dat te hoge verwachtingen niets anders zijn dan toekomstige teleurstellingen, laten we ons hierdoor niet uit het veld slaan. We zijn er klaar voor, laat het avontuur maar beginnen! De regen is gestopt en een waterig zonnetje probeert aan kracht te winnen. We starten onze wandeling op het Buinerveld met een grote groep honden om ons heen die zin lijken te hebben in hun trainingsdag als reddingshond. ‘Och’, zegt een van de begeleiders, ‘flink aan de wandel? Mocht je verdwalen, bel ons dan maar. We zijn er klaar voor.’ Kijk, dat is toch een fijn idee.

Zoveel kleuren groen

De hele Hondsrug bestaat uit verschillende boswachterijen die allemaal sporen uit het verleden herbergen. Naast hunebedden en grafheuvels zijn dat ook de keiwegen. Deze keiwegen zijn gemaakt van veldkeien die lang geleden met het landijs vanuit Scandinavië zijn aangevoerd. Tijdens het omspitten van de grond voor de bosaanplant kwamen ze tevoorschijn en zijn toen gebruikt om de zandwegen te verharden. Naast deze keiwegen zien we echter ook grote keien waarop nummers zijn geschilderd. Die keien zijn zogenaamde ‘vakstenen’. De boswachterijen in Drenthe zijn in het begin van de vorige eeuw aangelegd volgens een vast patroon bedoeld voor het kunnen oogsten van hout. De aanplant van deze productiebossen ging ten koste van ‘woeste’ grond. Heideterreinen werden ontgonnen en daarin werden percelen of vakken ingeplant met een bepaalde boomsoort. De vakken werden vervolgens voorzien van een vaksteen, zwerfkeien met een nummer. Om die percelen heen werd vervolgens een brede zand- of keiweg aangelegd voor het transport na de kap. In boswachterij Exloo houdt Staatsbosbeheer vast aan deze indeling van vroeger omdat het enerzijds belangrijk is de bosbouw geschiedenis in Nederland te laten zien en anderzijds omdat het duurzaam oogsten van hout hoog op de agenda staat. Jaarlijks wordt in Nederland 13 miljoen kubieke meter hout gebruikt, waarvan ongeveer 1 miljoen kuub in eigen land geproduceerd wordt. Staatsbosbeheer draagt hier ongeveer 300.000 kuub aan bij, de rest wordt dus uit het buitenland gehaald.

Een oude markesteen met de eikenboom ernaast (RK)

Ondertussen zijn we aangekomen bij een markesteen. Deze rechtopstaande steen vormde, tot het midden van de 19e eeuw, het grenspunt tussen het grondgebied (marke) van de dorpen Exloo, Ees en Buinen. De grote eik ernaast is nauw met de steen verbonden, want bij een grensgeschil kon de steen immers wel worden weggesleept, maar de boom zeker niet. Al deze weetjes onderweg, op borden vermeld, voegen beslist iets toe. 

Hunebed D30
Grafheuvel iemenhees verstopt in het groen (RK

De weg voert ons, zoals verwacht, langs een hunebed en grafheuvels. Zoals bekend zijn hunebedden de restanten van stenen grafkelders. De meeste van de overgebleven hunebedden zijn niet compleet. Ze zijn in de vorige eeuwen gesloopt om de stenen te hergebruiken voor o.a. de fundering van kerken of de aanleg van wegen. In de 18e eeuw was de paalworm oorzaak van het slopen van vele hunebedden. De houten palen van de zeedijken werden aangetast, waardoor er een grote behoefte aan stenen bestond. Hunebed D30 ligt wat bleekjes vlakbij een weg met een fietspad. Het hunebed is een aantal jaren geleden beklad, waarna het grondig schoongemaakt is. Dit verklaart misschien waarom er niets groeit op de stenen? Een hunebed bestond uit een dubbele rij draagstenen met daarop dekstenen als een dak. De toegangspoort werd gebouwd in de richting waar de zon opkwam. De ruimten tussen de draag- en dekstenen werden met stopstenen gevuld en vervolgens bedekt met zand en zoden. D30 met 3 dekstenen (van de 4) en 8 draagstenen is bijna 7.5 meter lang en ligt noord-zuidelijke richting. Door de zuurgraad van de Nederlandse bodem zijn alle menselijke resten in de grafkelder volledig vergaan. In deze grafkelder zijn wel scherven gevonden van meer dan 65 potten. De volgende generaties begroeven hun doden in grafheuvels, waarvan er in de omgeving 7 liggen. Eén van de grafheuvel heeft zelfs een naam, grafheuvel iemenhees. Geen idee waarom. 

Monument voor Geallieerde Vliegers (RK)

So far so good…..we lopen weer door een prachtige omgeving en onze ‘honger’ naar het onverwachte wordt tot nu toe zeker bevredigd. We passeren ‘schuin links tussen percelen 115 en 116’ een Amerikaans vliegtuigmonument. Het ‘Monument voor Geallieerde Vliegers’ in Exloo herinnert aan tien omgekomen bemanningsleden van een Liberator B-24 bommenwerper die hier tijdens de Tweede Wereldoorlog is verongelukt. Ter nagedachtenis aan de bemanningsleden zijn in 1946 -1947 door Staatbosbeheer tien veldkeien gelegd op de plaats waar het vliegtuig is neergestort. Bij iedere kei is een beuk geplant, want de beuk symboliseert o.a. wijsheid, geborgenheid en troost. Bij het monument zijn twee bankjes geplaatst om in stilte te herdenken, de serene rust om je heen te ervaren, om een beetje te mijmeren of ‘gewoon’ als rustmomentje voor jezelf. Je ervaart hier de innerlijke rust waarover zoveel gezegd wordt! Rust is de bekende toestand na inspanning waarin er geen activiteit is, maar de diepere betekenis is ook ‘rust in je hoofd’. Innerlijke rust is dan ook een combinatie van geestelijke en lichamelijke rust, een soort ontastbaar gevoel wat we allemaal nastreven. Omdat je wordt opgeslokt door het leven van alledag wordt deze rust steeds schaarser en dus waardevoller. Op het moment dat je ervoor kiest zelf de controle te hebben over jouw gevoelens, ben jij in staat om je innerlijke rust te handhaven. Dit klinkt natuurlijk allemaal veel gemakkelijker dan het in werkelijkheid is, maar we ervaren hier zeker een klein momentje van zowel lichamelijke als geestelijke rust, terwijl we genieten van de wind, het ruisen van de bomen en de stilte om ons heen terwijl het zonlicht ons verwarmt en met haar stralen strepen licht door de bomen trekt. Gun jezelf rust, uit rust komt de kracht.

Moet je kijken, wat een pracht……

Ten zuidwesten van Exloo ligt een groot heideveld in een glooiend landschap met de bijzondere naam Molenveld. Bijzonder omdat er geen molen te bekennen is. In de korte periode dat Exloo wel een molen had, heeft de molen kennelijk veel indruk gemaakt. Heide is ontstaan in de middeleeuwen door het kappen van het bos. Op de overgebleven kale gebieden ontstond heide waar de vele koeien/ossen en later ook schapen graasden. De eerste vermeldingen van Drentse heideschapen, het oudste schapenras van het vasteland van west Europa, stammen uit de 15e eeuw. Vroeger waren de schapen eigendom van diverse boeren. De herder of ‘scheper’ bracht de schapen ’s ochtends naar de hei om ze ’s avonds terug te brengen naar de stal. Schapen werden toen gehouden voor wol, vlees en vooral voor de productie van mest. De stallen werden jaarlijks met verse plaggen bedekt en de plaggen met mest werden naar de akkers gebracht als bemesting. Met de komst van kunstmest daalde het aantal schapen en was het Drents heideschaap, ‘de vroegere basis van de boereneconomie’, gedoemd tot uitsterven als er in 1949 niet een kudde was gesticht met restanten van min of meer raszuivere dieren van verschillende kuddes uit Nederland. Op de heide hier kun je vandaag de dag nog steeds een schaapskudde van zo’n 250 Drentse heideschapen uit het dorp tegenkomen.

Nog even en alles kleurt paars (RK)

De heide staat bijna in bloei. We zien de eerste paarse struiken evenals een lichte lila zweem over het veld. Het is hier prachtig! Het is een raar idee om je te bedenken dat rond 1900 een vijfde deel van ons land uit ‘woeste grond’, vaak heide, bestond. Rond 2000 was slechts 1 procent van Nederland nog heide. Het huidige Molenveld van 80 hectare was niet vruchtbaar te maken vandaar dat het heidegebied bleef. De aanblik van al dit moois brengt de poëet in je naar boven en onwillekeurig moet ik denken aan Japanse haiku’s, gedichtjes geschreven in drie regels waarvan de eerste regel 5, de tweede regel 7 en de derde regel weer 5 lettergrepen telt. De haiku is ‘een vingerhoed vol emotie’ die de ervaring van het ogenblik uitdrukt.

Kleuren ontwaken – De zon kust het heideveld – Alles kleurt diep paars

In de schaapskooi
Een bijzonder schapenras (RK)

Langzamerhand naderen we het einde van onze dagetappe, maar hebben we nog geen schaap van dichtbij gezien en ook de telescoop is aan onze aandacht ontsnapt. We besluiten op de fiets naar Exloo te rijden om de schapen in hun schaapskooi midden in het dorp te bezoeken. Je moet toch wat, nietwaar? Hier lezen we dat de herder elke middag rond 16.00 uur terugkeert van zijn uitstapje met de kudde naar de hei. We hebben ze dus gemist! Gelukkig geeft dit bezoekje in ieder geval een indruk van nummer #1 van ‘the big vief’ en wie weet komen we dit bijzondere schaap, met zijn horens, veelkleurigheid, harige vacht en lange staart, later nog eens tegen ……. op de hei.

LOFAR

De enige verwachting die we nog niet hebben waargemaakt, is een blik op LOFAR (Low Frequency Array of lage frequentie telescoop). We gaan met de auto op onderzoek uit en bereiken via kleine, weinig gebruikte, dijkweggetjes inderdaad een groot antenne-veld tussen Buinen en Exloo. De telescoop bestaat uit duizenden antennes die radiogolven uit het heelal opvangen. Er zijn twee soorten antennes (de sprietjes en de antennes in de zwarte dozen) die respectievelijk radiogolven tussen de 10 en 80 Megahertz en 120-250 Megahertz opvangen. In de tussenliggende breedte (tussen 80 en 120 Megahertz) ligt onze FM band, waarvoor in dit geval geen interesse bestaat. LOFAR onderzoekt het ontstaan van het heelal, de zogenaamde oerknal (13,7 miljard jaar geleden!), evenals diverse sterrenstelsels, zwarte gaten en pulsars. Een pulsar is het snel rondtollende en pulserende overblijfsel van een geëxplodeerde ster. Het centrale deel van LOFAR ligt hier voor ons in het Hunzedal, maar verspreid over ons land en verder in Europa zijn kleinere antenne-velden die allemaal met elkaar verbonden zijn en onvoorstelbaar veel data sturen naar een supercomputer van de Rijksuniversiteit Groningen. Geofysici kunnen microfoontjes die reageren op trillingen, die heel diep in de aarde zijn geplaatst, aan het LOFAR netwerk koppelen om zo nieuwe inzichten te krijgen over bodemdaling, gaswinning en watermanagement. De diep ondergrond wordt op deze manier in beeld gebracht. In 2010 is hier, dankzij een uniek samenwerkingsverband, 400 hectare nieuw natuurgebied ingericht, waarbij het grote antenne-veld op kleine terpen ligt ingebed in een vogelrijk moeras- en graslanden gebied. ‘De natuur omarmt het heelal’, de ontwikkeling van een natuurgebied rondom de zogenaamde superterp waarop 6 LOFAR stations zijn geplaatst.  Als deze informatie niet aan je verwachtingen voldoet…….het overtreft de onze. Nooit geweten dat er zo’n bijzonder gebied zo vlakbij huis ligt. Verwachtingen raken altijd je eigen behoeften. Als je ergens niet bent, ben je óf te vroeg óf te laat (Johan Cruijff). Zo is het maar net!

Luchtfoto LOFAR gebied Exloo (bron: internet)

WANDERLUST

De laatste dagen ben ik verschillende keren het woord ‘wanderlust’ tegengekomen, zowel als boektitel, als kop van een artikel of als onderdeel van een citaat. Wat betekent wanderlust eigenlijk? Volgens de ‘Dikke van Dale’ betekent het treklust of reislust. Ik lees echter ook dat wanderlust staat voor een sterke drang om de wereld te ontdekken met als extra toevoeging ‘gedragen door je eigen voeten’. Het woord wanderlust is immers afgeleid van het Duitse woord ‘Wandern’ hetgeen staat voor ‘wandelen’. Lust is dan ‘trek naar’, dus vrij vertaald betekent het woord dan ‘zin hebben in wandelen’. Het hoeft niet eens ver weg te zijn. Dit geeft toch perspectief? Het meest gebruikte citaat ‘not all who wander, are lost!’ (Niet iedereen die zwerft – wandelt-, is verdwaald!), geeft nog een extra dimensie aan wandelen die echte wandelaars zeker zullen herkennen. Het genieten van wat je omgeving je te bieden heeft, het ontdekken van nieuwe plekken en je realiseren dat er een grotere samenhang bestaat tussen verleden en heden dan je ooit gedacht had. Voor ons geldt absoluut dat we ons elke wandeling weer verbazen over de verschillende landschappen om ons heen en de ‘verhalen’ die erbij horen. Dat smaakt telkens naar meer en dat is, lijkt mij, toch het ‘ultieme wanderlustgevoel’? 

Kaart van de Hondsrug (bron: internet)

Wij lopen ondertussen nog steeds over de Hondsrug. Deze naam zou een verbastering zijn van Hunze-rug, naar de rivier de Hunze ten oosten van de zandrug vanwaar de verhoging (de rug) het best is te zien. Ik heb al eerder iets verteld over het ontstaan van de Hondsrug, maar wil dat deze keer iets uitbreiden. Tenslotte is de Hondsrug,als lange, rechte keileemrug, uniek op de wereld. Zo’n 350.000 – 100.000 jaar geleden (in de voorlaatste ijstijd) schoven er vanuit het noorden dikke pakken landijs over Nederland. De Hondsrug en de parallelle ruggen ten westen daarvan, geven de richting van dit oprukkende ijs aan. Deze enorme gletsjers, soms wel honderden meters dik, schraapten werkelijk alles van de aardkorst. Rotsblokken, grind, zand, klei en leem, alles werd verbrokkeld, vermengd en samengeperst en uiteindelijk gevormd tot het materiaal dat, na het smelten van al het ijs, toepasselijk ‘keileem’ wordt genoemd. Op deze manier werd Drenthe gevormd, waarbij de rechte Hondsrug van Groningen tot Emmen nog steeds een herinnering is aan die tijd.

Het Drouwenerzand

Op weg van Gasselte naar Borger lopen we over het Drouwenerzand, één van de weinige actieve stuifzandgebieden in Nederland. Ook weer een bijzonder gebied met een verhaal. Ongeveer 70.000 tot 10.000 jaar geleden (in de laatste ijstijd) werd het ontstane landschap, zoals eerder beschreven, bedolven onder een deken van verwaaid zand. In de nieuwe omstandigheden van toen, vergelijkbaar met de toendra’s van nu, kreeg de vegetatie nauwelijks een kans, de harde wind daarentegen des te meer. Omdat dit zand over alles heen kwam te liggen, kreeg het de naam ‘dekzand’. Doordat de ondergestoven vegetatie verstikte, kon de zandverstuiving zich steeds verder uitbreiden. Het Drouwenerzand breidde zich in de 18e en 19e eeuw dan ook uit tot een honderden hectares groot stuifzandgebied. Ons boekje meldt dat het Drouwenerzand, in het begin van de vorige eeuw, nog steeds werd beschouwd als een ramp omdat het landbouwgrond en wegen bedreigde.

De grove den

Onze tocht voert ons over de heide, langs de diepe zandkuilen en zelfs door een stukje bos. Een deel van de vroegere zandvlakte, in het westen, is inderdaad bebost. Als voorloper van de A34 bevond zich hier een zandweg, in de vorm van karrensporen, die vanaf de 17e eeuw steeds belangrijker werd. Eind 18e eeuw werd de dreiging door de zandverstuiving zo groot dat de gezamenlijke boeren (de boermarke) van Drouwen ‘zandheren’ aanstelden  voor het nemen van maatregelen. Onder leiding van deze heren werden de twee belangrijkste wapens tegen stuivend zand ingezet: wallen en bomen; in het laatste geval vooral de grove den. Aan de oostzijde werd onder het stuifzand veen aangetroffen. Hier wonnen vele Drouwenaren, vooral in de oorlogsjaren, hun turf om in de winter de kachel mee te stoken. De metersdiepe kuilen, ontstaan om de turf onder het stuifzand op te graven, zijn nog steeds goed herkenbaar. Het huidige stuifzand, slechts een restje van vroeger, is in de loop van de 20e eeuw weer begroeid geraakt. Als de successie (opeenvolging vegetatie van kaal gebied tot bosstadium) echter doorzet, veranderd het hele gebied na verloop van tijd in bos. Naast menselijk ingrijpen, zoals het verwijderen van opslag, zijn vooral schaapskudden belangrijk om dat voorkomen. Hoewel we vandaag zeker veel sporen van schapen zien, zien we helaas geen enkel schaap aan het werk om de grote stukken heide te ontdoen van alle beginnende dennen.

Een bescheiden trio

We passeren ‘een bescheiden trio’, een drietal hunebedden, in ieder geval de restanten ervan, bij elkaar. Er is weinig bekend over deze drie graven omdat er bijna niet in is gegraven. Hunebed D21 is vermoedelijk wel één van de oudste hunebedden. Volgens andere bronnen moeten hier, bij Bronneger, zelfs vijf hunebedden liggen. Met een beetje fantasie zie je hier D21 t/m/ D25, want er liggen nogal wat lossen zwerfkeien naast de drie meer herkenbare exemplaren. Mijn fantasie gaat waarschijnlijk met me op de loop, later denk ik dat wij toch alleen D23-25 hebben gezien want ik lees dat de mooiste en meest complete van de vijf, D21, samen met de kleinste, D22, op een apart veldje met grote bomen even verderop ligt. Weer wat gemist, alhoewel…..er was zoveel belangstelling voor deze grote monumenten, dat we er niet echt naar behoren van konden genieten. Zoveel graven dicht bij elkaar is zeker bijzonder. In het landschap van de Hondsrug is goed te zien hoe generaties bewoners hun doden begroeven in de nabijheid van oudere graven of in een lijn in de buurt van oude verbindingswegen. De graven lagen daarmee buiten de omgeving van de levenden, maar waren toch goed bereikbaar.

D27

Even later arriveren we in Borger, gekscherend de hunebedhoofdstad van Nederland genoemd omdat maar liefst 16 (of 19?) van de 52 Drentse hunebedden zich in haar directe omgeving bevinden. In Borger zelf ligt hunebed D27, één van de pronkstukken van de provincie. Dit hunebed is gebouwd omstreeks 3400 voor Christus en is dus zo’n 5400 jaar oud. Met zijn 9 dekstenen, 28 draagstenen, 5 poortzijstenen en 2 kransstenen en een lengte van ruim 22 meter is dit het grootste hunebed van Nederland. De stopstenen, de stenen die de openingen tussen de grote stenen opvulden en het zand waarmee het hunebed bedekt is geweest, zijn in de loop der jaren verdwenen. Alle hunebedden hebben een eigen nummer. Ze zijn genummerd van noord naar zuid. In Drenthe vind je D1 tot en met D54. Nummer D48 bleek achteraf toch geen hunebed te zijn en nummer D33 is ooit afgebroken. Wist je dat er ook een Gronings hunebed bestaat? Hunebed G1 ligt ten zuidwesten van Noordlaren. De Drentse hunebedden staan bijna allemaal aan de N34, die daarom tegenwoordig de ‘Hunebed Highway’ wordt genoemd. Doet dat je niet denken aan ‘Route 66’, de historische autoweg in de U.S.? De site van onze H.H. laat weten dat het geweldig leuk is om alle hunebedden op te zoeken, maar pas op, ‘want na te veel hunebedden begint toch echt de hunebedden moeheid toe te slaan en kun je geen kei meer zien!’ Kennen wij ook niet een vergelijkbare uitspraak in ons gezin? De meeste hunebedden hebben gewoon een nummer als naam. Er bestaan enkele uitzonderingen, n.l. de Papeloze kerk (D49), de Eexter grafkelder of de Stemberg (D13), de Stainbarg (G1) en de Huneborg (D3 + D4). 

Restant van een oude ‘vorstheuvel’ (RK)

We lopen om Borger heen richting het Hunzedal. Toen het landijs zich, eeuwen geleden, steeds verder terugtrok in de richting van het tegenwoordige Oost-Groningen, werd het oerstroomdal van de Hunze gevormd. Het smeltwater van de ijsmassa zorgde voor een smelwaterdal aan de oostkant van de Hondsrug van minstens 50 meter diep en enkele kilometers breed, wat later grotendeels werd opgevuld door inwaaiend zand. Door stijging van de temperatuur en stagnatie van het water begon hier veenvorming op gang te komen. Het gebied werd vanaf de 17e eeuw afgegraven voor de turfwinning. In die tijd was de Hunze een belangrijke vaarweg, waarlangs de turf kon worden vervoerd vanuit het veengebied naar de stad Groningen.

Het is weer mooi om ons heen. We lopen langs smalle overgroeide bospaadjes om uit te komen op nieuwe heidevelden. Ook hier volgen we een slingerpaadje totdat we bij een pingoruïne aankomen. Dit is een hele grote!! Een oude ‘vorstheuvel’ (pingo) is gesmolten waardoor een komvormige ruimte is achtergebleven omringd door een aarden wal ontstaan doordat de ijspegel de omringende aarde omhoog drukte, die vervolgens naar de voet van de heuvel gleed. We lopen er dwars doorheen, het gaat tenslotte om het ontdekken van nieuwe dingen, het avontuur. Avontuur betekent hier niet de extreme uitdaging of die enorme inspanning, het heeft meer te maken met je ‘mindset’, je mentale houding, waardoor je het avontuur ook in de kleine, onverwachte dingen kunt ontdekken.

Een veld vol bloemen (RK)

Onze laatste kilometers van vandaag voeren ons langs een veld met goudsbloemen die prachtig in bloei staan. De mais goudsbloem (coleostephus myconis) kun je verwarren met de pot goudsbloem (calendula officinalis) die al eeuwenlang gebruikt wordt tegen allerlei huidaandoeningen vanwege de samentrekkende, ontstekingswerende, wondhelende en verzachtende eigenschappen. Waar wordt deze mais goudsbloem dan voor gebruikt? Alleen voor de sier of is het toch een variant van die andere goudsbloem? Ik kan het niet vinden, maar geniet wel van dit veld vol helder gele goudsbloemen. Een mooie afsluiting van 15 kilometers wandelen. Ook vandaag hebben we ons opnieuw verbaasd over de afwisseling in het ons omringende landschap en hebben we ons ‘verrijkt’ met de bijbehorende verhalen. Wanderlust ten top!