SEVILLA; de koekenpan van Europa (Spanje)

Sevilla heeft een bijzondere kleur (‘tiene un color especial’) zeggen ze in Spanje. Wij hebben deze bruisende stad een paar jaar geleden al uitgebreid te voet ontdekt en ervaren, dus kunnen we ons nu verheugen op een relaxte herontdekking met ‘nieuwe ogen’. Deze stad is naast alle bekende bezienswaardigheden immers ook de geboorteplaats van de traditionele flamenco en beroemd om zijn tapas. Vanwege de extreem hoge temperaturen in de zomer wordt de stad ook wel ‘de koekenpan van Europa’ genoemd. Sevilla is één van de warmste steden van Europa, Waar hebben we dat eerder gehoord? In de zomer kunnen de temperaturen oplopen tot zo’n 45 graden. De meeste inwoners trekken dan richting zee om daar verkoeling te zoeken.

Sevilla is trouwens een handels­haven ……… zonder zee. Eén van de meest verrassende weetjes over de stad is dat de handels­haven op 70 kilometer van de kust, aan de Guadalquivir rivier, ligt. In de 16e eeuw was het één van de belangrijkste havens ter wereld. Hier kwamen schepen vol goud, specerijen en exotische producten aan vanuit de ‘Nieuwe Wereld’. Omdat Sevilla niet direct aan zee ligt, konden alleen kleinere schepen de stad bereiken, maar dat hield de stad niet tegen om een centrale rol te spelen in de handel met Amerika. Zelfs nu is Sevilla’s haven nog steeds actief en de enige echte rivierhaven van Spanje, waar schepen tot 5.000 ton de stad kunnen binnenvaren en de eeuwenoude band met de zee levend te houden.

We logeren deze keer hartje centrum aan een pleintje vol sinaasappelbomen. Sevilla schijnt de meeste sinaasappelbomen ter wereld te hebben – naar schatting zo’n 50.000! Deze traditie gaat terug tot de tijd van Al-Andalus, de middeleeuwse moslimstaat alhier van 711 tot 1492. Ze geloofden dat het planten van een sinaasappelboom geluk bracht. Als bijkomend voordeel werden de vruchten gebruikt voor medicinale doeleinden. In de lente verspreiden de bloesems (azahar) een heerlijk zoete geur door de stad. Een nadeel is dat naar schatting 90% van de inwoners in meer of mindere mate hooikoorts heeft…..

We logeren aan een sfeervol pleintje (RK)

Daarnaast zijn al die miljoenen kilo’s sinaasappels veel te bitter om te eten. Ze worden gebruikt als veevoer, in cosmetica, voor marmelade en zelfs om elektriciteit op te wekken! Hoe dat precies in z’n werk gaat? Elektriciteit uit sinaasappels wordt opgewekt via vergisting van het sap, waarbij methaangas ontstaat voor biogas en elektriciteit. Een proefproject in Sevilla toonde aan dat 1000 kg sinaasappels 50 kWh aan stroom levert, wat genoeg is om vijf huishoudens per dag van energie te voorzien.

Een kilo sinaasappels telt ongeveer 3-8 vruchten, afhankelijk van de grootte en gezonde bomen leveren gemiddeld zo’n 200 – 350 sinaasappels per seizoen. Laten we eens uitgaan van 5 sinaasappels per kilo en 300 sinaasappels per boom (60 kilo per boom), dan leveren al die bomen, na vergisting, volgens een snel rekensommetje, samen zo’n 3.000 kWh op, toch genoeg voor 300 huishoudens……… Mits je er niets anders mee doet, natuurlijk. Over duurzame alternatieve energie gesproken ;).

Overal zie je sinaasappelbomen
De sinaasappel zijn veel te bitter om zo te eten

Om de grote kathedraal van Sevilla kun je niet heen. Merkwaardig is het om te horen dat deze kathedraal (evenals in andere grote steden) eeuwenlang het doelwit is geweest van een bijzondere vorm van graffiti. In het begin van de 19e eeuw zijn hier op de zijmuur rode anagrammen geschilderd door afgestudeerde studenten. Alleen degenen die zijn doctoraat behaalde, mocht zijn persoonlijke anagram voor de eeuwigheid op de kathedraal zetten als eerbetoon aan de wetenschap. Zou deze traditie nog steeds in ere worden gehouden?

Je anagram voor de eeuwigheid

Terwijl we langs de kathedraal en de Giralda toren (ooit een minaret) lopen, zien we opeens een groepje vrouwen die met elkaar op de foto gaan in hun flamenco outfit. Iedereen om ons heen stopt en haalt zijn of haar telefoon tevoorschijn. De dames verblikken of verblozen niet door alle aandacht. Sterker nog, we worden getrakteerd op een spontane gracieuze demonstratie van enkele dames. Het wordt opeens erg dringen geblazen om de groep goed te fotograferen, hahaha.

Zomaar op straat

Behalve de kathedraal is Sevilla ook een stad vol prachtige paleizen en herenhuizen, waarvan Casa de Salinas, een privé paleis, er eentje is die we nog niet eerder hebben gezien. Het is een ‘hidden gem’, aan de buitenkant haast onopvallend in het straatbeeld, maar van binnen vol rustige patio’s, prachtige mozaïeken en zuilengalerijen. Extra bijzonder is dat het geen doorsnee museum is, maar een echte woonplek. Casa de Salinas werd gebouwd in de 16e eeuw, een tijd waarin veel rijke families in Sevilla grote herenhuizen lieten bouwen rond mooie binnenplaatsen. De prachtige binnenplaats van Casa de Salinas werd in de tweede helft van de 16e eeuw regelmatig gebruikt voor premières van toneelstukken.

De binnenplaats als decor

Het huis kent een lange, bewogen geschiedenis. Ooit stond het bekend als Casa de Jaén, genoemd naar de eerste eigenaar: Baltasar Jaén. In die tijd maakte het huis deel uit van een chique buurt vol invloedrijke families. Nadat vele erfgenamen van Baltasar Jaén hier hebben gewoond, hield het landgoed Jaén in 1843 uiteindelijk op. Het huis had ondertussen al heel wat meegemaakt. In de vroege 19e eeuw werd het bezet door Napoleontische troepen, later diende het als woonhuis, drukkerij, school en zelfs internaat. Ook had op een gegeven moment een vrijmetselaarsloge, bestaande uit leden van de Sevilliaanse elite, het huis in gebruik. Bij hun vertrek lieten ze niet alleen geruchten achter over duistere rituelen en begraven lichamen, maar ook ging er een verhaal rond dat er ergens in het huis een geheime schat lag. Vele mensen gingen vervolgens overal gaten in muren en vloeren boren, totdat ze per ongeluk een oude septic tank doorbraken… met alle gevolgen van dien. Pas in 1930 kwam er een beetje rust in het huis, toen het herenhuis eigendom werd van de familie Salinas. Sindsdien is het tot aan de dag van vandaag in handen van deze familie, die het pand meerdere malen gerestaureerd heeft, waardoor de originele 16e-eeuwse elementen weer tot leven zijn gewekt.

Veel oorspronkelijke details
Spel van licht en donker (RK)

De muren zijn bedekt met tegels gemaakt in Triana. Wanneer je de tweede patio betreedt zie je een prachtig mozaïek uit de 2e eeuw, gewijd aan Bacchus, welke afkomstig is van de archeologische opgravingen van de Romeinse stad Itálica.

Tegels uit Triana (RK)
Mozaïek van Bacchus

We lopen vol verwondering rond, terwijl we luisteren naar de verhalen op onze koptelefoontjes. Het lijkt alsof de tijd hier even heeft stilgestaan! De met de hand beschilderde tegels, houten plafonds met prachtige patronen, balkons en elegante zuilen, alles vertelt iets over de tijd waarin het gemaakt is. Kleuren en vormen zijn met zorg uitgekozen zodat alles perfect met elkaar matcht. Sommige kamers zijn ingericht alsof je zo even kunt aanschuiven aan tafel. Dat is eigenlijk ook zo, want al die kamers worden na de openingstijden voor bezoekers gewoon weer door de familie gebruikt.

Alsof je zo kunt aanschuiven……. (RK)

Overal in Sevilla zie je een bijzonder stadslogo. Je ziet het woord ‘NO8DO’ op putdeksels, op gevels van gebouwen, de stoep, op vlaggen etc. De 8 in het midden is een knot wol (in het Spaans madeja) en dus staat er ‘NO MADEJA DO’, dat wil zeggen; no me ha dejado. De betekenis is: ‘zij/hij heeft me niet verlaten’, maar het is niet helemaal duidelijk waar deze tekst oorspronkelijk vandaan komt. NO-DO werd ook in andere religieuze Europese steden gebruikt in de Middeleeuwen. Het zijn de eerste letters van Nomine Domine, te vertalen als ‘in de naam van God.’ Het 8 teken zou dan staan voor ‘nodus’ of knoop, in dit geval een symbool van loyaliteit. Je hoort vaak dat de Sevillianen geloven dat het staat voor de trouwheid van hun stad aan Koning Alfonso X, de Wijze, toen deze in de 13e eeuw in oorlog was met zijn zoon Sancho. Sancho gaf toen toestemming om deze tekens te gebruiken als eer aan zijn vader Alfonso, omdat Sevilla hem als koning trouw bleef.

Het stadslogo (foto internet)

We horen dat er meer lokale legendes verbonden zijn aan Sevilla. Misschien wel de bekendste is die van Don Juan, een beruchte rokkenjager en een ‘vrije geest’. Hoewel de historische juistheid van deze figuur omstreden is, houdt het verhaal over zijn heldendaden en zijn uiteindelijke lot het publiek al eeuwenlang bezig. Zeg nou zelf: wie kent hem niet? Legendes van een betoverde tuin en een Moorse prinses spelen zich logischerwijs af in en rondom het Alcázar Paleis. Er wordt gezegd dat er in het paleis een betoverde tuin verborgen ligt, een geheim paradijs vol exotische planten, geurige bloemen en een glinsterende fontein. Alleen mensen met een zuiver hart en een ware liefde voor de natuur kunnen dit verborgen juweeltje ontdekken. We hebben het paleis tijdens onze vorige trip uitgebreid bezocht, maar helaas……. De Moorse prinses was verliefd geworden op een christelijke ridder. Toen hun verboden liefde werd ontdekt, moest de prinses de stad ontvluchten. Ze zwoer echter op een dag terug te zullen keren om zich met haar geliefde te herenigen. Sommigen geloven dat de geest van de prinses nog steeds rondwaart in het paleis van Alcázar, op zoek naar haar verloren liefde. Grappig om je te realiseren dat legendes vaak gebaseerd zijn op een (kleine) historische kern die in de loop der tijd is aangedikt met fantasie elementen. Veel van deze legendes hebben een dramatische, mysterieuze of soms trieste wending, terwijl anderen juist inspirerend, wonderbaarlijk of zelfs triomfantelijk zijn. Keuze genoeg!

Verwondering vind je overal (RK)

Het is inmiddels lekker buiten; fris met een beetje zon en een temperatuur van net boven de 20 graden C. Prima weer om ‘een terras te pakken’. Dat is geen probleem, want je vindt op elke hoek wel een sfeervol barretje of restaurant.

Salud!

Ons wordt aangeraden om de ‘Mercado de Triana’, een overdekte markthal in de wijk Triana, te bezoeken. Dat klinkt aantrekkelijk. Pas bij de Trianabrug realiseren we ons dat we hier de vorige keer ook geweest zijn. Niet erg, hoewel we ook deze keer niet erg onder de indruk zijn van de markt zelf. Zijn we al te verwend geraakt?

Net over de Triana brug vlakbij de markt

De wijk Triana is zeker leuk om nog eens door te lopen. Volgens de mythologie is deze wijk gesticht door Astarte, de godin van de vruchtbaarheid. Toen Hercules (zoon van oppergod Zeus en een halfgod met bovenmenselijke kracht en moed) achter Astarte aanzat, vluchtte zij naar de oevers van de Guadalquivir rivier en zo ontstond de wijk Triana. Hoe het ook zij, het resultaat was (en is) een levendige volkswijk, een authentieke (zigeuner)wijk met kleine straatjes die ook wel werd beschouwd als ‘de andere kant’. Vroeger zeiden mensen uit Triana die de brug overgingen naar het centrum zelfs dat ze ‘naar Sevilla’ gingen. De Trianeros beschouwen Triana nog steeds als los van Sevilla. Van oudsher lag Triana centraal ten opzichte van alle belangrijke (water)wegen van de stad en was de handelswijk beroemd om zijn typische Azulejos tegels en aardewerk. De Azulejos zijn keramiektegels met een typisch blauwe beschildering. Door de ligging had de wijk regelmatig te maken met overstromingen, want er waren geen dijken om het water tegen te houden. In de tweede helft van de 20e eeuw is de Guadalquivir rivier aangepast en sindsdien zijn er gelukkig geen overstromingen meer geweest.

Samlle straatjes (RK)

Sevilla was een heerlijke afsluiting van ons Moorse rondje. Wat hebben we veel gezien, geproefd en zelfs een beetje gewinkeld. Al zijn het dan vooral lekkere olijfoliën voor thuis. De Spaanse olijfolie, de basis van de mediterrane keuken, wordt tenslotte niet voor niets ‘de gouden nectar’ genoemd.

Sfeervolle winkelstraten

Natuurlijk hebben we ook weer gegeten bij ‘El Pasaje’, een restaurantje wat we ons nog bijgebleven is van de vorige keer en dat ook deze keer haar reputatie (voor ons) weer waarmaakt. We worden zelfs herkend, hetgeen goed is voor een traktatie in de vorm van een speciaal lokaal dessertwijntje.

Granada – de parel van Andalusië (Spanje)

Deze Andalusische stad aan de voet van de Sierra Nevada is gevormd door verschillende culturen en zit vol opmerkelijke weetjes die veel verder gaan dan alleen het beroemde Alhambra. Zo was Granada in de 14e eeuw de grootste stad van Europa. Niet Londen, Parijs of Rome maar Granada had in die tijd de meeste inwoners. De stad bruiste van het leven met twee grote moskeeën: één op het Alhambra (het nu beroemde paleis- en fortcomplex) en een ander in het stadscentrum. Deze bloeitijd viel samen met het hoogtepunt van de Nasridische dynastie, de laatste Arabische islamitische dynastie die van 1237 tot 1492 over Granada heerste. Dat klinkt veelbelovend!

Hoewel de weersvoorspellingen nog niet veel beter zijn, proberen we onze tijd goed te gebruiken. We beginnen onze verkenning met de ‘Catedral de Granada’. Deze indrukwekkende kathedraal kent een bouwtijd van meer dan 180 jaar. Dit is een project geweest waarvan zelfs de achterkleinkinderen van de oorspronkelijke bouwers de voltooiing niet meer hebben meegemaakt! Dit imposante gebouw van 115 meter lang en 67 meter breed (ongeveer de grooste in Europa) werd gebouwd nadat de Arabieren in 1492 waren verslagen door de legers van Ferdinand II van Aragon. De moskee die er stond, werd met de grond gelijk gemaakt als symbool van het christelijke overwicht. De bouw werd pas in 1704 afgerond, dwars door de heerschappij van verschillende koningen, architecten en bouwstijlen heen. Er wordt zelfs verteld dat één van de architecten letterlijk stierf van uitputting door het toezicht op de bouw. Het resultaat is een mix van stijlen; van gotiek tot renaissance en barok. Ondanks zijn grootsheid mist de kathedraal een toren. Door geldgebrek en structurele twijfels werd er uiteindelijk maar één van de twee geplande torens gebouwd. Zelfs 180 jaar waren niet genoeg om het oorspronkelijke plan volledig uit te voeren ;).

Capilla mayor

De kathedraal is gewijd aan de Maagd van de Incarnatie, een verwijzing naar Maria, want ‘zij belichaamt de menswording (incarnatie) van God en wordt vereerd als een zuiver, nederig model van geloof’. Eén van de belangrijkste trekpleisters zijn de vijftien kapellen, waarvan de Capilla Mayor het absolute hoogtepunt is. Wat een pracht en praal. Ook kun je niet om de twee grote vergulde 18e eeuwse orgels heen. Twee orgels om een groots en ruimtelijk stereofonisch geluidseffect te creëren tijdens christelijke vieringen. De gedachte is dat deze opstelling, met een ‘Epistel-orgel’ en een ‘Evangelie-orgel’ tegenover elkaar, de muzikale ervaring in de grote ruimte versterkt. Wij kunnen het geluid niet beoordelen, maar kijken wel vol verwondering naar de overdaad om ons heen.

Gewijd aan Maria
Beide orgels tegenover elkaar

Vragen als ‘hoe konden zij in die vroegere arme tijden de bouw van zulke majestueuze kathedralen bekostigen?’ en ‘waarom laten die kerken zo’n grote weelde zien?’ komen haast ongewild naar boven. Naar blijkt ‘verdiende’ de kerk het geld hiervoor grotendeels met de verkoop van zogenaamde aflaten, een soort kwijtscheldingen. In de 11e eeuw bedachten ze dat niet alle zondaars onherroepelijk voor eeuwig en altijd in de hel hoefden te eindigen, maar dat er ook een soort doorgangshuis bestond; het vagevuur. Zondaars die het niet al te bont hadden gemaakt, werden daar ‘gezuiverd’ voordat ze alsnog de hemel in mochten. Hoelang ze moesten branden, hing af van de ernst van hun zonden. Bovendien konden ze hun verblijf bekorten door schenkingen aan de kerk te doen. In ruil daarvoor ontvingen ze aflaten, die meestal werden uitgedrukt in het aantal dagen of jaren waarmee hun vagevuur straf werd bekort. Gaandeweg werd een godsdienstig doel steeds minder belangrijk en kwam er een directe band tussen geldsom en aflaat. Aflaten waren gewoon bij de kerk te koop en werden gretig verhandeld, waarbij het om enorme bedragen ging. Tussen 1480 en 1520 was zeker twee derde van de bouwgelden daaruit afkomstig.

Naast bidden en missen had de kathedraal nog een doel, namelijk als grafkapel. De Capilla Real is gebouwd in opdracht van koningspaar Isabel en Ferdinand om als grafkerk te dienen voor henzelf en hun opvolgers. De preekstoel in de ruimte had als voornaamste doel om diplomaten en adellijken te kunnen toespreken. Daarom staat de preekstoel tegenover de zetel van de koning, terwijl de praalgraven van Isabel en Ferdinand tussen de banken voor de diplomaten en de preekstoel staan. Zo konden de diplomaten niet zien, welke aanwijzingen de koningen aan de predikant gaf……

Verboden te fotograferen, vandaar een foto van het internet

Via Plaza de Bib-Rambla, het centrale plein in het winkelgebied en centrum van Granada, gaan we met een klein busje naar het Alhambra, het ‘achtste wereldwonder’ volgens de Spanjaarden. Het is een prachtig middeleeuws paleis- en fortcomplex en staat bekend om zijn Moorse architectuur, mooie tuinen en als ‘rood kasteel’ (Al-Hambra). Het ontwerp dat voor Alhambra werd gemaakt had oorspronkelijk zes paleizen, talloze badhuizen, twee torens en een irrigatiesysteem genaamd ‘acequias’, dat de afhankelijkheid van de opvang van regenwater wegnam. De belangrijkste onderdelen van het Alhambra anno nu zijn: de Nasiridische paleizen (van de laatste Arabische, islamitische dynastie), de Generalife (het zomerpaleis met grote, prachtige tuinen en waterpartijen), het Alcazaba (een militaire vesting met torens met een panoramisch uitzicht over Granada) en het paleis van Karel V wat later midden in het complex werd toegevoegd. Keizer Karel V trouwde in 1526 met Isabella van Portugal en bracht zijn wittebroodsweken door in de Nasiridische paleizen van het Alhambra. Hij bedacht toen dat hij zich hier wilde vestigen en gaf opdracht om ter plekke een eigen paleis voor hem te bouwen. Volgens sommigen doet dat paleis afbreuk aan de uitstraling, maar gedane zaken……. Jaarlijks bezoeken toch ongeveer 2,5 miljoen mensen deze eeuwenoude fortificatie. Wil je echter, zoals wij, op de bonnefooi het complete Alhambra met de paleizen zien, dan is de kans heel erg groot dat het uitverkocht is. Vooraf via internet reserveren, waarbij je een vaste toegangstijd krijgt voor de Nasridische paleizen, is een must. Jammer, maar gelukkig kunnen we nog wel terecht in het Alcazaba en de Generalife.

Verdedigingsfort

Waar de Alcazaba het oudste deel is met robuuste torens, dikke muren en smalle doorgangen kenmerkend voor een militair fort, werd het zomerpaleis gebruikt als plek om uit te rusten en tot rust te komen buiten de drukte van het hofleven. Wat de Generalife zo bijzonder maakt, is de combinatie van architectuur en tuinen. Anders dan de paleizen in het hoofdcomplex was dit geen plek voor officiële ontvangsten of staatszaken, maar een rustoord waar de heersers zich konden terugtrekken. De ligging net buiten de versterkte muren van het Alhambra gaf de Generalife een eigen sfeer: minder formeel, meer gericht op ontspanning en het genieten van het landschap. Het hart van de Generalife wordt gevormd door de ‘Patio de la Acequia’, een langgerekte binnenplaats met een smal kanaal dat van begin tot eind doorloopt. Dit is een van de bekendste plekken binnen het Alhambra waar de combinatie van water, beplanting en symmetrische vormen goed laat zien hoe belangrijk rust en balans waren voor de Nasridische heersers. Rondom deze patio vind je verschillende kamers en galerijen die vroeger dienst deden als privévertrekken en plekken om te schuilen tegen de hitte.

Het hart van de Generalife

Vanaf de bovenste gedeelten kijk je uit over het Alhambra en de stad Granada. Deze uitzichten maken duidelijk waarom dit zomerpaleis juist hier werd aangelegd: dicht bij het hof, maar ver genoeg om afstand te nemen van de drukte en de hitte van het dagelijkse bestuur. Heel bijzonder! We hebben vast wat gemist met de paleizen, maar de tuinen maakte veel goed, helemaal omdat de regen even verstek liet gaan om plaats te maken voor een (waterig) zonnetje.

Uitkijkje van de Generalife over de stad Granada
Je blijft je verbazen ……..

Op de heuvel tegenover het Alhambra ligt de oude Arabische wijk El Albaicín. In de 13e eeuw was het een welvarende wijk met de nodige paleizen en een doolhof van smalle straatjes en pleinen in combinatie met veel witgekalkte huizen. Na de verovering (van Granada) in 1492 door de katholieke koningen werden in deze wijk, zoals overal, de oorspronkelijke moskeeën afgebroken en vervangen door kerken. De wijk is het beste te voet te verkennen aangezien de straatjes steeds smaller worden. Het is een hele klim naar boven, maar zo krijg je wel verreweg de beste indruk van deze bijzondere plek. Dat klinkt natuurlijk heel aantrekkelijk, maar het regent (nog) steeds zo hevig dat we besluiten om in plaats daarvan een flamenco dans te bezoeken in de ernaast gelegen wijk Sacromonte.

De smalle straatjes van El Albaicin (RK)

In de 15e eeuw vestigde zich hier een grote groep Spaanse zigeuners, de gitano’s. De zigeuners maakten hun woningen door stukken uit de heuvel te hakken. Dit leidde tot de typische grotwoningen waar de wijk nu om bekend staat. De grotwoningen hebben vaak slechts twee of drie kamers. In dezelfde eeuw kreeg de heuvel (Valparaiso) de status als heilige berg, omdat ze dachten in grotten van de heuvel restanten aan te treffen van de patroonheilige van de stad, San Cecilio. De letterlijke betekenis van Sacromonte is dan ook heilige berg. Deze gitano’s stonden niet alleen bekend om hun typische grotwoningen, maar ook om de flamenco. De zigeuners van Granada kennen zelfs hun eigen vorm van flamenco, de zambra mora, een combinatie van de traditioneel Spaanse flamenco en de sensuele Arabische buikdans. Toeristisch en een belevenis die we toch niet mogen missen?

Zo betreden wij nieuwsgierig een traditionele (kleine) grotwoning (een tablao; bar met show) en zitten we even later met onze voeten praktisch op de dansvloer. Dichterbij kan bijna niet! Dit belooft een intieme, intensieve ervaring te worden. We ontdekken dat een show uit ‘live gitaar, gepassioneerde zang (cante jondo) en expressieve dans’ bestaat.
 Een diepgewortelde traditie, gekenmerkt door krachtige emoties, snel voetenwerk en een directe verbinding tussen artiesten en publiek. Mijn buurvrouw is een Spaanse woonachtig op de Canarische eilanden, die praktisch geen woord Engels spreekt (mijn Spaans is ook niet geweldig), maar ze maakt mij met handen en voeten en veel expressie duidelijk dat ze hier is met vele vrouwelijke familieleden en dat deze show het echte werk is. De artiesten hebben er zin in en zwepen elkaar op tot grote(re) hoogten. Met de toegift gaat het publiek los. Dit lied kent iedere Spanjaard kennelijk. Wij kijken verbaasd om ons heen en joelen mee waar we kunnen invallen. Inderdaad een ervaring!

Expressieve dans (RK)
Snel voetenwerk (RK)

Op de terugweg stoppen we nog even bij ‘het mooiste plein van de stad’, het Plaza de San Nicolás in Albaicín. Vanaf hier heb je namelijk een geweldig uitzicht op het Alhambra en op, als je ze tenminste kunt zien, de besneeuwde toppen van de Sierra Nevada. Dit is het Mirador San Nicolás en hier maak je de foto die op vrijwel elke ansichtkaart van Granada staat. Dat is tenslotte niet voor niets, denk ik dan maar. Prachtig, ondanks de gestage drup die het uitzicht wat versluiert.

Alhambra vanaf het uitkijkpunt
Zelfs het plein is mooi betegeld (RK)

We wagen ons ook aan een tapas tour, de ‘ultieme manier om de stad te ervaren, aangezien je bij elk drankje een gratis tapa krijgt’. Dat hebben wij ook al diverse keren ervaren. Net als in de rest van Spanje zijn tapas ook hier enorm populair. Het grote voordeel van een studentenstad als Granada is de traditie dat je een gratis tapa krijgt bij elk drankje en vaak een andere tapa bij een tweede drankje. Tussen de verschillende bars is het ook vaak een wedstrijd om de klant met de beste tapas te winnen. Hoe bijzonder ook, wij willen graag meer informatie over de tapas en alles wat daarbij komt kijken. Het hoe, waar, wat en waarom als het ware.

Onze Amerikaanse gids Bruce weet hier wel raad mee. Hij woont alweer een aantal jaren met zijn Spaans partner in deze stad en vindt het heerlijk om andere buitenlanders mee op sleeptouw te nemen om verhalen en anekdotes te vertellen onder het genot van. Zo vertelt hij over één van de typische gerechten van Granada: de Sacromonte omelet. De échte omelet wordt gemaakt met gekookte kalfshersenen en testikels van een stier, allemaal gesneden, gebakken en uiteindelijk gemengd met opgeklopte eieren. Wijselijk heeft Bruce dit vandaag niet op het menu staan bij één van de vijf cafeetjes waar wij aanschuiven of is dit toch een gemiste kans? Ik weet niet eens precies meer wat we allemaal geproefd hebben, wel dat elk cafe ook nog een glas wijn voor ons erbij serveerde. Zelfs met halve glazen of soms eentje overslaan, werd de stemming onderling steeds gezelliger. Een leuke groep, vol ervaringen, interesses en de bijbehorende verhalen.

De beroemde Trevélez-ham, een van de sterproducten van Granada (foto internet)

Bruce vertelt ons tot besluit nog een leuk weetje over de naam van de stad. Granada stamt af van het Spaanse woord voor granaatappel. De granaatappel was een symbolische vrucht in de Islamitische cultuur en wordt geassocieerd met vruchtbaarheid, leven en overvloed. Volgens de legende koos de stichter van Granada, de Berberse koning Alhamar, deze naam voor de stad vanwege de overvloed aan granaatappelbomen in de omgeving. Over Moorse invloeden gesproken!

We hebben dan misschien andere dingen gedaan vanwege de regen, maar hebben wel het gevoel dat we Granada (een beetje) hebben leren kennen.

Córdoba – de braadpan van Andalusië (Spanje)

Een bijnaam als ‘de braadpan van Andalusië’ heb je natuurlijk niet voor niets. In Córdoba worden de warmste temperaturen van heel Europa gemeten. Vanaf juli is het vier maanden lang tropisch heet, waarbij 40 graden Celsius geregeld gehaald wordt met zelfs recordtemperaturen rond of net iets boven de 45 graden. Logisch dus dat dan het tempo van het leven over het algemeen laag ligt en een siësta halverwege de middag eigenlijk helemaal geen luxe is.

Wij hebben gekozen voor de milde winter en hopen te ontsnappen aan de ijzel omstandigheden in het noorden van ons eigen land. Helaas is het weer niet te voorspellen en hebben Spanje en Portugal nu te maken met noodweer door storm Leonardo. Op 5 februari zijn de hevige regenbuien nog niet voorbij en ook op de dagen daarna wordt weer zware regenval verwacht. De Volkskrant schrijft: ‘Vooral de zuidelijke regio Andalusië is flink getroffen door storm Leonardo. In totaal zijn zevenduizend mensen geëvacueerd. Het verkeer ligt goeddeels stil: meer dan 140 wegen zijn afgesloten en meerdere treinen rijden niet. Een deel van de scholen bleef dicht. De waterstand van de Andalusische rivier Guadalquivir is extreem hoog en in Córdoba vrezen autoriteiten dat de rivier zal overstromen.’ 

Zoals wij het zien (RK)

Wij komen in de stromende regen in Córdoba aan. Gelukkig heeft ons hotelletje midden in het oude gedeelte van de stad een garage naast de deur. Ingecheckt en wel besluiten we om direct de directe omgeving te gaan verkennen. Onze eerste aanschaf is, heel toepasselijk, een paraplu om vooral alle extra’s, zoals een camera, een beetje droog te houden.

De eerste aankoop is een noodzakelijke paraplu (IK)
Het is meteen duidelijk wat je hier kunt kopen 😉 (IK)

We logeren vlakbij de indrukwekkende Romeinse brug, de Puente Romano de Córdoba. Dit is een eeuwenoude stenen brug uit de 1e eeuw voor Christus en (mede) daardoor één van de beroemdste Romeinse bruggen van Spanje. Grappig weetje is dat deze brug te zien is in de serie Game of Thrones als de brug van Volantis, één van de belangrijkste steden op het vasteland van Essos. Zowel in de serie als hier ter plekke kun je vanaf de brug genieten van prachtige uitzichten op de Guadalquivir rivier (de naam ‘Guadalquivir’ komt uit het Arabisch; ‘Al-wadi al-kabir’ betekent ‘de grote rivier’) en op het historische centrum van Córdoba. Dit is niet zomaar een brug. Deze Romeinse brug is één van de weinige monumenten uit de Romeinse tijd die bijna helemaal intact is gebleven en al meer dan 2.000 jaar dienstdoet als oversteek. Dezelfde stenen waar wij nu overheen lopen, zijn ooit betreden door Romeinse keizers, Arabische kaliefen en christelijke koningen. Uit Córdoba kwamen b.v. twee Romeinse keizers, t.w. Trajanus en Hadrianus, de Romeinse dichter Lucanus en de beroemde Romeinse stoïcijnse filosoof Seneca. Het stoïcisme is een eeuwenoude Griekse filosofie die innerlijke rust, deugdzaamheid en rationeel denken centraal stelt. Dan had je ook nog de filosoof Averroës, die in de twaalfde eeuw de ideeën van Aristoteles in overeenstemming probeerde te brengen met de leer van de islam. Het is een gegeven dat de traditie van grote denkers hier eeuwenlang is blijven bestaan, waardoor Córdoba een echt intellectueel centrum van de oude wereld is geweest.

Vanaf de brug is de ‘wildheid’ van de rivier goed te zien (IK)

Wij lopen rustig over de brug, terwijl we regelmatig even stilstaan om over de leuning naar de onstuimige rivier te kijken. We zijn niet de enigen. Veel lokalen doen hetzelfde, zo’n wild stromende rivier en zulk hoog water zien ze hier ook niet elke dag. Aan de overkant zie je de Torre de la Calahorra, die vroeger als toegangspoort en verdediging diende. Ongeveer halverwege de brug zien we een standbeeld van San Rafael, gebouwd in 1651. San Rafael ((beschermheilige van o.a.reizigers, blinden, gelukkige ontmoetingen) wordt gezien als de beschermengel van Córdoba. Rondom het beeld staan kaarsen. Het verhaal gaat dat de kaarsen een teken van zegening zijn voor de reizigers die naar Córdoba komen of de stad juist weer verlaten. Het is niet meer dan logisch dat we op de terugweg over de brug naar de stad toe de stadspoort, Puerta del Puente, uit de 16e eeuw duidelijk kunnen zien. De poort wordt ook wel de Arc de Triomphe van Cordoba genoemd. Het is één van de drie nog overgebleven oude stadspoorten uit de stadsmuren van Córdoba. In 1912 heeft Alfonso XIII de omliggende stadsmuren verwijderd en sinds 1928 is de Puerta del Puente omgevormd tot een historische gedenkpoort.

In de verte de Torre mysterieus in het donker (RK)
San Rafael, de beschermengel van de stad (RK)
De stadspoort is indrukwekkend (IK)

Sinds 1931 is de stadspoort, samen met de brug en het verdedigingswerk aan de andere kant, uitgeroepen tot ‘Bien de Interés Cultural’ in de categorie monumenten. Het geheel maakt ook deel uit van het historische centrum van Córdoba, dat in 1984 tot Unesco werelderfgoed werd verklaard.

Inmiddels zijn we werkelijk doorweekt en is het de hoogste tijd voor ‘una copa de vino y una tapa’, want volgens ons boekje is dat een van de leukste dingen om te doen terwijl je van het lokale leven om je heen geniet. Tapas eet je eigenlijk als een snack en niet als een maaltijd. Toch kun je vaak op basis van tapas wel een menu samenstellen, een leuke manier om zoveel mogelijk verschillende gerechten te leren kennen. De bekendste tapa hier is wel Rabo de Toro, een stoofpot die vroeger werd gemaakt van de staart van de stier…..hoewel de staart vandaag de dag lang niet altijd deel uitmaakt van het gerecht. Wij gaan echter voor een ander, hier zeer bekend en geliefd, gerecht: Salmorejo Cordobés. Ik lees: ‘dit eenvoudige maar voortreffelijke gerecht vangt de essentie van Córdoba’s culinaire traditie. Het mengt de levendige smaken van rijpe tomaten, rijke extra vierge olijfolie, een vleugje knoflook en een snufje zout tot een perfect gladde, gekoelde lekkernij.’ De moeite van het proberen zeker waard!

Salmorejo in de hoofdrol (IK)

Dit gerecht ontstond ooit als een slimme manier om oud brood te gebruiken dat overbleef door dit te mengen met basisproducten uit de Andalusische voorraadkast: knoflook, azijn, olijfolie en zout. In de oorspronkelijke vorm was het een soort dikke pasta zonder tomaat. In feite werd de tomaat pas in de loop van de 18e eeuw toegevoegd. Achter die kom met brood en tomaat schuilt dus een recept met een eeuwenoude traditie dat van generatie op generatie is doorgegeven, zich heeft aangepast, opnieuw is uitgevonden en de wereld, buiten Andalusië, heeft veroverd. In Córdoba nemen ze salmorejo serieus. Zozeer zelfs dat er een gastronomische broederschap bestaat die exclusief aan dit recept is gewijd. Ze organiseren wedstrijden, proeverijen, samenwerkingen met kookscholen en zelfs een jaarlijkse viering van de ‘Dag van de Salmorejo’. Lopend door de stad kun je in de Joodse wijk (Judería de Córdoba) zelfs een klein straatje ontdekken: de Calleja del Salmorejo Cordobés, waar je een tegel met het originele recept van de salmorejo op de muur kunt vinden. We gaan de komende dagen nog vaker van dit gerecht genieten!

Weer enigszins droog gaan we verder op stap door het historische centrum, dat één van de grootste oude binnensteden van Europa blijkt te zijn. In het jaar 711 werd Córdoba bezet door de Moren en in 756 werd de stad de hoofdstad van Emiraat van Córdoba. Een emiraat is een gebied  dat onder het bestuur van een emir,een Arabische prins, vorst of leider, valt. Hiermee werd Córdoba eigenlijk meteen de machtigste stad van het Moorse rijk Al-Andalus dat vrijwel heel het Iberisch schiereiland besloeg en zelfs een stukje in het zuiden van het tegenwoordige Frankrijk. We lopen door smalle straatjes die kronkelen tussen witgekalkte huizen, kleine pleintjes en verborgen binnenplaatsen. In de Patio’s, de binnentuinen, kun je het hele jaar genieten van kleurrijke bloemen en een authentieke sfeer met de geur van jasmijn en oranjebloesem in de lucht. Tenminste zo wordt het beschreven. De regen met de daarbij behorende kou maken hier op dit moment helaas een wat troosteloos geheel van, waardoor de gebruikelijke charme gewoon niet tot haar recht komt. Onze fantasie heeft moeite om het gebrek aan kleur, geur en rust in te vullen.

Smalle straatjes (IK)
Wind en regen is een lastige combinatie (RK)

Wel een echte bezienswaardigheid is de Mezquita of de Grote Moskee, die stamt uit de periode toen Córdoba één van de belangrijkste en rijkste steden ter wereld was. Voor Córdoba begon de periode van grootste roem in de 8e eeuw. Er werden toen ongeveer 300 moskeeën en ontelbare paleizen en openbare gebouwen gebouwd om te wedijveren met de pracht en praal van Constantinopel, Damascus en Baghdad.

Wij gaan de Mezquita bezoeken met een gids om meer te horen over de details en de betekenis van al het moois wat we gaan zien. De Mezquita is gebouwd op de fundamenten van een Romeinse tempel, waar bovenop later een kerk is gebouwd. Toen Córdoba door de Moren werd veroverd, ‘moest’ de bevolking de kerk aan hen verkopen, waarna het oorspronkelijke kerkgebouw werd gesloopt en werd begonnen met de bouw van een moskee. Als basis werden marmeren zuilen van nabijgelegen Romeinse villa’s gebruikt. Omdat deze te laag waren, werd hier een tweede boog bovenop aangebracht, waardoor de moskee zijn kenmerkende bouw kreeg. Destijds was de Mezquita de grootste moskee van Europa met 1200 zuilen en kon het plaats bieden aan 20.000 moskeegangers. Onze gids Rafa (van Rafael) vertelt vol passie over alle pracht en praal en bijzonderheden van deze moskee-kathedraal. Het ‘woud van bijna duizend zuilen’, die samen een spel van perspectieven creëren, wijst volgens het islamitische geloof naar het oneindige, waar Allah woont. Fascinerend. Vreemd daarentegen is dat de Mihrab, de nis die de gebedsrichting aangeeft, niet naar Mekka wijst, maar naar het zuiden. Over het waarom bestaan verschillende theorieën…….

Een ‘(palmen)bos van zuilen’ (RK)
Een spel van perspectief, een verwijzing naar het oneindige (IK)
De bovenkant van de Mihrab (IK)
De gebedsruimte in het grote geheel (foto internet)
De kapellen in het midden van de ruimte vallen op (IK)

De huidige klokkentoren was oorspronkelijk een minaret. Volgens Rafa bestaat de minaret nog steeds, de klokkentoren is er gewoon omheen gebouwd. Het binnenplein, de Patio de los Naranjos, is nu gewoon een rustig binnenplein omringd door sinaasappelbomen. Deze sinaasappels zijn, volgens onze gids, te bitter om zo te eten, ze worden vooral gebruikt om marmelade te maken. In de tijd van de kaliefen was dit echter een heel belangrijke plek. Het vormde het centrum van de islamitische gemeenschap, waar naast het gebed o.a. Arabisch onderwezen en rechtgesproken werd. Onder de sinaasappelbomen loopt een oud watersysteem dat is verbonden met oude putten die vroeger water leverden voor de rituele wasbeurten voor het gebed. Ingenieus.

Overal in de stad vind je trouwens sinaasappelbomen (IK)

Hoewel iedereen het over de ‘Mezquita’ heeft, werd het gebouw in 1239 officieel een kathedraal. De kathedraal is gebouwd in het hart van de Mezquita, waarbij 400 zuilen werden verwijderd. Hierna vonden (natuurlijk) nog de nodige uitbreidingen en verfraaiingen van de kathedraal plaats onder het bewind van Koning Ferdinand III van Castilië en keizer Karel V, al beweerde de laatste wel: ‘Jullie hebben vernietigd wat uniek was in de wereld en iets ervoor in de plaats gezet wat je overal kunt vinden!’ Dat is toch niet het geval ……. de moskee kathedraal zoals wij die vandaag zien, is een uniek gebouw (23.000 m2) met een mooie mengelmoes van zowel Moorse als katholieke invloeden in de Joodse wijk. 

De oude minaret zit in de klokkentoren (IK)

Córdoba stond vroeger sowieso bekend als stad waar verschillende religies naast elkaar leefde in de Joodse wijk. Nadat Córdoba in 711 was ingenomen door de moslims, gebruikten deze de joodse wijk als administratief centrum van de stad, waarop de joodse bevolking meer naar het noorden van de stad trok. In 1272 gaf Alfonso X de Wijze toestemming dat joden ook in andere wijken van de stad mochten wonen. Hierdoor ontstond een Joodse wijk dichtbij de moskee zoals die tot op de dag van vandaag nog bekend is. De joden en de moren leefde eeuwenlang vredig naast elkaar. De joden namen het Arabische geschrift over en andere typische Moorse gebruiken wat ervoor zorgde dat de joden in de tijd van de Moorse overheersing een goed leven hadden en hoge functies vervulden. Door een ommuurde afscheiding werden de joden beschermd tegen de christelijke agressie die er in die tijd heerste. Dat dan weer wel. 

In ere hersteld (IK)

De Synagoge van Córdoba (Sinagoga de Córdoba) in de wijk stamt uit 1315 en is één van de weinige overgebleven middeleeuwse synagogen van Spanje. De synagoge, gebouwd in mudéjarstijl (mengeling van moslim- en christelijke kunstvormen), bestaat o.a. uit een binnenplaats (toegankelijk vanaf de straat), een hal en een gebedsruimte. Aan de oostelijke kant van de hal is een trap die leidt naar de galerij van de vrouwen die uitkijkt op de gebedsruimte. Later is de synagoge omgevormd tot o.a. ziekenhuis en kapel voor het schoenmakersgilde. In de 19e eeuw werd het als nationaal monument weer gerestaureerd als de oorspronkelijke synagoge.

In de synagoge mooi versierde muren (IK)

Als laatste wil ik het Plaza de la Corredera nog benoemen, ook bekend als het Romeinse centrum.  Een typische ‘plaza’: mooi groot en rechthoekig en het enige in zijn soort in Andalusië! Net als veel van deze pleinen zijn ook hier ooit stierengevechten, verbrandingen en diverse festiviteiten gehouden.

De plaza ligt er vandaag verlaten bij (IK)

Door de regen geen terrasjes vandaag, maar we lopen wel snel even binnen in de overdekte markt om ons te verlekkeren aan de verschillende verse olijven! Ondanks alle regen was Córdoba een fantastische ervaring!

DESCUBRE SEVILLA – ontdek Sevilla (Spanje)

Nu we de twee absolute hoogtepunten uitgebreid hebben bekeken en bewonderd, hebben we vandaag de tijd voor de rest van de stad. We gaan voor de ‘lange wandeling’ die ons vooral door de wijken Santa Cruz en Triana zal voeren.

Mediterrane kleuren (RK)

Santa Cruz is de oude Joodse wijk in het centrum waarin ook het paleis en de kathedraal liggen. Sevilla had vroeger de grootste Joodse gemeenschap van Spanje. Sinds de herovering van de stad in 1248 door Ferdinand III van Castilië op de Almohaden (een Mohammedaanse dynastie) gaf Ferdinand deze wijk aan de Joden. Zij konden hier in relatieve vrijheid leven. In de 14e eeuw ging het toch weer mis. Er brak een periode aan waar de Joodse gemeenschap werd opgejaagd (en zelfs werd vermoord) wanneer ze zich niet bekeerden tot het Christendom. Nadat in 1492 alle Joden uit de stad verjaagd waren, lieten zij deze prachtige wijk achter, waarin je heerlijk kunt dwalen in een doolhof van oude smalle straatjes.

Dwalen door smalle straatjes

Zo zien we hier het ‘Casa de Pilatos’, wat na het Alcazar, het mooiste paleis van Sevilla is en één van de best bewaarde gebouwen uit de 16e eeuw. Het paleis werd gebouwd in opdracht van Don Pedro Enriquez aan het einde van de vijftiende eeuw. Vervolgens heeft hij er samen met zijn vrouw Catalina de Ribera en zijn zoon Fadrique Enriquez zijn intrek in genomen. Helaas werd het paleis niet helemaal voltooid tijdens zijn leven en was het uiteindelijk zijn zoon die het werk voltooide. De naam ‘Huis van Pilatos’ is vernoemd naar het huis van Pontius Pilatus dat is geprobeerd na te bouwen omdat Fadrique hierdoor werd geïnspireerd tijdens zijn pelgrimstocht naar Jeruzalem. Ook hier zien we weer het gebruik van verschillende bouwstijlen met marmeren gangen, grote houten deuren, plafondschilderingen, het gebruik van azulejos en meer. De azulejos zijn in de praktijk veel meer dan alleen maar tegels, het wordt eerder gekenmerkt als een soort kunst. Tegenwoordig wordt dit paleis nog steeds gedeeltelijk bewoond en is het verblijf van de 18e hertogin van Medinacelli en haar familie. De familie bewoont slechts een gedeelte van het paleis. Het andere gedeelte en de bijbehorende tuinen zijn open voor publiek.

De muren zijn een explosie van kleur
Vergeet niet om af en toe omhoog te kijken
De binnenplaats met fontein
Mooie doorkijkjes naar de tuinen (RK)

We lopen verder door Calle Sierpes, de bekendste en drukste winkelstraat van de stad. Calle Sierpes, de slangenstraat, is een traditionele winkelstraat die begint of eindigt bij de hét punt om met elkaar af te spreken voor vele inwoners; de koffiebar en banketbakker La Campana. De lange straat is autovrij en kent heel veel boetiekjes, winkels met flamenco kleding, gerenommeerde banketbakkerijen en mooie authentieke gevels. Het schijnt dat de straat eeuwen geleden een aftakking van de Guadalquivir rivier was, waar enkele kloosters zich op de oevers vestigden. De eerste naam van de straat rond 1248 luidde: ‘Calle Espaderos’ dat komt van het woord espada (zwaard). Misschien destijds zo genoemd naar de vele winkels met zwaarden? Vanaf de vijftiende eeuw werd de straat herdoopt tot Calle de la Sierpe dat later Calle Sierpes werd. Over de naam naam  bestaan verschillende theorieën. Er is een verhaal in omloop dat de naam ontleend is aan het feit dat er een gigantische slang onder de straat zou leven. Anderen beweren dat de licht kronkelende buigingen in de straat de inspiratie waren. Wat klinkt logischer? 😉

Dé plek om met elkaar af te spreken
Of je te verlekkeren voor de etalage (RK)
Typische traditionele winkel in Calle Sierpes (RK)

In het centrum van de stad lopen we langs een barokke zeventiende eeuwse kerk. De Iglesia de Santa María Magdalena werd gebouwd rond 1691 op de plek van een Dominicaans klooster waar de inquisitie (‘onderzoek naar het verderf van de ketterij’) in Spanje begon. Ook hier is het interieur versierd met sculpturen, religieuze kunst, muurschilderingen en een prachtig altaarstuk. Bijzonder vind ik dat Maria Magdalena afgebeeld wordt met een heleboel gezichtjes onder haar voeten. Geen idee wat dit moet betekenen. De vele gezichten van deze vrouw? Ik kan hier eigenlijk niets over vinden, terwijl het wel een heel expliciet beeld is en daarom zeker een betekenis zal hebben.

De gezichtjes onder Maria Magdalena’s rok en voeten

De kerk heeft drie portalen met daar boven een oculus met twee blauwe bollen die het mysterie van de rozenkrans symboliseren. De mysteries (of geheimen) van de rozenkrans zijn belangrijke gebeurtenissen uit het leven van Jezus waarover je kan mediteren tijdens het bidden van de rozenkrans. In totaal zijn er twintig mysteries (van elk 5); blijde, lichtende, droeve en glorievolle mysteries. De hele buitenkant van de kerk wordt gekenmerkt door een groot gebruik van blauwe en rode decoratieve motieven.

Mooi opvallend met rood en blauw

We steken de Guadalquivir rivier over de wijk Triana, het domein van de historische pottenbakkerijen. Hier wordt al sinds de Romeinse tijd aardewerk gemaakt en de wijk is dan ook genoemd naar de Romeinse keizer Trajanus. In veel werkplaatsen worden nog steeds tegels en keramiek gemaakt. Uit deze wijk komen ook veel (beroemde) zeelieden, stierenvechters en flamenco dansers. Een echte arbeiderswijk met smalle straten en een gemoedelijke sfeer, al zijn er ook veel gebouwen leeg en/of in vervallen staat te zien. Ook hier zal de corona tijd een moeilijke geweest zijn.

De tegels spelen een belangrijke rol
Sommige huizen zijn prachtig versierd
Sfeervolle straatjes

Meteen over de brug ligt de ‘Mercado de Triana’, een gezellige overdekte markthal met veel vers fruit, ambachtelijke vleeswaren, een speciaal biertje of afhaalmaaltijden. Grappig is dat je kaas en vleeswaren in frietzakjes kunt kopen om onderweg van te genieten of aan een tafeltje op te eten. De Spanjaarden komen hier graag om tapas te eten, dat verklaart het puntzakje misschien? De Mercado is meerdere malen opgeknapt en gemoderniseerd, waaronder in 1992 naar aanleiding van de Wereldtentoonstelling in Sevilla. Toch kun je zowel aan de binnen- als aan de buitenkant aardewerken details en delen van de oude stadsmuur ontdekken.

Frietzakjes maar dan anders (RK)
Veel ‘versieringen’ rond de stalletjes (RK)

Even verderop zien we de ‘Torre del Oro’, de toren van het goud, aan de rivier liggen. De 36 meter hoge toren is door de Almohaden gebouwd in de 12e eeuw en maakte vroeger deel uit van de Moorse stadswal, welke ter verdediging liep tussen het Alcázar paleis en de rest van de stad Sevilla. De toren had destijds als doel om de scheepvaart in de Guadalquivir te controleren. Vanaf de massieve toren liep een zware ketting onder water naar de overkant om vijandige schepen te verhinderen de rivier op te varen. De naam ‘gouden’ toren komt vanwege de bloeiperiode van Andalusië tijdens de periode van de Latijns-Amerikaanse koloniën. Wanneer schepen via de rivier Sevilla binnen kwamen, konden zij hun lading (goud) hier lossen. Pas in 1760 is het laatste kleine torentje op de top toegevoegd.

De gouden toren
Langs de kade (RK)

Vlakbij aan dezelfde rivier ligt het Plaza de Toros, de grootste en belangrijkste arena voor stierenvechten in Spanje. De volledige naam luidt ‘La Plaza de Toros de la Real Maestranza de Caballería de Sevilla’ of het plein van de stieren van het koninklijk arsenaal van de Sevillaanse cavalerie. Een hele mond vol! ‘El Catedral de Toreo, zoals de inwoners van Sevilla de arena noemen, ligt in de havenwijl El Arenal en werd gebouwd in de 18e eeuw. De arena was eerst een marktplaats en ontmoetingsplek voor handels- en kooplieden. Bovendien was het gebouw eerst volledig van hout gemaakt en was de vorm niet rond maar rechthoekig. Het plan was om van de oorspronkelijke markt van Sevilla een grote arena te maken om bewoners en bezoekers van buitenaf door middel van stierengevechten entertainment te bieden. ‘Al eeuwenlang wordt de stier bewonderd om zijn kracht waarbij de toreador (stierenvechter) zijn menselijke superioriteit over het dier en de dood toont.’

Opvallende kleuren

Nu, honderden jaren later, wordt de arena nog altijd gebruikt voor dezelfde traditionele stierengevechten en heeft het zitplaatsen voor ruim twaalfduizend personen. De arena is volgens velen de mooiste arena voor stierengevechten van Spanje. In ieder geval is de arena de meest fameuze, want hier worden stierengevechten op het allerhoogste niveau georganiseerd. Wie een van de beste zitplaatsen wil tijdens grote wedstrijden, betaalt al gauw meer dan drieduizend euro. Op een centraal punt, in de schaduw, bevindt zich de prachtige loge speciaal voor de koninklijke familie. Vanaf paaszondag tot 12 oktober zijn er de meeste gevechten, in totaal zo’n 20 in de hele periode. Gedurende de feestweek (Feria de Abril) komen de bekendste matadors van het land naar Sevilla om mee te doen. Het stierenvechten is echter niet voor iedereen en staat ook meer en meer ter discussie want per gevecht worden gemiddeld zes (!!) stieren gedood. Wij lopen door de enorme arena zonder aanwezige stieren en zijn onder de indruk van de grootte en de uitstraling van het geheel. Helemaal omdat we eerst door het museum zijn gelopen waar we geïnformeerd zijn over de geschiedenis en de kenmerken van een serieus stierengevecht. Het is niet zonder gevaar; de stieren zien er vervaarlijk uit met hun scherpe hoorns terwijl de matadors over het algemeen vrij iele mannen lijken. Toch is het een ongelijke strijd en wij voelen dan ook niet de behoefte om een echt gevecht bij te wonen.

In de arena
Met de koninklijke loge
Ook vandaag houden we het niet helemaal droog (RK)

Naast alle traditionele gebouwen vol verhalen en geschiedenis zijn er ook moderne gebouwen te zien. In Triana kun je niet om de ‘Torre Sevilla’ heen, de veelbesproken toren die de bijnaam ‘lippenstift’ kreeg. Om deze toren, met 178 meter de hoogste van Andalusië, is veel te doen geweest. De bouw van de lange, cilindervormige, rode toren veroorzaakte in 2012 problemen met UNESCO. De hoogte van het gebouw zou immers het uitzicht vanaf de oude binnenstad verstoren. De associatie met een lippenstift is niet vreemd en hoewel intrigerend, laten we dit gebouw toch links liggen (je kunt immers niet alles in onze beperkte tijd) en zetten we koers richting de tot de verbeelding sprekende ‘paddenstoelen’ van Sevilla.

Tegenstelling tussen oud en nieuw (RK)

De Metropol Parasol is gevestigd in het oude gedeelte van de stad op het plein Plaza de la Encarnación en is de grootste houten constructie ter wereld. De bouw van de Metropol Parasol is gestart in 2005 en is na enige vertraging in 2011 afgerond. De houten constructie loopt over het gehele plein en is 150 meter lang, 70 meter breed en 26 meter hoog. We lezen dat de structuur bestaat uit zes grote paddenstoelvormige parasols waarvan het ontwerp is geïnspireerd door de gewelven van de kathedraal van Sevilla en de ficus bomen op het nabijgelegen Plaza del Cristo de Burgos. Bijzonder. De paddenstoel herken ik, bij de gewelven kan ik me ook nog iets voorstellen, maar de ficussen? Of het moet al zijn dat de ficus symbool staat voor o.a. overvloed en ontwaken? Symbolisch voor een andere bestemming en tevens een opwaardering voor het plein en de buurt? De paddenstoelen van Metropol Parasol zijn niet alleen een houten constructie die het plein overdekt en schaduw biedt, maar ook een bijzonder wandelpad met een terras zodat je een ‘waanzinnig uitzicht’ over de stad hebt. Verder heeft het Metropol Parasol onderin de parasols het archeologisch museum Antiquarium, winkels, enkele bars en restaurants. In zijn geheel heeft het vijf niveaus. Op de een of andere manier missen wij de toegang tot het wandelpad over de stad. Waarschijnlijk was het niet open vanwege alle stormen van de afgelopen dagen, want we zien ook niemand boven ons lopen. Desondanks zijn de paddenstoelen een indrukwekkend geheel zeker tegen de achtergrond van de oude huizen rondom.

Metropol Parasol

Ongetwijfeld hebben we nog van alles gemist op onze wandeltocht door de stad, maar we kijken zeker tevreden terug op alles wat we wel gezien en ervaren hebben. We besluiten de dag met een wijntje en een lokale tapa in een traditioneel barretje vol hammen.

Een traditionele tapasbar

De oorsprong van de ‘tapa’ is omstreden, maar vast staat dat het woord ‘tapa’ is afgeleid van het Spaanse werkwoord ‘tapar’, hetgeen afdekken of bedekken betekent. ‘Tapa’ is dan ook letterlijk te vertalen als ‘deksel’. Op basis van deze betekenis wordt vaak verondersteld dat tapas zijn ontstaan uit de gewoonte om een drankje letterlijk met een stuk brood en/of een plakje ham af te dekken om te voorkomen dat er bijvoorbeeld vliegen in het glas zouden komen. Van hieruit begonnen de verschillende kasteleins met elkaar te concurreren door niet alleen een plakje ham op het glas te leggen, maar daar dan ook nog bijvoorbeeld een gemarineerd ansjovis op te leggen. Een ander gebruikte een stukje brood besmeerd met een aubergine tapenade als `dekseltje` op het glas. En zo begon een nieuwe culinaire traditie: het nuttigen van een klein hapje bij een glaasje. Oorspronkelijk was een tapa dus een simpele snack naast een drankje, maar tegenwoordig zijn ze veel verfijnder. De term tapa zegt nu vooral iets over de hoeveelheid. Het eten van tapas wordt door de Spanjaarden dan ook gezien als meer dan alleen een maaltijd. Het wordt beschouwd als een manier van leven, een sociale activiteit en een manier voor mensen om samen te praten, te lachen en te genieten van een verscheidenheid aan lokale gerechten. Daar doen we graag aan mee!

Culinaire verrassingen
Telkens weer wat anders

Naast de authentieke tapas zaakjes vind je hier ook restaurantjes die een moderne en verrassende twist weten te geven aan traditionele gerechten. De moeite van het proberen waard! We strijken met liefde neer op een terrasje in de avondzon om te genieten van de hedendaagse culinaire wereld van de tapas. 

Dit is echt genieten!
Zelfs nat is dit een sfeervolle plaats (RK)

ESPECIALMENTE SEVILLA – bijzonder Sevilla (Spanje)

Velen vinden Sevilla de mooiste stad van Spanje. Daarover kunnen wij, met onze bescheiden ervaring in Spanje, niet echt meepraten, maar onze eerste indrukken zijn zeker positief. Het is een bruisende stad en wereldberoemd vanwege zijn monumenten, tradities en cultureel erfgoed. Het is tenslotte de geboorteplaats van het flamenco dansen. 

Sevilla kende een belangrijke bloeiperiode in het tijdperk dat de Moren Spanje en zuidelijk Portugal bezet hadden. Uit de Moorse periode, die tot halverwege de dertiende eeuw duurde, zijn er amper overblijfselen te zien in Sevilla. Desondanks wordt het uiterlijk van het centrum toch voor een redelijk groot deel bepaald door de periode dat de Moren hier de baas waren. Dat komt door de zogenaamde ‘Mudejarstijl’, die vooral in Sevilla duidelijk zichtbaar is. Deze kunststijl is een mengeling van moslim- en christelijke kunstvormen, ze is als het ware het samengaan van twee artistieke tradities en wordt vooral gekenmerkt door de decoratie van gevels en binnenruimtes met azulejos. Deze keramische tegels zijn door de Moren vanuit het Perzische rijk meegenomen naar Spanje en Portugal. De vorm waarin je deze tegels nu nog in Sevilla en elders in Spanje ziet, is een verbasterde vorm van de oorspronkelijke tegels. Een mooi voorbeeld van de Moorse invloeden en de decoraties met azulejos is het Koninklijk Paleis van Sevilla.

Gebruik van azulejos in het trappenhuis van het paleis (RK)

Daarnaast is de Giralda één van de weinige gebouwen dat nog echt uit die periode stamt. Deze toren is nu onderdeel van de Kathedraal van Sevilla, maar was oorspronkelijk een minaret van de moskee die op deze locatie stond. Zowel het paleis als de kathedraal met de toren behoren dan ook tot de meest bijzondere hoogtepunten van de stad.

De kathedraal met de klokkentoren

Onze afspraken zijn gemaakt, waarmee we ons kunnen aansluiten in de lange rij wachtenden. Vooral voor het paleis zijn de controles streng. De koning van Spanje verblijft hier wanneer hij Sevilla bezoekt, daarom worden er allerlei veiligheidsmaatregelen genomen inclusief ‘bodyscan’ en ‘bagage controle’. Het is waarschijnlijk het oudste koninklijk paleis van Europa dat als zodanig nog in gebruik is. Het Alcázar Real de Sevilla, zoals het paleis officieel heet, kent een lange geschiedenis. De naam ‘Alcazar’ betekent kasteel in het Spaans en is afgeleid van het Arabische woord al-qasr (vesting of paleis). Van oorsprong stond er op de plek van het Alcázar eerst een Romeins en daarna een Visigotisch (Germaans) fort. De eerste opdracht tot het bouwen van een paleis werd gegeven door Kalief Abd al-Rahmán II (uit Córdoba) rond 844. Hij overleefde de bouw niet en zijn zoon Abd al-Rahmán III maakte het af in 914. Uit deze periode stammen de vestingmuren die het terrein omringen.

Imposante vestingmuren (RK)

Na de overwinning op de Moren in de veertiende eeuw werd het paleis onder leiding van Alfons X van Castilië uitgebreid en aangepast naar de behoeften en wensen van de christenen. In 1364 gaf Koning Pedro I van Castilië opdracht tot de bouw van een nieuw paleis op dezelfde locatie. Doordat er vele Moorse bouwmeesters bij de bouw betrokken waren, kreeg het rijk versierde paleis een duidelijke mudéjar-stijl. In de loop der jaren regeerden hier diverse koningen die elk hun eigen stempel op het paleis drukten. Naast Moorse details vind je er tegenwoordig ook gotische en barokke elementen naast versieringen uit de renaissance. Smullen dus voor de architectuur liefhebbers onder ons. Zelfs als je dit allemaal niet weet,  zijn de indrukken overweldigend. Niet voor niets staat het paleis sinds 1987 op de werelderfgoedlijst van Unesco en is het sindsdien het decor geweest in diverse films, zoals Lawrence of Arabia (1962) en Kingdom of Heaven (2005). Ook voor de televisieserie Game of Thrones werd in en om het paleis gefilmd (2014).

Moorse invloeden (RK)
Heel uitbundig (RK)

We lopen het paleis binnen via de ‘Puerta del León’, een knalrode poort en onderdeel van de 12e eeuwse vestingmuren. Met een afbeelding van een gekroonde leeuw die een kruis vasthoudt in de stenen muur, is de ingang van het Alcázar evenzo statig als afschrikwekkend. De lokale bevolking noemt het ‘De Leeuwenpoort’ en terecht. De toegang is beslist indrukwekkend te noemen.

De Leeuwenpoort (RK)

Eén van de hoogtepunten in het paleis zelf is de Patio de las Doncellas, ook wel ‘de binnenplaats van de maagden’ genoemd vanwege de legende dat de Moorse overheersers jaarlijks honderd maagden van hun kolonies eisten als eerbetoon aan het ‘Christelijk koninkrijk van Iberië’.  In het midden bevindt zich een spiegelbad met een verzonken tuin die in 2004 door archeologen werd ontdekt, voordien was de hele grond bedekt met marmer. De galerij met gekartelde bogen geeft toegang tot de ontvangstzalen.

Binnenplaats van de maagden (RK)
Voor velen een belangrijk fotomoment (RK)

Indrukwekkend is ook de Salón de Embajadores, oftewel de  ambassadeurszaal, met haar schitterende koepel. Deze zaal, ook wel de Troonzaal genoemd, was de kamer van Pedro van Castilië en heeft een prachtige met goud beklede koepel die hoog oprijst. Er wordt wel gezegd dat de zaal zowel de hemel als de aarde voorstelt en de superieure rol weergeeft die aan de koning is toebedeeld. Toe maar! Hier vond ook het huwelijk plaats van Karel I en Isabel van Portugal in 1526. Later zouden de balkons gebruikt worden om hoogwaardigheidsbekleders, die de koning bezochten, te bespioneren.

De ambassadeurszaal (RK)
Prachtige koepel

Aan het begin van de 16e eeuw liet Koning Ferdinand II van Aragon het ‘Casa de Contractación’ bouwen. Dit gebouw werd het symbool van de Spaanse wereldhandel. Verder werden hier reizen gepland en goedgekeurd waarvan misschien één van de meest bekende wel de grote reis van Magellan rond de wereld is (in 1519). Ook ontvingen de koning en zijn vrouw Columbus op deze plek nadat hij voor de tweede keer terugkeerde uit Amerika en werd Américo Vespuccio de eerste directeur van de zeevaartschool. Grote namen passen hier. We kijken onze ogen uit en wijzen elkaar steeds op nieuwe details. Er is gewoon zoveel te zien! 

Vanwege storm Bernard is de paleistuin gesloten (RK)

Het andere imposante en bijzondere hoogtepunt is de, er vlakbij gelegen, kathedraal (Catedral de Santa Maria de la Sede). Dit kolossale  gebouw nam de plaats in van een vroegere moskee. Eind dertiende eeuw werd besloten de moskee zo af te breken dat het in een christelijk gebouw veranderd kon worden. Van de oorspronkelijke moskee bleven slechts enkele onderdelen grotendeels gespaard, met name de voorhof (Patio de los naranjos ofwel Sinaasappelhof) met de fraai bewerkte Puerta del Perdón en de minaret (de tegenwoordige Giralda). De sinaasappelhof was ooit het voorhof van de moskee. Hier vind je nog de bron die het water leverde voor de reinigingsrituelen.

De vijftiende eeuwse kathedraal is naar alle waarschijnlijkheid de grootste kerk ter wereld. De ambitie om dat te worden werd in ieder geval overduidelijk opgeschreven: ‘een gebouw, zo groot dat komende generaties ons voor gek verklaren’. De binnenkant van de gotische kathedraal bestaat uit indrukwekkende kunstwerken en eeuwenoude glasschilderingen en heeft details waar je (ook weer) uren naar kan kijken. Je vindt er o.a. het praalgraf van ontdekkingsreiziger Christoffel Columbus, al is niet met zekerheid te zeggen dat hij er ook daadwerkelijk begraven ligt. De bronzen kist van Columbus wordt gedragen door vier bewerkte figuren die de Spaanse koninkrijken van Castilië, León, Aragón en Navarra representeren. Er is ook een Columbus-bibliotheek aanwezig met vele boeken, tekeningen, manuscripten en andere objecten die te maken hebben met het leven van Columbus.

Praalgraf van Columbus
Elke drager heeft verschillende details op zijn gewaad (RK)

Het (absolute) hoogtepunt is echter de Capilla Mayor (hoofdkapel) met het imposante hoofdaltaar, de ‘Retablo Mayor’, wat helemaal bestaat uit verguld houtsnijwerk. In het midden van dit grootste altaarstuk ter wereld uit 1482 zie je het beeld van de Virgin de la Sede, de maagd van de zee, ons beter bekend als Maria met baby Jezus. Daaromheen worden uit hout gesneden scenes getoond uit het leven van Christus en zijn moeder. Dit hele altaar is zo veel omvattend dat vele mensen, ook wij, even plaatsnemen op de stoelen voor het hek om in alle rust steeds nieuwe details te kunnen ontdekken. Zoveel goud, zoveel allure, hoewel prachtig roept het bij ons ook wel wat ongemakkelijke vragen op. Zoveel geld moet toch ergens vandaan komen?!

Overweldigend (RK)
Om je nietig naast te voelen (RK)

Om de kathedraal heen zie je dikke kettingen hangen, deze stonden letterlijk voor de scheiding van de macht tussen de kerk en de staat. Achter deze kettingen hield de justitiële macht op, de burgers konden hier naartoe vluchten voor de harde hand van de staat en hun recht op asiel opeisen bij de kerk. Afhankelijk van de gepleegde misdaad bepaalde de kerk of deze verleend werd. In 1987 werd ook de kathedraal (inclusief Giralda) op de werelderfgoedlijst van de Unesco geplaatst.

Om de Giralda kun je niet heen. De toren van zo’n 100 m hoog is één van de belangrijk iconen van de stad en een herkenningspunt voor veel Sevillianen. Zoals al eerder genoemd was de Giralda oorspronkelijk gebouwd als minaret. Toen de Christenen Sevilla veroverden, kwam er een eind aan de Islamitische functie van het gebouw. Als je goed kijkt zie je met name in het onderste deel van de toren de overeenkomsten met minaretten uit Marokko; onder meer de minaret van de beroemde Koutoubia Moskee in Marrakech diende als voorbeeld. Oorspronkelijk was deze minaret, toen 76 m hoog, bekroond met vier grote gouden (of koperen) bollen waarvan men zei dat ze van op een afstand van 40 km te zien waren. De Giralda was zo belangrijk voor de moslims dat ze, bij de overgave van de stad, toestemming vroegen om de toren af te breken. De Spaanse commandant antwoordde met een zin die bewaard is in de Spaanse geschiedenis: ‘Als er maar één steen van de toren wordt weggenomen, worden ze allemaal gedood’. Erasmus (Nederlands filosoof 1469-1536) heeft ooit gezegd: ‘Gelijkheid verwekt geen oorlog’ en dat heeft nog niets aan kracht ingeboet.

Een duidelijk verschil in bouwstijl

De toren verloor zijn oorspronkelijke bollen bij een aardbeving in 1356 en werden meteen vervangen door een klok met een kruis erboven. Omdat Sevilla het alleenrecht had op de handel met het pas ontdekte Amerika ontwikkelde ze zich vanaf het begin van de 16e eeuw tot een der rijkste steden van het westen. De kerkelijke autoriteit besloot dan ook om de toren van een nieuwe top te voorzien en liet dit tussen 1558 en 1568 in renaissancestijl uitvoeren. Op de lagere bewaarde delen verscheen de nieuwe klokkentoren met op de top een grote windwijzer in de vorm van een vier meter hoog koperen beeld dat ‘geloof en vertrouwen’ voorstelt, bijgenaamd de Giraldillo, oftewel ‘dat wat ronddraait’. De echte (volledige) naam van deze vrouwelijke figuur luidt trouwens; ‘Triomf van het overwinnend geloof’. Het beeld werd in 1568 op de top geplaatst en in 1997 vervangen door een kopie in brons. Na de restauratie, die 600.000 euro kostte, werd het origineel teruggeplaatst en kreeg de kopie een plaats voor de zuidzijde van de kathedraal bij de Puerta del Principe, ook wel Puerta de San Cristóbal genoemd.

‘Triomf van het overwinnend geloof’

Je kunt naar de top van de toren. Het was zo ontiegelijk druk dat wij dat niet gedaan hebben. In de toren zijn geen trappen zoals je misschien wel zult verwachten. Je loopt via schuin oplopende gangen naar boven. Op dezelfde manier zoals vroeger de muezzin als hij de gelovigen vanaf de top van de toren tot gebed opriep. Dat is destijds een bewuste keuze geweest, zodat ook de paarden de tocht naar boven konden maken.  Als je meerdere keren per dag de klok moet luiden, is dat ook wel een uitkomst.

Het plein vlak voor de toren
Vanuit een ander standpunt gezien

Na al deze indrukken, verhalen en wetenswaardigheden zijn we toe aan een terrasje. We vinden toepasselijk stoelen onder de sinaasappelbomen waar we in alle rust de benen kunnen strekken en kunnen genieten van een welverdiend glaasje lokale witte wijn. Het leven is goed.

Onder de sinaasappelbomen

We hebben morgen nog een volle dag om alle andere hoogtepunten in Sevilla te bekijken en te ervaren. Voor vanavond rest ons de tapas ervaring!