TRIN FOR TRIN (stap voor stap)

Volgens een Indiaas gezegde word je met wandelen oud. Wandelen is namelijk een simpele maar tegelijkertijd erg effectieve manier om zowel je gezondheid, je humeur als je geest een flinke positieve oppepper te geven. Mochten dit nog niet voldoende redenen zijn om de wandelschoenen aan te trekken, realiseer je dan dat wandelen eveneens je horizon verbreedt, het verruimt als het ware je blik. Een wandeling is letterlijk iedere keer weer anders. Dat hebben we zeker kunnen ervaren de afgelopen paar dagen, waarin we zo’n 50 kilometer hebben gelopen door zeer afwisselend terrein. Allemaal in de nabije omgeving; afstand is betrekkelijk, nietwaar?

Een andere aanblik
Stand van Lønstrup in de avondzon (RK)

Als eerste was daar de wandeling in de omgeving van de vuurtoren, die met de terugblik van nu, misschien wel de mooiste wandeling op de mooiste dag van de week was. Is deze observatie de kracht van de nieuwe ervaring, de eerste indruk die dikwijls zo bepalend is? Of is dit het resultaat van de magie van de eerste vakantiedag, waardoor je alles bekijkt vanuit rust en met een frisse blik? Waarschijnlijk een beetje van beide. Uit onderzoek is gebleken dat een eerste indruk, nog meer dan we dachten, vaak blijvend is. Malcolm Gladwell (journalist) noemt dit fenomeen, van het oordeel van je hersenen in de eerste paar seconden, ‘thin slicing’. Volgens hem ‘thin slicen’ we elke keer als we een nieuw iemand ontmoeten, wanneer we ergens snel een indruk van moeten krijgen of wanneer we in een onbekende situatie terechtkomen. Die eerste indruk van Rubjerg Knude en de vuurtoren zijn voor ons beeldbepalend geweest.

De wind waait hier altijd……(RK)

Daarnaast is het algemeen bekend dat mindfulness kan helpen om meer in het hier en nu te zijn, zeker wanneer je een druk leven hebt. Wanneer je tot rust komt en je je vijf zintuigen (zien, horen, ruiken, voelen en proeven) optimaal gebruikt ben je in het moment. In ons geval zien we die weidsheid, ruiken we de zee, horen we de golven, voelen we de wind en ‘proeven’ we het zand. We ervaren zowel het geheel als de afzonderlijke elementen. We zijn later in de week op verschillende momenten en tijdstippen teruggekomen, maar die eerste ontmoeting is toch degene die ons bij zal blijven!

In de avondzon (RK)

Tijdens andere wandelingen hebben we diverse bunkers gezien. Deze bunkers maakten allemaal deel uit van de 5.000 km lange verdedigingslinie van de Duitsers in WOII ter voorkoming van een geallieerde invasie. De ‘Atlantikwall’ liep van Noorwegen, via Duitsland, Nederland en België naar Frankrijk tot aan de grens van Spanje. Het was geen aaneengesloten muur, zoals de naam doet vermoeden. Alleen op strategische punten als haven- en riviermondingen werden verdedigingswerken gebouwd. Langs de rest van de tussenliggende kust werden op geruime afstand van elkaar verdedigingsposten gebouwd. 

Onderweg naar Grenen
Nog redelijk intact

Vlakbij Skagen, op het punt waar de Oost- en de Noordzee elkaar ‘omarmen’, mag het tegenwoordig dan heel vredig lijken, in vroeger tijden is dat wel anders geweest. Iedere keer wanneer Denemarken in oorlog was, was het van het hoogste belang de toegang tot het Kattegat alhier te beschermen tegen een vijandelijke invasie. Toegang tot het Kattegat betekende toegang tot de rest van het land inclusief de hoofdstad Kopenhagen. Toen de Engelsen Denemarken in 1807 aanvielen, werd het bevel gegeven om alle vuurtorens aan de kust te dimmen. Voor Skagen betekende dit het verduisteren van de belangrijke toegang tot het Kattegat, waardoor menig Engels schip vastliep op de riffen. Het was dermate belangrijk voor de Denen om deze vuurtoren te behouden, dat er vlakbij een militaire bunker op het strand werd gebouwd. Deze bunker staat er nu nog en is zelfs in redelijk goede staat al verdwijnt hij wel langzaam onder water. De Engelsen vonden trouwens een oplossing voor de missende vuurtoren. Ze voeren een lichtschip, de ‘Fury Bomb’ (woede bom), naar een plek net buiten de kust om hun schepen veilig naar binnen en naar de overwinning te leidden. 

Ook op het strand van Løkken liggen nog aardig wat bunkers. Ze zijn door de jaren heen uit de duinen weggespoeld en liggen nu half in zee. Tenminste op de dag dat wij hier wandelen. Normaal gesproken is het strand tussen Blokhus en Løkken, twee populaire vakantieplaatsjes, erg breed. Er wordt zelfs gezegd dat een vakantie in noord Jutland niet compleet is zonder een ritje met de auto over het strand. Vooral de rit van Blokhus naar Løkken (zo’n 20 km) is een aanrader. Ik vraag me dan meteen af hoeveel mensen dat tegelijk gaan doen en hoe zoiets dan gaat? Hebben de ‘gewone’ badgasten hier geen last van? Gelden er op het strand ook verkeersregels? Wij zullen het vandaag niet te weten komen, want in Blokhus stormt het wanneer wij er zijn. Windkracht 9 à 10 stuwt de golven tot aan de duinen omhoog. De wind staat recht op de kust. Spectaculair, dat zeker, maar er is absoluut geen ruimte overgebleven voor welke auto dan ook op het strand, laat staan voor een rit naar de badplaats verderop.

Windkracht 10 (RK)
De golven komen tot aan de duinen (RK)
Vissersboten liggen hoog op het strand vanwege de storm (RK)
Het strand is flink opgehoogd, het water zakt weer (RK)

Een dag later lopen we op het strand net boven Løkken. De wind is ondertussen iets afgenomen, al waait het nog steeds stevig, en ook de zee lijkt kalmer. We zien hoe hoog de zee gisteren is gekomen en realiseren ons hoe de zee en de wind de duinen als het ware uithollen. Waarschuwingsborden laten weten dat het gevaarlijk is om in de duinen langs de randen te lopen. Van bovenaf kun je niet zien dat de buitenste graspollen haast in de lucht lijken te hangen. Slechts zijwaartse wortels houden die graspollen (nog) op hun plaats. Door de erosie van de duinen ligt een aantal van de bunkers nu op het strand of in de branding in plaats van in de duinen. De kracht van de natuur blijft indrukwekkend!

Bunkers in zee gespoeld (RK)
Van dichtbij (RK)

Sowieso is de natuur hier ruiger, krachtiger en anders dan wij kennen. Noord-Jutland is, zoals ondertussen waarschijnlijk wel duidelijk is, de regio van het zand. Je vindt er zandduinen, zandstranden, hele gebouwen die worden opgeslokt door stuifzand. De stranden zelf zijn overwegend zoals bij ons in Nederland, al zie je op sommige plaatsen vooral stenen i.p.v. schelpen op het zand. Het grote verschil is dat de stranden hier veelal zijn omgeven door een woest duinlandschap met hoge duinen (tot 70 meter!) dicht begroeid met heide, rendiermos, hoge duinrozen of met een dicht bos waarin bomen naar alle kanten groeien. De wind drukt overal haar stempel op. Boomtoppen buigen eensgezind landinwaarts en nieuwe duinen worden op het strand gevormd terwijl elders duinen gedeeltelijk instorten. Doordat Denemarken omgeven is door zeeën, is het land gevoelig voor wind, met name in de herfstmaanden. De windkracht in de kustgebieden kan oplopen tot windkracht 10 of 11 en in extreme gevallen tot orkaankracht 12. Je voelt je nietig temidden van alle aanwijzingen veroorzaakt en tot stand gekomen door met name water en wind. 

Duinen tot wel 70 meter (RK)
Langs kleine ‘geitenpaadjes’ (RK)
Haast verdwenen in de grassen (RK)

Soms zie je onderweg bijzonderheden, die je nog nergens anders hebt gezien. Op een open plek tussen bos en duinen zien we opeens de Østerklit Stokmølle, de laatste nog werkende ‘dakmolen’ in Denemarken. Een dakmolen is eigenlijk gewoon een standaardmolen, maar dan bovenop een dak van een schuur of van het woonhuis zelf. Ze kenden meestal maar een kortstondig bestaan. Hun voordeel (hoog en goed in de wind) vormde tegelijkertijd ook hun belangrijkste nadeel (ze werden na verloop van tijd letterlijk stuk gerammeld). Was de bouwer of gebruiker overleden, dan geraakte de molen vaak in onbruik. Hier is de oude boerderij afgebroken, palen laten zien waar deze ooit gestaan heeft, maar het stallen- en schuren complex met de dakmolen is bewaard gebleven en toegankelijk voor bezoekers. 

Een verrassing tussen bos en duin

Al wandelend op ontdekkingsreis; lad gåturen tale! (let the walking do the talking!). Trin for trin!

DEN SPIDSE HAT (de puntmuts)

Nordjylland kent verschillende bezienswaardigheden waar Skagen er eentje van is. Skagen, de meest noordelijke plaats van Jutland, lag oorspronkelijk aan het Skagerrak. Het dorp bestaat al sinds de middeleeuwen toen het begon als vissersdorp bekend om de haringvangst. Het dorp kende ups and downs, maar in de 19e eeuw trokken steeds meer bewoners weg om hun geluk elders te zoeken. Het dorp liep leeg. Het bijzondere licht en het pittoreske landschap in en rond Skagen trok echter eind 19e eeuw een groep kunstenaars aan (de Skagen schilders), waardoor het dorp weer begon te groeien. Wel is toentertijd besloten het dorp als het ware een eindje naar het oosten op te schuiven (vanwege een gunstiger ligging?), waarmee het nu dus aan het Kattegat ligt. In 1879 werd de ‘Skagen Fishermen’s Association’ opgericht met als doel de lokale industrie (visserij) te vergemakkelijken door middel van een spoorweg, die in 1890 werd geopend. De moderne haven van Skagen werd vervolgens geopend in 1907 en met de spoorwegverbindingen naar Frederikshavn en de rest van Denemarken begon ook het toerisme zich hier te ontwikkelen. Zowel het oude Skagen (nu: Højen of Gammel Skagen) als het tegenwoordige zijn ook vandaag de dag nog altijd zeer in trek bij toeristen.

De puntmuts van Jutland (Internet)

Wij treffen een pittoresk dorpje aan met vooral gele huizen, kleine straatjes, een gezellige winkelstraat en veel leuke restaurantjes. Heerlijk om even doorheen te dwalen en ergens neer te strijken om te genieten van een typische Deense lunch bestaande uit smörrebröd, wat eigenlijk gewoon ‘boterham’ betekent.  Denk echter niet dat het hier simpelweg gaat om het ons bekende belegde broodje, de Denen nemen het smeren van hun brood heel serieus hetgeen resulteert in complete ‘taartjes’, die een feest zijn voor het oog (en de maag). Ik leer dat de opmaak van een broodje heel belangrijk is. Een Deen zal nooit zomaar wat ingrediënten combineren. Zalm en garnalen horen op wit brood, tartaar op donker roggebrood en het geheel wordt het liefst ook nog eens smaakvol gegarneerd met een ei, wat mierikswortel, radijs, dille of wat knapperige gebakken uitjes. Als ‘hygge’ gaat over de kunst van het leven, van optimaal genieten en samen mooie momenten delen, dan is ‘fikka’ een onderdeel daarvan, een klein geluksmomentje. Voor mij is het eten en waarderen van mijn gekozen broodje, ‘marinerede Christansø sild’,  zo’n geluksmomentje, eentje ’til den lille sult’ (voor de kleine trek).

Het hele dorp is vriendelijk geel gekleurd (RK)
In het centrum
Een feestje voor het oog

Skagen Havn, de haven van Skagen, ligt precies op de grens van het Skagerrak en het Kattegat. In de afgelopen jaren is er (natuurlijk) wel het een en ander veranderd in de haven. In 2010 werd begonnen met het uitdiepen van het Østbassin met 1 tot 9 meter, waardoor nu ook de grotere vissersschepen met een volle last de haven van Skagen kunnen binnenvaren om hun goederen te lossen. Wij zien enkele enorme schepen, veelal uit Noorwegen, opdoemen achter karakteristieke kleine visrestaurantjes langs de kade. Het ziet er zeer gemoedelijk uit en ondanks de kilte zit menigeen buiten op het terras te genieten van een keur aan verse vis. Vlakbij zien we een apart houten bouwwerk. Het lijkt wel een beetje op een oude ‘ja-knikker’ bij ons, maar het blijkt een primitieve vuurtoren te zijn. Al in 1560 vond Frederik II van Denemarken dat er lichten moesten komen in Skagen en een aantal andere plaatsen om de hoofdroute door de Deense wateren van de Noordzee naar de Oostzee aan te geven. Eerst werden vooral hout en zeewier verbrand op een tegelvloer op de top van een houten toren. Toen deze brandstof werd vervangen door steenkool, bleek de toren niet meer geschikt, de houten torens vatten te vaak vlam. De ‘vippefyr’ (hier staat een kopie van de originele) werd ontworpen. Een soort hijskraan waarbij de steenkool wordt verbrand in een ijzeren container die in de lucht werd gehesen, waardoor schepen werden gewaarschuwd voor de nabije kust. Dit zwaailicht (letterlijke vertaling) was zo’n succes dat de laatste tot in 1788 werd gebruikt. Tegenwoordig wordt het zwaailicht ieder jaar op het midzomerfeest ontstoken tegelijkertijd met vreugdevuren op het strand. Sankt Hans (midzomer) is de Deense benaming voor de profeet Johannes de Doper. Zijn geboortedatum is 24 juni, maar het feest wordt, zoals met kerst, de avond ervoor traditioneel gevierd met als belangrijk onderdeel het samen zingen bij het vuur.

Skagen Havn (RK)

Het ruige en woeste landschap rondom Skagen, boven in de puntmuts van Jutland, is sterk gevormd door zandstormen in de 18e en 19e eeuw. Om de wandelende duinen en de verwoestijning van het landschap tegen te gaan, zijn hier in de 19e en 20e eeuw op grote schaal grassen, struiken en naaldbomen aangeplant. Het wandelende duin Stokmile (mile = duin) is dwars over het smalle gedeelte van het schiereiland naar de Oostzee gewandeld en wordt nu verder het Kattegat ingeblazen. De St. Laurentius kerk, genoemd naar de beschermheilige van de zeelieden, heeft hierin het onderspit gedelfd. Het duinzand bereikte de kerk in 1775. Het gebeurde dikwijls dat de kerkgangers het zand moesten weggraven om binnen te komen, maar de overmacht bleek te groot. In 1795 werd besloten de parochiekerk af te breken, slechts de wit geverfde toren bleef, op koninklijk bevel, staan als baken voor de scheepvaart. De verzande kerk (den tilsandede kirke) is voor het grootste deel afgebroken en ligt hier dus niet daadwerkelijk onder het zand begraven. Je kunt echter nog wel zien hoe ver het kerkje onder het zand verdwenen is, want aan de achterzijde van de toren zie je de boog die de hoogte van het dak van de kerk zelf aangeeft. Sta je ervoor, dan steekt je hoofd boven het denkbeeldige dak uit…… dat zijn dus flink wat meters zand!

Den tilsandede kirke (RK)
Een beetje verscholen……

Even verderop komen we aan in het tot beschermd natuurgebied verklaarde ‘Råbjerg mile’. Dit gebied wordt omschreven als ‘een reusachtige duin op een lange wandeling zonder pauze. Onophoudelijk schuift het wel tot 40 meter hoge zandfront met 20-30 meter (!!) per jaar naar het oosten en zal – bij een gelijkblijvend wandeltempo – over ongeveer 20 jaar de eerste huizen verzwelgen.’ Om het even in perspectief te plaatsen, het grootste wandelende duin van Noord Europa heeft in de afgelopen 110 jaar 1,5 kilometer afgelegd!

Om een idee te geven hoe groot het duin is en waar het zich nu bevindt……..(Internet)

Wij lopen van de oostkant naar het duin. Het is absoluut een vreemde sensatie om je zo opeens in een woestijnachtige omgeving te bevinden, echt overal zand, zonder dat je werkelijk aan zee zit. Toegegeven, als je goed kijkt, zie je de zee wel in de verte, de Oostzee wel te verstaan. Als je je dan bedenkt dat dit duin zo’n 300 jaar geleden gevormd werd bij het Skagerrak en nu vlakbij Skagen ligt, dan realiseer je je welke lange weg er al is afgelegd. Ook weer een heel bijzondere omgeving.

Je voelt je nietig in dit landschap
Overal zand (RK)
In de verte ligt de zee

Wanneer je helemaal in het noorden bent, in het topje van de puntmuts, dan mag Grenen niet ontbreken in het rijtje van ‘must do’s’. De noordelijkste punt van Denemarken is echt letterlijk een puntje. De landtong gaat over in een punt en ze zeggen dat dit puntje door de sterke wind ook nog eens elke dag een andere kant opstaat. Geen idee of dat waar is of dat het meer een resultaat is van de verbeelding en ervaring van het moment. Hier, ten noorden van Skagen komen de Noordzee (Skagerrak) en de Oostzee (Kattegat) samen. Hans Christian Andersen omschreef dit als volgt: ‘tussen twee zeeën, waar de wateren van de Oostzee en de Noordzee zich boven het zand van Skagen omarmen. Klinkt sprookjesachtig, toch?

Geen schelpen maar stenen op het strand (RK)

Wij zijn niet via de toeristische route op dit punt aangekomen, maar hebben al een flinke wandeling achter de rug, waarbij we deels langs het Noordzeestrand zijn gelopen. Onderweg hebben we veel strandlopertjes gezien, die verbazend dichtbij ons bleven rennen en scharrelen. We kwamen zelfs een zeehondje tegen. Informatieborden laten weten dat jongen vaak op het strand worden achtergelaten als de moeder gaat jagen. Met rust laten is het advies, anders stoot de moeder haar jong waarschijnlijk af. We hopen maar dat ook dit jong rustig wacht op hereniging.

Strandlopers (RK)
Wachten op z’n moeder? (RK)

Het is een rustige, redelijke warme dag vandaag met heel weinig wind. Het effect van de ‘botsende zeeën’ is daardoor minimaal. Het is wel zichtbaar, maar je moet er een beetje moeite voor doen. Ook hier geldt dat de realiteit een hoop overlaat aan de verbeelding. Het was al met al weer een dag met tal van geluksmomentjes, ‘i den spitse hat’, volop hygge………

De magie van de botsende zeeën (RK)

GÅENDE KLITTER (wandelende duinen)

Je maakt hier van dichtbij mee hoe onvermoeibaar de natuur haar eigen gang gaat. De beschrijving over dit gebied is beeldend: ‘als een reusachtige zandwals schuift het duin Rubjerg Knude landinwaarts en verslond daarbij jaren geleden al – wat een ironie! – het stuifzandmuseum en tot op halve hoogte de vuurtoren.’ De vuurtoren van Rubjerg Knude bij Lønstrup wordt beschouwd als één van de meest iconische plekjes van noord Jutland. Niet zo lang gelden werd een fotograaf gevraagd naar zijn meest iconische plaatsen over de hele wereld. Zijn reactie daarop was dat ‘bepaalde plaatsen fotografen aantrekken als magneten bij ijzer, zonder dat we precies weten waarom’. Een foto wordt iconisch als deze een bepaald beeld dat al bestaat in de samenleving bevestigt, herkenning oproept en een gebeurtenis simplificeert. In het lijstje van bovengenoemde fotograaf kwam vuurtoren Rubjerg Knude Fyr niet voor, maar hij zou, naar mijn mening, niet misstaan in het rijtje van Stonehenge, Angkor Wat en de piramides. Zo bijzonder als de reis erheen en het fotograferen ter plekke ook zijn, de simpele vragen ‘welke plekken en waarom’ zijn minstens zo belangrijk. Het verhaal moet herkenbaar verteld worden.

Uitzicht vanuit ons huisje in Lønstrup

De vuurtoren staat op een hoogte van 60 meter boven zeeniveau en werd in december 1900 in gebruik genomen. Het licht ging, midden 1968, letterlijk uit, waarna het gebouw en de omliggende bijgebouwen tot 2002 als museum in gebruik bleven. Door het bewegelijke duinzand en de woeste golven die hier tegen het land slaan, brokkelt er echter steeds meer af van de kliffen waarop de vuurtoren staat. Door deze steeds toenemende erosie werd het museum in 2002 verlaten. Een paar jaar later (2009) waren de bijgebouwen dermate beschadigd door de druk van het stuifzand dat ze werden gesloopt. Jarenlang werd gedacht dat de vuurtoren in zee zou storten, volgens de voorspelling ergens in 2023. De vuurtoren was ‘een bezienswaardigheid met een houdbaarheidsdatum’ geworden. Ongeveer twee jaar geleden (najaar 2019) werd de vuurtoren 70 meter landinwaarts verplaatst met behulp van een speciaal daarvoor gebouwde rail. De nieuwe verwachting is dat de toren nu tot ongeveer 2060 veilig is.

Het duin torent boven de omgeving uit
Hoge duinrozen aan weerskanten van het pad

Door al deze verhalen zijn we langzamerhand zeker nieuwsgierig geworden naar deze ‘fyrtårn’ en haar omgeving. Onze wandeling moet bij een (onvindbaar) informatiecentrum beginnen. Wij geven er uiteindelijk maar een eigen draai aan en parkeren de auto bij het laatste bosje na een veldje. Laat dit nu gewoon de juiste plek zijn. De witte wandelaar, het teken van het Nordsøstien oftewel het Deense deel van het Noordzeepad, is hier duidelijk zichtbaar. We lopen meteen het bos is, het wemelt hier van de ‘klitplantages’, hetgeen zoveel betekent als beschermd kustbos. Grote zandverstuivingen hebben vroeger veel weilanden en akkers in Jutland vernield. Om die reden werden er langs de westkust beschermende bossen aangeplant, klitplantages, waar je vaak veel verschillende naald- en loofboomsoorten kunt vinden. Dit is een gevolg van het proberen welke soorten onder de deels extreme omstandigheden, zoals sterke wind, zandgrond en droogte, goed konden aarden aan de kust.

Wij lopen op ons gemak door een wat oerwoudachtig aandoend bos en genieten van het heerlijke najaarsweer. Het is weliswaar fris met 14 graden, maar de zon schijnt en er is praktisch geen wind. Fijn, want een waarschuwing bij deze wandeling laat weten dat je huid bij harde wind op de Rubjerg Knude wordt gezandstraald en dat je er dan goed aandoet een skibril ter bescherming te dragen. De bomen maken vrij plotseling plaats voor hoge duinrozen aan weerskanten van ons zandpad waar een gele berg doorheen schemert. Ja hoor, even later lopen we langs de voet van de 80 to 90 meter hoge wandelende duinen. Magnifiek!! Zoiets kennen wij in ons land niet. Een klein torentje piept boven het hoge duin uit. Zou dat de befaamde vuurtoren zijn? Jawel, met elke stap die we omhoog klauteren wordt de vuurtoren meer zichtbaar. Hij staat op een stenen verhoging omringd door zand, duinen, restanten oude stenen en hoge kliffen met achter je het bos en voor je de zee. We blijven ons vergapen, verbazen en wijzen elkaar opgetogen op details die de ander mogelijk zal zijn ontgaan. Dit is inderdaad een bijzondere plek met een bijzonder verhaal! 

Hoe hoger we komen, hoe beter zichtbaar……..
Rubjerg Knude Fyr
Krachtig en bijzonder (RK)
Genieten van het uitzicht (RK)

We verlaten het duin over het langgerekte zandpad op weg naar ‘Mårup Kirke’, maar niet voordat we een rustmomentje inlassen in een beschutte duinpan met zicht op de omgeving. Een moment van overpeinzing over de krachten van de natuur en de nietigheid als mens daar tegenover. Volgens Vauvenargues (frans schrijver en moralist, 1715-1747) is de minachting voor onze natuur een dwaling van ons verstand. Zo’n uitspraak kun je op een plek als deze slechts bevestigen. 

Nog een blik achterom (RK)
Onstuimig weer geeft mooie kleuren

De kerk van Mårup, gebouwd in de 13e eeuw, was ooit een parochiekerk aan de kust vlakbij het plaatsje Lønstrup. Eeuwen van weer en wind zorgden ervoor dat ook hier de Noordzee steeds dichterbij kwam. In 1926 werd er in het dorp een nieuwe kerk geopend. De oude kerk kwam op de monumentenlijst, maar werd daar echter in 2005 weer afgehaald omdat de situatie onhoudbaar werd, de rand van de klif was inmiddels slechts 9 meter van de kerk verwijderd. Op Pasen 2008 is de laatste eredienst gehouden, waarna werd besloten het kerkje alsnog te slopen om te voorkomen dat het in zee zou storten. Wat nu nog rest zijn de begraafplaats, een enorm scheepsanker en een ingemetseld kerktorentje wat net boven de grond uitsteekt. Of dit het echte puntje van de oude kerk is geweest, kunnen wij niet achterhalen, maar het voegt iets toe aan de verbeelding. Het anker, dat vroeger voor de kerk heeft gelegen, is afkomstig van het Britse fregat HMS Crescent. Dit schip, onderweg naar Zweden met voorraden voor de Engelse vloot, is dichtbij de kerk vergaan (6 december 1808). Bij de schipbreuk stierven 226 bemanningsleden die allemaal werden begraven in een massagraf op het kerkhof. Zeven officieren en 55 matrozen hebben het overleefd.

De restanten van Mårup Kirke (RK)
Restant van het torentje (met een ‘Dutch tilt’)

Wanneer we langs de (denkbeeldige) kerk verdergaan, lopen we precies langs de klifrand. Hier wordt ons eens te meer duidelijk over welke krachten de natuur beschikt. Steile afgronden zijn afgezet met draad en voorzien van borden met teksten als ‘forbudt indrejse’ of ‘land rutsjebane’ inclusief de bijbehorende afbeeldingen. Het gevaar is duidelijk. Tegelijkertijd is het hier ook prachtig. Om ons heen bloeien overal duindoorns die met hun fel oranje bessen prachtig afsteken tegen de blauwe hemel als achtergrond. Af en toe staan we even stil en wagen we ons zo dicht mogelijk (als is toegestaan) bij de afgrond om – met bibberende knieën – een blik in de diepte te werpen. We staan zeker 70 meter boven het strand en zien hoe het water, de wind en het zand het duin onder ons afkalven en langzaam maar zeker laten opschuiven, laten wandelen als het ware.

Het is wel uitkijken geblazen……..
Machtige kliffen (RK)
Mooi lijnenspel in de diepte

Ondertussen zijn we op het vakantiepark van Lønstrup aangekomen, waar lege vakantiehuisjes en afgezette terreinen ons hetzelfde verhaal vertellen. De zee rukt op ten koste van. Volgens een groot informatie bord is hier in de afgelopen 47 jaar 148 meter grond aan de zee verloren gegaan. Dat betekent 59 zomerhuisjes!! Zulke borden zetten het allemaal wel even in perspectief. 

Verlaten vakantiehuisjes op de rand van de afgrond (RK)

Lekker lunchen in ‘ons dorp’, waar we op aanraden van genieten van een ‘fiskeplatte’ en tegelijkertijd wat inlichtingen proberen in te winnen waar we op het strand kunnen komen. Net buiten het dorp is het strand toegankelijk, maar je moet na 200 – 300 meter via een steile houten trap weer omhoog. Verder lopen over het strand is te gevaarlijk, echt op eigen risico, vanwege het instortingsgevaar van stukken duin en /of zaken die aan de rand staan. We nemen de aanwijzingen ter harte en houden ons braaf aan de regels. Het gaat hier immers om het algehele gevoel. Hoe hoog is zo’n duin als je beneden staat? Je hebt geen idee!

Vanaf het strand kijk je anders tegen de omgeving aan
Het strand kent haar eigen charme (RK)

We klimmen langs de houten trap omhoog en beginnen aan de terugtocht richting vuurtoren. Ondanks dat de weg deels de heenreis overlapt, zien we alles nu in een ander licht, zowel letterlijk als figuurlijk. Ik lees dat Noord Jutland wat met je doet. De stranden, het licht, de ongerepte natuur, de ruimte, de rust de heerlijke huisjes, kortom: hygge! Hygge is net zo Deens als de Deense pulsar (hotdogs) en Carlsberg bier. De essentie van hygge is het creëren van een fijne warme sfeer, genieten van de goede dingen in het leven met fijne mensen om je heen. Så langt, så godt. 

De lucht is opgeklaard (RK)

PAARS IN DE HOOFDROL

Paars wordt gedefinieerd als een roodachtig blauwe of een blauwachtig rode kleur waarvan de grenzen niet duidelijk vastliggen. Het woord paars komt oorspronkelijk van het Latijnse woord ‘persum’ wat donkerblauwe stof of kleur betekent. De kleur die de meeste mensen vandaag de dag paars zullen noemen ligt ergens tussen violet en magenta. Het kost velen onder ons misschien moeite om het onderscheid tussen paars, violet en purper te omschrijven, maar daartegenover staat dat we wel weer heel goed weten welke specifieke kleur bij lavendel, wijn, orchideeën of, belangrijker in dit geval, heide hoort. Bij Drenthe denk je aan hunebedden en schapen, maar zeker ook aan de heide, dat wildernis of onbebouwd bos of land zou betekenen. We kennen verschillende soorten heide in Nederland, zoals de struikheide, de dopheide, maar ook de, voor mij totaal onbekende, kraaiheide en zelfs de lavendelheide. Lavendelhei, om met de laatste te beginnen, kent helder roze knikkende bloemen die in kluwens aan het eind van de stengel zitten, Het is tegenwoordig een zeldzame soort die wij, hoewel ze het meest voorkomt in Drenthe, (nog) niet ontdekt hebben. Kraaihei bloeit al in april met onopvallende bloemen. Rond deze tijd heeft deze hei veel zwarte bessen. Je zou de kraaihei, die eveneens vooral in het noorden van Nederland voorkomt, moeten herkennen aan de dichte donkergroene matten tussen de andere heide. Ook deze soort hebben we nog niet bewust opgemerkt. De andere twee soorten kennen we al en zijn daardoor gemakkelijker te identificeren. Dopheide komt vooral voor op natte zand- en veengronden. Deze soort is daarmee kenmerkend voor de natte heidevelden, waarvan het Dwingelderveld de belangrijkste vertegenwoordiger is. Hoewel we deze heide eigenlijk nog niet gezien hebben, staat het Dwingelderveld zeker in ons Drenthepad boekje. Dat komt dus wel goed! Tot nu toe en ook vandaag hebben we voornamelijk te maken met struikheide, een soort die groeit op droge en voedselarme zandbodems. 

Veel gras tussen de heidestruiken ….. (RK).

Vandaag lopen we door het Mantingerzand, het Mantingerbos en het Scharreveld, allemaal prachtige stukjes natuur. Het Mantingerzand is ontstaan door het afsteken van heideplaggen en de aanwezigheid van schapen. Mens en schaap brachtten zoveel schade aan de bovenste laag dat de onderliggende zandlagen vrij kwamen te liggen, waardoor zandverstuivingen ontstonden. Omdat het gebied met zandverstuivingen steeds groter werd, heeft men eind 19e eeuw eiken- en dennenbomen geplant evenals de jeneverbes. Dit hele gebied (788 ha groot), nu beter bekend onder de naam Mantingerveld, bestaat voor een groot deel uit voormalige landbouwgronden. Door gebieden aan te kopen en natuurherstel uit te voeren, probeert Natuurmonumenten de waardevolle heidegebieden aaneen te schakelen tot één groot natuurgebied. Het gebied staat inmiddels bekend als één van de mooiste stuifzand-gebieden in Nederland. We genieten weer volop. Alles om ons heen draagt een zweem van paars. Soms lijkt de heide ietwat te verdwijnen onder de vele grassen, die eveneens uitbundig bloeien, maar telkens zien we het paars terug. Zeker wanneer de zon haar best doet om het paars een gouden randje te geven (hahaha).

Prachtig stuifzandgebied

Het Mantingerbos is oeroud. Dit eiken-hulstbos lijkt het enige bos in Nederland waarvan is aangetoond dat het al sinds de prehistorie een bos is. In het midden van het gebied staan veel dikke eiken, maar aan de randen overheersen zware hulstbomen. We zien onderweg inderdaad prachtige grote bomen die tot de verbeelding spreken.

Fantastische bomen die tot de verbeelding spreken (RK)

Pas later op onze wandeling zien we ook de grote hulstbomen, de enige altijd groene loofbomen van noordwest Europa. Hulst is als wilde boom zeker niet zeldzaam, door minder intensief bosbeheer neemt het zelfs in aantal toe. Met haar rode bessen temidden van groene stekelige bladeren is de hulst een opvallende struik/boom. Het is dan ook zeker niet toevallig dat er verschillende tradities, legendes en mythologieën rond de hulst bestaan die vooral van toepassing zijn in de winter. Volgens een oude Keltische traditie moeten een jongeman en een jonge vrouw zich respectievelijk bekleden met hulsttakken en klimop (wordt gezien als de vrouwelijke tegenhanger van hulst), waarna ze hand en hand door de straten lopen om het oude jaar uit te leiden en het nieuwe jaar verwelkomen. ‘Dit symboliseert de vruchtbare interactie van de godin en de god in de donkerste tijd van het jaar. Het nieuwe licht van de zonnegod verschijnt om de groei van de nieuwe vegetatie in het komende jaar aan te moedigen.’ Volgens een oude christelijke legende ontkiemde de hulst onder de voetstappen van Jezus, waarbij de stekelige bladeren (de doornenkroon) en de rode bessen (bloed) zijn lijden voorspelden. In verschillende Europese landen noemt men hulst ook wel ‘Christusdoorn’. Mythologisch staat hulst in verband met ‘de geest van de vegetatie en de krachten van de natuur’, vertegenwoordigd door de hulst-koning of Holly-King, die regeert van midzomer tot midwinter. Tijdens de volgende seizoenen regeert zijn broer, Koning Eik (Oak King). Kijk, daarom is een eiken-hulstbos zo bijzonder. De Holly-King wordt vaak afgebeeld als een oude man in winterse kleding met een hulsttak op zijn hoofd en een hulststaf in zijn hand. Hij symboliseert rust, bezinning en leren, terwijl de Oak-King groei, genezing, ontwikkeling en nieuwe projecten symboliseert. In de loop der tijden veranderde de Holly-King in Sinterklaas. Zo ontdek je nog eens wat! In het register van monumentale bomen in Nederland komen twee enorme hulstbomen voor: in Havelte (Drenthe) staat een dikke meerstammige hulst, mogelijk uit de 18e eeuw, van circa 4 m omtrek en 13 m hoog en in Zelhem (Gelderland) bevindt zich een kring van hulsten van maar liefst zo’n 15 m hoog uit de 19e eeuw. Zo hoog en zo dik zien wij ze niet, maar ook hier mogen ze er zijn!

Relax lunchen onderweg (RK)
Even rust onderweg naar het Scharreveld

We lopen door Mantinge naar Bruntinge en zien onderweg verwijzingen naar Balinge, Garminge en Eursinge. Opvallend veel plaatsjes die eindigen op -inge. Onderzoek laat zien dat al deze Drentse gehuchten vlakbij een groter en ouder dorp liggen. Deze gehuchten zijn waarschijnlijk rond de 13e eeuw ontstaan vanwege enerzijds de grote bevolkingsgroei toentertijd en anderzijds de warmere periodes in die tijd die het ontginnen van lager gelegen land mogelijk maakten. Het zou kunnen zijn dat plaatsnamen, als Mantinge etc, zijn ontleend aan de (voor)naam van de eerste kolonist op die plek. Altijd leuk om dit soort extra weetjes tegen te komen. 

De Mads Peter Iversen boom’ (RK) 🙂

We zijn op weg naar het Scharreveld, een weids heideveld dat in ere hersteld is van ontginningsactiviteiten (ontwatering en bemesting) in de vorige eeuw. Ook hier kon door de aankoop van gronden het gebied tussen de heiderestanten weer omgezet worden in natuur en kon de versnippering gedeeltelijk teruggedraaid worden. De ingrepen bestonden onder andere uit het verwijderen van de voedselrijke bovenlaag, het herstellen van enkele verdwenen vennen en een dekzandrug. Door het omleggen van sloten werd de verdroging in het gebied tegengegaan.

We doorkruisen het Scharreveld

We lopen wederom door een schitterend stukje heide. Op de foto’s is het misschien minder goed te zien, maar het is werkelijk genieten. Wist je dat de kleur paars je verbeelding stimuleert en je in staat stelt om in contact te komen met je diepere gedachten? Het is ook een kleur die tegenstellingen verenigt en er misschien daarom altijd weer aantrekkelijk uitziet. De kleur verenigt rood met blauw, vuur met water, liefde met verlangen en vrouwelijk met mannelijk. Ik heb net gelezen dat je als wandelaar af en toe een ‘Panorama Mesdagje’ moet doen, even stilstaan tijdens je wandeling om langzaam 360 graden in het rond te draaien zodat je alles om je heen goed op kunt nemen. Paars in de natuur is iets bijzonders!

NAZOMEREN

De meteorologische herfst is op 1 september begonnen. Het is echter nog steeds zomer, want de zon staat pas rond 23 september precies boven de evenaar, waardoor dag en nacht overal op aarde even lang duren. Voor dit jaar is 22 september vastgesteld als einddatum van de astrologische zomer. Verwarrend misschien, maar de meteorologische seizoenen zijn vooral bedoeld om gemakkelijker met weerdata te kunnen rekenen. Door alle seizoenen even lang te maken (drie maanden) kun je immers beter vergelijken. De zon en de aarde trekken echter hun eigen plan, want de stand van de aarde ten opzichte van de zon bepaalt uiteindelijk toch de daadwerkelijke seizoenen. Het weer stoort zich natuurlijk ook niet aan deze data, tot laat in de herfst kan het nog heerlijk zomers zijn. Zo ook vandaag, we treffen het met een strakblauwe lucht, een stralende zon, bijna geen wind en een temperatuur van rond de 25 graden. Is dit een voorproefje van de nazomer die nog gaat komen?

De nazomer wordt ook wel ‘oude wijven zomer’ of ‘sint-michielszomer’ genoemd. Oorspronkelijk komt het eerste begrip uit de Noorse of Germaanse mythologie, waarin zogenaamde schikgodinnen wevend of spinnend werden voorgesteld. Het spinnen van deze lotsgodinnen beeldde het spinnen van de menselijke levensdraden uit. De term ‘oude wijven’ kan ook terug worden gevoerd op een vrouwelijke watergeest met lange witte haren. Later kreeg het betrekking op oude breiende vrouwen en veldspinnen die bij rustig nazomerweer lange draden spinnen. Als daar tijdens de nacht dauw op wordt afgezet, glinsteren er bij zonsopkomst prachtige druppels aan de draden. Men dacht in vroeger tijden dat die mooie slierten de haren van godinnen of vrouwelijke watergeesten waren die zij ’s nachts verloren. Omdat dit verschijnsel zich voordoet bij rustige, zonnige dagen in het najaar, is dit ‘oudewijvenzomer’ gaan heten. Er wordt dus niets onaardigs mee bedoeld.

Typisch Hollands? (RK)

Dit blijkt echter wel een typisch ‘Hollandse’ aanduiding te zijn, in het ‘Roomse zuiden’ wordt een zomerse periode rond 29 september vaak een St. Michielszomertje genoemd, naar de aartsengel Michaël. Weer een andere benaming voor deze nazomer is ‘Indian Summer’, vanwege de mooie kleuren in de herfst die door de zon nog meer tot hun recht komen. Het is duidelijk dat de herfst de maand is waarin de oogst wordt binnengehaald. Naast het woord herfst werd in de 16e eeuw het woord najaar gebruikt, als tegenhanger van het in die tijd gevormde begrip voorjaar. In het Ierse Gaelic worden zowel de herfst als de oogst aangeduid als ‘fómhar’. In het Schotse Gaelic is het overigens ‘loghard’, wat ‘vóór de winter’ betekent. In het Amerikaans-Engels spreekt men van ‘Indian summer’, van oudsher de periode waarin de Indianen gingen oogsten. Daarmee is het cirkeltje rond! ‘Het kind moet (toch) een naam hebben’, nietwaar?

Zonovergoten nazomerdag (RK)

Wij genieten van deze onverwacht heerlijke dag en lopen vanuit Gees naar ‘Hoge Stoep’, een langgerekt (70 ha) heideveld. Hier leven o.a. ringslangen, adders en gladde slangen. Geloof het of niet, maar wij zien, al vroeg tijdens onze wandeling, een heel klein ringslangetje voor ons op het pad. De ringslang is zowel de meest algemene als de grootste slang in Nederland. Ze leven in waterrijke gebieden waar veel amfibieën, hun favoriete maal, leven. Volwassen kunnen ze tot iets meer dan een meter groot worden. Ze zijn donkerbruin tot zwart, herkenbaar aan de opvallende lichtgele ring achter de nek, zijn niet giftig en leggen als enige slang in ons land eieren. Hun leefgebied alhier grenst aan het bos en het stroomgebied van de Geeserstroom.

De slang was te snel voor ons, maar hij is, hoewel vaag, toch vastgelegd

Wanneer we het zandpad langs de Geeserstroom oplopen, worden we ingehaald door een jeep waarmee safaritochten door de omgeving van Gees worden georganiseerd. Dit weggetje tussen de Tildijk en de Goringdijk is, volgens de organisator van deze tochten, het hoogtepunt van zijn ‘hobbeltocht’. Nu zijn er plannen om dit zandpad te veranderen in een betonnen pad om het beter geschikt te maken voor de vele fietsers in de omgeving, maar een safaritocht over een fietspad is toch niet interessant? Halverwege het pad worden wij aangesproken. Als wandelaars zullen wij vast begrip hebben voor hun kant van het verhaal, zie je hen denken. De interviewer van RTV Drenthe en zijn cameraman die meerijden in de jeep, stellen ons een paar ‘indringende vragen’ en zowaar zien we dat ’s avonds terug op de televisie als een ‘one liner’ :-). Ook onze boodschap is dat het jammer is om alles te asfalteren. Je beleeft de natuur anders over de meer ongerepte paden. Het Drenthepad is daar een mooi voorbeeld van. Je moet natuurlijk stukjes overbruggen, maar over het algemeen voert dit pad ons over prachtige ‘natuurpaden’ om de wereld om ons heen op een andere manier te ervaren. De filosoof en schrijver Jean-Jacques Rousseau (1712-1778) zei niet voor niets: ‘wandel niet als een ijlbode, maar als een ontdekkingsreiziger’. Dit klinkt mij als muziek in de oren.

Een overbruggings-stukje (RK)

We lopen verder langs een bord waarop de richting naar ‘de Klinkenberg’ wordt aangegeven. Volgens ons boekje is dat een voormalig mottekasteel. Dat klinkt intrigerend! De naam motte komt van het Latijnse ‘mota’ dat heuvel betekent. ‘De Klinkenberg’ is een lage bult met een ondiepe gracht eromheen, een overblijfsel van een motte, een kasteelheuvel uit 1225-1250. Hier, vlakbij de Goringdijk liggen de restanten van een hoofdburcht en een voorburcht (vooruitgeschoven verdediging van het kasteel), ooit omringd door een achtvormige gracht. Uit opmetingen in 1847 blijkt dat de voorburcht 5 meter en de hoofdburcht 6 meter hoog was. Hij moet gediend hebben om de weg van Coevorden naar Ruinen te beheersen of als uitvalsbasis voor een plaatselijke roofridder. In 1936 werden de voorburcht en een deel van de hoofdburcht (helaas) afgegraven voor zandwinning, maar gelukkig is ‘De Klinkenberg’ sinds 2002 een beschermd monument. Zoals gebruikelijk kent ook deze plek vele mysteries. Zo vertelt b.v. een verhaal dat midden op de heuvel een kist verborgen zou zijn. Klokslag 12 uur zou het deksel van die kist met zware slagen open en dicht slaan. Volgens overlevering zijn de roofridders hier begonnen met de bouw van een kasteel, maar werden ze ’s nachts verdreven door boeren uit Gees gewapend met hooivorken en dorsvlegels. Uiteindelijk lukt het de roofridders toch hun kasteel af te bouwen. Het zijn de verhalen onderweg die het lopen iets extra’s geven.

Prachtige lagen en kleuren op de heide

Ondertussen naderen we het heideveld. Hoewel we veel gras zien tussen de heide, kleurt de heide er nog steeds prachtig paars tussendoor, waardoor het landschap een mooie gelaagdheid krijgt. Ik geloof dat we nog nooit zo veel en zo vaak op de heide hebben gelopen. De mooiste heide is natuurlijk een bloeiende heide en de heide lijkt dit jaar uitbundiger dan ooit te bloeien door de natte zomer. Volgens kenners is het contrast enorm vergeleken met de afgelopen drie kurkdroge jaren. Voor morgen is er meer nazomerweer voorspeld en gaan we verder met onze ontdekkingen van de heide en het landschap eromheen. Ik heb er nu al zin in!