Uitwaaien op Borkum

WaddenWandelen

Toch bijzonder om te ontdekken dat het Duitse waddeneiland Borkum een onderdeel is van de lange afstandswandeling door ‘ons’ Waddengebied. Dat komt natuurlijk omdat dit eiland de meest oostelijke grens vormt van het Werelderfgoed Waddenzee, dat wordt omschreven als ‘een uniek landschap van slikken, kwelders, duinen, geulen en zandplaten’. De Waddenzee is het grootste ononderbroken getijden-systeem ter wereld en strekt zich uit langs de kusten van Denemarken, Duitsland en Nederland. Nergens anders bestaat er ‘zo’n dynamisch landschap met een veelheid aan leefgebieden die gevormd zijn door wind en getijden. De biodiversiteit op wereldschaal is afhankelijk van de Waddenzee’. Tijd om het een en ander zelf eens te gaan ontdekken!

Met een blauwe trein van Arriva naar de Eemshaven reizen, roept nostalgische herinneringen op aan de vroegere ‘Blauwe Engel’, die werd ingezet op de weinig rendabele lijnen in de dunbevolkte delen van ons land, zoals ook Oost Groningen. Deze lijnen waren te duur om te elektrificeren en dreigden daardoor te verdwijnen. In 1954 werd daarom een speciaal type dieseltrein ontwikkeld met een opvallende blauwe kleur en op de neus een logo met twee vleugels. Vanwege deze opvallende details werd de trein in de volksmond al snel de ‘Blauwe Engel’ genoemd. Volgens een nieuwsartikel uit die tijd was deze naam goed gekozen: ‘want behalve dat de kleur van dit nieuwe materieel geparenteerd is aan het blauw van de hemel, is de gang van deze treinstellen als op vleugelen.’ In de jaren zestig koos de NS voor een uniforme kleur voor alle treinen en werden alle ‘Blauwe Engelen’ rood geverfd. De bijnaam bleef echter bestaan, ondanks de veranderde kleur.

Een klein uurtje later stappen we uit op station Eemshaven en lopen we, met een aantal andere ‘Borkumgangers’, richting de haven waar de veerboot al ligt te wachten. In de verte zie je Borkum liggen, want hemelsbreed ligt het maar zo’n 15 km verderop. Waarom is Borkum eigenlijk een Duits eiland terwijl het zo vlak boven Groningen ligt en ‘onze’ Waddenzee begrenst? Vroeger, in de Franse tijd (1794 – 1814) behoorde Borkum wel tot Nederland, maar na 1815 kwam het eiland (weer) onder Duits bewind. Door haar strategische ligging werd Borkum begin 20e eeuw een belangrijke militaire post en is sindsdien Duits gebleven. In de jaren voor WOI erkende Winston Churchill het belang van Borkum voor de Duitse marine. Het eiland was makkelijk te verdedigen maar moeilijk te veroveren. Voor een (Britse) aanval was een basis in de buurt nodig waarvoor Churchill Ameland koos. Nederland was in die tijd neutraal en het binnenvallen van Ameland zou oorlog betekenen. Uiteindelijk ging dit plan toch niet door……..

Borkum is het kleinste waddeneiland van dit streekpad. Met een grootte van +/- 30 km2 is het net iets kleiner dan Schiermonnikoog (ongeveer 40 km2). Toch is het de grootste van de zeven Duitse ‘Ostfriesische Inseln’ boven de regio Niedersachsen. Na Borkum zijn dat Juist, Norderney, Baltrum, Langeoog, Spiekeroog en Wangerooge. Qua inwonersaantal is er wel een groot verschil. Waar Schiermonnikoog nog geen duizend (vaste) inwoners heeft, wonen er op Borkum ruim vijf keer zoveel. Het toeristenseizoen niet meegerekend. Dat is ook wel te zien wanneer we het stadje binnenrijden met het historische boemeltje, die de veerhaven met het centrum verbindt. Dit is beslist geen eilanddorp, dit lijkt haast een klein stadje. 

Met het treintje van de veerhaven naar de stad (RK)
Nostalgisch (RK)

De afstand tussen de haven en Borkum-Stad is 7,5 kilometer en de rit in het treintje duurt een kwartiertje. Dat was vroeger anders. In 1879 werd de lijn aangelegd als paardentram om de materialen voor de bouw van een vuurtoren gemakkelijker van de haven naar de bouwplaats in het centrum van Borkum te vervoeren. Zo’n vier jaar later stapte de eigenaar over van paarden op stoom en in 1888 werd het spoor versterkt om zowel passagier- als goederenverkeer mogelijk te maken. In 1993 werden zowel de spoorlijn als het wagenpark geheel vernieuwd, nu gebruik makend van diesellocomotieven. Tegenwoordig wordt de historische stoomlocomotief ‘Borkum’ weer regelmatig ingezet als toeristische trekpleister om de vele treinhobbyisten te plezieren.

Borkum is anders! Natuurlijk zijn alle Waddeneilanden anders en is het je eigen subjectieve voorkeur waardoor het ene eiland je meer aanspreekt dan het andere. Borkum is echter anders dan de Nederlandse eilanden door ‘een combinatie van een Duitse kuuroordcultuur, een nostalgisch stadsgevoel met de Borkumer Kleinbahn, en een unieke, pollen-arme zeelucht’. Toeristen kwamen al vroeg in de geschiedenis naar Borkum om er te kuren. Door de ligging, ver in de Noordzee, is de lucht vrij van pollen, wat het een ideale bestemming maakt voor mensen met allergieën. De gezonde zeelucht (met een hoog jodiumgehalte) zorgt er bovendien voor dat Borkum een perfecte plek is voor wellness en thalassotherapie. Dit laatste is een therapeutische behandelmethode die gebruikmaakt van helende elementen uit de (mariene) omgeving. Het is gebaseerd op het gebruik van verwarmd zeewater, algen, modder, zeelucht en zand. Dit heeft zeker een behoorlijke aantrekkingskracht, want we zien een hoog rollator gehalte om ons heen. 😉

We starten onze wandeling in Ostland om van daaruit terug naar Borkum-stad te lopen. We lezen dat Borkum oorspronkelijk uit twee afzonderlijke eilanden bestond, Westland en Ostland, die door een smal water van elkaar gescheiden waren. Door de bouw van een dam en de daarop volgende vorming van nieuwe duinen in het voormalige zeegat kwamen beide eilanden in 1860 aan elkaar vast te zitten. Vanaf toen was Borkum één geheel. Het ‘tussendoormeer’ (Tüskendörsee) onderweg vormt de oude scheidslijn.

Klinkers i.p.v. schelpen (RK)
Het is prachtig groen om ons heen (RK)

Grappig genoeg zijn de schelpenpaadjes, zo kenmerkend op ‘onze’ eilanden, hier vooral klinkerpaadjes. Aan weerszijden zien we veel bloeiende duinroosjes en geurende kamperfoelie. Het is echt prachtig groen om ons heen. Tegelijkertijd is het niet overal zo rustig vanwege vele fietsers die over dezelfde smalle paadjes willen als wij. We lopen dus meestal als een rijtje eendjes achter elkaar. Goed voor de innerlijke rust en de verdieping in jezelf zullen we maar zeggen! Lopend afstand nemen van de waan van de dag. Ik heb gelezen dat dit je tot je eigen kern kan brengen, wat verfrissend en verrijkend moet zijn. Je voelt dan weer wat er werkelijk toe doet en wat eigenlijk niet belangrijk is. Zou een dag of zelfs minder al voldoende zijn om werkelijk tot die kern te komen? Hoe dan ook, het is sowieso genieten. Zeker wanneer we na onze koffiestop verder lopen over het strand. 

De bevoorrading onderweg is dik in orde (RK)

Het strand is haast eindeloos breed met tussen ons en de zee een, naar het lijkt, nieuw opkomende duinenrij. Het is een strand dat om diverse redenen wordt bejubeld. Een Duits tijdschrift schrijft zelfs dat je bijna nergens ‘de lege accu’ beter kunt opladen dan op ‘de mooiste zandhoop ter wereld’. Door de grote afstand tot het vasteland heerst hier, zoals eerder gezegd, een uniek hoogzeeklimaat: arm aan pollen, zouthoudend en bijzonder weldadig voor de luchtwegen. Een wandeling langs de waterkant wordt hierdoor tegelijkertijd ook een gezondheidskuur. Altijd goed, toch?

Een opkomende duinenrij? (RK)
Een gezondheidskuur langs het strand (RK)

Naarmate we dichterbij ‘de bewoonde wereld’ komen, neemt ook het aantal activiteiten op het strand toe. Het blijkt dat dit stuk strand één van de meest uitgelezen strandzeil locaties van Europa is voor zowel beginners als profs. Als de wind goed is, kunnen de strandzeilers snelheden van wel 130 km per uur halen. Indrukwekkend!

Strandzeilers (RK)

We lopen de duinen over richting de strandpromenade die ons van bovenaf weer een andere blik op het Noordzeestrand geeft. Hier zie je opeens de zogenaamde ‘strandkorven’ op het strand zelf, terwijl aan de andere kant van de promenade een luxueus kuuroord opduikt. We wanen ons in een andere wereld. Het geheel doet mij denken aan een decor voor een Agatha Christie crimi. ‘Moord in een strandkorf’ klinkt zeker als een spannende mogelijkheid. De bonte verzameling van tentjes en korven, die schots en scheef door elkaar staan, geven het strand een heel eigen aanblik. Het zandstand zelf is wit. Volgens de eilandbewoners heel bijzonder. Zo zelfs dat je dit zand in een museum dichtbij kunt vergelijken met strandzand van over de wereld.

Vanaf de hoger gelegen wandelpromenade (RK)
Een bonte verzameling (RK)

Vol indrukken dwalen we even later door het stadje, waar het inmiddels behoorlijk druk is geworden, op zoek naar een terrasje voor een late lunch. Zo dichtbij en toch zo anders. Voor herhaling vatbaar, want we hebben b.v. nog geen vissershuisje met walviskaken gezien!

Op weg naar een late lunch (RK)

Civita di Bagnoregio (Italië)

Er wordt wel gezegd dat Italië barst van de stadjes en plekken die zo uit sprookjes lijken te komen. Volgens dezelfde website zijn ze ‘zo betoverend mooi dat je bijna niet gelooft dat ze echt bestaan’. Waar of niet waar …… voor het stadje Civita di Bagnoregio is deze beschrijving, wat ons betreft, zeker van toepassing! Het wordt één van de ‘borghi più belli d’Italia’, één van de mooiste dorpjes van Italië, genoemd. Het plaatsje ligt, op de grens van Umbrië en Lazio, op een plateau van tufsteen waardoor het hoog boven de vlakte uitsteekt. Tufsteen (of tuf) bestaat grotendeels uit vulkanische as, is een relatief zachte steensoort die gemakkelijk te bewerken is en werd in de middeleeuwen vaak gebruikt als bouwmateriaal. Een andere, minder positieve, bijnaam van de stad is dientengevolge ‘la città che muore’, de stervende stad. Dit vanwege deze zachte en poreuze ondergrond die constant verder afbrokkelt, waardoor het dorpje tegenwoordig letterlijk op een verheven eiland lijkt te zweven. Het stadje staat dan ook op de World Monuments Fund Watch List van de 100 meest bedreigde monumenten ter wereld. Hoe snel dit verdere verval zal gaan? Wie zal het zeggen………… 

Regio’s in Italië (internet)

Wij parkeren onze auto in Bagnoregio (de lage, nieuwe stad) en lopen verwachtingsvol naar het uitkijkpunt waar we een schitterend uitzicht hebben over ruige pieken, glooiende valleien en een lange stenen voetgangersbrug die de enige toegang tot het oude stadje (Civita di Bagnoregio) op de heuveltop blijkt te zijn. We haasten ons langzaam, dat moet ook wel want de klim naar boven over deze ‘levenslijn’ met de bewoonde wereld is ruim 300 meter lang. Een prachtige wandeling!

Verso un bellissimo punto di vista
Al belvedere
Op eenzame hoogte

We leren dat de Civita (van het Latijnse civitas, wat stad of gemeenschap betekent) meer dan 2500 jaar geleden werd gebouwd door de Etrusken op een plek die destijds zowel strategisch als vruchtbaar was. Bovenop een plateau van tufsteen, omringd door kliffen van klei en uitkijkend over de ‘Valle di Calanchi’, een spectaculair, maan-achtig erosielandschap, beroemd om de witte kleirichels en diepe geulen. Civita heeft eigenlijk een redelijk rustige geschiedenis gehad, waarbij de geboorte van Giovanni di Fidanze in 1221, beter bekend als Sint Bonaventura, de patroonheilige van Bagnoregio, één van de belangrijkste gebeurtenissen was. Aan zijn latere naam Bonaventura is een legende verbonden. Als kind zou hij van een ernstige ziekte zijn genezen met hulp van de heilige Franciscus van Assisi. Die zou na het wonder ‘o buona ventura’ (oh heerlijk lot) hebben geroepen.……

De vallei van Calanchi is een spectaculair erosielandschap (RK)

Rond 1240 trad Bonaventura zelf in bij de franciscanen, ook wel minderbroeders genoemd. Deze beweging binnen de Room Katholieke Kerk werd rond 1209 gesticht en staat bekend om haar toewijding aan armoede, broederschap en soberheid. Zelf wordt Bonaventura vaak als tweede stichter van de orde gezien. Na een interne strijd tussen de radicale richting van de Spiritualen en de meer ruimdenkende tak (later de Conventuelen genoemd) trad Bonaventura naar voren als leider van de gematigde factie. Hij hervormde de orde en voerde spirituele richtlijnen in. Zo vond hij dat theologiestudie voor predikers van de orde verplicht was, iets waar Franciscus op tegen was geweest. In zijn theologische werken concentreerde Bonaventura zich op de figuur van Christus en diens lijden. Zijn middeleeuwse bijnaam luidde daarom ‘doctor passionis’, doctor van het lijden. Een toepasselijke naam in de context van wat wij nu weten over zijn geboortedorp?!

Civita di Bagnoregio was oorspronkelijk dus een Etruskische nederzetting en lag langs een belangrijke handelsroute. De Etrusken waren een ontwikkeld (en mysterieus) volk dat leefde van 900–90 v. Chr. in het huidige Toscane, Umbrië en Lazio. Later viel het gebied onder Romeinse heerschappij en na de val van het West-Romeinse Rijk werd het veroverd door de Longobarden. De Longobarden (ook Langobarden, verwijzing naar hun lange baardgroei, of Lombarden, een latere aanpassing  aan hun veel latere woongebied Lombardije) waren een Germaans volk dat oorspronkelijk uit Scandinavië kwam. De laatste echte Longobardische koning was Desiderius, die tot 774 regeerde, waarna Karel de Grote hun rijk niet alleen veroverde, maar ook de titel ‘Koning der Longobarden’ overnam. Civita was, in de tijd van Desiderius, ook bekend onder de naam Balneum Regis, wat ‘Koninklijk bad” betekent. De naam is ontstaan vanwege de vele thermaalbaden en warmwaterbronnen in de vulkanische omgeving van de streek. Volgens de overlevering genas koning Desiderius in de 8e eeuw van een ernstige ziekte dankzij het geneeskrachtige water aldaar, waarna de Romeinse nederzetting deze koninklijke benaming kreeg.

In 1695 was er een grote aardbeving, waardoor stukken rots afbrokkelden en er een kloof ontstond naast het plaatsje. Civita werd hiermee afgescheiden van Bagnoregio. De bisschop vertrok uit het stadje en de bevolking volgde. Civita bleef langzaam afbrokkelen en het dorp was eigenlijk alleen nog te bereiken met de hulp van ezels. In de 19e eeuw was het plateau zelfs zo ver afgebrokkeld dat er een soort eiland was ontstaan.

Dit beeld observeert (RK)

Rond 1920 werd een stenen brug gebouwd om het plateau te bereiken, maar die brug verzakte en Civita raakte volledig van Bagnoregio geïsoleerd. De brug werd verder verwoest tijdens WOII. Begin jaren 60 werd een nieuwe brug gebouwd om Civita te bereiken. Deze 366 meter lange voetgangersbrug verbindt Civita nu nog steeds met Bagnoregio. In 2004 zijn er plannen opgesteld om het plateau met stalen staven te verstevigen, maar deze plannen zijn (nog) niet uitgevoerd. In 2013 werd er echter wel een tol geïntroduceerd voor de voetgangersbrug om zo de erosie enigszins tegen te gaan en de gebouwen in Civita te bewaren. Dit bleek eveneens een goede marketingstunt te zijn om toeristen naar het plaatsje te lokken, want sindsdien komen ruim 1 miljoen bezoekers per jaar naar Civita, zowel Italianen als buitenlandse toeristen. Het geld dat wordt opgehaald, wordt gebruikt om de infrastructuur van zowel Civita als Bagnoregio te verbeteren. Tegenwoordig wonen er in Civita nog ongeveer 10 mensen in de winter en zo’n 100 in de zomer om de winkels, restaurants en B&B’s in het dorp draaiende te houden. De toekomst van Civita blijft erg onzeker, aangezien het plateau nog steeds verder af blijft brokkelen.

De voetgangersbrug brengt ons omhoog (RK)

Na het oversteken van de brug kom je terecht bij de Porta Santa Maria, de enige overgebleven stadspoort van het middeleeuwse stadje. De andere 4 stadspoorten zijn in de loop der tijd in de afgrond verdwenen. Aan weerszijden van de poort bevinden zich 2 bas-reliëfs (de beelden steken een klein stukje uit de platte achtergrond) van leeuwen met een mensenhoofd in hun klauwen. Die  verwijzen naar de overwinning in 1457 van de inwoners tijdens hun opstand tegen de heerschappij van de familie Monaldeschi, een adellijke familie uit het vlakbij gelegen Orvieto. Aan het einde van de Middeleeuwen konden de pausen hun macht in stand houden dankzij de militaire steun van enkele grote families, waaronder deze familie Monaldeschi. De familieleden gedroegen zich vaak als tirannen. Ze voerden tientallen jaren bloedige ruzies met rivalen, streden om de absolute controle over de stad Orvieto en bestuurden hun landgoederen met ijzeren hand.

Veel fotografen bij de toegangspoort (RK)
Leeuw met mensenhoofd als teken van overwinning (internet)

Civita di Bagnoregio heeft veel middeleeuwse gebouwen met typerende kleine balkonnetjes met daarnaast stille straatjes en mooie doorkijkjes. Allemaal goed bewaard gebleven door de isolatie van het plaatsje. Er zijn bijna geen moderne toevoegingen gedaan en alles is grotendeels onaangetast gebleven tijdens de twee wereldoorlogen. Zoals al eerder genoemd zijn er wel grote delen van het plaatsje verloren gegaan (in de afgrond) door erosie, zo ook de geboortewoning van San Bonaventure. Civita was misschien ooit een stad, maar tegenwoordig is er niet veel meer over dan een klein dorp.

Het centrale plein, Piazza San Donato, is het kloppend hart. Hier staat de romaanse kerk van San Donato, waar nog steeds missen worden gehouden. De kerk werd oorspronkelijk in de 5e eeuw gebouwd en diende eeuwenlang als zetel van het bisdom Bagnoregio. De aardbeving van 1695 veroorzaakte dusdanige grote schade dat de bisschoppelijke functies verplaatst werden naar de nabijgelegen stad.

Plaza San Donato
Het plein vanaf de andere kant (internet)
De kerk met de bijzondere klokkentoren (internet)

We lopen genietend verder door het dorp en bezoeken (uiteraard) de kerk. Bijzonder moet het houten kruis zijn dat Christus in drie verschillende stadia, afhankelijk van de kijkrichting, laat zien; levend van voren, stervend van links en dood van rechts. Op de een of andere manier missen we ook ‘de contouren van het Etruskische graf’, maar ons excuus is dat er wordt gerenoveerd, dus het is ook zeker mogelijk dat deze schatten even aan het oog onttrokken worden ;).

Het is warm en we besluiten ons te sterken met een echte Italiaanse gelato voordat we aan de terugweg beginnen. Het is maar dat je het weet: echte gelato (betekent ‘bevroren’ in het Italiaans)  is authentiek ambachtelijk Italiaans ijs dat zich onderscheidt door een lagere temperatuur, minder vet en veel minder lucht dan traditioneel roomijs. ‘Cono o coppetta?'( hoorntje of bakje?) is een veel gehoorde vraag onderweg. We laten ons vertellen dat ‘il gelato artiginale’ (een ambachtelijk ijsje) zeker zorgt voor ‘un buon umore’ (een goed humeur) want een ijsje eten stimuleert de productie van gelukshormoon serotonine. Hierdoor is ‘regalarsi un piccolo piacere’ (jezelf verwennen) met een (Italiaans) ijsje een dagelijkse bezigheid voor menig Italiaan……..en vandaag ook voor ons. Een prima afsluiting van een bijzonder uitje!

Orvieto Sotterranea (Italië)

Onder de smalle straatjes en oude geveltjes ligt de meer verborgen wereld van Orvieto. Volgens de beschrijving is het ‘een mysterieuze, stille wereld die je meeneemt terug naar de Etrusken en de Middeleeuwen’. Orvieto underground is een labyrint van grotten uitgehouwen in het tufstenen plateau waarop de stad is gebouwd. Al in de tijd van de Etrusken lag hier een stad, Velzna of Volsinii, waardoor er nu in en om Orvieto mooie overblijfselen van dit mysterieuze volk te vinden zijn. Orvieto dankt haar bestaan dus aan de Etrusken, maar haar naam aan de Romeinen, die de stad ‘urbs vetus’ (oude stad) noemden, vanwege de Etruskische wortels. 

Maar wie waren die Etrusken? De Etrusken vormden een bevolkingsgroep met een eigen taal en een eigen religie en cultuur. Hun gebied ligt in het huidige Toscane, een deel van Umbrië en Lazio op het Apennijns Schiereiland. Dit gebied werd toen Etrurië genoemd. In hun bloeitijd (7e en 6e eeuw v. Chr.) waren de Etrusken één van de hoogst ontwikkelde volken van de oudheid. Ze waren zeer vooruitstrevend voor hun tijd en stonden bekend om hun kunst, architectuur en vaardigheid in metallurgie. Zo stonden ze bekend om hun obsessie met het ontcijferen van goddelijke tekens, zoals het bestuderen van de ingewanden van geofferde dieren en het interpreteren van blikseminslagen. Maar bouwden ze ook complexe aquaducten en legden ‘vie cave’ aan (diepe holle wegen uitgehakt in tufsteen). De Etrusken schreven van rechts naar links, voor ons gevoel in spiegelbeeld. De tekens zijn geïnspireerd op het Griekse alfabet maar hebben een heel eigen stijl die nergens anders in Europa teruggevonden wordt, al vertoont het wel overeenkomsten met het veel latere runenalfabet uit Noord-Europa. Hun heilige stad Velzna (het huidige Orvieto) lag deels ondergronds en telt minstens 1240 grotten waarvan er nu minstens 440 ontdekt zijn. De grotten zijn ongeveer 2.500 jaar oud en vormen een netwerk van tunnels en ruimtes, ontstaan doordat de stenen opgegraven werden voor de bouw van huizen in de weide omgeving. De gangen zijn met elkaar verbonden, waardoor er een ondergrondse wereld is ontstaan die eeuwenlang werd gebruikt en vorm gegeven door de bewoners van Orvieto. We zijn langzamerhand wel heel nieuwsgierig geworden. 

We lopen naar hetzelfde plein ……(RK)

Onder leiding van een gids, want je kunt beslist verdwalen onder de grond, dalen we af naar naar onze eerste grot waar we overblijfselen van een olijvenpers uit de middeleeuwen vinden. Omdat de luchtvochtigheid hier hoog is en de temperatuur constant zo’n 14-15 graden, is deze grot ideaal voor de productie van olijfolie. Grappig genoeg blijkt dat de grootte van de filters door de eeuwen heen onveranderd is gebleven.

Oude olijfpersen onder de grond

De tour voert ons verder door smalle gangen en verborgen ruimtes  naar een diepe put. Deze putten werden op diverse plaatsen in de stad uitgehakt om bij drinkwater  te kunnen komen. Ze waren van belang voor de watervoorziening in tijden van belegering. Orvieto mocht dan wel bovenop een steile tufstenen rots liggen en daardoor militair gezien praktisch onneembaar, maar hierdoor was er geen natuurlijke toegang tot (grond)water. Water was letterlijk van levensbelang. We zien hier een brede put met uitgehakte stappen opdat een (smalle) man kan afdalen. De put is nu onderbroken vanwege werkzaamheden ter versteviging, maar was vroeger een geheel van, als ik me niet vergis, zo’n 43 meter diepte. Zonder extra houvast lijkt me dat een bijzonder gevaarlijke weg naar beneden (of omhoog), ondanks dat je je waterbak niet zelf mee hoefde te nemen. Waterputten die niet meer als zodanig gebruikt werden, kregen een nieuwe bestemming als afvalputten.

Vanuit de stad werd een waterput geslagen
Het is een lang eind naar het waterniveau

Via andere gangen en hele smalle tappen met grote onregelmatige treden lopen we omhoog naar een ruimte met heel veel holtes in de muren. De holtes dienden vroeger voor het fokken van duiven. Via openingen naar buiten vlogen de duiven in en uit en konden ze nestelen in de bescherming van de grotten. Duiventillen voor de voedselvoorziening, want de duiven waren een belangrijke en vooral constante bron van vlees, vooral tijdens belegeringen of in tijden van schaarste. In de grotten verblijven nu geen duiven meer, maar ze zijn wel  tot op heden een culinaire specialiteit in Orvieto. 

Een constante voedselbron (RK)
Wegens ruimtegebrek ook in de muur met de weg naar boven (RK)

Paus Clemens VII, geboren in 1478 als Giulio de’ Medici en paus van 1523 tot aan zijn dood in 1534, zag Orvieto als een veilig toevluchtsoord wanneer er weer heibel was in Rome. In een periode waarin hij zijn toevlucht tot Orvieto nam nadat Rome bestormd was door de tegenstanders van de pauselijke troon, gaf hij in 1527 de opdracht om een nieuwe en betrouwbare waterput te bouwen. Hij was geobsedeerd door het idee dat hij geen fris water zou kunnen drinken. Het resultaat was een 62 meter diepe put met een spiraalvormige dubbele wenteltrap; de Pozzo di San Patrizio. Helaas hebben we geen tijd om deze spectaculaire put te bezichtigen, maar onze gids vertelt wel het verhaal. Rondom de put zorgen 72 boogvensters voor natuurlijk licht en er zijn twee brede, aparte wenteltrappen met elk 248 treden. De ene trap diende voor het verkeer naar beneden en de andere voor het verkeer naar boven, want de ezels die zorgden voor de waterbevoorrading van de stad mochten niet met elkaar in botsing komen. Helemaal beneden is er een bruggetje dat de overgang maakt van de ene naar de andere trap. Toen deze waterput net voltooid was, dachten  de inwoners van Orvieto dat de put recht naar het vagevuur leidde, ook al werd er door de ezels geen vuur maar water naar boven gehaald. Dankzij een oude legende over een put, ‘het vagevuur van Sint-Patricius’, komt deze waterput ook aan zijn naam. Grappig weetje is nog, zo glimlacht de gids, is dat het systeem van de gescheiden trappen waarschijnlijk geïnspireerd is op de trappen van een Romeins bordeel, waar de in- en uitgaande bezoekers liever niet met elkaar geconfronteerd wilden worden………

Een technisch hoogstandje (internet)

Tijdens onze rondleiding door dit ondergrondse labyrint, waarvan we slechts een heel klein deeltje zien, ontdekken we hoe inwoners van Orvieto eeuwenlang tunnels, trappen, voorraadkamers en zelfs duiventillen uit tufsteen hakten. De grotten dienden als schuilplaatsen, werkplaatsen en opslagruimtes en werden zeker benut in tijden van nood, belegering of bij simpelweg een gebrek aan ruimte boven de grond. Tegenwoordig is het merendeel van de toegangen tot de huizen afgesloten. Door al het afval buiten de muren konden inbrekers makkelijk door de openingen van de duiven naar binnen klauteren en zo verder omhoog de huizen in. Omdat het zachte tufsteen steeds verder uitslijt en vanwege het feit dat mensen hun grotten vroeger regelmatig veel verder uithakten dan was toegestaan, moeten massieve betonnen pijlers en stalen constructies nu voorkomen dat delen van de stad instorten en dat het ondergrondse labyrint behouden blijft. Dat enorme netwerk van ondergrondse grotten, tunnels en kamers met alles wat erbij hoort, dat samen een meer verborgen deel van de stad vormt. Het is echt een wereld op zich!

Duomo di Orvieto (Italië)

Orvieto wordt beschouwd als één van de mooiste plaatsen in Umbrië. De stad is gebouwd op een tufstenen (gesteente dat grotendeels uit vulkanische as bestaat) plateau dat ‘statig oprijst te midden van het groene landschap met wijngaarden, cipressen en olijfbomen’. Wij zien de stad al van grote afstand liggen en het is Inderdaad een prachtig gezicht! 

Ons plekje in de wijngaarden vlakbij Orvieto (RK)

De stad heeft verschillende bijnamen. De eerste, Città del Corpus Domini, is te danken aan het  beroemde ‘Wonder van Bolsena’ uit 1263. In dat jaar twijfelde een priester aan de zogenaamde transsubstantiatie (brood en wijn veranderen tijdens de mis in het lichaam en bloed van Christus) tijdens het opdragen van de mis in de kerk van Bolsena, waarna bloed uit de hostie vloeide. Paus Urbanus IV voerde daarop in 1264 het feest van Sacramentsdag in en riep die dag uit tot een universeel feest voor de Katholieke Kerk. Ditzelfde wonder was later ook de aanleiding voor de bouw van de Duomo in Orvieto. Paus Niccola IV gaf in 1290 opdracht tot de bouw van een kerk om het reliek van het wonder van Bolsena (het gewaad bevlekt door de bloedende hostie) passend onder te kunnen brengen. De uiteindelijke bouw duurde tot 1600!

De werkzaamheden namen dus ruim 300 jaar in beslag en begonnen in romaanse stijl met wit-zwarte lagen. Halverwege werd het ontwerp echter omgegooid naar de veel complexere Italiaanse gotiek, een andere bouwtechniek die het project veel ambitieuzer en dus moeilijker maakte. Daarnaast moest de Duomo concurreren met andere grote Italiaanse kathedralen, waardoor er steeds weer bezuinigd moest worden, wat leidde tot aanzienlijke vertragingen in de bouw. Natuurlijk waren er in de middeleeuwen, ook in deze regio, veel conflicten en wisselingen van de macht, met als gevolg dat de bouw ook hierdoor steeds tijdelijk stil werd gelegd. Tenslotte staat deze kathedraal bekend om haar indrukwekkende gevel. De creatie van de vele bas-reliëfs, mozaïeken en latere fresco’s, waaraan meer dan twintig kunstenaars hebben gewerkt, duurde alleen al tientallen jaren. Geen wonder dus dat de bouw haast eindeloos leek te duren. Het resultaat is echter absoluut de moeite waard!

De romaanse invloed (RK)
Mooi lijnenspel (RK)
Maria valt (bijna) in het niet

We parkeren de auto op de grote parkeerplaats onder aan de heuvel en neem de roltrappen naar boven. Lopen kan ook, maar het is een hele klim en in deze hitte niet echt een aanrader. Het stadje zelf is niet groot, maar wel erg sfeervol. We dwalen door smalle straatjes met veel kleine winkeltjes en nog meer trattoria’s, Het zijn vaak familiebedrijven waar, zoals ze zelf zeggen ‘traditie en passie centraal staan’. Wanneer we dan echt voor de Duomo staan, zijn we helemaal gebiologeerd door alle grandeur. Ik geloof direct dat deze kathedraal met een gevel vol gouden mozaïeken en zwarte en witte strepen van basalt en travertijn, één van de mooiste van Italië is. Zelfs ondanks het feit dat ze met groot materiaal bezig zijn om een extra kapelletje voor de grote deuren te plaatsen, blijft de eerste indruk overweldigend.

Werkzaamheden voor een bijzondere dag
Precisiewerk (RK)
Tientallen kunstenaars hebben hieraan gewerkt (RK)

Dat extra bouwwerk heeft, denken wij, alles te maken met de ‘duiven ceremonie’ op Pinksterzondag. Het verhaal gaat dat een witte duif (symbolisch voor de Heilige Geest) in een speciale plexiglas capsule naar een ‘nest’ bij de kathedraal reist. Het kan ook dat de duif door de neergezette kapel moet vliegen, maar dat is misschien een te groot risico op mislukken? Hoe dan ook, de aankomst van de duif brengt geluk en gaat gepaard met vuurwerk, rook en duizenden vallende rode rozenblaadjes om de neerdaling van de Heilige Geest uit te beelden. Ze zeggen dat als de duif de reis overleeft (oei), dit een voorspoedig jaar en een goede oogst voor de stad betekent. Haast jammer dat we dit niet meemaken!

De gevel laat verschillende taferelen zien waaronder de schepping en het laatste oordeel. De bronzen deur, waar we vandaag niet doorheen kunnen vanwege de ‘duif’ voorbereidingen, stelt de zeven werken van barmhartigheid (concrete daden van naastenliefde) voor. Boven het hoofdingang staan de vier beelden van de vier evangelisten, de schrijvers van de vier evangeliën (goede boodschap) in het Nieuwe testament: Mattheus (engel), Marcus (leeuw), Johannes (adelaar) en Lucas (stier). Daarboven is een prachtig roosvenster in een vierkant met daar rond beelden van apostelen en profeten. Je blijft kijken en ontdekken! Een beetje bijbelkennis is wel noodzakelijk en ik leer heel wat bij vandaag ;).

Een detail van de buitenkant
Dit lijkt me de onderwereld…….

Ook binnen is er genoeg te zien en te bewonderen. Een audioverhaal vertelt ons vlot en in begrijpelijke taal waar we naar kijken. Zo zien we vooraan, rechts in de kathedraal, de beroemde Cappella San Brizio met verschillende fresco’s over het laatste oordeel. De cyclus leest als een boek. Oorspronkelijk is Beato Angelico hier in 1447 aan begonnen, maar het is de Toscaanse schilder Luca Signorelli die hier vanaf 1499  zijn meesterwerk neerzette. In een hoek staan 2 sombere zwart geklede mannen afgebeeld; het zelfportret van Luca Signorelli met achter hem Beato Angelico.

De twee heren als onderdeel van….. (internet)
Mooie details

Op de rechtermuur is de fresco van de verdoemden in de hel. Hier zie je o.a. de duivel die een vrouw meevoert. De duivel, met een hoorn op het voorhoofd, is ook weer een zelfportret van Signorelli. De blonde vrouw zou mogelijk zijn geliefde voorstellen, die gestraft wordt omdat ze hem ontrouw was. Onderaan dezelfde muur zie je ook een dode Christus afgebeeld. Dit zou het portret voorstellen van de zoon van Signorelli die tijdens de werken in de kapel overleed aan de gevolgen van pest. Tumultueuze tijden omgezet in een grootste prestatie?

Je blijft kijken en je blijft je verbazen
De twaalf apostelen ontbreken ook niet (RK)
Dit is (volgens ons) Jacobus de Meerdere als pelgrim gekleed

Vooraan links in de kerk is de Cappella del Corporale, waar het doekje van het wonder van Bolsena is ondergebracht in een zilveren reliekschrijn. De fresco’s in de kapel beelden dit wonder van Bolsena uit. Ieder jaar opnieuw wordt dit wonder van Bolsena herdacht op Sacramentsdag, d.i. het feest van Corpus Domini, dat plaatsvindt de tweede donderdag na Pinksteren. Een historische processie met meer dan 400 deelnemers in traditionele kostuums die de Sacro Corporale, het relikwie van het beroemde Bloedwonder van Bolsena, door de straten van de stad tot aan het plein van de Duomo begeleiden. Het kan dus zijn dat ons kapelletje niets te maken heeft met de duif, maar alles te maken heeft met het wonder? We zagen nl ook een stalen kabel naar een hoger punt in de kathedraal lopen. Zou dat naar het nest gaan? Het lukt ons niet om dat te ontdekken.

Een laatste blik achterom terwijl we naar buiten lopen

Weer buiten op het Piazza del Duomo zien we de Torre del Maurizio. Deze klokkentoren heeft alles te maken met de bouw van de kathedraal en is speciaal gebouwd om de werktijden op de bouwplaats aan te geven. Bovenop de toren zie je een klok en een bronzen mannetje in middeleeuwse kleding die Maurizio genoemd wordt. Eigenlijk is Maurizio een verkeerde uitspraak van het woord muricio, afgeleid van de uitdrukking ariologium de muricio, oftewel de klok die de werktijden aangaf. Op Maurizio’s riem staat de tekst: ‘Da te a me campana fuoro pati / tu per gridare et io per fare i fati’, wat vrij vertaald zoiets betekent als: ‘Dit is het pact tussen ons bel: jij schreeuwt en ik doe het werk.’ Grappig toch. Je ziet het mannetje ook verwoed met een hamer op de bel slaan als de klok galmt. Deze bijzondere klok was toentertijd de eerste mechanische klok in Europa en vandaag de dag is Maurizio nog altijd enthousiast aan het werk.

De eerste mechanische klok van Europa
‘Jij roept (bel) en ik sla (Maurizio)’

Een andere bijnaam van Orvieto is ‘slow city’ (città lenta) vanwege de ontspannen leefstijl. Orvieto blijkt het historische hoofdkwartier van het wereldwijde Cittaslow-netwerk te zijn, een beweging die zich richt op het bevorderen van de levenskwaliteit, lokale gastronomie (zoals de bekende Orvieto Classico wijn) en het tegengaan van massatoerisme. Kort gezegd houdt slow leven in dat je je langzaam haast (‘festina lente’); dagelijks op zoek zijn naar een bewuster leven in de moderne tijd, met andere woorden op zoek naar het beste uit het verleden om daar, dankzij het beste van de hedendaagse (en toekomstige) mogelijkheden, van te genieten. Klinkt goed. Het is inmiddels lunchtijd geworden en dus de hoogste tijd om die lokale gastronomie te ontdekken!

Onderweg

We strijken neer in het ons aangeraden Trattoria La Pergola en vinden een plekje in hun tuinkamer onder een afdak van geurende bloemen. Idyllisch. Wist je dat het woord trattoria komt van trattore (trakteren)? Dit waren door families gerunde keukens waar echte, huisgemaakte maaltijden werden geserveerd. Denk dan aan nonna’s pasta en geruite tafelkleden. Het mag nu dan allemaal wat moderner zijn, de gemoedelijke sfeer is gebleven. Dit is met recht ‘la dolce vita’. Aan het eind van de middag hebben we een afspraak voor een tochtje door ‘Orvieto Sotterranea’, de wereld onder de grond. Ik ben reuze benieuwd! Wordt vervolgd. 

La fine’ (RK)

Drentse duinen

Jacobspad: Lieveren-Langeloërduinen-Norg

Eigenlijk is het merkwaardig om over duinen in Drenthe te spreken, toch? Bij duinen denk je immers vooral aan de natuurlijke (dus niet door mensen aangelegde) zandbergen langs de kust die ervoor moeten zorgen dat de zee het land niet binnen kan stromen. De zee is in Drenthe echter ver te zoeken! De ‘Drentse’ duinen zijn dus anders en worden ter onderscheiding ook wel landduinen of stuifzanden genoemd. ‘Een geducht natuurverschijnsel’, zo werden de stuifzanden ruim een eeuw geleden genoemd. In feite waren de zandverstuivingen (‘duinen’) echter meer het resultaat van het werk van de mens dan dat van de natuur.

De meeste stuifzanden ontstonden in de 18e en 19e eeuw toen vele tienduizenden schapen dagelijks de Drentse heidevelden afstruinden op zoek naar alles wat eetbaar was. Ook werden er regelmatig karrenvrachten heideplaggen gestoken om de mest te gebruiken voor de akkers. Het gevolg van dit alles was dat de heide op veel plekken verdween en het witte zand eronder vrij spel kreeg. In periodes van droogte en harde wind kregen deze zandverstuivingen de kans om flink te groeien.

Vanaf de 18e eeuw benoemden de boermarken (organisaties waarbij lokale boeren gezamenlijk verantwoordelijk waren voor het beheer van gemeenschappelijke gronden) ‘zandheren’ om de strijd tegen het zand te coördineren. Ze lieten aarden wallen tegen het oprukkende zand bouwen en er werden bomen en houtwallen langs de essen (met mest opgehoogde akkers) geplant om het zand vast te leggen. Pas in het begin van de vorige eeuw werden de zandverstuivingen echt bedwongen door het op grote schaal planten van vooral grove den. Tegenwoordig wordt er juist veel moeite gedaan om het stuifzand open en daarmee actief te houden, want zonder ingrijpen verandert het stuifzand snel in bos.

We zijn langzamerhand wel heel nieuwsgierig geworden naar dit duinlandschap! Ik lees in een column van Janny van der Heijden dat nieuwsgierigheid net is als zout? Een snufje brengt smaak, teveel bederft het gerecht en wie helemaal niet proeft, mist uiteindelijk waar het eigenlijk om gaat. Wij gaan proeven met smaak, want een smaakbeleving is tenslotte een dans van al je zintuigen!

We starten weer in Lieveren waar het op zondag een stuk drukker lijkt te zijn dan op een doordeweekse dag. We lopen over de Zuidesch richting Norg en vinden net buiten het dorp een heerlijk plekje voor ons eerste kopje koffie. Lekker in de zon aan een picknicktafel die met een grote ketting verankerd ligt aan een hunebed-kei. Zou dit een bescherming voor de wind of tegen vandalisme zijn? Onze logeerhond Nova doet alsof ze al een marathon achter de rug heeft en zakt heerlijk languit in het gras. Zelfs een slok water of een meegebracht hondenbrokje kan haar niet tot enige activiteit verleiden. Dat belooft nog wat ;).

Ook het Drenthepad gaat hier langs…….
Mooie paden, maar helaas voor Nova …..

Even verderop lopen we over het Oostervoortse Diep of Kleine Diep. Net ten zuiden van Lieveren vloeit het samen met het meer westelijk gelegen Groote Diep en wordt dan het Lieversche Diep genoemd dat verderop overgaat in het Peizerdiep. Het hele Drentse Aa gebied is eigenlijk een eeuwenoud landschap gevormd door diepen, diepjes, lopen en loopjes. Lange tijd was het Oostervoortsche diep vooral gericht op de landbouw. Het waterpeil moest laag blijven en daarvoor werd water uit de beek weggevoerd. Dit leidde tot problemen want in natte periodes werd het omliggende land te nat en in droge periodes liep de beek zo goed als leeg. Daar is, met de inzichten van nu, wat aan gedaan. Met het plaatsen of juist weghalen van kades, een speciale stuw, een gemaal en een waterwindmolen wordt tegenwoordig de waterberging verbeterd en de wateroverlast beperkt.  

Oostervoorste Diepje

Ons volgende dorp is Langelo. Net als veel andere dorpen in Drenthe, is Langelo zowel een brink- als een esdorp. Een brink was meestal een open stuk grasland (al dan niet met bomen) waar het vee gezamenlijk kon grazen. De es, oftewel het akkerland waar landbouw werd bedreven, bevond zich naast of rondom het dorp. Deze manier van landbouw en veeteelt beoefenen, stamt al uit de Germaanse tijd. Voorheen rondtrekkende stammen gingen zich permanent vestigen en werkten als gemeenschap samen op de gronden die bij hun dorp hoorden. Toen er steeds meer dorpjes ontstonden, begonnen de boeren in een dorp zich te organiseren om hun belangen en hun gronden veilig te stellen. Dit wordt de Boermarke of kortweg Marke genoemd. De bij een dorp behorende gronden werden op de grens afgezet met zogenaamde markestenen. Tijdens het lopen komen we zo’n grenssteen tegen. Een grote kei, waar nu heel modern een plaatje op is geplaatst. Vroeger was dit natuurlijk niet het geval, toen kenden de boeren de grenzen uit hun hoofd. 

De brink in Langelo
De grens

Langelo is één van de kleinste brinkdorpen van Drenthe. Zo’n 65 jaar geleden wist een lagere (basis)school meester zijn leerlingen al te vertellen dat ‘Langelo’ zoiets betekende als ‘langgerekte open plek in het bos’. Hoe hij aan die wijsheid kwam is niet duidelijk en ook niet hoe die open plek in het bos dan was ontstaan. Het is wel bekend dat er hier, al ver voor het begin van de jaartelling, landbouw voorkwam, waarbij de boerderijen onderdeel vormden van de ontginning. Dit wordt ook wel bosakkeren genoemd. De boerderijen gingen slechts 20 tot 30 jaar mee, waarna er een nieuwe boerderij vlakbij gebouwd werd. De plek van de oude boerderij werd dan weer in gebruik genomen als akkerland. Dit leidde er toe dat het oorspronkelijke loofbos een steeds opener landschap werd. Een dergelijk bos wordt ‘loo’ genoemd. Bijzonder toch? 

Mooi lijnenspel

Vervolgens lopen we door de Langeloërduinen, een eeuwenoud stuifzandgebied gevormd door mens en natuur. De naam verwijst naar het nabijgelegen Langelo, waarvan de boeren vroeger gezamenlijk gebruik maakten van dit gebied. Ze lieten hier hun schapen grazen, verzamelden hout of staken turf. Ooit was het gevolg een kale vlakte met stuivend zand, ontstaan door eeuwenlange overbegrazing, houtkap en turfwinning. De wind kreeg vrij spel en vormde glooiende duinen.

Herinnering aan het verleden

De begroeiing die je nu ziet, is het resultaat van herstel en beheer door de tijd heen. Wist je trouwens dat een zandverstuiving extreme temperatuurverschillen kent? Er is niets dat de warmte vasthoudt of koelte brengt. Op het heetst van een zomerdag kan de temperatuur vlak boven de grond waarden van rond de 50 graden bereiken, terwijl deze ‘s nachts weer tot op het vriespunt kan dalen. Onder deze omstandigheden kunnen slechts enkele soorten mossen en korstmossen aan de rand van de zandverstuiving groeien. Het beheer van dit gebied richt zich nu voornamelijk op ‘boomheide’: open bos van inheemse soorten met daaronder een kruidenlaag met vooral heide. De ontwikkelingsmogelijkheden van het bos worden echter beperkt door de versnipperde eigendomsituatie en de aanwezigheid van veel vakantiehuisjes. Al zien sommige van die huisjes er wel heel krakkemikkig uit ……. Toch is en blijft het een prachtig en zeer uitnodigend wandelgebied. We wandelen genietend over de zandpaden, tussen heide, bos en zandverstuivingen door, terwijl we her en der sporen van het verleden tegenkomen. Wat wil je nog meer? 

Uitnodigend wandelgebied
Eeuwenoude paden

In de verte zien we de kerktoren van Norg al opdoemen. Norg staat bekend als één van de best bewaarde esdorpen van Nederland. In de oudste vermelding (1139) van het bisdom Utrecht wordt het geschreven als Nurch. De verklaring voor de naam is waarschijnlijk dat het een afgeleide is van de richtingaanduiding ‘noord’, wat verwijst naar de ligging. De bisschop van Utrecht was niet alleen een kerkelijk leider, maar ook de wereldlijk heer van Drenthe. Norg was namelijk onderdeel van de ‘Norchse’ goederen, die de ridderfamilie ‘van Norch’ in leen had van de bisschop. De invloed van de bisschop in Drenthe nam af toen Karel V in 1528 de macht overnam, waarmee een einde kwam aan het bisschoppelijk tijdvak.

Veel lelietjes van dalen (symbool voor geluk en liefde) onderweg

De hervormde Sint Margarethakerk, ons einddoel van vandaag, herinnert nog aan de middeleeuwse geschiedenis. De verhalen over deze bakstenen kerk gewijd aan Sint Margaretha zijn voor een volgende keer. Al is het wel bijzonder dat deze dame in de derde eeuw in het ministaatje Antiochië, op de grens van het huidige Syrië en Turkije, leefde. Zij had zich al vroeg tot het Christendom bekeerd, tegen de wil van haar directe omgeving in, met als gevolg dat zij uiteindelijk werd onthoofd. Hierdoor werd zij een soort martelares die in de Middeleeuwen sterk werd vereerd, waardoor haar naam aan diverse kerken, waaronder deze, is verbonden. Waarom zij (van zover weg) hier zo belangrijk werd, maakt (mij) nieuwsgierig. Wordt vervolgd!