De kust

De Belgische kustlijn is vergeleken met de Nederlandse te omschrijven als relatief kort met een totale lengte van slechts ongeveer 65 kilometer. De Nederlandse kustlengte is veel langer met zo’n 523 kilometer, waarvan 353 km Noordzeekust is en de rest de kust van de Waddenzee en de Westerschelde. Daarnaast wordt de Belgische kust beschreven als intensief bebouwd en ‘misschien niet de meest paradijselijk plek van Europa’, want het is een zeer verstedelijkt gebied met een lange rij appartementencomplexen. Naar verluidt heeft de kust meer dan 2/3 van de hotelcapaciteit van Vlaanderen, met meer dan 500 hotels en 27.000 bedden. Toch is er bijna overal een zandstrand tot ca. 500 meter breed met een duinengordel daarachter. We gaan vandaag op ontdekkingstocht, het lijkt immers een mooie dag te worden. We willen beginnen in De Panne in het zuiden om langs de kustweg naar het noorden, naar Knokke-Heist, te reizen. Tenslotte zijn er (maar) 13 kustplaatsen in 10 verschillende kust gemeenten……

Overzicht van de Belgische kust (internet)

De badplaats De Panne heeft het breedste strand. Ze zeggen dat je hier, bij helder weer en goed kijken, de Engelse kust kunt spotten en je hier dus op een soort onuitgesproken drielandenpunt staat, dat van België, Frankrijk en Groot-Brittannië. Maar ja, zo helder is het vandaag niet en bovendien is het hier heel druk vanwege het bekende pretpark Plopsaland en de daarbijbehorende kabouter Plop. Gauw door naar Koksijde dan maar.

Onderweg rijden we parallel aan de kusttram, de langste tramroute ter wereld. Tussen De Panne en Knokke (de twee verste punten) kun je op maar liefst 70 plekken in- en uitstappen. De tram zit goed vol, er wordt flink gebruik van gemaakt. Voor velen is er iets magisch aan op het strand zijn. De acroniem B.E.A.C.H. staat immers niet voor niets voor Best Escape Anyone Can Have ;).

Kusttram De Panne-Knokke

Als de bezienswaardigheid (met stip bovenaan) voor Koksijde worden de ‘garnaalvissers te paard’ genoemd. We treffen het!! In de verte zien we, onder grote belangstelling, een aantal paarden in zee gaan met iets of iemand in knalgeel op de rug. We leren dat deze ‘ambachtelijke vaardigheid’ bij laag tij wordt beoefend voor gedurende ongeveer 2 à 3 uren. De paardenvissers zitten, in gele oliejekker, hoge laarzen en met een zuidwester op het hoofd, in een houten zadel op een paard dat een zwaar garnaalnet achter zich aansleept. De (Brabantse) paarden stappen tot aan de borst in het water, parallel aan de kust. De vissers gebruiken een trechtervormig net (7 x 10 meter) dat door twee zijdelingse planken wordt opengehouden. Dit vergt een enorme trekkracht van de paarden! Een ketting sleept over het zand en veroorzaakt schokgolven waardoor de garnalen opspringen en in het net terechtkomen. Om het half uur wordt het vissen onderbroken om terug naar het strand te gaan, het net te legen en de vangst te zeven. De garnaaltjes komen terecht in de korven die langs weerszijden van het paard hangen. Na het vissen worden de garnalen gekookt in zoet water. ‘Garnalen op deze wijze gevangen en gekookt zijn voor fijnproevers een waar genot omdat ze haast verser dan vers zijn.’

Dit is hard werk (RK)
Past and present (RK)

Omdat deze vorm van garnaalvisserij zo nauw verbonden is met de natuur en tegelijkertijd een sprekend voorbeeld is van ‘een dynamische en duurzame omgang met natuur en cultuur die wordt doorgegeven van generatie op generatie’, is het in 2013 aan de UNESCO lijst van immaterieel erfgoed toegevoegd. Op dit moment zijn er dertien families (en 16 erkende garnaalvissers te paard) actief in de garnaalvisserij. Daarnaast zijn er ook de garnaalvissers te voet, ‘kruiers’ of ‘kruwers’, die zelf het net door het zeewater trekken. Hun net mag dan minder breed en lang zijn dan dat van de paardenvissers, verder is hun vangstmethode bijna identiek. Dit lijkt me toch alleen iets voor zeer gepassioneerde liefhebbers?

Standhuisjes in afwachting van (RK)

Alle belangstellenden hebben zich rondom het werkterrein van de paardenvissers geschaard, waardoor de rest van het strand op dit moment haast uitgestorven lijkt. De standtentjes gaan langzaam maar zeker open, de badhuisjes staan afwachtend, nog met gesloten deuren, klaar voor de toestroom van badgasten en een eenzame ‘vliegeraar’ laat één voor één zijn koopwaar de lucht ingaan. Hij heeft bijzondere exemplaren en weet daar ook kunstig mee om te gaan. De bonte cirkels dartelen door de lucht, scheren langs elkaar en vormen alleen of samen mooie patronen. Een genot om naar te kijken. 

Genieten op het strand (RK)

Onze volgende stop is Oostende, de grootste badplaats en ook wel de ‘Koningin aan de Belgische kust’ genoemd. De geschiedenis van Oostende gaat terug tot in de vroege middeleeuwen. Plaatsnamen als Maria Hendrikapark, Leopold I-plein en prinses Stefanieplein verraden dat Oostende een band heeft met het Belgische koningshuis. De stad dankt haar koninklijke bijnaam echter vooral aan koning Leopold II, die vaak tijdens de zomermaanden in Oostende verbleef. De meeste kustgemeenten waren aanvankelijk relatief klein van omvang en de plaatselijke economieën waren gericht op landbouw en visserij. De kustlijn werd toen nog vooral beheerst door duinen en bijhorende begroeiing. Vanaf het einde van de 19de eeuw, in de periode die bekend stond als de Belle époque, begon door de economische welvaart het toerisme op te komen. Meer en meer mensen trokken naar de zee en dit had zichtbare gevolgen voor de plaatselijke dorpen, die steeds groter en groter werden. Ook de kustlijn veranderde drastisch. Tussen de duinen werden luxueuze en fraaie kustvilla’s gezet en her en der werden hele dijken aangelegd met bijpassende bebouwing. Koning Leopold II zag het potentieel van het opkomende toerisme en promootte de kust, vooral Oostende, als voornaamste toeristische regio van België. Hij pompte dan ook een deel van de inkomsten uit de Belgische kolonie Congo in Oostende. Zo liet hij hier de Koninklijke Gaanderijen, de Wellingtonrenbaan en de koninklijke villa langs de kustlijn bouwen, waarbij de overdekte gaanderijen, die de villa met de Wellingtonrenbaan verbonden, dienden om de gegoede burgers tijdens hun wandeling tegen zon en regen te beschermen. De manier waarop de bouw gefinancierd werd, werpt nog altijd een schaduw over deze gebouwen. We vangen in de verte wel een glimp op van de gaanderijen, maar onze aandacht wordt meer getrokken door iets van een hele andere aard; Atlantikwall Raversyde, één van de best bewaarde delen van de Duitse verdedigingslinie uit WOII en tevens de best bewaarde Duitse kustbatterij uit WOI.

Een deel van de Atlantikwall (RK)

Bij de ingang wandelen we eerst langs het 75 meter lange kustpanorama met foto’s uit 1945 om ons te oriënteren. Gewapend met een apparaat, waarop foto’s te zien zijn en informatie te beluisteren valt, gaan we vervolgens op zoek naar de zestig constructies, stellingen, bunkers en batterijen uit de twee wereldoorlogen die verbonden zijn door open en onderaardse gangen. Ons wordt aangeraden te beginnen met de overblijfselen uit WOI om daarna door te lopen naar die van WOII, waar onder meer in diorama’s een beeld wordt geschetst van de manschappen. Uit WOI zien we batterij Aachen uit 1915 waarvan twee observatieposten, vier geschutsbeddingen en een bomvrije schuilplaats zijn bewaard. De kanonnen werden onder stalen koepels geplaatst ter bescherming. De geschutstellingen waren met een smalspoorweg verbonden met de verschillende munitieruimtes, die verstopt zaten in de duinen. Uit WOII zien we de goedbewaarde stellingen van de batterij Saltzwedel-neu uit 1941 die oorspronkelijk de haven van Oostende verdedigden en na 1942 ingeschakeld werden in de Atlantikwall.

Kustfoto’s uit 1945 (RK)
Een beeld om aan te geven hoe het was (RK)
Waar zijn die duikboten nu precies gezonken?

We lopen langs en door een geheel van bunkers en loopgraven die gedeeltelijk in hun oorspronkelijke staat werden gerestaureerd. Ze bleven bewaard omdat Prins Karel, de eigenaar van de gronden, zich tegen de afbraak bleef verzetten. Prins Karel was de tweede zoon van Koning Albert I en woonde jarenlang, tot aan zijn dood in 1983, op het domein. De kern van het huidige provinciedomein was ooit Koninklijk domein. Koning Leopold II liet er drie chalets in Noorse stijl bouwen naast een bijzonder gebouw uit baksteen dat nog altijd bestaat, de ‘paardenstallen’.

Hier stond ooit een houten chalet van Leopold II

Omwille van de Koningskwestie (dit ging over het al dan niet behouden van Leopold III op de koningstroon) werd prins Karel in september 1944 Regent van België. Hij bleef dit tot de zomer van 1950.

Zelfportret Karel van Vlaanderen

Zijn regentschap wordt gekenmerkt door een paar belangrijke evoluties in de geschiedenis van België. Zo werd er in 1948 beslist over het vrouwenstemrecht en legde de besluitwet (over de maatschappelijke zekerheid van de arbeiders) van 28 december 1944 de fundering voor het socialezekerheidsstelsel dat we vandaag kennen. Op internationaal vlak werd de politiek gekenmerkt door de oprichting van de Economische Unie tussen België, Nederland en Luxemburg (Benelux) in 1944, de toetreding van België tot de VN in 1945, tot NAVO in 1948 en tot de Raad van Europa in 1949. Prins Karel trok zich na zijn regentschap definitief terug op zijn domein in Raversijde, waar hij zich meer en meer toelegde op zijn grote passie: tekenen en schilderen. Hij deed dit voortaan onder zijn pseudoniem ‘Karel van Vlaanderen’, aangezien hij ook de titel had van Graaf van Vlaanderen. Al met al is hij in meerdere opzichten een belangrijk man voor België en voor deze contreien in het bijzonder geweest. 

Geen veilig gevoel…… (RK)
Hoe ver is dat schip van ons verwijderd? (RK)
Af en toe een moment van rust (RK)

Alles bij elkaar(zowel door beeld, geluid als eigen beleving) is dit complex een indrukwekkend geheel geworden waardoor je een (beetje een) beeld krijgt van de bizarre en moeilijke omstandigheden waarin de soldaten hier moesten ‘wonen en werken’. 

Altijd alert blijven (RK)

Als laatste is badplaats Knokke-Heist aan de beurt, misschien wel de bekendste badplaats van het land. Zo niet, dan in ieder geval de meest exclusieve, want in Knokke-Heist kun je flaneren langs alles wat ‘hip, hot en hors categorie’ is. Grappig in deze is een korte discussie die ik op het web tegenkwam. Natuurmonumenten noemt de Belgische kust als voorbeeld van hoe het niet moet. ‘Daar was geen beleid en nu is het één grote boulevard. De Vlaamse kust is om te janken. Daarom komen al die Belgen hier.’ De toeristische dienst van Knokke-Heist reageert hierop verbolgen: ‘Wie heeft dat godverdomme gezegd? Alle rijke Nederlanders komen naar hier.’ Het is dan ook een bekend feit dat de ‘beau monde’ uit binnen- en buitenland graag in Knokke vertoeft en dan vooral in het Zoute. Overal zie je hier kapitale huizen, goede restaurants en chique winkels met merken als Louis Vuitton, Cartier, Hermès en anderen. In het straatbeeld veel exclusieve sportauto’s en golfkarretjes die hier gebruikt worden om je snel te verplaatsen.

Promenade Knokke (internet)

Volgens hun eigen brochure: ‘Tijdloos, iconisch, luxueus: Het Zoute is ‘a class of its own’. Een wijk die ooit werd vormgegeven door de Engelsen en dat voel je nog in elk detail. Want het mag allemaal net dat tikje meer zijn. Maar altijd klassevol. Elegant. Het Zoute ademt stijl. Van de authentieke villa’s en uitgestrekte golfterreinen, tot de beste restaurants en toonaangevende boetieks. Een stukje Knokke­-Heist voor levensgenieters met smaak.’

De prijzen zullen wel navenant zijn, dus onze keuze is om toch te dineren in ons vertrouwde Brugge. We vinden een klein restaurantje vlakbij ons hotelletje en genieten van een laatste avond van een heerlijke mini vakantie vol indrukken. Zeker voor herhaling vatbaar!

Plaats een reactie