Découvertes en route   

(Ontdekkingen onderweg)

Naast alles wat je moet weten over en kunt proeven van de verschillende champagnes, is deze streek ook ‘gewoon’ een heel mooi en interessant gebied om doorheen te rijden en te ontdekken. Hoewel we maar beperkt de tijd hebben, heb ik wel het idee dat we onze tijd intensief gebruiken en daardoor absoluut een goede indruk krijgen van ‘La Champagne’.

Om een idee te krijgen (internet)

Enkele hoogtepunten zijn voor ons plaatsjes als Giffaumont met super restaurant ‘Le Cheval Blanc’, Troyes met een centrum in de vorm van een champagnekurk en Chȃlons-en-Champagne want champagnehuis Joseph Perrier mag niet ontbreken. Natuurlijk pakken we verder ook alles, wat we onderweg zien en de de moeite waard lijkt, mee op onze ontdekkingstocht. 

‘Une blague sur la route’ (RK)

We beginnen in het kleine toeristische dorp Giffaumont dat aan de rand van Lac du Der ligt. Het Lac du Der-Chantecoq, of gewoon Lac du Der, is het grootste kunstmatig meer in Frankrijk en het tweede in Europa. Het meer is in 1974 aangelegd om het water van de Marne te reguleren. De Marne mondt vlakbij Parijs in de Seine uit en de aanleg van het meer was nodig om enerzijds te zorgen dat het water in Parijs niet te hoog werd en anderzijds dat er daar wel steeds genoeg water door de Seine stroomt. Het meer is naar de vlakte genoemd waarin het ligt, de Der, en het dorp Chantecocq, dat door het meer onder water is komen te staan. Door de aanleg van het meer verdwenen ook de dorpen Champaubert en Nuisement evenals een deel van het bos Forêt du Der. De enorme dijken, die dit enorme bassin indammen, zijn zeker spectaculair te noemen, al zijn wij natuurlijk wel wat gewend op het gebied van dijken. 😉 

Het lijkt wel een beetje op het Wad…..
Even over de dijk kijken hoort erbij

In restaurant Le Cheval Blanc alhier was het genieten van ‘un délicieux repas’. Terwijl obers in stijl zorgen dat we niets tekort komen, worden we telkens opnieuw verrast door mooi opgemaakte borden met gerechtjes die verfijnd en bijzonder van smaak blijken te zijn. Elk gerecht (uiteraard) voorzien van een bijpassende wijn. Een aanrader!

Verrassende en heerlijke gerechtjes
Een feestje op je bord

Giffaumont blijkt op een route te liggen van (voor Frankrijk) unieke vakwerkkerken die kenmerkend zijn voor deze streek. In de middeleeuwen werd de Champagnestreek, net als andere delen van West-Europa, vanuit kloosters en abdijen ontgonnen en in cultuur gebracht. Het was een bosrijk gebied, waardoor het gebruik van hout als bouwmateriaal voor de hand lag. Toch hadden de gelovigen in die tijd het gevoel dat een ‘huis van God’ eigenlijk van steen behoorde te zijn, vandaar dat kloosters en kerken dikwijls met dure, aangevoerde stenen werden gebouwd. Als ze in de kleine dorpjes op het platteland een eigen kerk wilden, dan beschouwden de bestaande parochies dat vaak als een soort concurrentie. Ze voelden er weinig voor daar (veel) geld in te steken. De dorpelingen moesten zich maar met een goedkopere vakwerkkerk tevreden stellen. Dat deden ze vaak ook, waarschijnlijk met de gedachte in het achterhoofd dat het slechts tijdelijk zou zijn. Gelukkig is dat tijdelijk meestal lang geworden, zelfs tot op de dag van vandaag. Van de twaalf Franse kerken die volledig in vakwerkstijl zijn opgetrokken en die nog bewaard zijn gebleven, bevinden zich er tien in het gebied rond Lac du Der. Grappig om te leren dat ‘Der’ (een Keltisch woord) ‘eik’ betekent. De houten balken vormen het geraamte van de kerk, de openingen zijn opgevuld met een mengsel van stro en leem (eveneens volop aanwezig in deze natte streek) soms vermengd met paardenhaar en andere organische stoffen. Ten slotte wordt het geheel afgewerkt met een laag pleisterkalk. In het dorpje Chȃtillon-sur-Broué zien we een pracht exemplaar!

Eén van de prachtige vakwerkkerken (RK)
Ook binnen is alles van hout (RK)

In de smalle straatjes van de oude binnenstad van Troyes, even verderop, wandel je langs zo’n 3000 typische vakwerkhuizen die vaak schots en scheef staan.

Prachtige binnenstad

In de middeleeuwen bestond Troyes uit twee verschillende delen: de binnenstad, de ‘kop’ van de kurk, waar de geestelijken en de aristocratie woonden en de ‘romp’ van de kurk, waar de burgers woonden en de markten werden gehouden.

Een centrum in de vorm van een champagnekurk

Sommige steegjes zijn zo smal dat overburen elkaar vanuit hun raam iets aan zouden kunnen reiken. Zo ook Ruelle des Chats, zo genoemd omdat de gevels hier zo dicht bij elkaar staan dat een kat gemakkelijk van het ene naar het andere dak kan springen. De paaltjes aan het begin moesten ooit voorkomen dat rijtuigen de steeg inreden en met hun wielen de muren van de huizen beschadigden.

Ruelle des Chats (RK)
Spreekt voor zich 😉

Wegens gebrek aan tijd (of misschien willen we gewoon teveel) valt de keuze verder op het belangrijkste religieuze gebouw van de stad: Cathédrale Saint-Pierre-et-Saint-Paul, gewijd aan de heilige apostelen Petrus en Paulus. Het perceel waarop de kerk gebouwd zou worden was eigendom van nonnen die hun grond niet zonder slag of stoot af wilden staan en de bouwplaats vernielden. Het schandaal bereikte een hoogtepunt toen de abdis een bisschop, die het kerkhof van de heilige Uranus (een vroegere paus) kwam inzegenen, een klap in het gezicht gaf. Uiteindelijk kwam de kathedraal er natuurlijk toch en is hij bijzonder vanwege zijn opvallende afmetingen (ongeveer 30 m hoog, 115 m lang en 50 m breed). De bouw van de kathedraal begon in 1208 maar eindigde pas in de 17e eeuw, waarmee de bouw dus zo’n 400 jaar heeft geduurd. De Saint-Paul toren werd uiteindelijk, door een terugval in religieus enthousiasme en financieringstekorten nooit gebouwd.

Opvallend met één toren (internet)
Binnen is het boekje is onmisbaar (RK)

Wel zijn er prachtige glas-in-loodramen om te bewonderen, de totale oppervlakte van deze ramen bedraagt maar liefst 1500m² (ongeveer anderhalf voetbalveld).

Prachtige glas-in-loodramen

De kathedraal kent een grote geschiedenis, want hier werd in 1420 het ‘schandalige verdrag van Troyes’ gesloten, waarbij de Franse kroon aan Hendrik V van Engeland werd geschonken. Negen jaar later weet Jeanne d’Arc op dezelfde plek de steun van de stad te krijgen voor de jonge Karel VII, toen ze hem begeleidde naar Reims, om ‘de Engelsen Frankrijk uit te schoppen’.

Onderweg terug naar de auto lopen we langs ‘Lili’, volgens het web een perfecte fotospot. Dit beeld gemaakt van brons, bijgenaamd Lili met de hoed, zit op een bankje en bladert door een boek over de graven van Champagne. Elke dag stoppen voorbijgangers hier ‘om bescheiden naast deze tere jonge vrouw met haar dwalende gedachten te zitten’.

Lili: de perfecte fotospot?

Tussendoor zijn we nog gestopt in Chȃlons-en-Champagne waar we een tocht door een unieke champagne kelder niet mogen missen. Het champagnehuis Joseph Perrier werd opgericht in 1825 en laat zijn wijnen rijpen in drie km lange Gallo-Romeinse kelders uit de 4e eeuw, die zijn uitgehouwen in krijtrotsen.

Alles begane grond deze keer
Kelders in oude Gallo-Romeinse kelders (RK)
We volgend de rondleiding in het Frans 🫣

Joseph Perrier is het enige overgebleven champagnehuis in Châlons-en-Champagne. Dit familiedomein heeft door zijn opmerkelijke geschiedenis zijn naam voor eeuwig aan champagne weten te verbinden. Al zes generaties lang produceert ze een bijzondere champagne.

Grote reclameposters trekken de aandacht

Zijn champagne is zelfs de officiële champagne geworden van de Koninklijke familie van Engeland. Het predicaat ‘Koninklijk’ is toentertijd toegekend door koningin Victoria en koning Edward VII.

Koningin Victoria

Onze gids staat even stil bij een anekdote rondom een bezoek van president Chirac. Deze grapte bij een champagne cadeau dat hij eigenlijk liever bier dan champagne drinkt, maar dat zijn vrouw er wel van kan genieten. Wij ook!

President Chirac drinkt liever bier dan champagne……..
Wij genieten wel van een glaasje bubbeltjes

Hier ontdekken we ook het fenomeen ‘sauver les capsules’ ofwel het verzamelen van de capsules. De officiële naam van de capsules is trouwens ‘plaques de muselets’, hetgeen als naam net wat meer cachet heeft, toch? De plaque is een klein en rond metalen schildje onder de muselet (netje) dat de kurk van de champagnefles vasthoudt. De plaque wordt ook vaak de capsule genoemd. Dat is echter niet het juiste woord, want de capsule is de folie om de hals. Een beetje champagnehuis heeft veel werk gestoken in het ontwerp van de plaque. Een verrassend detail aan de champagnefles die je pas ontdekt nadat je de folie hebt verwijderd! Voor hele bijzondere flessen creëren champagnehuizen ook extra bijzondere plaques. Er bestaan ongeveer 125.000 verschillende champagnecapsules, de één nog mooier dan de ander, soms zijn het net kleine schilderijtjes. Deze zeldzame plaques zijn dan ook veel geld waard, want er blijkt dus een grote verzamelmarkt voor te zijn. Zo ontdekken we elke dag weer iets nieuws!

Onze bescheiden oogst 🙂

Plaats een reactie