MÁLAGA; het Barcelona van het zuiden (Spanje)

Eén van de meest bekende bijnamen van de stad is het Barcelona van het zuiden, vanwege ‘de combinatie van hippe restaurants, musea en stranden, het bruisende stadsleven en de toegang tot de Costa del Sol’. Zo’n grote veelzijdige stad als deze heeft echter al gauw meerdere bijnamen, het is maar net welke invalshoek je wilt benadrukken, nietwaar? Zo heeft de stad op populair niveau de bijnaam ‘la bella’ (de mooie) gekregen, terwijl ze in verschillende liederen ‘Bombonera’ (bonbondoos) wordt genoemd. Zeer waarschijnlijk vanwege het populaire stadion van Málaga CF, Estadio La Rosaleda, want een Bombonera wordt vaak geassocieerd met stadions met een intense sfeer waar het publiek dicht op het veld zit. Málaga wordt verder ook wel de ansjovisstad genoemd, de inwoners zelf zijn daardoor de ansjovissen (los boquerones), omdat dit typische visje een delicatesse is in de stad. Sowieso staat Málaga bekend om de grote hoeveelheden vis die hier gegeten wordt. Bij bijna elk restaurantje kun je wel een portie ‘pescaíto frito’  (gefrituurde vis) bestellen.

Een stad aan de Middellandse zee en maar zo’n 130 kilometer ten noorden van Marokko waardoor het de zuidelijkste (grote) stad van Europa is, vraagt om een plaatsje in onze ontdekkingstocht. Helemaal omdat Málaga 300 zonnige dagen per jaar telt. Met alle somberheid (qua weer dan) van de afgelopen dagen, zijn we wel toe aan een beetje zon! We rijden bijna recht naar het zuiden om de kustweg te nemen en zo alvast een indruk te krijgen van het leven aan de Middellandse zee. Dat is niet zo’n succes, want we zien vooral veel hoge flatgebouwen dicht op elkaar en zien maar heel weinig van de zee zelf. Gelukkig hebben we wel beter weer vandaag met af en toe een beetje zon. Dan ziet alles er toch meteen een heel stuk vriendelijker en uitnodigender uit.

De zuidelijkste (grote) stad van Spanje (RK)

Málaga is alweer de derde stad in ons rijtje belangrijkste Moorse steden in Andalusië. Hoewel Granada, Córdoba en Sevilla de absolute hoogtepunten zijn met een rijk islamitisch erfgoed, waaronder het Alhambra in Granada, de Mezquita in Córdoba en het Alcázar in Sevilla, is Málaga een stad waar je, ondanks het ontbreken van een grootse blikvanger, zeker genoeg invloeden uit de Moorse periode kunt zien. Volgens ons boekje combineert Málaga ‘historische charme met moderne cultuur: je vindt er bezienswaardigheden zoals het Alcazaba, het Romeins theater en het geboortehuis van Picasso’.

De bekendste en chicste hoofdstraat van Málaga

Wij starten onze tocht, hoe kan het ook anders, in het centrum bij de kathedraal aan het plein ‘Plaza del Obispo’. Vanuit alle kanten in de stad valt de toren van de kathedraal op, vooral omdat het er maar eentje is. In 1487 werd de stad Málaga veroverd door de Castiliaanse troepen. Zij verdreven de Moren en zorgden ervoor dat de grote Aljama Moskee met de grond gelijk werd gemaakt. Op deze plek moest de kathedraal ‘La Santa Iglesia Cathedral Basilicade la Encarnacíon’ komen. In 1528 zijn ze begonnen met de bouw om ruim 200 jaar door te werken aan de voltooing, al moet er wel bij vermeld worden dat het bouwproces heel vaak onderbroken werd vanwege geldgebrek. De linkertoren van 84 meter is hierdoor wel compleet, maar de rechtertoren is nog steeds maar half afgebouwd. Het geld dat iedere keer opnieuw apart werd gezet voor de rest van deze toren, werd uiteindelijk steeds weer uitgegeven aan andere dingen. In 1782 besloot ‘de stad’ dat de bouw van de kathedraal van Málaga klaar was, dan maar zonder complete rechtertoren. In de volksmond staat de kathedraal daardoor vooral bekend onder de toepasselijke naam ‘La Manquita’, wat zoiets als de ‘manke’ of (meer liefkozend) de ‘éénarmige dame’ betekent.

Die ene toren (RK)
In de ‘éénarmige dame’ (RK)

Het vlakbij gelegen Alcazaba (Moors fort) is mooi bewaard gebleven. De basis van het fort stamt uit de negende eeuw en is in de elfde eeuw verder uitgebreid als onderdeel van de vestingmuren die destijds rondom Málaga zijn gebouwd.

Het Alcazaba is mooi bewaard gebleven

Het geheel bestaat uit muren, wachttorens, patio’s en tuinen. Binnen de muren bevonden zich ook drie paleizen en een voormalig woongedeelte die de grandeur van vroeger nog steeds voelbaar maken. Vanuit het hoger gelegen Gibralfaro kasteel werd de vesting verdedigd, waarmee het fort een veilige plaats voor vorsten en gouverneurs was. De vesting heeft dubbele ringmuren en meerdere verdedigingstorens, ontworpen om zowel externe aanvallen als opstanden binnen de muren af te weren. De Arabische invloeden uit de tijd van de Moorse overheersing zie je duidelijk terug in het Alcazaba. Veel Arabische tekens, figuren en fraai versierde bogen. In de tuinen met vijvers zijn irrigatiesystemen aangelegd, iets waar de Moren in uitblonken.

Patio’s, zuilen en bogen (RK)
Mooie details langs de randen en het plafond

Na de christelijke verovering diende de Alcazaba aanvankelijk als koninklijke residentie. De ‘Torre del Cristo’, ofwel de toren van Christus, is later nog velen jaren gebruikt als kapel. Weer later trokken gewone bewoners in het fort en ontstond er een hele volkswijk binnen de muren. Deze huizen zijn in de 20e eeuw verwijderd tijdens de grootschalige restauratie.

De irrigatiesystemen zijn kunstig aangelegd (RK)

Omdat het fort tegen de Gibralfaroberg is aangebouwd, ligt het hoger dan de stad zelf. Het uitzicht vanuit de tuinen en vanaf de vestingmuren is zeker de moeite waard. Je ziet vanaf hier aan zeekant de haven van Málaga, terwijl de stadskant uitzicht biedt op het oude centrum en de bergen in de verte. In het zonnetje is dit absoluut geen verkeerde plek ;).

Uitkijken over de Middellandse Zee
Aan de andere kant de stad en de bergen

Tegen het Alcazaba aan ligt het Romeins theater of ‘Teatro Romano’, gebouwd in opdracht van de Romeinse Keizer Caesar Augustus. Waarschijnlijk werd het tot de derde eeuw zelfs nog gebruikt door de Moorse overheersers. Toch is het pas bij toeval in 1951 ontdekt tijdens de bouw van La Casa de la Cultura (gemeentelijk archief en bibliotheek). Eind jaren 80 is dit gebouw zelfs afgebroken om verdere opgravingen te kunnen doen. Het gehele theater bleek deels in de voet van de Gibralfaro berg en deels onder de gebouwen rondom verborgen te liggen. Bij de opgravingen bleek dat er grote delen van het theater waren verdwenen. De Romeinen hebben zelf een deel van het theater omgebouwd tot een soort fabriek. De Moorse overheersers hebben later een deel van het theater gebruikt voor de bouw van het Alcazaba. Zo zijn er verschillende marmeren Romeinse pilaren terug gevonden in het fort. Desondanks is de vorm van het theater nog wel goed zichtbaar. Bijzonder dat je er zo langs kunt lopen, een stukje geschiedenis dat moeiteloos aansluit bij het dagelijks leven.

Ook verrassend (voor mij) is dat Pablo Picasso (1881-1973) in Málaga geboren is. Het verhaal gaat dat het een zware bevalling was in het bijzijn van een oom, die arts was, en een vroedvrouw. De vroedvrouw dacht dat het kind dood was en besteedde alleen aandacht aan de moeder. Gelukkig redde zijn oom Pablo van de verstikkingsdood. Op het plein voor het geboortehuis vind je een bronzen standbeeld van de schilder zittend op een bankje. Het is wel even zoeken op het grote plein met alle drukte en levendigheid wanneer de zon net onder is gegaan, maar dan heb je ook wat ;).

Even buurten met een wereldberoemde man

Al op negen jarige leeftijd schilderde Pablo zijn eerste schilderij met olieverf; ‘de picador’, een stierenvechter in de arena. Vanaf 1894 hield Pablo een dagboek bij, waarin hij portretten en karikaturen tekende. Schilderijen signeerde hij in die jaren met P. Ruiz. Dit was de achternaam van zijn vader. Hij was n.l. het eerste kind van José Ruiz Blasco en María Picasso López. Zijn twee achternamen zijn conform het Spaanse naamstelsel achtereenvolgens de eerste achternaam van zijn vader en de eerste achternaam van zijn moeder. Merkwaardig is dat hij later onder zijn tweede achternaam Picasso bekend is geworden. Pablo vertrok als jong volwassene samen met een vriend per trein (een reis van enkele dagen) van Barcelona naar Parijs, toen dé wereldstad en centrum van de kunstwereld. Parijs was de ‘lichtstad’ met de Eiffeltoren die, evenals enige straten, omstreeks 1900 al verlicht werd met elektrisch licht. Hier ontmoette hij zijn eerste Parijse vriend, de journalist en dichter Max Jacob. Ze deelden samen een appartement; Max sliep ’s nachts, terwijl Picasso overdag sliep en ’s nachts werkte. Het waren tijden van armoede, kou en wanhoop. Veel van Picasso’s werk werd verbrand om de kleine woning warm te houden. Op de Wereldtentoonstelling van 1900 hing in het Spaanse paviljoen het schilderij ‘De laatste ogenblikken’ van de toen 19-jarige Picasso. Van dit schilderij is alleen nog een voorstudie over: Priester bezoekt stervende man uit 1899. Het echte schilderij is door hemzelf later overgeschilderd en als ondergrond gebruikt voor een schilderij met de veel positievere titel: la vie (het leven). In 1904 verhuisde Pablo definitief naar Parijs.

Een veel terugkerend motief in zijn oeuvre is de vrouwelijke vorm. Zijn vele minnaressen fungeerden tevens als zijn muzen. Telkens als Picasso weer een nieuwe minnares had, was dat duidelijk te zien in zijn werk door een wisseling in zijn stijl. Picasso wordt door velen gekarakteriseerd als een rokkenjager en een vrouwenhater, een ‘maltratador’ (een misbruiker), die ‘zijn’ vrouwen op een voetstuk zette en ze vervolgens keihard liet vallen. Hij zou daar zelf over gezegd hebben: ‘Voor mij zijn er maar twee soorten van vrouwen: godinnen en deurmatten’. Zijn kleindochter Marina Picasso schrijft in haar memoires over zijn behandeling van vrouwen: ‘Hij onderwierp ze aan zijn dierlijke seksualiteit, temde ze, betoverde ze, verslond ze en verpletterde ze op zijn doeken.’ Wauw, geen denderende persoonlijkheid, ook al is hij dan één van de bekendste Spaanse kunstschilders geworden.

Een nieuwe liefde en daardoor Een positieve kijk?
Symbool voor zijn haat-liefde verhouding tot de vrouw?

Málaga eert hem, vanwege dat laatste feit, dan ook met een eigen museum. Het museum, in een oud familiepaleis, is nog redelijk jong; het is in 2003 geopend en mede mogelijk gemaakt door de familie Picasso. De erfgenamen gaven toestemming om hun familiebezit voor 50 jaar in dit museum tentoon te stellen. De collectie bestaat uit ongeveer 200 werken (schilderijen, sculpturen en schetsen) van de kunstenaar. De meeste van zijn echt bekende werken vind je hier echter niet, die kun je zien in het Picasso museum van Barcelona of dat van Parijs, terwijl zijn bekendste werk ‘La Guernica’ in Madrid hangt.

Desondanks is hier genoeg te bewonderen en is de belangstelling groot. Ondanks vooraf geboekte tickets met een tijdslot zijn de rijen lang en is het binnen telkens even je kans afwachten om de werken goed te kunnen zien. Hier hangen een aantal stukken die nog nooit eerder in een ander museum getoond zijn. Het geheel wordt beschreven als een reis door Picasso’s kunst van vroege schetsen tot de laatste schilderijen uit de jaren zeventig. Echt de moeite waard!

De Stierenkop (1942) is gemaakt van een leren fietszadel en een fietsstuur

Na afloop slenteren we op ons gemakje door de stad, langs kleine straatjes en brede boulevards. Overal zijn mensen en de terrassen zitten bomvol. Wij weten nog net een lekker plekje in de zon te bemachtigen voor een lichte lunch. De bediening is helaas gehaast, de service nonchalant en de prijs exorbitant.

Verrassende straatjes
Vergeet niet om ook omhoog te kijken……
Een ander perspectief (RK)

Het aantal toeristen naar Málaga (voor een stedentrip of vakantie) verbreekt tegenwoordig alle records, waardoor hotels en appartementen als paddestoelen uit de grond vliegen. Málaga heeft bovendien een mooie grote haven waar steeds meer cruiseschepen aanmeren met vele honderden passagiers aan boord die ook graag de stad willen bezoeken. De keerzijde van een toeristenstad is dan dat authentieke winkels plaatsmaken voor toeristische voorzieningen, dat huisvesting een probleem wordt (we zien erg veel daklozen en bedelaars) en dat steeds meer lokale mensen hun stad verlaten om hun levensgeluk elders terug te vinden. Jammer! De gemeente probeert zeker mee te denken en heeft b.v. het centrum autovrij gemaakt en veel gebouwen gerenoveerd, waardoor de stad een stuk mooier is geworden. Maar of dit genoeg is…….