SEVILLA; de koekenpan van Europa (Spanje)

Sevilla heeft een bijzondere kleur (‘tiene un color especial’) zeggen ze in Spanje. Wij hebben deze bruisende stad een paar jaar geleden al uitgebreid te voet ontdekt en ervaren, dus kunnen we ons nu verheugen op een relaxte herontdekking met ‘nieuwe ogen’. Deze stad is naast alle bekende bezienswaardigheden immers ook de geboorteplaats van de traditionele flamenco en beroemd om zijn tapas. Vanwege de extreem hoge temperaturen in de zomer wordt de stad ook wel ‘de koekenpan van Europa’ genoemd. Sevilla is één van de warmste steden van Europa, Waar hebben we dat eerder gehoord? In de zomer kunnen de temperaturen oplopen tot zo’n 45 graden. De meeste inwoners trekken dan richting zee om daar verkoeling te zoeken.

Sevilla is trouwens een handels­haven ……… zonder zee. Eén van de meest verrassende weetjes over de stad is dat de handels­haven op 70 kilometer van de kust, aan de Guadalquivir rivier, ligt. In de 16e eeuw was het één van de belangrijkste havens ter wereld. Hier kwamen schepen vol goud, specerijen en exotische producten aan vanuit de ‘Nieuwe Wereld’. Omdat Sevilla niet direct aan zee ligt, konden alleen kleinere schepen de stad bereiken, maar dat hield de stad niet tegen om een centrale rol te spelen in de handel met Amerika. Zelfs nu is Sevilla’s haven nog steeds actief en de enige echte rivierhaven van Spanje, waar schepen tot 5.000 ton de stad kunnen binnenvaren en de eeuwenoude band met de zee levend te houden.

We logeren deze keer hartje centrum aan een pleintje vol sinaasappelbomen. Sevilla schijnt de meeste sinaasappelbomen ter wereld te hebben – naar schatting zo’n 50.000! Deze traditie gaat terug tot de tijd van Al-Andalus, de middeleeuwse moslimstaat alhier van 711 tot 1492. Ze geloofden dat het planten van een sinaasappelboom geluk bracht. Als bijkomend voordeel werden de vruchten gebruikt voor medicinale doeleinden. In de lente verspreiden de bloesems (azahar) een heerlijk zoete geur door de stad. Een nadeel is dat naar schatting 90% van de inwoners in meer of mindere mate hooikoorts heeft…..

We logeren aan een sfeervol pleintje (RK)

Daarnaast zijn al die miljoenen kilo’s sinaasappels veel te bitter om te eten. Ze worden gebruikt als veevoer, in cosmetica, voor marmelade en zelfs om elektriciteit op te wekken! Hoe dat precies in z’n werk gaat? Elektriciteit uit sinaasappels wordt opgewekt via vergisting van het sap, waarbij methaangas ontstaat voor biogas en elektriciteit. Een proefproject in Sevilla toonde aan dat 1000 kg sinaasappels 50 kWh aan stroom levert, wat genoeg is om vijf huishoudens per dag van energie te voorzien.

Een kilo sinaasappels telt ongeveer 3-8 vruchten, afhankelijk van de grootte en gezonde bomen leveren gemiddeld zo’n 200 – 350 sinaasappels per seizoen. Laten we eens uitgaan van 5 sinaasappels per kilo en 300 sinaasappels per boom (60 kilo per boom), dan leveren al die bomen, na vergisting, volgens een snel rekensommetje, samen zo’n 3.000 kWh op, toch genoeg voor 300 huishoudens……… Mits je er niets anders mee doet, natuurlijk. Over duurzame alternatieve energie gesproken ;).

Overal zie je sinaasappelbomen
De sinaasappel zijn veel te bitter om zo te eten

Om de grote kathedraal van Sevilla kun je niet heen. Merkwaardig is het om te horen dat deze kathedraal (evenals in andere grote steden) eeuwenlang het doelwit is geweest van een bijzondere vorm van graffiti. In het begin van de 19e eeuw zijn hier op de zijmuur rode anagrammen geschilderd door afgestudeerde studenten. Alleen degenen die zijn doctoraat behaalde, mocht zijn persoonlijke anagram voor de eeuwigheid op de kathedraal zetten als eerbetoon aan de wetenschap. Zou deze traditie nog steeds in ere worden gehouden?

Je anagram voor de eeuwigheid

Terwijl we langs de kathedraal en de Giralda toren (ooit een minaret) lopen, zien we opeens een groepje vrouwen die met elkaar op de foto gaan in hun flamenco outfit. Iedereen om ons heen stopt en haalt zijn of haar telefoon tevoorschijn. De dames verblikken of verblozen niet door alle aandacht. Sterker nog, we worden getrakteerd op een spontane gracieuze demonstratie van enkele dames. Het wordt opeens erg dringen geblazen om de groep goed te fotograferen, hahaha.

Zomaar op straat

Behalve de kathedraal is Sevilla ook een stad vol prachtige paleizen en herenhuizen, waarvan Casa de Salinas, een privé paleis, er eentje is die we nog niet eerder hebben gezien. Het is een ‘hidden gem’, aan de buitenkant haast onopvallend in het straatbeeld, maar van binnen vol rustige patio’s, prachtige mozaïeken en zuilengalerijen. Extra bijzonder is dat het geen doorsnee museum is, maar een echte woonplek. Casa de Salinas werd gebouwd in de 16e eeuw, een tijd waarin veel rijke families in Sevilla grote herenhuizen lieten bouwen rond mooie binnenplaatsen. De prachtige binnenplaats van Casa de Salinas werd in de tweede helft van de 16e eeuw regelmatig gebruikt voor premières van toneelstukken.

De binnenplaats als decor

Het huis kent een lange, bewogen geschiedenis. Ooit stond het bekend als Casa de Jaén, genoemd naar de eerste eigenaar: Baltasar Jaén. In die tijd maakte het huis deel uit van een chique buurt vol invloedrijke families. Nadat vele erfgenamen van Baltasar Jaén hier hebben gewoond, hield het landgoed Jaén in 1843 uiteindelijk op. Het huis had ondertussen al heel wat meegemaakt. In de vroege 19e eeuw werd het bezet door Napoleontische troepen, later diende het als woonhuis, drukkerij, school en zelfs internaat. Ook had op een gegeven moment een vrijmetselaarsloge, bestaande uit leden van de Sevilliaanse elite, het huis in gebruik. Bij hun vertrek lieten ze niet alleen geruchten achter over duistere rituelen en begraven lichamen, maar ook ging er een verhaal rond dat er ergens in het huis een geheime schat lag. Vele mensen gingen vervolgens overal gaten in muren en vloeren boren, totdat ze per ongeluk een oude septic tank doorbraken… met alle gevolgen van dien. Pas in 1930 kwam er een beetje rust in het huis, toen het herenhuis eigendom werd van de familie Salinas. Sindsdien is het tot aan de dag van vandaag in handen van deze familie, die het pand meerdere malen gerestaureerd heeft, waardoor de originele 16e-eeuwse elementen weer tot leven zijn gewekt.

Veel oorspronkelijke details
Spel van licht en donker (RK)

De muren zijn bedekt met tegels gemaakt in Triana. Wanneer je de tweede patio betreedt zie je een prachtig mozaïek uit de 2e eeuw, gewijd aan Bacchus, welke afkomstig is van de archeologische opgravingen van de Romeinse stad Itálica.

Tegels uit Triana (RK)
Mozaïek van Bacchus

We lopen vol verwondering rond, terwijl we luisteren naar de verhalen op onze koptelefoontjes. Het lijkt alsof de tijd hier even heeft stilgestaan! De met de hand beschilderde tegels, houten plafonds met prachtige patronen, balkons en elegante zuilen, alles vertelt iets over de tijd waarin het gemaakt is. Kleuren en vormen zijn met zorg uitgekozen zodat alles perfect met elkaar matcht. Sommige kamers zijn ingericht alsof je zo even kunt aanschuiven aan tafel. Dat is eigenlijk ook zo, want al die kamers worden na de openingstijden voor bezoekers gewoon weer door de familie gebruikt.

Alsof je zo kunt aanschuiven……. (RK)

Overal in Sevilla zie je een bijzonder stadslogo. Je ziet het woord ‘NO8DO’ op putdeksels, op gevels van gebouwen, de stoep, op vlaggen etc. De 8 in het midden is een knot wol (in het Spaans madeja) en dus staat er ‘NO MADEJA DO’, dat wil zeggen; no me ha dejado. De betekenis is: ‘zij/hij heeft me niet verlaten’, maar het is niet helemaal duidelijk waar deze tekst oorspronkelijk vandaan komt. NO-DO werd ook in andere religieuze Europese steden gebruikt in de Middeleeuwen. Het zijn de eerste letters van Nomine Domine, te vertalen als ‘in de naam van God.’ Het 8 teken zou dan staan voor ‘nodus’ of knoop, in dit geval een symbool van loyaliteit. Je hoort vaak dat de Sevillianen geloven dat het staat voor de trouwheid van hun stad aan Koning Alfonso X, de Wijze, toen deze in de 13e eeuw in oorlog was met zijn zoon Sancho. Sancho gaf toen toestemming om deze tekens te gebruiken als eer aan zijn vader Alfonso, omdat Sevilla hem als koning trouw bleef.

Het stadslogo (foto internet)

We horen dat er meer lokale legendes verbonden zijn aan Sevilla. Misschien wel de bekendste is die van Don Juan, een beruchte rokkenjager en een ‘vrije geest’. Hoewel de historische juistheid van deze figuur omstreden is, houdt het verhaal over zijn heldendaden en zijn uiteindelijke lot het publiek al eeuwenlang bezig. Zeg nou zelf: wie kent hem niet? Legendes van een betoverde tuin en een Moorse prinses spelen zich logischerwijs af in en rondom het Alcázar Paleis. Er wordt gezegd dat er in het paleis een betoverde tuin verborgen ligt, een geheim paradijs vol exotische planten, geurige bloemen en een glinsterende fontein. Alleen mensen met een zuiver hart en een ware liefde voor de natuur kunnen dit verborgen juweeltje ontdekken. We hebben het paleis tijdens onze vorige trip uitgebreid bezocht, maar helaas……. De Moorse prinses was verliefd geworden op een christelijke ridder. Toen hun verboden liefde werd ontdekt, moest de prinses de stad ontvluchten. Ze zwoer echter op een dag terug te zullen keren om zich met haar geliefde te herenigen. Sommigen geloven dat de geest van de prinses nog steeds rondwaart in het paleis van Alcázar, op zoek naar haar verloren liefde. Grappig om je te realiseren dat legendes vaak gebaseerd zijn op een (kleine) historische kern die in de loop der tijd is aangedikt met fantasie elementen. Veel van deze legendes hebben een dramatische, mysterieuze of soms trieste wending, terwijl anderen juist inspirerend, wonderbaarlijk of zelfs triomfantelijk zijn. Keuze genoeg!

Verwondering vind je overal (RK)

Het is inmiddels lekker buiten; fris met een beetje zon en een temperatuur van net boven de 20 graden C. Prima weer om ‘een terras te pakken’. Dat is geen probleem, want je vindt op elke hoek wel een sfeervol barretje of restaurant.

Salud!

Ons wordt aangeraden om de ‘Mercado de Triana’, een overdekte markthal in de wijk Triana, te bezoeken. Dat klinkt aantrekkelijk. Pas bij de Trianabrug realiseren we ons dat we hier de vorige keer ook geweest zijn. Niet erg, hoewel we ook deze keer niet erg onder de indruk zijn van de markt zelf. Zijn we al te verwend geraakt?

Net over de Triana brug vlakbij de markt

De wijk Triana is zeker leuk om nog eens door te lopen. Volgens de mythologie is deze wijk gesticht door Astarte, de godin van de vruchtbaarheid. Toen Hercules (zoon van oppergod Zeus en een halfgod met bovenmenselijke kracht en moed) achter Astarte aanzat, vluchtte zij naar de oevers van de Guadalquivir rivier en zo ontstond de wijk Triana. Hoe het ook zij, het resultaat was (en is) een levendige volkswijk, een authentieke (zigeuner)wijk met kleine straatjes die ook wel werd beschouwd als ‘de andere kant’. Vroeger zeiden mensen uit Triana die de brug overgingen naar het centrum zelfs dat ze ‘naar Sevilla’ gingen. De Trianeros beschouwen Triana nog steeds als los van Sevilla. Van oudsher lag Triana centraal ten opzichte van alle belangrijke (water)wegen van de stad en was de handelswijk beroemd om zijn typische Azulejos tegels en aardewerk. De Azulejos zijn keramiektegels met een typisch blauwe beschildering. Door de ligging had de wijk regelmatig te maken met overstromingen, want er waren geen dijken om het water tegen te houden. In de tweede helft van de 20e eeuw is de Guadalquivir rivier aangepast en sindsdien zijn er gelukkig geen overstromingen meer geweest.

Samlle straatjes (RK)

Sevilla was een heerlijke afsluiting van ons Moorse rondje. Wat hebben we veel gezien, geproefd en zelfs een beetje gewinkeld. Al zijn het dan vooral lekkere olijfoliën voor thuis. De Spaanse olijfolie, de basis van de mediterrane keuken, wordt tenslotte niet voor niets ‘de gouden nectar’ genoemd.

Sfeervolle winkelstraten

Natuurlijk hebben we ook weer gegeten bij ‘El Pasaje’, een restaurantje wat we ons nog bijgebleven is van de vorige keer en dat ook deze keer haar reputatie (voor ons) weer waarmaakt. We worden zelfs herkend, hetgeen goed is voor een traktatie in de vorm van een speciaal lokaal dessertwijntje.