Belém is de wijk van de wind vanuit de Atlantische oceaan, van een kijkje in het rijke zeevaarders verleden van Portugal, van bekende en onbekende bezienswaardigheden en van bedrijvigheid op en langs de Taag. Dat klinkt veelbelovend!
Belém was vroeger een voorstad van Lissabon, een vissersdorpje eigenlijk. In de 15de eeuw, toen de wereld aan de voeten van de Portugezen lag, gaf Hendrik de Zeevaarder opdracht om een kerk aan de oevers van de Taag te bouwen in Belém. Het fundament voor de Mosteiro dos Jerónimos werd gelegd en daarmee stond Belém opeens op de kaart.
De wandeling van vandaag zal ons langs alle culturele hoogtepunten van deze wijk leiden, waaronder monumenten uit de Gouden Eeuw van Portugal. In 1415 stichtte Portugal als eerste Europese land een kolonie in Afrika, het was trouwnes ook het laatste land dat zijn koloniën in Afrika verliet. In de 15e en 16e eeuw streefde Portugal de meeste andere landen op economisch, politiek en cultureel gebied voorbij en ontwikkelde het een uitgebreid rijk over de hele wereld met koloniën in Amerika, Afrika en Azië; zoals o.a. Brazilië, Angola, Goa en Oost-Timor. Tegenwoordig wordt er wisselend gekeken naar het eigen koloniale verleden omdat onder het (lange) autoritaire regime van dictator Salazar, vooral in de laatste jaren van de dictatuur, ontkend werd dat het land koloniën had. Deze werden ‘overzeese provincies’ genoemd. De term die gebruikt werd (wordt) voor een groot deel van de kolonisatieperiode, namelijk ‘de ontdekkingsreizen’, is uiteraard ook heel selectief. Deze benaming moest een positief beeld schetsen over het verleden en een sterke symbolisch staan voor de nationale identiteit en trots.
Het gigantische monument van de ontdekkingen, Padrão dos Descobrimentos, past in dit beeld, het eert de heldendaden uit de Gouden Eeuw. Het verhaal van dit monument begon rond 1940 toen het werd gebouwd voor de Portugese Wereldtentoonstelling. Salazar wilde de koloniale geschiedenis laten zien met een monument ter ere van de overzeese avonturen. Ter ondersteuning van het beeld werden inwoners uit de verschillende koloniën in de botanische tuin van Lissabon bij elkaar gezet voor een ‘menselijke expositie’ die liet zien hoe de ‘wilden’ eruit zagen. Tegenwoordig onvoorstelbaar! Na de tentoonstelling werd het beeld gesloopt, maar het werd in 1960 op een andere plek herbouwd ter nagedachtenis aan de 500ste verjaardag van Hendrik de Zeevaarder, de derde zoon van koning Johan I die is overleden in 1460. Hoewel zijn bijnaam anders doet vermoeden, was hij zelf geen groot zeevaarder, maar hij was wel de initiator en financier van veel reizen die de aanzet gaven tot het Portugese wereldrijk. Het nieuwe monument, aan de oever an de Taag, was veel groter in vergelijking met het origineel. Het 56 meter hoge monument vol bekende, 9 meter hoge, Portugese historische figuren, waaronder ontdekkingsreiziger Vasco da Gama, lijkt bijna de rivier in te glijden. Je kunt met de lift omhoog waar je waarschijnlijk een prachtig uitzicht hebt over de rivier. De rij wachtenden is echter dermate lang, dat wij dit toch aan ons voorbij laten gaan.
Het vlakbij gelegen kloostergebouw Mosteiro dos Jerónimos was de plek waar Vasco da Gama, volgens de overlevering, biddend de nacht doorbracht voordat hij de volgende dag vertrok naar waar de Portugezen hun kolonie Goa zouden stichten. Vasco da Gama, leider van de voor zover bekend eerste Europese expeditie over zee naar India, werd in 1469 geboren in het Portugese dorpje Sines. In zijn jeugd verdiept hij zich in astronomie en navigatie en in 1492 wordt hij zeeofficier. Hij sterft in 1524 in Cochin. Hij wordt ook in Cochin begraven, maar zijn stoffelijk overschot wordt in 1539 teruggebracht naar Portugal waar hij wordt herbegraven in het klooster.
Het klooster van Jerónimos is één van de meest bezochte plaatsen door toeristen in de stad en wordt zelfs gezien als één van de zeven wonderen van het land. Met zo’n stelling vraag je je toch meteen af wat de andere zes wonderen dan zullen zijn? Ik kan je nu al vertellen dat het veelal gaat om kloosters en kastelen, maar het is ook het lijstje waar de Torre de Belèm op staat, waarover later meer.
Het eeuwenoude klooster werd in 1496 gebouwd, in opdracht van koning Manuel I (koning van 1495 tot 1521), in de zeldzame Manuelijnse stijl, een stijl die bekend staat als Portugese laatgotische architectuur. De bouwstijl is een kunststroming uit het tijdperk van de Renaissance met als opvallende kenmerken de decoratieve lambrisering van ramen, arcades en pilaren. De bouw zou honderd jaar duren! Het klooster is opgedragen aan de Maagd Maria omdat ze in die tijd geloofden dat het de zegen van de Maagd Maria was die de reis van de beroemde ontdekkingsreiziger Vasco da Gama en andere zeelieden mogelijk maakte. In het klooster woonden vroeger monniken van de Orde van Sint-Hiëronymus. De belangrijkste taak van de monniken, die in het klooster verbleven, was dan ook, naast het houden van geestelijke verhandelingen, het bidden voor het welzijn van de zeelieden en de koning met zijn familieleden.
We zijn verbaasd te zien hoeveel mensen hier ook weer in de rij staan. Bussen vol toeristen worden hier uitgeladen die allen geduldig staan te wachten totdat ze naar binnen mogen. Er lijkt weinig vaart in te zitten, dus wij volstaan (weer) met het bewonderen van de buitenkant. We zijn onder de indruk van de grootte, de rijkelijke versieringen met prachtige en fijne details.
Koning Manuel I gaf zowel opdracht voor de bouw van het klooster als voor de Toren van Belém. De Torre de Belém diende oorspronkelijk als wachttoren aan de monding van de rivier de Taag, is gebouwd tussen 1515 en 1521 en staat als nationaal monument symbool voor de vele handels- en ontdekkingsreizen van de Portugezen. Zowel het klooster als de toren staan inmiddels op de werelderfgoed lijst.
Ook voor de toren is het druk. We lopen door het park dichterbij en zien ook hier lange rijen wachtenden. Het toeristenseizoen is duidelijk al begonnen! Op het plein vlakbij de toren speelt een muzikant afwisselend modern klassiek en muziek uit bekende Disney films, hetgeen beslist iets toevoegt aan de beleving. Het past bij datgene waar de toren voor staat.
De toren stond oorspronkelijk op een klein eilandje ongeveer in het midden van de Taag. Door de grote aardbeving van 1755 wijzigde de loop van de rivier zich en mede door het geleidelijk opschuiven van de oever, ligt de toren nu vrijwel ‘aangemeerd’ aan de kade. Van dichtbij zien we dat de toren zelf versierd is met de typische motieven van de Manuelstijl; kolommen in de vorm van gevlochten touwen en afbeeldingen van planten en vissen. Mooi om al deze culturele elementen van dichtbij te zien en te ervaren, al is het slechts van de buitenkant.
Dan is het tijd voor ‘uma bica e um pastel de nata’, een geliefd tussendoortje onder de locals. De ‘bica’ is niets meer of minder dan een espresso: ‘aromatisch en donker met toetsen van chocolade’. De pastel de nata (lokaal pastel de Belèm) is een custard taartje dat, althans volgens het verhaal, werd uitgevonden in het klooster vlakbij. De monniken gebruikten eiwit om hun witte kleren te stijven. Ze wilden het eigeel echter niet verloren laten gaan en zo werd hier ‘het lekkerste genot van Pastel de Nata’ ontdekt. Het exacte recept is geheim, bij een speciaal adresje in Belèm is het alleen bekend bij de eigenaars en de chefs, maar het is een succes. Alleen hier worden er dagelijks zo’n tienduizend (?!) verkocht. Zeker warm met een beetje kaneel is zo’n taartje ook echt een klein feestje!
Onze tocht door deze wijk loopt hiermee ten einde. Via het dak van het futuristische MAAT museum (Architecture, Art, Technology) lopen we naar de waterkant waar we de Ponte 25 de Abril in de verte al zien liggen.
Deze rode brug is de absolute blikvanger van de stad, Lissabon’s trots, die de stad met de zuidoever verbindt. Het stalen kunstwerk is meer dan 2,2 kilometer lang en op het hoogste punt hangt de brug 75 meter boven het water. Mocht het ontwerp je bekend voorkomen, dat kan, want de stalen hangbrug is gebaseerd op het ontwerp van de Golden Gate Bridge in San Francisco. De brug was eigenlijk in eerste instantie vernoemd naar dictator Salazar, dus Ponte Salazar, maar op 25 April 1974 was zijn heerschappij voorbij dankzij de Anjer revolutie waarop de brug een naamsverandering kreeg.
Aan de overkant van het water zien we nog iets bekends. Het enorme beeld Cristo Rei (Christus Koning) is gebaseerd op het Christusbeeld van Rio de Janeiro. Dit monument heeft een prominente plek gekregen aan de voet van de brug op de andere oever. Het oorspronkelijke plan (van Salazar) was om het beeld in 1940 te laten bouwen bedoeld als smeekgebeden naar God om Portugal niet zou betrekken bij de Tweede Wereldoorlog. De start van de bouw was echter pas in 1950, misschien alsnog omdat Portugal in WOII neutraal was gebleven?
Bijzonder is het wel om twee zulke bekende bouwwerken zo dicht bij elkaar te zien. Dichterbij zien we pas echt hoe hoog en indrukwekkend de hangbrug eigenlijk is. Bovendien horen we steeds duidelijker het lawaai wat de brug produceert, Het doet ons denken aan een zwerm woedend gonzende bijen.
Na een hele dag buiten met een temperatuurtje van dik in de 20 graden zijn we toe aan eventjes rust. Waar is gemakkelijk…… de Time Out Market aan Cais do Sodré.
Een hippe foodmarket met veel kraampjes van bekende chefs die hun ingrediënten veelal op de naastgelegen traditionele Mercado daRibeira halen. De versmarkt is dicht, maar op de eetmarkt is het een drukte van belang. Je kunt het zo gek niet bedenken of je kunt het hier halen, van taart en ijs tot pizza en lokale delicatessen. De grap is dat je bij verschillende kraampjes wat lekkers kunt kiezen om daarna alles aan tafels in het midden op te eten. Dit is een formule die werkt gezien de enorme bedrijvigheid om ons heen. Gelukkig vinden nog een zitplaats en zitten we even laten met een glaasje wijn en een plankje met lekkers na te genieten van weer een welbestede dag!















