Wanneer je denkt aan Friesland, dan denk je waarschijnlijk meteen aan Friese Meren, zeilen, schaatsen en Leeuwarden. Misschien zijn bossen wel het laatste wat je in Friesland verwacht en toch zijn ze er …… in het ‘Andere Friesland’. Daar vind je eeuwenoude bossen en statige landgoederen. Met koninklijke allure! Zo ook in Beetsterzwaag (Beetstersweach), het mooie, karaktervolle dorp met statige herenhuizen en omringd door oude eiken en beuken, waar we vandaag onze wandeling beginnen.
In de bekende Hoofdstraat zien we prachtige historische panden. Deze panden van drieënhalve eeuw oud, zijn de stille getuigen van de adel die het dorp in de 18e en 19e eeuw bewoonde. Beetsterzwaag was vroeger een dorp met aanzien. Niet voor niets wordt het ook wel het ‘Wassenaar van het Noorden’ genoemd. De tuinen bij de landgoederen, ooit dus slechts voor enkelen, staan nu open voor iedereen.
Wij starten tegenover het monumentale pand Lyndensteyn, wat tegenwoordig een revalidatiecentrum is. Het is in 1821 gebouwd voor de grietman (rechter, bestuurder) van Opsterland; Frans Godaert Baron van Lynden. Huize Lyndensteyn dankt haar bestaan aan freule Cornelia Johanna Maria van Lynden, de kleindochter van Frans Godaert die met haar ouders in de zomermaanden op Lyndensteyn woonde. Cornelia was begaan met het lot van de zieke en minder bedeelden in Beetsterzwaag en omgeving. In 1880 overleed ze op twintigjarige leeftijd aan tuberculose. Ter nagedachtenis werd Huize Lyndensteyn en de bijbehorende bezittingen ondergebracht in de Cornelia Stichting met als doel: het kosteloos opnemen van zieke, gebrekkige of behoeftige minderjarige kinderen. Vanaf 1915 werd Lyndensteyn een kinderziekenhuis en in 1958 werd besloten het kinderziekenhuis om te vormen tot een revalidatiecentrum voor kinderen omdat het gebouw was verouderd en niet meer voldeed aan de eisen van die tijd. Al met al is er een hele geschiedenis aan dit gebouw verbonden.
Het tegenover Huize Lyndensteyn liggende park is een zgn. overtuin, omdat het aan de overzijde van de straat ligt. Oorspronkelijk was het een park in Franse stijl, maar na 1832 kreeg de tuin een ander aanzicht door een ontwerp van de beroemde tuinarchitect Lucas Pieters Roodbaard (1782-1851). Zijn stijl was gerelateerd aan de Engelse landschapsstijl en kenmerkt zich door romantische, ronde vormen, slingerpaden en een schijnbaar oneindig doorlopende vijverpartij. Deze elementen zie je hier ook zeker terug. De tuin eindigt op een kunstmatige heuvel recht tegenover Lyndensteyn, waar zich oorspronkelijk een zomerhuis bevond. Rondom de vijver loopt een wandeling in de vorm van een slingerend pad waar aan weerszijden nog enkele oude linden staan die tot de eerste aanleg behoren. Inmiddels is de tuin erkend als een rijksmonument. Vandaag wordt er druk gewerkt aan herstel van een bruggetje, waardoor we alleen rechts van de vijver kunnen wandelen. De tuin is zeker de moeite waard.
We slingeren verder ‘langs de randen’ van Beetsterzwaag waarna we uitkomen op de landerijen die bij landgoed Lauswolt horen, genoemd naar de oorspronkelijke bezitters, de familie Lauswolt. In de loop van de 19e eeuw kwam het landgoed in het bezit van Augustinus Lycklama à Nijeholt, zoon van de burgemeester van Beetsterzwaag, die in 1867 de opdracht gaf om op het landgoed een herenhuis te bouwen. Hij heeft er zelf maar betrekkelijk kort gewoond, want na zijn huwelijk in 1872 vertrok hij vrij snel met zijn gezin uit Beetsterzwaag. In 1878 verkocht hij het landgoed aan Reinhard baron van Harinxma thoe Slooten voor de som van 100.000 gulden. Ter vergelijking f 100,- toen is bijna € 1.600,- nu. In 1954 kwam het landgoed Lauswolt in het bezit van de Algemeene Friesche Levensverzekering Maatschappij, waarop het tot een hotel werd gemaakt. Het hotel werd in 1990 verkocht aan de Bilderbergroep. Grappig weetje: op één van de boerderijen van het landgoed heeft acteur Rutger Hauer gewoond.
Beetsterzwaag kreeg landelijke bekendheid met het landgoed en hotel Lauswolt als de ‘geheime’ locatie voor de besprekingen die uiteindelijk leidden tot het kabinet Balkenende IV begin 2007. Het was de bedoeling om deze locatie geheim te houden, maar die lekte op de eerste dag al uit…….
Ook staat Lauswolt bekend om de ernaast gelegen 18-hole golfbaan, gelegen midden in de natuur, waar druk gebruik van wordt gemaakt als wij erlangs lopen.
Even later slaan we een zandweg met fietspad in waar we de Lippenhuisterbrug oversteken. Het pad loopt langs de Lippenhuisterheide, een uitgestrekt natuurgebied. Het overgrote deel is eigendom van de familie Van Harinxma thoe Slooten. In het gevarieerde gebied komen zowel natte als droge heideterreinen voor, afgewisseld met bomen en struiken. Grote natte delen zijn begroeid met gewone dopheide, terwijl op de drogere plaatsen kraaiheide en stekelbrem groeien. De heide staat al een beetje in bloei. Helaas zien we er niet zoveel van vanwege de bomen en struiken die tussen de heide en ons pad staan. Bovendien moet ik toch eens opzoeken hoe kraaiheide er precies uit ziet, want ik betwijfel of ik het wel zou herkennen.
De vroegere vervening van dit gebied is nog te zien door de in de heide aanwezige sloten en greppels. Zo komen we op een gegeven moment uit bij de Compagnonsfeart, een vaart die tussen 1630 en 1680 is gegraven om de turf, toen zeer waardevolle brandstof, te kunnen vervoeren. In deze omgeving vind je vele rechte kanalen met (ooit) hele armzalige huisjes langs de oevers. Het was hard werken voor een karig loon! Tegenwoordig zijn de huisjes van toen vervangen, maar het kanaal en de vele zijkanalen (wijken), die er haaks opstaan en nodig waren voor de afvoer van turf en de afwatering van het natte hoogveen, zijn stille getuigen van de wereld van weleer.
Ons eindpunt van vandaag is een sluis in de Opsterlandse Compagnonsvaart bij het dorp Hemrik in de buurschap Hemrikverlaat. Er staat een sluiswachterswoning bij die uit ongeveer 1880 dateert. De sluis werd in 1755 volledig van hout gebouwd, maar werd in 1902 vervangen door het huidige stenen verlaat (= kleine sluis). Het verval is 0,89 meter en de sluis wordt (nog steeds) met de hand bediend. Op het moment dat wij bij de sluis staan te kijken, wordt deze net handmatig gesloten voor de nacht. Het werk voor vandaag zit erop. De man vertelt dat hij toch regelmatig dagen meemaakt dat er zo’n 30 boten langskomen, hoewel dat niet wil zeggen dat hij de sluis zo vaak moet bedienen :). Hij blijft er fit bij, want het moet allemaal wel met spierkracht ….. en beleid.
Ik ben benieuwd wat het andere Friesland ons de volgende keer te bieden heeft.









