Zon, zee, (Cad)zand

Heerlijk een weekje weg met het hele gezin. Het belooft een schitterende week te worden met veel zon, we hebben een royaal vakantiehuis voor zes personen en een hond vlakbij de zee en kijken allemaal uit naar ontspannende en gezellige dagen samen. Spoiler alert; dat is meer dan gelukt ;). Cadzand-Bad ligt aan de kust van Zeeuw-Vlaanderen in het uiterste zuidwesten van Nederland, aan de grens met België. Verder weg kan bijna niet vanuit het noorden van het land. Zeker met alle wegwerkzaamheden langs de route, kost het tijd om er te komen. Maar dan ben je ook op een bijzondere plek, want deze badplaats heeft het hoogste aantal uren zonneschijn per jaar van heel Nederland. Dat belooft wat!

’s Ochtends vroeg mogen de honden los op het strand (SK)

Al in 1866 bouwde landbouwer Albrechts op de duinen van Cadzand een hotel en bierhuis annex woning. Hiermee was hij de grondlegger van het huidige Cadzand-Bad. De rijke badgasten kregen een badkoets (een houten kleedhokje op wielen) tot hun beschikking, hetgeen kenmerkend is voor de badcultuur in de 19e eeuw. De badgast klom op het strand in de cabine, waarna deze in het water werd geduwd of in het water werd getrokken, bij de oudere en grotere modellen, door een paard. Eenmaal in het water daalde de badgast, ondertussen omgekleed in badkostuum, het trapje af in zee. Oorspronkelijk werd er naakt gebaad. Een scherm aan de badkoets moest dan bescherming bieden tegen nieuwsgierige blikken. De (naakte) baadsters werden soms vanaf de duintoppen bekeken (zeg maar begluurd) door ‘heren’ met een verrekijker. Later werd het strand ingedeeld in aparte vakken voor dames en heren. Een badman, badknecht of badvrouw hield in de gaten dat de badgast, die vaak niet kon zwemmen, niet verdronk. 

Ooit waren badkoetsjes aan het strand een heel gewoon beeld (internet)

Een badplaats werd in die tijd vooral bezocht voor de gezondheid. Het liefst moest er zo vroeg mogelijk worden gebaad, b.v. om zes uur ’s ochtends, want hoe krachtiger de golfslag was, hoe werkzamer het bad zou zijn. Het zeewater zelf werd ook als gezond ervaren; het werd gedronken en aanbevolen als ‘laxeermiddel voor veelvraten’. Er waren in die tijd ook strenge regels verbonden aan het nemen van een bad. Een zeebad kostte vlak na WOI 50 cent. Bij de prijs was het gebruik van een handdoek en een badkostuum inbegrepen. De maximum tijd voor het nemen van een bad bedroeg 45 minuten, inclusief het omkleden. Duurde het bad langer, dan moest de badgast een tweede kaartje te kopen. Tijdens de badtijd kon ook naar wens een stoel worden gehuurd voor 15 cent. Dit was dus niet voor iedereen weggelegd!

De tijden zijn veranderd. De badkoetsen zijn verdwenen, wel staan hier langs het strand witte badhuisjes met fel gekleurde deuren, die gehuurd kunnen worden wanneer je niet elke dag al je spullen naar het strand wilt ‘slepen’. Voor ons is dat niet nodig. In ons huisje is heel handig een bolderkar beschikbaar voor al onze spullen inclusief een plekje voor de jongste van 4. Na al zijn eindeloze springen over de golven (een hele nieuwe, maar o zo fijne ervaring) is de energie aan het eind van de strandtijd natuurlijk wel een beetje op.…….

Badhuisjes in het avondlicht (RK)
Heerlijk strandweer (IK)
De eerste kennismaking met papa en oom W. (RK)

Op het strand is schelpen zoeken ook altijd een leuke bezigheid. Vooral hier kun je veel unieke fossiele schelpen vinden, zoals b.v. de Zwinkokkel en met een beetje geluk een zwarte haaientand. Vooral die laatste spreekt geweldig tot de verbeelding. We hebben de mazzel dat een langslopende mevrouw er eentje in onze handen duwt voor onze kleine man. Wat een vondst!!

Ze zijn hier echt te vinden…….in mini formaat (RK)

De Zwinkokkel leefde in onze streken in het vroeg- en midden-Eoceen. Dat is zo’n 15 miljoen jaar na het uitsterven van de dinosauriërs. Europa was toen een eilandenrijk met een subtropisch klimaat. In Nederland vind je de zwinkokkel nu vooral op het strand van Zeeuws-Vlaanderen, vlakbij het Zwin, vandaar ook de naam. De zwinkokkel lijkt niet op de gewone kokkels die je op het strand kunt vinden, Het verschil is vooral te zien aan het slot, het systeem wat ervoor zorgt dat de twee kleppen precies in elkaar grijpen en niet ten opzichte van elkaar verschuiven wanneer het dier de schelp opent of sluit. Ook heeft de zwinkokkel een opvallend dikke schelp. Niet te missen dus.

Ter vergelijking: links de Zwinkokkel, rechts een ‘gewone’ kokkel (internet)
Ons kunstwerkje van gevonden schelpen; dit is duidelijk papa ;-D (IK)

In het natuurgebied Het Zwin kun je trouwens bij laag tij zo over de grens naar België wandelen. Bij hoog water stroomt de Zwingeul weer vol water. Dit prachtige gebied om foto’s te maken, wordt ook wel de internationale luchthaven voor vogels genoemd. Hier zie je vogels opstijgen en landen, soms met duizenden tegelijk! Dat ziet ons eigen team fotografen dan weer niet, maar er wordt verder flink geprobeerd, geadviseerd, geobserveerd en creatief ‘geschoten’. Het resultaat mag er zijn!

Vlabij een drukke zeevaart route (SK)
Zicht op Zeebrugge vanaf een duin (RK)
Lange wandelingen totdat het donker is (JK)

Ook vliegeren op het strand mag natuurlijk niet het lijstje van activiteiten ontbreken. Het leuke aan vliegeren is dat het heel snel kan. Het enige wat je nodig hebt, is een beetje wind ;), ruimte en natuurlijk een vlieger. Onze eerste poging is hoog op een plat duin (om de meeste wind te pakken) met een meegebrachte vlieger. De staart van een vlieger moet gemaakt zijn van licht materialen, aldus de mensen met ervaring. Helaas voor ons blijkt dit toch een vlieger met kuren. We moeten zelfs een schepje aan de staart binden om deze vlieger in ieder geval even te kunnen laten zweven. Niet echt het succes waar we op gerekend hadden! 

Er moet zelfs een schepje aan de staart voor een beetje resultaat…….(IK)

Niet getreurd, er is om ons heen een scala aan mogelijkheden om een nieuw, kleurig, eenvoudig te bedienen exemplaar aan te schaffen. Een regenboog inktvis spreekt enorm tot de verbeelding. Helemaal nu we op het strand ook een wit ovaal ding hebben gevonden wat het rugschild van een soort inktvis, de zeekat, blijkt te zijn. In de volksmond wordt dit ook wel zeeschuim genoemd. Onze nieuwe vlieger werkt zoals het moet. Met een klein vlaagje wind en wat hulp kan onze kleine man hem zelf besturen. Het liefst heel dichtbij om hem goed te kunnen bewonderen. Toch heeft veraf, ‘dichtbij de wolken en de zon’, ook wel iets bijzonder aantrekkelijks. Uiteindelijk, vooral omdat er zoveel te ontdekken valt op het strand en in de zee, wordt besloten om de vlieger aan de bolderkar vast te binden. Zo is meteen duidelijk waar we zitten en zijn we voor iedereen makkelijk terug te vinden.

Eindeloze fascinatie (RK)

De week vliegt voorbij. We zijn niet alleen op het strand te vinden, maar demonsteren ook onze kunsten op de midgetgolfbaan, gaan op zoek naar ‘Pesky Pirates, voetballen, tennissen, doen heel veel spelletjes en kletsen, tussen alle bedrijvigheden door, heel wat af met elkaar. Kortom precies zoals een familie vakantie behoort te zijn! De perfecte gelegenheid om de band te versterken en samen op avontuur te gaan (hoe klein of hoe groot dan ook), zonder de afleidingen van alledag. Zo is het niet alleen een moment van ontspanning, maar maak je ook blijvende herinneringen met de mensen die je dierbaar zijn. Wat wil je nog meer?

Een ‘vissenvanger’ is echt onmisbaar (IK)
Piraten speurtocht in volle gang (RK)
Zo’n bal is een kunst op zich…….toch? (RK)
Een heerlijke week in een fijn huisje (RK)

Uitwaaien op Borkum

WaddenWandelen

Toch bijzonder om te ontdekken dat het Duitse waddeneiland Borkum een onderdeel is van de lange afstandswandeling door ‘ons’ Waddengebied. Dat komt natuurlijk omdat dit eiland de meest oostelijke grens vormt van het Werelderfgoed Waddenzee, dat wordt omschreven als ‘een uniek landschap van slikken, kwelders, duinen, geulen en zandplaten’. De Waddenzee is het grootste ononderbroken getijden-systeem ter wereld en strekt zich uit langs de kusten van Denemarken, Duitsland en Nederland. Nergens anders bestaat er ‘zo’n dynamisch landschap met een veelheid aan leefgebieden die gevormd zijn door wind en getijden. De biodiversiteit op wereldschaal is afhankelijk van de Waddenzee’. Tijd om het een en ander zelf eens te gaan ontdekken!

Met een blauwe trein van Arriva naar de Eemshaven reizen, roept nostalgische herinneringen op aan de vroegere ‘Blauwe Engel’, die werd ingezet op de weinig rendabele lijnen in de dunbevolkte delen van ons land, zoals ook Oost Groningen. Deze lijnen waren te duur om te elektrificeren en dreigden daardoor te verdwijnen. In 1954 werd daarom een speciaal type dieseltrein ontwikkeld met een opvallende blauwe kleur en op de neus een logo met twee vleugels. Vanwege deze opvallende details werd de trein in de volksmond al snel de ‘Blauwe Engel’ genoemd. Volgens een nieuwsartikel uit die tijd was deze naam goed gekozen: ‘want behalve dat de kleur van dit nieuwe materieel geparenteerd is aan het blauw van de hemel, is de gang van deze treinstellen als op vleugelen.’ In de jaren zestig koos de NS voor een uniforme kleur voor alle treinen en werden alle ‘Blauwe Engelen’ rood geverfd. De bijnaam bleef echter bestaan, ondanks de veranderde kleur.

Een klein uurtje later stappen we uit op station Eemshaven en lopen we, met een aantal andere ‘Borkumgangers’, richting de haven waar de veerboot al ligt te wachten. In de verte zie je Borkum liggen, want hemelsbreed ligt het maar zo’n 15 km verderop. Waarom is Borkum eigenlijk een Duits eiland terwijl het zo vlak boven Groningen ligt en ‘onze’ Waddenzee begrenst? Vroeger, in de Franse tijd (1794 – 1814) behoorde Borkum wel tot Nederland, maar na 1815 kwam het eiland (weer) onder Duits bewind. Door haar strategische ligging werd Borkum begin 20e eeuw een belangrijke militaire post en is sindsdien Duits gebleven. In de jaren voor WOI erkende Winston Churchill het belang van Borkum voor de Duitse marine. Het eiland was makkelijk te verdedigen maar moeilijk te veroveren. Voor een (Britse) aanval was een basis in de buurt nodig waarvoor Churchill Ameland koos. Nederland was in die tijd neutraal en het binnenvallen van Ameland zou oorlog betekenen. Uiteindelijk ging dit plan toch niet door……..

Borkum is het kleinste waddeneiland van dit streekpad. Met een grootte van +/- 30 km2 is het net iets kleiner dan Schiermonnikoog (ongeveer 40 km2). Toch is het de grootste van de zeven Duitse ‘Ostfriesische Inseln’ boven de regio Niedersachsen. Na Borkum zijn dat Juist, Norderney, Baltrum, Langeoog, Spiekeroog en Wangerooge. Qua inwonersaantal is er wel een groot verschil. Waar Schiermonnikoog nog geen duizend (vaste) inwoners heeft, wonen er op Borkum ruim vijf keer zoveel. Het toeristenseizoen niet meegerekend. Dat is ook wel te zien wanneer we het stadje binnenrijden met het historische boemeltje, die de veerhaven met het centrum verbindt. Dit is beslist geen eilanddorp, dit lijkt haast een klein stadje. 

Met het treintje van de veerhaven naar de stad (RK)
Nostalgisch (RK)

De afstand tussen de haven en Borkum-Stad is 7,5 kilometer en de rit in het treintje duurt een kwartiertje. Dat was vroeger anders. In 1879 werd de lijn aangelegd als paardentram om de materialen voor de bouw van een vuurtoren gemakkelijker van de haven naar de bouwplaats in het centrum van Borkum te vervoeren. Zo’n vier jaar later stapte de eigenaar over van paarden op stoom en in 1888 werd het spoor versterkt om zowel passagier- als goederenverkeer mogelijk te maken. In 1993 werden zowel de spoorlijn als het wagenpark geheel vernieuwd, nu gebruik makend van diesellocomotieven. Tegenwoordig wordt de historische stoomlocomotief ‘Borkum’ weer regelmatig ingezet als toeristische trekpleister om de vele treinhobbyisten te plezieren.

Borkum is anders! Natuurlijk zijn alle Waddeneilanden anders en is het je eigen subjectieve voorkeur waardoor het ene eiland je meer aanspreekt dan het andere. Borkum is echter anders dan de Nederlandse eilanden door ‘een combinatie van een Duitse kuuroordcultuur, een nostalgisch stadsgevoel met de Borkumer Kleinbahn, en een unieke, pollen-arme zeelucht’. Toeristen kwamen al vroeg in de geschiedenis naar Borkum om er te kuren. Door de ligging, ver in de Noordzee, is de lucht vrij van pollen, wat het een ideale bestemming maakt voor mensen met allergieën. De gezonde zeelucht (met een hoog jodiumgehalte) zorgt er bovendien voor dat Borkum een perfecte plek is voor wellness en thalassotherapie. Dit laatste is een therapeutische behandelmethode die gebruikmaakt van helende elementen uit de (mariene) omgeving. Het is gebaseerd op het gebruik van verwarmd zeewater, algen, modder, zeelucht en zand. Dit heeft zeker een behoorlijke aantrekkingskracht, want we zien een hoog rollator gehalte om ons heen. 😉

We starten onze wandeling in Ostland om van daaruit terug naar Borkum-stad te lopen. We lezen dat Borkum oorspronkelijk uit twee afzonderlijke eilanden bestond, Westland en Ostland, die door een smal water van elkaar gescheiden waren. Door de bouw van een dam en de daarop volgende vorming van nieuwe duinen in het voormalige zeegat kwamen beide eilanden in 1860 aan elkaar vast te zitten. Vanaf toen was Borkum één geheel. Het ‘tussendoormeer’ (Tüskendörsee) onderweg vormt de oude scheidslijn.

Klinkers i.p.v. schelpen (RK)
Het is prachtig groen om ons heen (RK)

Grappig genoeg zijn de schelpenpaadjes, zo kenmerkend op ‘onze’ eilanden, hier vooral klinkerpaadjes. Aan weerszijden zien we veel bloeiende duinroosjes en geurende kamperfoelie. Het is echt prachtig groen om ons heen. Tegelijkertijd is het niet overal zo rustig vanwege vele fietsers die over dezelfde smalle paadjes willen als wij. We lopen dus meestal als een rijtje eendjes achter elkaar. Goed voor de innerlijke rust en de verdieping in jezelf zullen we maar zeggen! Lopend afstand nemen van de waan van de dag. Ik heb gelezen dat dit je tot je eigen kern kan brengen, wat verfrissend en verrijkend moet zijn. Je voelt dan weer wat er werkelijk toe doet en wat eigenlijk niet belangrijk is. Zou een dag of zelfs minder al voldoende zijn om werkelijk tot die kern te komen? Hoe dan ook, het is sowieso genieten. Zeker wanneer we na onze koffiestop verder lopen over het strand. 

De bevoorrading onderweg is dik in orde (RK)

Het strand is haast eindeloos breed met tussen ons en de zee een, naar het lijkt, nieuw opkomende duinenrij. Het is een strand dat om diverse redenen wordt bejubeld. Een Duits tijdschrift schrijft zelfs dat je bijna nergens ‘de lege accu’ beter kunt opladen dan op ‘de mooiste zandhoop ter wereld’. Door de grote afstand tot het vasteland heerst hier, zoals eerder gezegd, een uniek hoogzeeklimaat: arm aan pollen, zouthoudend en bijzonder weldadig voor de luchtwegen. Een wandeling langs de waterkant wordt hierdoor tegelijkertijd ook een gezondheidskuur. Altijd goed, toch?

Een opkomende duinenrij? (RK)
Een gezondheidskuur langs het strand (RK)

Naarmate we dichterbij ‘de bewoonde wereld’ komen, neemt ook het aantal activiteiten op het strand toe. Het blijkt dat dit stuk strand één van de meest uitgelezen strandzeil locaties van Europa is voor zowel beginners als profs. Als de wind goed is, kunnen de strandzeilers snelheden van wel 130 km per uur halen. Indrukwekkend!

Strandzeilers (RK)

We lopen de duinen over richting de strandpromenade die ons van bovenaf weer een andere blik op het Noordzeestrand geeft. Hier zie je opeens de zogenaamde ‘strandkorven’ op het strand zelf, terwijl aan de andere kant van de promenade een luxueus kuuroord opduikt. We wanen ons in een andere wereld. Het geheel doet mij denken aan een decor voor een Agatha Christie crimi. ‘Moord in een strandkorf’ klinkt zeker als een spannende mogelijkheid. De bonte verzameling van tentjes en korven, die schots en scheef door elkaar staan, geven het strand een heel eigen aanblik. Het zandstand zelf is wit. Volgens de eilandbewoners heel bijzonder. Zo zelfs dat je dit zand in een museum dichtbij kunt vergelijken met strandzand van over de wereld.

Vanaf de hoger gelegen wandelpromenade (RK)
Een bonte verzameling (RK)

Vol indrukken dwalen we even later door het stadje, waar het inmiddels behoorlijk druk is geworden, op zoek naar een terrasje voor een late lunch. Zo dichtbij en toch zo anders. Voor herhaling vatbaar, want we hebben b.v. nog geen vissershuisje met walviskaken gezien!

Op weg naar een late lunch (RK)

Drentse duinen

Jacobspad: Lieveren-Langeloërduinen-Norg

Eigenlijk is het merkwaardig om over duinen in Drenthe te spreken, toch? Bij duinen denk je immers vooral aan de natuurlijke (dus niet door mensen aangelegde) zandbergen langs de kust die ervoor moeten zorgen dat de zee het land niet binnen kan stromen. De zee is in Drenthe echter ver te zoeken! De ‘Drentse’ duinen zijn dus anders en worden ter onderscheiding ook wel landduinen of stuifzanden genoemd. ‘Een geducht natuurverschijnsel’, zo werden de stuifzanden ruim een eeuw geleden genoemd. In feite waren de zandverstuivingen (‘duinen’) echter meer het resultaat van het werk van de mens dan dat van de natuur.

De meeste stuifzanden ontstonden in de 18e en 19e eeuw toen vele tienduizenden schapen dagelijks de Drentse heidevelden afstruinden op zoek naar alles wat eetbaar was. Ook werden er regelmatig karrenvrachten heideplaggen gestoken om de mest te gebruiken voor de akkers. Het gevolg van dit alles was dat de heide op veel plekken verdween en het witte zand eronder vrij spel kreeg. In periodes van droogte en harde wind kregen deze zandverstuivingen de kans om flink te groeien.

Vanaf de 18e eeuw benoemden de boermarken (organisaties waarbij lokale boeren gezamenlijk verantwoordelijk waren voor het beheer van gemeenschappelijke gronden) ‘zandheren’ om de strijd tegen het zand te coördineren. Ze lieten aarden wallen tegen het oprukkende zand bouwen en er werden bomen en houtwallen langs de essen (met mest opgehoogde akkers) geplant om het zand vast te leggen. Pas in het begin van de vorige eeuw werden de zandverstuivingen echt bedwongen door het op grote schaal planten van vooral grove den. Tegenwoordig wordt er juist veel moeite gedaan om het stuifzand open en daarmee actief te houden, want zonder ingrijpen verandert het stuifzand snel in bos.

We zijn langzamerhand wel heel nieuwsgierig geworden naar dit duinlandschap! Ik lees in een column van Janny van der Heijden dat nieuwsgierigheid net is als zout? Een snufje brengt smaak, teveel bederft het gerecht en wie helemaal niet proeft, mist uiteindelijk waar het eigenlijk om gaat. Wij gaan proeven met smaak, want een smaakbeleving is tenslotte een dans van al je zintuigen!

We starten weer in Lieveren waar het op zondag een stuk drukker lijkt te zijn dan op een doordeweekse dag. We lopen over de Zuidesch richting Norg en vinden net buiten het dorp een heerlijk plekje voor ons eerste kopje koffie. Lekker in de zon aan een picknicktafel die met een grote ketting verankerd ligt aan een hunebed-kei. Zou dit een bescherming voor de wind of tegen vandalisme zijn? Onze logeerhond Nova doet alsof ze al een marathon achter de rug heeft en zakt heerlijk languit in het gras. Zelfs een slok water of een meegebracht hondenbrokje kan haar niet tot enige activiteit verleiden. Dat belooft nog wat ;).

Ook het Drenthepad gaat hier langs…….
Mooie paden, maar helaas voor Nova …..

Even verderop lopen we over het Oostervoortse Diep of Kleine Diep. Net ten zuiden van Lieveren vloeit het samen met het meer westelijk gelegen Groote Diep en wordt dan het Lieversche Diep genoemd dat verderop overgaat in het Peizerdiep. Het hele Drentse Aa gebied is eigenlijk een eeuwenoud landschap gevormd door diepen, diepjes, lopen en loopjes. Lange tijd was het Oostervoortsche diep vooral gericht op de landbouw. Het waterpeil moest laag blijven en daarvoor werd water uit de beek weggevoerd. Dit leidde tot problemen want in natte periodes werd het omliggende land te nat en in droge periodes liep de beek zo goed als leeg. Daar is, met de inzichten van nu, wat aan gedaan. Met het plaatsen of juist weghalen van kades, een speciale stuw, een gemaal en een waterwindmolen wordt tegenwoordig de waterberging verbeterd en de wateroverlast beperkt.  

Oostervoorste Diepje

Ons volgende dorp is Langelo. Net als veel andere dorpen in Drenthe, is Langelo zowel een brink- als een esdorp. Een brink was meestal een open stuk grasland (al dan niet met bomen) waar het vee gezamenlijk kon grazen. De es, oftewel het akkerland waar landbouw werd bedreven, bevond zich naast of rondom het dorp. Deze manier van landbouw en veeteelt beoefenen, stamt al uit de Germaanse tijd. Voorheen rondtrekkende stammen gingen zich permanent vestigen en werkten als gemeenschap samen op de gronden die bij hun dorp hoorden. Toen er steeds meer dorpjes ontstonden, begonnen de boeren in een dorp zich te organiseren om hun belangen en hun gronden veilig te stellen. Dit wordt de Boermarke of kortweg Marke genoemd. De bij een dorp behorende gronden werden op de grens afgezet met zogenaamde markestenen. Tijdens het lopen komen we zo’n grenssteen tegen. Een grote kei, waar nu heel modern een plaatje op is geplaatst. Vroeger was dit natuurlijk niet het geval, toen kenden de boeren de grenzen uit hun hoofd. 

De brink in Langelo
De grens

Langelo is één van de kleinste brinkdorpen van Drenthe. Zo’n 65 jaar geleden wist een lagere (basis)school meester zijn leerlingen al te vertellen dat ‘Langelo’ zoiets betekende als ‘langgerekte open plek in het bos’. Hoe hij aan die wijsheid kwam is niet duidelijk en ook niet hoe die open plek in het bos dan was ontstaan. Het is wel bekend dat er hier, al ver voor het begin van de jaartelling, landbouw voorkwam, waarbij de boerderijen onderdeel vormden van de ontginning. Dit wordt ook wel bosakkeren genoemd. De boerderijen gingen slechts 20 tot 30 jaar mee, waarna er een nieuwe boerderij vlakbij gebouwd werd. De plek van de oude boerderij werd dan weer in gebruik genomen als akkerland. Dit leidde er toe dat het oorspronkelijke loofbos een steeds opener landschap werd. Een dergelijk bos wordt ‘loo’ genoemd. Bijzonder toch? 

Mooi lijnenspel

Vervolgens lopen we door de Langeloërduinen, een eeuwenoud stuifzandgebied gevormd door mens en natuur. De naam verwijst naar het nabijgelegen Langelo, waarvan de boeren vroeger gezamenlijk gebruik maakten van dit gebied. Ze lieten hier hun schapen grazen, verzamelden hout of staken turf. Ooit was het gevolg een kale vlakte met stuivend zand, ontstaan door eeuwenlange overbegrazing, houtkap en turfwinning. De wind kreeg vrij spel en vormde glooiende duinen.

Herinnering aan het verleden

De begroeiing die je nu ziet, is het resultaat van herstel en beheer door de tijd heen. Wist je trouwens dat een zandverstuiving extreme temperatuurverschillen kent? Er is niets dat de warmte vasthoudt of koelte brengt. Op het heetst van een zomerdag kan de temperatuur vlak boven de grond waarden van rond de 50 graden bereiken, terwijl deze ‘s nachts weer tot op het vriespunt kan dalen. Onder deze omstandigheden kunnen slechts enkele soorten mossen en korstmossen aan de rand van de zandverstuiving groeien. Het beheer van dit gebied richt zich nu voornamelijk op ‘boomheide’: open bos van inheemse soorten met daaronder een kruidenlaag met vooral heide. De ontwikkelingsmogelijkheden van het bos worden echter beperkt door de versnipperde eigendomsituatie en de aanwezigheid van veel vakantiehuisjes. Al zien sommige van die huisjes er wel heel krakkemikkig uit ……. Toch is en blijft het een prachtig en zeer uitnodigend wandelgebied. We wandelen genietend over de zandpaden, tussen heide, bos en zandverstuivingen door, terwijl we her en der sporen van het verleden tegenkomen. Wat wil je nog meer? 

Uitnodigend wandelgebied
Eeuwenoude paden

In de verte zien we de kerktoren van Norg al opdoemen. Norg staat bekend als één van de best bewaarde esdorpen van Nederland. In de oudste vermelding (1139) van het bisdom Utrecht wordt het geschreven als Nurch. De verklaring voor de naam is waarschijnlijk dat het een afgeleide is van de richtingaanduiding ‘noord’, wat verwijst naar de ligging. De bisschop van Utrecht was niet alleen een kerkelijk leider, maar ook de wereldlijk heer van Drenthe. Norg was namelijk onderdeel van de ‘Norchse’ goederen, die de ridderfamilie ‘van Norch’ in leen had van de bisschop. De invloed van de bisschop in Drenthe nam af toen Karel V in 1528 de macht overnam, waarmee een einde kwam aan het bisschoppelijk tijdvak.

Veel lelietjes van dalen (symbool voor geluk en liefde) onderweg

De hervormde Sint Margarethakerk, ons einddoel van vandaag, herinnert nog aan de middeleeuwse geschiedenis. De verhalen over deze bakstenen kerk gewijd aan Sint Margaretha zijn voor een volgende keer. Al is het wel bijzonder dat deze dame in de derde eeuw in het ministaatje Antiochië, op de grens van het huidige Syrië en Turkije, leefde. Zij had zich al vroeg tot het Christendom bekeerd, tegen de wil van haar directe omgeving in, met als gevolg dat zij uiteindelijk werd onthoofd. Hierdoor werd zij een soort martelares die in de Middeleeuwen sterk werd vereerd, waardoor haar naam aan diverse kerken, waaronder deze, is verbonden. Waarom zij (van zover weg) hier zo belangrijk werd, maakt (mij) nieuwsgierig. Wordt vervolgd!

De Kleibosch

Jacobspad: Roderwolde-Lieveren


We starten vandaag bij de Jacobskerk in Roderwolde. Vandaar lopen we via Foxwolde en de Kleibosch verder langs de Scharenhulsedijk naar esdorp Lieveren, ons eindpunt van vandaag. Al met al een wandeling van zo’n 8 kilometer, wat al weer een beetje verder is dan de 6 km van vorige week. Het lopen is nog niet pijnvrij, maar het gaat steeds een beetje beter!

De brem staat volop in bloei

Qua weer zijn de voorspellingen ‘overwegend droog’, althans voor het noorden, al moet je zulke voorspellingen soms met een korreltje zout nemen ;(. We beginnen in ieder geval wel zonder paraplu (capuchon), maar houden dat niet lang vol. Een gestage miezer, die steeds feller naar beneden komt, maakt de wereld om ons heen langzaam maar zeker grauwer, grijzer en kleiner. Dit hadden we niet besteld! Gelukkig is het niet echt koud en staat er praktisch geen wind. Als is dat laatste misschien juist geen goed teken? Een (on)bekend Nederlands spreekwoord over regen in mei zegt: ‘Een natte mei geeft boter in de wei’, wat betekent dat regen in mei zorgt voor een goede grasgroei en dus een goede melkproductie. Dat moet ons ingedutte ‘boerenbloed’ toch een beetje aanspreken ;-D. Een ander citaat, toegeschreven aan Bob Marley, luidt als volgt: ‘sommige mensen voelen de regen, anderen worden gewoon nat’. Een beetje cryptisch, maar het geeft een perspectief over ons. Hoe wij, ieder voor zich, het leven ervaren. Het suggereert dat hoewel we allemaal vergelijkbare omstandigheden meemaken, onze innerlijke ervaringen enorm kunnen verschillen. Vind je nat worden alleen maar vervelend of voelt de regen als iets positiefs, biedt het nieuwe kansen? Misschien een beetje (te) diepzinnig voor de regen die wij nu ervaren?

Natgeregend……

Foxwolde is een klein buurtschap met een geschiedenis die teruggaat tot in de Middeleeuwen. Vanaf de hoger gelegen dijk alhier (een langgerekte zandrug in het veengebied boven Roden) begonnen mensen toen met de ontginning van het veen. In een oorkonde uit 1313 komt de plaats al voor onder de naam Fokeswolde. Wolde duidt op een bosrijke omgeving, terwijl Fokse kan slaan op een naam van een persoon (Fokke of Fokko) of op het roofdier vos, waarmee de naam verwijst naar een bos waarin vossen zaten. Waarschijnlijk was hier al in de vijftiende eeuw een zogeheten tichelwerk (een plek waar zowel klei gewonnen, verzameld en gebakkens werd) van het cisterciënzer klooster van Aduard. Ter plekke werden dakpannen en kloostermoppen in veldovens gebakken en vervolgens vervoerd via het Peizerdiep.  Hierdoor bleven zogenaamde kleidobben achter in het landschap, de oude winputten. Na verloop van tijd verboste het gebied, vandaar de naam Kleibosch. De potklei (zeer zware klei) is hier ontstaan in de Elster-ijstijd, bijna een half miljoen jaar geleden. Het landijs bereikte in die periode alleen Noord-Nederland en vormde diepe tunnel-dalen. In deze diepe dalen kon sediment langzaam bezinken en zo vormde zich de fijn gelaagde potklei afzettingen. Bij het smelten van het ijs bleef er fijne donkergrijze klei achter. Op sommige plekken ligt het potklei zelfs tot aan het maaiveld, zoals hier bij Foxwolde. Deze bijzondere klei zorgt ervoor dat de grond slecht waterdoorlatend is, waardoor het gebied in het voorjaar erg nat kan zijn. Tal van uitgegraven kleidobben en restanten van oude kanaaltjes herinneren aan de industriële bedrijvigheid van toentertijd. Met de verwoesting en opheffing van het klooster van Aduard aan het einde van de 16e eeuw kwam een einde aan de bloei periode. Wat wij nu lijken te herkennen als ‘kolken’ (diepe watergaten ontstaan door vroegere dijkdoorbraken) zijn dus waarschijnlijk oude opgravingsputten of kleidobben.

Uitleg onderweg
Aan informatieborden geen gebrek

De huidige boerderij ‘Tichelwerk’ is gebouwd op een verhoogde huisplaats (wierde) waar ooit een vaste ticheloven met enkele huizen heeft gestaan. Het eigendom van het huidige Tichelwerk was in de 16e eeuw in de handen van het klooster van Bergum en daarna van de familie van Ewsum. Deze familie was een invloedrijk adellijk geslacht (jonkers) in de late Middeleeuwen, afkomstig uit de Ommelanden van Groningen. Door haar machtspositie en bezittingen heeft de familie een blijvende stempel gedrukt op het Groninger landschap en de geschiedenis.

Het vee dat hier wordt geweid, bestaat voornamelijk uit Groninger blaarkoppen, ‘een dubbeldoelrund gekenmerkt door een solide bouw, mooie verhoudingen en een gepaste bespiering’. In andere woorden: een vlees-melkkoe (60%-40%), egaal zwart of rood van kleur met een witte kop en gekleurde kringen rond de ogen; de blaren. Geen ‘gewone’ koe, maar een heel oud Gronings ras. Vroeger stonden ze overal in de Groningse weilanden. Tegenwoordig zijn ze schaars en behoren ze net als ‘onze’ bonte bentheimers (varkens), de Nederlandse toggenburgers (geiten) en de Groninger meeuwen (kippen) tot levend erfgoed. Ze worden ook wel ‘polderpanda’s’ genoemd. Vanwege de blaren rond de ogen, maar ook omdat ze zo lief en onschuldig zijn. Blaarkoppen zijn rustiger dan veel andere koeienrassen en daardoor makkelijker in de omgang. 


Polderpanda’s

Volgens een beschrijving is De Kleibosch aan het eind van de winter of vroeg in het voorjaar vaak bedekt met bloeiende bosanemoontjes (Anemone nemorosa). De witte bloemen staan zo dicht bij elkaar dat je zou kunnen denken dat er nog plakken sneeuw in het bos liggen. Ze bloeien echter maar kort, net voordat de bladeren aan de bomen komen, dus we hopen dat we deze weelde tijdens onze wandeling vandaag nog kunnen zien……..

Bloeiende bosanemoontjes in De Kleibosch (foto internet)

Helaas zien we de bosanemonen niet, wel heel veel pluisbollen van de paardenbloem. Mooi om te zien in zulke grote hoeveelheden. Wist je trouwens dat de knalgele paardenbloem vaak wordt vergeleken met de zon en symbool staat voor de vervulling van wensen en het uitkomen van dromen? De pluisjes van de paardenbloem brengen je geluk en helpen je herinneren dat niets onmogelijk is in jouw leven; dat je alles kunt bereiken wat je wilt. Met zo’n verhaal kijk je toch met andere ogen naar deze weidebloem die wij vaak meer zien als onkruid in eigen tuin. Omdat de paardenbloem belangrijk is voor insecten en vlinders en daarmee ook voor de vogels, moet je de bloem juist in je tuin laten staan. Tijd voor een herwaardering?

Goed voor de biodiversiteit 😉
Tijd voor een herwaardering?

Inmiddels zijn we in de buurt van Lieveren. Het is een esdorp, dwz een historisch type nederzetting op zandgronden, ontstaan in de Middeleeuwen en gekenmerkt door een geconcentreerde dorpskern, een gemeenschappelijke akker (de ‘es’) en een centrale brink. Er zijn hier zelfs restanten gevonden uit de IJzertijd bij het huidige Lieversche diep. Dit komt omdat een belangrijke verbindingsroute door Drenthe, de Koningsweg (Hereweg), bij Lieveren een doorwaadbare plek in het Peizerdiep had. In 1480 duikt voor het eerst de naam Tho Liveren op. De naam is vermoedelijk afgeleid van ‘bij de lieden van de familie Livere’, een familie die er destijds woonde.

Het laatste stuk vlak voor Lieveren

‘Melksikken’ is een historische schimpnaam voor de inwoners van Lieveren, die verwijst naar de vele kleine boeren die daar werkzaam waren. Deze boeren hielden vaak maar één of enkele koeien, ook wel bekend als ‘arbeiderskoeien’, om in hun eigen levensonderhoud te voorzien. Het was beslist geen vetpot!

Wilde knoflook langs de kant van de weg

Lieveren is ook nu nog een klein dorp met zo’n 250 inwoners. Het café, ’t hart van Lieveren,’ is nog zo ongeveer de enige voorziening en een bekende plek midden in het dorp. Een vroegere boerderij met een in 1890 toegevoegd cafe. Inmiddels is het schuugedeelte geheel tot woonhuis verbouwd en is het woonhuis volledig in gebruik als cafe. Een gevonden beschrijving geeft een idee: ‘Echt woar luu ik stapde noar binnen en t was asof ik tig joar trugge in tied ging. Waaiers boven toneelpaneeln, karpettn op toafel, olle cafébiljart, grode stamtoafel, caféstouln dei joe veurvast bekend veurkomen en zwaart wit fotoos van verainns aan de muure. Je moutn dr noit hengoan as je hoast hebben, t is n kroeg, cafe woar je zen wordn, zulfs ik….’

’t hart van Lieveren

Uniek landschap

Jacobspad: Zanddijk (Onlanden)-Roderwolde

Het is alweer een tijd geleden dat we voor het laatst gelopen hebben. Na augustus vorig jaar kreeg ik meer en meer last van mijn linker knie. Onderzoek wees uit dat er weliswaar vocht in de knie zit, maar alle banden en zichtbare delen op de echo zagen er wel goed uit. Het ‘probleem’ zit daarmee dieper in de knie en het advies is fysiotherapie om alle spieren rondom aan te sterken. Inmiddels ruim een half jaar verder gaat het beter en wil ik de draad weer oppakken met een kortere wandeling van ongeveer 6 kilometer. Eens kijken hoe het ‘soft’ wandelen in de praktijk gaat bevallen. 😉

Het traject van de Zanddijk in De Onlanden naar Roderwolde is daar, volgens mij, een ideaal stuk voor. Volgens de beschrijving ‘voert het wandelaars door een ruig, jong natuur- en waterbergingsgebied met weidse uitzichten, grasdijken, moerasgebieden en vaak de aanwezigheid van ooievaars of de zeearend.’ Vooral in het voorjaar moet het hier een eldorado voor vogels zijn. Het verhaal dat tientallen veldleeuweriken onderweg voor een muzikaal feest kunnen zorgen, spreekt tot mijn verbeelding. Genoeg te zien en te genieten en vast zeer geschikt om het tempo te vertragen. Twee vliegen in één klap?

De ‘schelp’ is soms lastig te vinden

We starten bij ‘de Onlanderij’. Dit vroegere boerenerf aan de Madijk in Eelderwolde is al enkele jaren een poort tot natuurgebied De Onlanden. Oorspronkelijk werd dit gebied gekenmerkt door heidevelden die werden doorkruist door kleine, vochtige graslanden. Het water uit de beken van Drenthe kwam hier samen om vervolgens naar de Waddenzee te stromen. In het verleden heeft de stad Groningen meerdere malen te maken gehad met wateroverlast omdat het water bij hevige regenval te snel richting Groningen werd afgevoerd. Met de herinrichting van het gebied kreeg dit natuurgebied ook de functie van waterreservoir om mogelijke overstromingen in de toekomst te voorkomen. De natuur heeft zich daarna snel aangepast en ontplooit zich langzaam weer naar een waterrijk gebied met een natuurlijk fluctuerend waterpeil. Natuurmonumenten heeft (onderhoud)hulp van een kudde Exmoor pony’s, stoere oerpaardjes die zonder problemen het hele jaar buiten kunnen blijven. Dit paardenras is zeldzaam geworden, waardoor deze nieuwe kudde ook kan bijdragen aan het behoud van deze bijzondere soort. Leuk weetje is dat van de opbrengst van de Groene 4 Mijl in 2016 en 2017 een aantal van deze paardjes zijn aangeschaft. Door de begrazing met de pony’s, samen met de (zomer)begrazing door 400 koeien, wordt het gebied veel afwisselender wat weer gunstig is voor de verscheidenheid aan planten en dieren. Ze hopen hier bijvoorbeeld veldleeuweriken, roerdompen, paapjes, porseleinhoentjes en misschien zelfs de grauwe klauwier te zien, aldus een boswachter.

Langs de Zanddijk

Ha, de veldleeuwerik……. We doen ons best, maar zo’n klein vogeltje (16-18 cm) is moeilijk met het blote oog te ontdekken. We verdiepen ons snel in de uiterlijke kenmerken en leren dat de veldleeuwerik een lichtbruin verenkleed heeft met een licht bruin gestreepte borst. Deze strepen contrasteren met een witte buik. Ze kunnen een korte, stompe kuif oprichten en ze hebben een relatief korte snavel. Zonder verrekijker een onmogelijkheid ;).

Zien is kennen

Hun geluid dan? Dat muzikale feest? De ‘uitbundig klinkende zang’ van de veldleeuwerik wordt als volgt beschreven: ‘dit kan op mooie dagen in het voorjaar van grote hoogte gehoord worden. De mannetjes maken spectaculaire zangvluchten. Eerst klimmen ze luid zingend tot een hoogte van soms meer dan honderd meter, waarna ze ook weer zingend omlaag vliegen om in de buurt bij het vrouwtje te landen. Een uitzonderlijk record ligt op 56 minuten.’ Klinkt bijzonder, maar ik denk dat het vogeltje vandaag overstemd wordt door de ganzen en de kraaien, die natuurlijk veel meer kabaal kunnen produceren!

Langzaam maar zeker wordt het steeds minder druk om ons heen. We kruisen het gekanaliseerde riviertje de Gouwe en genieten van de wereld om ons heen.

Uitkijken over de Gouwe

Vreemd om je te realiseren dat er rond 1300 al monniken door dit moerasgebied liepen. Ze waren op weg van het klooster in Aduard naar de kerk in Vries. Volgens de overlevering pauzeerden zij vaak bij een hoger gelegen zandkop die boven het moeras uitstak. Er zou op dit punt destijds een beeld hebben gestaan en daarom heeft de uitkijktoren die nu op deze plek staat de naam ‘Het Beeld’ gekregen. Langs het pad hier naar toe staan een paar figuren van monniken en een paar bankjes. Verwijzingen naar de geschiedenis van dit gebied. Wij lopen hier niet langs, maar zien even verderop in de fietstunnel wel een verwijzing in de vorm van een muurschildering.

De monniken liepen hier vroeger ook al ……

We zijn inmiddels vlakbij het tolhuis aan de andere kant van de Groningerweg. Tot ongeveer 150 jaar geleden waren er in Drenthe alleen maar zandwegen. Moeilijk om op te lopen of om met paard en wagen over te rijden, vooral na een flinke regenbui. Eén van de belangrijkste wegen in de gemeente Noordenveld is de Groningerweg die vanaf Smilde, via Norg, Roden en Peize naar Groningen loopt. Deze weg tussen Roden en Peize naar de stad is in 1884 aangelegd, evenals het (bijbehorende) tolhuis. De verharding en ook het onderhoud van de weg was duur. Daarom werd er langs deze weg tol geheven, want als je de weg wilde gebruiken, dan moest je daarvoor betalen. Een postwagen moest bijvoorbeeld 10 cent betalen en een kar met een geit ervoor 3 cent. Inmiddels is het tolhuis als woonhuis in gebruik waarmee de oorspronkelijke indeling met bergruimte, koe- en varkensstal verdwenen is. Het blijft leuk om je te verdiepen in kleine beetjes geschiedenis onderweg.

We lopen verder richting het Peizerdiep. Tussen de diverse dorpen stromen verschillende beekjes die samenkomen in het Peizerdiep, dat bij Peizermade overgaat in het Aduarderdiep en uiteindelijk richting de Waddenzee stroomt. In de tijd voor de aanleg van goede wegen (ruwweg voor 1900) was vervoer over water één van de belangrijkste transportmiddelen voor zowel goederen als personen. De dorpen Peize en Roderwolde hadden dan ook een kleine haven. De oude vaarverbinding sloot aan op het Hoendiep waardoor een verbinding met de stad Groningen een feit was. Het haventje van Peize bestaat niet meer en het haventje van Roderwolde is in de zeventiger jaren gedempt. In 2006 is het haventje van Roderwolde weer in ere hersteld na initiatieven vanuit de bevolking. Het Peizerdiep is nog steeds bevaarbaar, maar vanwege de lagere waterstand en de brug in de A7, slechts voor kleine boten zoals b.v. kano’s.

Het zand nodig voor de werkzaamheden in De Onlanden komt over het Peizerdiep
Haventje in Roderwolde

Dan doemt Roderwolde op. Van verre zien we zowel de molen als de witte kerk, tevens ons einddoel van vandaag. Windmolen Woldzigt is de grootste molen en volgens de Roderwolders (en velen met hen) ook de mooiste molen van Drenthe. In 1852 lieten twee zwagers hem als oliemolen bouwen. De namen van beide heren staan op een gevelsteen vermeld. Via de Schipsloot recht tegenover Woldzigt konden lijnzaad en koolzaad worden aangevoerd. Van het lijnzaad maalden ze lijnolie voor de verffabrieken en persten ze veekoeken. Koolzaadolie werd vroeger veel als lampolie gebruikt. Na een paar jaar werden op de zolder molenstenen geïnstalleerd voor het malen van graan. De molen, een achtkante bovenkruier met stelling, is niet alleen bijzonder vanwege de ouderdom en de gaafheid, maar ook vanwege het feit dat de molen twee functies kent, die bovendien springlevend zijn. Er wordt nog regelmatig olie geslagen, waarbij op een ambachtelijke wijze lijnolie wordt verkregen. In 2016 ging molen Woldzigt samen met molen De Hoop in Norg en de Paiser Meul in Peize over van de gemeente Noordenveld naar Stichting Het Drentse Landschap; ‘een stichting die zich inzet voor het behoud van de Drentse natuur en zich sterk maakt voor het in stand houden van ons culturele erfgoed.’

Hoog boven de bomen

Roderwolde is weer een dorp met een Jacobskerk, gewijd aan Sint Jacob, de apostel. Even ter herinnering: Sint Jacob maakte deel uit van de groep apostelen die tot de directe kring van Jezus behoorde en was één van de eerste martelaars van de Katholieke Kerk door zijn leven te geven voor Jezus. Na de dood van Christus begon Jacobus (Santiago in het Spaans) mensen in Hispania te bekeren.

De kerk was sinds de oprichting een ‘zelfstandige, bisschoppelijke eigenkerk’, dat wil zeggen dat de bisschop de kerk uit eigen middelen heeft gesticht. De keuze van de beschermheilige St. Jacob bevestigt de hoge ouderdom van de kerk: na de 12e eeuw werden weinig kerken meer gewijd aan St. Jacob of andere apostelen. Vermoedelijk dateert het eerste kerkje van Roderwolde uit de tweede helft van de elfde eeuw. Het was van hout gebouwd, zoals dat in deze streken vaker het geval was. Ongetwijfeld hebben de monniken uit Aduard later een belangrijke rol gespeeld bij de bouw van de eerste stenen kerk. Het is zeker dat de kerk was gebouwd met kloostermoppen gebakken van klei uit de directe omgeving. In de Kleibosch (Foxwolde) lag een dikke laag potklei dicht aan de oppervlakte. Ook aan turf en hout, de brandstoffen nodig voor het bakken van de stenen, was in deze streek geen gebrek.

Het huidige kerkje is gebouwd in 1831. De stenen van de strakke witte kerktoren zijn echter nog afkomstig van de voormalige 12e-eeuwse dorpskerk. Boven het informatiebord hangt een witte Jacobsschelp, om een ieder er aan te herinneren dat deze kerk aan het pelgrimspad naar Sint Jacob in Spanje, richting Santiago de Compostela, ligt.

We zijn op de juiste weg 😉

De huidige klok dateert uit 1634. Mogelijk zijn de oude middeleeuwse klokken in de onrustige jaren daarvoor geroofd en geconfisqueerd om er kanonnen van te gieten voor het leger van prins Maurits. Toen na de Reformatie de rust min of meer terugkeerde, besloten de kerkvoogden een nieuwe klok te laten gieten. De nieuwe klok werd in 1630 besteld dankzij geleend kapitaal van enkele gegoede ‘kerspellieden’. Tijdens de laatste oorlog dreigde de klok door de Duitsers in beslag genomen te worden. Op de envelop van een briefje, dat in januari 1943 werd verzonden, ter kennisgeving van de in beslag name, heeft een Rowolmer met woedende uithalen gekrast: ‘Klokken in beslag genomen door de Moffen.’ De klok is dus toch weggehaald door de Duitsers en werd, zoals later bleek, naar Hoogeveen overgebracht naar het depot van de Inspectie van de Kunstbescherming. In april 1945 schreef dezelfde secretaris aan de kerkelijke gemeente van Roderwolde dat de oude klok de oorlogsjaren had overleefd en teruggevoerd zou worden naar Roderwolde.

Grappig weetje is dat er in 2002, door een groepje enthousiaste Rowolmers, een oppervlakkig onderzoek is gedaan naar de fundamenten van de oude kerk. Deze liggen nog steeds ongeschonden omstreeks 50 cm onder het maaiveld, waardoor de exacte ligging van de kerk midden op het kerkhof gemakkelijk valt te traceren. Ondanks het feit dat de kerk helaas gesloten was, zijn we toch weer veel te weten gekomen over vooral de uiterlijke kenmerken ……..