MIST……MYSTERIEUS

We weten allemaal wel dat mist een weersverschijnsel is waarbij kleine waterdruppeltjes in de lucht zweven (= laaghangende bewolking), waardoor het zicht beperkt wordt. Mist vermindert de klaarheid of de duidelijkheid. In ons geval letterlijk. Het is al de hele week mistig weer met grijze luchten waar slechts af en toe licht- en/of blauwe puntjes doorheen piepen. Met een beetje wind erbij is het beslist (water)koud. Mist en kou kennen diverse volkswaarheden die hardnekkig blijven rondzwerven, maar vaak slechts gedeeltelijk waar zijn of soms zelfs helemaal niet. Wat denk je van ‘mist heeft vorst in de kist’ (na mist volgt vaak vriesweer)? Of ‘als de dagen gaan lengen, gaan de winternachten strengen (het koudste deel van de winter valt na de kortste dag)? Dat laatste klopt op zich natuurlijk wel, maar is op dit moment niet echt van toepassing. Tot nu toe is januari 2022 boven gemiddeld qua temperaturen. Januari is de louwmaand (looimaand), de maand waarin vroeger het leer werd gelooid. Op het land lag het werk stil, maar binnen in de boerderij werd het vee verzorgd en het gereedschap gerepareerd. Weerspreuken van januari, zoals ‘als het in januari mistig is, dan wordt de lente fris’, laten zien wat men toen (en misschien nog steeds) geloofde. Vandaag is het de dag van St. Hilarius (ca. 315-367). Hij was de belangrijkste theoloog van het westen in de 4e eeuw. Zijn geschriften vormen de oudste christelijke literatuur in Gallië (het tegenwoordige Frankrijk, België en delen van Zwitserland, Nederland en Duitsland). De weerspreuk aan hem gewijd, luidt: ‘geeft St. Hilarius zonneschijn, weldra zal het kouder zijn’. Voorlopig is er nog geen zon te zien, dus zal het dan meevallen met de kou later in de maand?

We lopen vandaag van Ruinen naar Uffelte en starten op de brink van Ruinen. Hier zie je nog een oude 19e eeuwse caféboerderij. Het was vroeger vrij normaal om naast het werken op de  boerderij ook een alcohol vergunning te hebben en daarmee een café te runnen.Deze Saksische boerderij uit 1632 is in 1880 voor 1250 guldens (€ 567,23) gekocht door de betovergrootvader van de huidige eigenaar. Vanaf het begin van de vorige eeuw werden hier tijdens marktdagen ook borreltjes geschonken, hetgeen blijkt uit de eerste tapvergunning die dateert van 1904. Deze combinatie bleef bestaan tot diep in de jaren zestig. In het hoofddeel aan de voorkant runden de ouders van de huidige eigenaar een echt dorpscafé, terwijl op het achterdeel de koeien en kippen rondliepen. Eind jaren zeventig werden de koeien en de kippen echter aan de kant geschoven en werd het ‘achterhuus’, met behoud van historische details, omgebouwd tot een pannenkoekenboerderij. Aan de voorkant, in het hoofddeel, kwam een café-restaurant. Helaas is dit alles vanwege de corona lockdown gesloten. We moeten het, voor nu, doen met de fraaie buitenkant.

Luning Ruinen (internet)

We lopen deels door en deels om Ruinen heen tot we de asfaltweg oversteken en verdergaan over de ‘Groote Esch’. Essen (hoog gelegen akkers op zandgronden) zijn ontstaan door het eeuwenlang uitstrooien van schapenmest en heideplaggen. Heerlijk dat we deze keer over het algemeen wat hoger en daardoor droger lopen! 

Achterlangs of buitenom Ruinen

Langzaam verandert onze omgeving van weilanden naar meer bos. We zijn aangekomen in de Anserdennen, waar de oorspronkelijke heidegrond is aangeplant met grove dennen om het stuifzand vast te leggen. Onder deze bomen komen naar verluidt meer dan 350 soorten paddenstoelen voor, inclusief tientallen die op de rode lijst staan. De Anserdennen behoren hiermee tot de paddenstoelrijkste gebieden van Drenthe. De Rode Lijst paddenstoelen telt maar liefst 1619 soorten, wat 62 procent is van het totaal aantal soorten in Nederland. Van de soorten op de Rode Lijst zijn er 293 ernstig bedreigd. Geen idee of de weinige paddenstoelen die wij onderweg zien hierop voorkomen. De fraaie rij paddenstoelen op de dode boomstam is in ieder geval wel de moeite van een extra kijkje waard. Paddenstoelen doen het goed in dit gebied waar schrale grond, schone lucht en oeroude dennenbomen de basis vormen. Volgens onderzoekers zijn schimmels (lees: paddenstoelen) niet alleen belangrijke partners van bomen, maar beïnvloeden ze ook het klimaat. Onder de dode takken en bladeren op de bosbodem bevindt zich een enorme wereld van schimmels. Onderzoek toont aan dat deze schimmels bijdragen aan de afbraak van koolstof uit planten en de koolstof vervolgens opslaat in de bodem. Wereldwijd bevat de bodem als opslagreservoir van koolstof meer CO2 dan de atmosfeer en alle planten samen. We weten alleen nog niet precies welke plaats schimmels in de koolstofcyclus innemen, welke soorten daarbij een sleutelrol spelen en hoeveel schimmels je voor die cyclus eigenlijk nodig hebt. De zoektocht naar deze antwoorden gaat ongetwijfeld gewoon door.

Een kunstwerkje op de grond

Wij ronden ondertussen het Anserdenner Theehuys, een houten chalet met een groot terras, waar je beslist ‘een heerlijke kruidenthee met een stuk huisgemaakte taart’ moet eten. Ook hier moeten we het doen met een indruk, want dit theehuis is en blijft voorlopig eveneens gesloten. We lopen rustig verder door dit glooiende landschap en moeten wederom zelfs uitwijken voor grote waterpartijen, al is het deze keer slechts sporadisch. 

Langs deze kant gaat het niet lukken……..

Wanneer we het bos achter ons laten, lopen we opnieuw tussen de weilanden door. Midden in deze weilanden ligt een gebied met bomen. Het lijkt een mogelijk gebied van historische waarde of heeft hier vroeger misschien een boerderij gestaan? Volgens de beschrijving in ons boekje lopen we hier in ieder geval door een broedgebied voor veel weidevogels, de Anser hooilanden. Op zoek naar een bankje of een ander plekje uit de wind zien een bordje wat waarschijnlijk een onderdeel van een of andere puzzeltocht moet zijn. Grappig.

Als je het weet, mag je het zeggen

Tenslotte zakken we af naar een duiker boven een klein kanaal. Met de beschoeiing van de brug achter ons zitten we zo lekker beschut en kunnen we toch redelijk warm genieten van onze lunch. Hoewel het zo rond de 7 graden is, maken de mist en de wind het gevoelsmatig een stuk killer. We zijn blij met wat beschutting op dit open stuk!

Lekker beschut (RK)
Op de duiker aan de lunch

Het laatste stuk van ons traject voert ons over landgoed Rheebruggen. Dit landgoed bij Uffelte wordt omringd door uitgestrekte vochtige groenlanden. Het middel­eeuwse woord Rhee of Rede staat voor waterloop en riet. Over het landgoed loopt dan ook een stroompje dat bekend staat onder de naam Scheidgruppe. Deze Scheidgruppe vormde vroeger een grens tussen twee gemeenten.

Over een eeuwenoude weg met haakse bochten

Een eeuwenoude weg slingert met drie haakse bochten over het landgoed, maar de havezate zelf hebben we niet gezien. Nalezen leert dat het huis Rheebruggen al voor 1560 gebouwd is en in 1616 werd erkend als havezate (versterkt huis of burcht). Het was maar een bescheiden burcht met (slechts) vijf kamers en vijf andere ruimten. Na vele verervingen kwam het huis in 1824 in handen van de toenmalige burgemeester van Dwingeloo, die geen intenties had om zelf op Rheebruggen te gaan wonen. Omstreeks 1825 probeerde hij het huis nog te verhuren, maar dat wilde niet lukken. Het huis werd inmiddels niet meer bewoond, het werd verwaarloosd, het begon snel te vervallen en werd ten langen leste, vermoedelijk omstreeks 1835, gesloopt. De tragiek van een verwaarloosd erfgoed.

Mist …….. mysterieus (RK)

Met het landgoed achter ons gaan we de brug over bij de Oude Vaart, een voorloper van de Drentse hoofdvaart. Dit water werd in de 18e eeuw gegraven voor het turftransport vanuit de veengronden bij Smilde en later vervangen door de, dichtbij gelegen, bredere Drentse hoofdvaart. Door de aanleg van de Drentse Hoofdvaart in de periode 1770-1780 ontstond meer gevarieerde werkgelegenheid (scheepvaart, onderhoud kanaal), waardoor de bevolking van Uffelte groeide. De 1e Uffelterbrug brengt ons naar het dorp zelf, een toeristisch esdorp met veel karakteristieke Saksische boerderijen.

We zijn de dag begonnen met mist en we eindigen de dag ook weer met mist. Hoewel we onderweg te maken hebben gehad met diverse vaagheden of op z’n minst verminderde duidelijkheden, is de mist in ons hoofd met dit verhaal grotendeels verdreven. De herinneringen die je later wilt, maak je tenslotte nu. 

DE HEIDE WORDT NATTER

Tussen alle drukke bezigheden van dit weekend door maken we tijd voor weer een stukje Drenthepad. Niet te ver, zo’n dikke tien kilometer lijkt prima om de dag te beginnen en tegelijkertijd energie over te houden om de werkklus van de afgelopen dagen naar behoren af te ronden. Welgemoed gaan we op stap. Het is weliswaar fris met zo’n vijf graden, maar er is weinig tot geen wind en de zon laat zich zelfs af en toe voorzichtig zien. Aan de (weer)omstandigheden ligt het niet!

Dreigende wolken, fris en een beetje zon (RK)

Ons startpunt is snel gevonden en even later lopen we over een zogenaamde ‘MTB route’, een zanderig en modderig pad. Ik leer dat elke mountain bike route één kleur heeft voor de moeilijkheidsgraad, waarbij groen staat voor gemakkelijk, blauw voor gemiddeld, rood voor moeilijk en zwart heel moeilijk is. We laten de groep fietsers passeren en buigen af naar rechts alwaar we de eerste tekenen zien dat de heide hier inderdaad erg nat is. Het Dwingelderveld, waar de hele omgeving deel van uitmaakt, is dan ook het grootste natte heideveld van Europa. Oorspronkelijk waren hier volop natte laagten, maar vanaf 1910 werden in dit gebeid sloten en greppels gegraven om het terrein te ontwateren. Hierdoor konden bomen worden aangeplant om in de toekomst hout te kunnen oogsten. Het gevolg was dat de natte plekken verdroogden en op den duur zelfs helemaal verdwenen. In 2003 is Staatsbosbeheer begonnen met herstelwerk. Voortschrijdend inzicht laat zien dat de sloten en greppels weer gedempt moeten worden om de natte delen, zeer waardevol en belangrijk voor de Drentse natuur, terug te winnen. De voormalige landbouwgrond is daarmee weer veranderd in natuur. Door het dempen van de sloten en het afgraven van de bovenste laag van de bodem is het gebied natter geworden en door de afgegraven grond te verwerken in een geluidswal langs de A28 is het gebied eveneens weer wat stiller geworden. Op de geluidswal is een uitkijktoren gemaakt in de vorm van de kop van een Drents heideschaap, een kenmerkend punt wat ook goed te zien is vanaf de snelweg. De schapenkop is het logo van het Dwingelderveld.

Eindelijk de jeneverbes in volle glorie gespot

We lopen langs de schaapskooi waar de schapen dicht bij elkaar op het veld staan. Het lijkt erop dat ze vandaag geen rondje over de heide gaan lopen. Schapen vormen hier al heel lang een onderdeel van het landschap. De dieren eten de grassen en de uitlopers van de heidestruiken zodat vergrassing wordt ingeperkt en heideplanten de mogelijkheid krijgen zich te verjongen. Bij het ene heideveld lukt dit beter dan bij het andere, maar mogelijk ligt dit ook aan de intensiviteit van het schapen hoeden?

Onderweg zien we twee grafheuvels. Op een verklarende paaltje de tekst dat het hier gaat om zowel grafheuvels als schuilplaatsen. In de grafheuvels, gemaakt van plaggen, werden de belangrijkste doden van een familie bijgezet. Ze werden begraven in kisten gemaakt van uitgeholde boomstammen. Wat er met de minder belangrijke leden van de familie gebeurde, wordt hier niet vermeld. Dat intrigeert me wel, want wanneer ben je belangrijk genoeg om hier te mogen liggen? 

Verklarende tekst bij de grafheuvels

Op onze route verder richting de daadwerkelijke heide wordt ons pad opeens onbegaanbaar. Overal ligt water en het lijkt praktisch onmogelijk om met droge voeten verder te lopen. Vindingrijk als sommigen zijn wordt er van dichtbij gelegen takken een soort stapsteen gemaakt, waardoor we toch allemaal droog aan de overkant komen.

Met de hulp van een ‘stapsteen’ over het water (RK)

Blij met een dooie mus? Een tegemoetkomende wandelaar waarschuwt ons voor de waterpartijen verderop in het bos. We aarzelen even, maar bedenken ons dat wij vandaag niet door het bos zullen lopen, wij gaan toch dwars over de heide? Helaas voor ons blijkt het betreffende pad afgesloten te zijn. Normaal gesproken zien we dan ook aanwijzingen voor een alternatieve route, maar daarvan is deze keer geen sprake. Is er geen alternatieve route of is er geen communicatie geweest tussen de verschillende belanghebbende partijen?

Hoe nu verder? (EJK)

Goede raad is duur. We kunnen ons langs de afzetting wurmen, maar wat wacht ons dan verderop langs de route? Op het kaartje in ons boekje zien we een alternatief dat niet eens ver om lijkt te zijn. We lopen dan wat meer langs het veld, maar dat hoeft beslist niet minder mooi te zijn, toch? We missen dan wel de 12 meter hoge Benderse berg waar de Drentse schrijver Anne de Vries onder meer het kinderboek ‘Bartje’ geschreven heeft. Het boek ging over een jongetje dat opgroeide in een groot arm Drents arbeidersgezin rond 1935. De familie at vaak bruine bonen, want die waren goedkoop. In de beroemdste scene uit het boek stonden weer bruine bonen op het menu. Voor het eten moest eerst gebeden worden, maar Bartje wilde God niet bedanken voor bruine bonen. Hij vond ze niet lekker, dus volgde zijn beroemde geworden zin: ‘Ik bid nie veur brune bonen’.

We besluiten de gok van de alternatieve route te wagen en lopen verder richting bosrand waar we uitkomen op een parkeerplaats van waaruit diverse wandelroutes verdergaan. Dat lijkt veelbelovend! We lopen verder over een zandpad en zien in de verte de kerktoren van Ruinen boven de bomen uitsteken. We gaan in ieder geval weer in de goede richting.

Nat, natter …….. (EJK)
Alsof we langs een kanaal lopen (RK)

Het zandpad is erg nat en grote delen staan zelfs dermate onder water dat we onze weg langs smalle ‘schapenpaadjes’ over de hei moeten vinden. Het maakt het zeker een avontuurlijke tocht al komen we hierdoor minder snel vooruit. Bankjes of andere mogelijkheden om even te pauzeren zijn schaars. Een hoge wal langs de kant brengt uitkomst. Op de meegebrachte plastic vuilniszakken is het prima zitten en kunnen we, uit de wind en in de zon, heerlijk genieten van een kop koffie en een broodje. De stemming zit er nog steeds goed in. We komen hier zelfs andere wandelaars tegen die ons belangstellend vragen of we nog ‘iets gezien hebben’. Ik antwoord wat verbaasd met een opmerking over de omgeving, hetgeen wordt genegeerd. Tegelijkertijd hoor ik naast me opeens ‘wat ganzen’, waarop wel wordt gereageerd. Dit blijkt dus een veelvoorkomende startvraag te zijn tussen vogelaars. Mensen met verrekijkers die elkaar vragen naar ‘gespotte’ vogels in de buurt. Weer wat geleerd!

Even pauzeren (RK)

Opgekikkerd gaan we verder op avontuur. Ons pad lijkt zich te verbeteren, maar dat is slechts schijn. Even later splitst het zich onverwachts, waarna het steeds donkerder en natter wordt. We zien de heide verderop in al haar weidsheid en hopen daarmee op een beter begaanbaar pad verderop. Ondertussen banen we ons voorzichtig een weg langs en door de braamstruiken die woekeren in het dichte kreupelhout. We zijn genoodzaakt langzaam te lopen. 

Het wordt steeds donkerder…..(RK)
Dwars door het moeilijk begaanbare kreupelhout (RK)

Dan blijkt dat we echt in een laagte lopen. De droge(re) heide ligt vlakbij, maar is tegelijkertijd ook onbereikbaar. Waar we ook heen willen, overal liggen diepe natte stukken die niet zo gemakkelijk te overbruggen zijn zonder natte voeten. Onze wandelschoenen zijn zeker goed op vele opstandigheden voorbereid, maar ze zijn helaas niet waterdicht. Dit betekent simpelweg dat we terug moeten en moeten proberen of we ergens een mogelijkheid zien om een short cut te creëren naar een meer begaanbaar paralel pad in de verte. We ploeteren door verschillende weilanden op zoek naar doorgangen die ons naar dat verre pad moeten leiden. Gelukkig wenkt onze vooruit gesnelde man dat zo’n doorgang mogelijk is, waardoor we uiteindelijk op een soort ruiterpad uitkomen. 

Langs de Ruiner Aa (RK)
Het is nog ruim 3 kilometer vanaf hier (EJK)

Google maps laat zien dat de kortste route naar ons eindpunt in Ruinen nu verder langs de Ruiner Aa loopt, waarna we op een verharde weg naar de kerk kunnen lopen. We kiezen ervoor, want onze tien kilometer is ondertussen 15 kilometer geworden en onze snelheid is dermate verlangzaamd door alle ‘ontberingen’ dat we veel langer onderweg zijn dan gepland. 

Ook de weilanden zijn nat (RK)

Terugkijkend was onze keuze misschien niet de beste keuze, maar achteraf oordelen is altijd makkelijk. Het was ontegenzeggelijk wel een prachtige wandeling, vol afwisseling, uitdaging en zelfs een beetje ontbering. We kijken er allemaal met een goed gevoel op terug ondanks het doorstane ongemak. 

GOEDE VOORNEMENS

Het jaar 2021 is een paar dagen geleden afgesloten met, zoals gebruikelijk, de traditionele oliebollen, appelflappen, warme chocolademelk en champagne, terwijl we met elkaar de laatste minuten aftelden tot het oude jaar daadwerkelijk was afgelopen en het nieuwe jaar begon. Wist je dat dit oud-en-nieuw feest haar oorsprong in tradities van 4000 jaar geleden vindt? Het intreden van een nieuw jaar werd vaak gekoppeld aan een vruchtbare periode. Zo begon het nieuwe jaar bij de Babyloniërs en de Romeinen bij het begin van de lente en bij de Egyptenaren op het moment dat de Nijl voor het eerst buiten haar oevers trad. Om hier even verder over uit te wijden….. In het oud-en-nieuw feest van vandaag de dag zijn nog veel sporen te vinden van de viering van de Germanen en de Romeinen. De Germanen vierden het feest o.a. met grote vuren en veel eten en drinken, terwijl Julius Caesar in 46 voor Christus stelde dat 1 januari voortaan het begin van elk nieuw jaar zou zijn, in plaats van het (elk jaar verschillende) begin van de lente. Bij de nieuwjaarsviering zijn wederzijdse gelukwensen en goede voornemens gebruikelijk. Goede voornemens hebben we immers allemaal, al zijn ze bij de één misschien wat duidelijker omschreven en meer uitgesproken dan bij de ander. In januari proberen we immers ons leven weer een beetje te verbeteren, een nieuw jaar voelt dan een beetje als een nieuw begin of een nieuwe start. De ‘omdenkkalender’ zegt op 1 januari van dit jaar heel toepasselijk: ‘Je kunt niet meer terug naar het begin, maar je kunt wel beginnen waar je nu bent en het einde veranderen.’

Een waarschuwing voor de omstandigheden onderweg

Onder de meest populaire goede voornemens staat ‘meer bewegen’ hoog op de lijst. Een instinkertje, want volgens de deskundigen is het iedere dag moeten bewegen geen doel op zich omdat de motivatie dan niet vanuit jezelf komt. Het gaat er vooral om wat je zelf belangrijk vindt. Als je het b.v. doet voor je gezondheid, dan is dát wel je motivatie. Goede voornemens zijn dan nog steeds lastig om vol te houden, wat weer iets te maken schijnt te hebben met onze zogenaamde ‘wilspier’. Ooit van gehoord? Ons brein schijnt nogal veel energie te gebruiken ten opzichte van de rest van ons lijf en gaat bovendien zo efficiënt mogelijk om met dit energieverbruik. Mede daardoor gaan we vaak voor gemak en korte-termijn winst (lees: beloningen) omdat het overwinnen van de moeilijkere route (letterlijk) flink veel meer energie kost. Als je een handeling echter vaak genoeg doet, kosten die handelingen steeds minder energie en heb je er geen wilskracht (geen wilspier) meer voor nodig. De truc zit hem in het inbouwen van belachelijk lage drempels. Dus niet ‘ik wil meer bewegen’, maar beginnen met een challenge dusdanig eenvoudig dat er geen enkel excuus is om het niet te doen. Na een paar weken kun je je drempel dan gemakkelijk wat verhogen en uiteindelijk kun je voldoen aan één van de vele gedeelde wensen voor 2022: ‘12 maanden gezondheid, 52 weken van stil geluk en 365 kommerloze dagen’. We gaan ervoor!

Nat heideveld

Het nieuwe jaar is met een recordwarmte begonnen en ook vandaag schijnt de zon al waait er wel een stevige koude wind. Ideaal om te bewegen! We pakken de draad weer op van het Drenthepad en hopen in de volgende etappes de ronde af te maken. Vandaag loopt ons traject voornamelijk door het nationaal park Dwingelderveld, het grootste aaneengesloten natte heideveld van west Europa en aangewezen als een Natura 2000 gebied. Omdat Drenthe rijk is aan natuur, ook in vergelijking met andere Europese landen, heeft de Europese Unie een stelsel (Natura 2000) ontworpen om onvervangbare natuur in heel Europa te beschermen. Volgens de site is Natura 2000 in de eerste plaats bedacht om de achteruitgang van planten en dieren in onze natuurgebieden te stoppen. De grote variatie in natuurgebieden met de bijbehorende flora en fauna, onze biodiversiteit, staat onder druk door de grote veranderingen in onze maatschappij gedurende de afgelopen decennia. Denk daarbij aan moderne landbouw, meer vrije tijd en een sterk uitgebreid wegennetwerk. Die veranderingen hebben invloed op het gebruik van ons platteland en onze natuur. Natura 2000 wil meer balans brengen in het gebruik van natuurgebieden en hun omgeving, zodat planten en dieren de kans krijgen zich te herstellen. 

We starten in Beilen, waar we langs de torens van de vroegere DOMO (Drentse Onder Melk Organisatie), nu onderdeel van Friesland Campina, het dorp verlaten en het Terhorsterzand oplopen. Dit is een natuurgebied ten zuiden van Beilen wat bestaat uit 60 hectare bos en 120 hectare heide en vennen. Het is nat om ons heen, het grondwater staat hoog en de paden laten vele modderige en waterige stukken zien. We zijn erop gekleed en vervolgen opgewekt het aangewezen pad. Een paar jaar geleden hebben we hier het Zuiderkluft pad gelopen en sommige delen komen ons opeens bekend voor, andere stukken daarentegen zijn volkomen uit onze (mijn) herinnering verdwenen.

Het is nat onderweg, al ziet ons pad er wel iets beter uit
Eentje uit de herkenbare ‘oude doos’ (RK)

Via Smalbroek, een heel klein dorp, komen we aan op het Lheebroekerzand, een onderdeel van het Dwingelderveld. Dit natuurgebied werd in 1906 door Staatsbosbeheer aangekocht en in de eerste decennia van de 20ste eeuw bebost, voornamelijk met naaldbomen. Het was hiermee één van de eerste nieuwe bosgebieden van Drenthe dat voordien bestond uit grote zand- en heidevlakten. Volgens de beschrijving in ons boekje is het bijzonder dat hier duizenden jeneverbesstruiken groeien en op sommige plekken zelfs ware doolhoven vormen. Het wordt toch eens tijd dat ik beter oplet of me in ieder geval beter verdiep in de uiterlijke kenmerken van de jeneverbes, want ze vallen me niet echt op.

Veel naaldbomen (RK)
Ter inspiratie……de jeneverbes (foto: internet)

We zijn 2022 met deze wandeling goed gestart. Ook met het voornemen ‘meer bewegen’, maar vooral met onze voornemens ‘veel genieten’, ‘aandacht hebben voor wat je blij maakt’ en ‘plannen maken’, ook al zijn ze klein of laag drempelig. Gewoon omdat het kan. Het komt zeker goed dit jaar!

HART VAN DRENTHE

We ronden vandaag het traject ‘Hart van Drenthe’ af en terwijl ik overpeins wat voor bijzonderheden ik over vandaag zal vermelden, overkomt me een iets wat me niet zo heel vaak overkomt. ‘My mind went blank’, mijn gedachten bleven hangen in het grijs. Soms heb je immers van die dagen waar je weinig bijzonders van verwacht. Alles om je heen lijkt dan gewoon neutraal, passief en wat grauw. Ik lees dat de kleur grijs iets tegenstrijdigs heeft. Het is de kleur van het veranderlijke, denk aan mist, rook en wolken, maar het wordt tegelijkertijd ook geassocieerd met het onvergankelijke. In die hoedanigheid staat het voor stabiliteit, elegantie en geborgenheid. 

Toch is het gebied waar we doorheen wandelen allesbehalve grijs (lees: neutraal en passief). Het Hart van Drenthe wordt omschreven als ‘een robuust natuurgebied van 4000 hectare aaneengesloten natuur met gevarieerde bossen, tientallen vennen, weidse heidevelden en bronnen van beekdalen’. In deze eindeloze natuur is elk moment van de dag anders. Om de website te citeren: je ervaart hier ‘de mystiek van zon en nevel, de geur van alles wat groeit en bloeit, de afwisseling van open vennen en donker bos, de overweldigende stiltes en het gevoel dat je soms de natuur voor jezelf hebt.’ Zoals hieruit blijkt hebben we hier dus niet te maken met een ‘grijze muis’ (iets onopvallends) en is dit terrein misschien wel het best te omschrijven als een ‘grijs gebied’, waarin de dingen niet eenduidig zijn. Grijs is door haar ingetogenheid mogelijk minder geschikt voor een eerste kennismaking, maar zeker wel voor een ingetogen gesprek. Dat gesprek moeten we dan maar eens aangaan, nietwaar?

Het is grijs om ons heen (RK)

Volgens boswachters alhier gaat ‘hun’ gebied zich in de komende decennia ontwikkelen naar een natuurlijk boslandschap. Het wordt een gebied waar de natuur zichzelf mag zijn. Het is het brongebied van veel beken in Drenthe waarin water wordt vastgehouden om langzaam haar eigen weg te zoeken naar de beken. De kringloop van het leven krijgt weer gestalte, het wordt een gebied waar de mens wildernis kan beleven, het ‘wildernisgevoel’ kan ervaren. Dat klinkt natuurlijk prachtig, maar voordat de natuur zichzelf kan en mag zijn, moet menselijk ingrijpen in die natuurlijke processen ongedaan worden gemaakt. Hier wordt hard aan gewerkt en het resultaat is dat je nu kunt wandelen in bossen die steeds mooier worden omdat de natuur vrij spel heeft gekregen. 

Wuivende grassen overwoekeren de heide (RK)

We lopen het eerste deel grotendeels over fietspaden met naast ons de laatste restanten van het Hijkerzand. De bijna oranjekleurige lange grassen geven de omgeving een onverwachts vrolijk tintje, het geeft ons een beetje warmte en energie. Zeker nodig, want de wind is koud en guur. Het Hijkerveld is een zogenaamd ‘stiltegebied’. De gedachte dat stilte samen met ruimte en duisternis de grondslag vormt voor onze natuur en daarmee een oerwaarde is die bijdraagt aan de levenskwaliteit van zowel mens als dier, heeft de provincie doen besluiten in Drenthe zo’n 11 gebieden aan te wijzen als stiltegebied. Want waar in Nederland vind je nog een écht stil gebied? Bijna overal wordt de stilte in toenemende mate verstoord door verkeer en allerlei andere menselijke activiteiten. Waar je ook bent, vaak is er het lawaai van een weg, een spoorlijn of een vliegroute duidelijk hoorbaar. De Drentse Natuur- en Milieufederatie (NMF) wil nu dat de provincie Drenthe meer werk maakt van het beleid rond stiltegebieden. Inmiddels zijn er wel elf stiltegebieden, maar veel meer dan de gebieden aanwijzen heeft de provincie in twintig jaar niet gedaan, is hun oordeel.

We lopen vervolgens langs een minder inspirerende ‘overbruggingsweg’ omdat we onder de weg Emmen-Drachten door moeten om bij de Brunstingerplassen te komen.

Onder de provinciale weg door richting de A28

Dit heuvelachtige heidegebied is in het natte seizoen erg drassig en indien nodig kun je ook over het evenwijdig lopende fietspad verdergaan. Wij wagen de gok en lopen dwars door de heide verder over een smal ‘geitenpaadje’. Een paar dikke stenen onderweg zorgen voor een rustpunt waar we ons kunnen warmen aan een dampende kop koffie. De kleine geneugten van het onderweg zijn. 

Kopje koffie?
Via een smal ‘geitenpaadje’ over de heide

Onderweg wandelen we weer door gebied van de grote grazers. We zien ze deze keer niet. Het is hier echter allesbehalve stil of zijn we het stiltegebied alweer uit? Op de achtergrond van alle vennen en grassen zien en horen we de auto’s voorbij razen. Misschien staat de wind verkeerd (voor ons) en horen we het lawaai zo duidelijker, maar hoe dan ook ……. het woord stiltegebied dekt hier de lading niet!

Op de achtergrond raast het verkeer voorbij

Tussen Beilen en Smilde liggen diverse kleine natuursnippers, waarvan de Brunstingerplassen er eentje is. Het is een gebied met oude stuifduinen en schrale heidegronden doorspekt met enkele prachtige vennetjes, waarvan een deel alleen toegankelijk is als wandelaar. Dat vergroot het wandelplezier! Uiteindelijk arriveren we in het dorpje Brunsting, een gehuchtje vlakbij Beilen. Ruim vijf eeuwen geleden is hier door boer Breustinck uit Beilen een boerderij gebouwd. In 1639 woonden hier al 4 boeren, allen uit dezelfde familie. Het is dan ook niet verwonderlijk dat de plek waar zij woonden hun naam kreeg. Hiermee is Brunsting één van de weinige dorpen in Drenthe die naar een familie genoemd is. De familie heeft lang in het dorp gewoond en bekleedde diverse belangrijke posten door de jaren heen. Denk hierbij aan assessor (wethouder), drost (gebiedsbestuurder) en ette (provinciaals bestuurslid). De familie was in de loop der jaren ook erg welvarend geworden. Zo had de familie in de 17e en 18e eeuw niet alleen boerderijen in Brunsting, maar ook in Smilde en Beilen. Lopend van de ene naar de andere plaats, van Beilen naar Smilde, hoefden ze geen stap op andermans grond te zetten. Even na het einde van WOII is het laatste lid van de Brunsting familie uit het dorp vertrokken. 

Mooie paddenstoelen onderweg (RK)

Langzamerhand horen we de A28 steeds duidelijk. We moeten hier overheen om Beilen te bereiken. 

Over de A28

Uit onderzoek is gebleken dat er ongeveer 20.000 jaar geleden rond Beilen al mensen woonden. Omstreeks het jaar 1000 wordt Beilen al genoemd in oorkonden. Ooit werd de naam opgevat als Bijllo, dwz uitgehouwen plaats in het bos, maar waarschijnlijk is het eerder bele, bei, beile, wat zoveel als heuvel(landschap) betekent of bagil (moeras). In de 18de eeuw werd Beilen een pleisterplaats op de route Groningen-Meppel en groeide het uit tot een dorp. In 1820 is het dorp vrijwel geheel afgebrand, alleen de kerk, de school en veertien huizen bleven staan. Door rijkssteun, giften en inzamelingen is het weer herbouwd.

Centrum, het begin van de winkelstraat

We lopen pal achter de geluidswal van de snelweg naar het dorp en slingeren langs straten als de Havenstraat richting het station. Vroeger had Beilen (uiteraard) een haven. Beilen was, door haar centrale ligging, een zeer geschikte marktplaats. De Beilervaart werd in 1790 gegraven omdat de Beiler middenstand graag een goede scheepvaartweg met Meppel wilde door een aansluiting op de Drentsche Hoofdvaart. In die tijd was vervoer over water, ook voor personen, één van de snelste manieren. De wegen waren allemaal zandwegen en lang niet altijd even goed begaanbaar, waardoor een tocht door Drenthe toen ervaren werd als een tocht door een woestenij. Rond 1930 werd de concurrentie van het spoor- en wegvervoer echter te groot. Een oude foto laat een brug zien waarvan de leuning doorloopt tot aan de deur van het café. Het kwam nog wel eens voor dat ‘beschonken’ bezoekers van het café in het donker (er was bijna geen straatverlichting in die dagen) het bruggetje misten en zo in het water belandden. Met een brugleuning die doorliep tot aan de voordeur was het probleem verholpen. 

Haven van Beilen (internet)

Al met al heeft deze dag door de verhalen en ontdekkingen onderweg toch kleur gekregen. Over kleur gesproken…….. Een bakker uit Beilen ontwierp eens een gebakje waarover hij marsepein plooide ‘gelijk de bolle wangen van een perzik’. De associatie was er eentje van zacht van kleur en lieflijk. Er moest een naam worden bedacht voor dit gebakje. Grootmoeder bracht de oplossing met haar opmerking: ‘Het lijkt wel een kontje!’ Zo is in 1975 het Drents Kontje geboren. In het hart van Drenthe (zoals Beilen ook bekend staat) hap ik met blozende wangen voldaan en tevreden in mijn kontje. Een goed besluit van de dag! Het hart van Drenthe kent letterlijk en figuurlijk kleur zowel in haar natuur als in haar dorp.

Met een Beiler kontje……… (RK)

ELFDE VAN DE ELFDE

De elfde van de elfde heeft een haast magische klank, misschien omdat deze datum verbonden is aan zoveel tradities? Zo herdenken we op 11 november het einde van WOI, ook wel Wereldoorlog of Grote Oorlog genoemd. Elf november bleef daarna bekend staan als ‘wapenstilstandsdag’. Hoe zat het nu precies op die 11e november? Tegen het einde van deze oorlog plande de Duitse marineleiding nog een laatste slag tegen de Britse vloot. De mariniers en zeelieden wisten inmiddels dat dit totaal zinloos was, waarop een rebellie in de Duitse havensteden uitbrak die oversloeg naar het hele land. De Duitse revolutie werd begin november 1918 uitgeroepen. Onderhandelingen, gevoerd door burgers, resulteerden in een wapenstilstand op 11 november 1918, die om 5 uur ‘s ochtends getekend werd, maar pas om 11 uur echt van kracht werd. Tijdens deze laatste zes uur vielen langs beide kanten nog vele slachtoffers, terwijl de overgave al ondertekend was.

De elfde van de elfde is ook de start van het Carnavalsseizoen. Dit is de dag waarop Prins Carnaval bekend gemaakt wordt en waarop de Raad van Elf voor het eerst vergadert over het komende carnaval. Wat is er toch met dat getal elf? Elf wordt in ons land wel gezien als het dwazen- of gekkengetal (beide woorden bestaan ook uit 11 letters!). Volgens sommigen omdat 11 een ‘dwaze’ overschrijding is van 10, het getal van de Tien Geboden, volgens anderen omdat 11 minder is dan 12. Twaalf staat voor volheid (het is een heilig getal) wat elf ‘dwaas’ maakt omdat het nèt niet perfect is. Klinkt logisch als verklaring voor zo’n dol en kolderiek feest als Carnaval, toch? Een leuk weetje: de carnavalsroep ‘Alaaf’ is mogelijk een verbastering van elf.

Andere bronnen beweren echter dat elf niets te maken heeft met dwazen maar veel meer met armoede. In de middeleeuwen werd er ook voor de Kerst gevast, al was dat toentertijd niet zozeer uit religieuze overwegingen, maar meer uit armoede want het vlees uit de slachtmaand (november) moest bewaard worden tot Kerst. Ze begonnen met vasten op 12 november, dus de dag ervoor werden nog snel de niet houdbare producten met veel feestvertoon opgegeten. Waarom de elfde? Omdat het destijds toch al een feestdag was, namelijk Sint-Maarten. Aha, dat is een feestje wat mij zeker bekend voorkomt. St. Maarten is de viering van de naamdag van Martinus van Tours. Hij werd bekend als de soldaat die de helft van zijn mantel aan een arme bedelaar gaf en die na een droom koos om verder te leven als een christen. St. Maarten was vroeger een bedelfeest, deze waren nodig in de moeilijke wintermaanden, en daarmee vooral een feest van de armen. Pas in de jaren ’20 en ’30 van de vorige eeuw werd St. Maarten steeds meer gezien als een mooie eigen traditie die behouden moet worden. We hopen vanavond inderdaad wat kinderen te horen zingen met hun verlichte lampionnen in de hand. Dat gaat vast lukken!

Prachtige lampionnen (foto internet)

Zover is het echter nog niet. Onze ‘elluf elluf’ staat vooral in het teken van een wandeling door het Drentse landschap. We gaan lopen over de Laaghaler es, we kruisen de A28 en vervolgen onze weg over het karrenspoor door het Laaghaler Veen en nemen de alternatieve route door het Hijkerveld om te eindigen bij een boogbruggetje over het Oranjekanaal.

We starten bij het herinneringscentrum Westerbork en lopen al snel langs het pad waar waarschijnlijk vroeger de spoorweg naar het doorgangskamp heeft gelopen. De spoorlijn Hooghalen – Kamp Westerbork was een tijdelijke spoorweg aangelegd in 1942 als aftakking van de spoorlijn Meppel – Groningen. De spoorlijn had ‘simpel’ als doel om Joden massaal per trein vanuit Nederlandse steden naar doorgangskamp Westerbork te kunnen deporteren en vandaar per trein verder naar de vernietigingskampen. Op regelmatige afstand zien we spoorbielzen waarop een datum en de hoeveelheid mensen die vervoerd zijn naar zo’n vernietigingskamp. Soms met een foto aan de zijkant van de paal om zo’n reis een gezicht te geven. Het is ook deze keer confronterend en haast onvoorstelbaar om je te realiseren hoeveel van deze transporten hier hebben plaatsgevonden. 

De treinreis krijgt een gezicht……….

Het Laaghalerveen (of is het toch het Laaghalerveld?) verderop wordt omschreven als ‘woeste grond’. Dit gebied laat de overgang zien van het oude landschap – het ‘veld’ met heide en veen – naar het tot landbouwgebied ontgonnen terrein. Het is zeker een afwisselend gebied. Door de hoge luchtvochtigheid (98%) hangen de wolken zwaar en laag boven ons en is het hele gebied ‘diezig’ (heiig, nevelig), terwijl de bladeren, takken en grassen rondom ons voorzien zijn van een waas aan glanzende druppeltjes. Met een beetje zon erbij zou je vast het betoverend kunnen noemen, maar helaas laat de zon zich vandaag niet zien. 

Lopen door een ‘diezig’ landschap
Overal druppels, de lucht is zwaar van het vocht vandaag

We vervolgen onze tocht over het Hijkerveld. Voor mij een onbekend gebied, terwijl het toch tot de grootste heidevelden van Drenthe behoort. Grote delen waren tot in de ijzertijd in gebruik als woongebied. De boeren toen maakten gebruik van kleine omwalde raatakkers (celtic fields), kleine, ongeveer rechthoekige of vierkante akkers. Overblijfselen hiervan, grafheuvels en karrensporen wijzen allemaal op vroegere bewoning. Wij zijn natuurlijk geen archeologen en denken van alles te zien, maar weten tegelijkertijd niets zeker, behalve dat het hier enorm weids en stil is. 

Voor de toegang tot het gebied van de grote grazers………
Hoge haast oranje kleurige grassen (RK)
Veel vennetjes (RK)

Tussen de velden met hun tientallen vennen gaat de route verder naar Diependal, waar de vloeivelden en het vloeimeer van de voormalige aardappelmeelfabriek Oranje liggen. De coöperatieve aardappelmeelfabriek werd opgericht in 1913 aan het Oranjekanaal vlakbij Smilde. De fabriek en bijbehorende huizen kregen de naam Oranje. In 1945 werd het complex zwaar beschadigd bij de bevrijding, maar in 1949 heropende de fabriek met zo’n 135 werknemers. De fabriek was in de jaren daarna vaak koploper bij technische ontwikkelingen. Begin jaren ’90 werd de fabriek overgenomen en verbouwd tot wat nu Speelstad Oranje is. Na het sluiten van de fabriek is het vloeiveldensysteem omgevormd tot het vogelreservaat Diependal, waarvan een deel afgesloten is en dient als rustgebied voor de vogels.

Langzamerhand komt ons einddoel in zicht. We horen en zien in de verte auto’s, wat betekent dat ook het Oranjekanaal in de buurt moet zijn. Dit ruim 40 kilometer lange kanaal van Hoogersmilde tot Klazienaveen werd tussen 1853 en 1861 aangelegd ter ontsluiting van het veengebied. Voor de exploitatie van het kanaal werd de Drentsche Veen- en Middenkanaal Maatschappij (DVMKM) opgericht. Aanvankelijk zou het kanaal het Middenkanaal genoemd worden, maar ter ere van koning Willem III werd de naam van het kanaal, met instemming van het hof, gewijzigd in Oranjekanaal. Het Oranjekanaal werd het middelpunt van vervoer. Aardappelen werden afgeleverd bij fabriek Oranje en turf transporteerde men veelal naar Groningen om daar als brandstof te dienen. De turfwinning werd echter geen succes vanwege afwateringsproblemen van het veen op het kanaal. Eigenlijk bleek het project in economisch opzicht een compleet fiasco en daarom werd het kanaal in 1976 gesloten voor scheepvaartverkeer. Wat resteert is een prachtig voormalig scheepvaarttracé dwars door Drenthe met de bijbehorende verhalen.

Zo ook het verhaal over de beruchte schipper Egbert Vosch aka ‘kwaoie Eggie’ van het turfschip Annigje II. Op zoek naar buit joeg hij met zijn schip over het kanaal. Mocht er op het kanaal niets te vinden zijn, dan stapte hij met zijn bende aan wal om postkoetsen te beroven. Op een kwade dag voeren ze naar een klein dorpje aan het Oranjekanaal waar ze, als een daad van zinloos geweld, de kerk in brand staken. Genoeg is genoeg! Volgens het verhaal werd er daarop (letterlijk) van hogerhand ingegrepen. Lang verhaal kort ….. ‘in een angstaanjagende hoos van wind en water werd de Annigje II opgetild en verdween daarop spoorloos. De toenmalige wereld stond voor een raadsel. Het deed sommigen aan ‘de vliegende Hollander’ denken, maar ja …… dat is een legende.’

Langs het Oranjekanaal

Er bestaat trouwens ook nog een ander volksverhaal (legende) over de eerder genoemde relatie tussen ‘elf’ en carnaval. Toen aan het eind van de 18e eeuw de Fransen een deel van ons land bezetten, werd daar stevig carnaval gevierd. De Franse bezetters moesten op de hak genomen worden en daarom zetten de feestvierders Franse steken op en kozen ze de elfde van de elfde als datum voor hun spotfeest. De datum werd gekozen naar aanleiding van de drie principes van de Franse Revolutie: ‘Egalité, Liberté et Fraternité’. De beginletters vormen het woord ‘elf’. De elfde van de elfde maakt veel los.