We lopen in een grote boog om Drachten heen, n.l. van Houtigehage naar Ureterp, waarmee we aan de andere kant van de A7 uitkomen. Het noordelijk deel van dit pad is (bijna) afgerond. We hebben nog ergens een etappe overgeslagen vanwege een brug die niet toegankelijk was. Dat stuk is voor een andere keer.
Drachten is na Leeuwarden de grootste stad van Friesland en is eigenlijk ontstaan uit twee gehuchten, Noorder Dragten en Zuider Dragten, die met elkaar verbonden waren door een bochtig weggetje over een smalle zandrug. Deze oerweg bestaat nog steeds! Alles gaat veranderen als het oog van grote veencompagnieën op dit gebied valt. Zij willen het hoogveen dat zich tussen de zandruggen heeft gevormd, afgraven voor de turfwinning. Maar wat is veen eigenlijk en hoe wordt veen turf?
Veen is een grondsoort die vooral bestaat uit (gedeeltelijk) vergane of verkoolde resten van bomen en planten (en kleine diertjes) met een vochtgehalte van meer dan 75%. Veen vormt zich min of meer op water door het sterven van de planten terwijl er geen zuurstof bij kan komen, waardoor de plantenresten niet verteren. Veen is dus opgebouwd uit organisch materiaal dat nog nauwelijks vergaan is. Dan is er nog een verschil tussen hoog- en laagveen. Beiden worden gevormd door plantenresten. Het verschil is dat laagveen wordt gevoed door grond- en oppervlakte water, terwijl hoogveen uitsluitend wordt gevoed door regenwater. Zo’n zwart/bruine laag hoogveen kan in duizenden jaren uitgroeien tot wel een pakket van zo’n 5 tot 6 meter dikte! Hoewel regenwater erg arm is, is veenmos één van de weinige plantensoorten die hierin goed kunnen gedijen. Kussens van veenmos zuigen zich vol met regenwater. Het veenmos sterft van onderen af maar groeit aan de bovenzijde door. Het hoogveen is dus zelfvoorzienend in zijn waterhuishouding en is alleen afhankelijk van regenwater.
Voor de turfwinning wordt in 1641 de Drachtster Compagnonsvaart (of Drachtstervaart) gegraven met even later de dwarsvaart, de Noorder Doorvaart. Met de komst van de vele turfspitters ontstaat er verderop in het veen een nieuwe nederzetting: Drachtster Compagnie. Even ter verduidelijking: turf is feitelijk niets anders dan gedroogd veen. In veengebieden is het gedroogde veen lang gewonnen als brandstof, want de gedroogde turfbroodjes branden beter en vooral ook langer dan houtblokken.
In de veenkolonie zijn de vele dwarswijken (waterwegen) uit de tijd van de ontginning nog steeds aanwezig. We zien ze onderweg dan ook met enige regelmaat. Op historische kaarten is te zien dat Drachtstercompagnie van oorsprong een hoogveenkolonie is. Dit is op te maken uit de hoofdvaart met de rechthoekige daarop gegraven wijken. De wijken (16) kregen namen naar hun ligging of naar de eigenaren van het aanliggende veen. Sinds 2010 hebben de wijken van Drachtstercompagnie een naambordje gekregen waarop eigenaar en datering staan vermeld.
De vervening duurde tot in de 19e eeuw, waarna de veenwinning uiteindelijk werd weggeconcurreerd door de opkomst van andere fossiele energie, zoals olie en gas. Na afloop van de verveningen trokken de veenarbeiders verder om ergens anders te helpen met de ontginning of ze verhuurden zichzelf als boerenarbeider, maar ook de boeren hadden het niet ruim. Natuurlijk bleven er ook arbeiders in de Drachtster venen wonen. Zij probeerden, met het in cultuur brengen van het land, een nieuw bestaan op te bouwen. Omdat veeteelt in die tijd betere resultaten dan de landbouw opleverde, werd veel bouwland in grasland omgezet en werd de veestapel uitgebreid. Mede door de komst van de zuivelfabrieken kwam er een zekere ommekeer.
We lopen gedeeltelijk door dit langgerekte dorp met zoveel (verborgen) geschiedenis en deels met een boog eromheen om uiteindelijk toch weer op De Feart uit te komen, een asfaltweg die ons naar het viaduct over de A7 voert. Het blijkt zowaar de ‘vlaggen viaduct’ te zijn.
Al sinds de Corona tijd zijn de vlaggen, spandoeken en zwaailichten van protesterende boeren op dit viaduct over de A7 een bekend beeld. Maar vanaf begin 2023 behoort dat ‘uiterlijk vertoon’ verleden tijd te zijn. De burgemeester heeft de demonstranten toen opgedragen hun vlaggen en spandoeken per direct thuis te laten. Het zou het verkeer teveel afleiden. De demonstranten kregen de keuze hun protest verder, zonder uiterlijk vertoon, voort te zetten of een andere plek te zoeken. Wij rijden hier regelmatig langs over de A7 en hoewel het protest echt aanzienlijk minder is geworden, is het verre van verdwenen. Zo ook vandaag!
Op grote afstand zien we de verschillende vlaggen wapperen op de leuningen aan weerskanten. Een man zet aan beide kanten van het viaduct van die waarschuwende, afremmende, gele poppen neer. Voor zijn eigen veiligheid of om aandacht te vragen voor zijn vlaggenparade? In elk geval wordt ons belangstellend gevraagd: ‘En ….. fynst dit leuk?’ om vervolgens snel verder te gaan met ‘Jo witte wis wêrom, krekt?’
Wij hebben echter niet zoveel zin in een discussie en bovendien is het koud vandaag. Met een temperatuur net boven het vriespunt en maar af en toe een lekker zonnetje, is het zaak om te blijven bewegen en niet stil te staan. Zeker niet boven op een koud, winderig viaduct!
Aan de andere kant van de A7 lopen we een lang stuk over de onverharde Brouwersleane. Op zich een mooi pad, maar het het is wel erg nat, met veel bevroren stukken en vol glinsteringen van de zon, die inmiddels laag aan de hemel staat. Met andere woorden, we (ik) komen hier niet zo snel vooruit 😉
Dan opeens, sneller dan verwacht, komen we aan bij de weg die ons naar Ureterp leidt. Meteen aan het begin van het dorp zien we al een imposante klokkenstoel naast een, in verhouding, haast bescheiden kerk. Een eenvoudig kerkgebouw(tje) konden mensen vroeger nog opbrengen, maar een kerktoren was, zeker voor kleine, arme dorpen, teveel van het goede. De oplossing was dan een klokkenstoel, een houten stellage met een dak waarin meestal maar één klok hing. Om het geluid van de klokken ook op grote afstand goed te kunnen horen, moeten de klokken wel hoog hangen. Klokkenstoelen worden daarom ook wel ‘klokkentorens van de armen’ genoemd, omdat er geen geld was om een ‘echte’ toren te bouwen. Er staan nog diverse van deze klokkenstoelen in Friesland, vaak één of meerdere keren gerestaureerd en allemaal met de status van monument.
De kerk, ten westen van het dorp, werd omstreeks 1250 gebouwd. De toren heeft echter geen fundamenten, hij staat gewoon los op een bult zand. Dat hij altijd is blijven staan, is te danken aan de dikke muren. In de jaren ’50 heeft de toren een restauratie ondergaan waarmee deze weer, met oorspronkelijke kloostermoppen, in oude staat is teruggebracht. Vanaf omstreeks 1600 tot 1766 hingen er twee klokken in de toren, vandaar de galmgaten, maar omdat de toren rond 1766 in erg slechte staat was, werd besloten een aparte houten klokkenstoel voor de kerk, op het kerkhof, te bouwen.
In 1873 werd de stoel vernieuwd en tegelijkertijd verplaatst naar achter de kerk vanwege klachten. Paarden sloegen soms op hol bij het luiden van de klokken omdat de klokkenstoel zo dicht bij de openbare weg stond. In 1943 zijn de twee luidklokken (uit 1771 en 1932) door de Duitsers weggeroofd voor de wapenindustrie in WOII. Na de oorlog konden nieuwe klokken worden aangeschaft na een geldinzameling onder de bevolking. Eén van de klokken kreeg toen een mechanisme waardoor deze automatisch kan luiden op de bekende (belangrijke) tijden van 8.00, 12.00 en 18.00 uur. De andere klok wordt o.a. gebruikt voor bruiloften en begrafenissen. Grappig weetje is dat op beide klokken een randschrift is aangebracht. Op de ene staat geschreven: ‘Ik bounzje drôf, ik bounzje bliid – GOD jowt alles op SYN tiid’ (Ik bons droevig, ik bons blij – GOD geeft alles op zijn tijd). Op de andere: ‘Al moast ús folk yn d’oarloch hast ferbliede, foar frije Friezen meie wy wer liede’ (Al moest ons volk in de oorlog bijna doodbloeden, voor vrije Friezen mogen wij weer luiden). De geschiedenis in een notendop. De opvallende voormalige (rode) pastorie staat tegenover de kerk en werd in 1787 gebouwd en als zodanig tot 1970 gebruikt.
We naderen ons eindpunt als we onder de ‘Spits van Ids’ doorlopen, dat fungeert als toegangspoort tot het dorp. Het 25 m lange stalen kunstwerk is geïnspireerd op de draaibare planken, zogenaamde ‘barten’, die vroeger over de Ureterper vaart lagen.
Wat je allemaal niet kunt leren van en over een veengebied zo dicht bij huis!














