HACIA ARACENA (richting Aracena)

Onze tijd in Molino Rio Alajar zit er alweer op. Vandaag worden we door Peter Jan en Monica in Linares afgezet, waarna zij onze bagage naar ons hotel in Aracena brengen en wij de afstand wandelend zullen overbruggen. Hoe luxe is dat?

Linares de la Sierra is één van de vele zogenaamde ‘pueblos blancos’ of witte dorpen waar witgekalkte huizen, geplaveide straten en prachtige uitzichten op de bergen de in het oog springende kenmerken zijn. Deze witte dorpen behoren vaak tot de oudste stadjes van Andalusië en hebben meestal Moorse invloeden. De ‘betoverende’ witte kleur van de huizen is vooral van praktische aard: de witte kalk weerkaatst de zon en door de dikke muren blijft het in de (soms ondraaglijk) hete Andalusische zomers lekker koel. In de winter blijft de warmte juist goed binnen. Nog altijd wordt jaarlijks het voorjaar ingeluid door de huizen opnieuw wit te kalken. Ooit was Linares de grootste plaats in de omgeving tot de Engelsen kwamen om de mijnen in de omgeving een kleine eeuw lang te exploiteren. Hun komst leidde tot het vertrek van het grootste deel van de bevolking dat op zoek ging naar broodnodige inkomsten.

Linares staat bekend om de aanwezige loodmijnen, het mineraal linariet heeft zelfs zijn naam te danken aan deze gemeente. Linariet, een blauw mineraal, wordt gevormd in delen van de aarde waar lood- en koperaders veranderd zijn door (meestal) stromend water. Dit zogenaamde secundaire materiaal wordt vaak samen gevonden met andere mineralen die lood en koper bevatten. Hoewel linariet wijdverbreid is, komt het nooit in grote hoeveelheden voor. Het zuiden van Spanje en dan met name Andalusië is sowieso rijk aan mineralen. De provincie Huelva is vooral bekend vanwege de vele verschillende soorten mijnen, inclusief Rio Tinto de grootste open mijn ter wereld.  

De enige rode rivier op aarde (de Rio Tinto) slingert door de provincies Sevilla en Huelva naar de Atlantische Oceaan. Het Britse mijnbedrijf Rio Tinto werd in 1873 gevormd om de Rio Tinto-kopermijn bij de rivier Río Tinto in Zuid-Spanje te exploiteren. Al ver voor onze jaartelling werd hier in de bodem gezocht naar zilver, ijzer, koper en goud. Nu zoeken wetenschappers er diep onder de grond naar bewijs dat er leven mogelijk is zónder zuurstof en zonlicht. De eeuwenlange menselijke activiteiten in combinatie met de rijke bodem en het gekleurde rivierwater creëerde een uniek landschap waar je nu de meest wonderlijke kleurschakeringen kunt zien. Volgens de beschrijvingen lijkt het wel op een veelkleurig en bizar maanlandschap. We horen erover en het klinkt natuurlijk fantastisch om er zelf te gaan kijken en dit landschap zelf te ervaren, maar dit bijzondere gebied ligt zo’n 90 km van Sevilla en dat is toch te ver voor vandaag ;).

De details van onze huidige wandeling zijn: afstand zo’n 7.5 km, stijgen 270 m, dalen 60 m, veel steenslag paden afgewisseld met zandwegen en smalle bospaadjes. We zijn er klaar voor!

Bijzondere schoorstenen (RK)

Nadat we zijn afgezet lopen we de trappen af naar beneden om uit te komen op het Plaza del pueblo waar zich enkele restaurantjes bevinden. We beginnen met een kop koffie en lezen ons een beetje in over de aandachtspunten van deze dag. Het plein (want dat is het het grootste deel van het jaar) voor ons blijkt ook dienst te doen als de een (kleine) stieren arena (Plaza de toros). Al eeuwenlang wordt de stier bewonderd om zijn kracht waarbij de toredos zijn menselijke superioriteit over het dier en de dood toont. Hoewel het stierenvechten een eeuwenoude traditie in Spanje is, wordt er tegenwoordig steeds meer over gediscussieerd. Sommigen vinden het vermaak, anderen zien het nu als leed.

Soms een stierenarena (foto: internet)

Als we verder lopen, valt ons een bijzonder ‘verkeersbord’ op. Het heeft de vorm van een rood hart met een witte streep erdoor, waaronder ‘no violencia machista’ staat geschreven. De boodschap is ons meteen duidelijk, maar het blijkt toch net iets anders en meer genuanceerd te liggen dan wij denken. In Spanje zeggen ze ‘macho geweld’, maar in de wet staat ‘gender-gerelateerd geweld’ en daarin zit een verschil. Het Spaanse strafrecht verstaat onder de wettelijke term alleen het geweld dat een mannelijke partner of ex-partner pleegt tegen zijn vrouw. In de praktijk betekent dat dat een vrouw die door een onbekende man verkracht is, niet kan aankloppen bij de publieke hulpposten die gratis hulp bieden aan slachtoffers van gender-gerelateerd geweld. Een belangrijk onderscheid waarin veel Spanjaarden tegenwoordig echt een verandering willen zien.

Dit bord zien we veel vaker

Verderop, op het Plaza de la Fuente, zien we een prachtig fonteintje met daarachter een lange wasplaats. Alle vrouwen van het dorp deden vroeger hier hun was, soms gebeurt het nu nog. Al het water dat niet gebruikt wordt om te wassen (of te drinken) loopt via een ingenieus systeem naar het lager gelegen land om daar de bomen en struiken te bevloeien. We zien hier dus niet slechts een wasplaats, maar eigenlijk een goed uitgedacht watersysteem. Bijzonder. Grappig weetje is dat het plein met de wasplaats de plek is waar tien jaar geleden de film ‘El corazón de la tierra’  (het hart van de aarde) is opgenomen.

Het plein met de wasplaats

Al snel lopen we echt buiten het dorp en zijn we onmiddellijk weer ondergedompeld in de overweldigende natuur van hier. Mooie vergezichten, uitgestrekte dehesa’s met varkens, smalle paadjes maar ook flinke klimmetjes.

Uitgestrekte dehesa’s

Het pad is niet altijd even makkelijk te belopen door de vele steenslag, waardoor je af en toe gewoon even stil moet staan en een ‘360’ te doen. Anders kun je de omgeving gewoonweg niet voldoende appreciëren.

Camino betekent pad of weg
Het pad loopt niet overal even makkelijk!

We zijn niet de enigen die wandelen vandaag. Het weer is goed, de route prachtig en kennelijk is dit een geliefde uitstap in het weekend voor menige inwoner van Aracena (of Linares) voor een rondwandeling met familie of vrienden. Het idee is dan waarschijnlijk om halverwege lekker te lunchen in een goed restaurant. We worden dan ook vreemd aangekeken als wij ons broodje eten op een steen langs de kant van de weg. Extranjeros extraños (rare buitenlanders)!

Opeens zien we Aracena in de verte opdoemen. De oorsprong van de naam Aracena is niet helemaal duidelijk, maar verwijst mogelijk naar Aretiena, een rijke landeigenaar ten tijde van de Romeinse bezetting van deze streek.

We lopen Aracena binnen…….
Un pueblo blanco (RK)

Hoog op een heuvel, haast boven de stad, valt het enorme kasteel meteen op. Het 13e eeuwse kasteel werd gebouwd door de ‘Caballeros del Hospital’, een Portugese Ridderorde die een belangrijke bijdrage leverde aan de herovering van het gebied. Ik heb nog nooit gehoord van deze groep, maar lees dat de orde van Sint Jan één van de oorspronkelijke benamingen van de Johannieterorde is. Ze is genoemd naar haar beschermheilige, Johannes de Doper. Deze ridderorde ontstond rond het jaar 1100 en splitste zich vanaf de 16e eeuw in een katholieke en meerdere protestantse takken. De katholieke orde is de eerste niet-onafhankelijke (van de kerk) voortzetting van de oorspronkelijke Johannieterorde. Deze orde wordt kortweg ‘Maltezer Orde’ of ‘Orde van Malta’ genoemd sinds zij in 1530 haar zetel naar het eiland Malta verplaatste. In Spanje was tussen 1875 en halverwege de 20e eeuw een officieel erkende Hospitaalorde van Sint Jan actief.

In het weekend is het kasteel verlicht (RK)
Op doordeweekse dagen is het een heel ander gezicht (RK)

Helaas is er verder weinig bekend over de geschiedenis van deze stad en datgene wat wel bekend is, is vooral gebaseerd op archeologische vondsten in de omgeving. Het staat vast dat de stad werd geregeerd door de Portugezen nadat zij in 1230-1233 de Moren verdreven uit Aracena. Zij zwaaiden er de scepter totdat koning Alphonso X in 1255 het stokje overnam. In de 20e-eeuw werd het de woonplaats van de mijnwerkers die zwoegde in de Mijnen van Riotinto. Vanaf het moment dat het kasteel werd verlaten tot aan 1917 werden de kasteelmuren gebruikt voor de bouw van de nabijgelegen huizen. Deze praktijken werden uiteindelijk verboden om het culturele erfgoed te bewaren. In 1931 werd het kasteel uitgeroepen tot Nationaal Monument. Wij hebben het kasteel alleen op afstand bewonderd. Het was verder zulk slecht weer met veel regen en laaghangende bewolking dat het ons niet te moeite leek om de tocht naar boven te maken. Jammer. 

Heel veel regen (RK)

Wat we wel gezien hebben is de grot van de wonderen (Gruta de las Maravillas) in het historische centrum van de stad. Noemenswaardig is dat dit wereldwonder ooit werd ontdekt door een Iberisch varken dat met één van de zijn poten strandde in een gat in de grond (in 1886). Het duurde tot 1914 voordat de grot werd opengesteld voor het publiek maar het werd daarmee wel de eerste toeristische grot in Spanje. De Gruta, een enorme kalkgrot die bestaat uit 12 ondergrondse kamers en 6 meren, is de grootste van Spanje. Volgens de enthousiaste beschrijvingen is deze grot gehuld in mysteriën en lijkt het wel alsof je gedurende je wandeling door een onderaards sprookjesbos loopt. Van onze gids moeten we het niet hebben. In rap Spaans raffelt hij zijn verhaal af en ook de audio-toer is niet eenvoudig te volgen. Niet echt erg, want er is inderdaad genoeg te zien om ons heen.

De verschillende zalen zijn strategisch verlicht (RK)
Jarenlange druppels……

De ondergrondse aaneenschakeling van zalen, meren, stalactieten en stalagmieten met schitterende kleuren is absoluut indrukwekkend. Hoogtepunten zijn de Salón de los Brillantes (de hal van de diamanten), de Salón del Gran Lago (de hal van het grote meer) en de Salón de los Desnudos (de hal van de naakten). De Salón la Cristalería de Dios (God‘s kristalgrot) behoort kennelijk niet tot de absolute favorieten, terwijl daar toch de meest prachtige formaties te vinden zijn die vanwege het hoge koper- en ijzergehalte in prachtige kleuren te bewonderen zijn.

Een haast sprookjesachtige wereld (RK)

Een paar wetenswaardigheden van de grot zijn dat de gemiddelde temperatuur in de grot tussen de 16 en 19ºC  en de luchtvochtigheid rond de 98% ligt. Daarnaast werd de grot in 1959 gebruikt als filmlocatie tijdens de productie van de film ‘Journey to the Centre of the Earth’. Daar kun je je van alles bij voorstellen!

In het ham museum
Eerbetoon aan het varken

De rest van ons verblijf in Aracena is dus letterlijk een beetje in het water gevallen. We hebben nog wel even een bezoekje gebracht aan het hammuseum. Je kunt hier tenslotte niet om de hammen heen en bovendien wordt net dit weekend het jaarlijkse ‘Feria del Jamón de Aracena’ (hamfeest) gehouden. ‘Naast de traditionele activiteiten, zoals de proeverij van slachtproducten of de loterij ‘jouw gewicht in ham’, vinden er dit jaar ook andere activiteiten plaats om liefhebbers van de beste ham ter wereld te laten genieten van een feestje. Met hoofdletters’, aldus de organisatie. Het is dus druk in de stad!

Dwalen door de stad (RK)

Al met al hebben we genoten van onze dagen in dit deel van Spanje! We trekken verder naar Sevilla waar ongetwijfeld nieuwe ontdekkingen en ervaringen op ons staan te wachten, want ‘als je aan mensen vraagt wat de mooiste stad van Spanje is, dan zul je opvallend vaak ‘Sevilla’ als antwoord krijgen. Dat is niet voor niets, want vrijwel iedereen die Sevilla bezoekt die raakt betoverd door de charme en schoonheid van deze stad. De Arabische invloeden, de oude binnenstad, de warmte en de smalle straatjes van de oude wijken zullen zeker indruk op je maken als je Sevilla bezoekt.’ Dat belooft wat!!

Er staat veel te koop (RK)

AGUAFRIA

Gisteren hadden we te maken met de naweeën van storm Babet die Spanje sinds woensdagmiddag al overspoelende met veel regen en wind. Op de televisie zagen we beelden van ondergelopen metrostations in Madrid en andere ellende. Geen weer voor een wandeling! Helemaal niet omdat dit een tocht naar een uitkijkpunt zou zijn wat totaal in de laag hangende wolken was verdwenen. Volgens Peter Jan zou de ‘straalstroom’, een sterke windstroom die zich in de bovenste laag van de atmosfeer bevindt, donderdag vooral een belangrijke rol spelen in de weersomstandigheden met hevige regenval o.a. in het binnenland van Andalusië. We kunnen erover meepraten! 

Om toch iets actiefs te doen zijn we ’s ochtends even gauw heen en weer naar Alajar, het dichtstbijzijnde dorp, gelopen voor wat noodzakelijke boodschappen en (hopelijk) een klein vleugje lokale cultuur. Een open cafeetje op het gezellige centrale plein voor onze gebruikelijke ‘uno café solo y uno café cortado’ was er echter niet bij. Het weer nodigde kennelijk niet uit tot gasten, waardoor de deuren helaas gesloten bleven. 

Alajar met beter weer (RK)
Alajar ligt bijna in de wolken
Mooie details op sommige huizen

Het authentieke dorpje Alájar, in het Nederlands ‘rots’ (of steen), wordt ook wel het balkon van de Sierra genoemd en wordt gezien als één van de mooiste plaatsen in de provincie Huelva. Het dorp is een goed voorbeeld van een typisch wit bergdorp uit Andalusië met smalle straatjes met ingelegde stenen en huizen met ronde dakpannen die gebouwd zijn van lokale materialen. De lokale economie is vooral agrarisch, maar de invloed van het toerisme neemt wel steeds meer toe. Het dorp ligt in een diepe vallei vlak onder een enorme rots waarop de hermitage (La Peña) van Arias Montano is gebouwd. Deze kluizenaarshut van de Koningin der Engelen is een katholieke tempel waarnaar elk jaar op 8 september een bedevaart plaatsvindt. Dit ‘fraaie uitzichtpunt met een kerk en leuke barretjes’ ging dus gisteren door het slechte weer aan onze neus voorbij.

Wat we hebben gemist (internet)

Vandaag is het gelukkig weer (praktisch) droog en kunnen we wel op stap. De route gaat naar Aguafria alwaar we rond 14.00 uur worden verwacht in ‘Meson la Abuela’ voor een lokale lunch. Peter Jan en Monica hebben ons diverse keren gewaarschuwd dat het dit keer om een echte boerenkeuken gaat en het daarom geen lunch op hoog niveau zal zijn. De details van de wandeling zijn als volgt: de route is grotendeels aangegeven met blauwe cirkels en zwarte pijlen, stijgen en dalen bedraagt ongeveer 260 m en de totale afstand is ruim 15 km, maar je kunt er na de lunch ook voor kiezen om naar huis gebracht te worden. Na een inspanning gevolgd door een uitgebreide lunch inclusief een paar glazen wijn, weet ik wel waar ik voor kies 😉

We volgend de blauwe cirkels

We gaan vandaag een heel andere kant op en slaan meteen na de hoofdingang van onze verblijfplaats rechtsaf. We lopen in het begin veelal tussen ingestorte en/of afgebrokkelde muurtjes wat het pad smal en soms wat moeilijker begaanbaar maakt. De omgeving is anders maar tegelijkertijd heel herkenbaar. Ook hier veel steen- en kurkeiken en de inmiddels bekende Iberische varkens.

Die rode stammen in het groen blijven fascineren

We hebben al geleerd (en geproefd) dat de ‘Jamon Iberico’ beroemd is omdat de eikels, de beweging van de varkens en het droogproces een bijzondere zoetheid en smaak aan de ham geven. Hoewel er verschillende variëteiten van Jamon Ibérico zijn, afhankelijk van het dieet en de leefomstandigheden van de varkens, is de meest begeerde toch de “Bellota” of “Eikels gevoed” variant, waarbij varkens vrij ronddwalen in de uitgestrekte eikenbossen en zich voeden met een dieet dat hoofdzakelijk bestaat uit eikels. Dit resulteert in een diepere, nootachtige smaak die de ham kenmerkt. Dat is de ham die wij bijna bij elke maaltijd wel op het menu hebben staan. Ik lees een mooi stukje over een multi zintuigelijke ervaring bij het proeven van deze ham: ‘Bij het proeven van Jamon Ibérico worden al je zintuigen verwend. De visuele pracht van de subliem gemarmerde sneden, de textuur die smelt op de tong en de weelderige, complexe smaken die zich ontvouwen bij elke hap, maken het een ervaring die culinaire fijnproevers koesteren. Het is dan ook niet zomaar een delicatesse; het is een stukje levendig Spaans erfgoed dat in elke hap de rijke geschiedenis en culinaire expertise van de regio weerspiegelt.’ Het mag met deze loftuigen dan ook geen wonder heten dat de ‘Grand Reserva’ van deze ham daardoor een waarde kreeg die hoger is dan goud!  

We blijven even staan bij een vervallen boerderijtje waar we voor het eerst vooral rijen en rijen olijfbomen ontdekken. Oorspronkelijk komt de olijfboom uit het oude Mesopotamië, het huidige Irak, waar het meer dan 6.000 jaar geleden voor het eerst werd gecultiveerd. Vanuit Mesopotamië verspreidde de teelt van olijfbomen zich naar andere delen van het Midden-Oosten en via Griekenland naar het gebied rond de Middellandse Zee. Spanje is momenteel de grootste olijfproducent van Europa en kent meer dan 200 soorten olijven!

Het vervallen boerderijtje

De olijfbomen (symbool voor vrede, wijsheid en geluk) kunnen honderden jaren oud worden. De stamomtrek van een olijfboom neemt jaarlijks ongeveer met één centimeter toe. Een olijfboom met een stamomtrek van 30 centimeter is ongeveer 30 jaar oud, terwijl een olijfboom met een stamomtrek van 150 centimeter ongeveer 150 jaar oud is. In Spanje houden ze jaarlijks een wedstrijd waar de beste monumentale olijfboom staat. In mei van dit jaar is de prijs toegekend aan een boom in Andalusië: ‘een uniek exemplaar met een enorm en majestueus voorkomen. Hij barst uit de aarde met een immense stam waarop honderd jaar oude toppen leven die zijn goede gezondheid laten raden´. De boom heeft een doorsnede van 7.5 meter. Zou dat betekenen dat deze boom dan al 750 jaar oud is?

De bomen die wij zien zijn minder dik, maar zeker al ruim bejaard met hun knoestige stammen en kronkelende takken. Bomen van vier, vijf jaar en ouder geven de goede olijven. In deze oude boomgaarden zie je nauwelijks irrigatie, het leven gaat hier z’n gang en er wordt (ogenschijnlijk) weinig ingegrepen. De olijven zelf variëren in kleur van groen tot zwart. Het rijpingsproces begint eind september wanneer de olijven langzaam van groen, naar bruin tot helemaal zwart in december verkleuren.

Daar zijn dan eindelijk ook de olijven

Even later zien we een klein zwijntje. Geen Iberische variant, maar een heus wild zwijntje, un pequeño jabalí. Niet echt vreemd, want we zien ook heel veel sporen en omgewoelde aarde. Het lijkt of dit kleintje een beetje verdwaald is of de groep is ergens van geschrokken en is er (te) snel vandoor gegaan. Een beetje avontuurlijk vind ik het wel. Tenslotte is dit een jong en je weet maar nooit waar moeders toe in staat zijn, toch? We zien echter geen enkel ander beest terwijl we onze wandeling vervolgen.

Een heus wild zwijntje op ons pad (RK)

Ondertussen zijn we in het dorpje Santa Ana la Real aangekomen. Dit moet één van de natste gebieden van Spanje zijn met een gemiddelde regenval van 1100 mm per jaar. Het is te zien aan de enorme bomen waar het mos zich haast fluweelachtig om de stammen en takken heeft gedrapeerd.

Veel mos (RK)
Als fluweel om de bomen…… (RK)

Het plaatsje heeft in 1571 de ‘dorps-status’ gekregen van koning Fernando VI, maar tijdens de 17e eeuw verhuisden de meeste inwoners vanwege honger en slechte levensomstandigheden. Nu lijkt het weer wat levendiger, er wordt in ieder geval flink gerenoveerd.

De hoofdstraat in Santa Ana de Real

We lopen langs een prachtige oude wasplaats waar de Moorse invloeden duidelijk zichtbaar zijn. Een paar stappen verder is de lokale bar en hoe leuk is het dan om even te genieten van een lokale koffie temidden van oude mannetjes en andere lokalen (meestal mannen) die hier hun nieuwtjes uitwisselen. Het is jammer dat we ons niet beter kunnen redden in het Spaans!

Een oude stenen wasplaats

De weg loopt verder langs eeuwenoude kastanjebomen; zowel tamme als wilde kastanjes. Je kunt aan de bladeren, de bolsters en de vruchten zelf zien of je te maken hebt met een tamme of een wilde kastanje. Vroeger hebben we wel tamme kastanjes gegeten, vooral gepoft, maar ze hebben een bijzondere smaak (an aquired taste) die niet voor iedereen is weggelegd. Je moet er zeker niet teveel van eten naar mijn smaak.

De tamme variant (RK)
Veel kastanjes onderweg

We laten het kastanjetoetje dan ook links liggen bij ons restaurantje en gaan voor andere lokale hoogtepunten, zoals de variaties in ham, de koude tomatensoep (salmorejo) en een stoofpotje van kikkererwten en paddestoelen. Deze boerenkeuken is ook zeker niet verkeerd.

Geruime tijd later leunen we zeer voldaan achterover. Het patroon is inmiddels duidelijk. De buurvrouw en ik laten ons heerlijk naar huis rijden, terwijl de mannen de spieren nogmaals spannen om de terugweg lopend te ontdekken. Iedereen dik tevreden!

Een nieuwsgierige ezel onderweg (RK)

CAMINATA Y ALMUERZO EN LINARES

(Wandeling naar en lunch in Linares)

De wandeling van vandaag wordt omschreven als één van de mooiste wandelingen in de streek welke zal eindigen in Michelin sterren restaurant Arrieros, waar ‘je kunt genieten van geuren, kleuren en pure smaken uit de beste keuken in de regio’. Je kunt na de overvloedige lunch thuisgebracht worden door een taxi, maar de bikkels onder ons kunnen natuurlijk ook terug wandelen. Het wordt dan een totale rondwandeling van 13 km met 310 m stijgen en dalen waar zo’n 4.5 uur voor staat. 

Bijzondere paadjes

We starten weer bij het monumentje en lopen nu op een betonweggetje omhoog naar de ‘grote’ weg. Deze weg is niet druk, we zijn hier echt in een afgelegen gebied. De provincie Huelva is één van de minst bezochten gebieden in Andalusië en misschien is juist dat, voor sommigen, haar grootste aantrekkingskracht?

Kaart Andalusië waarop in ieder geval Aracena staat (internet)

Deze provincie ligt tegen Portugal aan in het westen, de provincie Sevilla in het oosten en de Extremadura in het noorden. In het noorden van de provincie komen verschillende bergketens, waaronder de Sierra de Aracena y Picos de Aroche, samen om een heel groot natuurpark te vormen. Dit is het gebied wij verblijven en wat we (een beetje) verkennen. In Huelva heerst het hele jaar door een lekker klimaat, ideaal dus voor een actieve vakantie met mooie wandeltochten. Hoewel Peter Jan en Monica (van ons verblijf) verzuchten dat ze dit jaar al vier keer een hittegolf hebben meegemaakt, treffen we het vandaag met een zonnetje en een temperatuur van zo’n 22 graden.

Het blijft bijzonder…….

Langs de weg zien we meteen al enorme cactussen als stille getuigen van het warme, milde klimaat. Bijzonder! 

Helemaal droog is het niet

Op het moment dat we de hoofdweg weer verlaten verandert het landschap om ons heen. We lopen over zand/steen paadjes met aan weerskanten stenen muurtjes. Het zijn van die los op elkaar gestapelde keien zonder verder enige vorm van ‘cement’. De dehesas (ommuurde weilanden) zijn bijna altijd omheind door deze zogenaamde ‘muros de piedra seca’; zorgvuldig op elkaar gestapelde stenen waar inderdaad geen cement voor wordt gebruikt. Binnen de grenzen van de ‘muros de piedra seca’ scharrelen de beroemde zwarte Iberische varkens (Cerdo Iberico), op zoek naar eikels en nog eens eikels die het vlees (de Jamon Iberico ofwel Pata Negra) een eigen kruidige smaak geven. De muurtjes staan er vast al heel lang gezien de enorme plakkaten mos rondom.

Mooie oude muurtjes aan weerszijden

Naast ‘gewoon’ mos zien we ook veel rendiermos, wat zijn naam dankt aan de vorm van de ‘blaadjes’ die op hertengeweitjes lijken, in de bomen om ons heen. Het bijzondere van deze korstmossen is dat het een indicatie van de luchtkwaliteit is. Korstmossen hebben een hekel aan luchtverontreiniging, dus wanneer je op een plek bent met heel veel korstmos, dan betekent dit dat de lucht er heel zuiver is. Toch mooi om te weten, al twijfelden we daar helemaal niet aan hier. Mos kan ook nuttig zijn tijdens het wandelen. Mos groeit namelijk vooral aan één kant van een boom. In Nederland is dit vrijwel altijd de zuidwestkant van de boom; deze (weer)kant is namelijk het meest vochtig. Dit komt doordat de wind in Nederland vaak uit het zuidwesten waait en doordat de wind ervoor zorgt dat bomen een beetje achterover hangen en zo wordt de noordoostkant beter beschut tegen regen. Dus aan welke kant het mos zit, vertelt je in welke richting je loopt. Hoe dat nu bij ons op onze wandeling zit, wordt me niet helemaal duidelijk. Ik heb het idee dat het mos gewoon rondom de takken groeit. Of misschien is het gewoon zo uitbundig en royaal aanwezig dat dat zo lijkt?

Een detail van het overal aanwezige rendiermos

Hoe dan ook, het is echt een prachtige omgeving.

Omdat ze ons telkens weer opvallen
Deze varkens zijn minder schichtig

Dan zien we opeens een wasplaats voor ons. We zijn aangekomen in het bijna geheel verlaten mysterieuze gehuchtje Los Madroñeros, waar meer katten dan mensen lijken te wonen. In de 19e eeuw telde het plaatsje nog 150 inwoners (meer dan het dorp waar wij in wonen). Daarna raakte het verlaten en in verval, maar eind jaren negentig hebben een aantal kunstenaars en voormalige eigenaren het alsnog geprobeerd te redden van een totale aftakeling. Tegenwoordig worden sommige huizen als vakantiehuis gebruikt.

De wasplaats (RK)
Meer katten dan inwoners? (RK)

Vanaf nu wordt het stijgen en dalen. De paden zijn soms smal en vaak behoorlijk uitgesleten door het regenwater. Het kan hier dus zeker flink regenen! Ons tempo vertraagt behoorlijk, je moet hier goed opletten waar je je voeten zet en hebt met al deze inspanning weinig tijd om goed om je heen te kijken. Af en toe moet je gewoon even stilstaan, even ronddraaien en vooral genieten van de overweldigende natuur om je heen. Veel groen, maar daartussen ook een variëteit aan ander kleuren.

De paden worden smaller (RK)
Naast groen zeker ook andere kleuren (RK)

De vele dehesas rondom worden al eeuwenlang in stand gehouden door de families in de streek en de percelen en perceeltjes gaan bijna altijd over van familie naar familie. De bevolking zelf is eigenaar van de grond en onderhoudt het met de grootste zorg, want de grond levert het dagelijkse eten en daar moet je zeker zuinig op zijn.

Het laatste stuk naar Linares is echt een behoorlijk afdaling over een glibberige, zeer uitdagend pad. Ik moet zeggen dat ik blij ben wanneer we uiteindelijk beneden zijn.

Zeer avontuurlijk pad naar beneden

Linares staat bekend om de aanwezige loodmijnen, het mineraal linariet heeft zijn naam te danken aan deze gemeente. Linariet is een blauw tot lichtblauwkleurig, zeldzaam maar wijdverbreid mineraal. Het is heel gewild onder verzamelaars vanwege de mooie kristallen en de hoge zeldzaamheid. Linarietkristallen komen voor in veel soorten en maten, soms kunnen ze zelfs tot 10 cm lang zijn.

De straatjes in Linares zijn ook steil (RK)

We zijn nog een beetje aan de vroege kant en nemen de tijd om even door het dorpje te dwalen. Bijzonder (en uniek voor Linares) zijn de kasseienstoepjen voor de huizen; de zogenaamde llanos of alfombras, wat zoiets als ‘vloerkleed’ betekent. Bijna ieder bewoner aan één van de zeer hellende straten heeft voor zijn huis een vlak stukje keienterras gecreëerd. Enerzijds omdat het gewoon mooi staat, anderzijds om zo in de avond op een stoeltje buiten te kunnen zitten en deel te nemen aan het belangrijke sociale leven.

Een ‘vloerkleedje

We doen ook snel even wat boodschappen in een klein winkeltje met van alles en nog wat. We redden ons met handen en voeten en een enkel woordje Spaans, hetgeen nogal wat hilariteit oplevert, maar we vertrekken met wat we willen hebben!!

Inmiddels hebben we hebben we ‘ons’ restaurant ook ontdekt. Wat verscholen aan de Calle Arrieros bevindt zich restaurant Meson Arrieros waarover zelfs een lovende recensie is verschenen in de New York Times. Hoe bijzonder is dat? Uit de miljoenenstad New York vliegt een verslaggever helemaal naar Andalusië om uiteindelijk terecht te komen in een restaurant in het nietige, 266 inwoners tellende Linares de la Sierra. Goed eten gaat over alle grenzen heen! Meer dan 20 jaar gelden zijn de eigenaars hier hun restaurant begonnen met gerechten die een mooie weerspiegeling geven van de bijzondere smaken die deze regio rijk is. Groenten en fruit voor de keuken komen uit eigen tuin en er wordt gekookt met de seizoenen. We hebben er zin in!

Een Michelin sterren restaurant voor de lunch

We worden grappig genoeg verwelkomt in het Vlaams. Het meisje in de bediening is vanwege de liefde in deze plaats terecht gekomen en spreekt naast Vlaams ook vloeiend Engels en Spaans. Aan uitleg geen gebrek. Voorzien van een glaasjes witte wijn volgt de uitleg over het menu waarin het Iberische varken uiteraard niet ontbreekt.

Carpaccio van de schouder van het varken
Genieten van ‘de veer’ (pluma) van het varken

Heerlijk, we genieten. Een bijzonder einde van een bijzondere wandeling……althans voor mij. Ik laat me, moe maar voldaan, samen met de buurvrouw heerlijk met de taxi naar huis brengen, terwijl mijn wederhelft de moed opbrengt om samen met de buurman de resterende kilometers in recordtempo naar huis terug te lopen. Het was met recht een fantastische dag!

Enorme aloe vera onderweg

RUTA DE LOS MOLINOS

Een natuurrijke rondwandeling langs ruïnes van oude watermolens, langs de Rio Alájar en door de ‘dehesa’, boomgaarden met oude steen- en kurkeiken, staat op ons programma vandaag. Als bijzonderheden worden verder vermeld dat de markering bestaat uit oranje deksels van blikken hondenvoer waarop een zwarte pijl is geschilderd, het hoogteverschil uit ca 200 m stijgen en dalen bestaat, de totale afstand zo’n 12.5 km bedraagt en dat je dat waarschijnlijk in ongeveer 4 uur kunt wandelen. We gaan het zien!

Alvast een voorproefje (RK)

Het weer zit ons niet helemaal mee. Het is weliswaar niet koud, maar het regent behoorlijk, al zijn de buien afwisselend in kracht en langdurigheid. We besluiten het er toch maar op te wagen. We zijn hier tenslotte om te wandelen, nietwaar? Hier betekent in dit geval het onontdekte Andalusië; in het Parque Natural Sierra de Aracena in de zuid Spaanse provincie Huelva om precies te zijn. Het landgoed Molino Rio Alájar, waar we de komende dagen logeren, ligt verscholen in een ongerept dal van het beschermde natuurpark en is daarmee een ideale uitvalsbasis voor menig wandelaar, vogelliefhebber of natuur enthousiast.  

Vanaf ons terrasje in drogere tijden

Op het moment van vertrek is het droog. Meteen na het monumentje vlak voor ‘ons’ terrein steken we het riviertje over en vlak daarop slaan we rechtsaf, de ‘ruta de los molinos’ op. De komende 3 kilometer lopen we op dit glooiende stenige pad met de Rio Alájar steeds aan onze rechterhand. We zien het riviertje niet echt, we horen hem des te meer. Alle regen van de afgelopen dagen hebben het water in de rivier doen toenemen, waardoor hij nu bruist en buldert diep in het dal beneden ons.

Hier zien we ook een oude ruïne van een watermolen. De meeste anderen zijn eigenlijk bijna compleet verdwenen of overgroeid, maar deze kun je nog wel als zodanig herkennen. De eigenaren van ons verblijf wonen zelf ook in een oude watermolen. Dit vertellen Peter Jan en Monica er zelf over: ‘Het is een Spaanse watermolen, die is anders dan de Nederlandse of Franse watermolen. Bij ons had je het waterreservoir. Dan zet je een deurtje open en stroomt het water over de muur het kanaal in. Dat komt vervolgens in een ronding terecht en stort daarna naar beneden, waar het schoepenrad is. Door de kracht van het water gaat het schoepenrad draaien en bewegen de molenstenen over elkaar. Het functioneert nu niet allemaal meer, want die molensteen is onze eettafel geworden en het waterreservoir het zwembad. Volgens de geschiedenis van dit gebied werd hier in 1750 al begonnen met de bouw van olijf- en graanmolens langs de vele riviertjes die dit gebied doorkruisen. Onze molen, een graanmolen in een bocht van de rivier, is een van de acht molens die door de mensen uit het dorp werden gebouwd. In de oogsttijd daalden ezels en muildieren bepakt met zakken vol graan de berghellingen af. Voordat wij hier kwamen wonen in 1996, was de molen in het bezit van een geitenherder. Zijn ouders waren de laatsten die de molen gebruikten voor de graanpersing. De herder wilde door die persoonlijke geschiedenis natuurlijk niet zomaar afstand doen van zijn land, het duurde dan ook een jaar voordat we tot de koop over konden gaan.’

Het waterreservoir van vroeger is het zwembad van nu

We lopen in een prachtig gebied met veel rode stammen om ons heen. Het blijken kurkeiken te zijn. De provincie Huelva is dan ook bekend vanwege de grote hoeveelheid kurk- en steeneiken en natuurlijk de Iberico varkentjes.

Nog maar net op pad ……..

Steen- en kurkeiken maken deel uit van het typerende Extremeense landschap, de ‘dehesas’, zoals de weilanden die beplant zijn met deze bomen worden genoemd. Extremadura is niets anders dan een gebied met extreem veel eikenbomen.

Het is nat en mistroostig weer (RK)

De varkentjes lopen vrij rond tussen de eikenbomen en eten alleen maar eikeltjes. In januari worden ze geslacht. De hammen zijn niet te vergelijken met die in Nederland, het is absoluut topkwaliteit, heeft een heel andere smaak en wordt wel het wagyu onder het varkensvlees genoemd. Geen wonder dat je dat hier overal op de menukaarten terug ziet! De eikels voeden daarnaast ook honderdduizend kraanvogels die hier elk jaar overwinteren.

Het typerende aan de kurkeik is natuurlijk de kurken schors. Deze is grijsbruin van kleur en krijgt vanaf 4 jaar diepe groeven. Elke 8-9 jaar wordt hun schors gepeld om uiteindelijk als kurk in een wijnfles te eindigen. De kurkoogst is/was een behoorlijke industrie hier. Nu de kurk in de wijnfles steeds meer vervangen wordt door een schroefdop, wordt kurk meer en meer ingezet als een geluiddempend en natuurvriendelijk alternatief voor plafonds, wandbekleding, vloeren etc. Eenmaal ontschorst is de stam van deze boom roodbruin van kleur. Een prachtig gezicht! Helemaal wanneer de zon later (eindelijk) door de wolken breekt en de stammen haast in vlam zetten. Dat is genieten.

De kenmerkende rode stam van de kurkeik (RK)

Steeneiken daarentegen zijn zo’n beetje de sterkste bomen die we kennen. Sommige steeneiken zijn zó hard dat je er geen spijker op een normale manier krijgt ingeslagen. Houthakkers rooien deze bomen vaak met een kettingzaag met diamant in de ketting verwerkt. Goed voor de meubelindustrie. Ondertussen regent het gestaag door. Het pad is rotsig, soms een beetje glibberig, dus echt stevig doorlopen is er niet bij. Hoe mooi de eiken en vooral de kurkeiken ook zijn, veel bescherming tegen de regen bieden ze ons niet. We doen het ermee en hopen dat de regen straks een beetje zal overtrekken.

Oeroude bomen (RK)

Het uitzichtpunt onderweg is indrukwekkend. Wat ben je dan eigenlijk nietig als mens in die overweldigende natuur.

Enorme rotswanden om ons heen (RK)
Wel heel nat…… (RK)

Even later moeten we door een groen metalen hek over het land van een boer. Ik ben stiekem blij dat er alleen paarden in deze wei staan en niet de vervaarlijke stier die op het aangrenzende terrein nieuwsgierig naar ons kijkt. Misschien totaal ongevaarlijk, maar tegelijkertijd ook heel intimiderend. Even later zien we ook de eerste zwarte varkens, cerdos negros. Ze zijn heel schichtig en houden ons nauwlettend in de gaten om snel weg te vluchten bij het minste onraad. Toch speciaal om ze zo heerlijk vrij rond te zien lopen op een groot (heel groot) terrein waarop volop voedsel aanwezig is. 

De varkens die je hier overal ziet (RK)
Overal (rendier)mos betekent heel gezonde lucht (RK)

Eindelijk begint de lucht op te klaren en zoeken we op de vlakte een omgevallen boom voor een stop met water en een broodje. We zijn goed nat geworden en het is toch wel heel prettig om dan even droog en (een beetje) zonnig te genieten van de weidsheid en stilte om ons heen. Je voelt je echt alleen op de wereld.

Genieten van de weidsheid en de stilte
Nietig in het overweldigende landschap

Op de weg terug lopen we langs de andere kant van hetzelfde riviertje. We moeten het ogenschijnlijke stevige bruggetje links laten liggen om verderop door het riviertje naar de overkant te gaan. Een uitdaginkje!!

Een uitdaginkje 😉
Gelukt !! (RK)

Gelukkig bereiken we beiden heelhuids en vooral droog de andere kant en kunnen we omhoog klimmen om het laatste stuk terug te ondernemen. Eigenlijk dezelfde weg als vanochtend. Niet verkeerd omdat het inmiddels heel ander weer is geworden en we dus beter en verder om ons heen kunnen kijken. 

Nogmaals het uitzichtpunt zonder regen

Eenmaal ‘thuis’ wacht ons een heerlijke warme douche en een welverdiend glas wijn. De eerste uitdaging zit erop. Mijn telefoon heeft 16.8 km en 23.437 stappen op de teller, toch wat anders dan 12.5 km. Volgens mijn kenner omdat ik kleinere passen neem, maar een kilometer blijft toch een kilometer?? Vreemd!

We kijken alweer uit naar het volgende wandelavontuur. Morgen een wandeling met lunch naar Linares. Klinkt goed!

Al die kleuren (RK)

Rondom Leek

Knp: 56-55-46-47-54-53-52-51

‘Leren is dingen ontdekken waarvan je niet eens wist dat je ze niet wist.’ Dit citaat van de Amerikaanse hoogleraar en schrijver Daniel Boorstin geeft het sentiment van de wandeling van vandaag goed weer. We lopen namelijk rondom Leek, een dorp waar we toch wel (bijna) alles over denken te weten. De realiteit is anders……….

We starten bij het kunstwerk aan de Kerkweg. Een herdenkingsmonument bestaande uit 32 zwarte balken van metaal die op elkaar liggen en verspringen, waardoor een V-vorm ontstaat. Deze vorm staat symbool voor verzet en vrijheid. Door een aantal onprettige voorvallen in Leek werd in het begin van de jaren tachtig het ‘Jongerencomité tegen Fascisme’ opgericht. Doel was de jeugd te weerhouden van discriminerende acties en voorlichting te geven over rechten en plichten in een democratische rechtsstaat. Vanuit dit Jongerencomité werd begonnen met het jaarlijks organiseren van een Dodenherdenking in Leek op 4 mei. Daarbij werd een centrale herdenkingsplaats gemist. De gedachte aan een herdenkingsmonument was geboren. Het monument moet dus ook waarschuwen tegen fascisme en discriminatie. Dat wordt uitgedrukt door de vorm en de plaats, want ‘de zwarte balken buigen zich eerst beklemmend over de aanschouwer heen, maar gaan halverwege over in ‘vleugels’ die wijd open de lucht in steken. Het monument is nadrukkelijk aanwezig in de omgeving; een daad van verzet.’

Voor verzet en vrijheid

Voor verschillende huizen zien we hier de zogenaamde ‘Stolpersteine’ (struikelstenen). De kunstenaar noemt ze Stolpersteine omdat je erover struikelt met je hoofd en je hart en je moet buigen om de tekst te kunnen lezen. Deze stenen herinneren in dit geval aan de Joden die hier hebben gewoond en zijn weggevoerd. Tijdens WOII zijn er 72 joden weggevoerd uit Leek, waarvan 62 mensen bij een razzia op Sjabbat-avond 27 november 1942 werden opgepakt. Van hen kwam slechts één vrouw uit de kampen terug. Op 27 november 2021 werd in de rozentuin van Nienoord een zaailing geplant van de Anne Frankboom.

Struikelstenen

Onze weg loopt langs de Leekster Hoofddiep richting Zevenhuizen. Leek is genoemd naar het grensriviertje dat hier in de buurt loopt. Toen er van de dorpen Leek en Nietap nog geen sprake was, vormde dit veenriviertje een hindernis die genomen moest worden om van het Noordenveld in het Westerkwartier te komen. Tussen Leek en Nietap was een nauwe doorgang in het veenriviertje, waar je via een doorwaadbare plaats (een voorde) van het hoogveenmoeras bij Nietap naar het laagveen in Leek kon komen. De Leke voerde als regenrivier het overtollige water uit de hoogveenmoerassen af. De Lek, Leke of Leecke, ook ’t Piepke genoemd, is dus de grensbeek, een oude veenstroom, tussen de provincies Groningen en Drenthe. Door het graven van het Leekster Hoofddiep (voor turfschepen) heeft het zijn betekenis voor de afwatering grotendeels verloren. Het Leekster Hoofddiep mondt uit in het Leekstermeer, ook wel het Sultermeer genoemd omdat dit meer tot 1877 in open verbinding stond met de zee en dus zout water bevatte. Grappig detail is dat rondom het Leekstermeer het verhaal van de Leekster Tak opeens opeens naar voren komt. Oorspronkelijk was de Leekster Tak waarschijnlijk een hulsttak met rode bessen. Volgens een legende gingen in de oudheid Germanen al op schaatsen van koeribben naar een vlakbij Leek in het bos gelegen feest- en offerplaats. Daar bewezen zij hun eer aan Ullr, de God van sneeuw en ijs. Op weg naar huis namen zij als talisman dan een hulsttak mee uit het heilige woud die hen moest behoeden voor ongelukken op de terugtocht en de schaarste van de komende winter. Vanaf het midden van de negentiende eeuw tot in de jaren tachtig van de twintigste eeuw konden schaatsers, die over het bevroren Leekstermeer het dorp Leek bereikten, de Leekster Tak halen. Ze deden dit op de terugweg van een schaatstocht vanuit Friesland naar de stad Groningen. Een aantal oude Leeksters (80-90 jarigen) kunnen zich nog herinneren dat vroeger, in plaats van papieren Leekstertakken, nog hulsttakken werden verkocht, die rondom de borg Thedema in Nietap groeiden. Maar toen deze hulstplanten helemaal geplunderd waren door de takkenmakers, werden deze hulsttakken vervangen door papieren kunstbloemen. De tak werd bij de schaatser op de kleding genaaid of op de hoed bevestigd en werd door de schaatsers als een ereteken beschouwd; het was immers geen ongevaarlijke tocht over het Leekstermeer met alle wakken en gaten. Het was echt een felbegeerd souvenir, vergelijkbaar met het huidige Elfstedenkruisje. Bijzonder verhaal!

De Leekster Tak (internet)

Voor onze familie heeft het Leekster Hoofddiep echter een eigen verhaal. We lopen in de voetsporen van (oud)oom Heertze die vanuit hier met rijtuig en paarden naar zijn ontginning ‘Amerika’ ging in de driehoek van de dorpen Haulerwijk, Een en Zevenhuizen. Het plaatsje (buurtschap) is gesticht in 1909 tijdens de ontginning van het grote heidegebied Steenbergerveld en het Eenerveld. Het deel in de voormalige gemeente Norg kreeg de naam Amerika mee. De ontginning van Amerika is grotendeels gerealiseerd door Heertze Jacob Krijthe, geboren 1872 te Oldehove en overleden in 1959 te Nietap. Een halfverharde weg in het gebied wordt ook wel naar hem vernoemd; de Krijthereed. 

Al pratend zien we opeens rechts van ons ‘een juweel in het hart van het Westerkwartier’, de Roomsterborgh. Het statige pand met al haar historische elementen zou zomaar kunnen dateren uit het begin van de vorige eeuw, maar niets is minder waar. Theo Tels ouders hadden een boerenbedrijf op de plaats waar nu de Roomsterborgh staat. Hij nam uiteindelijk het boerenbedrijf over en is tot zijn 28ste boer geweest. Het was voor hem toch niet echt het leven dat hij wilde leven. Lang verhaal kort, Theo begon een bedrijf in landbouwmachines wat heel goed liep, maar waar hij ook niet echt de voldoening in vond. Hij wilde ontwerpen en bouwen. De verkoop van zijn bedrijf gaf hem de financiële middelen om te gaan bouwen op de plaats waar zijn ouders hun boerderij hadden gehad. Een bevriende architect werkte de tekeningen uit. Zo werden de plannen van de Borghoeve werkelijkheid. Het is nu een ontmoetingscentrum, een plek waar kunst, cultuur, theater en muziek samenkomen én waar je fijne gesprekken kunt voeren. Naast de Roomsterborgh staat een complex met 18 huurwoningen, in de stijl van een Limburgse boerenhoeve. De Borghhoeve is, wat de naam al zegt, een schitterende hoeve met privé terrein, prachtige binnenplaats met waterpartij en gebouwd van de hoogste kwaliteit materialen door uitsluitend Noordelijke ondernemingen. Dit alles neergezet door een man met een droom. 

Roomsterborgh

We lopen verder als het ware in een grote boog om Leek heen en zien het dorp groeien met nieuwe wijken zoals de nieuwbouwwijk Oostindie, een ruime, groene en waterrijke wijk aan de zuidkant van Leek. We lopen langs een meertje omgeven door groen en wanen ons beslist niet in een dorp of stad. Dat allemaal ‘op 25 autominuten van het oude stadscentrum van Groningen voor een terrasje of een dag shoppen’. 😉

Kunst in het groen
Mijmeren……
Genieten van een idyllisch plekje

Vanuit Leek naar Tolbert en verder naar Niebert. Het laatste stuk lopen we eigenlijk over het fietspad langs de weg. Beslist minder leuk. Hier hadden we achteraf toch het boekje moeten volgen door ‘bij het handgeschilderde bord ’t Pad linksaf te slaan’, de eeuwenoude verbindingsweg tussen Leek en Marum op. Nu nemen we een kijkje in het witte kerkje van Niebert. Elk nadeel heb z’n voordeel……

De witte kerk van Niebert (RK)

We zien een mooi gelegen wit zaalkerkje op een verhoogd kerkhof dat eind 14e eeuw in opdracht van de abt van Aduard werd gebouwd. Het interieur wordt vooral bepaald door het werk van de Groninger beeldhouwer Caspar Struiwig (1698-1748). In de kerk vind je, naast een prachtig gesneden preekstoel, veel fraai snijwerk op de herenbanken. De zware avondmaalstafel komt uit het Iwema Steenhuis. 

Mooi houtsnijwerk (RK)

Onder de kansel moet een gietijzeren grafplaat uit 1849 liggen met de bekende doodssymboliek: ‘de gevleugelde zandloper die verwijst naar het voorbij vlieden van de tijd, de vlinder als symbool voor de wegvliedende ziel en de slang die zichzelf in de staart bijtend een cirkel vormt (een zgn. ouroboros ). Deze symboliseert de cyclische aard van de natuur, het eeuwige terugkeren en de eenheid van alles.’

Met deze gedachte zijn we aan het einde van de tocht van vandaag. Het Iwema steenhuis, een volgend juweeltje op de route, bewaren we voor de volgende keer!