Knp: 9-7-55-57-65-1-99-98-97-96-93-92
We starten vandaag in Aduard en wel op de Kaakheem. Ik ben wel benieuwd waar die naam vandaan komt en vind als verklaring de volgende betekenis: het erf waar de ‘kaak’ op stond, waarbij de ‘kaak’ de schandpaal was. De straf van de ‘kaak’ en van het brandmerken werden gelukkig in 1854 afgeschaft.
Zoals bekend stond in Aduard ooit de aan Bernard van Clairvaux gewijde abdij Ad Sanctum Bernardum, het rijkste, grootste en beroemdste klooster van het noorden. Alleen de oude ziekenzaal, tegenwoordig de hervormde kerk, is er nog van over. Volgens de overlevering vestigden zich hier in 1192 cisterciënzer monniken omdat de lokale bevolking lichtverschijnselen op deze plek meende te zien. Op zich al een merkwaardig fenomeen, maar dat is niet het enige. Zo’n groot klooster is vaak het onderwerp van vele (volks)verhalen. Voor de meeste volksverhalen geldt het principe: ’niet echt gebeurd, maar wel waar’, want zulke verhalen genereren hun eigen waarheid, aldus de schrijvers van een artikel over dit onderwerp. Ze prikkelen de verbeelding.
De verhalen over vermeende onderaardse gangen van de stad Groningen naar dit klooster zijn waarschijnlijk ontstaan na het verschijnen van de kroniek ‘Vitae et gesta abbatum’ (levens en werken van de abten) uit de 15e/16e eeuw. Hierin wordt vermeld dat de abt van Aduard naar Groningen kon lopen zonder een voet van eigen bodem te zetten. In feite zijn deze gangen vaak rioleringen die vroeger manshoog moeten zijn gemaakt omdat de werkers deze anders niet konden metselen. Archeologisch onderzoek heeft laten zien dat deze rioleringsgangen soms wel 1.68 m hoog waren.
Later, in de Tachtigjarige Oorlog (1568-1648), speelde dit klooster een strategische rol en gingen de bibliotheek en veel andere kostbaarheden verloren. Het klooster werd uiteindelijk gesloopt, maar volgens de verhalen zou de bibliotheek (of tenminste een deel daarvan) samen met de gouden stoel van de abt van de cisterciënzers verborgen zijn in de onderaardse gangen. Sommige paragnosten (helderzienden) geloven dat de kostbaarheden van het klooster verstopt zijn in oude putten, waarvan de restanten nog steeds aanwezig moeten zijn, en dat deze schatten nog altijd niet gevonden zijn. Voer voor speculatie! Of je de verhalen nu gelooft of niet, het verhaal over de gangen in Aduard is springlevend en wordt nog steeds onder de Groningers verteld.
Om je (nog) beter in te kunnen leven in de omstandigheden van toen is er nu een 2 km lange kloosterwandeling, compleet met 3dGPS app, langs de belangrijkste plekken uit de geschiedenis van dit ooit zo grote klooster gerealiseerd. Het logo van de kloosterwandeling heeft de vijfhoekige vorm van de kloosterplattegrond en doet denken aan een middeleeuws wapenschild. We zien verschillende bijzondere zuilen. Grappig is dat ze zo zijn vorm gegeven dat ze recht doen aan de geschiedenis waarover ze vertellen. De torenvorm van de zuilen en panelen verwijst naar de kerkarchitectuur waarin de toren naar de hemel reikt. De handgeschreven Latijnse teksten die in de aluminium panelen op de zuilen zijn geprint, zijn afkomstig uit een exemplaar van de Abtenkroniek van Aduard terwijl de vorm van de tekstpanelen doet denken aan middeleeuwse banieren. De rode kleur op de tekstpanelen en van het cortenstaal van de zuilen verwijst naar de kleur van de bakstenen waaruit het klooster was opgetrokken en de middeleeuwse, met bladgoud bedekte letters in de windvanen bovenop de zuilen (en de M op het kloostermuseum) zijn de beginletters van de getijdengebeden. Volgens de Regels van Sint Benedictus moeten Cisterciënzers monniken acht keer per dag bidden: Metten rond middernacht en vervolgens Lauden, Priem, Terts, Sext, Noen, Vespers en Completen. Hier is echt over nagedacht! Met al deze informatie en wetenswaardigheden zijn we nog niet erg opgeschoten met onze wandeling naar Den Horn. Ondertussen heb ik de app op mijn telefoon gezet, maar de verdere details moeten we toch bewaren voor een andere keer.
Verrassend genoeg lopen we Aduard uit over het fietspad richting Groningen. Wij lopen maar tot Nieuwklap, een buurtschap genoemd naar de nieuwe klap (ophaalbrug) over het Aduarderdiep. Na de aanleg van het Aduarderdiep rond 1400 werd hier een sluis gebouwd. Later werd er, mogelijk met de aanleg van de Friesestraatweg in 1843, de draaibrug de ‘Nieuwe Klap’ gelegd, waar tol werd geheven. In 1938 werd er een vaste ‘hoge brug’ naast gebouwd voor het nieuwe tracé van de Friesestraatweg, waarop de draaibrug werd weggehaald. Een paar jaar geleden heeft de provincie besloten tot de aanleg van een nieuw knooppunt bij Nieuwklap i.v.m. de aanleg van een rondweg om Aduard, die inmiddels is gerealiseerd. Hiervoor is ook weer een nieuwe brug gebouwd omdat de weg een beetje is opgeschoven. De burgemeester van (toen nog gemeente) Zuidhorn vond de vernoeming van de nog naamloze brug naar wielrenner Bauke Mollema een goed idee en zette zich hiervoor in bij de provincie, want Bauke Mollema groeide op in Zuidhorn en fietste tijdens zijn middelbareschooltijd elke dag over de brug. Op zijn website zegt hij zelf over deze dagelijkse fietstocht van twaalf kilometer dat daar het begin van zijn wielercarrière ligt. De burgemeester onderbouwde zijn verzoek als volgt: ‘Wie weet wint hij over twee of drie jaar de Tour. Mensen kunnen dan denken: hee, hier heeft hij altijd langsgereden. De brug past ook goed bij de klimmer Mollema omdat hij zo steil is. Het is niet niks. Het is geen Alpe d’Huez, maar je moet toch wel je best doen om er overheen te komen.’ Heeft de brug hiermee inderdaad zijn naam gekregen? Het wordt me niet helemaal duidelijk, maar het is zonder meer een leuk verhaal.
We lopen onder de brug door en zoeken langs het Aduarderdiep een plekje in de berm voor een kop koffie. In de verte zien we de skyline van Groningen en Hoogkerk met hun kenmerkende gebouwen. Zo dichtbij de stad en tegelijkertijd zo midden in de natuur.
Dit pad is voor sommigen onder ons bekend terrein. Vanuit ons huis is dit een leuke en minder drukke fietsroute naar Peize. Aan het eind, vlak voor de T-splitsing, liggen diverse woonboten. We zijn aangekomen in Nieuwbrug wat eigenlijk uit niet meer dan een boerderij, een huis en een aantal woonschepen bestaat. De naam Nieuwbrug verwijst naar de ‘nieuwe brug’ over het Aduarderdiep die onderdeel vormde van één van de handelsroutes tussen Groningen en Leeuwarden. De brug werd bediend door een brugwachter die ‘passagegelden’ moest innen. Bij het huis heeft vroeger een watermolen gestaan die de polder De Kleine Eendragt bemaalde. In de 20e eeuw was Nieuwbrug vooral een wachtplaats voor schepen die moesten lossen bij de suikerfabriek en papierfabriek De Halm in Hoogkerk. Pas later kwamen hier woonschepen te liggen. Rond 2000 was Nieuwbrug verpauperd en werd dit meer en meer het domein van junks en alcoholisten uit de stad Groningen. De bewoners van de woonboten hadden ook geen gas en elektra. Pas toen ze dreigden een groot dieselaggregaat naar Nieuwbrug te brengen, legde de gemeente hier gas en elektra aan. Dat is eigenlijk nog maar relatief kort geleden. Waterwonen wordt misschien steeds aantrekkelijker?
Wij slaan hier rechtsaf richting Den Horn. De kerk in Den Horn werd in 1863 gebouwd, maar de geschiedenis van de kerk begint eigenlijk in het vlakbij gelegen gehucht Lagemeeden. In de vijftiende eeuw kon de kerk van Lagemeeden een belangrijke relikwie, een gedeelte van de arm van de heilige Margaretha, bemachtigen, waardoor het een bedevaartsoord zou worden. Het kopen van een relikwie was alleen voor de rijkere kerken weggelegd, dus de kerk van Lagemeeden moet wel welvarend geweest zijn. Op het moment dat de kerk van Lagemeeden werd afgebroken was het omliggende dorp al verdwenen. De parochianen van de omliggende streken gebruikten de kerk tot die tijd nog steeds, hoewel de kerk intussen al zodanig in verval was geraakt dat ‘de kerkgangers steeds meer weiland konden zien door de muren heen’. Er moest duidelijk een nieuwe kerk komen, maar de bouwplaats van de nieuwe kerk werd een waar ‘hoofdpijndossier’. Uiteindelijk werd door de Algemene Synode besloten dat de kerk in het midden van de kerkelijke gemeente moest komen te liggen. De plaats van de huidige kerk is dus symbolisch gekozen om te laten zien dat de kerk niet alleen de gemeenteleden uit Den Horn toebehoorde. Van Lagemeeden rest nu alleen nog een eeuwenoud kerkhofje dat via een smal, doodlopend weggetje vanuit Den Horn bereikbaar is. In volksverhalen over deze kerk wordt nog altijd beweerd dat de arm zich daar nog zou bevinden, misschien begraven in een sloot?
Op zich allemaal heel interessant, maar nu weten we nog niets over de heilige Margaretha. In de kerk hangt gelukkig een icoontje met haar afbeelding inclusief een verklaring eronder. Sint Margriet (de heilige Margaretha of de heilige Marina) was een dochter van een heidense priester in Pisidië (waar tegenwoordig Antalya ligt in Turkije). Ze werd opgevoed als christen en ook na haar gedwongen huwelijk weigerde ze haar geloof op te geven. Toen ze niet aan de heidense goden wilde offeren, werd ze opgesloten en gemarteld. Al deze gruwelijkheden overleefde ze (natuurlijk) ongeschonden. Vervolgens openbaarde de duivel zich in de gedaante van een gevaarlijke draak die haar verslond. Zij maakte echter een kruisteken in zijn buik, waarop het beest uit elkaar barstte en zij, ook nu weer, ongedeerd bleef. Sint Margriet wordt altijd afgebeeld met een draak aan haar voeten. Ze is één van de ‘veertien heilige helpers’, omdat ze wordt aangeroepen bij ziektes en kwalen. Ze is de patrones van voedsters, verpleegsters, vroedvrouwen en nierpatiënten en wordt aangeroepen bij barensweeën en zwangerschap (wegens haar ontsnapping uit de buik van de draak) en onvruchtbaarheid. Merkwaardig toch dat ik nog nooit van haar heb gehoord ;). Sinds 1981 heeft de kerk een multifunctionele bestemming.
Langzamerhand naderen we het einde van de tocht. Aan de andere kant van het dorp slaan we af richting Oostwold. We lopen over een smalle weg door de weilanden richting het Hoendiep. Om ons heen wordt druk gewerkt. Grote landbouwmachines maaien het gras terwijl hazen angstig met reuze sprongen over het land wegvluchten. Ik wist wel dat een haas in een leger leeft, maar had me niet gerealiseerd dat een haas meerdere van deze legers maakt die worden gebruikt afhankelijk van de richting van de wind. Een haas gaat ook nooit rechtstreeks naar een leger toe maar maakt een omweg door grote sprongen te maken, waardoor eventuele vijanden op een dwaalspoor worden gebracht. De grote, snelle, lawaaierige machine wordt hier zeker als vijand gezien. Ik geloof dat ik nog nooit zoveel hazen op het land bij elkaar gezien heb.
Hoewel dit niet echt een bijzondere wandeling was qua omgeving, waren de verhalen onderweg zeker de moeite waard. We leren op deze manier heel wat meer over onze directe omgeving.






