COULISSELANDSCHAP

Nieuwe doelen, nieuwe uitdagingen. We hebben voor eind september een NS wandeling gepland met vrienden. Aan ons om te beslissen, gezien mijn wandelervaring, hoe lang die wandeling dan moet worden. Tot nu toe hebben we vooral ‘ommetjes’ gelopen van rond de zes kilometer, hetgeen me langzamerhand steeds gemakkelijk afgaat. Het is daarom tijd om de lat iets hoger te leggen. Omdat het internet ons laat zien dat de kortste NS wandeling al dertien kilometer bedraagt, betekent dat voor ons (mij) wel dat we echt moeten gaan plannen en trainen.

Op onze zoektocht naar leuke ‘oefenwandelingen’ valt ons oog op een ca 11 kilometer lange wandeling rond Sellingen die een ‘fijne kennismaking met het halfopen coulisselandschap van Westerwolde’ moet zijn. Volgens de beschrijving vind je hier lage graslanden, bosjes, houtwallen en hogere essen (met mest opgehoogde akkers die vroeger rondom dorpen in het zandlandschap te vinden waren), waar zandwegen en vlonderpaden zich kronkelend doorheen slingeren waardoor je steeds een andere kijk op de omgeving krijgt. Klinkt beslist goed, maar wat maakt een coulisselandschap nou zo bijzonder? Een coulisse is eigenlijk een onderdeel van een toneeldecor aan de zijkant van het toneel. Het is dat onderdeel waar de spelers achter vandaan het toneel opkomen. Een coulisselandschap is dan een landschap wat door beplanting en bebouwing het karakter van zo’n toneel met coulissen heeft. Tijdens een wandeling zie je achter de kenmerkende houtwallen en heggen landschapselementen verdwijnen en even later weer tevoorschijn komen. Dit type landschap is ontstaan door kleinschalig grondgebruik. Rondom beken is de zandgrond heel nat, dus dat was een ideale plek voor  de boeren om vroeger hun vee te laten grazen. Om het vee niet af te laten dwalen werden deze weiden dan omzoomd met de bovengenoemde houtwallen en heggen.

We beginnen onze wandeling in het esdorp Sellingen (gemeente Westerwolde) in de meest zuidelijke ‘punt’ van Oost Groningen. Deze gemeente bestaat uit een smalle zandrug die van Ter Apel tot Blijham loopt in wat oorspronkelijk het grootste moerasgebied van noord-west Europa was, het Bourtanger Moor of Bourtangerveen. De wandeling begint midden in het dorp met de rug naar het gemeentehuis en het oog op een heel aantrekkelijke woonwinkel annex cafe. De verleiding is te groot, we nemen alvast een voorschot op onze prestatie met een kop koffie en huisgemaakt vers appelgebak. Is dat wel een goed idee?

hervormde-kerk-sellingenMonniken en nonnen (foto: internet)

Lekker warm en rozig lopen we een half uurtje later over het kerkpad richting kerk. De vroeg gotische NH kerk dateert waarschijnlijk uit de 14e eeuw. Opvallend is het dak boven het koor wat bedekt is met holle en bolle pannen, ook wel, hoe toepasselijk, monniken en nonnen genoemd. We laten de kerk voor wat het is, we zijn tenslotte nog maar net van start gegaan.

201909-SellingenRiepko-Krijthe40Holle Beetse Vennekampen (foto: RK)

Net buiten het dorp lopen we al in het natuurgebied De Holle Beetse-Vennekampen. Dit landbouwgebied van oorsprong zou in de jaren 70 veranderen in een militair oefenterrein (het plan Kikkert), maar hevige protesten van de dorpelingen wisten het tij te keren. Nu is het dus een prachtig natuurgebied met vlonderpaden voor wandelaars, volop natuurschoon en een waar paradijs voor vogels- en bloemenliefhebbers. Althans dat vermeldt het informatiebord. Wij zien weliswaar niet veel vogels noch bloemen, maar verder is het ontegenzeggelijk een mooi gebied om te verkennen.

Als we het natuurgebied verlaten lopen we langs de provinciale weg naar Laude waar een groot vervallen gebouw uit 1938 onze blik vangt. Dit blijkt de coöperatieve melkfabriek van Sellingen en omstreken. Hier werd o.a. het ‘Lauder kaasvat’ geproduceerd, een kaasmal van kunststof waarin veel gemakkelijker kaas kon worden gefabriceerd. Van 1961 tot 1976 werden de Edammer kazen met behulp van deze vaten gemaakt. De productie van kaas werd daarna verplaatst naar Ter Apel. Plannen om de fabriek weer in gebruik te nemen voor de verwerking van geitenmelk bleken niet haalbaar. Dit jaar heeft de fabriek wel een nieuwe bestemming gekregen, maar moet eerst nog grondig, gedurende enkele jaren, gerestaureerd worden.

201909 SellingenRiepko Krijthe33-bewerktRuiten Aa Kanaal (foto: RK)

Meteen na de fabriek gaan we richting het Ruiten Aa kanaal. Dit kanaal is een eeuw geleden gegraven om de wateroverlast, ontstaan door de ontginning van het moeras, tegen te gaan. Tot de Tweede Wereldoorlog gebruikte de scheepvaart het kanaal voor de aanvoer van kunstmest en de afvoer van aardappelen. Nu is het er stil.

201909 SellingenRiepko Krijthe37-Edit.JPGMooie omgeving (foto: RK)

We lopen een eindje op een breed zandpad langs het kanaal om dan de weg over een smal bospaadje te vervolgen. Het lijkt wel een soort sluiproute voor de enkele bewoners van dit gebied. Uiteindelijk komen we uit bij de zogenaamde rietfilterplassen, waar grote bossen riet het water uit het kanaal moeten zuiveren voordat het in het natuurgebied Holle Beetse Vennekampen terecht komt. Dit zou eveneens een geweldige plek moeten zijn om verschillende vogels te spotten, maar wij zien alleen schapen in overvloed. Zou dit de plek zijn die Alex Vissering (zanger) in gedachten had toen hij zijn loflied ‘Westerwolle’ schreef? Zinnen als: ‘as ik struun langs knoal of swaalk de bossen deur, as ik n hoavik zug en s nachts de kwaddel heur………’, geven de sfeer goed weer. In het bos links van ons bevindt zich een natuur kampeerterrein waar vroeger de barakken stonden die in de Tweede Wereldoorlog werden gebruikt door de Arbeidsdienst. Hier werd (tevergeefs) geprobeerd om jonge mannen de idealen van het nationaal socialisme bij te brengen.

Ondertussen komt het eindpunt in zicht. We hebben inmiddels al ruim twee uur achter elkaar gelopen en ik zit er behoorlijk doorheen. Zou het verstandiger zijn om in één keer rechtdoor naar het eindpunt te lopen? Hoewel de suggestie aantrekkelijk is, wil ik toch de hele tocht lopen. Geen short cuts! We draaien dus van het pad het weiland in en gaan aan de andere kant verder over de Zuid-es. Even volhouden om toch nog even stil te kunnen staan voor de sokkel zonder standbeeld. Hier hoort het beeld te staan van Heksje Hasje, de legendarische goede heks die Sellingen beschermde tegen boosdoeners.

Hasje [10]Heksje Hasje (sinds 2017 verdwenen- foto internet)

De mythe gaat als volgt: heel, heel lang geleden, toen in Westerwolde alles nog moeras, veen en weide was, leefde hier een heksje temidden van andere heksen, trollen en witte wieven. Dit heksje was erg klein en had altijd koude voeten van het drabbige moeras. Ze was vaak verkouden en niesde daarom ontzettend veel. “Hatsjie, hatsjie”… Al gauw noemden de anderen haar daarom “Hasje”. Hasje besloot om te verhuizen. Ze steeg op haar bezempje en zwierf over de moerassen en het Westerwoud. Opeens zag ze een kleine heuvel met berken en wilgen, een ideale plek! Vanaf die dag stookte ze, als het donker werd, een vuurtje om zich te warmen en om een beetje licht te hebben. De mensen die ’s avonds hun weg zochten over de tangen (zandpaden) door het moeras, zagen het lichtschijnsel en kwamen terecht op Hasje’s heuvel van waar ze de volgende dag hun weg weer terug naar huis konden vinden. Als Hasje echter kwaadwillende mensen zag aankomen, doofde ze haar vuurtje snel, zodat deze mensen verdwaalden met alle gevolgen van dien. Zo ook een rijke koning, die met een kar goud door het moeras reisde. Hasje had vernomen dat hij zijn onderdanen uitgemergelde en zeer slecht behandelde. Toen hij vlak bij de heuvel was, doofde ze het vuur.  Bijna boven zakte de wagen weg, kantelde en zonk vervolgens met koning en al in het moeras. Tot op de dag van vandaag heeft niemand nog iets van het goud teruggevonden! Een wandeling in dit prachtige landschap loont misschien in meerdere opzichten de moeite?

MIDDELSTUM

We starten onze wandeling op een historisch punt waar ooit de ‘schilderachtige borg van de machtige familie Van Ewsum’ stond. Ewsum of De Oort is een voormalige borg (versterkte burcht) bij Middelstum, waarvan tegenwoordig slechts de kenmerkende gevechtsskoepel uit 1472 en één van de schathuizen (van oorsprong veestallen) zijn overgebleven. De borg wordt gezien als het stamslot van de familie Van Ewsum, maar dit is niet helemaal zeker. Wat wel zeker is, is dat de borg voor het eerst wordt vermeld in een oorkonde uit 1371. Een oorkonde (of charter) is een schriftelijke weergave van afspraken, stammend uit de Middeleeuwen, en diende als bewijsstuk voor gemaakte afspraken. Veel oorkonden zijn zo goed bewaard gebleven, omdat zij voor latere eigenaren het bewijs van eigendom van een stuk grond of een recht vormden. 

_DSF4745-bewerkt.JPGGeschutskoepel (foto: IK)

Waarschijnlijk was Ewsum oorspronkelijk een steenhuis, een vroege vorm van een burcht wat eruit ziet als een bijna vierkant bakstenen gebouw met zijden van 9 tot 12 meter lang. Zo’n steenhuis had vaak minstens drie verdiepingen, waarbij de ingang zich altijd bevond op de eerste etage die kon worden bereikt via een trap die weer kon worden verwijderd. Veiligheid bovenal naar een ontstane behoefte ten tijde dat de landadel steeds meer macht en rijkdom vergaarde. Landadel is de adel die actief hun landgoederen beheren of dienstdoen in het leger of het bestuur. De hofadel daarentegen was een groep edellieden die rond het hof verkeerde. De naam Ewsum wordt gezien als een samentrekking van “Ewes heem/heim” (woonplaats), maar volgens de geschiedenis noemde Ewe’s familie zich ‘Ewesma’. Dit is logisch wanneer je je bedenkt dat in Noord-Nederland de uitgangen -ma of -sma vaak aangeven hoe de vader van de naamdrager heet. Zonder verder op de details in te gaan is de betekenis van de ‘patroniem’ (vadersnaam) -ma: iemand van het erf van….., dus zoon of dochter van…… Om de familienaam voor uitsterven te behoeden is er zelfs ooit als huwelijkse voorwaarde afgedwongen dat de bruidegom de naam van zijn bruid (en enig dochter van) zou aannemen. Waarschijnlijk geen probleem, want de familie Ewesma was één van de invloedrijkste Ommelander geslachten van de 14e tot de 16e eeuw. We laten de borg echter even voor wat het is, want er moet tenslotte eerst iets gepresteerd worden ;).

We lopen in een royale boog om Middelstum, waarbij we de kerktoren steeds zien en ook horen alsof we gewaarschuwd worden niet te ver af te dwalen. Middelstum (Gronings: Milnsum), een plaats in de gemeente Loppersum, ligt aan het Boterdiep. Het is niet bekend wanneer Middelstum zelf is ontstaan, maar in 1660 werd het Boterdiep, een belangrijk kanaal voor de trekvaart, doorgetrokken vanaf Bedum naar Kantens via Middelstum. Deze vaarverbinding werd later erg belangrijk voor het dorp, het maakte de ontwikkeling van een oliemolen, een zaagmolen, een zuivelfabriek en een steenfabriek ter plekke mogelijk.

_DSF4711Op het Delpad (foto: IK)

We lopen over een zogenaamd ‘delpad’ (del of delle betekent laagte) langs het Westerwijtwerdermaar. Deze maar (Groningse naam voor een waterloop) is waarschijnlijk een overblijfsel van een in de Middeleeuwen gegraven waterverbinding tussen de rivieren Hunze en Fivel.

201908 Ommetje MiddelstumRiepko Krijthe43-Edit.JPGWesterwijtedermaar (foto: RK)

Onderweg voert de weg ons over een ‘hoogholtje’, de Groningse naam voor een hoge vaste voetbrug, hoog genoeg om schepen te laten passeren. Deze brug ligt er pas sinds 2015. Onno van Ewsum bouwde heel veel eerder (rond1489) een molen, ‘Ol kaast’, aan de ‘dorpskant’ van het Boterdiep. Er moest dus een bruggetje gebouwd worden om de boeren, die met paard en wagen van het land kwamen, de mogelijkheid te geven om met de zakken graan op de schouders over het bruggetje naar de molen te lopen. Dat waren nog eens tijden! Pas in 1855 werd de molen afgebroken en aan de ‘goede’ kant van het water herbouwd, waardoor het bruggetje overbodig raakte en het niet meer werd onderhouden.

_DSF4724Hoogholtje (foto: IK)

Een steile opgang leidt ons over de brug naar de weg richting Toornwerd (Gronings: Doord), een nabij gelegen plaatsje op een deels afgegraven vijf meter hoge wierde. Deze plaats wordt al vermeld in de tiende eeuw als Thornvurd, wat vertaald kan worden als ‘ een met doornen begroeide wierde’. Volgens een begin-19e-eeuws verslag groeiden er toen nog steeds doornen op de wierde en ook nu zien we veel bramen, of vallen zulke struiken niet onder de bedoelde doornen?

_DSF4732-bewerktMet doornen begroeid (foto: IK)

Het eeuwenoude kerkpad, waarop we lopen, vormt de oorspronkelijke verbinding van Toornwerd met Middelstum. Langs dit pad en de ossengang verderop vinden we overal borden met gedichten die ‘het prachtige landschap bezingen’. Deze borden maken deel uit van de ‘Grunniger Toal’ route, een gedichtenroute met bordjes die al weer door mos bedekt raken en met verzen in het ‘Grunnings’ over boerengewoontes en ‘ainzoamhaid’ en meer. Bijzonder, al zijn ze wel overwegend treurig.

201908 Ommetje MiddelstumRiepko Krijthe59-bewerktGrunniger Toal Route (foto’s: RK)

Ik lees dat het geheim van Toornwerd is dat het er zo kalm is, het doorgaande verkeer is met name gericht op wandelaars. Het Oude Kerkpad brengt je vanuit Middelstum met een bruggetje over het Boterdiep naar de Ossengang in Toornwerd. Aan de andere kant slingert het landelijke Doorderpad verder naar Kantens. Het leven is hier, volgens het artikel, nog heel gewoon.

201908 Ommetje MiddelstumRiepko Krijthe65-bewerktBegraafplaats Toornwerd (foto: RK)

Toornwerd is een soort radiaal wierdedorp, dus het is niet moeilijk bij het hoogste punt te komen. Omringd door bossen ligt hier een begraafplaats met in het midden een statige klokkentoren uit 1894. Een grappig detail is dat er in deze toren nog een klok uit 1622 hangt welke is gemaakt door de schoonvader van één van de Ewsum dames. De klok wordt elke zaterdag geluid. Op deze begraafplaats stond ooit ook een kapel, gesticht door iemand van de Ewsum familie (Toornwerd was toentertijd een zelfstandige parochie), maar deze was dermate in verval dat hij in al 1818 gesloopt werd. De kapel werd dan ook niet meer gebruikt omdat Toornwerd bij Middelstum werd gevoegd na de Reductie van Groningen (1594), toen alle andere religies dan het protestantisme werden uitgebannen. De inwoners van Toornwerd moesten nadien over het ons inmiddels bekende kerkpad naar hun nieuwe gebedshuis lopen

_DSF4740-bewerkt.JPGPrachtige bloementuin (foto: IK)

Inmiddels hebben we onze kleine zeven kilometer erop zitten en doemt de borg weer op aan de horizon. Het borgterrein is vrij toegankelijk en bij de theeschenkerij is het heerlijk bijkomen. Nadat we onze dorst gelest hebben, willen we het borgterrein zelf graag verkennen. Tenslotte wordt er gezegd dat je hier 300 jaar geschiedenis kunt aflezen aan het bijzondere tuinlandschap. Lyrisch worden de eeuwenlang gesnoeide majestueuze lindebomen beschreven die daardoor de vorm van immense kandelaars hebben aangenomen. Daarnaast vind je op het terrein een groentetuin, een kruidentuin (waarvan de kruiden gebruikt worden in de theeschenkerij), een boomgaard, een bloementuin en een op de zon gelegen fruitmuur. Alles ingericht volgens de principes van het tuinieren anno 1800. Kon minder 🙂

REITDIEPVEER

Sinds augustus 2014 kun je je per veerdienst over laten varen tussen de sluizen van Aduarderzijl en Schaphalsterzijl. Deze veerdienst over het Reitdiep is het resultaat van een idee om het Nationale Landschap Middag Humsterland te verbinden met het Hogeland. De veerdienst, vooral bedoeld voor fietsers en wandelaars, is vanaf het begin een succes. Het wordt tijd om het ook eens te proberen.

pont-Edit.jpgVertrekpunt Schaphalsterzijl (foto: RK)

Vanwege de vertrektijden komt het ons beter uit om vandaag in Schaphalsterzijl te beginnen. Schaphalsterzijl (Gronings: Schaphalsterziel) is een gehuchtje in de gemeente het Hogeland. Het is genoemd naar de aanwezige ‘zijl’ (sluis) dat ligt op de plek waar het Winsumerdiep uitmondt in het Reitdiep. De sluis zelf is weer vernoemd naar een nabije bocht in het Reitdiep dat als de Schapehals bekend staat. Dat moet wel een nauwe, smalle bocht zijn. Tegenwoordig heet dit meest westelijke stuk van het Winsumerdiep officieel geen Schapehals meer, maar er bestaan nog steeds diverse anderen wateren in Groningen die de toevoeging ‘hals’ in zich dragen. Denk maar eens aan de Katerhals bij Niekerk, het Hondhalstermeer bij Wagenborgen of het Katerhalstermaar bij Garrelsweer.

_DSF4658-bewerkt.JPGHerinneringen Tachtigjarige Oorlog (foto: IK)

De Schaphalstersluis bestaat al sinds 1459. De oorspronkelijke sluis, gebouwd van hout, werd ten noorden van de Schapehals gebouwd om het er vlakbij gelegen Winsumerzijl niet meer voldeed voor het steeds groter wordende achterland. In 1539 werd er beschoeiing aangelegd bij de sluis en in de Tachtigjarige Oorlog (1568-1648) werd hier door de ‘staatsen’ een schans gebouwd. De Staatsgezinden waren een groep opstandelingen tegen het Spaanse gezag, geleid door de Staten Generaal van de Nederlanden (vandaar de naam). De stad Groningen stond in de jaren 1580-1594 aan de kant van de Spaanse koning Filips II en het Groninger land en Drenthe dienden als uitvalsbasis voor aanvallen van het koninklijke leger in Friesland waar de Staatsgezinden de baas waren, alhoewel de bevolking daar nog niet eensgezind voor de opstand gekozen hadden. Om de toen machtige stad Groningen in handen te krijgen, begon graaf Willem Lodewijk van Oranje met het aanleggen en veroveren van schansen of versterkingen rond de stad, waaronder die van Schaphalsterzijl. De bedoeling was om hiermee de stad voor de aanvoer van voedsel en munitie af te sluiten. Uiteraard verliep het plan niet zonder slag of stoot. Al in 1581 werd de hier betreffende schans veroverd door de Spanjaarden met als resultaat een grote brand in de sluis. De sluis werd vervolgens weer in oorspronkelijke staat herbouwd, wat achteraf misschien toch niet zo’n goed idee was i.v.m. toenemende lekkage. In 1734 werd op dezelfde plaats uiteindelijk een stenen variant gebouwd, waarna de sluis door de jaren heen meerdere malen is gerestaureerd. Boven op de sluis staat een windwijzer met het wapen van het vroegere waterschap Hunsingo. Bovendien heeft de sluis nog een tweetal gargouilles of waterspuwers.

_DSF4674-bewerkt.JPGSluis met waarhuis (foto: IK)

waterspuwer-Edit.jpgWaterspuwer Schaphalsterzijl (foto: RK)

In 2005 werd de sluis voorzien van een modern gemaal, dat grotendeels betaald werd door de NAM. Veel bewoners waren oorspronkelijk tegen de bouw van het gemaal, omdat het het landschap zou ontsieren en niet zou passen bij de bestaande eeuwenoude sluizen. Het gemaal heeft echter als taak de relatieve verhoging van de waterstand, als gevolg door de bodemdaling door de winning van aardgas te compenseren en werd daarom toch een feit. 

_DSF4655-bewerktOever Reitdiep (foto: IK)

Ondertussen ligt het veer klaar voor de tocht en klokslag half vertrekken we richting Aduarderzijl. Langzaam glijdt de boot achteruit over het Winsumerdiep. De ‘maat’ staat op het achterdek om de schipper te informeren over het scheepvaartverkeer net om de bocht op het Reitdiep. De kust is vrij, de boot draait met de neus naar de gewenste richting en ons avontuur kan beginnen. Het dieselmotortje bromt tevreden. De overtocht duurt ongeveer twintig minuten en het is inderdaad volop genieten. De omgeving is prachtig, alles werkt mee om ons een zo aangenaam mogelijke tocht te bezorgen. De lucht is overwegend stralend blauw, de aardappelen staan nog volop in blad waardoor die stukken land er frisgroen bijliggen en ook het aanwezige graan wuift goudgeel in een licht briesje. De oevers zijn dicht begroeid met berenklauw. Misschien een gevaarlijke plant, vooral het sap, maar desondanks prachtig om te zien.

xxx.JPGAduarderzijl met waarhuis (foto: IK)

Veel te snel zijn we aan de andere kant, bij het Aduarderzijl (Gronings: Auwerderziel). Meteen naast de sluis staat het oude waarhuis (waren betekent bewaren, bewaken), waar vroeger de sluiswachter woonde. Het oudste gedeelte dateert uit 1680 en het voorhuis uit 1706. Het waarhuis was vroeger eveneens één van de vier, één op elke vijf huizen!, tapperijen van het gehucht. Schippers moesten hier vaak lange tijd wachten voordat ze door de sluis konden, vandaar dat een tapperij een welkome afleiding bood. Het eigenlijke dorp ligt iets ten zuidwesten van de sluis en het jachthaventje inclusief camping weer iets ten zuiden daarvan.

_DSF4543511920190727.jpgAanleggen in Aduarderzijl (foto: RK)

De veerpont legt aan bij de jachthaven. Passagiers kunnen aan deze kant gebruik maken van de rustgelegenheid ter plekke voordat ze hun reis vervolgen. Er kunnen maximaal twaalf mensen mee aan boord en ons is van te voren verteld dat we mogelijk een ronde moeten wachten wanneer er teveel wachtenden op de pier staan. In geval van ‘extreme’ drukte is er zelfs gezorgd voor een ticket machine opdat er geen schermutselingen ontstaan over wie wel of niet mee mag varen. Er wordt niets aan het toeval overgelaten. Gelukkig kunnen we meteen mee terug. Om exact het hele uur draaien we in het Aduarderdiep om onze terugreis te aanvaarden.

_DSF4664-bewerkt.JPGOnderweg (foto: IK)

Aduarderzijl ontstond kort na 1285 toen de monniken van het klooster van Aduard het Aduarderdiep lieten graven om een verbinding te maken met het Reitdiep en daarbij een sluis aanlegden. Deze sluis diende onder andere voor de afwatering van gebieden vlakbij de stad Groningen op het Reitdiep, dat tot het eind van de 19e eeuw in open verbinding met de zee stond. Aduarderzijl was door haar positie vroeger van strategisch belang. Ook hier is in de Tachtigjarige Oorlog een schans gebouwd, die kort daarop door de Spanjaarden werd veroverd. In 1672, tijdens de Hollandse Oorlog, beter bekend als het Rampjaar, vormde de sluis een onderdeel van de waterlinie ten noordwesten van Groningen. Bij de aanval van Bommen Berend (bischop van Munster) werden alle 17 zeesluizen open gezet om het hele Reitdiepgebied onder water te zetten, zodat de stad niet vanuit het westen kon worden aangevallen. Een bekend Nederlands gezegde beweert dat ‘het volk redeloos, de regering radeloos en het land reddeloos’ was toentertijd. De huidige stenen sluis werd in 1706 door het waterschap gebouwd en had oorspronkelijk drie deuren: ebdeuren voor het binnenhouden van het water voor de landbouw en scheepvaart bij laagwater, vloeddeuren voor het keren van zeewater bij vloed (werden door de druk dichtgedrukt) en stormdeuren die bij stormvloed werden gesloten ter extra veiligheid.

Eenmaal op het Reitdiep gaat ineens de motor uit. De gemeente had destijds als eis gesteld dat het project ook duurzaam moest zijn. Als de wind niet te hard waait, kan de boot elektrisch verder varen. Zo’n stilte voegt beslist iets toe, je bent je nog meer bewust van de omgeving waarin je vaart. Om het veer nog aantrekkelijker te maken zijn er wandelingen en fietsknopen die de veerpont onderdeel maken van. Het is de moeite van het ontdekken waard.

NUUSMER RONDJE

Deze keer een korte wandeling, vooral om onze nieuwe schoenen in te lopen. Je wilt immers niet midden in de weilanden staan met voeten vol blaren en tenen die in brand staan? Niet dat het zo’n vaart zal lopen. Volgens iemand die het kan weten (Nederlands letterkundige) is het met nieuwe schoenen net als een nieuw idee; je hebt er in het begin meer last dan gemak van. Daarentegen beweert Marilyn Monroe dat als je een meisje de juiste schoenen geeft, ze de wereld kan veroveren. Wij gaan in dit geval maar uit van het principe dat nieuw een synoniem is voor juist. 😉

_DSF4599-bewerkt.JPGNieuwe schoenen (foto: IK)

De keus valt op Nuis (Gronings: Nuus), een dorp met een kleine 750 inwoners onder de rook van Marum. De naam komt verrassend genoeg van ‘nij huis’ (nieuw huis) wat verbasterd is tot Nuis. We starten vlakbij de Coendersborch. De huidige borg is gebouwd in 1813, zoals duidelijk te zien is op de voorgevel van het gebouw. De historie van de Coendersborg gaat echter terug tot de zeventiende eeuw. De borg lag en ligt in een landschap waar door de veenwinning een zogenaamde opstrekkende verkaveling is ontstaan. Dit vormt een landschap dat wordt gekenmerkt door strookvormige percelen die evenwijdig aan elkaar in dezelfde richting lopen. Al vanaf het begin van de Middeleeuwen vestigden zich hier de eerste bewoners op zandruggen temidden van een uitgestrekt veenmoeras. Naast de ruggen verbouwden de boeren voornamelijk rogge en boekweit op het hoog liggende land. Op deze hogere delen werden de landbouwpercelen traditioneel van elkaar gescheiden door houtsingels of houtwallen. Deze singels werden aangelegd om te voorkomen dat het vee naar naastgelegen percelen liep. Ze bestonden doorgaans uit een greppel met aan beide zijden een bomenrij, meestal elzen. Ook doornige struiken zoals meidoorn en sleedoorn waren geschikt als veekering. De houtsingels fungeerden tevens als bron van geriefhout voor het maken van meubels, huizen en gereedschappen. Het lager gelegen land, wat uitliep op het veenmoeras of op de heidegronden, werd gebruikt als gras- en hooiland. Op de heide graasden schapen, die weer mest leverden voor het bouwland. Het veen werd afgegraven, gedroogd en als brandstof gebruikt. 

_DSF4597-bewerkt.JPGCoendersborch (foto: IK) 

Deze streek kende, net als elders in Groningen, een aantal belangrijke boerenfamilies. Uit de heerden Fossema, Harckema en Heringhe ontstond de Coendersborch. Heerden zijn boerderijen in Groningen. Met de heerd wordt eigenlijk de haard, de stookplaats (heerdstede) bedoeld, maar in de loop van de geschiedenis werd met de term heerd de gehele boerderij en de bijbehorende landerijen aangeduid. Ludolf Coenders, raadsheer in Groningen, wilde de bijbehorende venen ontginnen, maar hij kwam daardoor in conflict met de heer van Nienoord, Georg Wilhelm von Inn- und Kniphausen. Coenders liet de turf namelijk via Friesland afvoeren, terwijl de heer van Leek vond dat dat via zijn kanalen moest gebeuren. Dit conflict leidde in 1668 zelfs tot een veldslag tussen manschappen van Coenders en die van Nienoord. Tot zijn schande verloren de mannen van Von Inn- und Kniphausen deze strijd. Waarschijnlijk heeft Ludolf Coenders de oude Fossemaheerd daarna verbouwd tot een bij een edelman passend buitenverblijf, want in 1699 was er al sprake van een borg. In de eeuwen daarna raakte de oude borg langzaamaan in verval en werd in 1813 tenslotte vervangen door de huidige Coendersborch. In 1956 werd het landgoed verkocht aan de Stichting het Groninger Landschap.

We passeren de borg, lopen langs een paar grote boerderijen en slaan af naar de Oudeweg, een onderdeel van de Middeleeuwse verbindingsweg tussen Marum en Tolbert. Zowel de Coendersborch als het Iwema Steenhuis in ‘bijna-tweelingdorp’ Niebert liggen aan dit historische pad. Nuis en Niebert liggen zo dicht bij elkaar dat ze sinds 2011 ook een gezamenlijke vlag en wapen hebben. De golvende lijn door het midden symboliseert het belang van het kanaaltje het Oud Diep voor beide plaatsen. Op de rechterhelft vind je het wapen van de familie Fossema (Fossemaheerd), t.w. drie schuin geplaatste vissen. De linkerkant beeldt het wapen van de familie Iwema (steenhuis) uit, bestaande uit een gekroond hart doorboord door twee gekruiste pijlen. 

_DSF4631-bewerkt.JPGVlag Nuis-Niebert (foto: IK)

We steken de hoofdweg over en vervolgen onze weg over ‘Mienscheer’. De naam van de weg verwijst naar het vroegere gebruik van het gemeenschappelijk weiden van vee. ‘In mienscheer’ betekent letterlijk ‘in gemeenschap’. We lopen recht op de A7 af en zien een bekend tankstation opdoemen. Grappig om zo aan de andere kant te lopen. Gelukkig draaien we met de snelweg mee naar rechts en even verderop zien we aan een even welbekend bordje dat het tijd is om het weiland in te gaan. Het gras is heerlijk kort gemaaid wat heel prettig loopt, al worden die uitbundig groeiende bermen tegenwoordig lyrisch beschreven als ‘restaurants voor dieren’. Volgens natuurorganisaties betekent maaien dat vlinders, eitjes, rupsen en andere insecten het loodje leggen. Als insecten verdwijnen, krijg je een stil landschap, aldus de deskundigen. Ze zijn wel voor het maaien van bermen, want als je dat niet doet, krijg je uiteindelijk veel minder bloemen, maar het maaien moet gefaseerd en niet allemaal tegelijkertijd.

_DSF4616-bewerkt.JPGPetgat (foto: IK)

Via nieuwe klaphekjes lopen we rond een petgat. Ooit van gehoord? Een petgat of een trekgat is een water dat is ontstaan door het uitbaggeren van veen voor de winning van turf. De zogenaamde ‘baggerbeugel’ (een soort schepnet met een lange steel) werd vanaf de 16e eeuw gebruikt bij het winnen van turf onder de grondwaterspiegel. Tussen de petgaten lag een legakker, een smalle strook land waarop de turf te drogen werd gelegd. In perioden van droogte werd het water uit zo’n petgat gebruikt als drinkwater voor het vee. Er zijn veel grote plassen in veengebieden ontstaan uit deze petgaten doordat soms de legakkers ook werden weggebaggerd of doordat stormen de legakkers wegsloegen. De Weerribben en ook het Paterswoldsemeer zijn voorbeelden van watergebieden met deels nog aanwezige petgaten.

_DSF4618.JPGGedenksteen Kamp Nuis (foto: IK)

Terug in Nuis zien we een gedenkbeeld voor Kamp Nuis. Tijdens WOII (vanaf 1941) was het een kamp van de NAD, de Nederlandse Arbeidsdienst. Na de oorlog werden hier collaborateurs gevangen gezet en weer later deed het dienst als jeugdgevangenis. Van 1951 tot 1964 was het kamp in gebruik voor de opvang van Ambonese ex-KNIL militairen en hun gezinnen. Na 1964 werd het kamp werd gesloopt en tegenwoordig is op dezelfde plek het Noordelijk Archeologisch Depot (NAD) gevestigd.

_DSF4646-bewerkt.JPGHervormde Kerk Nuis (foto: IK)

Aan de overkant van de weg staat de hervormde kerk van Nuis. De kerk is een middeleeuwse zaalkerk uit de 13e eeuw. Een zaalkerk is een rechthoekig kerkgebouw dat eenbeukig of eenschepig is, waarbij de beuk (of het schip) de langgerekte ruimte is die meestal in west-oost richting loopt. Deze grotendeels in romanogotische stijl gebouwde kerk, een stijl die zeer weinig voorkomt in deze streek, ligt op een wierde en is beeldbepalend voor het dorp.

In de kerk hangen twaalf opvallende ruitvormige rouwborden. Deze rouwborden werden vroeger gemaakt na het overlijden van jonkers en edelvrouwen. Eigenlijk horen deze rouwborden niet in Nuis, maar in Beesterzwaag. Ze zijn een herinnering aan enkele leden van de Friese grietmanfamilies Fockens en Van Teyens. Een grietman (letterlijk: hij die daagt) is de voorloper van de tegenwoordige plattelands burgemeester. Eind 18e eeuw moesten op last van de Bataafse regering alle adellijke symbolen uit openbare gebouwen verwijderd worden. De rouwborden, die tot dan toe in de kerk van Beetsterzwaag hadden gehangen, werden opgeborgen in de Coendersborch en twee eeuwen later zijn de borden op deze manier het eigendom van de kerkvoogdij van Nuis geworden.

_DSF4623.JPGIwema Steenhuis Niebert (foto: IK)

Om het verhaal goed af te sluiten, maken we nog een uitstapje naar het Iwema steenhuis in Niebert. Het steenhuis dateert uit omstreeks 1400 en is het enige overgebleven steenhuis van de ongeveer 160 steenhuizen die ooit in de provincie Groningen stonden. Steenhuizen dienden vroeger als toevluchtsoord voor de Groningse adel. In de Middeleeuwen werd de adel steeds rijker. Ze wilden daarom een veilige plek om naar toe te kunnen gaan in onrustige tijden. De naam verwijst naar de familie Iwema die er oorspronkelijk woonde. Deze familie behoorde niet tot de Groninger adel, wat mogelijk verklaart waarom het steenhuis nooit is uitgegroeid tot een borg. 

Sinds 1988 is het steenhuis in bezit van Het Groninger Landschap. Het huis zelf wordt nog steeds bewoond en is niet toegankelijk voor publiek. Achter het huis is, in de schuur, het museum ’t Steenhuus gevestigd wat absoluut de moeite van een bezoekje waard is. Hier kun je een authentieke bakkerij compleet met winkel bezichtigen evenals een meidenkamer, een huiskamer, een complete schilderwerkplaats en zelfs een schooltje, een kapperszaak en een cafeetje. Een geweldig inkijkje in het leven aan het begin van de 20e eeuw, herkenbaar uit grootmoeders tijd.

_DSF4462501220190720-Edit-1.jpgDe dikste beuk (foto: RK)

In de tuin achter het huis staat een enorme rode beuk, de dikste rode beuk van het noorden. Misschien zijn het meerdere bomen die in elkaar gegroeid zijn, dat noem je dan een boom-boeket, maar het is onmogelijk om vast te stellen of het hier om één of meerdere bomen gaat zonder de boom zelf schade toe te brengen. Wat wel vast staat is dat deze monumentale boom rond de 275 oud is! Leuk om verder te weten is dat een beuk, vooral een rode beuk, status had. Uit 1 op de 10.000 zaadjes van een groene beuk ontstaat een rode beuk, die vanwege zijn zeldzaamheid speciaal en duur was. Een rode beuk in je tuin was dus een teken van rijkdom.

Ondanks dat dit maar een korte wandeling was, was het er wel eentje met veel wetenswaardigheden en ontdekkingen. De eerste ‘inloop kilometers’ zijn gemaakt.

GARSTHUIZEN

Met het lopen van de zogenaamde ‘ommetjes’ leren we heel wat over onze provincie. Deze keer gaan we lopen rondom Garsthuizen (Gronings: Gaasthoezen of Garsthoezen), weer zo’n klein plaatsje waarvan we (althans ik) nog nooit eerder hebben gehoord. Gartshuizen blijkt een klein dorp in de gemeente Loppersum te zijn met zo’n 250 inwoners. Het dorp is omstreeks de elfde eeuw ontstaan in een bocht van de (voormalige) rivier de Fivel. De Fivel is al in de Middeleeuwen compleet dicht geslibd, maar delen van de rivierloop zijn nog steeds te herkennen in tegenwoordige waterlopen. Deze rivier gaf haar naam aan het landschap Fivelingo of Fivelgo. Fivelgo betekent streek (go of gouw) van de Fivel. De streek omvatte o.a. de gemeenten Appingedam, Loppersum, Slochteren en Ten Boer evenals een deel van het Hogeland en een groot deel van Delfzijl.

De naam van het dorp Garsthuizen is waarschijnlijk afgeleid van ‘gers’, het oud Friese woord voor gras. Een ‘gars’ is tegelijkertijd ook een ander woord voor een landmaat; 3 1/2 gars staat gelijk aan een bunder (iets meer dan een hectare). Vroeger lag het dorp temidden tussen de graslanden, dus deze verklaring zou inderdaad heel goed mogelijk zijn. Een andere verklaring is dat ‘garst’ komt van gars- of geestgronden. Alhoewel…… geestgrond is een synoniem voor grondsoort en om precies te zijn staat het voor cultuurgrond bestaande uit duinzand (!) gemengd met klei en/of veen. Heeft er ooit een duinrand bestaan in het noordoosten van Groningen?

We starten onze wandeling midden in het dorp bij de oude begraafplaats. Merkwaardig genoeg zien we vele oude scheve grafstenen, maar geen bijbehorende kerk. Nalezen leert dat de kerk al jaren bouwvallig was en dat de kerk vanaf 1993 al niet meer ‘in functie’ is. Hier is (uiteraard) een heel verhaal aan verbonden. In de tweede helft van de 19e eeuw werden nieuwe grindwegen aangelegd in deze omgeving, waarbij Garsthuizen, tot grote verontwaardiging van de burgers, niet werd aangesloten op dit wegennet. Ze besloten zelf een weg aan te leggen, waarvoor de kerk en de toren werden opgeofferd. De vele oude stenen werden verkocht aan de aannemer in ruil voor het aanleggen van een weg naar Westeremden. Zo kreeg Garsthuizen dus een nieuwe grindweg evenals een nieuwe (kleinere) kerk. De weg bleek een grote aanwinst voor het dorp, van de kerk kon dit niet gezegd worden. De kerk was n.l. slecht gebouwd en vroeg steeds meer onderhoud. De kerkelijke gemeente daarentegen werd steeds kleiner en er werd daarom weinig tot geen geld meer in onderhoud van de kerk gestoken, waardoor kerk en toren steeds verder in verval raakten. In 2009 werd het gebouw nog verder beschadigd als gevolg van een aardbeving. Uiteindelijk bleek restauratie niet meer haalbaar. Wat overbleef en blijft zijn de fundamenten en het kerkhof.

201907 "Ommetje Garsthuizen"Riepko Krijthe8-Edit.jpgMolen ‘De Hoop’ (foto: RK)

We lopen richting molen om daar te ontdekken dat we precies de verkeerde kant opgaan. Eigenlijk maakt het niets uit, we kunnen immers ook het kaartje van de folder volgen en het ‘voetjeslogo’ laten voor wat het is. De molen, uit 1839, werd als pelmolen gebouwd.  Een pelmolen is een type molen waarin vroeger gerst tot gort (en later rijst) gepeld werd door het kaf van de graankorrel te scheiden. Een pelmolen kan pas werken bij ten minste een windkracht vijf. De meeste pelmolens hebben daarom naast pelstenen ook maalstenen, omdat er bij onvoldoende wind voor het pellen nog wel graan gemalen kan worden. Zo ook hier. De molen werd in 1970 uitgeschakeld als gortpellerij door de komst van moderne machines. Door de jaren heen raakte molen ‘De Hoop’ steeds verder in verval evenals de bijbehorende boerderij, maar sinds 1996 is alles weer hersteld zoals het ooit was en wordt de molen/boerderij combinatie nu gezien als het mooist bewaarde complex in de provincie.

201907 "Ommetje Garsthuizen"Riepko Krijthe61.jpgGoudgele graanvelden (foto: RK)

Vlak voor de molen slaan we linksaf een betonpad op. Vroeger liepen hier vele onverharde voetpaden richting naburige dorpen. Mensen liepen van hun huis naar hun werk op de boerderijen rondom. Pas bij de ruilverkaveling in de jaren 1983 tot 1990 zijn veel van deze paden voorzien van een laagje beton. We lopen echt door een akkerbouw gebied met een groot veld zomertarwe rechts en vrolijk bloeiende aardappelplanten links van ons.

_DSF4540-bewerkt.JPGAardappelland (foto: IK)

We lopen onder de Eemshavenweg door en komen langs een picknick tafel inclusief bankjes. Hier schijnt eerder een heel klein boerderijtje gestaan te hebben compleet met boomgaard. Er moeten nu nog twee appelbomen staan van een oud ras met heerlijke appels, maar wij kunnen ze niet ontdekken. Evenmin zien we de drie oude wilgen waar in de vorige eeuw een huisje heeft gestaan. De slinger in de weg (zien we gelukkig wel!) geeft de plaats van het huisje aan, de weg liep om het huisje heen.

201907 "Ommetje Garsthuizen"Riepko Krijthe131-Edit.jpgLangs de suikerbieten (foto: RK)

Even later geeft ons kaartje aan dat we het land in mogen. We lopen langs de suikerbieten deze keer. In het begin nog over een redelijk vlak stuk, maar al gauw lopen we temidden van een welig tierende, wilde bloemenweelde. We zien distels, zuring, kamille, klaver, klaprozen en meer.

_DSF4553Distels (foto: IK)

Hoe oogstrelend ook, we hebben haast moeite om ons staande te houden in deze bonte, kleurrijke, maar ook erg dichte begroeiing. Dit is het gebied van het Startenhuistermaar, één van de vele maren van de rivier de Hunze. De eerder genoemde Eemshavenweg  vormt in feite de scheidslijn tussen de stroomgebieden van de Fivel (ten oosten van de weg) en de Hunze (ten westen). De afwatering van beide rivieren werd regelmatig onderbroken door zand-, klei- of veenafzettingen, waarop het water telkens weer een nieuwe richting koos. Een ‘maar’ is trouwens een Groningse naam voor een waterloop, meestal smalle, ondiepe slootjes, die al eeuwenlang door het landschap stromen. Het gebied rondom deze Startenhuistermaar werd ‘Bonke Bieters Hörn’ genoemd hetgeen letterlijk vertaald ‘botten bijters hoek’ betekent. De bewoners waren hier zo arm dat ze kennelijk op botten moesten kluiven.

201907 "Ommetje Garsthuizen"Riepko Krijthe113.jpgStartenhuistermaar (foto: RK)

_DSF4568-bewerkt.JPGEven ‘spelen’ (foto: IK)

Ondertussen komen we weer uit op de verharde weg en zien we Garsthuizen in de verte alweer opdoemen. Onderweg nog een molen, al is het deze keer een moderne windmolen. Deze nieuwe molen (sinds 2011) kan maar liefst vijfhonderd gezinnen van stroom voorzien. De oude molen had veel minder capaciteit en zet nu in Ierland haar werk voort. Over het hoe en waarom wordt verder helaas niets verteld.

Het verkennen van een nieuw stukje Groningen was wederom genieten, we gaan binnenkort vast weer op stap!