Jacobspad: Wirdum – Wittewierum
‘Pelgrim zijn draait om een avontuurlijke geest en de bereidheid om Gods stem in je leven te ontdekken.’ Tenminste dat was het gevoel bij de allereerste pelgrims toen zij van huis en haard vertrokken en verder liepen dan wat ‘normaal’ was. Pelgrimeren was en is sowieso een fysieke reis, er is inspanning voor nodig. Van etappe naar etappe, van kilometer naar kilometer en soms van blaar naar blaar. Maar pelgrimeren is bovenal ook een spirituele reis, vol lessen. Dat is voor de tegenwoordige ‘pelgrim’ waarschijnlijk meestal anders, maar wat maakt het pelgrimeren nu dan nog steeds zo bijzonder? Ik lees en ontdek dat een pelgrimstocht je bovenal leert dat er geen grenzen zijn. Dat je altijd een beetje meer kunt dan je denkt. Het leert je hoe sterk je kunt zijn, zowel fysiek als mentaal. Als je denkt dat je geen stap meer kunt zetten, als je geen energie meer hebt, haast omkomt van de dorst, als je doorweekt of koud bent en nog een paar kilometer te gaan hebt… een pelgrimstocht leert je dat je het kunt! Het doel is ook niet de eindbestemming, maar het onderweg zijn. Een pelgrimsroute is bovenal een route waarop je wandelend kunt genieten en bezinnen. Mooi toch?
We beginnen in Wirdum bij de kerk en lopen via het ‘dronkemanspad’, wat aangegeven wordt met een lang verticaal bord. Het waarom van deze naam en/of de vorm van het bord wordt mij niet helemaal duidelijk. Er wordt gesuggereerd dat het misschien een grap over dronkenschap is (‘de bordenmaker was dronken…’) of mogelijk verticaal omdat het zo’n leuk bord is voor een kroeg of iets dergelijks en dat het idee is dat een verticaal bord minder aantrekkelijk is om te stelen? Wie het weet, mag het zeggen.
Even verderop lopen we langs een bord waarop staat vermeld dat er aan de overkant in het grasland een tijdelijke erebegraafplaats is geweest voor Canadese soldaten. Het verhaal gaat dat op de middag van 25 april 1945 de gesneuvelde Canadese korporaal Alfred Edwards werd begraven op een tijdelijke begraafplaats in het dorpje Wirdum. Hij was de eerste van in totaal 44 Canadezen die hier een rustplaats vonden. Allen kwamen om bij de strijd om Appingedam en Delfzijl. De graven werden gedolven door gevangen genomen NSB’ers. In het voorjaar van 1946 werden alle lichamen overgebracht naar de erebegraafplaats in Holten. ‘Iedereen wist dat dit zou gebeuren, maar de Wirdumers hadden best nog wel wat langer voor de graven willen zorgen. Toch hebben ze, door op deze wijze de doden te eren, hun grote dank aan de bevrijders kenbaar kunnen maken.’
Bij heel veel huizen zien we ook een speciale (regionale) bevrijdingsvlag wapperen als symbolisch eerbetoon aan de vele slachtoffers die hier in april en mei van 1945 nog zijn gevallen tijdens hevige gevechten tussen de Canadezen en de Duitsers. Op de vlag staan verschillende symbolen: het gemeentewapen, de fakkel van het 4 en 5 mei-comité, de Canadese Maple Leaf en het logo van 80 jaar vrijheid.
We lopen Wirdum uit langs mooie huizen met grachten en steken de Wirdumerdraai over om aan de andere kant verder te wandelen langs het Damsterdiep. De naam komt van de vroegere draaibrug, die in de jaren tachtig van de vorige eeuw werd vervangen door een ophaalbrug. Het is hier prachtig met volop groen, rust en stilte. We zien zowaar een bankje langs het water waar we niet zomaar aan voorbij kunnen gaan. Je moet je momentjes pakken, nietwaar?
Het volgende dorpje op onze weg is Garrelsweer, waar volgens de geruchten de Tachtigjarige Oorlog eigenlijk is begonnen. De Slag bij Heiligerlee in 1568 wordt gezien als het begin van de Tachtigjarige Oorlog met Spanje. Slechts weinigen weten, dat er voorafgaand aan die slag ook al een gewelddadig treffen tussen de beide partijen was. Twee dagen voor ‘Heiligerlee’ vochten de Spaansen en de Staatsen tegen elkaar bij Garrelsweer. Zo schrijft Johan Rengers, die in het begin van de 17e eeuw de machtigste en rijkste jonker van Fivelingo was, hierover: ‘Reeds den volgenden dag (21 mei) rukte hij (Graaf Aremberg van Spaanse zijde) met al zijn troepen en met 6 stukken geschut, die hij in Groningen had gevonden, naar Wittewierum uit, in de richting van Appingedam, waar hij de hoofdmacht van Graaf Lodewijk (broer van Willem van Oranje) gelegerd vond.’ Dit is toch het echte begin van de Tachtigjarige Oorlog? In Garrelsweer weten ze dat zeker :).
Tussen Garrelsweer en Wittewierum ligt natuurgebied Hoeksmeer, een reservaat voor weide-, water- en moerasvogels, bestaande uit graslanden, moeras, een oude kreekloop en een ondiepe plas waar o.a. de kievit, grutto en tureluur voorkomen. De buitenste schil van het gebied is weiland. Hoewel het gras kort gehouden moet worden voor de weidevogels, wordt er pas gemaaid nadat de jonge vogels volwassen zijn. Doordat de graslanden ook bemest worden, zijn er veel wormen en insecten. Ook heeft Natuurmonumenten het waterpeil verhoogd zodat de wormen minder diep in de grond zitten. Er wordt alles aan gedaan om het een waar vogelparadijs te laten zijn. Het doet ons een beetje denken aan de Onlanden. We horen onderweg de kievit, kijken naar de capriolen van een paar grutto’s en zien vooral ongelooflijk veel ganzen. Het blijkt dat hier jaarlijks tienduizenden ganzen overwinteren. Eerder trokken vrijwel alle ganzen in het voorjaar weer weg richting het hoge noorden. De laatste jaren zijn er echter steeds meer ganzen die het hele jaar blijven, zogenaamde ‘overzomeraars’.
Inmiddels zien we het kerkje van Wittewierum al in de verte.
Wittewierum is onlosmakelijk verbonden met de naam van abt Emo. Deze Emo is vermoedelijk omstreeks 1175 geboren bij Westeremden. Hij studeert artes liberales in Orléans, theologie in Parijs en kerkelijk en burgerlijk recht in Oxford. Zijn opvolger abt Menko noemt Emo de meest geleerde man van heel Frisia (de Latijnse benaming voor het land waar in de Romeinse tijd de Frisii of Fresones woonden, dat is het kustgebied van Noord-Nederland). Emo voelt zich aangetrokken tot het kloosterleven en belooft het aftakelende klooster van zijn kinderloze en lastige neef Emo van Romerswerf weer tot bloei te brengen. In 1211 schenken de inwoners van Wierum hun dorpskerk aan kloostergemeenschap Romerswerf. De nog bestaande beroemde kroniek van klooster Bloemhof (door Emo en later Menko) vertelt uitgebreid over het kerkje van Wittewierum en de gebeurtenissen in de regio. Het was vast geen gemakkelijke tijd, want er wordt vooral veel geschreven over oorlogen, ruzies, stormen, natuurrampen, ziektes en misoogsten. Ernestus, een lokale potentaat, was het trouwens niet eens met de schenking van de kerk en wordt door de bisschop van Munster in het gelijk gesteld. Abt Emo reist vervolgens midden in de winter naar Rome (zo’n 2000 km), waarbij hij besneeuwde bergpassen trotseert evenals aanvallen van wilde dieren. Dat is nog eens een pelgrimstocht! Op 19 januari 1212 bereikt hij uitgeput Rome. Paus en curie spreken tenslotte recht, verwerpen de aanspraken van de bisschop en herstellen Emo in zijn waardigheid. Hij mag zich aansluiten bij de orde van de premonstratenzers (norbertijnen) van de Abdij van Prémontré. Emo verhuist het klooster naar Wierum, waar het zo’n 350 jaar zou bestaan, totdat het in 1561 wordt opgeheven. Het klooster is de plaats en dus gaat de plaats Wittewierum heten naar de (witte) pij van de kloosterlingen. Emo noemt het mannenklooster in Wittewierum voortaan Bloemhof (Hortus floridus). De huidige kerk is gebouwd op het fundament en de pijlers van de middeleeuwse kerk.
In de kerk hangen aan weerszijden van het pad twee rouwborden van de familie Rengers. Deze borden zijn voor Lambert Schotte Rengers en zijn vrouw Ambrosia Elisabeth Bentinck van Schoonheten van Diepenheim, die beiden in 1779 overleden. Beide rouwborden bevatten hun eigen wapen met eromheen de 32 kwartierwapens van hun voorgeslachten. In het bovenste vak zijn een aantal doodssymbolen en een opengeslagen boek met het jaartal van overlijden te zien. In het onderste vak staat een opschrift met de functies die beiden tijdens hun leven vervulden. Zoals gezegd speelde de familie Rengers een zeer belangrijke rol in dit gebied.
De begraafplaats buiten is verwaarloosd, maar laat indrukwekkende teksten zien op de achterkant van sommige grafstenen. Elke steen een eigen (geïnterpreteerd) verhaal. Op deze plek in Wittewierum komen genieten en bezinnen (of reflecteren, overpeinzen, filosoferen) absoluut heel dicht bij elkaar.













































