Ameland wordt wel omschreven als een eiland voor cultuurliefhebbers en sportievelingen met zandduinen, strand, drassig natuurgebied maar vooral, als een echte diamant; veel schoonheid en zuiverheid. Bovendien kun je hier, als je geluk hebt, het bijzondere Amelander licht ontdekken. Ameland is namelijk beroemd om haar panorama’s en lichtval wat vele kunstschilders hebben geprobeerd te vangen. Elk jaar in november viert het eiland ‘kunstmaand Ameland’, waarbij kunstenaars uit binnen- en buitenland exposeren op bijzondere locaties, verspreid over het eiland. Het thema van dit jaar is: ‘perspectief’.
We varen op werkelijk een zonovergoten dag van Holwerd naar Nes en pakken vervolgens de bus naar de vuurtoren, het meest markante bouwwerk van het eiland. De kenmerkende rood-witte toren is 55 meter hoog en is met een lichtsterkte van 4,5 miljoen kaars (het licht van één kaars is gemiddeld 100 lumen of 15 watt) één van de sterkste ter wereld. Deze vuurtoren is, in tegenstelling tot b.v. de Brandaris op Terschelling, naamloos en wordt gewoonweg ‘vuurtoren’ genoemd. Veel vuurtorens worden vernoemd naar de zandplaten waarvoor ze waarschuwen. Om die reden wordt de vuurtoren van Ameland soms ‘Bornrif’ genoemd naar de gelijknamige zandplaat tussen Ameland en Terschelling. De Amelanders zelf gebruiken deze naam echter nauwelijks.
Vlak voor de vuurtoren gaan we een bosrijk natuurgebied in, het Hollumer Bosch. Het pad staat duidelijk aangegeven en zodoende kunnen wij op ons gemak genieten van de wereld om ons heen. Het bos is ooit aangeplant om het dorp te beschermen tegen wind en stuivend zand. Nu is het Hollumerbos ‘een plek waar natuur, eilandverhalen en speelplezier samenkomen’. Ergens langs het pad moet zelfs een kabouterdorpje liggen met kleurrijke huisjes en kaboutertjes. Het dorp zou opvallend genoeg moeten zijn om meteen te zien, maar wij hebben of niet opgelet of hebben net over een ander klein paadje gelopen. Hoe dan ook het is volop genieten van deze slingerende paadjes door de duinen!
Aan de andere kant van het bos buigen we af naar het Noordzeestrand. Altijd leuk! Het is warm vandaag (rond de 30 graden) met een hoge luchtvochtigheid. Aan zee waait een klein briesje en hoewel het warme wind is uit het zuiden, verkoelt het toch een beetje. Boven op het duin hebben we een fantastisch zicht op de zee en het strand ervoor. Zoals altijd is er van alles te zien, waaronder twee bruidjes die later vandaag gaan trouwen (wij weten dat vrijdag 13 juni een prima keuze is!), vissers, zonnebaders en de nodige wandelaars.
Via het Reddingbootpad verlaten we het strand weer om aan de andere kant van het duin langs het paardengraf te lopen. Ameland was het enige reddingsstation in West-Europa waar de reddingsboot (tot 1988) een motorsloep was die op het strand vanaf een botenwagen met behulp van paarden gelanceerd werd. In 1979 ging het mis. De zee bleek dieper dan gedacht en de acht paarden werden in een diepe geul gesleurd waar ze zijn verdronken. Ze zijn in de duinen begraven, naast de overgang waar de reddingsboot over het duin naar het strand getrokken werd. Deze gebeurtenis wordt de ramp van Ameland genoemd. Hoewel overwogen werd om de paarden door een waterbestendige tractor te vervangen, is toch besloten om nieuwe paarden op te leiden. Elk jaar zijn er nu verschillende spectaculaire demonstraties, waarbij ‘de kracht en samenwerking van mens en dier goed naar voren komen’. Terwijl de paarden de zware boot over het strand slepen en door de branding het water in trekken, kun je, als toeschouwer, de spanning die bij een historische reddingsactie hoorde, (een beetje) ervaren.
Niet veel later lopen we het meest westelijk gelegen plaatsje Hollum binnen waar veel monumentale commandeurswoningen te zien zijn. Ze zijn representatief voor de grote welvaart op Ameland in de 17e en 18e eeuw. Niet voor niets kent het dorp een beschermd dorpsgezicht. De getande randen in de gevels van de schipperswoningen geven de rang van de zeevaarder, die het huis bewoonde, aan. Hoe meer getande gevelranden hoe hoger de rang. De bekendste commandeur van Ameland was Hidde Dirks Kat (1747-1824). Dit komt (vooral) door het dagboek dat hij heeft geschreven over de overwintering in Groenland. Zijn ‘manshoge beeld met het bolle buikje’ staat in de buurt waar vroeger zijn huis gestaan moet hebben en daar wijst hij ook naar.
Een ander opvallend bouwwerk is de Nederlands Hervormde kerk, die in de Tachtigjarige Oorlog door watergeuzen werd vernield en pas in 1678 werd herbouwd. Uit onderzoeken is gebleken dat de oudste bouwsporen uit de 11e eeuw dateren. Op de begraafplaats liggen vele Amelander commandeurs begraven. We lopen er langs, maar nemen niet de tijd om even binnen te kijken. De dijk in de verte met een verwachte verkoelende bries lokken ons meer.
Ons volgende stuk loopt langs de Waddenzee en, naar blijkt, een vogelgebied bij uitstek: de Feugelpôlle (= vogeleiland). Deze hoogwater vlucht- en broedplaats vormt een pleisterplaats voor vele duizenden weide- en kustvogels. Een bijzonder stukje natuur dat onder druk staat door de dynamiek van de Waddenzee. Kwelders kunnen normaal gesproken meegroeien met de stijgende zeespiegel en zijn daardoor in potentie natuurlijke klimaatbuffers. Stormen en stromen zijn er echter de oorzaak van dat de oppervlakte en de hoogte van de kwelder in een paar jaar tijd flink is afgenomen; van 25 ha in 2007 naar ongeveer 5 ha in 2012. Een experimenteel project, waarbij levende schelpdieren worden ingezet om sediment voor de afkalving te leveren, moet de kwelder redden.
Hoewel deze kwelder de broedplaats is van de op één na grootste kolonie grote sterns in West-Europa, horen en zien wij vooral veel scholeksters. Scholeksters zijn stevige, zwart-witte steltlopers die vaak aan de kust (maar ook algemeen in het binnenland) worden aangetroffen. De snavel van de scholekster slijt hard maar groeit ook hard. Deze kan door het voedsel van vorm veranderen. Zo wordt de snavel puntiger als een scholekster in de zomer naar wormen prikt. In de winter eten veel scholeksters echter schelpdieren als kokkels. Dan wordt de snavel stomper, omdat ze hem gebruiken als beitel. Handig toch? Ze maken een geweldige herrie. Het schijnt dat deze vogels veel (lawaaierige) tijd besteden aan ‘paar-binding’ en het verdedigen van hun territorium tegen buurparen en/of vijanden. Heel af en toe zien we een klein rood snaveltje net boven het gras op de dijk steken. Het broedseizoen is kennelijk nog niet voorbij. Net als bij andere weidevogels is het aantal scholeksters de afgelopen decennia met de helft afgenomen.
Ondertussen heb ik hoe langer hoe meer moeite met de warmte (of misschien heb ik toch iets onder de leden?), waardoor ik verlangend uitkijk naar de busstop halverwege de Pietje Miedeweg. Zeker jammer, want de wandeling vandaag is echt heel afwisselend. De rest van het team besluit, heel lief, samen met mij te stoppen.
Op de Pietje Miedeweg zien we onze laatste bijzonderheden, waaronder een tureluur op een paaltje in een weiland. De tureluur (of tjerk) is een strandloper en altijd te herkennen aan de lange, felrode poten en de brede witte achterrand van de vleugels. De tureluur is wijdverspreid en vrij talrijk in sommige regio’s en wordt daarom niet als een bedreigde soort beschouwd. Het is een typische steltloper die foerageert in ondiep water rond meren, moerassen, slikvlakten en kustmoerassen. Het Wad is daarmee een ideale plek!
Uiteindelijk laten we ons met de taxi (de bus komt pas over anderhalf uur) naar een heerlijk terras in Nes rijden, waar ik me met een diepe zucht van opluchting in mijn stoel laat glijden. Kennelijk zo’n diepe zucht dat een jonge vrouw, aan het tafeltje naast ons, spontaan in een bulderende lach schiet.
De (mijn) klus zit erop voor vandaag! Tenslotte is het slijpen van een diamant een delicaat proces. Het vinden van de optimale slijpvorm die zowel de schoonheid als de waarde van de diamant maximaliseert, kent zo z’n eigen uitdagingen 😉 Het is wachten op een volgende keer!








































































