Uitwaaien op Borkum

WaddenWandelen

Toch bijzonder om te ontdekken dat het Duitse waddeneiland Borkum een onderdeel is van de lange afstandswandeling door ‘ons’ Waddengebied. Dat komt natuurlijk omdat dit eiland de meest oostelijke grens vormt van het Werelderfgoed Waddenzee, dat wordt omschreven als ‘een uniek landschap van slikken, kwelders, duinen, geulen en zandplaten’. De Waddenzee is het grootste ononderbroken getijden-systeem ter wereld en strekt zich uit langs de kusten van Denemarken, Duitsland en Nederland. Nergens anders bestaat er ‘zo’n dynamisch landschap met een veelheid aan leefgebieden die gevormd zijn door wind en getijden. De biodiversiteit op wereldschaal is afhankelijk van de Waddenzee’. Tijd om het een en ander zelf eens te gaan ontdekken!

Met een blauwe trein van Arriva naar de Eemshaven reizen, roept nostalgische herinneringen op aan de vroegere ‘Blauwe Engel’, die werd ingezet op de weinig rendabele lijnen in de dunbevolkte delen van ons land, zoals ook Oost Groningen. Deze lijnen waren te duur om te elektrificeren en dreigden daardoor te verdwijnen. In 1954 werd daarom een speciaal type dieseltrein ontwikkeld met een opvallende blauwe kleur en op de neus een logo met twee vleugels. Vanwege deze opvallende details werd de trein in de volksmond al snel de ‘Blauwe Engel’ genoemd. Volgens een nieuwsartikel uit die tijd was deze naam goed gekozen: ‘want behalve dat de kleur van dit nieuwe materieel geparenteerd is aan het blauw van de hemel, is de gang van deze treinstellen als op vleugelen.’ In de jaren zestig koos de NS voor een uniforme kleur voor alle treinen en werden alle ‘Blauwe Engelen’ rood geverfd. De bijnaam bleef echter bestaan, ondanks de veranderde kleur.

Een klein uurtje later stappen we uit op station Eemshaven en lopen we, met een aantal andere ‘Borkumgangers’, richting de haven waar de veerboot al ligt te wachten. In de verte zie je Borkum liggen, want hemelsbreed ligt het maar zo’n 15 km verderop. Waarom is Borkum eigenlijk een Duits eiland terwijl het zo vlak boven Groningen ligt en ‘onze’ Waddenzee begrenst? Vroeger, in de Franse tijd (1794 – 1814) behoorde Borkum wel tot Nederland, maar na 1815 kwam het eiland (weer) onder Duits bewind. Door haar strategische ligging werd Borkum begin 20e eeuw een belangrijke militaire post en is sindsdien Duits gebleven. In de jaren voor WOI erkende Winston Churchill het belang van Borkum voor de Duitse marine. Het eiland was makkelijk te verdedigen maar moeilijk te veroveren. Voor een (Britse) aanval was een basis in de buurt nodig waarvoor Churchill Ameland koos. Nederland was in die tijd neutraal en het binnenvallen van Ameland zou oorlog betekenen. Uiteindelijk ging dit plan toch niet door……..

Borkum is het kleinste waddeneiland van dit streekpad. Met een grootte van +/- 30 km2 is het net iets kleiner dan Schiermonnikoog (ongeveer 40 km2). Toch is het de grootste van de zeven Duitse ‘Ostfriesische Inseln’ boven de regio Niedersachsen. Na Borkum zijn dat Juist, Norderney, Baltrum, Langeoog, Spiekeroog en Wangerooge. Qua inwonersaantal is er wel een groot verschil. Waar Schiermonnikoog nog geen duizend (vaste) inwoners heeft, wonen er op Borkum ruim vijf keer zoveel. Het toeristenseizoen niet meegerekend. Dat is ook wel te zien wanneer we het stadje binnenrijden met het historische boemeltje, die de veerhaven met het centrum verbindt. Dit is beslist geen eilanddorp, dit lijkt haast een klein stadje. 

Met het treintje van de veerhaven naar de stad (RK)
Nostalgisch (RK)

De afstand tussen de haven en Borkum-Stad is 7,5 kilometer en de rit in het treintje duurt een kwartiertje. Dat was vroeger anders. In 1879 werd de lijn aangelegd als paardentram om de materialen voor de bouw van een vuurtoren gemakkelijker van de haven naar de bouwplaats in het centrum van Borkum te vervoeren. Zo’n vier jaar later stapte de eigenaar over van paarden op stoom en in 1888 werd het spoor versterkt om zowel passagier- als goederenverkeer mogelijk te maken. In 1993 werden zowel de spoorlijn als het wagenpark geheel vernieuwd, nu gebruik makend van diesellocomotieven. Tegenwoordig wordt de historische stoomlocomotief ‘Borkum’ weer regelmatig ingezet als toeristische trekpleister om de vele treinhobbyisten te plezieren.

Borkum is anders! Natuurlijk zijn alle Waddeneilanden anders en is het je eigen subjectieve voorkeur waardoor het ene eiland je meer aanspreekt dan het andere. Borkum is echter anders dan de Nederlandse eilanden door ‘een combinatie van een Duitse kuuroordcultuur, een nostalgisch stadsgevoel met de Borkumer Kleinbahn, en een unieke, pollen-arme zeelucht’. Toeristen kwamen al vroeg in de geschiedenis naar Borkum om er te kuren. Door de ligging, ver in de Noordzee, is de lucht vrij van pollen, wat het een ideale bestemming maakt voor mensen met allergieën. De gezonde zeelucht (met een hoog jodiumgehalte) zorgt er bovendien voor dat Borkum een perfecte plek is voor wellness en thalassotherapie. Dit laatste is een therapeutische behandelmethode die gebruikmaakt van helende elementen uit de (mariene) omgeving. Het is gebaseerd op het gebruik van verwarmd zeewater, algen, modder, zeelucht en zand. Dit heeft zeker een behoorlijke aantrekkingskracht, want we zien een hoog rollator gehalte om ons heen. 😉

We starten onze wandeling in Ostland om van daaruit terug naar Borkum-stad te lopen. We lezen dat Borkum oorspronkelijk uit twee afzonderlijke eilanden bestond, Westland en Ostland, die door een smal water van elkaar gescheiden waren. Door de bouw van een dam en de daarop volgende vorming van nieuwe duinen in het voormalige zeegat kwamen beide eilanden in 1860 aan elkaar vast te zitten. Vanaf toen was Borkum één geheel. Het ‘tussendoormeer’ (Tüskendörsee) onderweg vormt de oude scheidslijn.

Klinkers i.p.v. schelpen (RK)
Het is prachtig groen om ons heen (RK)

Grappig genoeg zijn de schelpenpaadjes, zo kenmerkend op ‘onze’ eilanden, hier vooral klinkerpaadjes. Aan weerszijden zien we veel bloeiende duinroosjes en geurende kamperfoelie. Het is echt prachtig groen om ons heen. Tegelijkertijd is het niet overal zo rustig vanwege vele fietsers die over dezelfde smalle paadjes willen als wij. We lopen dus meestal als een rijtje eendjes achter elkaar. Goed voor de innerlijke rust en de verdieping in jezelf zullen we maar zeggen! Lopend afstand nemen van de waan van de dag. Ik heb gelezen dat dit je tot je eigen kern kan brengen, wat verfrissend en verrijkend moet zijn. Je voelt dan weer wat er werkelijk toe doet en wat eigenlijk niet belangrijk is. Zou een dag of zelfs minder al voldoende zijn om werkelijk tot die kern te komen? Hoe dan ook, het is sowieso genieten. Zeker wanneer we na onze koffiestop verder lopen over het strand. 

De bevoorrading onderweg is dik in orde (RK)

Het strand is haast eindeloos breed met tussen ons en de zee een, naar het lijkt, nieuw opkomende duinenrij. Het is een strand dat om diverse redenen wordt bejubeld. Een Duits tijdschrift schrijft zelfs dat je bijna nergens ‘de lege accu’ beter kunt opladen dan op ‘de mooiste zandhoop ter wereld’. Door de grote afstand tot het vasteland heerst hier, zoals eerder gezegd, een uniek hoogzeeklimaat: arm aan pollen, zouthoudend en bijzonder weldadig voor de luchtwegen. Een wandeling langs de waterkant wordt hierdoor tegelijkertijd ook een gezondheidskuur. Altijd goed, toch?

Een opkomende duinenrij? (RK)
Een gezondheidskuur langs het strand (RK)

Naarmate we dichterbij ‘de bewoonde wereld’ komen, neemt ook het aantal activiteiten op het strand toe. Het blijkt dat dit stuk strand één van de meest uitgelezen strandzeil locaties van Europa is voor zowel beginners als profs. Als de wind goed is, kunnen de strandzeilers snelheden van wel 130 km per uur halen. Indrukwekkend!

Strandzeilers (RK)

We lopen de duinen over richting de strandpromenade die ons van bovenaf weer een andere blik op het Noordzeestrand geeft. Hier zie je opeens de zogenaamde ‘strandkorven’ op het strand zelf, terwijl aan de andere kant van de promenade een luxueus kuuroord opduikt. We wanen ons in een andere wereld. Het geheel doet mij denken aan een decor voor een Agatha Christie crimi. ‘Moord in een strandkorf’ klinkt zeker als een spannende mogelijkheid. De bonte verzameling van tentjes en korven, die schots en scheef door elkaar staan, geven het strand een heel eigen aanblik. Het zandstand zelf is wit. Volgens de eilandbewoners heel bijzonder. Zo zelfs dat je dit zand in een museum dichtbij kunt vergelijken met strandzand van over de wereld.

Vanaf de hoger gelegen wandelpromenade (RK)
Een bonte verzameling (RK)

Vol indrukken dwalen we even later door het stadje, waar het inmiddels behoorlijk druk is geworden, op zoek naar een terrasje voor een late lunch. Zo dichtbij en toch zo anders. Voor herhaling vatbaar, want we hebben b.v. nog geen vissershuisje met walviskaken gezien!

Op weg naar een late lunch (RK)

Waddendiamant (Ameland)

Ameland wordt wel omschreven als een eiland voor cultuurliefhebbers en sportievelingen met zandduinen, strand, drassig natuurgebied maar vooral, als een echte diamant; veel schoonheid en zuiverheid. Bovendien kun je hier, als je geluk hebt, het bijzondere Amelander licht ontdekken. Ameland is namelijk beroemd om haar panorama’s en lichtval wat vele kunstschilders hebben geprobeerd te vangen. Elk jaar in november viert het eiland ‘kunstmaand Ameland’,  waarbij kunstenaars uit binnen- en buitenland exposeren op bijzondere locaties, verspreid over het eiland. Het thema van dit jaar is: ‘perspectief’.

Het thema 2025 is ‘perspectief’ (internet)

We varen op werkelijk een zonovergoten dag van Holwerd naar Nes en pakken vervolgens de bus naar de vuurtoren, het meest markante bouwwerk van het eiland. De kenmerkende rood-witte toren is 55 meter hoog en is met een lichtsterkte van 4,5 miljoen kaars (het licht van één kaars is gemiddeld 100 lumen of 15 watt) één van de sterkste ter wereld. Deze vuurtoren is, in tegenstelling tot b.v. de Brandaris op Terschelling, naamloos en wordt gewoonweg ‘vuurtoren’ genoemd.  Veel vuurtorens worden vernoemd naar de zandplaten waarvoor ze waarschuwen. Om die reden wordt de vuurtoren van Ameland soms ‘Bornrif’ genoemd naar de gelijknamige zandplaat tussen Ameland en Terschelling. De Amelanders zelf gebruiken deze naam echter nauwelijks. 

Vuurtoren zonder naam (RK)

Vlak voor de vuurtoren gaan we een bosrijk natuurgebied in, het Hollumer Bosch. Het pad staat duidelijk aangegeven  en zodoende kunnen wij op ons gemak genieten van de wereld om ons heen. Het bos is ooit aangeplant om het dorp te beschermen tegen wind en stuivend zand. Nu is het Hollumerbos ‘een plek waar natuur, eilandverhalen en speelplezier samenkomen’. Ergens langs het pad moet zelfs een kabouterdorpje liggen met kleurrijke huisjes en kaboutertjes. Het dorp zou opvallend genoeg moeten zijn om meteen te zien, maar wij hebben of niet opgelet of hebben net over een ander klein paadje gelopen. Hoe dan ook het is volop genieten van deze slingerende paadjes door de duinen!

Het pad wordt goed aangegeven…… (IK)

Aan de andere kant van het bos buigen we af naar het Noordzeestrand. Altijd leuk! Het is warm vandaag (rond de 30 graden) met een hoge luchtvochtigheid. Aan zee waait een klein briesje en hoewel het warme wind is uit het zuiden, verkoelt het toch een beetje. Boven op het duin hebben we een fantastisch zicht op de zee en het strand ervoor. Zoals altijd is er van alles te zien, waaronder twee bruidjes die later vandaag gaan trouwen (wij weten dat vrijdag 13 juni een prima keuze is!), vissers, zonnebaders en de nodige wandelaars.

Trouwfoto’s op het strand (RK)
Het is altijd genieten aan zee (RK)
Iedereen een eigen hobby 😉 (RK)

Via het Reddingbootpad verlaten we het strand weer om aan de andere kant van het duin langs het paardengraf te lopen. Ameland was het enige reddingsstation in West-Europa waar de reddingsboot (tot 1988) een motorsloep was die op het strand vanaf een botenwagen met behulp van paarden gelanceerd werd. In 1979 ging het mis. De zee bleek dieper dan gedacht en de acht paarden werden in een diepe geul gesleurd waar ze zijn verdronken. Ze zijn in de duinen begraven, naast de overgang waar de reddingsboot over het duin naar het strand getrokken werd. Deze gebeurtenis wordt de ramp van Ameland genoemd. Hoewel overwogen werd om de paarden door een waterbestendige tractor te vervangen, is toch besloten om nieuwe paarden op te leiden. Elk jaar zijn er nu verschillende spectaculaire demonstraties, waarbij ‘de kracht en samenwerking van mens en dier goed naar voren komen’. Terwijl de paarden de zware boot over het strand slepen en door de branding het water in trekken, kun je, als toeschouwer, de spanning die bij een historische reddingsactie hoorde, (een beetje) ervaren. 

Een trieste gebeurtenis (IK)

Niet veel later lopen we het meest westelijk gelegen plaatsje Hollum binnen waar veel monumentale commandeurswoningen te zien zijn. Ze zijn representatief voor de grote welvaart op Ameland in de 17e en 18e eeuw. Niet voor niets kent het dorp een beschermd dorpsgezicht. De getande randen in de gevels van de schipperswoningen geven de rang van de zeevaarder, die het huis bewoonde, aan. Hoe meer getande gevelranden hoe hoger de rang. De bekendste commandeur van Ameland was Hidde Dirks Kat (1747-1824). Dit komt (vooral) door het dagboek dat hij heeft geschreven over de overwintering in Groenland. Zijn ‘manshoge beeld met het bolle buikje’ staat in de buurt waar vroeger zijn huis gestaan moet hebben en daar wijst hij ook naar.

Hoe meer tanden, hoe hoger de rang (internet)
De commandeur wijst naar zijn huis (internet)

Een ander opvallend bouwwerk is de Nederlands Hervormde kerk, die in de Tachtigjarige Oorlog door watergeuzen werd vernield en pas in 1678 werd herbouwd. Uit onderzoeken is gebleken dat de oudste bouwsporen uit de 11e eeuw dateren. Op de begraafplaats liggen vele Amelander commandeurs begraven. We lopen er langs, maar nemen niet de tijd om even binnen te kijken. De dijk in de verte met een verwachte verkoelende bries lokken ons meer. 

Lunch op de (Wadden)dijk (IK)

Ons volgende stuk loopt langs de Waddenzee en, naar blijkt, een vogelgebied bij uitstek: de Feugelpôlle (= vogeleiland). Deze hoogwater vlucht- en broedplaats vormt een pleisterplaats voor vele duizenden weide- en kustvogels. Een bijzonder stukje natuur dat onder druk staat door de dynamiek van de Waddenzee. Kwelders kunnen normaal gesproken meegroeien met de stijgende zeespiegel en zijn daardoor in potentie natuurlijke klimaatbuffers. Stormen en stromen zijn er echter de oorzaak van dat de oppervlakte en de hoogte van de kwelder in een paar jaar tijd flink is afgenomen; van 25 ha in 2007 naar ongeveer 5 ha in 2012. Een experimenteel project, waarbij levende schelpdieren worden ingezet om sediment voor de afkalving te leveren, moet de kwelder redden.

Uitzicht over het Wad (RK)

Hoewel deze kwelder de broedplaats is van de op één na grootste kolonie grote sterns in West-Europa, horen en zien wij vooral veel scholeksters. Scholeksters zijn stevige, zwart-witte steltlopers die vaak aan de kust (maar ook algemeen in het binnenland) worden aangetroffen. De snavel van de scholekster slijt hard maar groeit ook hard. Deze kan door het voedsel van vorm veranderen. Zo wordt de snavel puntiger als een scholekster in de zomer naar wormen prikt. In de winter eten veel scholeksters echter schelpdieren als kokkels. Dan wordt de snavel stomper, omdat ze hem gebruiken als beitel. Handig toch? Ze maken een geweldige herrie. Het schijnt dat deze vogels veel (lawaaierige) tijd besteden aan ‘paar-binding’ en het verdedigen van hun territorium tegen buurparen en/of vijanden. Heel af en toe zien we een klein rood snaveltje net boven het gras op de dijk steken. Het broedseizoen is kennelijk nog niet voorbij. Net als bij andere weidevogels is het aantal scholeksters de afgelopen decennia met de helft afgenomen.

De scholekster op Ameland (internet)

Ondertussen heb ik hoe langer hoe meer moeite met de warmte (of misschien heb ik toch iets onder de leden?), waardoor ik verlangend uitkijk naar de busstop halverwege de Pietje Miedeweg. Zeker jammer, want de wandeling vandaag is echt heel afwisselend. De rest van het team besluit, heel lief, samen met mij te stoppen.

Zo kan het ook …….. (RK)

Op de Pietje Miedeweg zien we onze laatste bijzonderheden, waaronder een tureluur op een paaltje in een weiland. De tureluur (of tjerk) is een strandloper en altijd te herkennen aan de lange, felrode poten en de brede witte achterrand van de vleugels. De tureluur is wijdverspreid en vrij talrijk in sommige regio’s en wordt daarom niet als een bedreigde soort beschouwd. Het is een typische steltloper die foerageert in ondiep water rond meren, moerassen, slikvlakten en kustmoerassen. Het Wad is daarmee een ideale plek! 

De tureluur dichtbij (RK)

Uiteindelijk laten we ons met de taxi (de bus komt pas over anderhalf uur) naar een heerlijk terras in Nes rijden, waar ik me met een diepe zucht van opluchting in mijn stoel laat glijden. Kennelijk zo’n diepe zucht dat een jonge vrouw, aan het  tafeltje naast ons, spontaan in een bulderende lach schiet.

De (mijn) klus zit erop voor vandaag! Tenslotte is het slijpen van een diamant een delicaat proces. Het vinden van de optimale slijpvorm die zowel de schoonheid als de waarde van de diamant maximaliseert, kent zo z’n eigen uitdagingen 😉 Het is wachten op een volgende keer!