‘Natuurontdekpaden’ (WK+ Pad)

Knp: 72-71-84-83-69-64-65-48-47-54-53

De eerder ‘overgeslagen’ stukken hebben we inmiddels gelopen waardoor we nu weer echt verder kunnen, d.w.z. we lopen vandaag van het Blotevoetenpad in Peebos naar Lutjegast. Een traject wat bijna geheel bestaat uit ‘natuurontdekpaden’, paden waarbij je ‘haast spelenderwijs van alles leert over de natuur in deze omgeving’. 

Doezumermieden en rivier de Lauwers (foto internet)

We starten in Peebos (lokaal ook Piebos), een gehuchtje net op de grens met Friesland. De naam komt van een bos dat hier ooit stond en mogelijk eigendom was van iemand die  Pebe (Piebe) heette. Vroeger werd het dan ook wel Pebebosch genoemd.

We lopen meteen de natuur in waar we over het Pettenpad al slingerend langs verschillende borden lopen waarop dieren (groter en klein) zijn uitgebeeld met daarnaast een gedichtje en soms met een opdracht erbij. Hoewel het natuurlijk bedoeld is voor kinderen, vind ik dit ook zeker de moeite waard en ik heb dan ook alle borden met interesse en plezier gelezen.

Informatieve borden langs het Pettenpad
Eentje om te lezen……..

Het gebied rond het Pettenpad wordt als volgt beschreven: ‘Hier grensden ooit land en (Lauwers)zee aan elkaar, zoet water botste op zout en geulen en slenken sleten door de zandruggen als een warm mes door de boter. Het is daardoor een afwisselend landschap geworden, met poelen en petgaten, boomwallen en open weilanden. Het resultaat is dit breiwerk van natuur, emotie en geschiedenis.’ 

Soms is het wel even zoeken naar de juiste weg 😉

Op dit eerste stuk van de route leren we van alles over petgaten, de stroken waar veen is afgegraven en die daarmee heel kenmerkend zijn voor een veenlandschap. Zulk laag en nat land is een mooie voedingsbodem voor (sterke)verhalen als een waarschuwing, waaronder dat van de ‘baggelbeer’. Luister maar: ‘Overal waren petgaten, overgebleven na de winning van baggelturf (baggelturf was van hogere kwaliteit dan hoogveenturf (droog gestoken turf), het was harder en brandde langer). De bodem bestond uit modder. Als je in die modder terecht kwam, was het net drijfzand. Hoe meer je probeerde er uit te komen, hoe dieper je wegzakte. Omdat het daar in de petgaten best gevaarlijk was vertelden ouders hun kinderen over de baggelbeer. Een gevaarlijk monster, groter dan een mens, met vreselijke klauwen, die herten, schapen, ja zelfs kinderen, opat. Ooit was er een jongen van de Peebos verdwenen en nooit meer teruggevonden. Ja, alleen een halve klomp, dat moest wel het werk van de baggelbeer zijn geweest. Dus…. luuster goed noar jim pabbe en moeke en kiek goed uut veur de baggelbeer.’ 😉

De gemeente is druk bezig met herstelwerkzaamheden. Zo hebben ze in dit natuurgebied diverse bomen en struiken weggehaald, op sommige plekken de toplaag van de grond verwijderd en hebben ze gedempte petgaten open gegraven zodat veenmossen (zeer water vasthoudend) weer kunnen groeien. Op deze manier zijn veel traditionele petgaten hersteld en worden ook trilvenen en veenmosrietland in stand gehouden. Goed voor de leefomgeving! In de petgaten drijft het groene krabbenscheer waarvan de witte bloemen vanaf mei t/m juli in bloei staan. Het leuke aan deze plant is dat de groene glazenmaker, een zeldzame libelle, erin voorkomt. Helaas hebben wij die niet kunnen ontdekken. Sowieso zijn de petgaten soms moeilijk te zien door al het hoge riet.

Een langgerekt petgat is in ere hersteld

Tussen de petgaten vind je de historische legakkers, waar turfstekers het veen, vol water en in stukken gesneden, te drogen legden. Deze legakkers vormen nu de basis van de paden waarop we lopen. In de Doezumermieden (mieden = lage graslanden) worden drie ‘natuurontdekpaden’ gecombineerd. Het Pettenpad langs de petgaten, het Melle’s pad waarover later meer en het Pebespad wat beide andere paden onderling verbindt. De paden worden ook wel laarzenpaden genoemd, want het is dikwijls ‘soppen’ geblazen.

Soms is het soppen…..

Inderdaad lopen we regelmatig door natte zompige delen pad maar over het geheel valt het me alles mee. Daarnaast ervaren we op sommige andere plekken het trilveen. Het lijkt  wel of de grond dan iets terugveert als we erover heen lopen, een beetje een trampoline gevoel. Bijzonder! Al wandelend krijgen we hier absoluut het gevoel in een afgelegen gebied te zijn. Om ons heen horen we alleen de geluiden van de natuur en de omliggende dorpen lijken heel ver weg. 

Lopen midden in de natuur (RK)

Ondertussen zijn we aangekomen bij rivier de Lauwers, een riviertje dat voor een deel de grens vormt tussen de provincies Friesland en Groningen. Ten tijde van Karel de Grote (vanaf 25 december 800 keizer van het Heilige Roomse Rijk) werd de rivier vermoedelijk ‘Lawiki’ (Laviki, Lauuichi of Laueke) genoemd wat ‘de liefelijke’ betekent en weer verwant is met het Gotisch woord ‘galaufs’ wat je kunt vertalen met  ‘aangenaam’. De grens bleef in de loop der eeuwen gehandhaafd. Aanvankelijk was de grens van minder belang want zowel ten westen als ten oosten van de Lauwers bestond geen centraal bestuur. Door de opkomst van de stad Groningen veranderde dit echter. De Lauwers vormde tot ongeveer 1500 eveneens de taalgrens tussen de twee varianten van het Fries dat ooit gesproken werd. Het Westerlauwers Fries is het Fries dat nu nog steeds gesproken wordt in Friesland. De tegenhanger, het Oosterlauwers Fries, is een taal die nu bijna helemaal is uitgestorven. Op Schiermonnikoog wordt nog wel een dialect gesproken, het Schiermonnikoogs, dat enigszins verwant is aan het Oosterlauwers Fries en sporen bevat van de vroegere taal. Grappig toch dat je zo overal verhalen kunt ontdekken?

De rivier de Lauwers als grens (RK)

Ik weet eigenlijk niet precies waar het Pettenpad overgaat in het Pebespad en later in het Melle’s pad. Wel lopen we onderweg nog door het Bosch van Pebe, wat dus wat verder weg ligt dan het gehuchtje Peebos doet geloven. Dit zal dan wel een onderdeel van het pad naar zijn naam zijn, toch?

Bosch van Pebe
Een heel ander landschap…..

Hierna lopen we verder via planken naar de overkant van diverse slootjes en via heel veel houten klaphekjes om uiteindelijk aan te komen op Melle’s pad, waar we zelfs in een gastenboek onze ervaringen kunnen optekenen (haha).

De bruggetjes …..
…… en heel veel klaphekjes (RK)

Dit pad draagt de naam van Melle Visser. Melle en z’n vrouw Lamke hadden achterin Peebos (bos van Pebe) een keuterbedrijfje, een paar koeien en wat aardappelen op een paar hectare, wat hij later aan Staatsbosbeheer verkocht. Onder de bevolking ontstond daarop wrevel omdat zij de gebieden van Staatsbosbeheer niet mochten betreden. Daarom werden later dus deze wandelpaden aangelegd die verwijzen naar de historie van het gebied.

Wat we al niet tegenkomen 🙂
Er ligt zelfs een echt gastenboek in !

Het is nog een klein stukje naar Lutjegast, maar de verrassingen zijn nog niet voorbij. We zien opeens een bord met ‘Bombay’ of eigenlijk ‘De Bombay’ wat je uitspreekt als Bombaai. Een vreemd exotische naam in een stukje niemandsland in ‘ons’ Westerkwartier.

Een verrassende plaatsnaam

De Bombay is een streek dat ooit De Uithorn (horn = hoek) heette. Die naam verdween echter in de jaren 1960 van de kaart. Daarna is het vernoemd naar de eromheen gelegen polder Bombay, die haar naam weer ontleent aan de vroegere poldermolen Bombay, die hier in 1878 werd gebouwd ter bemaling van de polder. De molen was bekender dan het plaatsje (net als bij Electra). De herkomst van de naam Bombay is onbekend. Mogelijk is het een verwijzing naar een afgelegen plek, het idee van een soort ‘verwegistan’, maar er wordt ook weleens gezegd dat er een relatie zou zijn met het Bomsterzijlvest die zich in dezelfde hoek van de provincie bevond.

De molen bestaat (gedeeltelijk) nog steeds, op plek waar de Doezumertocht de bocht van negentig graden maakt. In 1998 werd de molenromp echter verbouwd tot woonhuis. De Molendatabase schrijft hierover: ‘Hierdoor is de molenromp wel zo grondig aangepakt, dat de historische waarde van deze molenromp bijna geheel is vernietigd.’ In de 21e eeuw waren er plannen om een grote waterplas met jachthaven aan te leggen (door een deel van de polder onder water te zetten) en er 500 vakantiewoningen te bouwen. Dit is echter nooit van de grond gekomen.

De tot woonhuis omgebouwde molen Bombay (foto internet)

Voldaan komen we aan in Lutjegast waar ons een volgende keer vast weer nieuwe verhalen wachten. Tenslotte is Lutjegast de geboorteplaats van ontdekkingsreiziger Abel Tasman, een feit waar we nu al niet omheen kunnen!

Langs het pad naar Lutjegast

Etappes als deze maken het wandelen en het ontdekken van de natuur rondom ons zeer de moeite waard!

‘Loop mor deur’ (WK+ Pad)

Knp: 18-14-15-8-11-9-16-92-52-54

Opmerkelijk genoeg leer ik dat ‘onze’ gemeente een eigen dialect heeft en dat het Westerkwartiers (Westerkertiers) van alle Groningse dialecten het meest op het Fries lijkt. Evenals het Fries bezit het Westerkwartiers geen werkwoorden met wederkerende voornaamwoorden. Zo wordt ‘zich wassen’ b.v. ‘hom wassen’, terwijl in de rest van Groningen ‘zuch wassen’ of ‘zok wassen’ gebruikt wordt. Ook het woord voor ‘in’ is in dit gebied ‘ien’, in uitspraak gelijk aan het Friese ‘yn’. Zelfs binnen dezelfde provincie kun je dus al spraakverwarring krijgen ;).

Nu beheers ik geen enkel Gronings dialect, maar met een beetje moeite is het wel te begrijpen. Zo lees ik een ‘Westerkwartiers’ verhaal wat zich afspeelt in het gebied waar we vandaag gaan lopen; de Jilt Dijksheide. ‘Een arme boer woonde in een heel klein boerderijtje met zijn vrouw, een koe, wat schapen en een paar varkens. Al met al geen vetpot! Dat najaar had de boer al een paar keer een witte haas op de Jilt Dijksheide gezien. Een vette haas die de stroper echter steeds te slim af was. Nu het winter was ging de haas op zoek naar voedsel en had de boer hem dicht achter zijn huis gezien. ‘Ik goa dommit nog eemen t veld ien! Die verrekte witte hoas liep hier om en ik zil m kriegen. Mörgen n lekker stukje vlees ien e pan’. Zijn vrouw steekt hem de gek aan. ‘Bist al zo voak achter die hoas aan west. Hij is veul te tuuk veur dij. Butendes, zilst hem niet eens zien  ien de snij. Allemoal wit met nander!’ 

Goed te begrijpen toch?

De Jilt Dijksheide is één van de weinige heidevelden in de provincie Groningen en het laatste heideveld van het Westerkwartier. We zijn nog wat vroeg in het jaar, maar zien toch al een paarse zweem over het land tevoorschijn komen, terwijl een eindje verderop koeien druk bezig zijn het gras tussen de heide weg te grazen.

Een eerste zweem paars tussen het gras

De naam zegt het eigenlijk al, dit heidegebied was vele generaties in het bezit van de familie Dijk. Jilt Dijk, één van de kinderen uit deze familie, heeft hier nog lang turf gestoken. Pal langs de Jilt Dijksheide loopt een oude trambaan. Deze lijn werd in 1913 aangelegd en onderhield een lijndienst tussen Groningen en Drachten. Het werd later ook wel de Philips-lijn genoemd, omdat deze in Drachten gevestigde firma de lijn gebruikte voor het transport van goederen. De lijn deed nog tot 1985 dienst en werd daarna volledig ontmanteld. Over het voormalige tracé loopt nu een fietspad. We zien op onze wandeling geen restanten van deze oude trambaan, maar het is wel interessant om je te realiseren dat het landschap steeds verandert.

Overal vind je informatieborden …….

We lopen verder het bos van Trimunt in. De naam Trimunt verwijst naar het klooster In Tribus Montibus (= bij de drie bergen) dat hier in de middeleeuwen heeft gestaan. Van het vrouwenklooster is niet veel bekend, maar oorspronkelijk hoorde het tot de orde van de benedictinessen. In de veertiende eeuw kwam het onder de hoede van het klooster van Aduard en werd het een cisterciënzerklooster. Vandaag de dag is het klooster verdwenen en kan ook niet meer bepaald worden wat de exacte ligging ervan was. Tijdens de Tweede Wereldoorlog is er op Trimunt een radarstation gebouwd door de Duitsers. De bedoeling was dat deze vliegbasis Leeuwarden zou ondersteunen, maar de basis was niet voor het einde van de oorlog voltooid. De bunkers van deze basis staan nog in het ontginningsbos en zijn half in de grond weggezakt. Ook zijn tijdens de april-meistakingen in 1943 16 bewoners uit de buurt op Trimunt doodgeschoten, waaronder een jongen van 13 jaar. Ter nagedachtenis aan hen is er een monument, omringd door 16 eiken, opgericht op de plek waar de executies hebben plaatsgevonden, waar ze elk jaar op 4 mei nog worden herdacht.

Licht en donker in het bos van Trimunt (RK)
Het lichtspel blijft fascinerend (RK)

Zo ontdekken we steeds weer iets nieuws en zijn er iedere keer weer verhalen en plaatsen waar we (nog) zo weinig van weten. Dat geeft het wandelend ontdekken van onze gemeente zeker een extra dimensie. Dus we lopen door om een deel van een gedicht van Geert Zijlstra uit 2011 in het Westerkwartiers te citeren: ‘Loop mor deur, met dien kop een e wind, loop mor deur – Loop mor deur, dizzy wereld is dienent, loop mor deur – Loop deur, loop deur, kiek niet achterom – Want ver veur dij uit, lijt e horizon – Soamen onderweegens, de zun die schient – Soamen onderweegens, de wiede wereld ien!’

We lopen letterlijk op de grens tussen Groningen en Friesland. Anderhalve eeuw nadat beide provincies hun grenzen hadden bepaald, werd de scheidslijn in 1874 gemarkeerd met 25 ijzeren grenspalen. Al voor de turfwinning begon waren er in dit ontoegankelijke hoogveengebied grens-geschillen over het weiden van schaapskudden uit de omliggende dorpen. In 1724, gelijktijdig met het vaststellen van de provinciegrens, werd een grens tussen Ureterp (Opsterland) en Smallingerland getrokken: ‘in een rechte lijn tussen de in 1644 gegraven Nautagreppel en de Puntpaal’. Ureterp krijgt er een hele punt bij. Het is mogelijk dat de Puntpaal zijn naam aan deze gebeurtenis ontleent, maar het zou ook kunnen dat deze paal op dit punt al eerder een oude grensmarkering vormde. Zo’n 150 jaar later zijn er van de 25 palen 4 palen verdwenen, maar is de rest nog terug te vinden in allerlei gedaantes: van prachtig, historisch verantwoord, gerestaureerd of fantasievol opgeschilderd tot volkomen vervallen en onttakeld. Wij lopen langs De Puntpaal. Deze ligt aan de Scheiding (Skieding) waar deze de Leidijk kruist en markeert ook de plaats waar vier gemeenten bij elkaar komen: Grootegast en Marum aan de Groningse kant en Opsterland en Smallingerland aan de Friese kant. Dit is één van de gerestaureerde palen, strak wit in de verf met aan beide kanten een provincieschildje en het nummer (nr 13) duidelijk zwart geverfd. Voor de oude grenspalen was destijds bepaald dat het provinciewapen aan de kant van het eigen grondgebied moest zijn aangebracht in tegenstelling tot de provinciegrens van nu. 

Het verhaal over ‘De Skieding
Grenspaal 13 (RK)

Het laatste stukje van onze wandeling lopen we vandaag in Friesland. De grootschalige vervening in de omgeving van Drachtstercompagnie is in de zeventiende eeuw gestart vanaf de Noorderdwarsvaart in Drachten en heeft zich steeds verder uitgebreid tot aan ‘De Skieding’, de grens met de provincie Groningen. In 1641 kwamen ook Hollandse geldschieters naar hier. Er werden vaarten en dwarsvaarten gegraven en loodrecht op die dwarsvaarten werden weer brede sloten in het veen gegraven, de zogenaamde ‘wyken’ (wijken). Het veen waterde op deze wijken af waarop de met ‘bruin goud’ volgeladen pramen en skûtsjes de turf konden vervoeren naar de nieuwe eigenaren. Een hele bedrijvigheid in die tijd. Veel van die ‘wyken’ bestaan nog en geven een beeld van hoe het landschap er toen uitgezien moet hebben.

Overal ‘wyken’

In Drachtstercompagnie lopen we langs een begraafplaats met een prachtige klokkenstoel, een stellage waarin een (of meerdere) klok hangt, bedoeld ‘om de doden te beluiden’. De klokkenstoel als losstaand bouwwerk dankt zijn ontstaan waarschijnlijk aan het feit dat bepaalde gebieden in Friesland te arm waren, of de gemeenschappen te klein, om een eigen kerk te bouwen. Soms werd er een kerkje gebouwd zonder toren en werd de klok in een aparte klokkenstoel geplaatst. Slechts enkele klokkenstoelen bevinden zich buiten de provincie Friesland en daarom mag de klokkenstoel een typisch Fries bouwwerk genoemd worden.

Typisch Fries (foto internet)

Naast deze klokkenstoel heeft oorspronkelijk wel een kerk gestaan, maar die is in 1979 afgebroken. Een miniatuur model staat nu op datzelfde pleintje naast een grafsteen met een informatiebord van Pieter Klazes Pel.

Een replica van de oorspronkelijke kerk
Informatie naast de grafsteen van deze bijzondere man

Deze Pieter Klazes Pel (1797-1878) was hoofdbestuurslid van de Friesche mij. van landbouw, gemeenteraadslid en werd in 1855 tot wethouder verkozen. Aanvankelijk was hij ‘genees-, heel- en vroedmeester’ in Oenkerk maar na overlijden van zijn echtgenote en de pasgeboren tweeling vestigde hij zich in 1821 als huisarts in Drachten. Hij was een veelzijdig man en heeft veel voor de ontwikkeling van Drachtstercompagnie en de wijde omgeving gedaan. Hij ‘wordt door velen nog lang dankbaar herdacht’. Bijzondere mensen vind je echt overal.

Loop mor deur!

Veenwandeling (WK+ Pad)

Knp: 54-44-43-42-21

Volgens de deskundigen hebben we te maken met de op één na natste lente ooit gemeten. Over het hele land viel 254 millimeter regen, tegen normaal maar 157 millimeter. Alleen in 1983 hebben we een nog nattere lente gehad. Ook was de lente record warm met een gemiddelde temperatuur van 11,7 graden tegen 9,9 graden normaal. Dat staat gelijk aan het record gemeten in de lente van 2007. El Niño. het natuurverschijnsel waarbij het zeewater voor de kust van Peru en Ecuador opeens heel sterk opwarmt, waardoor het hele weer op zijn kop komt te staan, heeft zeer waarschijnlijk een rol gespeeld in de natte lente dit jaar. Inmiddels is deze lente overgegaan in een even natte en zeer wisselvallige zomer. Het wil nog niet zo lukken met de zon en de warmte op een enkele uitspatting na.

De waterdruppels zijn nog zichtbaar 😉

We moeten onze momentjes om te wandelen daarom zorgvuldig plannen. Vandaag lijkt het in ieder geval een vrij droge dag te worden, dus we trekken onze wandelschoenen aan en kiezen voor een korter stuk op onze route, n.l. van Drachtstercompagnie naar Houtigehage. Daarmee lopen we in de ‘Friese plus’ van het pad rondom onze gemeente. 

Drachtstercompagnie is in de tweede helft van de 18de eeuw ontstaan uit een paar gehuchtjes aan het water. Aan het einde van die eeuw meldde een beschrijving dat er in het oosten een grote uitgestrektheid aan ‘hoog en vergraaven Veenland, naast aan de Drachten, tot aan de Ommelanden uitloopt, onder den naam van Folger Veenen’, het huidige Drachtstercompagnie met een ‘verscheidenheid van buurten en huizen.’ Na afloop van de verveningen in deze hoek trokken de meeste veenarbeiders verder naar plaatsen waar nieuw werk lag te wachten. Net als andere dorpen heeft Drachtstercompagnie haar naam eigenlijk te danken aan de vervening.

Kleur tussen het groen (RK)

De verveners, verenigd in de ‘Drachtster Compagnie’ lieten vaarten en wijken graven om het veen droog te leggen en vervolgens om de turf te winnen en te vervoeren. Terwijl de oprichters van de Compagnie steenrijk waren, waren de turfstekers zelf vaak straatarm. Ze woonden in primitieve hutten van zoden en plaggen, zogenaamde spitketen. Zelfs vrouwen en kinderen moesten helpen met het zware werk om te zorgen dat het gezin kon rondkomen. In het begin van de negentiende eeuw was het landschap grotendeels in cultuur gebracht. Langs de vaart werden boerderijen gebouwd, waar de arbeiders gingen werken. Het werd nu ook echt een dorp, waarbij de verschillende buurtjes langzaam maar zeker naar elkaar toe groeiden.

Aan de Aldewei in Drachtstercompagnie staat sinds 1989 een kunstwerk dat de geschiedenis van het dorp weergeeft. De drie gestapelde hardstenen rechthoeken verbeelden de lagen turf, die als het ware uit de grond steken. De roestvrijstalen buizenconstructie houdt de lagen gescheiden en omkaderd de hardstenen vorm. 

‘De gelaagdheid van turf’ van Henk Rusman (internet)

We starten aan de rand van het dorp en lopen bijna meteen een bospad op richting Rottevalle. We lopen langs bospaden, maar ook veel over fietspaden langs de weg. Een koppeltje zwanen trekt onze aandacht. Een symbool voor de liefde, want ze zijn één van de weinige diersoorten die monogaam zijn. Wanneer de partner overlijdt, nemen ze ook echt de tijd om een nieuwe relatie aan te gaan. Grappig weetje: volgens een oude wet is het staatshoofd van het Verenigd Koninkrijk eigenaar van alle knobbelzwanen in Engeland en Wales. In de middeleeuwen (en nu nog steeds) was zwanenvlees een delicatesse voor de rijken; zo is de wet ontstaan. Ik heb nog nooit ergens zwanenvlees op het menu zien staan, maar wij behoren dan ook niet tot de rijken ;).

De koninklijke zwaan (RK)
Vissers in de regen (RK)

Rottevalle is ontstaan in het midden van de 17e eeuw en bestond toen uit niet veel meer dan een herberg, een bierbrouwerij en een molen. Alles wat belangrijk is om te kunnen overleven in het veen …… alhoewel een kerk ook beslist belangrijk was, want de mensen hadden een enorm ontzag voor het veen. Hier huisden goden en geesten die je maar beter gunstig kon stemmen. Het veen/moeras was moeilijk toegankelijk en behoorlijk angstaanjagend, zeker bij nacht, en werd liever gemeden. De vaak voorkomende grondmist droeg nog bij aan het griezelige karakter.

Coulissenlandschap (RK)

De naam van het dorp komt van de sluis die door haar vorm de bijnaam Rattenval had. Tot 1956 liep het riviertje de Lits nog dwars door het dorp. In dat jaar werd dat deel van de Lits gedempt en om het dorp gelegd. Het is een pittoresk dorp met in het hart van het dorp de monumentale Herberg van Smallingerland, een rijksmonument met de sfeer van weleer. Het bouwjaar zou, volgens de datering in een houten stijl, 1791 kunnen zijn, maar dit jaartal kan ook refereren aan een verbouwing of een andere gedenkwaardige gebeurtenis. Zeker is wel dat er op de locatie van De Herberg al in 1734 een pand stond waar pachtgeld geïncasseerd werd.

Straatje in Rottevalle
Graffiti in het fietstunneltje

Na Rottevalle is het verder richting Houtigehage. Deze plaatsnaam zou zijn afgeleid van smalle stroken land (hage) die met houtige struiken waren begroeid. Rond 1900 heerste er veel armoede in en rond Houtigehage. De bewoners woonden in spitketen en het analfabetisme was hoog. In deze tijd trok predikant Johannes Antonie Visscher met zijn vrouw en een kofferorgeltje in een kruiwagen hier door het gebied om geïmproviseerde kerkdiensten te houden. Naast preken bekommerde hij zich ook om de erbarmelijke sociale omstandigheden. Een gedenksteen in de kerk met zijn naam herinnert hier aan. 

Ter herinnering aan ………
Aanwijzingen te over

Pas halverwege de twintigste eeuw werd de turfwinning uiteindelijk weggeconcurreerd door de opkomst van andere fossiele energie, zoals olie en gas.

Een kleine wijngaard vlakbij Houtigehage

De voorwerpen en lichamen die bij de turfwinning tevoorschijn kwamen, zijn niet bij toeval in het veen terechtgekomen. Je verwacht namelijk weinig in het moeras te vinden omdat de oude nederzettingen en begraafplaatsen zich op de hogere zandgronden bevonden. De mens had uit economisch oogpunt immers niet veel te zoeken in de gevaarlijke en onbewoonbare moerassen. De meeste in het veen gevonden voorwerpen zijn individuele vondsten, het gaat steeds om één voorwerp. Bovendien gaat het meestal om min of meer complete voorwerpen die nog goed bruikbaar waren op het moment dat ze in het veen terechtkwamen en dus een bepaalde waarde vertegenwoordigden. Dit betekent zeer waarschijnlijk dat ze er bewust neergelegd zijn en dit kan alleen gebeurd zijn als een offer. Je offert aan een hogere macht in de hoop daarvoor iets terug te krijgen. Dit kan variëren van regen, een goede oogst en gezondheid tot een omvangrijk nageslacht. Of de belofte een dankoffer te brengen als aan de wens of behoefte is voldaan of wanneer een bepaald probleem verholpen is. Regelmatig zijn bij het turfsteken ook menselijke resten in het veen gevonden. In die gevallen werd meestal onmiddellijk de politie erbij gehaald, omdat men in eerste instantie uitging van een recente misdaad. Veel later werd bedacht dat de dood mogelijk in een ver verleden kon zijn ingetreden. Maar of het hier dan ook om offers gaat? 

Huisje ter vervanging van de spitkeet
Nu museum ‘t Wâldhûske

Het is ook vreemd om je te bedenken dat er zo’n drie eeuwen geleden nog werd gecontroleerd op de grens tussen Groningen en Friesland. In de eerste helft van de 18de eeuw was een groot deel van de grens tussen het Groninger Westerkwartier en het aangrenzende Friesland min of meer een niemandsland. Pas in 1737 zouden de grenzen tussen beide provincies officieel worden vastgelegd. Vanaf Groningen liep een aantal verbindingen door het Westerkwartier naar Friesland, waarvan eentje tussen Trimunt en Rottevalle. Dit pad, een smokkelroute, liep achter Drachtstercompagnie langs door het veen. Bij het grensdorp Frieschepalen waren drie ‘cherchers’ gestationeerd, een  soort belastingambtenaren die ervoor moesten zorgen dat er geen zaken, waarop invoerbelasting werd geheven, over de grenzen zouden worden gesmokkeld. In totaal waren er hier in de buurt slechts zes van dergelijke beambten wat niet veel is voor een groot, onoverzichtelijk grensgebied. De ‘sluikers’ (smokkelaars) noemden zichzelf ‘passagiers over de heide’ en riepen de cherchers op zich vooral niet te bemoeien met hun nachtelijke tochten. 

Smokkelverhalen op de grens tussen Groningen en Friesland (internet)

Een veenwandeling lijkt door zulke verhalen wel wat op een avonturentocht. Het heeft wel iets om al wandelend de verhalen te ontdekken over een bepaald gebied en zo (nog) beter te begrijpen hoe het landschap om ons heen is ontstaan en gevormd.  

Als wolken drijven …….. (WK+ Pad)

Knp: 42-43-26-25-27-24-23-29-22-21-16-17-18

De titel is een eerste regel van een haiku, een kort Japans gedichtje van drie regels met een ritme van 5-7-5 lettergrepen. In de 17e eeuw is de eerste haiku in deze vorm gemaakt door een zenboeddhist. Omdat het zenboeddhisme één van de ‘strakkere’ vormen van boeddhisme is, is het ook niet verwonderlijk dat er zeer strikte regels zijn waar een haiku aan moet voldoen. De hele haiku gaat trouwens als volgt: ‘Als wolken drijven – soms mijn gedachten voorbij – ijl en ongrijpbaar’ (Catherine Boone). De Japanse cultuur gebruikt de haiku o.a. om de kalmte van de natuur te overdenken. De haiku gaat over een momentopname en beschrijft alleen de pure waarneming, dus geen emoties, gevoelens of conclusies en kent geen rijm (dat leidt af). Haiku’s zijn bovendien mindful (opmerkzaam).

Prachtige details (RK)

Wolken zijn vandaag het sleutelwoord. Na een record natte april en mei leek juni even wat droger te beginnen. Maar ook de afgelopen dagen was het meer ‘zonnebril op of af en  paraplu in of uit de kast’. Gelukkig belooft het vandaag in ieder geval een praktisch droge dag te worden, alhoewel zeker niet wolkenloos en ook redelijk fris met 14 graden C. We gaan ervoor! Voor de zekerheid nemen we wel een regenjas mee en verder hullen we ons in de gebruikelijke laagjes, zodat we op alles voorbereid zijn. We gaan lopen als ‘een Japans gedicht – de natuur in drie regels – een foto van taal’ (Jolanda Pikkaart). Ik heb waarschijnlijk wel wat meer regels nodig om de natuur en de wandeling van vandaag te beschrijven, maar de foto’s en de taal vertellen wel samen ons verhaal ;).

Zomaar ‘echte’ wegwijzers van ons pad onderweg

We starten vlakbij Lucaswolde ergens op de weg Beldam en lopen eigenlijk meteen over een loopplank het achterliggende (wei)land in. Het is hier weids en verrassend met aan beide kanten bermen vol bloeiende bloemen en grassen. ‘De vlinder fladdert – strijkt neer op de wilde roos – proeft zoete nectar (Braedon Stenson). Het pad loopt iets ongelijk, waardoor je wat langzamer moet lopen, maar dat is beslist geen straf. Er is genoeg om van te genieten.

De bermen springen in het oog
Klaprozen in het geel

Het is stil om ons heen en kennelijk zijn wij ook stil genoeg, want we worden opeens opgeschrikt door een opvliegende reiger die kennelijk erg geconcentreerd was op het water voor hem of haar. ‘Van zijn spiegelbeeld – ontvangt de blauwe reiger – een gevangen vis’ (Siem van den Nieuwedijk). Wat een grote vogel is het van zo dichtbij!

Wandelen tussen de weilanden (RK)

Even later vervolgen we onze weg over de Leidijk. Gedurende een groot deel van de route zullen we deze leidijk volgen of kruisen. Een leidijk is de grens tussen het hoogveen- en het laagveengebied. Vanaf de middeleeuwen is al begonnen met de vervening (turfwinning) van het zuidelijk Westerkwartier. De lager gelegen gedeelten ondervonden last van het uit het hoogveen afkomstige water. De Leidijk is dus daadwerkelijk een leidijk, een oude binnendijk die werd aangelegd om het water uit de hoger gelegen gebieden veengebieden ‘te keren en te geleiden’.

Nieuwsgierige (dikbil)koeien komen even kijken

Tot nu toe is dit zeker een verrassende wandeling in een heel mooi stukje van onze gemeente. We lunchen op een prachtig plekje aan een groot water. Is dit al de oude pingoruïne of komt die pas later? In ieder geval lopen we langs een bosachtig pad langs de oevers richting het Curringherveld bij Kornhorn. ‘Dicht bladerdak – de boslaan een weg – naar ruimte en licht’ (Carla Mostert). 

Haast met de voeten in het water …..

Het Curringherveld wordt omschreven als één van de parels in het Westerkwartier, een uniek en oud cultuurlandschap waarin de mens een grote hand heeft gehad. In 1997 kreeg Staatsbosbeheer het Curringherveld in eigendom waarna er samen met de bewoners van het dorp een plan is gemaakt voor een multifunctioneel gebied op een manier dat de geschiedenis weer tot leven kwam. Oude naamsaanduidingen leveren geen eenduidige verklaring op voor de plaatsnaam Kornhorn op. Voor de hand ligt: korenhoek, maar vroegere namen als Corriger Sandt en Curringehorn wijzen op een afleiding van een persoonsnaam. De naam Curringherveld komt uit het boek ‘Van Curringhe en Korhoenders, een geschiedenis van Kornhorn’ uit 1994. De naam ‘Curringhe Horne‘ werd voor het eerst genoemd in een stuk uit circa 1600, de naam Kornhorn valt echter pas in 1808. In 1828 bracht een schoolmeester uit de buurt Curringhe in verband met de jacht op korhoenders omdat ‘dit wild hier in menigte verkeerde’…

Voor kinderen zijn de natuurpaden een belevenis op zich. De kleinsten kunnen op zoek naar kabouters, ben je iets ouder dan kun je hier van alles leren over de natuur en het weer en voor kinderen vanaf 11 jaar is er het spannende sporenpad, waarbij je (avontuurlijk) op zoek gaat naar dierensporen. Alle paden lopen langs een ouderwetse vuurplaats waar alle kinderen ‘stokbroodjes’ kunnen bakken. Succes verzekerd!  Vandaag zijn er geen kinderen. We zien echter wel een spitkeet (plaggenhut) en zien ooievaars op een nest die het druk hebben met hun jongen. ‘Ooievaars geland – dansende silhouetten – vleugels wapperen’ (Roeland Schweitzer). Ooievaars leven meestal in de nabijheid van mensen, want ze nestelen bij voorkeur op menselijke bouwsels. In veel volksverhalen figureert de ooievaar als brenger van geluk en nieuw leven. In het midden van de jaren ’70 was de ooievaar zo goed als verdwenen uit Nederland, maar samen met vrijwilligers heeft Vogelbescherming voorkomen dat de soort als broedvogel in Nederland uitstierf en inmiddels komt de vogel niet meer voor op de Rode Lijst. We zien ze dan ook regelmatig tegenwoordig.

Brengers van geluk en nieuw leven (RK)

Het gehuchtje Snipperij ligt tussen Kornhorn en Noordwijk en is eigenlijk niet veel meer dan een doodlopend weggetje. De oorsprong van de naam Snipperij is niet zeker. De naam zou kunnen verwijzen naar de vogel, maar er is ook een theorie die verwijst naar de familie Snip die oorspronkelijk uit deze streek afkomstig zou zijn. Een derde verklaring is het feit dat op de kaart de kavelpatronen van Doezum en Lucaswolde bij de Snipperij onder een scherpe hoek bij elkaar komen. Zulke taps lopende percelen, die door de verschillen van richting van opstrek onder een hoek tegen elkaar eindigen, heten Sniepen. Ter verduidelijking: wanneer bestaande kavels grond worden vergroot door het verlengen van kavelgrenzen in onverkaveld land, dan heet dit opstrek en ontstaat een opstrekkende verkaveling. De herkomst van het woord `snip’, zoals in de vogelnaam houtsnip, gaat terug naar het eind van de 13e eeuw.`Snippe’ betekent `punt’. Een `sniep’ in plaatsnamen duidt dan ook op de nabijheid van een stuk land dat in een punt uitloopt.

De jaarringen zijn moeilijk te tellen 😉

De Snipspoel even verderop is één van de mooiste pingoruïnes van het Westerkwartier en daarmee ook weer een pareltje. Pingo betekent heuvel van ijs in de taal van de Inuit. Het zijn heuvels van ijs, doordat het grondwater omhoog werd geduwd en meteen bevroor vanwege de extreme koude tijdens de laatste ijstijd zo’n 15.000 jaar geleden. De heuvels groeiden gestaag. Door de groei barstte de opgetilde bodem open en kon zonlicht bij de ijslens komen. Met name in de zomerperioden ontdooide de opgetilde bodemlaag en vormde samen met het smeltwater van de ijslens een modderbrij die langzaam langs de helling naar beneden zakte. De hoogte van de pingo’s varieerde waarschijnlijk tussen de 40 en 50 meter en ze hadden doorsneden van 75 tot 200 meter. Na de ijstijd, zo’n 10.000 jaar geleden verdween de bevroren bodem en smolten de ijslenzen. Hierdoor bleven laagtes achter in het landschap. Pingoruïnes liggen nu vaak als ronde waterplassen is het landschap en zijn meestal beschermde stukjes natuur met veel vogels, vlinders en insecten. Een fijne plek om even te stoppen en te  genieten van het moois om ons heen. 

De opvallende witte vlierbloesem bloeit uitbundig

Hiermee rest ons vandaag nog een laatste parel aan de lange ketting van bijzondere plekjes zo vlakbij. De Jilt Dijksheide, genoemd naar de laatste eigenaar-vervener van dit gebied, is het enige heideveld dat is overgebleven na de turfwinning. Schotse hooglanders en landgeiten helpen het gebied open te houden. We zien ze ook beiden.

Het enige overgebleven heidegebied ……

De landgeit is, voor mij zeker, een bijzonder dier met die enorme hoorns. Vooral de bokken vallen op met hun enorme hoorns die eerst naar achteren en dan zijdelings waaiervormig krommen, waarbij de punten enigszins naar boven zijn gericht. De bokken hebben meestal een bokkenpruik, die vooral bij jonge dieren goed uitkomt, een wipneus, een sik en lange, afhangende lichaamsbeharing.

Imposante geiten (RK)
Compleet met bokkenpruik (RK)

We hebben echt genoten deze route!  De haiku ‘Dagen wandelen – vriendschap is mijn metgezel – in de wolken lopen’ (Henk Vijver) geeft een goede impressie van deze dag vol wolken in de letterlijke en symbolische betekenis van het woord. 

Langs de houtwallen (WK+ Pad)

Knp: 21-38-34-31-81-80-77-74-75(of 73)-72

We lopen vandaag nog steeds in het zuidelijk Westerkwartier, want de A7 is niet, zoals ik eerst dacht, de scheiding tussen het zuidelijk en het noordelijk deel. Hoe zit het dan? Sinds het midden van de 19e eeuw wordt onderscheid gemaakt tussen het noordelijk Westerkwartier (Middag en Humsterland met de voormalige gemeenten Aduard, Ezinge, Grijpskerk, Hoogkerk, Oldehove en Zuidhorn) en het zuidelijk Westerkwartier (Langewold en Vredewold, met Grootegast, Leek, Marum en Oldekerk). Het zuidelijk Westerkwartier kenmerkt zich door een kleinschalig coulisselandschap met houtwallen. Het gebied vormt, landschappelijk gezien, een voortzetting van de Friese Wouden, vandaar dat het in de 19e eeuw ook wel de Groninger Wouden (Fries: Grinzer Wâlden) werd genoemd. 

Van het noordoosten naar het zuidwesten lopen in het Westerkwartier de gasten (brede zandruggen) met daarop verscheidene dorpen in het groen. Voorbeelden daarvan zijn o.a. Nuis, Niebert en Marum maar ook de brede omgeving van Opende en Doezum. Laat deze wandeling ons nou precies vanaf Houtigehage naar Opende voeren waar deze houtwallen, langgerekte aarden wallen met een aaneengesloten beplanting van verschillende houtsoorten, sterk vertegenwoordigd zijn. Deze houtsingels vormen een natuurlijke afscheiding tussen graslanden. Voor de natuur en biodiversiteit zijn deze singels heel waardevol. Bescherming van dit coulisselandschap is inmiddels nodig, want vroeger maakten de houtsingels deel uit van het boerenbedrijf. Ze leverden ‘geriefhout’, brandstof en werden gebruikt voor veekering, maar tegenwoordig is dat niet meer zo. 

De sering bloeit volop onderweg

We starten in Houtigehage maar lopen een andere route dan volgens het boekje. De route is met het in gebruik nemen van wandelknooppunten in dit traject verlegd. Wij varen er wel bij, want ik denk dat deze (nieuwe) wandeling veelzijdiger en aansprekender is. 

De bekende aardappelruggetjes op de velden (RK)

Houtigehage is een heidedorp dat tot in de eerste helft van de 18de eeuw bestond uit hoge venen. De venen zijn kort daarna voor de turfwinning afgegraven. Toen dit in het midden van de 18de eeuw min of meer voltooid was, werd het geruïneerde landschap aan zijn lot overgelaten en ontwikkelde zich hier een heidegebied. Het dorp bestond toen eigenlijk uit niet meer dan een ongeordende en verspreid liggende verzameling spitketen (plaggenhutten). De naam ‘spitkeet’ komt van het meestal gebruikte bouwmateriaal, in het Fries ‘heidespitten’, stukken grond met heidewortels.  ‘Een woning ……..!? Niets anders dan een paar muren van plaggen, met vóór in een paar kleine ruitjes, waar de glazenmaker heusch niet veel aan verdiend had’, aldus een dominee over het wonen op de heide in de negentiende eeuw. Armoede troef dus! Tegenwoordig is (lijkt) dat heel anders.

We zijn nog maar net op weg of we lopen langs de Blauwe Dobbe, een waterplas, wat een pingoruïne, een overblijfsel uit de ijstijd, blijkt te zijn. Bij het meer staat het clubhuis van de ijsvereniging ’Fan Twa Ien’, waar, indien mogelijk, een marathontocht met 50 rondjes van 500 meter georganiseerd wordt. Het blijkt dat ze ook in de overige maanden niet stil zitten. Er zijn een groot aantal mensen bezig met radiografisch bestuurbare bootjes, van zeilboot tot zandzuiger, op het water. Hoewel een bijzonder gezicht, vragen wij ons wel voorzichtig af waarin het echte sportgevoel dan toch zit? Die ‘pure pracht en pret’ van een sport is kennelijk slechts te begrijpen voor de insider, want ik lees in een blog: ‘RC-boten zijn een sport op zich. De snelheid, het geluid en het ongehinderd doorklieven van het wateroppervlak……..wat is er leuker dan varen met een radiografisch bestuurbare boot als het weer het toelaat?’ 

Het is heerlijk wandelweer!
Wat is er leuker dan …….. (RK)

Het is heerlijk (wandel) weer en lopen door een waterrijke omgeving met mooie doorkijkjes.

Mooie doorkijkjes
Landelijke route (RK)

Regelmatig zien we kuddes Schotse hooglanders; ruig, indrukwekkend en nog dik in hun vacht. We lezen en leren dat hooglanders in een sociale kudde leven. Ze blijven altijd kijken naar de andere dieren in de kudde en zorgen voor elkaar. Zo liggen kalfjes bij elkaar in de crèche met één koe dicht in de buurt. De oudste koe van een kudde is de leider. Zij bepaalt waar er gegraasd wordt, wanneer er gedronken wordt en wanneer het tijd is om te rusten. Het zijn gewoontedieren die houden van routine. Ze zoeken bomen om zich even aan te schuren en in een warme periode vinden ze het fijn om in het water te staan om het lichaam af te koelen.

Imposante dieren

Later op de route, bij Opende, zien we zelfs een grote kudde waterbuffels. Die zie je hier niet zo vaak, toch? Het blijkt een kudde te zijn van een veeboer, die eigenlijk het liefst mozzarella wil produceren en dus zelf waterbuffels houden. Rondom de boerderij lopen nu zo’n 20 waterbuffels. Deze dieren grazen, als de omstandigheden het toelaten, dag en nacht buiten. Ze eten gras, hooi en graskuil van eigen grond en gedijen prima in een waterrijke omgeving. Dankzij hun gespreide hoeven zakken ze niet te ver weg in de drassige grond. Een bijzonder verhaal, misschien de volgende keer toch een mozzarella meenemen uit Opende?

Waterbuffels bij Opende (foto internet)

Onderweg zien we ook nestkasten op hoge palen in het veld die bedoeld zijn voor de torenvalk. De torenvalk was lange tijd de meest voorkomende roofvogel in Nederland, maar staat tegenwoordig op de ‘rode lijst’ van vogels. Het is een uitgesproken jager vooral op veldmuizen en is goed te herkennen aan zijn manier van jagen: stil hangend of biddend in de lucht. Met dit bidden wordt de vleugels snel heen en weer bewogen. Deze vogel broedt graag in nestkasten in open land. Hij bouwt dus zelf geen nesten, maar gebruikt een oud kraaiennest of een speciaal daarvoor gemaakte (torenvalk) kast, zoals hier. Zulke weetjes geven beslist iets extra’s aan het wandelen in de omgeving.

Als je heel goed kijkt zie de nestkast naast de grote boom in de verte

Langzamerhand komen we bij Opende, het meest westelijk gelegen dorp van de provincie Groningen en één van de weinige Groningse dorpen waar Fries gesproken wordt. De plaatsnaam is een verwijzing naar de ligging: op (= aan) het einde van de weg van Grootegast naar Friesland. Grappig is dat er in 2011 twintig ‘buitengewone berichten over het dagelijks leven in het Groningse dorp Opende’ verschenen in NRC Handelsblad. Volgens de redactie was de keuze voor Opende willekeurig. Een gemiddeld dorp, ver buiten de Randstad, geen doods dorp waar alleen de oudsten achterblijven en geen toeristisch dorp dat door buitenstaanders wordt overspoeld. Hun beschrijving van Opende is als volgt: ‘Weilanden, bomenrijen en houtsingels bepalen hier het uitzicht. Karige bebouwing valt in het niet bij veertien kleuren groen. Stemmen zijn schaars waar de wind heerst en het gras buigt. Noodweer zie je van verre naderen. Hier vegen ze nog de stoep en ook de stoep van de buurvrouw die slecht ter been is. Ze groeten onophoudelijk iedereen, ook vreemden. Kort: ‘Hoi.’ Kort is niet kortaf.’ Klinkt goed!

Het toegangshek van het Blotevoetenpad

Wij lopen Opende niet echt in, maar lopen het laatste stuk over het Blotevoetenpad of zoals ze hier zeggen ’t Blôde Fuottenpaad’. De naam zegt het al: schoenen en sokken uit en lopen op je blote voeten door modder, water en gras. Het idee voor het pad is ontstaan door het verhaal van een mevrouw die vroeger het pad liep van haar huis naar de kerk in het dorp.

Een herinnering aan lang geleden…….
Onderweg even uitrusten in de hangmat
Deze uitdaging laten we vandaag toch even links liggen (RK)

We horen dat er steeds meer van dit soort paden ontstaan. De filosofie achter deze blotevoetenpaden is dat de wandelaars, door letterlijk de ondergrond te voelen, zich bewuster zijn van hun omgeving. Er is wetenschappelijk bewijs dat wanneer je je voetzolen direct contact laat maken met de grond, je stofwisseling beter gaat werken, wat onder meer weer leidt tot een betere nachtrust en een goede weerstand. Verder stimuleert regelmatig blootsvoets lopen op diverse ondergronden niet alleen het hart en de bloedsomloop maar regelt het ook de bloeddruk. Mocht dit allemaal nog niet voldoende zijn, op blote voeten lopen is ook goed voor je evenwicht en een goed ontwikkeld gevoel voor evenwicht is goed voor body, mind & soul. Met deze opgedane kennis is het haast jammer dat wij onze schoenen niet hebben uitgetrokken deze keer. Een volgende keer zullen we ons zeker onderdompelen in de totale ‘blote voeten’ ervaring!

Altijd bewust van de omgeving :0 (RK)