Knp: 54-44-43-42-21
Volgens de deskundigen hebben we te maken met de op één na natste lente ooit gemeten. Over het hele land viel 254 millimeter regen, tegen normaal maar 157 millimeter. Alleen in 1983 hebben we een nog nattere lente gehad. Ook was de lente record warm met een gemiddelde temperatuur van 11,7 graden tegen 9,9 graden normaal. Dat staat gelijk aan het record gemeten in de lente van 2007. El Niño. het natuurverschijnsel waarbij het zeewater voor de kust van Peru en Ecuador opeens heel sterk opwarmt, waardoor het hele weer op zijn kop komt te staan, heeft zeer waarschijnlijk een rol gespeeld in de natte lente dit jaar. Inmiddels is deze lente overgegaan in een even natte en zeer wisselvallige zomer. Het wil nog niet zo lukken met de zon en de warmte op een enkele uitspatting na.
We moeten onze momentjes om te wandelen daarom zorgvuldig plannen. Vandaag lijkt het in ieder geval een vrij droge dag te worden, dus we trekken onze wandelschoenen aan en kiezen voor een korter stuk op onze route, n.l. van Drachtstercompagnie naar Houtigehage. Daarmee lopen we in de ‘Friese plus’ van het pad rondom onze gemeente.
Drachtstercompagnie is in de tweede helft van de 18de eeuw ontstaan uit een paar gehuchtjes aan het water. Aan het einde van die eeuw meldde een beschrijving dat er in het oosten een grote uitgestrektheid aan ‘hoog en vergraaven Veenland, naast aan de Drachten, tot aan de Ommelanden uitloopt, onder den naam van Folger Veenen’, het huidige Drachtstercompagnie met een ‘verscheidenheid van buurten en huizen.’ Na afloop van de verveningen in deze hoek trokken de meeste veenarbeiders verder naar plaatsen waar nieuw werk lag te wachten. Net als andere dorpen heeft Drachtstercompagnie haar naam eigenlijk te danken aan de vervening.
De verveners, verenigd in de ‘Drachtster Compagnie’ lieten vaarten en wijken graven om het veen droog te leggen en vervolgens om de turf te winnen en te vervoeren. Terwijl de oprichters van de Compagnie steenrijk waren, waren de turfstekers zelf vaak straatarm. Ze woonden in primitieve hutten van zoden en plaggen, zogenaamde spitketen. Zelfs vrouwen en kinderen moesten helpen met het zware werk om te zorgen dat het gezin kon rondkomen. In het begin van de negentiende eeuw was het landschap grotendeels in cultuur gebracht. Langs de vaart werden boerderijen gebouwd, waar de arbeiders gingen werken. Het werd nu ook echt een dorp, waarbij de verschillende buurtjes langzaam maar zeker naar elkaar toe groeiden.
Aan de Aldewei in Drachtstercompagnie staat sinds 1989 een kunstwerk dat de geschiedenis van het dorp weergeeft. De drie gestapelde hardstenen rechthoeken verbeelden de lagen turf, die als het ware uit de grond steken. De roestvrijstalen buizenconstructie houdt de lagen gescheiden en omkaderd de hardstenen vorm.
We starten aan de rand van het dorp en lopen bijna meteen een bospad op richting Rottevalle. We lopen langs bospaden, maar ook veel over fietspaden langs de weg. Een koppeltje zwanen trekt onze aandacht. Een symbool voor de liefde, want ze zijn één van de weinige diersoorten die monogaam zijn. Wanneer de partner overlijdt, nemen ze ook echt de tijd om een nieuwe relatie aan te gaan. Grappig weetje: volgens een oude wet is het staatshoofd van het Verenigd Koninkrijk eigenaar van alle knobbelzwanen in Engeland en Wales. In de middeleeuwen (en nu nog steeds) was zwanenvlees een delicatesse voor de rijken; zo is de wet ontstaan. Ik heb nog nooit ergens zwanenvlees op het menu zien staan, maar wij behoren dan ook niet tot de rijken ;).
Rottevalle is ontstaan in het midden van de 17e eeuw en bestond toen uit niet veel meer dan een herberg, een bierbrouwerij en een molen. Alles wat belangrijk is om te kunnen overleven in het veen …… alhoewel een kerk ook beslist belangrijk was, want de mensen hadden een enorm ontzag voor het veen. Hier huisden goden en geesten die je maar beter gunstig kon stemmen. Het veen/moeras was moeilijk toegankelijk en behoorlijk angstaanjagend, zeker bij nacht, en werd liever gemeden. De vaak voorkomende grondmist droeg nog bij aan het griezelige karakter.
De naam van het dorp komt van de sluis die door haar vorm de bijnaam Rattenval had. Tot 1956 liep het riviertje de Lits nog dwars door het dorp. In dat jaar werd dat deel van de Lits gedempt en om het dorp gelegd. Het is een pittoresk dorp met in het hart van het dorp de monumentale Herberg van Smallingerland, een rijksmonument met de sfeer van weleer. Het bouwjaar zou, volgens de datering in een houten stijl, 1791 kunnen zijn, maar dit jaartal kan ook refereren aan een verbouwing of een andere gedenkwaardige gebeurtenis. Zeker is wel dat er op de locatie van De Herberg al in 1734 een pand stond waar pachtgeld geïncasseerd werd.
Na Rottevalle is het verder richting Houtigehage. Deze plaatsnaam zou zijn afgeleid van smalle stroken land (hage) die met houtige struiken waren begroeid. Rond 1900 heerste er veel armoede in en rond Houtigehage. De bewoners woonden in spitketen en het analfabetisme was hoog. In deze tijd trok predikant Johannes Antonie Visscher met zijn vrouw en een kofferorgeltje in een kruiwagen hier door het gebied om geïmproviseerde kerkdiensten te houden. Naast preken bekommerde hij zich ook om de erbarmelijke sociale omstandigheden. Een gedenksteen in de kerk met zijn naam herinnert hier aan.
Pas halverwege de twintigste eeuw werd de turfwinning uiteindelijk weggeconcurreerd door de opkomst van andere fossiele energie, zoals olie en gas.
De voorwerpen en lichamen die bij de turfwinning tevoorschijn kwamen, zijn niet bij toeval in het veen terechtgekomen. Je verwacht namelijk weinig in het moeras te vinden omdat de oude nederzettingen en begraafplaatsen zich op de hogere zandgronden bevonden. De mens had uit economisch oogpunt immers niet veel te zoeken in de gevaarlijke en onbewoonbare moerassen. De meeste in het veen gevonden voorwerpen zijn individuele vondsten, het gaat steeds om één voorwerp. Bovendien gaat het meestal om min of meer complete voorwerpen die nog goed bruikbaar waren op het moment dat ze in het veen terechtkwamen en dus een bepaalde waarde vertegenwoordigden. Dit betekent zeer waarschijnlijk dat ze er bewust neergelegd zijn en dit kan alleen gebeurd zijn als een offer. Je offert aan een hogere macht in de hoop daarvoor iets terug te krijgen. Dit kan variëren van regen, een goede oogst en gezondheid tot een omvangrijk nageslacht. Of de belofte een dankoffer te brengen als aan de wens of behoefte is voldaan of wanneer een bepaald probleem verholpen is. Regelmatig zijn bij het turfsteken ook menselijke resten in het veen gevonden. In die gevallen werd meestal onmiddellijk de politie erbij gehaald, omdat men in eerste instantie uitging van een recente misdaad. Veel later werd bedacht dat de dood mogelijk in een ver verleden kon zijn ingetreden. Maar of het hier dan ook om offers gaat?
Het is ook vreemd om je te bedenken dat er zo’n drie eeuwen geleden nog werd gecontroleerd op de grens tussen Groningen en Friesland. In de eerste helft van de 18de eeuw was een groot deel van de grens tussen het Groninger Westerkwartier en het aangrenzende Friesland min of meer een niemandsland. Pas in 1737 zouden de grenzen tussen beide provincies officieel worden vastgelegd. Vanaf Groningen liep een aantal verbindingen door het Westerkwartier naar Friesland, waarvan eentje tussen Trimunt en Rottevalle. Dit pad, een smokkelroute, liep achter Drachtstercompagnie langs door het veen. Bij het grensdorp Frieschepalen waren drie ‘cherchers’ gestationeerd, een soort belastingambtenaren die ervoor moesten zorgen dat er geen zaken, waarop invoerbelasting werd geheven, over de grenzen zouden worden gesmokkeld. In totaal waren er hier in de buurt slechts zes van dergelijke beambten wat niet veel is voor een groot, onoverzichtelijk grensgebied. De ‘sluikers’ (smokkelaars) noemden zichzelf ‘passagiers over de heide’ en riepen de cherchers op zich vooral niet te bemoeien met hun nachtelijke tochten.
Een veenwandeling lijkt door zulke verhalen wel wat op een avonturentocht. Het heeft wel iets om al wandelend de verhalen te ontdekken over een bepaald gebied en zo (nog) beter te begrijpen hoe het landschap om ons heen is ontstaan en gevormd.












































































