Herhalen zonder herhaling

Knp: 92-88-89-87-83-80-65 en nog iets verder……

Wandelen is een prima manier om je conditie op te bouwen, want rustig wandelen kan bijna iedereen immers wel. Toch moet je, om echt aan je uithoudingsvermogen te werken, eigenlijk sportief wandelen, wandelen in stevig tempo waarbij je ook je armen flink meebeweegt. Hierbij kun je dan denken aan een tempo van 6 tot 7 kilometer per uur waarbij je de duur en de frequentie van de wandelingen steeds verder opvoert. Of door je hartslag omhoog te gooien door na elke 2 minuten je normale wandeltempo af te wisselen met één minuut wandelen in een hoog tempo. De uitdaging ligt vaak in de herhaling zonder in herhaling te vallen. Misschien een ietwat cryptische omschrijving, maar hiermee vergroot je uiteindelijk je vaardigheid of in dit geval je conditie. Leren gaat immers niet vanzelf en dat geldt voor iedereen en voor alle facetten. Iedereen die zich bezighoudt met sport en training kent het principe van specificiteit: dat wat je oefent, daar word je beter in. Maar we weten ook dat de vooruitgang op een gegeven moment stokt als je steeds dezelfde oefening(en) blijft doen. Als het ‘kunstje’ bekend is, zijn onze hersenen niet langer geïnteresseerd in ‘meer van hetzelfde’ en wordt er niet of nauwelijks nog geleerd of vooruitgang geboekt. ‘Herhalen zonder te herhalen’ is de oplossing, maar hoe kan ik dat toepassen op het specifieke gebied van wandelen? Ik zie mezelf nog geen tempo van 6 of 7 km per uur aanhouden, ik ben al blij met een goede 5 km gemiddeld per uur. 

Wandelen is, volgens diegenen die het kunnen weten, wel een ideale manier om blessurevrij een goede conditie op te bouwen. Het is een natuurlijke vorm van je lichaam om te bewegen. Waar bij het hardlopen harde schokken terecht komen op je heupen, knieën en voeten is dit bij wandelen niet het geval. Als je in een normaal tempo loopt op sportieve schoenen hoef je geen enkele spier of gewricht in je lichaam extreem te belasten. Het enige wat je dus nodig hebt, zijn je benen, wat tijd en een paar sportieve schoenen. Meer tijd maken is de crux in ons geval. We vergeten vaak te plannen, waardoor de agenda’s alweer volgelopen zijn met andere zaken. Twee per week moet toch lukken? Vandaar dat we vandaag alweer op pad gaan. Meteen twee dagen achter elkaar om de toon te zetten 😉

We beginnen aan het Hoendiep en lopen het pad aan de zuidzijde langs het water bijna volledig af. Dit is kennelijk een geliefde visplek want we komen de ene visser na de andere tegen. Ter hoogte van de hoogspanningsmasten gaan we het weiland in, waarna we over de dijk verder lopen rondom een bergboezem van het Waterschap. In 2002 is hier een gebied van 100 hectare grasland geschikt gemaakt om water uit het Lettelberterdiep, vroeger een belangrijke vaarweg tussen Groningen en Friesland, op te vangen om de hoogwaterstanden die in 1998 bijna tot overstromingen hadden geleid, in de toekomst te voorkomen. In dit gebied broeden nu jaarlijks honderden kokmeeuwen, enkele visdieven en een paar ganzen, terwijl veel andere vogels hier foerageren. Alles bij elkaar is het dus een echt vogelgebied geworden. Wij zien vooral eenden, misschien dat we de andere vogels niet herkennen?

Uitkijken over de bergboezem

In ons boekje werden we al gewaarschuwd voor prikkeldraad op de route. We staan echter voor niets en zijn al rollend door het gras onder de draden doorgeschoven, een avontuur op zich ;). 

Genieten op de dijk

Om in het zuidelijk Westerkwartier te komen moeten we een eindje evenwijdig aan de A7 lopen voordat we over de snelweg naar de andere kant kunnen. Op zich minder leuk, maar je moet soms even wat overbruggen, nietwaar? Dit zuidelijk deel van het Westerkwartier kenmerkt zich door kleinschaligheid van het landschap. Door het opstuwende gletsjerijs (240.000-180.000 jaar geleden) zijn hier zandruggen ontstaan met laagtes daartussen die zich in de loop der tijden vulden met veen. In de volksmond worden zandruggen ook wel ‘gasten’ genoemd. Grappig dat namen als Lutjegast, Grootegast etc terug te leiden zijn naar deze benaming. De dorpen ontstonden dus op de zandruggen die van elkaar gescheiden waren door laagveengebieden of beekdalen. Door de jaren heen werd de vervening steeds grootschaliger aangepakt en in de 16e werden kanalen gegraven om de turf en het water af te voeren.

Veel ooievaars bij Lettelbert (RK)

In Lettelbert lopen we op zo’n relatief hoge zandrug. Op het fietspad richting het Leekstermeer wordt het steeds lager en natter, al hebben wij van dat laatste vandaag geen last. We lopen langs de Lettelberter Petten, waarvan de naam verwijst naar de petgaten (een petgat is een water dat is ontstaan door het uitbaggeren van veen), ontstaan na het afgraven van smalle stroken veen. Ook het Leekstermeer verderop is ontstaan door ontginning, vervening en turfwinning.

Typisch Nederlands weer? (RK)
Het markante kerkje van Midwolde in de verte (RK)

Ondertussen hebben we er zo’n kleine 10 kilometer opzitten en het lopen gaat (voor mij) wat moeizamer. Ik probeer mijn voeten goed af te rollen, heb ook mijn ‘beste’ wandelschoenen aangetrokken, maar ……. Ik krijg toch weer wat last van zere heupen…… Balen! Ik lees dat pijn bij het wandelen vaak het gevolg is van een verkeerde houding, overbelasting of verkeerde schoenen. Bij pijn aan de heup is overbelasting vaak de boosdoener. Ook vermoeidheid, waardoor je minder rechtop gaat lopen, draagt bij aan klachten. Het advies is om vooral te blijven wandelen, maar eventueel het aantal kilometers eerst wat terug te schroeven. Verder de hint om onderweg wel voldoende pauze te nemen en na afloop een warme douche om de spieren te laten ontspannen. Allemaal goede adviezen en eigenlijk ook wel dingen die we (ik) al doen. Ik lees verder dat een andere oorzaak kan liggen in de opbouw van je wandeltrainingen. Als je te snel te ver gaat wandelen, komt je jezelf op den duur tegen. Je bouwt je uithoudingsvermogen sneller op dan dat je gewrichten, pezen en spieren zich kunnen aanpassen aan de belasting. Tenslotte wordt overgewicht genoemd, je moet al die extra kilo’s immers wel zelf meeslepen……. Er is duidelijk werk aan de winkel!

We lopen in een rustiger tempo het laatste stuk naar Landgoed Nienoord, een landgoed dat vooral bekend is van de voormalige borg Nienoord (historische naam: ’t Huis de Nyenoort), op de plek waarvan zich nu een 19e-eeuws landhuis bevindt. Heerlijk om daar op het terras, in de zon en aan het water te genieten van een welverdiende lunch. Het was heerlijk wandelweer vandaag en ondanks wat (kleine) klachtjes kijk ik alweer uit naar de volgende uitdaging. Ondertussen toch ook eens meedoen in ons beweegpark om de spieren aan te sterken?

Nienoord met rechts het terras voor de lunch

Verhalen onderweg

Knp: 9-7-55-57-65-1-99-98-97-96-93-92

We starten vandaag in Aduard en wel op de Kaakheem. Ik ben wel benieuwd waar die naam vandaan komt en vind als verklaring de volgende betekenis: het erf waar de ‘kaak’ op stond, waarbij de ‘kaak’ de schandpaal was. De straf van de ‘kaak’ en van het brandmerken werden gelukkig in 1854 afgeschaft.

Kaakheem; het erf waar de ‘kaak’ stond

Zoals bekend stond in Aduard ooit de aan Bernard van Clairvaux gewijde abdij Ad Sanctum Bernardum, het rijkste, grootste en beroemdste klooster van het noorden. Alleen de oude ziekenzaal, tegenwoordig de hervormde kerk, is er nog van over. Volgens de overlevering vestigden zich hier in 1192 cisterciënzer monniken omdat de lokale bevolking lichtverschijnselen op deze plek meende te zien. Op zich al een merkwaardig fenomeen, maar dat is niet het enige. Zo’n groot klooster is vaak het onderwerp van vele (volks)verhalen. Voor de meeste volksverhalen geldt het principe: ’niet echt gebeurd, maar wel waar’, want zulke verhalen genereren hun eigen waarheid, aldus de schrijvers van een artikel over dit onderwerp. Ze prikkelen de verbeelding.

De verhalen over vermeende onderaardse gangen van de stad Groningen naar dit klooster zijn waarschijnlijk ontstaan na het verschijnen van de kroniek ‘Vitae et gesta abbatum’ (levens en werken van de abten) uit de 15e/16e eeuw. Hierin wordt vermeld dat de abt van Aduard naar Groningen kon lopen zonder een voet van eigen bodem te zetten. In feite zijn deze gangen vaak rioleringen die vroeger manshoog moeten zijn gemaakt omdat de werkers deze anders niet konden metselen. Archeologisch onderzoek heeft laten zien dat deze rioleringsgangen soms wel 1.68 m hoog waren.

Later, in de Tachtigjarige Oorlog (1568-1648), speelde dit klooster een strategische rol en gingen de bibliotheek en veel andere kostbaarheden verloren. Het klooster werd uiteindelijk gesloopt, maar volgens de verhalen zou de bibliotheek (of tenminste een deel daarvan) samen met de gouden stoel van de abt van de cisterciënzers verborgen zijn in de onderaardse gangen. Sommige paragnosten (helderzienden) geloven dat de kostbaarheden van het klooster verstopt zijn in oude putten, waarvan de restanten nog steeds aanwezig moeten zijn, en dat deze schatten nog altijd niet gevonden zijn. Voer voor speculatie! Of je de verhalen nu gelooft of niet, het verhaal over de gangen in Aduard is springlevend en wordt nog steeds onder de Groningers verteld.

3D kloosterwandeling (internet)

Om je (nog) beter in te kunnen leven in de omstandigheden van toen is er nu een 2 km lange kloosterwandeling, compleet met 3dGPS app, langs de belangrijkste plekken uit de geschiedenis van dit ooit zo grote klooster gerealiseerd. Het logo van de kloosterwandeling heeft de vijfhoekige vorm van de kloosterplattegrond en doet denken aan een middeleeuws wapenschild. We zien verschillende bijzondere zuilen. Grappig is dat ze zo zijn vorm gegeven dat ze recht doen aan de geschiedenis waarover ze vertellen. De torenvorm van de zuilen en panelen verwijst naar de kerkarchitectuur waarin de toren naar de hemel reikt. De handgeschreven Latijnse teksten die in de aluminium panelen op de zuilen zijn geprint, zijn afkomstig uit een exemplaar van de Abtenkroniek van Aduard terwijl de vorm van de tekstpanelen doet denken aan middeleeuwse banieren. De rode kleur op de tekstpanelen en van het cortenstaal van de zuilen verwijst naar de kleur van de bakstenen waaruit het klooster was opgetrokken en de middeleeuwse, met bladgoud bedekte letters in de windvanen bovenop de zuilen (en de M op het kloostermuseum) zijn de beginletters van de getijdengebeden. Volgens de Regels van Sint Benedictus moeten Cisterciënzers monniken acht keer per dag bidden: Metten rond middernacht en vervolgens Lauden, Priem, Terts, Sext, Noen, Vespers en Completen. Hier is echt over nagedacht! Met al deze informatie en wetenswaardigheden zijn we nog niet erg opgeschoten met onze wandeling naar Den Horn. Ondertussen heb ik de app op mijn telefoon gezet, maar de verdere details moeten we toch bewaren voor een andere keer.

Zowaar nog een echt ‘Westerkwartierpluspad teken’

Verrassend genoeg lopen we Aduard uit over het fietspad richting Groningen. Wij lopen maar tot Nieuwklap, een buurtschap genoemd naar de nieuwe klap (ophaalbrug) over het Aduarderdiep. Na de aanleg van het Aduarderdiep rond 1400 werd hier een sluis gebouwd. Later werd er, mogelijk met de aanleg van de Friesestraatweg in 1843, de draaibrug de ‘Nieuwe Klap’ gelegd, waar tol werd geheven. In 1938 werd er een vaste ‘hoge brug’ naast gebouwd voor het nieuwe tracé van de Friesestraatweg, waarop de draaibrug werd weggehaald. Een paar jaar geleden heeft de provincie besloten tot de aanleg van een nieuw knooppunt bij Nieuwklap i.v.m. de aanleg van een rondweg om Aduard, die inmiddels is gerealiseerd. Hiervoor is ook weer een nieuwe brug gebouwd omdat de weg een beetje is opgeschoven. De burgemeester van (toen nog gemeente) Zuidhorn vond de vernoeming van de nog naamloze brug naar wielrenner Bauke Mollema een goed idee en zette zich hiervoor in bij de provincie, want Bauke Mollema groeide op in Zuidhorn en fietste tijdens zijn middelbareschooltijd elke dag over de brug. Op zijn website zegt hij zelf over deze dagelijkse fietstocht van twaalf kilometer dat daar het begin van zijn wielercarrière ligt. De burgemeester onderbouwde zijn verzoek als volgt: ‘Wie weet wint hij over twee of drie jaar de Tour. Mensen kunnen dan denken: hee, hier heeft hij altijd langsgereden. De brug past ook goed bij de klimmer Mollema omdat hij zo steil is. Het is niet niks. Het is geen Alpe d’Huez, maar je moet toch wel je best doen om er overheen te komen.’ Heeft de brug hiermee inderdaad zijn naam gekregen? Het wordt me niet helemaal duidelijk, maar het is zonder meer een leuk verhaal.

We lopen onder de brug door en zoeken langs het Aduarderdiep een plekje in de berm voor een kop koffie. In de verte zien we de skyline van Groningen en Hoogkerk met hun kenmerkende gebouwen. Zo dichtbij de stad en tegelijkertijd zo midden in de natuur.

Heerlijk in het zonnetje ………

Dit pad is voor sommigen onder ons bekend terrein. Vanuit ons huis is dit een leuke en minder drukke fietsroute naar Peize. Aan het eind, vlak voor de T-splitsing, liggen diverse woonboten. We zijn aangekomen in Nieuwbrug wat eigenlijk uit niet meer dan een boerderij, een huis en een aantal woonschepen bestaat. De naam Nieuwbrug verwijst naar de ‘nieuwe brug’ over het Aduarderdiep die onderdeel vormde van één van de handelsroutes tussen Groningen en Leeuwarden. De brug werd bediend door een brugwachter die ‘passagegelden’ moest innen. Bij het huis heeft vroeger een watermolen gestaan die de polder De Kleine Eendragt bemaalde. In de 20e eeuw was Nieuwbrug vooral een wachtplaats voor schepen die moesten lossen bij de suikerfabriek en papierfabriek De Halm in Hoogkerk. Pas later kwamen hier woonschepen te liggen. Rond 2000 was Nieuwbrug verpauperd en werd dit meer en meer het domein van junks en alcoholisten uit de stad Groningen. De bewoners van de woonboten hadden ook geen gas en elektra. Pas toen ze dreigden een groot dieselaggregaat naar Nieuwbrug te brengen, legde de gemeente hier gas en elektra aan. Dat is eigenlijk nog maar relatief kort geleden. Waterwonen wordt misschien steeds aantrekkelijker?

Waterwonen in Nieuwbrug

Wij slaan hier rechtsaf richting Den Horn. De kerk in Den Horn werd in 1863 gebouwd, maar de geschiedenis van de kerk begint eigenlijk in het vlakbij gelegen gehucht Lagemeeden. In de vijftiende eeuw kon de kerk van Lagemeeden een belangrijke relikwie, een gedeelte van de arm van de heilige Margaretha, bemachtigen, waardoor het een bedevaartsoord zou worden. Het kopen van een relikwie was alleen voor de rijkere kerken weggelegd, dus de kerk van Lagemeeden moet wel welvarend geweest zijn. Op het moment dat de kerk van Lagemeeden werd afgebroken was het omliggende dorp al verdwenen. De parochianen van de omliggende streken gebruikten de kerk tot die tijd nog steeds, hoewel de kerk intussen al zodanig in verval was geraakt dat ‘de kerkgangers steeds meer weiland konden zien door de muren heen’. Er moest duidelijk een nieuwe kerk komen, maar de bouwplaats van de nieuwe kerk werd een waar ‘hoofdpijndossier’. Uiteindelijk werd door de Algemene Synode besloten dat de kerk in het midden van de kerkelijke gemeente moest komen te liggen. De plaats van de huidige kerk is dus symbolisch gekozen om te laten zien dat de kerk niet alleen de gemeenteleden uit Den Horn toebehoorde. Van Lagemeeden rest nu alleen nog een eeuwenoud kerkhofje dat via een smal, doodlopend weggetje vanuit Den Horn bereikbaar is. In volksverhalen over deze kerk wordt nog altijd beweerd dat de arm zich daar nog zou bevinden, misschien begraven in een sloot?

In de kerk van Den Horn

Op zich allemaal heel interessant, maar nu weten we nog niets over de heilige Margaretha. In de kerk hangt gelukkig een icoontje met haar afbeelding inclusief een verklaring eronder. Sint Margriet (de heilige Margaretha of de heilige Marina) was een dochter van een heidense priester in Pisidië (waar tegenwoordig Antalya ligt in Turkije). Ze werd opgevoed als christen en ook na haar gedwongen huwelijk weigerde ze haar geloof op te geven. Toen ze niet aan de heidense goden wilde offeren, werd ze opgesloten en gemarteld. Al deze gruwelijkheden overleefde ze (natuurlijk) ongeschonden. Vervolgens openbaarde de duivel zich in de gedaante van een gevaarlijke draak die haar verslond. Zij maakte echter een kruisteken in zijn buik, waarop het beest uit elkaar barstte en zij, ook nu weer, ongedeerd bleef. Sint Margriet wordt altijd afgebeeld met een draak aan haar voeten. Ze is één van de ‘veertien heilige helpers’, omdat ze wordt aangeroepen bij ziektes en kwalen. Ze is de patrones van voedsters, verpleegsters, vroedvrouwen en nierpatiënten en wordt aangeroepen bij barensweeën en zwangerschap (wegens haar ontsnapping uit de buik van de draak) en onvruchtbaarheid. Merkwaardig toch dat ik nog nooit van haar heb gehoord ;). Sinds 1981 heeft de kerk een multifunctionele bestemming.

De heilige Margaretha, Margriet, Marina etc.

Langzamerhand naderen we het einde van de tocht. Aan de andere kant van het dorp slaan we af richting Oostwold. We lopen over een smalle weg door de weilanden richting het Hoendiep. Om ons heen wordt druk gewerkt. Grote landbouwmachines maaien het gras terwijl hazen angstig met reuze sprongen over het land wegvluchten. Ik wist wel dat een haas in een leger leeft, maar had me niet gerealiseerd dat een haas meerdere van deze legers maakt die worden gebruikt afhankelijk van de richting van de wind. Een haas gaat ook nooit rechtstreeks naar een leger toe maar maakt een omweg door grote sprongen te maken, waardoor eventuele vijanden op een dwaalspoor worden gebracht. De grote, snelle, lawaaierige machine wordt hier zeker als vijand gezien. Ik geloof dat ik nog nooit zoveel hazen op het land bij elkaar gezien heb.

Hoewel dit niet echt een bijzondere wandeling was qua omgeving, waren de verhalen onderweg zeker de moeite waard. We leren op deze manier heel wat meer over onze directe omgeving.

Cisterciënzer monniken

Aduarderdiep – Fransum: knp 99-92-66

Fransum – Aduard: knp 66-63-11-93-24-9

Terwijl het in het zuiden van Europa enorm warm en kurkdroog is met alle gevolgen van dien, is het ‘bij ons’ wat aan de koude kant met zo’n 18-20 graden. De zon heeft moeite om door de vele lagen bewolking heen te breken en er is regelmatig kans op regen meer. Volgens het KNMI wordt het echter vandaag waarschijnlijk de beste dag van de week met weinig kans op een bui. Ideaal om de wandelschoenen weer aan te trekken.

Wandelen door Middag (RK)

We lopen hoofdzakelijk door het voormalige eiland Middag, onderdeel van het oudste cultuurlandschap van Nederland: het Nationaal Landschap Middag-Humsterland. De oorsprong van Middag-Humsterland gaat terug naar voor de jaartelling. Zandplaten onder de Waddeneilanden ontwikkelden zich tot kwelders met kweldergras. Een ideale plek voor de eerste bewoners met hun schapen en koeien. Het enige nadeel was dat deze kwelders vaak overspoeld werden door het zeewater. Om hier toch te kunnen leven bouwden de mensen brede heuvels (wierden), waarop ze hoog en droog konden wonen. Door een aantal grote inbraken van de zee ontstond de Lauwerszee. Het water dat vanuit de Lauwerszee via zijgeulen landinwaarts stroomde, vormden de twee schiereilanden Middag en Humsterland. Tussen 1200 en 1700 verdwenen de geulen die de twee eilanden van het vaste land scheidden langzaam en werden Middag en Humsterland weer één geheel. Tegenwoordig verraden de kleine percelen, de kronkelende weggetjes, het weidse landschap, de eeuwenoude dijken, de slingerende sloten en geultjes en de nog altijd bewaard gebleven wierden deze rijke geschiedenis.

Onderweg

We lopen genietend over de steeds van richting veranderende fietspaden door de weilanden en proberen de verschillende wierden in het landschap te ontdekken. Op afstand zie je de licht glooiende groene heuveltjes in het verder zo vlakke land nauwelijks liggen. Mooi beschreven klinkt het als: ‘De wierden liggen hier als een kralenketting langs de hogere oevers van de grootste oude waterlopen’.

Op weg naar de Medenertilsterpolder (RK)

Bij het buurtschap Beswerd lopen we de Medenertilsterpolder, een oud agrarisch cultuurlandschap, in. Cultuurhistorisch van grote betekenis omdat het nog alle sporen draagt van haar ontstaan in de middeleeuwen. Om ook in ecologisch opzicht de betekenis ervan te vergroten, heeft de provincie Groningen de opdracht gegeven om van de polder een hoogwaardig weidevogellandschap te maken met vooral aandacht voor bedreigde weidevogels zoals de grutto en de tureluur. De grutto is tenslotte onze nationale vogel! De meeste landen van Europa hebben een Nationale Vogel, een vogel die symbool staat voor het land en vaak door het volk gekozen omdat ze populair en kenmerkend zijn voor hun land. Waarom dan de grutto voor ons? De grutto gedijt waar het boerenbedrijf nog ruimte laat voor natuur. De grutto is daarmee de ambassadeur van agrarisch land waar productie en natuur in balans zijn. Bovendien broeden er nergens in Europa zoveel grutto’s als in Nederland.

De grutto ter herkenning 😉 (foto internet)

Ondertussen zien we in de verte het torenhaantje van het Fransumer kerkje boven de bomen omhoog steken. Dit kerkje is gebouwd door de monniken van het cisterciënzer klooster van Aduard. Rondom lagen de landerijen van het klooster. Vermoedelijk heeft er nooit een dorp om de kerk gelegen. Een bijzonderheid in deze kerk is de gemetselde bakstenen preekstoel uit de Middeleeuwen. Nederland kent maar weinig preekstoelen van steen en dit is de enige in de provincie Groningen. De omgeving van het Fransumer kerkje inspireerde ook De Ploeg schilders getuige een reproductie van Johan Dijkstra (ca 1930) langs ons pad. Dit is een onderdeel van de fietsroute ‘in het spoor van de ploeg’ met als doel om de kunst zichtbaar te maken en met ‘een Ploegblik’ naar het Groninger land te kijken. Dat proberen we! 

Kerkje van Fransum (foto internet)
Gezicht op de kerk van Fransum van Johan Dijkstra
Gezicht op Fransum (RK)

Ons volgende punt van interesse is het kerkje van Harkema. Midden in het land, in de driehoek Aduard, Den Ham en Fransum, staat het kerkje Harkema dat eigenhandig werd gebouwd door boer Albert Harkema (en vrijwilligers). De naburige boerderij staat op een plek waar in het verleden een boerderij heeft gestaan die van het klooster van Aduard was. Naar eigen zeggen heeft dat feit Harkema mede geïnspireerd om in zijn vrije tijd eerst de gracht om zijn boerderij uit te diepen en te vergroten (een karwei dat hem ruim 30 jaar kostte) en vervolgens een miniatuurversie te maken van een kop-hals-romp boerderij als onderkomen voor de eenden. Daarna besloot hij er een kerk bij te bouwen, waarvan de bouw 13 jaar duurde, compleet met orgel, preekstoel, kerkbanken, Mariabeelden en andere toebehoren. Aanvankelijk wilde hij alleen een toren bouwen (voor de duiven). Na de bouw van de kerk besloot hij er ook nog een theehuis bij te bouwen in de stijl van de kloosterkerk in Aduard. Bij aankomst springen direct het vrijheidsbeeld, dat staat voor ‘de vrije boer’ en de adelaar, ‘vechten tegen de overheid’, in het oog. 

Kerkje van Harkema
Symbolisch voor de ‘vrije boer’ (RK)
Verstilling (RK)

Aduard is ons eindpunt van vandaag. Hier zijn heden ten dage nog slechts restanten te vinden van het ooit zo imposante klooster. In de middeleeuwen waren kloosters samen met de kerken, steenhuizen en de grotere boerderijen de enige stenen gebouwen in een wereld die verder uit hout was opgetrokken. Klooster Sint Bernardus te Aduard was de grootste, rijkste en meest dichtbevolkte abdij van Noord-Nederland.

Aduard ligt vlakbij (RK)

Dit klooster werd in 1192 gesticht door twaalf cisterciënzer monniken en was het eerste Groninger cisterciënzer klooster. Waar komen deze cisterciënzers vandaan? Uit onvrede met de verwereldlijking en steeds groeiende rijkdom van de kloostergemeenschap (de orde van de Benedictijnen) werd in 1098 een nieuwe kloostergemeenschap in Citeaux, ten zuiden van Dyon in Frankrijk, gesticht. Deze nieuwe gemeenschap stoelde op de oer-ideeën van Benedictus van Nursia t.w. armoede en afzondering van de wereld. Citeaux heette in het Latijn Cistercium, vandaar de naam: orde der Cisterciënzers. De monniken gingen gekleed in grijze (‘schiere’) pijen. Naast religieuze motieven stond het klooster garant voor voedsel, kleding en onderdak. Het klooster werd gevestigd in een kweldergebied dat nog nauwelijks werd beschermd door dijken en zodoende doorlopend door de zee werd bedreigd. De kloosterlingen hebben zich van meet af aan ingezet voor de bedijking van het gebied en inpoldering van de kwelders met het resultaat wat we vandaag de dag nog kunnen zien. De abdij bezat meer dan 5.000 ha grond, zelfs buiten de huidige provinciegrenzen, stichtte dochterkloosters en werd in de tweede helft van de 15e eeuw wereldbekend als plaats van samenkomst van beroemde geleerden (Wessel Gansfort, Rudolf Agricola, Paulus Pelatinus en vele anderen) bekend als de Aduarder Akademie. In 1580 hadden de Staatse troepen het kloostercomplex (gewild militair object gezien de muur en de gracht die het hele terrein omgaven) na verdrijving van de Spaanse troepen in bezit genomen. De monniken waren voor die tijd al  gevlucht naar een toevluchtsoord op de Munnikeholm in Groningen.Toen, na verraad, de Spaanse troepen vanuit Groningen weer naar Aduard oprukten, staken de Staatse soldaten het complex in brand. De meeste gebouwen zijn kort daarna gesloopt.

Het grijze gebouw is de voormalige ziekenzaal

Tegenwoordig rest in Aduard enkel nog de ziekenzaal die in gebruik is als Protestantse Kerk. De voormalige ziekenzaal is het oudste gebouw met een geneeskundige functie in Nederland. Uiteraard bezoeken wij het kloostermuseum en mogen we mee de kerk (ziekenzaal) in. Hier geen uitbundige versieringen al hebben de metselaars hun kunnen laten zien in de verschillende vormen binnen de ‘gesloten ramen’.

Versieringen door vakmanschap

Tijdens opgravingen (prof. Van Giffen) is een deel van de originele vloer blootgelegd, waarop o.a. vier cirkels zichtbaar zijn die de vier evangeliën symboliseren (Mattheüs, Marcus, Lucas en Johannes).

Eén van de vier kunstig versierde cirkels

Erachter is een geschilderd doek gespannen waarop te zien is hoe de ziekenzaal er waarschijnlijk uitgezien heeft. De zieke monnik ligt vlak achter het kruis op een bed van stro op de grond. Het idee hierachter was dat een stervende op deze manier rechtstreeks naar de hemel kon gaan mocht het moment daar zijn.

Een beeld van vroeger tijden

Tijd voor ons om naar huis te gaan met een hoofd vol indrukken en verhalen. De cisterciënzer monniken zijn zonder twijfel uitermate belangrijk geweest in deze omgeving.

Er valt altijd iets te ontdekken ……. (RK)