Cisterciënzer monniken

Aduarderdiep – Fransum: knp 99-92-66

Fransum – Aduard: knp 66-63-11-93-24-9

Terwijl het in het zuiden van Europa enorm warm en kurkdroog is met alle gevolgen van dien, is het ‘bij ons’ wat aan de koude kant met zo’n 18-20 graden. De zon heeft moeite om door de vele lagen bewolking heen te breken en er is regelmatig kans op regen meer. Volgens het KNMI wordt het echter vandaag waarschijnlijk de beste dag van de week met weinig kans op een bui. Ideaal om de wandelschoenen weer aan te trekken.

Wandelen door Middag (RK)

We lopen hoofdzakelijk door het voormalige eiland Middag, onderdeel van het oudste cultuurlandschap van Nederland: het Nationaal Landschap Middag-Humsterland. De oorsprong van Middag-Humsterland gaat terug naar voor de jaartelling. Zandplaten onder de Waddeneilanden ontwikkelden zich tot kwelders met kweldergras. Een ideale plek voor de eerste bewoners met hun schapen en koeien. Het enige nadeel was dat deze kwelders vaak overspoeld werden door het zeewater. Om hier toch te kunnen leven bouwden de mensen brede heuvels (wierden), waarop ze hoog en droog konden wonen. Door een aantal grote inbraken van de zee ontstond de Lauwerszee. Het water dat vanuit de Lauwerszee via zijgeulen landinwaarts stroomde, vormden de twee schiereilanden Middag en Humsterland. Tussen 1200 en 1700 verdwenen de geulen die de twee eilanden van het vaste land scheidden langzaam en werden Middag en Humsterland weer één geheel. Tegenwoordig verraden de kleine percelen, de kronkelende weggetjes, het weidse landschap, de eeuwenoude dijken, de slingerende sloten en geultjes en de nog altijd bewaard gebleven wierden deze rijke geschiedenis.

Onderweg

We lopen genietend over de steeds van richting veranderende fietspaden door de weilanden en proberen de verschillende wierden in het landschap te ontdekken. Op afstand zie je de licht glooiende groene heuveltjes in het verder zo vlakke land nauwelijks liggen. Mooi beschreven klinkt het als: ‘De wierden liggen hier als een kralenketting langs de hogere oevers van de grootste oude waterlopen’.

Op weg naar de Medenertilsterpolder (RK)

Bij het buurtschap Beswerd lopen we de Medenertilsterpolder, een oud agrarisch cultuurlandschap, in. Cultuurhistorisch van grote betekenis omdat het nog alle sporen draagt van haar ontstaan in de middeleeuwen. Om ook in ecologisch opzicht de betekenis ervan te vergroten, heeft de provincie Groningen de opdracht gegeven om van de polder een hoogwaardig weidevogellandschap te maken met vooral aandacht voor bedreigde weidevogels zoals de grutto en de tureluur. De grutto is tenslotte onze nationale vogel! De meeste landen van Europa hebben een Nationale Vogel, een vogel die symbool staat voor het land en vaak door het volk gekozen omdat ze populair en kenmerkend zijn voor hun land. Waarom dan de grutto voor ons? De grutto gedijt waar het boerenbedrijf nog ruimte laat voor natuur. De grutto is daarmee de ambassadeur van agrarisch land waar productie en natuur in balans zijn. Bovendien broeden er nergens in Europa zoveel grutto’s als in Nederland.

De grutto ter herkenning 😉 (foto internet)

Ondertussen zien we in de verte het torenhaantje van het Fransumer kerkje boven de bomen omhoog steken. Dit kerkje is gebouwd door de monniken van het cisterciënzer klooster van Aduard. Rondom lagen de landerijen van het klooster. Vermoedelijk heeft er nooit een dorp om de kerk gelegen. Een bijzonderheid in deze kerk is de gemetselde bakstenen preekstoel uit de Middeleeuwen. Nederland kent maar weinig preekstoelen van steen en dit is de enige in de provincie Groningen. De omgeving van het Fransumer kerkje inspireerde ook De Ploeg schilders getuige een reproductie van Johan Dijkstra (ca 1930) langs ons pad. Dit is een onderdeel van de fietsroute ‘in het spoor van de ploeg’ met als doel om de kunst zichtbaar te maken en met ‘een Ploegblik’ naar het Groninger land te kijken. Dat proberen we! 

Kerkje van Fransum (foto internet)
Gezicht op de kerk van Fransum van Johan Dijkstra
Gezicht op Fransum (RK)

Ons volgende punt van interesse is het kerkje van Harkema. Midden in het land, in de driehoek Aduard, Den Ham en Fransum, staat het kerkje Harkema dat eigenhandig werd gebouwd door boer Albert Harkema (en vrijwilligers). De naburige boerderij staat op een plek waar in het verleden een boerderij heeft gestaan die van het klooster van Aduard was. Naar eigen zeggen heeft dat feit Harkema mede geïnspireerd om in zijn vrije tijd eerst de gracht om zijn boerderij uit te diepen en te vergroten (een karwei dat hem ruim 30 jaar kostte) en vervolgens een miniatuurversie te maken van een kop-hals-romp boerderij als onderkomen voor de eenden. Daarna besloot hij er een kerk bij te bouwen, waarvan de bouw 13 jaar duurde, compleet met orgel, preekstoel, kerkbanken, Mariabeelden en andere toebehoren. Aanvankelijk wilde hij alleen een toren bouwen (voor de duiven). Na de bouw van de kerk besloot hij er ook nog een theehuis bij te bouwen in de stijl van de kloosterkerk in Aduard. Bij aankomst springen direct het vrijheidsbeeld, dat staat voor ‘de vrije boer’ en de adelaar, ‘vechten tegen de overheid’, in het oog. 

Kerkje van Harkema
Symbolisch voor de ‘vrije boer’ (RK)
Verstilling (RK)

Aduard is ons eindpunt van vandaag. Hier zijn heden ten dage nog slechts restanten te vinden van het ooit zo imposante klooster. In de middeleeuwen waren kloosters samen met de kerken, steenhuizen en de grotere boerderijen de enige stenen gebouwen in een wereld die verder uit hout was opgetrokken. Klooster Sint Bernardus te Aduard was de grootste, rijkste en meest dichtbevolkte abdij van Noord-Nederland.

Aduard ligt vlakbij (RK)

Dit klooster werd in 1192 gesticht door twaalf cisterciënzer monniken en was het eerste Groninger cisterciënzer klooster. Waar komen deze cisterciënzers vandaan? Uit onvrede met de verwereldlijking en steeds groeiende rijkdom van de kloostergemeenschap (de orde van de Benedictijnen) werd in 1098 een nieuwe kloostergemeenschap in Citeaux, ten zuiden van Dyon in Frankrijk, gesticht. Deze nieuwe gemeenschap stoelde op de oer-ideeën van Benedictus van Nursia t.w. armoede en afzondering van de wereld. Citeaux heette in het Latijn Cistercium, vandaar de naam: orde der Cisterciënzers. De monniken gingen gekleed in grijze (‘schiere’) pijen. Naast religieuze motieven stond het klooster garant voor voedsel, kleding en onderdak. Het klooster werd gevestigd in een kweldergebied dat nog nauwelijks werd beschermd door dijken en zodoende doorlopend door de zee werd bedreigd. De kloosterlingen hebben zich van meet af aan ingezet voor de bedijking van het gebied en inpoldering van de kwelders met het resultaat wat we vandaag de dag nog kunnen zien. De abdij bezat meer dan 5.000 ha grond, zelfs buiten de huidige provinciegrenzen, stichtte dochterkloosters en werd in de tweede helft van de 15e eeuw wereldbekend als plaats van samenkomst van beroemde geleerden (Wessel Gansfort, Rudolf Agricola, Paulus Pelatinus en vele anderen) bekend als de Aduarder Akademie. In 1580 hadden de Staatse troepen het kloostercomplex (gewild militair object gezien de muur en de gracht die het hele terrein omgaven) na verdrijving van de Spaanse troepen in bezit genomen. De monniken waren voor die tijd al  gevlucht naar een toevluchtsoord op de Munnikeholm in Groningen.Toen, na verraad, de Spaanse troepen vanuit Groningen weer naar Aduard oprukten, staken de Staatse soldaten het complex in brand. De meeste gebouwen zijn kort daarna gesloopt.

Het grijze gebouw is de voormalige ziekenzaal

Tegenwoordig rest in Aduard enkel nog de ziekenzaal die in gebruik is als Protestantse Kerk. De voormalige ziekenzaal is het oudste gebouw met een geneeskundige functie in Nederland. Uiteraard bezoeken wij het kloostermuseum en mogen we mee de kerk (ziekenzaal) in. Hier geen uitbundige versieringen al hebben de metselaars hun kunnen laten zien in de verschillende vormen binnen de ‘gesloten ramen’.

Versieringen door vakmanschap

Tijdens opgravingen (prof. Van Giffen) is een deel van de originele vloer blootgelegd, waarop o.a. vier cirkels zichtbaar zijn die de vier evangeliën symboliseren (Mattheüs, Marcus, Lucas en Johannes).

Eén van de vier kunstig versierde cirkels

Erachter is een geschilderd doek gespannen waarop te zien is hoe de ziekenzaal er waarschijnlijk uitgezien heeft. De zieke monnik ligt vlak achter het kruis op een bed van stro op de grond. Het idee hierachter was dat een stervende op deze manier rechtstreeks naar de hemel kon gaan mocht het moment daar zijn.

Een beeld van vroeger tijden

Tijd voor ons om naar huis te gaan met een hoofd vol indrukken en verhalen. De cisterciënzer monniken zijn zonder twijfel uitermate belangrijk geweest in deze omgeving.

Er valt altijd iets te ontdekken ……. (RK)

Toscane van het noorden

Aduarderzijl – Garnwerd – Aduarderdiep

3-1-4-5-6-17-16-8-7-99

Jarenlang voert Groningen al campagne met de slogan ‘Er gaat niets boven Groningen’ en Jan Mulder noemde ‘zijn’ gebied zelfs ‘het Toscane van het noorden’ vanwege de landelijke rust en ruimte. Dat laatste geldt ook zeker voor één van de oudste cultuurlandschappen van Europa, het Middag-Humsterland, waar het soms lijkt alsof de tijd stil is blijven staan. Aan dromerige weilanden, kronkelende smalle weggetjes en dijkjes, pittoreske dorpjes en middeleeuwse kerkjes geen gebrek. Qua sfeer en beleving gaat de vergelijking zeker op.

Toegang tot het pittoreske dorpje Feerwerd (RK)

Volgens het ‘alwetende’ web heeft Toscane het allemaal: mooie natuur, glooiende heuvels, middeleeuwse dorpen enzovoorts en heeft die omgeving heel wat Renaissance kunstenaars geïnspireerd. Dat klinkt bekend want het weidse landschap van ‘ons’ Toscane biedt eveneens unieke vergezichten die zeer gewaardeerd werden door de schilders van het kunstenaarscollectief De Ploeg.

Meeuwen achter de ploeg (Jannes de Vries 1901-1986)

In 1918 wordt door een aantal jonge kunstenaars Kunstkring De Ploeg opgericht, als reactie op het artistieke klimaat in Groningen. De naam De Ploeg is bedacht door Jan Altink, één van de initiatiefnemers. Het verwijst naar het omwoelen en het ontginnen van de braakliggende ‘kunstakkers’ in Groningen. De Ploegers zetten velden, bomen en luchten in vuur en vlam. Groene luchten, paarse akkers. Het gebruik van felle kleuren en vormen gaf een geheel nieuwe kijk op het Groninger landschap. De omgeving waarin wij wandelen is de moeite van het ontdekken waard!

Dorpsgezicht Garnwerd door Arie Zuidersma (1925-2014)

We pakken de draad weer op in Aduarderzijl, waar we de vorige keer onverwachts voor het veer kozen. We lopen via de wandelknooppunten en laten Antum daarmee links liggen. De route voert ons langs het Aduarderdiep naar Schiftpot waar we het laatste stuk door de weilanden naar Garnwerd lopen.

Langs het water richting Garnwerd (RK)
Alternatief gebruik van de barbie (RK)

Schiftpot ontstond in de 19e eeuw rond een in 1853 opgezet voetveer over het water. Aan noord- en zuidzijde van het Aduarderdiep werden in die tijd huizen gebouwd, waaronder een veerhuis met de naam Schifpot aan de kant van Garnwerd, dat tevens dienstdeed als café. De naam Schifpot verwijst waarschijnlijk naar een ijzeren pot, of kachel waarin schif (vlasafval) werd gebrand. De teelt van vlas kwam hier tot in de zestiger jaren redelijk veel voor. De schifpot verwarmde de herberg bij het vroegere voetveer, die daarom ook de Schifpot werd genoemd, evenals het latere gehucht. Als een naam werkt, moet je hem niet veranderen ;).

Er wordt hard gewerkt (RK)
Twee paden lopen samen door de weilanden

De kerk van Garnwerd, op de wierde van het oude dorp ‘Granawurth’, zie je al van verre, evenals de molen. Deze kerk was in de Middeleeuwen gewijd aan Sint Liudger, de Friese missionaris, rond de tijd van Bonifatius (675-755), die het christendom naar Groningen bracht. Later werd hij bisschop van Munster. Op het dak van de toren zie je een windvaantje in de vorm van een leeuw, een verwijzing aan de familie Lewe van Aduard. Het octrooi (alleenrecht) voor de overzetterij of het veer van Garnwerd, verstrekt door de heer Lewe van Aduard in 1728 is bewaard gebleven. ‘Evert Joost Lewe, Heer van Aduard en onderhorige dorpen, &c. verklare door desen dat ik aan Eghbert Clasen en Grietie Hindriks sijn huisvrow tot Garnwert heb geaccordeert en geoctrojeert tot het regt van de oversetterie tot Garnwert.’ Hieraan waren voorwaarden verbonden. Blijkbaar sprak het niet vanzelf dat overzetters of veerlieden b.v. vlijtig, nuchter en klantvriendelijk waren. De tarieven schreef de heer van Aduard ook voor: ‘bij duister en ijsgang betaalden de klanten het dubbele’. Tot 1888 bestond het veer uit een bootje. Mensen, schapen, geiten en kleinere dieren werden met dit bootje overgezet, maar paarden en koeien konden er niet in. Die werden met een touw achter het bootje gebonden en zwommen zo het diep over. In 1888 kocht de gemeente Ezinge het veerpont van de Wierumerschouw, dat door een brug overbodig was geworden, van de provincie Groningen. De gemeente gaf het vaartuig in bruikleen aan kastelein Hammingh, dan de veerman van Garnwerd. De gemeente zorgde er ook voor dat op beide oevers geschikte aanlegplaatsen voor het veerpont kwamen. Sinds 1933 ligt er een ijzeren brug over het Reitdiep.

De ijzeren brug uit 1933

Zover zijn we echter nog niet. We mogen het pittoreske, smalste en voor auto’s toegankelijke straatje van Nederland tenslotte niet missen. Mooie oude huisjes waartegen stokrozen in allerlei kleuren omhoog slingeren. Altijd een bijzonder gezicht.

Het smalste straatje

Via dit straatje lopen we langs het oude, scheve, voormalige veerhuisje. Op de dijk, naast café Hammingh, ligt het monumentale huisje met prachtige tuin rondom. Een heerlijk plekje op een prachtige lokatie. Bouwen op de dijk is tegenwoordig ten strengste verboden, maar dat was in het begin van de 18de eeuw nog niet het geval. Zowel café Hammingh als het veerhuis zijn gebouwd na de kanalisatie van het Reitdiep waardoor het dorp aan het water kwam te liggen. Het terras bij Hammingh is open en even later zitten wij heerlijk met een kop koffie te genieten van de zon en het uitzicht op het water en de ijzeren brug.

Blik op Hammingh en het oude veerhuisje

Gesterkt lopen we daarna verder over de brug en door de dijkcoupure. We slaan af naar rechts en lopen over het fietspad aan de andere kant van het Reitdiep. De lucht achter ons wordt behoorlijk donker en we hopen dat het net genoeg waait om de bui langs te laten trekken. De kleuren om ons heen verdiepen zich zichtbaar. De kleur van de lucht wordt bepaald door de lichtinval van de zon op de verschillende (lucht)deeltjes in onze atmosfeer. Grote druppels in regenwolken houden bijna al het zonlicht tegen dat op de wolk schijnt. De wolk kaatst het zonlicht weer naar boven. Daardoor is de onderkant van zo’n wolk heel donker. Een mooi fenomeen!

Donkere luchten, intense kleuren (RK)

Het is sowieso ‘typisch Hollands zomerweer’ vandaag met een temperatuur die schommelt tussen 19 en 23 graden, stapelwolken in verschillende lagen en kans op een bui. De combinatie met uitgestrekte groene weilanden vol koeien (of schapen) maken het plaatje compleet.

Nieuwsgierige schapen

Via het gehucht De Raken lopen we richting de Wetsingersluis. Ik lees: ’De stad Groningen was vroeger als zeehaven een belangrijk centrum en stond via het Reitdiep in open verbinding met de zee. Hierdoor was eb en vloed merkbaar tot aan de stad. Het binnenwater van de stad werd gescheiden door de Grote Spilsluizen bij de Ossenmarkt en de Kleine Spilsluizen ten hoogte van de Visserstraat. Het Winschoterdiep en Hoornsche Diep mondden uit in het Reitdiep, daarbij kwam het water van de gebieden onder de latere waterschappen Hunsingo en Westerkwartier. Het overtollige water werd op het Reitdiep geloosd via de Aduarderzijl, Wetsingerzijl, Schaphalsterzijl, Kommerzijl en Schouwerzijl. Doordat er weinig verschil merkbaar was tussen eb en vloed kon er vaak niet worden afgestroomd, waardoor de monding van het Reitdiep begon dicht te slibben. In 1850 was het provinciebestuur overgegaan tot het regelmatig ploegen van de bodem van het Reitdiep, dit gaf niet het gewenste resultaat. Daarbij kwam de toenemende diepgang van de koopvaardijschepen en het probleem van de voornamelijk westenwinden. Er leek een oplossing te zijn; afdamming aan de monding! Men besefte wel dat met alleen de afsluiting van het Reitdiep de problemen nog niet opgelost waren. Het toestromen van water uit het Winschoterdiep en Hoornsche Diep zou het waterpeil doen stijgen en daardoor zou het afwateren van Hunsingo en Westerkwartier bemoeilijkt worden. Om de afvoercapaciteit van het Reitdiep te garanderen kwamen er al snel plannen voor het aanleggen van een schut- en afwateringssluis bij Wetsinge.

Knooppunt van elektriciteitsmasten …… (RK)
Een lieflijker uitzicht langs het Aduarderdiep

In 1919 was het gemaal De Waterwolf bij Electra gereed en verloor de sluis haar functie als schutsluis. In 1969 werd de Lauwerszee afgesloten en had de sluis ook geen waterkerende functie meer. Omdat er echter ook geen onderhoud gepleegd werd, verviel de sluis vervolgens langzamerhand. In 1994 stond de sluis op de lijst om gesloopt te worden. Dat riep weerstand op, getuige een krantenartikel over het belang van het behoud: ‘ze zeggen wel eens dat het Reitdiep een snoer met kralen is. Als je daar een kraal uithaalt, is het verband zoek.’. Toch interessant zo’n stukje geschiedenis onderweg. Rest ons nog het laatste stuk over het fietspad naar onze fietsen.

Niehove-Saaksum-Garnwerd

Niehove – Saaksum: knooppunten 43-85-84-23-20-21

Saaksum – Garnwerd: knooppunten 21-86-87-96-2-3-1-4-5

Als je goed kijkt zie je de verbleekte markering van dit pad

Dit is een 165 kilometer lang wandelpad door ‘onze gemeente’ (plus een stukje Drenthe en een strookje Friesland). Volgens de beschrijving in het gelijknamige boekje loop je dit pad in 9 etappes van rond de 20 km met een paar uitschieters zowel naar boven als naar beneden. Je kunt natuurlijk ook je eigen plan trekken, het gaat er tenslotte om dat je de ‘parels van het Westerkwartier’ ontdekt. Ter ere van het tienjarig bestaan (in 2021) is de route een beetje aangepast zodat hij nu volledig met behulp van de inmiddels aangelegde wandelknooppunten is te lopen. De nieuwe afstand is daardoor tot ruim 175 km verlengd. 

We starten hartje Niehove……

Op een mooie maandagochtend besluiten wij het stuk Niehove-Saaksum-Garnwerd te lopen. We starten bij het 17e eeuwse café-restaurant ‘Eisseshof’ in het midden van Niehove. Bekend terrein en juist daarom de moeite waard? Zoals een dichter het eens verwoordde: ‘Als dit Ierland was, zou ik beter kijken’. Het is daarmee een kunst om verdieping te zoeken of nieuwe dingen te ontdekken in een bekende omgeving.

Drie nonnen in de toren

Het eerste traject naar Saaksum lopen we nog volgens de beschrijving in het boekje. Over de weg naar Oldehove. In het dorp gaan we verder via de Niehoofsterweg en de Wilhelminastraat langs de kerk met de drie nonnentjes in de toren. Hieraan is (uiteraard) een verhaal verbonden. Op een dag kwamen drie nonnen uit het klooster Oldehove bij Leeuwarden, in een zware storm terecht. Ze werden gered door vissers uit het Ruigezand. Uit dankbaarheid lieten deze nonnen vervolgens een kerk bouwen en de naam van het dorp veranderde van Humerke naar Oldehove, naar het klooster. Hoewel een mooi verhaal is de werkelijkheid, volgens deskundigen, toch anders. De naam Oldehove is afgeleid van ‘oud kerkhof’. De kerk en het kerkhof waren de oudste in het gebied, want in tegenstelling tot Niehove is Oldehove gebouwd op een kwelderrug i.p.v. een wierde. Hier stond de oudste kerkelijke rechtsstoel waar de proost recht sprak over de proosdij (kerkelijk district) Humsterland. We lopen verder langs het Kerkpad, passeren ‘t Kleine Oestertje’ (absoluut een pareltje) en genieten van de oude garage annex rijwielhandel van de familie Jansma, waar 1 liter benzine ooit 49 cent kostte. Dat waren nog eens tijden!

Elementen van de Amsterdamse School

Dit bedrijf is gebouwd in 1933 in een stijl waarin elementen van de Amsterdamse School zijn te herkennen. Je kunt gebouwen van de Amsterdamse School herkennen aan het gebruik van expressieve vormen, baksteen, horizontale lijnen en ramen en de versierde gevels, vaak van baksteen of natuursteen. Rond 1910 voelden diverse architecten de behoefte om zich, als reactie op het sobere rationalisme, in hun werk persoonlijk en kunstzinnig uit te drukken (expressionisme). In Nederland kreeg dit vorm in de Amsterdamse School. Bij deze garage zijn echter in de loop der tijd de schuifdeuren in de voorgevel vervangen en zijn er nog andere aanpassingen uitgevoerd. Ook is het woonhuis in 1936 aan de garage vastgebouwd, waardoor dit hele gebouw (Schoolstraat 21) tegenwoordig niet meer helemaal voldoet aan de eisen van een ‘Amsterdamse school’ gebouw. Het transformator huisje (Schoolstraat 1) en het blokje huizen tegenover het oude gemeentehuis (TP Oosterhoffstraat 2-8) zijn andere voorbeelden waarin de stijl van de Amsterdamse school zichtbaar is. De moeite van het ontdekken waard. Wij lopen verder via de Molenstraat en  het Schipvaart naar de Blindeweg, het fietspad richting Saaksum.

De (bekende) rolpalen langs het fietspad
Blik vanaf de brug voordat je Saaksum binnenloopt

De wandelknooppunten gaan echter via de Englumerweg naar Saaksum omdat je ‘zo iets meer van het mooie dorp Saaksum kunt zien’. Zo zijn er, denk ik, meerdere veranderingen die in de nieuwe route een verbetering zijn.

Onderweg naar Ezinge maken we gebruik van de wandelknooppunten

In het volgende stuk vanuit Saaksum naar Garnwerd moet je weliswaar over de doorgaande weg naar Ezinge, maar in Ezinge zelf is de route aangepast. I.p.v. voor de kerk naar rechts ga je nu naar links en loop je via het wandelpad achter langs de voet van de wierde. Het geeft je een heel nieuwe kijk op de enorme afgraving waar de kerk en het kerkhof fier en herkenbaar bovenop staan.

Achter langs de wierde van Ezinge

Feerwerd laten we nu wel links liggen. De knooppunten leiden ons de andere kant op, langs de Allersmaborg. Deze borg is één van de laatste Groninger borgen die bewaard zijn gebleven en stamt uit de 15e eeuw. Voordat de Allersmaborg daadwerkelijk een borg werd, stond het bekend als de ‘Allersmaheerd’, dat wil zeggen boerderij van de familie Allard. Het was een versterkt steenhuis dat op dat moment waarschijnlijk al enkele eeuwen oud was. Bij de restauratie door de Rijksuniversiteit Groningen in 2005-2007 is de Allersmaborg gerestaureerd in de sfeer van een 19e-eeuws landhuis. We zien er weinig van, want de hele borg ligt ’s zomers verborgen in het groen. Dat blijft een pareltje voor een andere keer.

Het is echt heerlijk weer, mooie luchten, prachtige omgeving en eigenlijk maar weinig mensen om ons heen. Een schrijver heeft eens gezegd: ‘Je wandelt niet zozeer als tijdverdrijf of om de tijd te doden maar om de gegeven tijd intenser te beleven.’ Wandelen, in welke vorm dan ook, blijkt een positief effect te hebben op de stemming en gedachten van mensen. Maar wandelen is ook een sociale activiteit, je beleeft iets samen, geniet samen van de omgeving en wandelen biedt ruimte voor een goed gesprek. Zelfs als je alleen op pad gaat, want al wandelend is de kans groot dat je iemand tegenkomt. Wandelen verbroedert. 

We vervolgen onze weg richting Aduarderzijlen en stoppen even bij het zogenoemde Notarisbosje vlak voor het gehucht Schilligeham. Dit bosje werd eind 19e eeuw aangeplant door de Winsumer notaris de Ranitz (vandaar de naam) als een ‘vogelbosje’. Op deze plek lag in de 13e eeuw de Schilligehamsterzijl.

Het bekende waarhuis van Aduarderzijlen doemt op
Deze foto werd ’s avonds bij het weerpraatje van het NOS journaal getoond !! (RK)

Bij de Aduarderzijlen even verderop wordt flink gewerkt. Het sluizencomplex met twee bruggen wordt op authentieke wijze gerestaureerd. Aangetrokken door de werkzaamheden willen we even bij het Reitdiep kijken, waar tegenwoordig het Reitdiepveer aanmeert. Toevallig ligt de boot net aan deze kant en staan de schippers klaar om af te varen naar Schaphalsterzijl aan de overkant. Dit lijkt mij opeens een perfecte afsluiting van een heerlijke dag. De beslissing is snel genomen en even later varen we stil over het water. Wat is het Reitdiep en haar directe omgeving een prachtig gebied. Je komt er tot rust. Hoewel we niet helemaal hebben gedaan wat we ons voorgenomen hadden, was het gevoel van voldoening er niet minder om. Sommige plannen ontstaan spontaan en daar word je gelukkig van. Het gaat om de ervaring. Het pad blijft wel liggen en wacht geduldig op onze volgende stappen en ontdekkingen. 

Impressie van het eerste traject vandaag
De plaatselijke aandachtspunten 😉