Endroits spéciaux

(Bijzondere plekjes)

Bijzondere plekken kennen vaak bijzondere verhalen. Een goed verhaal heeft de kracht om ons in een andere wereld te transporteren. Als mensen hebben we een uniek vermogen om niet alleen verhalen te vertellen, maar ze ook te omarmen. Verhalen hebben de kracht om onze aandacht te grijpen, maar ook om ons te inspireren, te verbinden en betekenis te geven aan ons leven. Of mij dat allemaal ook gaat lukken? In ieder geval sluiten we onze trip door de Champagnestreek af met drie hele verschillende, maar (in mijn optiek) absoluut boeiende verhalen.

De jonge Bernardus (1090-1153) trad na de dood van zijn moeder in 1113 toe tot de Cisterciënzer orde. Al op zijn 25e werd hij naar het groene dal van de Absinthe (Val d’Absinthe) gestuurd om hier de grootste cisterciënzer abdij van Frankrijk te stichten. De ligging in de ‘heldere vallei’ van de Aube leidde tot de naam Abbaye de Clairvaux. Clairvaux wordt beschreven als ‘een oase van stilte in het hart van oude Gallische wouden, op de grens tussen de landstreken Champagne en de Bourgogne’. Een idyllisch plekje, lijkt me. In zijn tijd bloeide de cisterciënzer orde en werden er vanuit Clairvaux ook weer nieuwe dochterabdijen gesticht, waaronder mogelijk ook die van ‘ons’ Aduard?

Bernardus van Clairvaux (internet)

Bernardus was een man van actie, hij reisde veel door Europa, waar hij ketterijen van andersdenkende christenen neersloeg en de Tweede Kruistocht predikte. Zijn bekendste bijnaam is Doctor Mellifluus of ‘de honing vloeiende leraar (zijn woorden waren zoet als honing), een verwijzing naar zijn grote retorische talent en overtuigingskracht.

In 1119 vond in ‘zijn’ abdij een bijzondere en belangrijke gebeurtenis plaats. Mede met de hulp van Sint Bernardus werd hier de Orde van de Tempeliers gesticht, de beroemdste militaire kloosterorde uit de geschiedenis, oorspronkelijk gewijd aan het beschermen van pelgrims in het veroverde Jeruzalem. Clairvaux was het spirituele hart van de orde, die een combinatie was van kloosterlijke idealen en militaire vaardigheden. Het gebouw moet ‘de soberheid en toewijding van de Tempeliers weerspiegelen en de idealen van armoede en vroomheid belichamen’.

Symbool van soberheid, toewijding, armoede en toewijding (RK)

Een bijzonder weetje is dat de Tempeliers worden gezien als de eerste bankiers van Europa. Ze hadden zoveel geld dat de orde begon op te treden als bankier en rentmeester. Daarnaast inden ze belastingen, beheerden ze het vermogen van rijke kooplieden en voerden ze een systeem van ‘kredietbrieven’ in. Ook het bijgeloof dat vrijdag de 13e een ongeluksdag is, is terug te voeren naar deze orde. Dit zou zijn ontstaan toen de orde op vrijdag 13 oktober 1307 beschuldigd werd van ketterij, een dag die de ondergang van de ridderorde inluidde.

Oprichting Orde der Tempeliers in Clairvaux (internet)

De abdij werd opgeheven in 1792, als gevolg van de Franse Revolutie (1789-1799), waarna het eerst een armenhuis en daarna een tucht- en verbeterhuis werd. Niet veel later had Napoleon een gevangenis nodig en die functie heeft het gebouw tot eind 2023 behouden. De overblijfselen van wat eens een enorme pracht was, werden vanaf toen aan het zicht onttrokken door oneindig lange muren. Dat is de situatie die wij ook aantreffen. We worden (in het Frans) rondgeleid door de restanten van de abdij, nog steeds een plek met een rijke geschiedenis en met een sfeer van rust en bezinning.


Echt een gevangenis terrein (RK)
Oneindig lange muren (RK)

We horen dat de abdij de grootste gevangenis van Frankrijk werd met aparte vleugels voor vrouwen en kinderen in het gebouw van de lekenbroeders en in de stallen. De abdij zelf was voorbehouden aan mannelijke gevangenen. De monniken werden vervangen door politieke gevangen en ‘gewone’ misdadigers, zoals b.v. Claude Gueux. Over hem werd in 1834 door Victor Hugo een kort aangrijpend verhaal geschreven waarin wordt verteld over deze echt bestaande moordenaar die wordt terechtgesteld in Frankrijk. Dit verhaal bevat Victor Hugo’s vroegste gedachten over maatschappelijke onrechtvaardigheid en zou later door hemzelf worden beschouwd als een voorloper van zijn grote werk over sociale ongelijkheid; Les Misérables.

Plattegrond van het hele complex

Sinds 2002 is het ministerie van Cultuur de eigenaar van de gebouwen en worden ze successievelijk gerestaureerd met aandacht voor de geschiedenis en de diverse functies die de gebouwen hebben gehad. Heel boeiend ondanks dat we maar een relatief klein deel van het geheel kunnen zien.

De kerkzaal met achterin de deuren van waaruit de gevangenen de dienst konden bijwonen (RK)

Ons volgende verhaal speelt zich af in Orges, een kleine gemeente waarin een oude watermolen staat met een bijzonder verhaal. Een slogan als ‘ontdek deze molen uit de 7e eeuw en de unieke kennis omtrent het maken van bloemige modeaccessoires’, vraagt toch om een bezoekje? Zoals ze het zo mooi in het Frans omschrijven: ‘le moulin de la Fleuristerie, c’est entrer dans le monde des moulins et de la haute couture’. Sinds 1903 wordt dit artistieke beroep, dankzij het waterrad en de 19e-eeuwse gereedschappen, voortgezet om originele creaties te maken.

Woonhuis bij Moulin de la Fleuristerie
Met de eigenaren voor het bedrijfspand

We logeren bij het echtpaar Emil & Annette, die de molen en het bijbehorende fabriekje met veel inzet en enthousiasme in stand houden. Toen zij de molen en de fabriek kochten, hebben zij het ambacht geleerd van de toenmalige medewerkers. Later vond de lokale arbeidsinspectie de oude machines en gereedschappen te gevaarlijk om personeel toe te staan, waarna de productie werd overgenomen door het echtpaar zelf. Dit atelier behoort tot de laatste in Frankrijk waar zowel stampers, meeldraden, bladeren als bloemblaadjes gemaakt worden voor het maken van ornamenten en kunstbloemen voor haute couture, decoratie en theater. Met het label ‘Living Heritage Company’ leveren ze de o.a. bloemen aan prestigieuze merken als Chanel of Lenôtre.

Aandacht voor het waterrad (RK)

Emil vertelt vol verve over alle stappen die nodig zijn om een bloem van begin tot eind met de hand te maken en hij demonstreert ondertussen graag hoe de verschillende machines en gereedschappen, die hierbij nodig zijn, werken. Je krijgt beslist een nieuw ontzag en bewondering voor hun wil om van hun bedrijf een succes te maken.

Heel veel stampertjes (RK)
Mallen om van een stukje stof een bloem te maken (RK)

Voor het maken van een bloem heb je al een set van 4 malletjes nodig voor de verschillende facetten. Deze mallen worden (natuurlijk) niet meer gemaakt, dus ze zijn afhankelijk van ‘rommelmarkten’ of oude inboedels om hun voorraad te behouden en/of uit te breiden. Sowieso is, met zo’n oud bedrijf, inventiviteit van het grootste belang.

Oude machines en gereedschappen (RK)
Volgens Emil een simpel eindproduct ter illustratie (RK)

Omdat het maken van bloemen alleen niet voldoende opbrengt, hebben Emil en Annette ook een B&B en sinds kort een trouwlocatie met extra slaapgelegenheid. Hun verhaal is zeker een authentiek en persoonlijk verhaal waardoor we het niet snel zullen vergeten!

Een eindproduct in het winkeltje (internet)

Ons laatste verhaal en tevens laatste stop speelt zich af in Langres. Eerst maar even een stukje geschiedenis. Langres is een oude stad, die waarschijnlijk van Keltische oorsprong is. Het is niet bekend waar de Kelten oorspronkelijk vandaan komen, maar vanaf de 7e eeuw BC verspreidden ze zich vanuit het gebied ten noorden van de Alpen over heel Europa. Langres ligt strategisch op een heuveltop, met uitzicht naar alle kanten. In de Middeleeuwen en in de Renaissancetijd kende het grote politieke invloed. De stad had veel te lijden tijdens de Dertigjarige Oorlog (1618–1648) en had in diezelfde eeuw ook te maken met een uitbraak van de pest. Eigenlijk groeide in de eeuwen daarna steeds meer het belang van een goede verdediging. Vooral in de 19e eeuw werden daarom vele belangrijke vestingwerken aangelegd. Niet voor niets, want tijdens de Frans-Duitse oorlog (1870-1871) kwamen de Pruisische troepen tot aan de poorten van de stad. Vervolgens is Langres tot de 20e eeuw onneembaar geweest, vooral zeer prettig voor de koning van Frankrijk wanneer hij met zijn buren ruzie had.

Langres heeft een kronkelige straatjes (RK)

Wat wij nu zien van de stad is ‘drie en een halve kilometer aan verdedigingswallen, twaalf torens, zeven poorten en geschiedenis op elke straathoek’. Dit allemaal op de plek waar de vier rivieren, Seine, Marne,  Aube en Maas, ontspringen. In alle opzichten strategisch!

Drie en halve kilometer aan vestingswallen

Langres is ook de geboorteplaats van Denis Diderot. Diderot (1713-1784) was naast schrijver, filosoof en kunstcriticus een belangrijke persoonlijkheid in de Eeuw van de Rede, ook wel de Verlichting genoemd (valt ruwweg samen met de 18e eeuw). Hij is vooral bekend geworden door zijn ‘Encyclopédie’, waarvan het 1e deel in 1751 is verschenen. Volgens Diderot moesten alle mensen profijt hebben van de verzamelde inzichten die dienen als middel tot verbetering van de maatschappij (als geheel) en van het individu (op zich). De twintig jaar daarna zijn niet alleen een tijd van onophoudelijk zwoegen, maar ook van vervolging en deserterende vrienden. Hoewel de Encyclopédie een succes is, worden er, na het verschijnen van deel 2 in 1752, ‘onchristelijke tendensen’ geconstateerd, waardoor de koninklijke vergunning wordt ingetrokken. Vanaf dat moment moet Diderot alle bijdragen bij de censuur inleveren, hetgeen zijn werk niet gemakkelijker maakt. Door steun van belangrijke hooggeplaatste personen zoals Madame de Pompadour (de maîtresse van Lodewijk XV) kunnen tussen 1753-1756 toch weer vier opeenvolgende delen verschijnen. Onder invloed van de kerk gaan mensen echter geloven dat de Encyclopédie het werk is van een groep samenzweerders tegen de samenleving, waarop het werk in 1759 per koninklijk decreet wordt verboden. Nog in datzelfde jaar zet paus Clemens XIII het zelfs op de Index (lijst van boeken die katholieken niet mochten lezen). Desondanks gaat het werk aan de encyclopedie door, al is het vanaf nu wel een stuk moeilijker. Eindelijk, 22 jaar na het verschijnen van het eerste deel, is de volledige eerste versie van de Encyclopédie, bestaande uit 17 delen tekst en 11 met afbeeldingen, voltooid. Met recht een levenswerk!

Denis Diderot op het Diderot plein

Wanneer je echt veel tijd hebt om de stad te bekijken, dan kun je ‘de rondweg’ over de wallen nemen. Het schijnt dat je bij helder weer zelfs de toppen van de Zwitserse Alpen aan de horizon kunt zien. Wij doen maar een stukje, maar krijgen zeker een goede indruk van de stad en haar omgeving.

Is de ‘vijand’ al in zicht?

Zo zien we het opvallende dak met de kleurrijke tegeltjes van de Cathédrale Saint-Mammès. De kathedraal is gewijd aan de 3e-eeuwse martelaar Mammes van Caesarea, één van de grootste martelaren uit de Byzantijnse tijd. Hij verkondigde het evangelie aan wilde dieren en toen Romeinse soldaten hem wilden martelen, werd hij door diezelfde dieren beschermd. Uiteindelijk ging het toch mis, al verschillen de verhalen over de toedracht, en werd hij opengereten. Onze held wordt vaak afgebeeld als een herder die een leeuw berijdt of met zijn eigen ingewanden in de hand. Heel beeldend …….. De kathedraal kwam nadien in het bezit van enkele relikwieën van de heilige, waaronder zijn schedel, waardoor het een bedevaartsoord is geworden.

Een opvallend dak

Gewapend met al deze informatie gaan we de kathedraal, gebouwd tussen 1150 en 1196, binnen. Ook hier weer een sober interieur, maar we begrijpen dat er rond 1100 toch iets fundamenteels was veranderd in de bouw van Franse kerken. Met behulp van spitsbogen, kruisribgewelven en steunberen werden vanaf toen grote, lichte en ruimtelijke kerken gebouwd die door gebrandschilderde ramen ‘hemels’ verlicht werden. Al snel werd het een wedstrijd wie de hoogste kathedraal kon bouwen om vervolgens de gebouwen steeds meer te versieren met beeldhouwwerk en glas-in-lood ramen. Dat lijkt hier zeker gelukt, want het interieur is zeer ruim met 94 meter lengte, 43 meter breedte en met een hoogte van 23 meter in het schip.

Een kerk met ‘hemels’ licht
Bijzondere details
Let op de voorste voet van Jeanne d’Arc

We proberen zoveel mogelijk informatie over deze kerk te vergaren die voor ons, qua taal, ook nog eens te begrijpen is. Daarvoor moet er wel een bijdrage geleverd worden, iets dat je, zeker in een kerk, niet wilt nalaten 😉

Geen schulden maken in de kerk…….

We sluiten onze trip af met een glas champagne op het Diderot plein en praten na over alle verhalen die we de afgelopen week hebben gehoord. Schrijver Orhan Pamuk (een Turkse schrijver die in 2006 de Nobelprijs voor de Literatuur won) zei eens: ‘There’s no life without stories, there’s nothing without meaning.’ (Er is geen leven zonder verhalen, er is niets als het geen betekenis heeft). Onze hersenen zijn bedraad voor verhalen. We zoeken altijd, bewust of onbewust, naar oorzaak en gevolg; naar het ‘en toen en toen’. De kracht van verhalen is dat ze een gedeelde identiteit creëren en de onderlinge band tussen individuen versterken. Dat is zeker gelukt deze week!

Een laatste glas champagne om over alle verhalen na te praten


 




Découvertes en route   

(Ontdekkingen onderweg)

Naast alles wat je moet weten over en kunt proeven van de verschillende champagnes, is deze streek ook ‘gewoon’ een heel mooi en interessant gebied om doorheen te rijden en te ontdekken. Hoewel we maar beperkt de tijd hebben, heb ik wel het idee dat we onze tijd intensief gebruiken en daardoor absoluut een goede indruk krijgen van ‘La Champagne’.

Om een idee te krijgen (internet)

Enkele hoogtepunten zijn voor ons plaatsjes als Giffaumont met super restaurant ‘Le Cheval Blanc’, Troyes met een centrum in de vorm van een champagnekurk en Chȃlons-en-Champagne want champagnehuis Joseph Perrier mag niet ontbreken. Natuurlijk pakken we verder ook alles, wat we onderweg zien en de de moeite waard lijkt, mee op onze ontdekkingstocht. 

‘Une blague sur la route’ (RK)

We beginnen in het kleine toeristische dorp Giffaumont dat aan de rand van Lac du Der ligt. Het Lac du Der-Chantecoq, of gewoon Lac du Der, is het grootste kunstmatig meer in Frankrijk en het tweede in Europa. Het meer is in 1974 aangelegd om het water van de Marne te reguleren. De Marne mondt vlakbij Parijs in de Seine uit en de aanleg van het meer was nodig om enerzijds te zorgen dat het water in Parijs niet te hoog werd en anderzijds dat er daar wel steeds genoeg water door de Seine stroomt. Het meer is naar de vlakte genoemd waarin het ligt, de Der, en het dorp Chantecocq, dat door het meer onder water is komen te staan. Door de aanleg van het meer verdwenen ook de dorpen Champaubert en Nuisement evenals een deel van het bos Forêt du Der. De enorme dijken, die dit enorme bassin indammen, zijn zeker spectaculair te noemen, al zijn wij natuurlijk wel wat gewend op het gebied van dijken. 😉 

Het lijkt wel een beetje op het Wad…..
Even over de dijk kijken hoort erbij

In restaurant Le Cheval Blanc alhier was het genieten van ‘un délicieux repas’. Terwijl obers in stijl zorgen dat we niets tekort komen, worden we telkens opnieuw verrast door mooi opgemaakte borden met gerechtjes die verfijnd en bijzonder van smaak blijken te zijn. Elk gerecht (uiteraard) voorzien van een bijpassende wijn. Een aanrader!

Verrassende en heerlijke gerechtjes
Een feestje op je bord

Giffaumont blijkt op een route te liggen van (voor Frankrijk) unieke vakwerkkerken die kenmerkend zijn voor deze streek. In de middeleeuwen werd de Champagnestreek, net als andere delen van West-Europa, vanuit kloosters en abdijen ontgonnen en in cultuur gebracht. Het was een bosrijk gebied, waardoor het gebruik van hout als bouwmateriaal voor de hand lag. Toch hadden de gelovigen in die tijd het gevoel dat een ‘huis van God’ eigenlijk van steen behoorde te zijn, vandaar dat kloosters en kerken dikwijls met dure, aangevoerde stenen werden gebouwd. Als ze in de kleine dorpjes op het platteland een eigen kerk wilden, dan beschouwden de bestaande parochies dat vaak als een soort concurrentie. Ze voelden er weinig voor daar (veel) geld in te steken. De dorpelingen moesten zich maar met een goedkopere vakwerkkerk tevreden stellen. Dat deden ze vaak ook, waarschijnlijk met de gedachte in het achterhoofd dat het slechts tijdelijk zou zijn. Gelukkig is dat tijdelijk meestal lang geworden, zelfs tot op de dag van vandaag. Van de twaalf Franse kerken die volledig in vakwerkstijl zijn opgetrokken en die nog bewaard zijn gebleven, bevinden zich er tien in het gebied rond Lac du Der. Grappig om te leren dat ‘Der’ (een Keltisch woord) ‘eik’ betekent. De houten balken vormen het geraamte van de kerk, de openingen zijn opgevuld met een mengsel van stro en leem (eveneens volop aanwezig in deze natte streek) soms vermengd met paardenhaar en andere organische stoffen. Ten slotte wordt het geheel afgewerkt met een laag pleisterkalk. In het dorpje Chȃtillon-sur-Broué zien we een pracht exemplaar!

Eén van de prachtige vakwerkkerken (RK)
Ook binnen is alles van hout (RK)

In de smalle straatjes van de oude binnenstad van Troyes, even verderop, wandel je langs zo’n 3000 typische vakwerkhuizen die vaak schots en scheef staan.

Prachtige binnenstad

In de middeleeuwen bestond Troyes uit twee verschillende delen: de binnenstad, de ‘kop’ van de kurk, waar de geestelijken en de aristocratie woonden en de ‘romp’ van de kurk, waar de burgers woonden en de markten werden gehouden.

Een centrum in de vorm van een champagnekurk

Sommige steegjes zijn zo smal dat overburen elkaar vanuit hun raam iets aan zouden kunnen reiken. Zo ook Ruelle des Chats, zo genoemd omdat de gevels hier zo dicht bij elkaar staan dat een kat gemakkelijk van het ene naar het andere dak kan springen. De paaltjes aan het begin moesten ooit voorkomen dat rijtuigen de steeg inreden en met hun wielen de muren van de huizen beschadigden.

Ruelle des Chats (RK)
Spreekt voor zich 😉

Wegens gebrek aan tijd (of misschien willen we gewoon teveel) valt de keuze verder op het belangrijkste religieuze gebouw van de stad: Cathédrale Saint-Pierre-et-Saint-Paul, gewijd aan de heilige apostelen Petrus en Paulus. Het perceel waarop de kerk gebouwd zou worden was eigendom van nonnen die hun grond niet zonder slag of stoot af wilden staan en de bouwplaats vernielden. Het schandaal bereikte een hoogtepunt toen de abdis een bisschop, die het kerkhof van de heilige Uranus (een vroegere paus) kwam inzegenen, een klap in het gezicht gaf. Uiteindelijk kwam de kathedraal er natuurlijk toch en is hij bijzonder vanwege zijn opvallende afmetingen (ongeveer 30 m hoog, 115 m lang en 50 m breed). De bouw van de kathedraal begon in 1208 maar eindigde pas in de 17e eeuw, waarmee de bouw dus zo’n 400 jaar heeft geduurd. De Saint-Paul toren werd uiteindelijk, door een terugval in religieus enthousiasme en financieringstekorten nooit gebouwd.

Opvallend met één toren (internet)
Binnen is het boekje is onmisbaar (RK)

Wel zijn er prachtige glas-in-loodramen om te bewonderen, de totale oppervlakte van deze ramen bedraagt maar liefst 1500m² (ongeveer anderhalf voetbalveld).

Prachtige glas-in-loodramen

De kathedraal kent een grote geschiedenis, want hier werd in 1420 het ‘schandalige verdrag van Troyes’ gesloten, waarbij de Franse kroon aan Hendrik V van Engeland werd geschonken. Negen jaar later weet Jeanne d’Arc op dezelfde plek de steun van de stad te krijgen voor de jonge Karel VII, toen ze hem begeleidde naar Reims, om ‘de Engelsen Frankrijk uit te schoppen’.

Onderweg terug naar de auto lopen we langs ‘Lili’, volgens het web een perfecte fotospot. Dit beeld gemaakt van brons, bijgenaamd Lili met de hoed, zit op een bankje en bladert door een boek over de graven van Champagne. Elke dag stoppen voorbijgangers hier ‘om bescheiden naast deze tere jonge vrouw met haar dwalende gedachten te zitten’.

Lili: de perfecte fotospot?

Tussendoor zijn we nog gestopt in Chȃlons-en-Champagne waar we een tocht door een unieke champagne kelder niet mogen missen. Het champagnehuis Joseph Perrier werd opgericht in 1825 en laat zijn wijnen rijpen in drie km lange Gallo-Romeinse kelders uit de 4e eeuw, die zijn uitgehouwen in krijtrotsen.

Alles begane grond deze keer
Kelders in oude Gallo-Romeinse kelders (RK)
We volgend de rondleiding in het Frans 🫣

Joseph Perrier is het enige overgebleven champagnehuis in Châlons-en-Champagne. Dit familiedomein heeft door zijn opmerkelijke geschiedenis zijn naam voor eeuwig aan champagne weten te verbinden. Al zes generaties lang produceert ze een bijzondere champagne.

Grote reclameposters trekken de aandacht

Zijn champagne is zelfs de officiële champagne geworden van de Koninklijke familie van Engeland. Het predicaat ‘Koninklijk’ is toentertijd toegekend door koningin Victoria en koning Edward VII.

Koningin Victoria

Onze gids staat even stil bij een anekdote rondom een bezoek van president Chirac. Deze grapte bij een champagne cadeau dat hij eigenlijk liever bier dan champagne drinkt, maar dat zijn vrouw er wel van kan genieten. Wij ook!

President Chirac drinkt liever bier dan champagne……..
Wij genieten wel van een glaasje bubbeltjes

Hier ontdekken we ook het fenomeen ‘sauver les capsules’ ofwel het verzamelen van de capsules. De officiële naam van de capsules is trouwens ‘plaques de muselets’, hetgeen als naam net wat meer cachet heeft, toch? De plaque is een klein en rond metalen schildje onder de muselet (netje) dat de kurk van de champagnefles vasthoudt. De plaque wordt ook vaak de capsule genoemd. Dat is echter niet het juiste woord, want de capsule is de folie om de hals. Een beetje champagnehuis heeft veel werk gestoken in het ontwerp van de plaque. Een verrassend detail aan de champagnefles die je pas ontdekt nadat je de folie hebt verwijderd! Voor hele bijzondere flessen creëren champagnehuizen ook extra bijzondere plaques. Er bestaan ongeveer 125.000 verschillende champagnecapsules, de één nog mooier dan de ander, soms zijn het net kleine schilderijtjes. Deze zeldzame plaques zijn dan ook veel geld waard, want er blijkt dus een grote verzamelmarkt voor te zijn. Zo ontdekken we elke dag weer iets nieuws!

Onze bescheiden oogst 🙂

Faits sur le champagne

(Champagne weetjes)

Champagne (la Champagne) is Frankrijks noordelijkste wijnstreek en staat bekend om de mousserende wijnen die als enige ter wereld de naam ‘champagne’ (le champagne) mogen dragen. Champagne is een mousserende wijn, dat wil zeggen dat de wijn koolzuurgas bevat die je als de bubbeltjes in je glas ziet. Weet je dat een standaardfles maar liefst 49 miljoen van deze bubbeltjes bevat? Hoe kleiner de bubbels, hoe beter de kwaliteit.

Hoe kleiner de bubbels ………

Een standaardfles heeft een inhoud van 0,75 liter. Dit heeft een verklaring met een historische basis die teruggaat tot de 19e eeuw. Engelse klanten waren toen de belangrijkste kopers van Franse wijn (de meest populaire wijn in die tijd). De Engelsen gebruikten verschillende metrische eenheden voor bijna alles (afstand, capaciteit, gewicht…) en de ‘imperial gallon’ werd (wordt) als volume-eenheid gebruikt, waarbij 1 imperial gallon ongeveer gelijk is aan 4,54 liter. Bij het vervoer van wijn uit Bordeaux werden vaten van 50 gallon, ofwel 225 liter, gebruikt. Om deze hoeveelheid wijn in flessen te verdelen, bleek dat er precies 300 flessen van 750 milliliter gevuld konden worden. Het doel was de boekhouding te vereenvoudigen: 1 vat = 300 flessen (van 75 cl). Dit maakte het berekenen van prijzen, flessen, vaten etc. veel gemakkelijker. Toen van wijn werd overgegaan naar champagne werden dezelfde eenheden aangehouden. Simpel toch?

De duurste fles champagne ter wereld is de ‘Goût de Diamants’ (smaak van diamanten) van het champagnehuis Taste of Diamonds. Deze fles champagne heeft een 0,75 liter inhoud en er hangt een prijskaartje aan van maar liefst $2,07 miljoen!! De fles is dan ook gemaakt van 18-karaats witgoud en is versierd met een diamanten logo en een diamanten etiket. Daarnaast zit er een diamanten ring rond de hals van de fles. De champagne zelf (dat is volgens mij toch het belangrijkste deel) is een brut champagne van hoge kwaliteit, gemaakt van 100% Grand Cru Chardonnay-druiven uit de Côte des Blancs in deze streek. Je vraagt je dan wel af wie zo’n exorbitant hoge prijs wil neertellen voor ook vooral veel uiterlijk vertoon? Hoewel de ‘Goût de Diamants’ de duurste fles champagne is die ooit is verkocht, zijn er natuurlijk ook andere champagnes die zeer hoge prijzen kunnen bereiken vanwege hun zeldzaamheid, ouderdom of exclusiviteit. Zo kan bijvoorbeeld de Dom Pérignon Rosé Gold Methusalem (6 liter) worden verkocht voor meer dan $49.000.

Een hele bijzondere ‘plaques de muselets’, de officiële naam van de capsule (internet)

Champagneflessen kennen verschillende formaten, van piccolo (20cl), bouteille (0,75 liter) tot Melchizedek (30 liter = 40 flessen). De namen van de echt grote flessen, vanaf drie liter, zijn geïnspireerd op het Oude Testament. Is de vernoeming een eerbetoon aan deze koningen of juist aan de flessen champagne? Zo wordt, volgens champagne expert Francois Bonal, de naam Jéroboam (grondlegger en eerste koning van Israël, 931-910 BC) al gebruikt sinds 1725, toen ook voor een 3 liter fles champagne. Volgens hem wordt aangenomen dat de naam Jéroboam is gekozen omdat deze man wordt gezien als een man van grote waarde. Dat geldt ook voor deze grote flessen champagne. De Méthusalem, de champagnefles met een inhoud van 6 liter, is vernoemd naar een heerser uit de bijbel waarvan gezegd wordt dat hij bijna 1000 jaar geleefd heeft. Dit kan een verwijzing zijn naar het potentieel dat zo’n grote fles heeft om te rijpen. Een andere interessante benaming is die van de Balthazar, waar maar liefst 12 liter in past. Balthazar was een Babylonische koning die uit heilige wijnbekers van een tempel dronk. Hiermee haalde hij zich de woede van God op de hals. Terwijl Balthazar aan het feesten was werd Babylon belaagd door de Perzen en verloor het land zijn macht. Misschien een verwijzing naar wat er kan gebeuren wanneer je de bodem van zo’n grote fles bereikt?

De verschillende formaten van de champagneflessen (internet)

Na al deze weetjes wordt het de hoogste tijd om zelf ‘dieper’ onderzoek te doen. We willen als eerst één van de vele wijnhuizen bezoeken in Reims. In Reims moeten ongeveer 120 kilometer aan kelders en gangen onder de grond liggen. Het enige champagnehuis waar we zonder afspraak terecht kunnen is dat van Vranken-Pommery.

Champagnehuis Vranken-Pommery (RK)

Ondanks dat het champagnehuis Pommery al in 1836 werd opgericht onder Louis Alexandre Pommery, kwam dit huis pas echt op gang toen Madame Pommery in 1858 het stokje overnam na het overlijden van haar man. Zij erkende het potentieel voor droge mousserende Champagne in het Verenigd Koninkrijk en paste haar Champagne-recept aan om Pommery Nature te creëren, waarmee ze de traditie van die eeuw doorbrak om zeer zoete mousserende wijnen te drinken. Ze ontwikkelde een champagne die ‘zo droog mogelijk, zacht en fluweelachtig’ was, een stijl die nu bekend staat als ‘Brut’. Tegenwoordig wordt 92% van de Champagne in deze brut stijl gemaakt. Ter verduidelijking: de basis van iedere champagne zijn de druiven. Na het plukken en persen van de juiste druiven en het perfectioneren van de smaak, vindt de gisting plaats. Het alcoholpercentage wordt op het juiste hoogte gebracht, waarna de wijnen vervolgens nog jaren moeten rijpen in de daarvoor bestemde (kalksteen)kelders. Als de wijn lang genoeg heeft kunnen rijpen, wordt de kurk eraf gehaald. Als de fles eenmaal open is, kan er extra smaak aan worden toegevoegd in de vorm van gist en extra suikers. Bij een klassieke brut champagne bestaat de smaaktoevoeging vaak uit oude wijnen uit dezelfde streek (vin de reserve) en (riet)suiker. De hoeveelheid suiker die wordt toegevoegd bepaalt de categorie waaronder de champagne valt: brut nature (minder dan 3 gram suiker per liter), extra brut (minder dan 6 gram suiker per liter) en brut (minder dan 12 gram suiker per liter), waarbij de hoeveelheid suiker uiteraard de zoetheid van de champagne bepaalt. Het productieproces is, tot het toevoegen van de suiker, gelijk aan dat van andere champagne soorten. Wanneer er echter méér dan 12 gram suiker wordt toegevoegd wordt het een sec, demi-sec of doux genoemd. Brut is de meest gedronken champagne en bestaat vaak uit een combinatie van Chardonnay, Pinot Noir en Pinot Meunier druiven.

De kleurrijke trap naar de kelders (RK)

Via een trap van 116 treden kom je in de kelders. Wandelend door de kelders die zich over 18 kilometer uitstrekken, valt op dat er grote stadsborden in elke tunnel staan. Deze zijn daar geplaatst door Madame Pommery. Elk bord vertegenwoordigde haar succes bij het betreden van een nieuwe markt en hielp ook bij het categoriseren van bestellingen uit elke regio.

Stadsborden in de tunnels (RK)

Eén van de andere bijzonderheden hier is de directe link met de moderne kunst. Madame Pommery zelf plaatste al kunstwerken in haar kelders, wat blijkt uit de grote sculpturen die op de kelderwanden zijn gegraveerd, en stelde ze open voor bezoek: deze ‘Expérience Pommery’ wordt nog steeds in ere gehouden.

Bacchus is de Romeinse god van de wijn, de roes en de dronkenschap
‘Experience Pommery’ (RK)

Om nog meer te leren over de ‘méthode champenoise’, de werkwijze van de champagne, gaan we in Cumières, een mooi dorp langs de rivier de Marne en beroemd om zijn champagne, een ‘balade gourmande’ (gastronomische wandeling) door de wijngaarden maken.

Langs de Marne grote beelden over de werkzaamheden van de wijnbouw en de wijn

Onze gids Eric vertelt ons over de soorten druiven terwijl we omhoog klimmen door de wijngaarden waar de ‘vendanges’ (de druivenpluk) op sommige plekken in volle gang is. Volgens Eric wordt de oogst meestal tussen half september en half oktober binnengehaald, al naargelang de weersomstandigheden van het afgelopen jaar. Niet geweldig in 2024! Het plukken vraagt om heel veel handen aangezien machinaal oogsten verboden is in de Champagne. 

Grote wijngaarden tegen de heuvels omhoog
We mogen de druiven ook even proeven……
Soms is het even stevig klimmen (RK)

We leren dat pas wanneer de (basis)wijn gemaakt is, de ‘méthode champenoise’ in beeld komt. Dit houdt in dat er, vlak voor de botteling, een mengsel van wijn, suiker en geselecteerde gisten (liqueur de triage) aan de basiswijn wordt toegevoegd. Dit zorgt voor een 2e alcoholische gisting. Deze gisting op fles is de essentie van de méthode champenoise. Door de hernieuwde gisting wordt, naast 1,2 tot 1,3 procent extra alcohol, koolzuur gevormd, verantwoordelijk voor de belletjes, en blijven dode gistcellen in de fles achter.

Flessen moeten vaak lang liggen (RK)

Als de gistcellen hun werk hebben gedaan, kunnen ze natuurlijk niet in de fles achterblijven. Het bezinksel moet worden verwijderd. Daartoe worden de flessen in ‘pupitres’ gezet, schuin opgestelde, stevige houten rekken met ronde gaten waarin de halzen van de champagneflessen passen. 

Bij de champagneproducenten staan de keldergangen vol met dergelijke houten rekken (RK)

Als dode gistsporen (na een proces van weken tot maanden) in de top van de hals van de op de kop staande fles tegen de capsule aanliggen, kan dat bezinksel door een zogenaamd ‘dégorgement’ worden verwijderd. Daartoe worden de flessen op hun kop met het topje van de hals door een ijskoud pekelbad (-28°C) gevoerd, waardoor het bezinksel bevriest; het wordt één geheel. Vervolgens wordt de capsule verwijderd, waarna, onder druk van het gevormde koolzuur, het depot als een propje uit de fles schiet. Daarna wordt de fles snel bijgevuld en op smaak gebracht met de zogeheten liqueur d’expédition: champagne, rietsuiker en soms ook wat cognac. Zoals al eerder gezegd bepaalt de hoeveelheid suiker in dit mengsel de zoetheidsgraad van de champagne. Met zo’n langdurig  bewerkelijk proces is het eigenlijk niet verwonderlijk dat champagne zo duur is!

Onderweg door de wijngaarden stoppen we wat uitgebreider op drie verschillende plaatsen voor een glas champagne met een lokale lekkernij. Het eerst glas wordt vergezeld met ham uit Reims, het tweede met een stukje Langres, een kaasje uit de gelijknamige plaats en bij het derde is daar dan (eindelijk) het beroemde roze koekje, de ‘biscuit rose de Reims’, waarmee iedereen in de Champagnestreek is opgegroeid. De biscuits roses zijn rond 1690 in Reims ontstaan. De plaatselijke bakkers kwamen op het idee om, na het bakken van het dagelijkse (stok)brood, de warmte van hun ovens te gebruiken voor het bakken van koekjes. De bakkers creëerden een speciaal deeg waardoor de koekjes na twee keer (bis) bakken (cuit) gaar en klaar waren. De natuurlijke kleurstof karmijn kleurde het deeg en de biscuits roze. Deze biscuits werden vooral veel gegeten door de gegoede burgerij en in het begin van de twintigste eeuw was het zelfs een traditie om de biscuits onder te dompelen in een glas champagne. Door het bakproces breken de koekjes niet wanneer ze vochtig worden. Tegenwoordig wordt dit niet meer gedaan, zonde van de champagne. Bovendien past dit koekje haast niet door de opening van je glas.

Een gesprek in het Frans lukt na elk glas beter 😉 (RK)
Roze champagne met een roze biscuitje

Het verhaal gaat trouwens dat de vorm van de champagne coupe (zoals vroeger vaker werd gebruikt) te danken is aan Marie Antoinette, de laatste koningin van Frankrijk. Zij zou tijdens een feest haar glas hebben laten vormen naar de vorm van haar eigen borsten. Hiervoor is echter geen hard bewijs (haha). De coupe-vorm wordt tegenwoordig meestal niet meer gebruikt om champagne in te serveren omdat de brede opening de bubbels te snel laten verdwijnen. Volgens kenners heeft het beste glas een tulpvorm, want ‘zo kanaliseer je de geuren wel en behoud je de bubbels, maar tegelijkertijd geef je de wijn voldoende ruimte om goed tot zijn recht te komen.’

Het beste glas …… (RK)

Onze volgende stop is Epernay, het hart van de champagnestreek, waar de wereldberoemde ‘Avenue de Champagne’ als een rode draad doorheen loopt. Deze super-de-luxe straat dankt zijn naam aan de vele champagnehuizen die er gevestigd zijn. Onder deze prachtige gebouwen ligt voor een fortuin aan champagneflessen opgeborgen, verdeeld over ruim 110 kilometer aan wijnkelders. Daarom wordt dit ook wel de duurste straat ter wereld genoemd.

Deze foto spreekt voor zich (RK)

We lopen even naar binnen bij het bekende champagnehuis Moët & Chandon, waar het meest gefotografeerde standbeeld van Dom Pérignon (dominus = heer) bij de ingang staat.

Het meest gefotografeerde standbeeld van Dom Pérignon

Dom Pérignon (1638?–1715), de beroemde benedictijner monnik van de abdij van Hautvillers, heeft de mousserende champagne niet uitgevonden zoals de mythe suggereert, maar hij was wel een spilfiguur in de vroege ontwikkeling ervan. In 1663, bij zijn benoeming tot keldermeester van de abdij, erfde Dom Pérignon ruim 7 hectare slecht onderhouden wijngaarden van zijn directe voorganger. In 1712 had hij dit uitgebreid tot ruim 16 hectare, allemaal zorgvuldig gecultiveerd. Hoewel Dom Pérignon de champagne dus niet heeft uitgevonden (hij maakte niet opzettelijk mousserende wijn) en ondanks het feit dat hij zelf beweerde ‘de beste wijn ter wereld’ te hebben gemaakt (wat misschien niet getuigde van de nederigheid die je van een benedictijner monnik mag verwachten), was hij in zijn eigen tijd beslist al een legende.

Luxe aan Avenue de Champagne

Als een eerbetoon aan hem is Wereld Champagne Dag ontstaan op laatste vrijdag van oktober. Symbolisch omdat dit de dag is waarop Dom Pérignon in 1715 werd begraven. ‘Deze dag is daarmee een eerbetoon aan de rijke geschiedenis, de smaakvolle diversiteit en de tijdloze elegantie van champagne. Proost op 25 oktober dus op de sprankelende levensvreugde die deze iconische drank met zich meebrengt.’ Dat lijkt me een goed idee 😉

Pour prier et méditer

(Om te bidden en te mediteren)

Onze ontdekking van de Champagnestreek begint in Reims, de hoofdstad van de streek, maar misschien beter bekend als de ‘kroningsstad’. In Reims (uitgesproken als ‘Rrrahnse’) zijn maar liefst 33 koningen gekroond in iets meer dan 1000 jaar. Deze traditie begon met de kroning van Lodewijk de Vrome in 816 en eindigde met Karel X in 1825.

Clovis of Chlodovech (ca. 465-511) was de eerste koning der Franken die alle Frankische stammen verenigde onder één heerser

Bij de kroning van Karel VII (1429) was ‘de heldin van Frankrijk’ en ‘de maagd van Orléans’ Jeanne d’Arc aanwezig waar zij de volgende woorden sprak: ‘Hij heeft hard gewerkt, het is niet meer dan eerlijk dat hij wordt gehuldigd.’ Jeanne d’Arc, geboren in 1412 als een simpel boerenmeisje, stierf in 1431 als degene die ervoor had kunnen zorgen dat Karel VII  koning van Frankrijk werd en daarmee was zij de redster van het land. Zowel in als net buiten de kathedraal staat een beeld van Jeanne, een eerbetoon aan een ‘meisje’ die door een kroning de geschiedenis van Frankrijk veranderde.

In 1909 werd Jeanne d’Arc door de Rooms-Katholieke Kerk zalig verklaard
en in 1920 volgde de heiligverklaring (RK)

De kroningen verliepen, sinds de kroning van Lodewijk VIII in 1223, allemaal volgens een vastgelegde ceremonie. De (zondag)ochtend van de kroning haalden twee bischoppen de koning op in het aartsbisschoppelijk paleis om hem naar de kathedraal te begeleidden. Tussen het paleis en de kathedraal was een met wandtapijten versierde houten galerij geplaatst. De koning knielde aan de voet van het altaar en ging vervolgens onder een baldakijn zitten. De heilige ampul van Remigius, bisschop van Reims, werd samen met de kroon van Karel de Grote en andere gewijde voorwerpen zoals o.a. zijn zwaard, de scepter, de hand als symbool van de rechterlijke macht, de Bijbel en de koningsmantel van paars fluweel met Franse lelies op het altaar gelegd. Na de eedaflegging en ander ceremonieel zoog de aartsbisschop een druppel ‘heilig chrisma’ met een gouden naald (!) uit de heilige ampul op, om dat te mengen met gewijde oliën. Hiermee werden vervolgens hoofd, buik, schouders, rug en ellebogen van de koning gezalfd (ik vroeg me al af waarvoor de ampul gebruikt werd!). 

De heilige ampul

Al deze historische gebeurtenissen heeft Cathédrale Notre-Dame beslist een belangrijke plaats gegeven in de Franse geschiedenis en cultuur. Vanwege haar belangrijke rol in de Franse geschiedenis evenals de eenheid in stijl en het schitterende beeldhouwwerk staat deze kathedraal nu op de werelderfgoedlijst.

In volle glorie

In alle hoeken en nissen staan beelden, het zijn er ruim 2300!

Heel veel beelden!

Sommigen beelden zijn door de jaren heen zwaar beschadigd door oorlogsgeweld of het klimaat en zijn tegenwoordig ondergebracht in het ernaast gelegen Palais du Tau, ooit het paleis van de aartsbisschop van Reims. Hier verbleven de Franse koningen gedurende de uitbundige kroningsfeesten. Helaas voor ons wordt dit paleis (annex museum) momenteel gerestaureerd en moeten we het doen met foto’s op grote panelen langs het plein.

De kamer met tapijten die het leven van Maria uitbeelden (foto internet)

We lopen verder naar de kathedraal. Het centrale portaal aan de westgevel is gewijd aan de maagd Maria. Vooral het beeld van de ‘Engel met de glimlach’ (l’ange au sourire) is beroemd. Het is het symbool geworden van de stad Reims en wordt ook wel de glimlach van Reims genoemd. Het originele beeld is tussen 1236 en 1245 gehouwen.

Het meest rechter beeld is duidelijk herkenbaar ……..

In 1914 werd tijdens een artilleriebeschieting het beeld van de Engel onthoofd doordat er een brandende balk van het gebint op viel. Het hoofd viel in een twintigtal stukken uit elkaar, die door een geestelijke werden opgeslagen in de kelders van het bisschoppelijk paleis. Het verhaal van de beschadiging en het terugvinden van de resten werd door de Franse propaganda lange tijd gebruikt als aanklacht tegen de vernieling van Frans erfgoed door het Duitse leger en als symbool voor de Franse superioriteit. Na de oorlog werden de resten, met behulp van een afgietsel dat aanwezig was in het Museum van Franse monumenten, weer samengevoegd en werd het nieuwe hoofd in 1926 op zijn plaats teruggezet, waar wij het kunnen bewonderen. Grappig weetje is dat er in 1930 een lila postzegel met een afbeelding van een detail van de ‘Engel met de glimlach’ werd uitgegeven. De frankeerwaarde was Ffr 1,50, maar daarboven werd een toeslag, ten bate van de ‘Caisse d’amortissement’ (kas voor de aflossing van oorlogsschuld), geheven van Ffr 3,50. Bijzonder!

De bewuste postzegel (foto internet)

Ook verder in de kathedraal kijken we onze ogen uit. Hier geen goud en glitter, wel zijn er veel beelden en prachtige glas-in-loodramen. Er hangt een serene rust en iedereen loopt zachtjes, praat fluisterend en gedraagt zich ingetogen.

Er hangt een serene rust in de kathedraal (RK)

Veel van het oorspronkelijke gebrandschilderde glas is vernietigd tijdens de revolutie en WOI. Het grote roosvenster uit de dertiende eeuw (12,5 m in doorsnee) bleef gelukkig behouden. In het midden is het ‘ontslapen van de Moeder Gods’ (Maria Hemelvaart) uitgebeeld met in de medaillons de apostelen en er omheen profeten en musicerende engelen. We zullen het maar geloven, de details zijn van deze afstand niet te zien!

Roosvenster voorgevel

We wandelen op ons gemak verder door de stad op zoek naar andere bijzondere plekken. Zo lopen we langs de ‘Porte de Mars’, de Romeinse toegangspoort van Reims. De poort kreeg haar naam van een nabij gelegen verdwenen tempel gewijd aan de oorlogsgod Mars.

Informatie lezen over de Marspoort (RK)

De boog is sinds 1840 beschermd als historisch monument. Het bouwjaar is onzeker. Van oudsher wordt een tijdstip tussen 130 en 190 aangenomen, maar volgens archeologisch onderzoek zou dit ook in de eerste drie decennia van de 3e eeuw kunnen zijn. We lezen dat de poort ooit gebouwd is ter ere van keizer Augustus (de eerste keizer van het Romeinse Rijk en de achterneef van Julius Cesar), maar hij regeerde van 27 voor Christus tot 14 na Christus……. Broodje aap? Wat wel zeker is dat de triomfboog werd gebouwd op het einde van de voornaamste verkeersas van noord naar zuid, de cardo maximus. Tegelijk werden drie andere triomfbogen gebouwd op de andere belangrijke verkeersassen van de stad, waarvan echter geen resten bewaard zijn gebleven. Het ging hier niet om triomfbogen om een militaire overwinning te vieren, maar om monumenten die de rijkdom van de stad uit moesten drukken.

Zodra je dichter bij de poort komt kun je de verhalen zien die in het steen gegraveerd zijn. Zo moet je (vervaagde) afbeeldingen van Romulus en Remus, de mythische stichters van Rome, kunnen zien. We doen ons best, maar hebben de ‘she wolf’ niet kunnen ontdekken. Noch de afbeelding van het bekende verhaal van Leda en de zwaan. Al sinds de klassieke oudheid symboliseert de zwaan schoonheid, elegantie en perfectie in verschillende kunstvormen. De mythe vertelt over de verliefde Zeus die er maar niet in slaagde om de getrouwde Leda te verleiden. Hij besloot zichzelf te veranderen in een zwaan en inderdaad …..hij wist Leda in deze gedaante te overweldigen en zij bedreven de liefde.

Pas na veel speuren op het web ontdek ik dat beide afbeeldingen te vinden zijn op de plafonds van de verschillende bogen en dat je bovendien wel heel goed moet kijken om het tafereel te ‘ontcijferen’. Zeg nou zelf ……. 🙂

‘Remus and Romulus in the presence of the shepherd Faustulus and his wife Acca Laurenti, who raised the children’ (internet)
Leda and the Swan’ (internet)

We gaan verder met de ontdekkingstocht ‘om te bidden en te mediteren’ en nemen onderweg de hoogtepunten die we tegenkomen mee. Omdat veel ‘bezienswaardigheden’ gesloten zijn ivm reparatie werkzaamheden besluiten we na een lunch in art deco stijl bij Brasserie Le Boulingrin door te lopen naar het zuiden van de stad en wel naar Basilique Saint-Remi, een door velen vergeten maar naar verluidt nog steeds mooie Romaanse kerk. 

Brasserie Le Boulingrin: Reims is ook bekend vanwege haar ham
Straatbeeld onderweg

De basiliek uit de 11e eeuw werd genoemd naar de, al eerder genoemde, heilige Remigius die Clovis heeft gedoopt. Clovis of Chlodovech (ca. 465-511) was de eerste koning die alle Frankische stammen verenigde onder één heerser. Deze gebeurtenis vond echter niet hier plaats, maar, zoals we ondertussen weten, in de kathedraal. Onderweg naar de basiliek zien we de aanwijzingen voor de pelgrimsroute Via Francigena die, het kan het ook anders, dwars door Reims loopt.

Bewegwijzering van een oude pelgrimsroute

De Basilique St.-Remi is zowel de oudste kerk van Reims als de grootste Romaanse kerk in Noord-Frankrijk. Het is de beroemdste religieuze plaats in de stad, na de kathedraal. De eerste kerk die zich op deze plaats bevond is in 852 gewijd.

Overpeinzingen aan de achterkant van de basiliek (RK)

De kerk was verbonden met het Franse koningsschap vanwege het graf van de Heilige Remigius (de graftombe van Remigius bevindt zich achter het altaar) en omdat de Heilige olie hier werd bewaard. Het verhaal gaat dat deze olie door engelen was gebracht voor de zalving van de Franse koningen. Door de afmetingen van de basiliek, ruim 120 m lang en maar 26 m breed, wordt ‘de indruk van een eindeloze ruimte gewekt, wat nog eens wordt versterkt door het halfduister’.

‘Een eindeloze ruimte………’ (RK)

Daarnaast straalt de ruimte door de soberheid, de grote hoogte en de kleine ramen een speciale sfeer uit. Imposant is zeker de grote lichtkroon waarop 96 kaarsen staan voor de 96 levensjaren van Remigius. 

Sober, hoog en kleine ramen (RK)
96 kaarsjes voor 96 jaren

Na al deze indrukken zijn we zeker toe aan zo’n ijskoud glaasje bubbels waar de streek vooral om bekend staat. Zoals hier gezegd wordt: ‘un verre de bulles par jour éloigne le médecin du cerveau’ (a glass of bubbles a day keep the brain doctor away). Zou dit echt waar zijn? Het schijnt in ieder geval wel zo te zijn dat onderzoekers hebben ontdekt dat een ingrediënt in de pinot noir en de pinot meunier, de druiven waarmee champagne wordt gemaakt, een positief effect heeft op de hersenen. Wetenschappers stellen verder dat dit onderzoek zeker ‘interessant’ is, maar dat meer onderzoek wel nodig is. Wij nemen alvast de proef op de som.

À la vôtre!

‘Blanc de blanc’ is de favoriet 😉


# HYOH

Knp: 3-2-72-96-97-1

Simpel vertaald betekent ‘HYOH’ zoiets als ‘wandel je eigen tocht’. In essentie betekent het dat jij zelf je tocht moet lopen en dat niemand anders dat voor je doet. Dat klinkt als een open deur, maar er is meer…… want wanneer er gesproken wordt over jouw eigen pad bewandelen zoals jij het wil, gaat het eigenlijk over je gevoel. Jij bepaalt hoeveel kilometers je loopt en als een (bijna) logisch gevolg geniet je daardoor meer van je eigen reis. Het gaat immers niet alleen om de afstanden, de beleving is minstens zo belangrijk. Een wandeling van twintig kilometer klinkt een stuk zwaarder dan vier etappes van vijf kilometer. Door de totale afstand op te knippen in delen en naar de rustpunten toe te leven, kun je veel makkelijker een flinke totaalafstand afleggen….. tenminste dat is de theorie.

Een afstand van 20 km is mij (nu) nog te ver, maar met een koffiestop en een lunchpauze kom ik wel steeds verder. Kenners zeggen: ‘de afstand die je hebt afgelegd of de tijd waarin je dat deed, vergeet je, maar een verbluffend uitzicht, het zonlicht dat door de wolken breekt of een groepje reeën in een weiland blijven je bij. Zorg daarom dat je een open oog en oor houdt voor de schoonheid onderweg. Dan maar tien minuten later op de plek van bestemming.’ Lijkt mij een prima advies, want er valt veel te genieten onderweg!

Zomaar in Grijpskerk

We lopen vandaag van Grijpskerk, met een omweg, naar Kommerzijl. Het oorspronkelijke plan was om het laatste stuk naar Niehove (het einde van dit pad is in zicht) in één keer te lopen, maar we breken de afstand toch in tweeën gezien mijn beperkte conditie van dit moment. We wandelen daardoor vandaag mijn afstand, mijn beleving en mijn tocht 😉

Vrolijke borden

Grijpskerk is ontstaan vanuit een dijkdorp. Al in 1507 wordt de plaats voor het eerst Grijpskercke genoemd naar de toenmalige ‘dorpsheer’ Nicolaas Grijp. Hij liet hier, waarschijnlijk op zijn eigen borgterrein, een kapel bouwen. De kapel hoorde bij Sebaldeburen, maar werd al snel een volwaardige parochie, vermoedelijk omdat de kerk van Sebaldeburen te ver weg lag. Het kerkhof bleef voorbehouden aan de landeigenaren en de adel die meebetaalden aan de kerk en het salaris van de predikant. De overige inwoners moesten, tot het begin van de 19e eeuw, hun doden op het kerkhof van de moederkerk in Sebaldeburen begraven.

Kerk Grijpskerk (internet)

In 1582 (Tachtigjarige Oorlog) werd het kerkje verwoest door plunderende bendes. Tussen 1607 en 1614 werd de kerk weer op dezelfde plek opgebouwd onder leiding van de jonker Everhardt van Asschendorp, zoals blijkt uit de gevelsteen boven de westingang. Op de toren zie je een gouden vleugelloze griffioen of grijpvogel (grijp = griffioen) als windvaan, het familiewapen van de familie Grijp. In het wapen van Grijpskerk zie je het belang van de familie ook terug. Het bovenste gedeelte van het wapen bevat een griffioen, een fabelachtig dier wat bestaat uit half adelaar en half leeuw. De grijp in een wapen geeft in het algemeen een invloedrijke heerschappij aan en symboliseert bovendien scherpzinnigheid en overleg samen met omzichtigheid en doorzicht. Het verstand van de adelaar gaat samen met de kracht van de leeuw. Het onderste gedeelte van het wapen toont de kerk die Nicolaas Grijp zou hebben gebouwd.

Wapen van Grijpskerk

Onderweg hoor ik dat Grijpskerkers vroeger de Groningse bijnaam ‘smaalruggen’ hadden.
Geen idee waarom of wat dat dan betekende. Het was vroeger vaak een scheldnaam, dus veel fraais zal het wel niet zijn. De enige betekenis van smalrug die ik kan vinden is ‘mannelijke ree van het tweede jaar’…… Daarmee wordt het allemaal niet duidelijker!

Net buiten Grijpskerk

Op mijn zoektocht naar de verklaring van de bijnaam kom ik wel een sterk verhaal tegen. Gijpskerk heeft namelijk bijna in het rijtje van beroemde dorpen als Nieuwpoort, Heiligerlee of Waterloo gestaan. Bijna ….! Ik heb een zwak voor zulke verhalen en wil het dan ook graag delen. “Het is het jaar 1815 als knecht Jans Mol na het middageten met een hooivork op z’n schouder naar de weilanden aan de Westerhorn (Westerhorn was begin 16e eeuw de oostelijke van de drie buurtschappen waaruit Grijpskerk ontstond) loopt om het hooi te keren. Bij de herberg staan de Maire en zijn wethouders een pijpje te roken alvorens ze in vergadering gaan. Als hij de Westerhorn in slaat ziet hij iets wonderlijks en blijft hij geschrokken stokstijf staan. Tussen het aardappelloof zit een enorme haas van wel twee meter hoog. Het beest springt heen en weer en knabbelt aan het gewas en het lijkt net of zijn staart in brand staat. Jans weet niet wat hij daar mee aan moet en wil terug lopen naar Grijpskerk om hulp te halen. Dan ineens ziet hij op de Friesestraatweg, toen nog een karrenpad met keien, drie Friese soldaten lopen die net terugkomen van de Slag bij Waterloo. Jans vertelt hen wat hij heeft gezien. ‘Kin net’ zeggen de Friezen, maar ze moeten het wel geloven als ze de haas even later zelf met eigen ogen zien. Jans zegt dat ze eerst naar de Maire moeten gaan om te overleggen. Misschien kunnen ze die haas wel levend vangen. Dat zou bijzonder zijn en het dorp Grijpskerk zou wereldberoemd worden.

Als Jans het verhaal aan de Maire vertelt, wrijft deze over zijn kin en zegt ‘t Kin niet aans weeden of dat is de Duuvel. Die loat zich wel voaker als een dier zien ien e wereld’. De Maire sommeert de schout om een legertroep te verzamelen. Voorop lopen Jans Mol en de schout, daarachter de 3 Friese Soldaten, dan de Maire en zijn gevolg en tenslotte nog een paar potige mannen, waaronder de bakker, die altijd zegt dat hij voor de Duuvel niet bang is. Eenmaal bij het aardappelland aangekomen, zit de reuzenhaas nog rustig van het aardappelloof te knabbelen. Het beest heeft het Grijpskerker leger niet eens opgemerkt. ‘Laad je musket’, beveelt de schout aan de dapperste Friese soldaat, die omzichtig zijn kruit en kogels tevoorschijn haalt. ‘Nee jong, we vangen de Duuvel leemendeg’, zegt de Maire, waarop de bakker en de schout met een groot visnet voorzichtig door het groene loof richting de haas sluipen. Maar als ze omhoog willen springen om hun slag te slaan, klinkt er een luide knal. De Friese soldaat kijkt beteuterd naar de gebarsten loop van zijn musket. In het heetst van de strijd heeft hij per ongeluk de trekker overgehaald. En de haas …….., die is dan al lang opgesprongen en rent met grote sprongen weg. De ‘Slag om de Westerhorn’ is dus verloren door de Grijpskerkers en de haas hebben ze nooit weer terug gezien. Zo komt het dat Grijpskerk net niet in het beroemde rijtje staat.” Mooi toch?

Ondertussen lopen we dwars door de weilanden op betonnen paden waarover een enkele fietser en een nog sporadischer auto of tractor langskomt. Halverwege komen we langs het transformatorhuisje, een klein gebouwtje in de stijl van de Amsterdamse School. Tijdens WOII weigerde de burgemeester van Grijpskerk mensen te leveren ‘om in Drenthe putjes te graven voor de Duitsers’. Om de Duitsers te saboteren besloot hij samen met een paar anderen het bevolkingsregister van Grijpskerk hier te verstoppen.

Het transformatorhuisje met een verhaal

Voor het gebouw staat een bronzen fiets en op de bronzen, dichtgespijkerde deur is een plaquette te zien. Met de deur geeft de ontwerper aan dat ‘de geschiedenis is afgesloten’. Deze deur staat symbool voor de joden die in de oorlog werden weggevoerd uit hun huizen. De Duitse en ook de Nederlandse overheid spijkerde hun huizen dicht. Over de dienstfiets zegt hij: ‘Ik wilde een replica van een Fongers maken. Voor mij hebben fietsen met de oorlog te maken. Het verduisteringsglaasje op de koplamp herinnert aan de oorlog.’

De bronzen fiets
De plaquette

We staan even stil bij ’t Hoekje, vroeger ook wel Quatre Bras (kruispunt) genoemd, een gehuchtje gelegen tegen de vroegere Waarddijk. De naam van het gehucht en de omringende streek werd tot ver in de 20e eeuw aangeduid als De Waarden.

Uitzicht onderweg

De Waarden of de Ruigewaard is dus een streek en grote polder van 750 hectare in de gemeente Westerkwartier ten noorden van het dorp Grijpskerk. Ruigte is de Groningse benaming voor niet-ontgonnen land.

Een combinatie van wit en groen (RK)

De volgende (en laatste) keer gaan we verder door dit gebied en over het Ruigezand. De wandeling van vandaag is nou precies waar ‘’hike your own hike’’ voor staat, iets doen waar je plezier uit haalt. Dit kan op allerlei verschillende manieren, waarbij het oké is om langer over een tocht te doen dan boekjes je voorschrijven en je eigen keuze te maken! #HYOH