HUA HIN (Thailand)

Hua Hin wordt gezien als de eerste badplaats in Thailand! Oorspronkelijk was deze ‘luxe’ alleen weggelegd voor de ‘bevoorrechte stand’ uit Bangkok. Zelfs de koning had (en heeft) hier een buitenverblijf, wat natuurlijk alleen maar aan de ‘status van belangrijk vakantieoord’ bijdraagt. Eigenlijk woont koning Bhumibol meer in Hua Hin dan in Bangkok, waar hij slechts voor belangrijke aangelegenheden naar terugkeert. Het is dan ook vast deels uit respect voor de koning dat Hua Hin haar rustige en ontspannen sfeer heeft behouden. Hier geen wild uitgaansleven met luidruchtige discotheken en vele nachtclubs waar Pattaya b.v. om bekent staat. Heeft Hua Hin daarom de bijnaam ‘Koningin van de Kalmte’ gekregen? Klinkt dat wat gezapig? Ik zal je vertellen het is er heerlijk! Uiteraard is er wel vertier voor de jongeren, maar het is gelokaliseerd. Daarnaast zijn er tal van leuke restaurantjes en omdat de vissers hier dagelijks met hun vangst aan land komen, is er een overvloed aan keuze aan verse vis. Heerlijk!

Op aandrang van de koninklijke bezoekers werd er een spoorweg tussen Bangkok en Hua Hin aangelegd (1922). In Hua Hin werden zelfs twee stations gebouwd, vlak naast elkaar, eentje voor het ‘gewone volk’ en eentje voor het vorstelijke bezoek. Het koninklijke spoorwegstation is in Thaise tempelstijl uitgevoerd. Ik zeg wel eens gekscherend dat de Thai al hun geld spenderen aan het versieren en verfraaien van hun tempels en dat er voor de rest niets is overgebleven. Of mogelijk is dat ook helemaal niet belangrijk in hun ogen? De tempels compenseren ruimschoots de grauwheid van alledag met hun ongelooflijke pracht en praal.

Het pittoreske station is het oudste treinstation in Thailand, wat door haar unieke architectuur wereldberoemd is geworden. Het wordt omschreven als: ‘het houten gebouw heeft een overhangend, steil aflopend, betegeld dak, hoekige ramen, bewerkte houten palen en gevelspitsen die de overhangende delen ondersteunen.’ Je kunt niet om dit station heen ook al ga je niet zelf daadwerkelijk kijken, want overal in de stad hangen posters en plaatjes om je attenderen op deze unieke bezienswaardigheid.

Voor ons is het volop genieten in het dorp (of is het een stadje?). Eerst met een drankje op een terras aan het einde van een pier, boven het water. Later, met uitzicht op een kleine inham inclusief een paar vissersboten, in een Frans restaurantje (Brasserie de Paris). Dit is met recht een verwenweekend!

DSCF1154 2

We lopen op ons gemak langs het haventje. De boten liggen allemaal geankerd en alle levendigheid is allang voorbij. Ik neem aan dat de vissers genieten van hun schaarse vrije momenten voordat het echt donker wordt en de plicht weer roept? Het schijnt dat Hua Hin de één na grootste visvloot heeft van Thailand en uiteraard een drukke vismarkt die daarbij hoort. Het moet een geweldig gezicht zijn om ’s ochtends (heel) vroeg de boten thuis te zien komen.

DSCF1148

Ons onderkomen voor deze dagen is de Hyatt Regency. Riepko is hier al eens eerder geweest met het managementteam en wil mij graag mee laten genieten. Een prachtig hotel met een heerlijk zwembad, compleet met bruggetjes en kleine kanaaltjes temidden van een weelderige groene oase. Heel smaakvol en doordacht aangelegd. Hier komen we onze tijd wel door :). Wij weten een plaatsje te bemachtigen met uitzicht op het strand en de zee, onder een grote parasol en met een verkoelend briesje. Hoe luxe is dat? Hoewel ik mij insmeer met factor 50 weet ik toch een beetje bruiner te worden in de schaduw! Riepko verbrandt zelfs, terwijl ook hij amper in de zon zit. Bizar.

Op het 5 km lange strand is het rustig. Zover we kunnen zien is het geel zand en een blauwe zee. Een echt tropisch plaatje. Tijdens vloed verdwijnt het strand op vele plaatsen en ook bij ons hotel komt het water tot aan de randen van het (verhoogde) hotelgedeelte. Een aparte ervaring want een strandwandeling zit er met vloed dus helemaal niet in.’s Ochtends is het echter eb en wij hebben serieus geprobeerd om vroeg op te staan om een strandwandeling te maken en zo de monniken te zien die voor dag en dauw op het strand hun aalmoezen bij elkaar verzamelen. Natuurlijk is hun vroeg eerder dan ons vroeg (haha).

Terwijl wij, na gedane inspanning, genieten van een heerlijke cappuccino onder onze parasol, zien we op het strand vele jongens met pony’s. De klandizie is matig, maar er is zowaar een geïnteresseerde. Het mannetje moet wel (hardlopend) mee, achter het paard aan, want alleen met berijdster is ze niet erg vooruit te branden. Het is toch ook veel te warm voor een drafje? Verderop probeert een eenzame verkoper zijn grote (zijden?) lappen te slijten aan de hotelgasten. Wij zitten, zoals gezegd, op een soort verhoging en echt dichtbij kunnen ze daardoor niet komen. Hier is over nagedacht.

DSCF1175

Al met al doen we niet veel dit weekend. Luieren, zwemmen, lezen en lekker eten zijn wel de hoogtepunten van nu. Alle andere bezienswaardigheden laten we graag liggen voor een volgende keer, want terugkomen doen we zeker!

BRIDGE OVER DE RIVER KWAI (Thailand)

Kanchanaburi is een rustige stad, op ongeveer 2 uur rijden, ten noordwesten van Bangkok. Het ligt in een mooie, groene, omgeving, maar is vooral bekend geworden door de beruchte Birmaspoorlijn. Het belangrijkste monument en een beroemde herinnering aan WOII in Kanchanaburi was eigenlijk een eenvoudige houten brug met dwarsbalken. Deze eerste brug die de krijgsgevangenen, met krammen en touw, over de Kwai bouwden werd in 1943 vervangen door een ijzeren constructie, die vandaag de dag nog steeds bestaat.

De oorlog in Europa had Japan de gelegenheid gegeven aan verdere uitbreiding van haar grondgebied te werken. Toen Japan haar doel min of meer bereikt had, moest er natuurlijk een sterke verdedigingsmacht opgebouwd worden. De Japanners hadden in het najaar van 1942 het plan opgevat om een 414 km lange spoorlijn aan te leggen dwars door Thailand naar Birma om het grote leger in Birma in stand te kunnen houden.Er was een dringend tekort aan voorraden en andere behoeften.

De verbindingen met Birma moesten verbeterd worden, want de zeeroutes waren geblokkeerd door operaties van de geallieerden rondom Singapore en de straat van Malakka. Ook de wegen waren niet geschikt voor zwaar transport en daarom besloot men de bestaande spoorweg in Birma van Rangoon naar Moulmein uit te breiden met een verbinding naar Bangkok. Dit plan was niet eenvoudig uit te voeren. Het traject liep door dichte oerwouden en bergachtig gebied. Dit samen met een tropisch klimaat, ondervoeding en ziektes maakte het zeer zwaar voor de dwangarbeiders! De aanlegtijd van dit project werd aanvankelijk geschat op vijf jaar, maar het Japanse opperbevel besliste dat het in 12 maanden voltooid moest worden!! Het werden er uiteindelijk 16, maar het is wel duidelijk dat er weinig coulantie was met de werkers. Er wordt wel eens gezegd dat er een leven is gegeven voor elke biels. Om een idee te geven: tijdens de aanleg van deze dodenlijn stierven er gemiddeld 75 arbeiders per dag; 15.000 krijgsgevangenen stierven aan uitputting, ondervoeding en ziekte. Onder hen waren bijna 3000 Nederlanders voornamelijk uit het vroegere Nederlands Indie. Wat minder bekend is dat er eveneens ruim 100.000 (!) Aziatische dwangarbeiders zijn omgekomen. Met deze wetenschap kijk je beslist anders naar dit stukje brug!

IMG_2208.jpg

Het talud van de spoorweg bestond voornamelijk uit zand. Na de moessonregens moesten dan ook steeds hele stukken gerepareerd worden of opnieuw worden aangelegd. Ook na de voltooing in oktober 1943 bestonden de werkzaamheden vooral uit onderhoud en het repareren van de schade veroorzaakt door de geallieerde bommenwerpers. Omdat de werkkampen vaak naast de vitale punten van de spoorweg lagen vielen er ook tijdens de bombardementen veel slachtoffers onder de dwangarbeiders. Meestal werden ze naast de spoorweg begraven. Later zijn ze herbegraven op drie erebegraafplaatsen waaronder die in Kanchanaburi. Idioot gegeven is dat de eerste trein die over deze spoorlijn reed een bordeeltrein was voor de Japanse officieren. Zoals gezegd er was een groot tekort aan diverse behoeften.

IMG_2210

De brug (ondertussen de ijzeren constructie die nog steeds bestaat) vormde een regelmatig doelwit voor Amerikaanse bommenwerpers, die de centrale overspanning in 1945 verwoestten. Na de oorlog is de brug, met Japanse hulp herbouwd. In het midden zie je nu ‘vierkante bogen’ i.p.v. de originele ronde vorm. De spoorlijn heeft slecht twee jaar gefunctioneerd. Tegenwoordig wordt slechts nog een 77 km lang traject gebruikt van Kanchanaburi naar Nam Tok. Het schijnt dat deze trein maar 1x per dag rijdt en dat is nog een unicum als je bedenkt hoeveel mensen er dagelijks over de brug lopen. Zelfs schoolreisjes worden hier naar toe georganiseerd. Uiteraard heeft dit tot gevolg dat er een levendige markt in souvenirs en etenswaren is ontstaan op het plein vlakbij de brug evenals de nodige restaurantjes met terrassen boven het water en met uitzicht op de brug. Ook wij lopen heen en weer over dit stukje geschiedenis en proberen ons voor te stellen hoe het moet zijn geweest in de tijden van de bouw van deze spoorlijn. Een haast onmogelijke opgave.

IMG_2236

Deze duik in het verleden is niet compleet zonder een bezoek aan de begraafplaats. Het eerste wat je ziet als je het ereveld oploopt is een groot marmeren kruis ter nagedachtenis aan de slachtoffers. Op deze begraafplaats liggen vnl. Australiërs, Britten en Nederlanders, maar er is ook een hele hoek voor Thaise slachtoffers. Het is niet precies bekend hoeveel Nederlandse slachtoffers hier liggen omdat veel graven anoniem zijn. Opvallend is de soberheid bij ‘onze’ graven. Vind je bij de Australiërs hele teksten over dapperheid, opoffering en heldenmoed, de Nederlanders volstaan met slechts de noodzakelijke informatie. Het zal wel passen bij de volksaard. Hoe dan ook, het geheel is zeker indrukwekkend. Vele vrijwilligers houden het terrein keurig in orde en ondanks het gebrek aan regen staat het gras er frisgroen bij. Het terrein nodigt uit tot respect en een moment van bezinning. Ook dit mag niet vergeten worden!

SAIGON (Vietnam)

Wanneer je de stad binnenrijdt overvalt je haast een gevoel van weldaad, van rust. Brede straten omzoomd met winkels waar in grote etalage ruiten luxueuze waren staan uitgestald. Is dit een oosterse stad? Het is een momentopname. Ondanks dat er inderdaad relatief weinig autoverkeer op de brede (soms wel zesbaans) wegen rijdt, worden diezelfde wegen overspoeld door brommertjes. Overal brommertjes. De fiets van weleer heeft plaats gemaakt voor de gemotoriseerde variant, maar het gedrag is niet aangepast. Volgens Riepko wordt het buitenlanders hier afgeraden om zelf te rijden. Dat verbaast me niks, een ongeluk is zo gemaakt! De verkeersregels zijn streng en er wordt goed op toegezien. Iedereen houdt zich er redelijk aan, want ook de boetes zijn niet misselijk. Zo is een helm verplicht, je ziet ze ook in alle varianten, van pothelm tot integraal helm, maar je mag wel met z’n drieën of vieren op de brommer zitten. Kinderen zonder helm tussen de ouders ingeklemd of helemaal voorop staand achter het stuur. Over gevaarlijk gesproken! Mijn chauffeur kan eigenlijk niet harder dan 30 km/uur rijden i.v.m. de chaotische taferelen om ons heen en dat op een zesbaans weg! Werkelijk alles wordt op de brommer vervoerd. We zien zelfs een gastank overdwars op de bagagedrager liggen. Een klein stootje tegen de bovenkant en het geheel verandert in een projectiel.

Ons hotel (Novotel) ligt midden in de stad. Vanaf het dakterras heb je een prachtig uitzicht over de gebouwen. Het is een heerlijke plek om te genieten van zowel een drankje, het uitzicht en een verkoelende windje. Qua temperatuur doet het hier beslist niet onder voor Bangkok. We hebben het geluk dat we het hele weekend gebruik mogen maken van de auto met chauffeur van een collega van Riepko. Omdat deze zich wat zorgen maakte over het gebrek aan engels van zijn chauffeur heeft hij zelfs een programma met hoogtepunten (inclusief leuke restaurantjes) voor ons gemaakt en ervoor gezorgd dat zijn secretaresse het hele weekend op afroep beschikbaar is om ons met raad en daad bij te staan mochten we er niet uitkomen met de chauffeur. Fantastisch, wat een welkom! Natuurlijk hebben we ons prima gered met chauffeur en auto, maar toch….

IMG_2162

De stad heeft vele namen gekend, maar als de Fransen de regio koloniseren en de stad in 1859 moet capituleren wordt deze officieel omgedoopt tot Saigon. De stad gold als een van de belangrijkste steden voor de Franse kolonisten en kreeg dan ook de bijnaam ‘Parel (of Parijs) van de Orient’. Veel Franse invloeden zijn ook nu nog zichtbaar. Neem b.v. de basiliek van Notre-Dame, een kathedraal in de binnenstad en een replica van de ons meer bekende versie in Parijs. De rooms katholieke kerk werd indertijd gebouwd om religieuze diensten aan te bieden aan de gelovige Franse kolonialisten. Al het bouwmateriaal is afkomstig uit Frankrijk, zo is de buitenmuur gebouwd met rode bakstenen uit Marseille. Volgens de verhalen zou het Mariabeeld op het plein voor de kathedraal in oktober 2005 hebben gehuild. Duizend mensen kwamen op dit ‘wonder’ af en de politie moest het verkeer rond de kerk stopzetten. In een reactie liet de kerk weten dat het verhaal niet waar was, maar desondanks bleven nieuwsgierige mensen nog dagenlang toestromen. Ook nu is het er een drukte van belang. Veel toeristen, maar ook zeker veel Vietnamezen. De kathedraal is een uitgelezen plek om huwelijksfoto’s te maken! Het gaat nog net niet zover dat het in plastic gevatte nepboeketje van de ene bruid aan de andere bruid wordt doorgegeven, maar massaproductie is het wel!

11807575_1609572605996872_3174758388433690562_o

Er is veel aandacht voor de Vietnamoorlog en alles wat daarbij hoort. Twee van de belangrijkste bezienswaardigheden in de stad zelf zijn het ‘Herenigingspaleis’ en het ‘War Remnants Museum’. Hoe zat het ook alweer? In WOII bezet Japan grote delen van Indochina, waaronder Vietnam. Britse troepen landden in augustus 1945 bij Saigon en herstelden daar het gezag, waarna zij de macht onmiddellijk overdroegen aan de Fransen. Het lukte de Fransen echter niet om de macht in het noorden van het land ook terug te krijgen en de deling van Vietnam werd op 21 juli 1954 geformaliseerd in de akkoorden van Geneve. Saigon werd de hoofdstad van Zuid-Vietnam. Al in 1957 ontstond er een oorlog tussen de Vietcong (de communistische rebellen uit het zuiden) gesteund door Noord-Vietnam en het door de Amerikanen gesteunde Zuid-Vietnam die zo’n 20 jaar zou duren.

Op 30 april 1975 valt Saigon. Een belangrijk en beroemd moment van de inname van Saigon door de Noord Vietnamezen is de bestorming en verovering van het ‘Herenigingspaleis’. Een tank reed dwars door de hekken van wat toen nog het Onafhankelijkheidspaleis heette heen en de vlag van het Saigon regime werd neergehaald. Als op 2 juli 1976 Noord- en Zuid Vietnam herenigd worden, wordt de stad Saigon hernoemd tot Ho Chi Minh City. Tegenwoordig is het paleis meer een museum en kun je de zalen bekijken en een indruk krijgen hoe het eraan toeging in de jaren ’60-’70. In de tuinen staan de tanks opgesteld. Ze zijn een geliefd onderwerp in vele (Vietnamese) fotoreportages.

Het oorlogsmuseum is een topattractie met ongeveer een half miljoen bezoekers per jaar. Vanuit het westen schijnt er soms kritiek te zijn op dit museum omdat het de Vietnamoorlog ‘te eenzijdig’ zou laten zien en het ‘een grote anti-Amerika propaganda’ is. Toegegeven er is veel aandacht voor de bombardementen uitgevoerd door de Amerikanen, waaronder die met napalmbommen (de bekende foto van het naakte kleine meisje dat over de weg vlucht voor het geweld) en de gevolgen van het giftige Agent Orange, het ontbladeringsmiddel wat over Vietnam werd uitgestrooid om de Vietcong strijders in het welig tierend gebladerte te kunnen ontdekken. Afschuwelijk gevolgen, verschrikkelijke foto’s. Wat een ellende! Onbegrijpelijk soms hoe die oorlogsfotografen dat hebben kunnen vastleggen. Het verstand moet dan toch echt op nul, lijkt mij. Het verhaal onder een van de oorlogsfoto’s vertelt dat de personen op de foto zouden worden gefusilleerd. Op verzoek van de fotograaf wordt er even gewacht opdat hij zijn foto kan nemen. De fotograaf draait zich om en achter hem weerklinken de dodelijke schoten. Dat geloof je toch niet? Dit museum laat je niet onberoerd, het is haast teveel.

IMG_2161

Na al dit oorlogsgeweld zijn wij wel toe aan wat ontspanning. Gelukkig kent Ho Chi Minh ook heel veel restaurantjes, waar het eten heerlijk is en de sfeer relaxed en gemoedelijk.
We hebben een goede indruk, maar zijn nog lang niet uitgekeken!

AYUTTHAYA (Thailand)

De ruïnestad Ayutthaya, hetgeen ‘heilige stad’ betekent, is één van Thailands nationale schatten en is door UNESCO uitgeroepen tot een World Heritage Site. Deze stad is ooit begonnen als een handels- en legerpost voor de Khmer. Het Khmer-rijk (of Angkor-rijk) was tussen de negende en vijftiende eeuw het machtigste en welvarendste rijk in Zuidoost Azië met als machtscentrum het westen van het huidige Cambodja. In bepaalde perioden heerste dit rijk over grote delen van landen die vandaag de dag bekend staan als Cambodja, Laos, Thailand en Vietnam en ontving het opbrengsten uit het tegenwoordige Maleisië en Myanmar.

Ayutthaya ligt gunstig aan de samenvloeiing van drie rivieren. Door het graven van een extra kanaal werd de stad compleet door water omringd, wat het een ideale plaats maakte om (vanaf 1350) als hoofdstad te fungeren. Koning Ramathibodi I noemde de stad naar een mythisch koninkrijk (Ayodhya) uit de Ramakien, een Thais verhaal over goed en kwaad, gebaseerd op de Indiase Ramayana. Bijzonder detail is dat, vanaf 1782, elke koning Rama wordt genoemd, naar de hoofdpersoon uit dit verhaal.

Natuurlijk, hoe kan het ook anders, bestaat er ook nog een legende over de stichter van Ayutthaya zelf. Een koning ontdekte dat zijn ongetrouwde dochter, na het eten van een aubergine (!) een kind had gebaard. Deze aubergine was bevrucht met de urine van een tuinman. De koning was woedend en verbande de dader, Nai Saen Pom (de man met de honderdduizend wratten) uit de stad, samen met de prinses en hun zoon. De god Indra had medelijden met het drietal en schonk de tuinman drie wensen. De tuinman vroeg als eerste om het verdwijnen van zijn wratten. Als tweede wilde hij graag een koninkrijk om over te heersen en tenslotte vroeg hij een gouden wieg voor zijn zoon. Zijn kind, Phaya U Thong oftewel ‘prins van de gouden wieg’, werd later, als Ramathibodi I, de eerste heerser over Ayutthaya. Verhalen om te onthouden :).

20150513ik146

Vier eeuwen lang werd Ayutthaya geregeerd door 33 opeenvolgende koningen, die elk nieuwe tempels en paleizen bouwden en bestaande gebouwen verfraaiden. Centraal in het hindoeïstische geloof staat de magische berg Meru, het mythische huis van de goden (vergelijkbaar met ‘onze’ Olympus). Ayutthaya werd daarom gebouwd als een gigantische mandala, een wiel of een cirkel en een symbool van oneindigheid met een binnen-en een buitenwereld. Het koninklijk paleis als hemels middelpunt en de wallen en grachten eromheen als symbool voor de grote zeeën. Aan pracht en praal dus geen gebrek! Monniken uit Sri Lanka werden uitgenodigd om de meeste religieuze activiteiten in de stad te leiden. Het rijk ontwikkelde zich verder tot een belangrijk handelscentrum en vele Europese naties, waaronder ook de Nederlandse VOC, hadden hier hun handelsposten. Uiteindelijk raakte de stad in verval. Twee jaar lang bood het weerstand aan het Birmaanse leger, maar tenslotte moest de stad in 1767 het onderspit delven.

20150513ik148

Mijn boekje vermeldt dat een Europese reiziger aan het einde van de 17e eeuw de bevolking van Ayutthaya schatte op meer dan 1 miljoen, met zo’n 1700 tempels, 30.000 priesters en meer dan 4.000 Boeddhabeelden, allen in goud gegoten of bedekt met gouden verguldsel. Indrukwekkend! Hoewel de meeste beelden en tempels vernietigd werden door de Birmezen, hebben ongeveer 50 tempels de strijd overleefd. Aan ons om een indruk te krijgen van deze overblijfselen. Het is lastig kiezen welke tempels je moet zien, het zijn er veel en ze liggen een behoorlijk eind uit elkaar. Er wordt gesproken over de ‘lucky 7even’, waarbij de Wat Phra Mahathat en de Wat Ratchaburana worden genoemd als de mooiste exemplaren. Ik geloof echter dat dit een meerdaagse trip inhoudt, want elk tempelcomplex is al een ervaring op zich, waar ontiegelijk veel te zien valt.

20150513ik166-2

Khun Add, onze chauffeur, brengt ons naar Wat Yai Chai Mongkhon. Gezien de drukte hier, is dit vast het startpunt voor vele bezoekers. Deze tempel wordt omschreven als ‘levendig en relaxed’. De blikvanger hier is de zeven meter lange, liggende Boeddha. Als het je lukt om een muntje vast te plakken aan de voeten van de Boeddha, zal dit je veel geluk brengen. Een gemiste kans? We wandelen verder over het enorme complex en zien vele Thai bidden, compleet met wierook, lotusbloemen en rammelende stokken in de hoop op een gunstige horoscoop. Monniken lopen af en aan in hun oranje gewaden wat het gevoel van ‘levendigheid’ nog verhoogd. Het kleurrijkste deel is echter het plein met de honderden boeddhabeelden, allen nog intact en allen voorzien van een oranje of saffraangele lap. Ze vormen een enorm vierkant om een grote chedi (boeddhistische stupa), die je kunt beklimmen. Je moet wel een geweldig uitzicht hebben bovenop, maar we laten deze uitdaging maar voor wat het is. Het is te warm en we hebben nog meer op onze agenda staan.

20150513ik158 2

We vragen Khun Add naar de Wat Phra Mahathat en volgens hem kunnen we deze het best bereiken per auto. Het blijkt nog een hele tocht te zijn, maar voor iets moois moet je wat overhebben, nietwaar? De ruïnes van deze tempel staan vooral bekend om het Boeddha hoofd dat wordt ‘vastgehouden’ door de wortels van een bodhi- of banyanboom.
Niemand weet precies hoe het hoofd daar terecht is gekomen, maar één van de theorieën is dat het daar verstopt is door een dief. Begin 1900 stortte een groot deel van dit tempelcomplex in, waardoor veel gelukszoekers hun kans schoon zagen om wat extra’s te ‘verdienen’. Was het hoofd te zwaar of vond de dief het achteraf toch niet de moeite van het ophalen waard? Wie het weet, mag het zeggen :). Tegenwoordig is het hoofd een bijzondere attractie en is het bijna moeilijk om het ongestoord te kunnen bekijken. Het ‘selfie fenomeen’ heeft ook hier uitgebreid haar intrede gedaan. De ruïne van het eigenlijke tempelcomplex lijkt haast een kopie van de eerste tempel die we vandaag gezien hebben. Ook hier een groot vierkant van boeddha’s rondom een hoge tempel met een grote trap. Je moet een beetje je fantasie gebruiken, maar de overeenkomsten zijn er beslist! Al met al hebben we dus maar twee tempels van de ‘must see seven’ gezien, dus …….. het is slechts een kwestie van wanneer 😀

CHINATOWN (Bangkok Thailand)

Vele steden in de wereld hebben een ‘Chinatown’, maar Bangkok schijnt één van de grootste en meest authentieke in de wereld te hebben. Vroeger was dit een arme wijk van de stad, waar Chinese immigranten zich vestigden om in Thailand te kunnen werken. Ontstaan rond de 18e eeuw kent dit gebied nog steeds vele etnische Chinezen, die vasthouden aan hun eigen tradities en religieuze ceremonies. Aan het einde van de 18e eeuw moesten de Chinese kooplieden hun winkels naar het zuiden verplaatsen toen ze verdreven werden van het land waar Rama I zijn Grote Paleis en de Wat Phra Kaeo wilde bouwen. De koning’s wil is wet! De eerste winkeltjes werden gevestigd aan de smalle Sampeng Lane, wat overdag een winkelstraat en ’s nachts een opiumzone was. Rond 1900 stond het zelfs bekend als ‘Sin Alley’ vanwege de grote hoeveelheid gokhuizen, bordelen en opiumkitten. De meeste illegale praktijken zijn inmiddels wel verdwenen en door de jaren heen is het gebied langzaam uitgegroeid tot één van de belangrijkste commerciële gebieden van de stad. De grondprijzen hier zijn één van de hoogste in Bangkok. Al met al is het een wijk met een geschiedenis, een wijk ’die je gezien moet hebben, altijd bedrijvig met druk bezochte markten, goudwinkels, loterijverkopers en restaurants die variëren van doodeenvoudig tot extreem luxe’. Je kunt deze wijk het best te voet verkennen,waarmee een plan is geboren.

Pauline en ik laten ons eerst door chauffeur Khun Add afzetten bij het Mandarin Oriental Hotel, want……’al bijna 130 jaar hebben koningen, hoogwaardigheidsbe-kleders en andere belangrijke reizigers zich een weg gebaand door het hart van Bangkok door het volgen van de legendarische Chao Phraya River om uit te komen bij de deuren van een van ’s werelds meest luxueuze hotels – het Mandarin Oriental Bangkok’. Hoe is dat voor een aanbeveling? Alle kamers van het hotel zijn ingericht met teakhouten meubelen en Thaise zijden stoffering. Er is een groot buitenzwembad en je kunt er Thaise kooklessen of een yogacursus volgen. Dat gaan wij echter allemaal niet zien of beleven. Ons plan bestaat uit het drinken van een kopje koffie in stijl, in de luxueuze lounge, om daarna een blik te werpen in het oude, originele, gedeelte, de ‘Authors’ Lounge’, waar vroeg 20-eeuwse schrijvers als Graham Greene al verbleven. Helaas voor ons wordt dit deel net gerestaureerd.

Vervolgens nemen we de hotel-ferry naar het officiële bootstation even verderop op de rivier. Fantastisch, we voelen ons prinsessen op het water in deze charmante boot. De ‘bus-boot’ is een heel ander verhaal. Prima vervoersmiddel, maar het is echt net een bus. Stoppen en uitstappen of anders zit je alweer midden op het water. Aangezien alle mededelingen in het Thai worden gedaan en wij even de draad kwijt zijn door ons kleine tocht met de ‘mandarijnboot’, missen we ons uitstappunt. Er zit niks anders op dan een boot terug te nemen. Wijs geworden zitten we deze keer pal bij de uitgang en hebben we alle ‘bootmensen’ geïnformeerd (gealarmeerd?) dat we nu echt willen uitstappen bij halte Chinatown. ‘No problem, madams’. 😀

20150513ik099

Meteen aan het water ligt een groot Chinees restaurant met een aantrekkelijk terras aan het water. Ideaal voor een lunch? Het is er druk en mensen hebben totaal geen aandacht voor elkaar, laat staan voor twee ‘farangs’. Met wat duwen en trekken weten we een mooi plekje aan het water te vinden, maar daarmee is dan ook alles gezegd. We worden verder totaal genegeerd. Hoe leuk ook, dit gaat ‘m toch niet worden. Weer buiten is het druk en chaotisch. Oude panden met beschadigde gevels, veel marktkraampjes met divers koopwaar van, fruit, allerlei huishoudelijke zaken tot snacks. Hier zien we ook de sateetjes! Grappig dat alles van de kip wordt gebruikt. Op de BBQ liggen o.a. sateetjes van kippenlevertjes, kippenmaagjes, maar ook de ‘gewone’ met bekende stukjes malse kip. Heerlijk! Dat smaakt naar meer. We moeten nu maar eens serieus op zoek naar een smakelijke maaltijd, want ‘ondanks alle hectiek van het dagelijks leven geldt in Chinatown nog altijd de oude regel dat een ontspannen maaltijd de gezondheid versterkt’.

DSC_0127

We laten de twee belangrijkste verkeersaders, Thanon Yaowarat en Thanon Charoen Krung, links liggen. Misschien een gemis want hier vind je de stijlvolle goudwinkels, winkels waar heiligenbeelden en altaren worden verkocht en bovendien vind je hier exotische apotheken. Volgens mysterieuze recepten kan hier voor elke klant een passend medicijn gemengd worden. In plaats daarvan zwaaien wij af naar de Sampeng Lane, het hart van Chinatown. Het blijkt een doolhof van steegjes en zijstraatjes. Sommige steegjes zo smal dat je er bijna niet doorheen kunt fietsen, al wordt dat zeker wel geprobeerd. De koopwaar is hier letterlijk op straat te vinden :). In dit deel van Chinatown kun je alles kopen van ‘goedkope kleding en schoenen (Pauline heeft hier leuke sandalen gekocht!) tot kleverige, zoete Chinese snoepjes en smakeloze glitter sieraden’. The place to be dus :). Temidden van al dit ‘geweld’ weet Pauline toch een paar tafeltjes te ontdekken, waar we aanschuiven bij de ‘locals’ voor een heerlijke ‘sop noodles’. Op een krukje temidden van bezems, emmers en meer van dit soort attributen, is dit absoluut een unieke ervaring.

20150513ik104

Toch mist hier voor mij nog iets. Waar zijn de Chinese uithangborden? De typisch Chinese prullaria? En bovenal de Chinese kenmerken die van de wijk een Chinese wijk maken? Kan het zijn dat ik door de bomen het bos niet meer zie? Of misschien zijn we hier niet op het juiste moment? Dat ik geen kenner ben moge blijken uit een artikel uit de Telegraaf van kort geleden waarin wordt gesteld dat het Chinatown in Bangkok uniek is en dat media uit China zelfs hierheen komen om tradities te filmen die in hun eigen land verloren zijn gegaan. Datzelfde artikel vertelt verder dat de sloop dreigt voor dit gebied. De eigenaar van dit stadsdeel is de burgemeester van Bangkok en de bewoners hebben er niets over te zeggen.
Volgens de krant geldt bescherming van cultureel erfgoed in Thailand in de meeste gevallen slechts voor tempels en paleizen. Verder telt alleen het economisch gewin. Cynisch! Wij hebben het fenomeen ‘Chinatown’ in elk geval nog op tijd meegemaakt en moeten nog maar eens (snel!) terugkomen om de andere bijzonderheden die deze wijk te bieden heeft te ervaren!

Ter afsluiting nog even het volgende. Ken je nog het sprookjesachtige verhaal van de koning van Siam, die een Britse gouvernante, Anna, in dienst nam om zijn kinderen te onderwijzen? Haar eigen zoon Louis kreeg eveneens les van haar, samen met de koningskinderen. Na zijn opleiding in Engeland, keerde Louis terug naar Siam, waar hij in dienst trad bij zijn toenmalige vriend de prins, die ondertussen koning was geworden. Hij kreeg opdracht de grenzen van het koninkrijk vast te leggen en de houtvoorraden in het noorden te beschermen, waar hij veel geld verdiende als pionier van de Siamese teakindustrie. In 1896 richtte hij zijn eigen bedrijf op, handelsmaatschappij Louis T. Leonowens Ltd. Begin 20e eeuw werd zijn bedrijf ingeschreven in Bangkok en hoewel het bedrijf tegenwoordig in andere handen is, is de oorspronkelijke naam tot de dag van vandaag bekend gebleven. Wie zegt dat sprookjes niet op waarheid berusten? 🙂