SNAKE FARM (Thailand)

Op de lijst van meest gevaarlijke dieren in Thailand staat de slang op de tweede plaats, net achter de ‘box jelly fish’, een onschuldig lijkende kwal die enorm giftig is en daardoor, indien onbehandeld, dodelijk kan zijn (zelfs voor de mens). Hoewel je deze kwal voornamelijk in het zuiden van Thailand kunt aantreffen, is de kans dat je hem daadwerkelijk tegenkomt eigenlijk maar heel klein. Hoe anders is dat voor de slang!

_DSF0691.JPG

In Thailand schijnen zo’n 200 verschillende soorten slangen voor te komen, waarvan er 60 giftig zijn en misschien een twintigtal dodelijk, al verschillen deze cijfers naar gelang wiens web-site je raadpleegt. Hoe dan ook is het oppassen geblazen. Omdat het volgens de sites ‘ontzettend lastig is om de giftige van de niet giftige slangen te onderscheiden, kun je ze maar het beste allemaal uit de weg gaan.’ Een raadzaam advies ;).

IMG_0936.jpg

De ‘king cobra’ wordt gezien als de ‘koning onder de slangen in Thailand, want zijn gif kan zelfs een olifant neerhalen’. Omdat de cobra’s overal in Thailand voorkomen, vooral in hoge grassen en in donkere holletjes, is de kans op een ‘ontmoeting’ met deze overbekende slang in dit land meer dan gemiddeld aanwezig. Even een paar (wikipedia)weetjes: Een cobra is niet één bepaalde slang of zelfs niet een groep slangen, want er bestaan een heleboel slangen die met ‘cobra’ worden aangeduid. Het woord cobra stamt uit het Spaans of Italiaans en is een verkorte vorm voor ‘cobra capello’, wat ongeveer ‘slang met hoed’ betekent, verwijzend naar de karakteristieke uitzetbare halsribben achter de kop. De gemiddelde lengte van een volwassen cobra is anderhalf tot twee meter, maar de koningscobra is veel groter en kan met gemak 4 meter lang worden, waarmee hij de langste gifslang ter wereld is. Het schijnt dat de langste, tot nu toe gevonden, koningscobra zelfs een lengte van ruim 5.5 meter had.

Veel mensen hebben een haat-liefde verhouding met cobra’s. Wist je dat het Suvarnabuhmi vliegveld oorspronkelijk ‘Nong Ngoo Hao’ (broeder cobra) zou heten? Dit werd veranderd, omdat het vernoemen van een vliegveld naar een slang ongeluk zou brengen en mogelijk ook omdat de naam (te) moeilijk zou zijn voor buitenlanders om uit te spreken. Alsof de huidige naam eenvoudig is.  

Waarom intrigeert de cobra? De cobra speelt een belangrijke rol in de symboliek van het hindoeisme, de cobra is erg populair bij slangenbezweerders en sommige mensen houden een cobra onder hun huis om muizen en ratten te bestrijden. Dat is nog eens een geavanceerde muizenval! In Noord Thailand is er zelfs eens een experiment gedaan waar zo’n vijftig slangen werden losgelaten in de rijstvelden, waarop  de oogst van het volgende jaar veertig procent hoger was. Natuurlijk werd er in dit geval, in plaats van cobra’s, een niet giftige variant gebruikt. Het voorbeeld laat echter wel zien dat slangen absoluut nuttige beesten kunnen zijn.

IMG_0919 2

Dit is ook de filosofie van de ‘Snake Farm’ in Bangkok. Indien je meer wil weten  over de slang in het algemeen en de gifslang in het bijzonder, is het ‘Queen Saovabha Memorial Institute’  waar de ‘snake farm’ een onderdeel van is, ‘the place to be’. In het researchcentrum en buiten in de tuin vind je verblijven van pythons, cobra’s en adders in alle kleuren en maten. Hier wordt niet alleen onderzoek gedaan naar gifslangen, de slangen worden hier ook ‘gemolken’ om antiserums te ontwikkelen. Slangenbeten zijn n.l. bijna een beroepsziekte in Thailand (en andere landen) voor vooral rijstboeren, plantage werkers, herders, jagers, vissers en zelfs slangenbezweerders. Het blijven tenslotte wilde dieren. Toeristen daarentegen worden maar weinig gebeten. In het donker op een slang trappen komt nog het meest voor, evenals het oppikken van een stapel bladeren waarin een slang verstopt zit. Zeg nou zelf, als toerist heb je wel wat beters te doen, toch?

_DSF0677.JPG

Volgens ‘onbevestigde cijfers’ worden er in Thailand jaarlijks 6-8 duizend slangenbeten gemeld, waarvan er tussen de 20 en 80 dodelijk zijn. Het belang van goed werkende en alom beschikbare antigiffen is daarom zeer belangrijk. het aantal doden ten gevolge van een slangenbeet lijkt veel, maar de kans op een verkeersongeluk is hier zeker 100 tot 200 maal groter. Alles is relatief.

_DSF0672.JPG

Elke middag om half 3 (in het weekend om 11 uur) wordt er, in  deze twee na oudste ‘slangenboerderij’ ter wereld (opgericht in 1923), een ‘slangenshow’ gegeven. De toeschouwers mogen plaats nemen in een klein auditorium de buitenlucht, terwijl diverse medewerkers verschillende slangen aan het publiek demonstreren. Een goed engels sprekende arts, verbonden aan het rode kruis ziekenhuis, vertelt over de leefomgeving, de gewoontes en de giftigheid van de betreffende slang.

IMG_0927.jpg

Zo zien we een mooie zwart geel gestreepte en erg giftige mangrove-slang, de giftige groene boomslang, een regenboogslang, wiens huid van kleur veranderd in de zon en natuurlijk is er de cobra. Als de koningscobra wordt geshowd, buigt het publiek als één man naar voren.

IMG_0939.jpg

Voor zover de fotocamera’s en telefoons nog niet in gebruik waren, zijn ze nu zeker ingesteld op de zwaaiende koppen  vlak voor ons. In al hun wijsheid hebben de ‘handlers’ n.l. twee cobra’s voor het publiek naar buiten gebracht. Ik hoop dat ze vanochtend ‘gemolken’ zijn, want ze zien er behoorlijk imposant uit en kunnen ze niet behoorlijk ver spugen? De dokter speelt hier humoristisch (haha) op in door te vertellen dat elk nadeel zo z’n voordeel heeft, want waar anders is het tegengif het beste binnen handbereik? Verdere waarschuwingen zijn niet nodig, de begeleiders schijnen goed te weten wat ze doen en houden hun slangen nauwlettend en stoïcijns in de gaten.

IMG_0940.jpg

Als klapstuk wordt tenslotte de albino boa constrictor naar buiten gedragen onder het grapje dat ‘hij niet hongerig is omdat hij gisteren nog een kind heeft gegeten……’ Wie durft?  5555 (= lol, de 5 klinkt als ‘ha’ in het thai).

 

VIENTIANE (Laos)

Ooit was Vientiane, samen met Saigon en Phnom Penh, één van de belangrijkste steden van Frans-Indochina. Tegenwoordig is het één van de rustigste (hoofd)steden in zuid-oost Azië. Hier vind je noch de krioelende mensenmassa, al dan niet voorzien van de onmisbare brommer, noch de bezienswaardigheden en de activiteiten die wij gewend zijn. Althans als we de boekjes mogen geloven. ‘Vientiane delivers a relaxing riverside break where one of the best things you can do is grab a drink and enjoy the sun’s spectacular show as it sets over the Mekong. Despite being the largest city in Laos and the hub of commerce and administration, Vientiane is still refreshingly laid back.’         We gaan het zien!

_DSF3398.JPG

De officiële leus voor het toerisme is ‘simply beautiful’, wat voor Vientiane van toepassing moet zijn op de oude tempels en de gastronomie oftewel de fijne kookkunst. Met de franse invloed lijkt ons dat in elk geval alvast een inkoppertje :).

Riepko.Krijthe1-14.jpg

Grappig genoeg stamt de geschiedenis en de culturele identiteit van Laos uit de koninkrijk van Lan Xang Hom Khao, wat vrij vertaald zoveel betekent als ‘koninkrijk van een miljoen olifanten onder de witte parasol’. Kijk, zo worden sprookjes geschreven! Dit koninkrijk was gedurende vier eeuwen één van de grootste koninkrijken in de regio. Daarna werd het land, na een periode van interne onlusten en conflicten, in drieën gesplitst: Luang Prabang, Vientiane en Champasak. In 1893 werd het weer verenigd onder Franse heerschappij en werd Vientiane opnieuw de hoofdstad (was eerder verplaatst naar Luang Prabang). De koningen bleven echter in Luang Prabang, ook na de onafhankelijkheid in 1953. Een lange burgeroorlog resulteerde tenslotte in de vorming van een communistische staat in 1975; de Lao Peoples Democratic Republic. Ergens lees ik dat het acroniem PDR eigenlijk ‘please slow down’ betekent. Misschien dat beginletters van de Lao vertaling hiervan PDR vormen, anders is dit grapje voor ons beslist te hoog gegrepen (haha).

Riepko.Krijthe1-17

Na slechts een klein uurtje vliegen landen we op het bescheiden vliegveld van Vientiane. In recordtempo hebben we een visum geregeld en zitten we in de taxi richting ons hotel. De wereld om ons heen is inderdaad een wereld van verschil vergeleken met Bangkok. Vientiane ligt in een bocht van de Mekong en we hopen ook hier een tochtje over de rivier te maken tijdens de zonsondergang. Helaas zal dit niet lukken. Het meisje achter de receptie van ons hotel kijkt ons ontzet aan. Is dit een heel nieuw gegeven? De plaatselijke toeristenindustrie heeft deze activiteit kennelijk nog niet in haar pakket opgenomen. Volgens haar zijn de belangrijkste bezienswaardigheden Pha That Luang, Wat Si Saket en Patuxai, de lokale Arc de Triomphe. Wij voegen daar nog het Boeddha Park en de Wat Si Muang aan toe inclusief een aantal ‘must visit’ restaurantjes en ons programma voor het weekend ligt vast. Gevuld, maar niet te vol, zodat we inderdaad het voorbeeld kunnen volgen van de Laotianen :).

_DSF3401.JPG

We beginnen met de Wat Si Muang, gewoon omdat deze tempel op loopafstand van ons Green Park Hotel ligt. Deze tempel wordt gezien als één van de meest populaire lokale plaatsen van verering en staat vooral bekend als brenger van geluk en voorspoed. Hier woont dan ook de beschermgeest van Vientiane. Volgens de legende werd de tempel gebouwd in 1563. Om de boze geesten tijdens de bouw gunstig te stemmen bood de jonge, zwangere Si Muang aan om in het gat te springen, waar de centrale paal voor het gebouw zou komen. De massieve paal werd vervolgens langzaam op de juiste plaats gebracht waardoor Si Muang werd verpletterd. Het lijkt natuurlijk waarschijnlijker dat Si Muang, als aangewezen vrijwilligster, weinig keus had in deze. Het resultaat is echter wel dat er nog dagelijks veel mensen naar de tempel komen, want er wordt heilig geloofd dat wanneer je hier bidt voor iets en tegelijkertijd een belofte doet, de wens uitkomt….. tenminste als je terugkomt om je belofte te vervullen. In de praktijk betekent dat meestal een offer van bananen, kokosnoten, bloemen, wierook en kaarsen (twee van elk). De pilaar bestaat nog steeds, al is hij tegenwoordig gewikkeld in een ‘heilige doek’.

Riepko.Krijthe1-19.jpg

De stad kent brede boulevards die doen denken aan de Champs Elysee in Parijs (minus de luxueuze winkels ;)) en het verbaast ons dan ook eigenlijk niet eens om in de verte de lokale Arc de Triomphe te ontdekken. Deze Patuxai (patu betekent boog en xai staat voor triomf) is niets meer of minder dan een geïnspireerde replica gebouwd met cement uit de Verenigde Staten dat eigenlijk bedoeld was om een nieuw vliegveld aan te leggen. Gekscherend wordt de boog dan ook wel de ‘verticale startbaan’ genoemd.

_DSF3436.JPG

Aangelegd met het zicht op het presidentieel paleis in de verte ligt het mooi in een groen park met fonteinen. Helaas, zoals met zoveel bezienswaardigheden hier, is het geheel erg slecht onderhouden. Het betonrot is overal duidelijk zichtbaar en hoewel er een trap naar boven leidt, zijn wij benieuwd hoelang die nog toegankelijk zal zijn. Het uitzicht van boven is (uiteraard) de moeite waard, maar wij blijven wijselijk een eindje van de kantelen vandaan. De weg naar beneden is ons te lang!

Riepko.Krijthe1-13.jpg

Wij vervolgen onze weg naar een belangrijk nationaal monument, symbolisch zowel voor het Boeddhisme als de soevereiniteit van Laos. De Pha That Luang (boeddhistische stoepa uit de 16e eeuw) is daarom verwerkt in het wapen van Laos en staat eveneens afgebeeld op de bankbiljetten van de nationale munteenheid, de ‘kip’. Volgens overlevering wordt er op deze plaats een haar van Gautama Boeddha bewaard, al beweren andere bronnen dat het gaat om een stukje borstbeen. Het lijkt me een gemakkelijk te verifiëren onderscheid? De tempel ondergaat een uitgebreide renovatie en is maar zeer beperkt toegankelijk. Zo krijgen we wel een indruk, maar missen we de details en de grandeur in de tempel zelf. Misschien een parodie op het leven hier in Laos?

_DSF3446.JPG

Het lijkt allemaal gemoedelijk en ‘laid back’, maar het schijnt dat het onder de opervlakte broeit. Het internet laat ons weten dat Laos nog steeds één van de meest corrupte landen ter wereld blijft wat buitenlandse investeringen tegenhoudt. Een derde van de bevolking verdient, mede als gevolg hiervan, minder dan 1.25 dollar per dag en moet rondkomen van een bedrag onder de internationale ‘armoede grens’. Daarnaast liggen er tot op de dag van vandaag nog steeds heel veel (miljoenen?) onontplofte bommen, mijnen en handgranaten verspreid door Laos. Een nalatenschap uit de bombardementen tijdens de Vietnamoorlog. Onwetendheid over deze bommen en hun locaties zorgt voor dagelijkse verminkingen, waarbij sommigen van hen het niet overleven.Het is haast onvoorstelbaar te lezen dat er tijdens de Vietnamoorlog meer dan 270 miljoen bommen zijn gedropt boven Laos, meer dan in ieder ander land in de geschiedenis. Daarvan is dus een groot gedeelte nooit geëxplodeerd en langzaam maar zeker één geworden met het land. Het moet verschrikkelijk zijn dat je altijd op je hoede moet zijn waar je loopt, werkt of waar je kinderen spelen. In het COPE museum worden de verhalen gedocumenteerd en maken ze protheses van ontplofte bomschalen om de slachtoffers te helpen. Bijzonder.

_DSF3404.JPG

Onze laatste ‘must see’ ligt 25 km ten zuiden van Vientiane. Wat Xieng Khuan (‘spirit city’) aka Buddha Park is in 1958 opgericht door de ‘eerbiedwaardige grootvader’ Bunleua Sulilat. Hij integreerde Boeddhistische met Hindoeïstische elementen, hetgeen resulteerde in een ‘mysterieus en onverklaarbaar geheel’ van meer dan 200 religieuze beelden gemaakt van gewapend beton. In het begin van het park staat een reusachtige pompoen met als ingang de opengesperde mond van een demon. Deze pompoen heeft drie verdiepingen die (hoe kan het ook anders) de hel, de aarde en de hemel voorstellen. Vanuit de hemel kun je het park overzien en genieten van het moois, want wat mooi is, kost immers moeite (Erasmus).

_DSF3416.JPG

We kijken terug op een warm, rustig, gemoedelijk en soms onverwachts verrassend weekend. We zijn een ervaring rijker!

 

 

 

 

CULTUUR, EEN LEVENSSTIJL?

Nog niet zo lang geleden las ik een artikel van iemand die beschreef hoe het is om een expat te zijn. Het betreffende citaat: ‘It does seem to take different people different amounts of time, but everyone goes through the same three stages; complete bewilderment, finding your feet and if you get through the first two, quiet enjoyment.’ ‘Quiet enjoyment’ oftewel het rustig genieten geldt dus als de ultieme aanpassing aan een ander leven. De schrijver bedoelt hier de aanpassing en gewenning in een ander land, maar geldt dit eigenlijk niet voor elke veranderende fase in je leven? Verwarring wanneer je iets nieuws overkomt, het langzaam begrijpen/aanvaarden van de situatie om tenslotte het nieuwe te kunnen omarmen, te appreciëren of te accepteren? Misschien doorloop je elke fase niet altijd zo bewust, maar dat wil toch niet zeggen dat de stappen er niet zijn? Waar het in dit artikel echter vooral over ging, was het aanpassen aan vreemde of in elk geval andere gewoontes van een ‘gastland’ en de realisatie hoe je eigen gebruiken soms heel merkwaardig kunnen overkomen bij mensen met een andere cultuur. Hoe ligt dat eigenlijk tussen Nederland en Thailand? Wat zijn de meest in het oog lopende verschillen?

Riepko.Krijthe1-3.jpg

Allereerst is er de begroeting. In Thailand kennen ze de wai, waarbij de handpalmen tegen elkaar gedrukt worden en richting kin worden bewogen bij een begroeting, afscheid of bevestiging. De wai is ontstaan uit een oude groet, waarbij beide partijen lieten zien dat ze ongewapend waren. Wat een heerlijkheid vergeleken met ons gekus. Het is altijd verwarrend. Worden het drie zoenen of maar twee of slechts eentje? Of toch liever een handdruk of een omhelzing? De gewoonte bij ons is tegenwoordig drie keer zoenen (aan welke kant te beginnen is nog zo’n onduidelijkheid, haha), maar er zijn steeds meer mensen die terug willen naar iets simpelers. Wat is er mis met een handdruk, een gewone omhelzing of misschien zelfs een wai?

Riepko.Krijthe1-2.jpg

Daarbij hoeven wij natuurlijk geen rekening te houden met de subtiliteiten van de Thai, want in Thailand geldt dat hoe hoog de handen gehouden moeten worden afhankelijk is van klasse, sekse en leeftijd. Dat zou in Nederland teveel ‘onrust’ en discussie geven, vrees ik :).

Riepko.Krijthe1-4.jpg

Het aan elkaar zitten in het openbaar (netjes gezegd: de openbare fysieke uitingen van affectie), zoals wij dat in de westerse wereld kennen, is in Thailand niet gebruikelijk. Als je het al tegenkomt is het meer tussen vrienden dan tussen geliefden. Daarnaast is het aanraken van iemands hoofd zeer onbeleefd, zelfs dat van een kind. De aai over de bol moet je hier dus maar vergeten. Wonderlijk genoeg worden de voeten gezien als het meest smerige deel van het lichaam. De Thai zitten daarom ook altijd met hun voeten verscholen aan de zijkant of achter zich. Naar iets wijzen met de voeten of iets aanraken met je voet wordt ook als zeer onbeleefd beschouwd. Er staan zelfs strenge straffen op als je met je voeten wijst naar een hooggeplaatst persoon of een lid van het koninklijk huis!

IMG_7194.JPG

Daarop doorgeborduurd……… het leveren van kritiek op de koninklijke familie wordt in Thailand sowieso gezien als majesteitsschennis en is iets waarmee je een gevangenisstraf riskeert. Daarom worden voorwerpen als munten, bankbiljetten en postzegels waarop de koning staat afgebeeld altijd met respect behandeld. Hoe anders is dat in Nederland, waar onze koning nog steeds (al wordt het minder) wordt beschreven als ‘Prins Pils’ en waar grappen over de koning niet geschuwd worden. Al moet je ook in ons land niet te ver gaan, want zelfs in Nederland valt het opzettelijk beledigen van de koning of zijn familie onder majesteitsschennis, hetgeen strafbaar is. Het Openbaar Ministerie gaat echter lang niet altijd over tot vervolging, omdat de grens tussen belediging en vrijheid van meningsuiting vaak onduidelijk is. In 2016 is er wel een man uit Kampen veroordeeld tot een celstraf van 30 dagen. Hij werd schuldig bevonden aan ‘opzettelijke belediging van een staatshoofd’. Hij had het dan ook wel erg bont gemaakt door de koning op Facebook uit te maken voor ‘moordenaar, verkrachter en dief’ inclusief een ondubbelzinnige bewerkte foto. Ook in Nederland zijn er grenzen.

Riepko.Krijthe1

Tweemaal per dag (om 8.00 en 18.00 uur) kun je in Thailand het volkslied horen in overheidsgebouwen, op radio en tv, op scholen, in bus- en treinstations en in openbare parken. Het is beleefd om dan te gaan staan en te stoppen met waarmee je bezig bent. Heel grappig is dat mensen soms midden in een beweging blijven staan, al kunnen ze dat geen volkslied lang volhouden. Buitenlanders worden geacht te participeren.

15625914_1810679025886228_3468423604455742124_o.jpg

Dan is er nog het eten, altijd een belangrijk gegeven, waar dan ook. Wij eten (meestal) netjes met mes en vork. De Thai gebruiken echter geen mes en het is ongemanierd om van je vork te eten. Deze wordt alleen gebruikt om het eten op je lepel te schuiven. Denk erom dat het gebruik van de linkerhand, om het eten naar je mond te brengen, als onrein wordt beschouwd. Eten is een belangrijke sociale aangelegenheid, niet alleen om bij te praten, maar ook om verschillende gerechten samen te delen. De bestelde gerechten komen op tafel wanneer de bereiding klaar is. Het kan in theorie dus best zijn dat het toetje tegelijk met het voorgerecht arriveert. Het is trouwens ook niet netjes om de laatste hap uit een gezamenlijke schaal te nemen. Kennen wij van dat laatste niet iets vergelijkbaars of in elk geval een variant? Moet er eigenlijk bij ons niet altijd iets overblijven in de schaal opdat de gastvrouw weet dat iedereen genoeg gegeten heeft of is dat alweer achterhaald?

Riepko.Krijthe1-6.jpg

Omgekeerd herkennen de Thai de Farang (buitenlanders) en dan specifiek de Nederlanders vaak onmiddellijk. Helaas niet altijd in positieve zin. Volgens een bericht uit 2013, maar zoveel zal er niet veranderd zijn, zijn het vooral 5 typisch Nederlandse gedragingen die opvallen. Om te beginnen het onderling discussiëren over de rekening. Thai weten elkaar op waarde te schatten, ze weten alles over elkaars leeftijd, afkomst, opleiding, familieband, netwerk en inkomen. Kortom de onderlinge verhoudingen zijn duidelijk. De nummer 1 in het gezelschap betaald en niemand trekt dat in twijfel. Dan het afdingen, maar niet kopen. Het schijnt regelmatig voor te komen dat koper (lees Nederlander) en verkoper een prijs zijn overeengekomen, waarop de potentiële klant wegloopt. Hij ziet van de koop af. Onbegrijpelijk, zeker als zo’n respectloze buitenlander de eerste klant van de dag is, want het bijgeloof wil dat de verkoop aan de eerste klant bepalend is voor de handel de rest van de dag. Ten derde het zeuren tijdens excursies. Thai schikken zich moeiteloos naar de groep. Niemand komt op het idee om onderweg het programma aan te passen. Vooral Nederlanders (volgens mijn bron) schijnen vaak een verandering te willen zoals b.v. een museum verderop i.p.v. de tempel zoals geboekt. Een wanhoop voor gidsen van een gemengd gezelschap. Als vierde is onze kritiek een lastig gegeven. Thai hebben zelden kritiek of, als het echt nodig is, geven ze het met een ‘zoete mond’. Tenslotte is er de kleding. De meeste Thai kleden zich een beetje conservatief, netjes of in uniform en zijn meestal goed verzorgd. Daartegenover, volgens het artikel, ‘de Hollandse ‘we-zijn-op-vakantie-en-doen-wat-we-willen’-toeristen.’ Als Nederlander schijnen we trouwens het liefst op Birkenstocks of Teva sandalen te lopen op vakantie, want je weet nooit of die beschreven 500 meter wel daadwerkelijk 500 meter is. Herkenbaar? Ik moet zeggen dat ik me er toch niet helemaal in herken, al bedenk ik me tegelijkertijd dat ik de hierboven beschreven punten zeker wel ben tegengekomen in contacten met…….. 😀

14940115_1787102544910543_1230003120487383620_o.jpg

Als laatste nog een apart weetje over kleding. Er schijnt in Thailand een vreemde wet te bestaan dat je niet zonder ondergoed naar buiten mag gaan. Geen idee of deze wet werkelijk bestaat en/of ze ondertussen mogelijk is aangepast. 🙂 In Nederland is het misschien ook niet altijd wenselijk om zo te lopen, maar ik weet zeker dat het gebeurt en bij ons heeft geen gevolgen ……. alhoewel……., maar dat is weer een ander verhaal :).

De conclusie is duidelijk, er zijn verschillen. Het is zoals Mahatma Gandhi al zei: ‘de cultuur van een land woont in het hart en in de ziel van de mensen’ en we zullen meer moeite moeten doen om elkaar te begrijpen.        

‘THE THING’ (Thailand)

Soms stuit je op van die onverwachte toevalligheden die leiden tot bijzondere ontdekkingen en verhalen. Op de hoek van Wireless (Witthayu) en Ploenchit Road staat een vreemd wit object, wat opvalt elke keer als we er langs komen. Al moet ik wel zeggen dat het paard voor het Central Embassy winkelcentrum veel van de aandacht wegneemt. 😉

_DSF3226.JPG

Het betreffende object is rond, van beton, ongeveer drie meter hoog, is raamloos en bevat zelfs geen deur. Geen idee wat het is of waarom het daar staat, tenminste ……… totdat we een artikel lezen over ‘The Thing’. Het antwoord ligt, zoals zo vaak, in het verleden en heeft alles te maken met een bijzondere man; Nai Lert oftewel Master Lert.

Lert Sreshthaputa, geboren in 1872, ‘was born with an innovative mind’. Zijn vader noemde hem Lert Samantao wat ‘uniek en excellent’ betekent. Uniek zeker, want deze zoon liet zijn geboortedatum veranderen om zichzelf te voorzien van een gunstiger astrologisch teken. Het zal geholpen hebben, want Lert stond al jong bekend als geslaagd ondernemer, belegger, uitvinder en filantroop. Na zijn middelbare school begon hij zijn carrière als kantoorbediende bij de ‘Singapore Straits Company’ (nu Fraser & Neave Ltd, een ‘food and beverage’ bedrijf). Op z’n 22e werd hij een partner binnen hetzelfde bedrijf, maar zijn ambities gingen veel verder. Hij had ondertussen genoeg geld gespaard om zijn eigen bedrijf te openen op de Charoen Krung Road, de eerste straat in Bangkok gebouwd met (voor die tijd) moderne technologieën.

Even een klein stukje geschiedenis. Tot het midden van de 19e eeuw was de boot het belangrijkste vervoersmiddel. Dit veranderde met de komst van westerse politici en handelslui die hun ambassades en handelshuizen bouwden aan de oevers van de Chao Phraya. Deze buitenlanders stuurden een petitie naar koning Rama IV waarin ze verklaarden dat het gebrek aan wegen de oorzaak was van hun veelvuldig ziek zijn, want in hun thuisland waren ze gewend naar buiten te gaan in hun rijtuigen of om paard te rijden (nooit ziek!) en hier was dat onmogelijk. De koning bleek deze overwegingen serieus te nemen en bedacht tegelijkertijd dat wegen de dorpen en steden een heel ‘geordend’ aanzien gaven in tegenstelling tot de wildernis van gras en onkruid ter plekke. Aldus werd besloten. De bouw begon in 1862 en de weg werd in 1864 geopend. Op dat moment had de weg nog geen officiële naam (hij stond bekend als ‘de nieuwe weg’), maar later besloot de koning de weg de naam ‘Charoen Krung’ te geven. Dit betekent zoveel als ‘welvaart van de stad’. De aanleg van deze weg was het begin van de toename van transport over land.

Terug naar Nai Lert. Hij startte zijn eigen import bedrijf (Nai Lert Stores) met de verkoop van o.a. naaimachines, frisdranken en groenten en fruit in blik. Zijn enorme doorbraak kwam echter in 1910 toen hij, met het importeren van een ijsmachine, de eerste persoon in Thailand was die van water ijs kon maken. Dit bleek enorm bijzonder en werd als volgt beschreven: “Most people who had never seen it refused to believe that there was such a thing as frozen water. Ice had to be put on a tray and exhibited for the people to see at a museum. Some people even asked to take small cubes of ice for those at home to see. The old saying ‘to make a solid shape out of water,’ had been proved possible.” Ook in dit opzicht deed hij zij naam (uniek en excellent) dus eer aan. 🙂

_DSF9324.JPG

Wat heeft dit alles te maken met ‘The Thing’?
In 1915 kocht Nai Lert, tot de verbazing van velen, een behoorlijk stuk moerasland van de koninklijke familie. Dit land leek immers voornamelijk geschikt voor de productie van rijst en niet voor iets anders? Om duidelijk te maken dat dit zijn land was, plaatste Nai Lert een serie van massief betonnen grenspalen in de vorm van (een deel van) een kanon, kogels of andere vormen van oorlogstuig rondom zijn land. Ooit waren het er zes, maar slechts ‘The Thing’ heeft de tand des tijds overleefd. Met een beetje fantasie kun je er inderdaad de achterkant van een kanon in zien. Met de aankoop van dit stuk grond werd hij de grondlegger van de ontwikkeling van het Ploenchit district. Hij was een visionair en verkocht individuele stukken land aan o.a. de Britse ambassade, dat daar vandaag de dag nog steeds huist, en aan de ‘Central Group’, de plek waar nu Central Embassy pronkt. Het is echter maar de vraag hoelang dit monument nog zal bestaan. Het ziet er verwaarloosd en een beetje vergeten uit. Gezien de nietsontziende ijver om van Bangkok een ultra moderne, bruisende en veilige stad te maken kan het zomaar zijn dat deze grenspaal geruisloos wordt verwijderd om instorten of andere ellende te voorkomen. Jammer, want achter dit merkwaardige herkenningspunt schuilt werkelijk een wereld van verhalen.

Nai Lert was een belangrijk man die zijn naam heeft waargemaakt en zijn land veel heeft nagelaten. Gedurende zijn hele leven was hij zeer gepassioneerd over het behoud van de cultuur en de tradities van het koninkrijk Siam. De koning had zelfs zoveel waardering voor hem dat hij hem de titel ‘Beloved Millionaire’ verleende in 1925. (haha).
Hij is vlak na WOII gestorven, maar zijn ‘Heritage house’ en het park in zijn naam bestaan nog steeds. Weliswaar vlakbij ons huis, maar helaas zijn beiden alleen open op donderdag en vrijdag, dus dat moeten we maar bewaren voor een andere keer.

LOTUS FOREST (Thailand)

Onlangs heb ik een boekje gekocht waarin verschillende wandelingen in Bangkok staan vermeld onder het motto ‘ontdek de historische kleine straatjes en steegjes’. Dat klinkt interessant, helemaal omdat het historische aspect wordt beschreven en verklaard.
We beginnen vanuit huis met een wandeling in Pathumwan (onze wijk), die ons door ‘eens rijke landbouwgrond langs Bangkok’s belangrijkste shopping district en door een omgeving waarin kleine hindoeïstische altaren te vinden zijn, leidt’. Om onduidelijke redenen kent het gebied rondom het ‘Ratchaprasong Square’ een concentratie van hindoeïstische altaren. Het zijn er zes, elk gewijd aan een andere god, en het plan is om ze allemaal te gaan bekijken. De complete wandeling is er eigenlijk eentje van vier uur, maar omdat het zo ontiegelijk warm is, 36 graden (voelt als 43 graden!) en klam zo vlak voor de regentijd, besluiten we om een verkorte versie te lopen.

Riepko.Krijthe1-14

We lopen over de Phloenchit Road richting Hyatt Hotel en komen als eerste langs het altaar van Indra. Hier worden kleine olifantjes en guirlandes van afrikaantjes geofferd. Indra is, in de Indiase oudheid, de god van oorlog, de hemel, onweer en regen. In zijn rechterhand heeft hij een bliksemflits waarmee hij doodt en tevens gesneuvelden weer tot leven kan wekken. Oorspronkelijk rijdt hij in een strijdwagen of op de zon, maar later laat hij zich rondrijden door zijn reuzenolifant Airavata, de hemelse voorvader van alle Indische olifanten. Ook goden gaan met hun tijd mee, want tegenwoordig is Indra vooral de god van de regen, die ‘de oostelijke hemel beschermt waaruit de moessonwolken komen’. Hij is vandaag de dag dus meer een vruchtbaarheidsgod. Ook nu is het bijzonder om te lezen hoe godsdiensten met elkaar verbonden zijn. ‘Indra is geboren uit de hemel en de aarde en scheidde deze voorgoed. Hij doodde een slang (Vritra) met een schuimpilaar en vormde zo de chaos. Dit zorgde ervoor dat de zon kon opkomen en de wateren vrij kwamen, het leven begon.’ Herkenbaar, toch?

IMG_7841.JPG

Onze volgende stop ligt vlakbij: de beroemde en beruchte ‘Erawan Shrine’. Berucht vanwege de gewelddadige incidenten in de afgelopen jaren, beroemd vanwege het feit dat dit één van Bangkok’s meest bekende bezienswaardigheden is. Hier vind je elke dag een wirwar van mensen temidden van walmend wierook, klepperende bellen, muziek en heel veel (offer)geel. Je kunt zelfs tempeldanseressen huren om je gebeden extra kracht bij te zetten. Deze tempel is opgericht in 1956 om een einde te maken aan een reeks van ongelukken en andere tegenslagen bij de bouw van het Erawan Hotel. Hiervoor werd één van Thailand’s meest vooraanstaande astrologen geraadpleegd, die verklaarde dat de dag waarop de eerste steen voor het hotel werd gelegd ‘inauspicious’ (ongunstig) was geweest. Er moest daarom een tempel worden gebouwd om de geesten van het stuk land weer gunstig te stemmen. De Erawan Shrine is gewijd aan Brahma, de god van vergeving, vriendelijkheid, sympathie en onpartijdigheid. Elke deugd is weergegeven in één van de vier gezichten van het beeld. Je kunt een offersetje kopen bij de vele stalletjes waarin zich 12 wierookstokjes, 4 kaarsen, 4 guirlandes van jasmijn en afrikaantjes en 4 stukjes bladgoud bevinden. Daarna loop je met de klok mee langs de verschillende hoofden, waar je bij elk hoofd een vierde van je setje offert. Het hele hek ziet geel van de bloemen. Het is eigenlijk niet eens zo merkwaardig dat een hindoeïstisch altaar zo wordt vereerd in een boeddhistisch land. Het hindoeïsme kwam indertijd met de handelslui mee uit India en heeft toen een belangrijke plek veroverd in het Khmer koninkrijk in Angkor. Van de Hindoe goden in de Siamese cultuur werd Vishnoe de favoriet van het koningshuis, had Brahma de voorkeur van de priesters (vandaar dat Brahma aanbeden wordt in de Erawan Shrine) en werd Shiva vooral vereerd door vrouwen met een kinderwens.

Riepko.Krijthe1-9

Vishnoe, de god van de barmhartigheid, vinden we aan de overkant van de straat voor het InterContinental Hotel  We zijn hem al ontelbare keren gepasseerd, tenslotte is dit ook de weg naar het hoofdkantoor, maar hebben hem nog nooit echt goed bekeken. Vishnoe is meestal herkenbaar aan zijn blauwe kleur en zijn vier armen, waarin hij een schelp, een knots, een lotus en een discus draagt. Vast van symbolische waarde :). Dit altaar is in 1997 opgericht nadat een uitslaande brand het hotel, vlak voor de opening, grotendeels had verwoest. Het dient ter bescherming van lokale bedrijven en kan kwade geesten uit de omgeving verwijderen, want Vishnoe bewaakt de wereld en grijpt in als er iets mis dreigt te gaan. De offers hier zijn voornamelijk geel in de vorm van bloemen en stof tot aan Thaise desserts aan toe. Vishnoe heeft twee rijdieren, de slang Shesha (zijn rustbed) en de vogel Garuda. Hij staat hier afgebeeld op zijn Garuda, die hem door het universum moet voeren. Ook hier horen we weer een paralel met een andere godsdienst. Vishnoe heeft diverse incarnaties (wel tien verschillende!), waarvan de laatste, Kalki, nog moet komen…….  Wist je trouwens dat ‘avatar’ een begrip is uit het hindoeïsme? Het betekent letterlijk neerdalende of incarnatie.

Riepko.Krijthe1-12

Vlak naast het InterContinental ligt het Graysorn Plaza waar de godin Lakshmi te vinden moet zijn. Het is wel even zoeken, want ze is goed ‘verstopt’ op een stukje plat dak op de vierde verdieping van het complex. Zij is de godin van geluk, vruchtbaarheid en welvaart en tevens de compagnon van Vishnoe. Zij versterkt zijn kracht. Dat verbaast me niets, is het niet vaak zo dat vrouwen het beste in mannen naar boven halen? (haha).    We zien hier inderdaad veel vrouwen die snel even een offer komen brengen vergezeld van een gebed. De offers bestaan vooral uit roze lotus bloemen, munten en suikerriet. Waarom? Zijn dit typische wensen voor een vrouw (godin)? Lakshmi vertoont overigens een opvallende gelijkenis met de godin Aphrodite (Griekse mythologie) en met Venus uit de Romeinse mythologie. Alle drie de godinnen zijn geboren uit de oceaan, worden afgebeeld als jonge vrouwen en weerspiegelen geluk, schoonheid en vruchtbaarheid.    Zo leren we nog eens wat!

Riepko.Krijthe1-16

Onze laatste twee altaren bevinden zich pal naast elkaar op het plein voor het ons welbekende Central World gebouw. Als eerst is daar Trimurti, een combinatie van drie goden, te weten Brahma (de schepper), Vishnoe (de beschermer) en Shiva (de vernietiger). Klein, maar fijn en erg belangrijk! De Thai zien in Trimurti ook de god van de liefde en zij geloven dat hij iedere dinsdag en donderdag, om precies half tien              ’s avonds, vanuit de hemel afdaalt naar dit altaar. Op dit tijdstip zie je dan ook extra veel mensen hun offer brengen van rode rozen, rode kaarsen en de traditionele negen wierookstokjes. Bij elk altaar vind je trouwens een olielantaarntje waar de wierookstokjes aangestoken kunnen worden, want zonder wierook geen gebed.

IMG_7860.JPG

Als laatste tenslotte de bijzonder populaire (en ook mijn persoonlijke favoriet) Ganesha. Ganesha is de god van kennis en wijsheid, neemt hindernissen weg en is de beschermheilige van reizigers. Opmerkelijk genoeg heeft hij een olifantenkop als hoofd, waarmee hij duidelijk van alle andere goden is te onderscheiden. Hoe dat gekomen is?Ganesha stond voor de deur van zijn moeder Parvati op wacht toen zijn vader Shiva plotseling thuiskwam. Hij had Shiva nog nooit gezien en weigerde hem de toegang tot het huis. Shiva werd vreselijk boos en onthoofde, naar later bleek, zijn eigen zoon. Hij zocht vervolgens snel naar een ander hoofd en koos dat van de eerst volgende voorbijganger; dat was dus een olifant. Grappig genoeg heeft hij een muis (of een rat) als rijdier.
Offerandes bestaan, naast de ‘gewone’ zaken, uit fruit zoals bananen en appels, melk en traditionele desserts. Ik ben toch wel benieuwd waarom er bij elke god typisch ‘eigen’ giften aangeboden moeten worden. Dat is echter iets voor een andere keer. Het blijft hoe dan ook apart om temidden van alle drukte en alle moderne hoogbouw om ons heen mensen te zien die in alle rust hun geloof beoefenen. De altaren zijn puntjes van rust in de hectiek van alledag.

IMG_7849.JPG