Knp: 65-64-63-59-60-86 + de ‘Drentse plus’ met een beschrijving
Een prachtige nazomerse dag nodigt uit tot een nieuw avontuur. De tocht van vandaag zal waarschijnlijk een uitdaginkje worden want we weten niet precies hoever we gaan lopen. In ieder geval toch zeker zo rond de dertien kilometer. Na de zomerstop qua wandelen een persoonlijk record, althans voor mij!
Zoals gezegd is het heerlijk nazomer weer met weinig wind, een temperatuur rond de 25 graden en een licht bewolkte lucht. Deze periode van begin september tot half november wordt ook wel ‘oudewijvenzomer’ of sint-michielszomer genoemd, al wordt die laatste term meer in Vlaanderen gebruikt. Behoren wij al tot de oude wijven omdat we hier zo van genieten? In vroeger tijden was ‘wijf’ het gangbare woord voor vrouw. De term oudewijvenzomer is afkomstig uit de tijd van oude breiende vrouwen (wijven) en spinnen. Bij rustig nazomerweer maken spinnen lange draden en als daarop tijdens de nacht dauw wordt afgezet, glinsteren er bij zonsopkomst prachtige druppels aan de draden. Ze dachten vroeger dat die mooie slierten de haren van godinnen of vrouwelijke watergeesten waren, die zij ’s nachts verloren. Wat die breiende oude vrouwen hiermee te maken hebben? Waren zij misschien degenen die deze verhalen bedachten en verder vertelden? Even verder lezen leert dat de oude wijven uit de oudewijvenzomer niet eens naar vrouwen verwijzen. Van oorsprong worden er de schikgodinnen uit de Noordse mythologie mee bedoeld, die volgens overlevering onze levensdraden spinnen en daarmee ons levenslot bepalen. Of bedoelen ze met deze naam simpelweg de jonge hangmatspinnen die bij aangenaam herfstweer lange herfstdraden maken waarmee ze via de lucht het ouderlijk nest verlaten. Op de laatste verklaring hint de definitie van oudewijvenzomer in Van Dale: ‘nazomer met mooi hogedrukweer waarin de tuin- en veldspin draden spinnen die door de lucht zweven en in het gezicht voelbaar zijn’. Wat de verklaring ook moge zijn, het is gewoon heerlijk buiten!
We starten bij landgoed Nienoord waar het op de laatste zomervakantiedag in het noorden een drukte van belang is. We lopen eigenlijk meteen al langs een fietspad waar een overdaad aan borden de weg goed aangeeft; over het ‘hoogholtje’, een Groningse benaming voor een hoge vaste voetbrug, hoog genoeg om schepen te laten passeren.
Vanaf hier zijn er geen wandelknooppunten meer. We zijn aangekomen in de ‘Drentse plus’ van de route. Omdat dit stuk te mooi is om te laten schieten, moeten we het vanaf nu doen met een beschrijving. Het lijkt ons in eerste instantie een herhaling van een stuk Drentepad, maar dat blijkt toch niet helemaal zo te zijn. Het eerste stuk langs het Leekstermeer is bekend terrein. We lopen langs drassig gebied waar de rietsigaren of grote lisdodden de boventoon voeren. ‘Doedhoamers’ (zachte hamers) volgens onze kenner van het Gronings vandaag. Wist je dat er is een paar jaar geleden door Radio Noord gevraagd is naar de Groninger vormen van de lisdodde? Daar kwamen maar liefst 48 verschillende antwoorden op!! Een aantal van die namen zijn goed te lokaliseren. Kaddesteert en toerebolt worden vooral in het Westerkwartier genoemd. Doethommel doethoamel doedhoamer, duudhommel, duudhoamel, duudhoamer in het oosten van de provincie, dotterkoeze in Westerwolde en pommel, pomper en pomber op het Hogeland. Je weet nu meteen uit welk deel van Groningen onze kenner oorspronkelijk komt.
Grote lisdodde wordt naast rietsigaar ook wel lampenpoetser, kannenwasser of tuitenrager genoemd. De vele volksnamen geven al aan dat de lisdodde voor allerlei zaken gebruikt werd. De lange zachte aar werd gebruikt als schoonmaak borstel om lampenglazen en dergelijke mee schoon te maken, het pluis om kussens en dekbedden mee te vullen, het blad als strooisel in de stal en de aar werd ook wel gedroogd als fakkel gebruikt. Multifunctioneel dus en dan kun je delen van de plant ook nog eten……
Op een gegeven moment gaat het Drentepad rechtdoor terwijl wij moeten afslaan richting zandweg. Een geheel nieuwe kijk op dit stukje van de Onlanden, ofwel te nat gebied waar je als boer weinig mee kon. Sinds 2010 heeft het Leekstermeergebied de officiële status van een Natura 2000 gebied. Dit gebied van circa 3.500 aaneengesloten voetbalvelden groot, met ruige hooilanden, moerasbos en volop ruimte voor overtollig water, ligt eigenlijk heel dichtbij de stad Groningen. Bij langdurige, hevige regenval zorgt dit gebied er zelfs voor dat de stadjers droge voeten houden. Het moerasachtige gebied is en wordt steeds meer een paradijs voor veel vogelsoorten, maar er zijn hier ook otters gespot. De veel voorkomende grote zilverreiger wordt onbetwist gezien als het icoon van De Onlanden.
We zien onderweg, in onze ogen, bijzondere zwarte bollen onder een soort trechtervormig net. Het blijken dazenvallen te zijn. Dazen zijn ‘geniepige kwelgeesten’ die het leven van de paarden (en verzorgers/ruiters) zuur maken. De vrouwelijke daas heeft bloed nodig voor het laten volgroeien van haar eitjes en ze lokaliseert haar onvrijwillige bloeddonor voornamelijk op zicht. Bewegende objecten die liefst ook nog warmtestraling afgeven verraden de aanwezigheid van een geschikte donor. De zwarte bal van de val wordt verwarmd door de zon en geeft hierdoor warmtestraling af, beweegt langzaam heen en weer (als een grazend dier) en ziet er voor het primitieve brein van de daas dan ook precies zo uit als een aanlokkelijke prooi. Eenmaal op de bal aangekomen ontdekt de daas het bedrog, ze zal omhoog wegvliegen en uiteindelijk in de vangbeker terechtkomen. Super eenvoudig en het werkt blijkbaar goed. Het schijnt zelfs de enige methode te zijn die aantoonbaar werkt zonder gifstoffen in het milieu te brengen.
Ook de monniken uit Aduard hebben in dit gebied hun stempel gedrukt. Rond 1300 liepen de monniken vanuit het klooster in Aduard naar de kerk in het dorpje Vries. Onderweg rustten ze bij het Beeld. Deze droge zandkop stak een dikke meter boven het moerasachtige landschap uit. De naam ‘het Beeld’ is afkomstig van het beeld dat waarschijnlijk door de monniken op deze plek is gezet. Het beeld is inmiddels verdwenen, maar de naam is gebleven en op dezelfde plek staat nu de uitkijktoren. Daar komen we vandaag echter niet, al is de plek ons welbekend.
Op de verharde weg naar Roderwolde aangekomen zien we echter wel een heel ander beeld of liever gezegd een kunstwerk. Het Oerwold monument is een kunstwerk van Evert van Fucht dat symbool staat voor het vroegere (verdronken) oerbos in de omgeving van Roderwolde. Tijdens graafwerkzaamheden in 2008 zijn resten van het oerbos, zogenaamde stobben, ontdekt. Het bleken de oudste boomresten te zijn die ooit in Nederland zijn gevonden, het hout is 9000 jaar oud. Om de plek van het oerbos te markeren is in 2013 een monument opgericht dat bestaat uit 7 ranke zuilen, opgesteld in een waaiervorm. De stammen lopen taps toe en worden op 12 meter hoogte ieder gesierd met een groot glanzend eikenblad. Als je tussen de zuilen omhoog kijkt zie je de stammen als imponerende woudreuzen naar de hemel reiken. Een mooie indrukwekkende entree naar Drenthe. Welkom!
Volgens de paddenstoel (ANWB) is het nog slechts een kleine 2 kilometer naar Roderwolde over de verharde weg, maar de beschrijving heeft de Onlandse Dijk nog voor ons in petto. Ook weer een mooi stukje natuur. ‘Wegen’ zoals deze dijk liggen er al honderden jaren. De vlakbij gelegen Roderwolder Dijk is zelfs ooit aangelegd als verbinding tussen het klooster van Aduard en De Kleibosch om potklei te kunnen delven. In De Onlanden werden, bij de herinrichting als waterberging, hier en daar wierden of terpen zichtbaar, overblijfselen van bewoning in de Middeleeuwen. Hoog waren de wierden niet, vaak waren ze alleen te herkennen aan de andere vegetatie die er groeide. De Onlanden vormden eeuwenlang de natuurlijke noordgrens van Drenthe. Het reizen over land eindigde bij Peize, Roden en Roderwolde, deze dorpen waren in feite havenplaatsen. Om verder naar ‘Stad’ te gaan moest je dan met de beurtschipper door het uitgestrekte wetland varen.
Dit laatste stukje, hoe mooi en uitgestrekt ook, is voor mij haast een brug(getje) te ver. Ik wil wel, maar mijn benen raken opstandig. Alles trilt en verkrampt, waardoor dit laatste stuk meer een soort ‘stappen en stoppen’ wordt. Uiteindelijk komen we er natuurlijk toch en tikt de teller bijna 16 kilometer aan. Yes, we did it !! De volhouder wint?!











