Drentse duinen

Jacobspad: Lieveren-Langeloërduinen-Norg

Eigenlijk is het merkwaardig om over duinen in Drenthe te spreken, toch? Bij duinen denk je immers vooral aan de natuurlijke (dus niet door mensen aangelegde) zandbergen langs de kust die ervoor moeten zorgen dat de zee het land niet binnen kan stromen. De zee is in Drenthe echter ver te zoeken! De ‘Drentse’ duinen zijn dus anders en worden ter onderscheiding ook wel landduinen of stuifzanden genoemd. ‘Een geducht natuurverschijnsel’, zo werden de stuifzanden ruim een eeuw geleden genoemd. In feite waren de zandverstuivingen (‘duinen’) echter meer het resultaat van het werk van de mens dan dat van de natuur.

De meeste stuifzanden ontstonden in de 18e en 19e eeuw toen vele tienduizenden schapen dagelijks de Drentse heidevelden afstruinden op zoek naar alles wat eetbaar was. Ook werden er regelmatig karrenvrachten heideplaggen gestoken om de mest te gebruiken voor de akkers. Het gevolg van dit alles was dat de heide op veel plekken verdween en het witte zand eronder vrij spel kreeg. In periodes van droogte en harde wind kregen deze zandverstuivingen de kans om flink te groeien.

Vanaf de 18e eeuw benoemden de boermarken (organisaties waarbij lokale boeren gezamenlijk verantwoordelijk waren voor het beheer van gemeenschappelijke gronden) ‘zandheren’ om de strijd tegen het zand te coördineren. Ze lieten aarden wallen tegen het oprukkende zand bouwen en er werden bomen en houtwallen langs de essen (met mest opgehoogde akkers) geplant om het zand vast te leggen. Pas in het begin van de vorige eeuw werden de zandverstuivingen echt bedwongen door het op grote schaal planten van vooral grove den. Tegenwoordig wordt er juist veel moeite gedaan om het stuifzand open en daarmee actief te houden, want zonder ingrijpen verandert het stuifzand snel in bos.

We zijn langzamerhand wel heel nieuwsgierig geworden naar dit duinlandschap! Ik lees in een column van Janny van der Heijden dat nieuwsgierigheid net is als zout? Een snufje brengt smaak, teveel bederft het gerecht en wie helemaal niet proeft, mist uiteindelijk waar het eigenlijk om gaat. Wij gaan proeven met smaak, want een smaakbeleving is tenslotte een dans van al je zintuigen!

We starten weer in Lieveren waar het op zondag een stuk drukker lijkt te zijn dan op een doordeweekse dag. We lopen over de Zuidesch richting Norg en vinden net buiten het dorp een heerlijk plekje voor ons eerste kopje koffie. Lekker in de zon aan een picknicktafel die met een grote ketting verankerd ligt aan een hunebed-kei. Zou dit een bescherming voor de wind of tegen vandalisme zijn? Onze logeerhond Nova doet alsof ze al een marathon achter de rug heeft en zakt heerlijk languit in het gras. Zelfs een slok water of een meegebracht hondenbrokje kan haar niet tot enige activiteit verleiden. Dat belooft nog wat ;).

Ook het Drenthepad gaat hier langs…….
Mooie paden, maar helaas voor Nova …..

Even verderop lopen we over het Oostervoortse Diep of Kleine Diep. Net ten zuiden van Lieveren vloeit het samen met het meer westelijk gelegen Groote Diep en wordt dan het Lieversche Diep genoemd dat verderop overgaat in het Peizerdiep. Het hele Drentse Aa gebied is eigenlijk een eeuwenoud landschap gevormd door diepen, diepjes, lopen en loopjes. Lange tijd was het Oostervoortsche diep vooral gericht op de landbouw. Het waterpeil moest laag blijven en daarvoor werd water uit de beek weggevoerd. Dit leidde tot problemen want in natte periodes werd het omliggende land te nat en in droge periodes liep de beek zo goed als leeg. Daar is, met de inzichten van nu, wat aan gedaan. Met het plaatsen of juist weghalen van kades, een speciale stuw, een gemaal en een waterwindmolen wordt tegenwoordig de waterberging verbeterd en de wateroverlast beperkt.  

Oostervoorste Diepje

Ons volgende dorp is Langelo. Net als veel andere dorpen in Drenthe, is Langelo zowel een brink- als een esdorp. Een brink was meestal een open stuk grasland (al dan niet met bomen) waar het vee gezamenlijk kon grazen. De es, oftewel het akkerland waar landbouw werd bedreven, bevond zich naast of rondom het dorp. Deze manier van landbouw en veeteelt beoefenen, stamt al uit de Germaanse tijd. Voorheen rondtrekkende stammen gingen zich permanent vestigen en werkten als gemeenschap samen op de gronden die bij hun dorp hoorden. Toen er steeds meer dorpjes ontstonden, begonnen de boeren in een dorp zich te organiseren om hun belangen en hun gronden veilig te stellen. Dit wordt de Boermarke of kortweg Marke genoemd. De bij een dorp behorende gronden werden op de grens afgezet met zogenaamde markestenen. Tijdens het lopen komen we zo’n grenssteen tegen. Een grote kei, waar nu heel modern een plaatje op is geplaatst. Vroeger was dit natuurlijk niet het geval, toen kenden de boeren de grenzen uit hun hoofd. 

De brink in Langelo
De grens

Langelo is één van de kleinste brinkdorpen van Drenthe. Zo’n 65 jaar geleden wist een lagere (basis)school meester zijn leerlingen al te vertellen dat ‘Langelo’ zoiets betekende als ‘langgerekte open plek in het bos’. Hoe hij aan die wijsheid kwam is niet duidelijk en ook niet hoe die open plek in het bos dan was ontstaan. Het is wel bekend dat er hier, al ver voor het begin van de jaartelling, landbouw voorkwam, waarbij de boerderijen onderdeel vormden van de ontginning. Dit wordt ook wel bosakkeren genoemd. De boerderijen gingen slechts 20 tot 30 jaar mee, waarna er een nieuwe boerderij vlakbij gebouwd werd. De plek van de oude boerderij werd dan weer in gebruik genomen als akkerland. Dit leidde er toe dat het oorspronkelijke loofbos een steeds opener landschap werd. Een dergelijk bos wordt ‘loo’ genoemd. Bijzonder toch? 

Mooi lijnenspel

Vervolgens lopen we door de Langeloërduinen, een eeuwenoud stuifzandgebied gevormd door mens en natuur. De naam verwijst naar het nabijgelegen Langelo, waarvan de boeren vroeger gezamenlijk gebruik maakten van dit gebied. Ze lieten hier hun schapen grazen, verzamelden hout of staken turf. Ooit was het gevolg een kale vlakte met stuivend zand, ontstaan door eeuwenlange overbegrazing, houtkap en turfwinning. De wind kreeg vrij spel en vormde glooiende duinen.

Herinnering aan het verleden

De begroeiing die je nu ziet, is het resultaat van herstel en beheer door de tijd heen. Wist je trouwens dat een zandverstuiving extreme temperatuurverschillen kent? Er is niets dat de warmte vasthoudt of koelte brengt. Op het heetst van een zomerdag kan de temperatuur vlak boven de grond waarden van rond de 50 graden bereiken, terwijl deze ‘s nachts weer tot op het vriespunt kan dalen. Onder deze omstandigheden kunnen slechts enkele soorten mossen en korstmossen aan de rand van de zandverstuiving groeien. Het beheer van dit gebied richt zich nu voornamelijk op ‘boomheide’: open bos van inheemse soorten met daaronder een kruidenlaag met vooral heide. De ontwikkelingsmogelijkheden van het bos worden echter beperkt door de versnipperde eigendomsituatie en de aanwezigheid van veel vakantiehuisjes. Al zien sommige van die huisjes er wel heel krakkemikkig uit ……. Toch is en blijft het een prachtig en zeer uitnodigend wandelgebied. We wandelen genietend over de zandpaden, tussen heide, bos en zandverstuivingen door, terwijl we her en der sporen van het verleden tegenkomen. Wat wil je nog meer? 

Uitnodigend wandelgebied
Eeuwenoude paden

In de verte zien we de kerktoren van Norg al opdoemen. Norg staat bekend als één van de best bewaarde esdorpen van Nederland. In de oudste vermelding (1139) van het bisdom Utrecht wordt het geschreven als Nurch. De verklaring voor de naam is waarschijnlijk dat het een afgeleide is van de richtingaanduiding ‘noord’, wat verwijst naar de ligging. De bisschop van Utrecht was niet alleen een kerkelijk leider, maar ook de wereldlijk heer van Drenthe. Norg was namelijk onderdeel van de ‘Norchse’ goederen, die de ridderfamilie ‘van Norch’ in leen had van de bisschop. De invloed van de bisschop in Drenthe nam af toen Karel V in 1528 de macht overnam, waarmee een einde kwam aan het bisschoppelijk tijdvak.

Veel lelietjes van dalen (symbool voor geluk en liefde) onderweg

De hervormde Sint Margarethakerk, ons einddoel van vandaag, herinnert nog aan de middeleeuwse geschiedenis. De verhalen over deze bakstenen kerk gewijd aan Sint Margaretha zijn voor een volgende keer. Al is het wel bijzonder dat deze dame in de derde eeuw in het ministaatje Antiochië, op de grens van het huidige Syrië en Turkije, leefde. Zij had zich al vroeg tot het Christendom bekeerd, tegen de wil van haar directe omgeving in, met als gevolg dat zij uiteindelijk werd onthoofd. Hierdoor werd zij een soort martelares die in de Middeleeuwen sterk werd vereerd, waardoor haar naam aan diverse kerken, waaronder deze, is verbonden. Waarom zij (van zover weg) hier zo belangrijk werd, maakt (mij) nieuwsgierig. Wordt vervolgd!

Een gedachte over “Drentse duinen

  1. Grotendeels (voor mij) bekende en mooi beschreven historie Ien!
    Het Loo beschrijft hoe de openheid in een bosrijk gebied door de tijd ontstaat; leuk om te weten hoe het zit met deze naamsduiding. Er zijn vele … Loo’s in Drenthe.

    Komt er ook een boek met al deze wandelverslagen? Ik verheug met op 😀💪

    Like

Geef een reactie op Anoniem Reactie annuleren