PAARS IN DE HOOFDROL

Paars wordt gedefinieerd als een roodachtig blauwe of een blauwachtig rode kleur waarvan de grenzen niet duidelijk vastliggen. Het woord paars komt oorspronkelijk van het Latijnse woord ‘persum’ wat donkerblauwe stof of kleur betekent. De kleur die de meeste mensen vandaag de dag paars zullen noemen ligt ergens tussen violet en magenta. Het kost velen onder ons misschien moeite om het onderscheid tussen paars, violet en purper te omschrijven, maar daartegenover staat dat we wel weer heel goed weten welke specifieke kleur bij lavendel, wijn, orchideeën of, belangrijker in dit geval, heide hoort. Bij Drenthe denk je aan hunebedden en schapen, maar zeker ook aan de heide, dat wildernis of onbebouwd bos of land zou betekenen. We kennen verschillende soorten heide in Nederland, zoals de struikheide, de dopheide, maar ook de, voor mij totaal onbekende, kraaiheide en zelfs de lavendelheide. Lavendelhei, om met de laatste te beginnen, kent helder roze knikkende bloemen die in kluwens aan het eind van de stengel zitten, Het is tegenwoordig een zeldzame soort die wij, hoewel ze het meest voorkomt in Drenthe, (nog) niet ontdekt hebben. Kraaihei bloeit al in april met onopvallende bloemen. Rond deze tijd heeft deze hei veel zwarte bessen. Je zou de kraaihei, die eveneens vooral in het noorden van Nederland voorkomt, moeten herkennen aan de dichte donkergroene matten tussen de andere heide. Ook deze soort hebben we nog niet bewust opgemerkt. De andere twee soorten kennen we al en zijn daardoor gemakkelijker te identificeren. Dopheide komt vooral voor op natte zand- en veengronden. Deze soort is daarmee kenmerkend voor de natte heidevelden, waarvan het Dwingelderveld de belangrijkste vertegenwoordiger is. Hoewel we deze heide eigenlijk nog niet gezien hebben, staat het Dwingelderveld zeker in ons Drenthepad boekje. Dat komt dus wel goed! Tot nu toe en ook vandaag hebben we voornamelijk te maken met struikheide, een soort die groeit op droge en voedselarme zandbodems. 

Veel gras tussen de heidestruiken ….. (RK).

Vandaag lopen we door het Mantingerzand, het Mantingerbos en het Scharreveld, allemaal prachtige stukjes natuur. Het Mantingerzand is ontstaan door het afsteken van heideplaggen en de aanwezigheid van schapen. Mens en schaap brachtten zoveel schade aan de bovenste laag dat de onderliggende zandlagen vrij kwamen te liggen, waardoor zandverstuivingen ontstonden. Omdat het gebied met zandverstuivingen steeds groter werd, heeft men eind 19e eeuw eiken- en dennenbomen geplant evenals de jeneverbes. Dit hele gebied (788 ha groot), nu beter bekend onder de naam Mantingerveld, bestaat voor een groot deel uit voormalige landbouwgronden. Door gebieden aan te kopen en natuurherstel uit te voeren, probeert Natuurmonumenten de waardevolle heidegebieden aaneen te schakelen tot één groot natuurgebied. Het gebied staat inmiddels bekend als één van de mooiste stuifzand-gebieden in Nederland. We genieten weer volop. Alles om ons heen draagt een zweem van paars. Soms lijkt de heide ietwat te verdwijnen onder de vele grassen, die eveneens uitbundig bloeien, maar telkens zien we het paars terug. Zeker wanneer de zon haar best doet om het paars een gouden randje te geven (hahaha).

Prachtig stuifzandgebied

Het Mantingerbos is oeroud. Dit eiken-hulstbos lijkt het enige bos in Nederland waarvan is aangetoond dat het al sinds de prehistorie een bos is. In het midden van het gebied staan veel dikke eiken, maar aan de randen overheersen zware hulstbomen. We zien onderweg inderdaad prachtige grote bomen die tot de verbeelding spreken.

Fantastische bomen die tot de verbeelding spreken (RK)

Pas later op onze wandeling zien we ook de grote hulstbomen, de enige altijd groene loofbomen van noordwest Europa. Hulst is als wilde boom zeker niet zeldzaam, door minder intensief bosbeheer neemt het zelfs in aantal toe. Met haar rode bessen temidden van groene stekelige bladeren is de hulst een opvallende struik/boom. Het is dan ook zeker niet toevallig dat er verschillende tradities, legendes en mythologieën rond de hulst bestaan die vooral van toepassing zijn in de winter. Volgens een oude Keltische traditie moeten een jongeman en een jonge vrouw zich respectievelijk bekleden met hulsttakken en klimop (wordt gezien als de vrouwelijke tegenhanger van hulst), waarna ze hand en hand door de straten lopen om het oude jaar uit te leiden en het nieuwe jaar verwelkomen. ‘Dit symboliseert de vruchtbare interactie van de godin en de god in de donkerste tijd van het jaar. Het nieuwe licht van de zonnegod verschijnt om de groei van de nieuwe vegetatie in het komende jaar aan te moedigen.’ Volgens een oude christelijke legende ontkiemde de hulst onder de voetstappen van Jezus, waarbij de stekelige bladeren (de doornenkroon) en de rode bessen (bloed) zijn lijden voorspelden. In verschillende Europese landen noemt men hulst ook wel ‘Christusdoorn’. Mythologisch staat hulst in verband met ‘de geest van de vegetatie en de krachten van de natuur’, vertegenwoordigd door de hulst-koning of Holly-King, die regeert van midzomer tot midwinter. Tijdens de volgende seizoenen regeert zijn broer, Koning Eik (Oak King). Kijk, daarom is een eiken-hulstbos zo bijzonder. De Holly-King wordt vaak afgebeeld als een oude man in winterse kleding met een hulsttak op zijn hoofd en een hulststaf in zijn hand. Hij symboliseert rust, bezinning en leren, terwijl de Oak-King groei, genezing, ontwikkeling en nieuwe projecten symboliseert. In de loop der tijden veranderde de Holly-King in Sinterklaas. Zo ontdek je nog eens wat! In het register van monumentale bomen in Nederland komen twee enorme hulstbomen voor: in Havelte (Drenthe) staat een dikke meerstammige hulst, mogelijk uit de 18e eeuw, van circa 4 m omtrek en 13 m hoog en in Zelhem (Gelderland) bevindt zich een kring van hulsten van maar liefst zo’n 15 m hoog uit de 19e eeuw. Zo hoog en zo dik zien wij ze niet, maar ook hier mogen ze er zijn!

Relax lunchen onderweg (RK)
Even rust onderweg naar het Scharreveld

We lopen door Mantinge naar Bruntinge en zien onderweg verwijzingen naar Balinge, Garminge en Eursinge. Opvallend veel plaatsjes die eindigen op -inge. Onderzoek laat zien dat al deze Drentse gehuchten vlakbij een groter en ouder dorp liggen. Deze gehuchten zijn waarschijnlijk rond de 13e eeuw ontstaan vanwege enerzijds de grote bevolkingsgroei toentertijd en anderzijds de warmere periodes in die tijd die het ontginnen van lager gelegen land mogelijk maakten. Het zou kunnen zijn dat plaatsnamen, als Mantinge etc, zijn ontleend aan de (voor)naam van de eerste kolonist op die plek. Altijd leuk om dit soort extra weetjes tegen te komen. 

De Mads Peter Iversen boom’ (RK) 🙂

We zijn op weg naar het Scharreveld, een weids heideveld dat in ere hersteld is van ontginningsactiviteiten (ontwatering en bemesting) in de vorige eeuw. Ook hier kon door de aankoop van gronden het gebied tussen de heiderestanten weer omgezet worden in natuur en kon de versnippering gedeeltelijk teruggedraaid worden. De ingrepen bestonden onder andere uit het verwijderen van de voedselrijke bovenlaag, het herstellen van enkele verdwenen vennen en een dekzandrug. Door het omleggen van sloten werd de verdroging in het gebied tegengegaan.

We doorkruisen het Scharreveld

We lopen wederom door een schitterend stukje heide. Op de foto’s is het misschien minder goed te zien, maar het is werkelijk genieten. Wist je dat de kleur paars je verbeelding stimuleert en je in staat stelt om in contact te komen met je diepere gedachten? Het is ook een kleur die tegenstellingen verenigt en er misschien daarom altijd weer aantrekkelijk uitziet. De kleur verenigt rood met blauw, vuur met water, liefde met verlangen en vrouwelijk met mannelijk. Ik heb net gelezen dat je als wandelaar af en toe een ‘Panorama Mesdagje’ moet doen, even stilstaan tijdens je wandeling om langzaam 360 graden in het rond te draaien zodat je alles om je heen goed op kunt nemen. Paars in de natuur is iets bijzonders!

NAZOMEREN

De meteorologische herfst is op 1 september begonnen. Het is echter nog steeds zomer, want de zon staat pas rond 23 september precies boven de evenaar, waardoor dag en nacht overal op aarde even lang duren. Voor dit jaar is 22 september vastgesteld als einddatum van de astrologische zomer. Verwarrend misschien, maar de meteorologische seizoenen zijn vooral bedoeld om gemakkelijker met weerdata te kunnen rekenen. Door alle seizoenen even lang te maken (drie maanden) kun je immers beter vergelijken. De zon en de aarde trekken echter hun eigen plan, want de stand van de aarde ten opzichte van de zon bepaalt uiteindelijk toch de daadwerkelijke seizoenen. Het weer stoort zich natuurlijk ook niet aan deze data, tot laat in de herfst kan het nog heerlijk zomers zijn. Zo ook vandaag, we treffen het met een strakblauwe lucht, een stralende zon, bijna geen wind en een temperatuur van rond de 25 graden. Is dit een voorproefje van de nazomer die nog gaat komen?

De nazomer wordt ook wel ‘oude wijven zomer’ of ‘sint-michielszomer’ genoemd. Oorspronkelijk komt het eerste begrip uit de Noorse of Germaanse mythologie, waarin zogenaamde schikgodinnen wevend of spinnend werden voorgesteld. Het spinnen van deze lotsgodinnen beeldde het spinnen van de menselijke levensdraden uit. De term ‘oude wijven’ kan ook terug worden gevoerd op een vrouwelijke watergeest met lange witte haren. Later kreeg het betrekking op oude breiende vrouwen en veldspinnen die bij rustig nazomerweer lange draden spinnen. Als daar tijdens de nacht dauw op wordt afgezet, glinsteren er bij zonsopkomst prachtige druppels aan de draden. Men dacht in vroeger tijden dat die mooie slierten de haren van godinnen of vrouwelijke watergeesten waren die zij ’s nachts verloren. Omdat dit verschijnsel zich voordoet bij rustige, zonnige dagen in het najaar, is dit ‘oudewijvenzomer’ gaan heten. Er wordt dus niets onaardigs mee bedoeld.

Typisch Hollands? (RK)

Dit blijkt echter wel een typisch ‘Hollandse’ aanduiding te zijn, in het ‘Roomse zuiden’ wordt een zomerse periode rond 29 september vaak een St. Michielszomertje genoemd, naar de aartsengel Michaël. Weer een andere benaming voor deze nazomer is ‘Indian Summer’, vanwege de mooie kleuren in de herfst die door de zon nog meer tot hun recht komen. Het is duidelijk dat de herfst de maand is waarin de oogst wordt binnengehaald. Naast het woord herfst werd in de 16e eeuw het woord najaar gebruikt, als tegenhanger van het in die tijd gevormde begrip voorjaar. In het Ierse Gaelic worden zowel de herfst als de oogst aangeduid als ‘fómhar’. In het Schotse Gaelic is het overigens ‘loghard’, wat ‘vóór de winter’ betekent. In het Amerikaans-Engels spreekt men van ‘Indian summer’, van oudsher de periode waarin de Indianen gingen oogsten. Daarmee is het cirkeltje rond! ‘Het kind moet (toch) een naam hebben’, nietwaar?

Zonovergoten nazomerdag (RK)

Wij genieten van deze onverwacht heerlijke dag en lopen vanuit Gees naar ‘Hoge Stoep’, een langgerekt (70 ha) heideveld. Hier leven o.a. ringslangen, adders en gladde slangen. Geloof het of niet, maar wij zien, al vroeg tijdens onze wandeling, een heel klein ringslangetje voor ons op het pad. De ringslang is zowel de meest algemene als de grootste slang in Nederland. Ze leven in waterrijke gebieden waar veel amfibieën, hun favoriete maal, leven. Volwassen kunnen ze tot iets meer dan een meter groot worden. Ze zijn donkerbruin tot zwart, herkenbaar aan de opvallende lichtgele ring achter de nek, zijn niet giftig en leggen als enige slang in ons land eieren. Hun leefgebied alhier grenst aan het bos en het stroomgebied van de Geeserstroom.

De slang was te snel voor ons, maar hij is, hoewel vaag, toch vastgelegd

Wanneer we het zandpad langs de Geeserstroom oplopen, worden we ingehaald door een jeep waarmee safaritochten door de omgeving van Gees worden georganiseerd. Dit weggetje tussen de Tildijk en de Goringdijk is, volgens de organisator van deze tochten, het hoogtepunt van zijn ‘hobbeltocht’. Nu zijn er plannen om dit zandpad te veranderen in een betonnen pad om het beter geschikt te maken voor de vele fietsers in de omgeving, maar een safaritocht over een fietspad is toch niet interessant? Halverwege het pad worden wij aangesproken. Als wandelaars zullen wij vast begrip hebben voor hun kant van het verhaal, zie je hen denken. De interviewer van RTV Drenthe en zijn cameraman die meerijden in de jeep, stellen ons een paar ‘indringende vragen’ en zowaar zien we dat ’s avonds terug op de televisie als een ‘one liner’ :-). Ook onze boodschap is dat het jammer is om alles te asfalteren. Je beleeft de natuur anders over de meer ongerepte paden. Het Drenthepad is daar een mooi voorbeeld van. Je moet natuurlijk stukjes overbruggen, maar over het algemeen voert dit pad ons over prachtige ‘natuurpaden’ om de wereld om ons heen op een andere manier te ervaren. De filosoof en schrijver Jean-Jacques Rousseau (1712-1778) zei niet voor niets: ‘wandel niet als een ijlbode, maar als een ontdekkingsreiziger’. Dit klinkt mij als muziek in de oren.

Een overbruggings-stukje (RK)

We lopen verder langs een bord waarop de richting naar ‘de Klinkenberg’ wordt aangegeven. Volgens ons boekje is dat een voormalig mottekasteel. Dat klinkt intrigerend! De naam motte komt van het Latijnse ‘mota’ dat heuvel betekent. ‘De Klinkenberg’ is een lage bult met een ondiepe gracht eromheen, een overblijfsel van een motte, een kasteelheuvel uit 1225-1250. Hier, vlakbij de Goringdijk liggen de restanten van een hoofdburcht en een voorburcht (vooruitgeschoven verdediging van het kasteel), ooit omringd door een achtvormige gracht. Uit opmetingen in 1847 blijkt dat de voorburcht 5 meter en de hoofdburcht 6 meter hoog was. Hij moet gediend hebben om de weg van Coevorden naar Ruinen te beheersen of als uitvalsbasis voor een plaatselijke roofridder. In 1936 werden de voorburcht en een deel van de hoofdburcht (helaas) afgegraven voor zandwinning, maar gelukkig is ‘De Klinkenberg’ sinds 2002 een beschermd monument. Zoals gebruikelijk kent ook deze plek vele mysteries. Zo vertelt b.v. een verhaal dat midden op de heuvel een kist verborgen zou zijn. Klokslag 12 uur zou het deksel van die kist met zware slagen open en dicht slaan. Volgens overlevering zijn de roofridders hier begonnen met de bouw van een kasteel, maar werden ze ’s nachts verdreven door boeren uit Gees gewapend met hooivorken en dorsvlegels. Uiteindelijk lukt het de roofridders toch hun kasteel af te bouwen. Het zijn de verhalen onderweg die het lopen iets extra’s geven.

Prachtige lagen en kleuren op de heide

Ondertussen naderen we het heideveld. Hoewel we veel gras zien tussen de heide, kleurt de heide er nog steeds prachtig paars tussendoor, waardoor het landschap een mooie gelaagdheid krijgt. Ik geloof dat we nog nooit zo veel en zo vaak op de heide hebben gelopen. De mooiste heide is natuurlijk een bloeiende heide en de heide lijkt dit jaar uitbundiger dan ooit te bloeien door de natte zomer. Volgens kenners is het contrast enorm vergeleken met de afgelopen drie kurkdroge jaren. Voor morgen is er meer nazomerweer voorspeld en gaan we verder met onze ontdekkingen van de heide en het landschap eromheen. Ik heb er nu al zin in!

BESPIEGELINGEN

Tussen de bedrijven door plannen we een dag voor onszelf. Even de zinnen verzetten en genieten van een ‘beloofde’ mooie dag. De keus om een stukje verder te lopen in Drenthe is dan snel gemaakt. We zijn op ‘ons’ pad al een paar keer aanwijzingen tegengekomen over de Drentse periode van Vincent van Gogh (1853-1890). Nu we zuidoost Drenthe te voet ontdekken, moeten we ons toch een beetje verdiepen in het leven van de zo bekende schilder die tijdens zijn periode in Drenthe definitief besloot schilder te worden. Op 30 jarige leeftijd vertrok Vincent vanuit Den Haag naar Hoogeveen, waar hij 3 weken logeerde  op een zolderkamertje bij Albert Hartsuiker. Op 2 oktober van dat jaar vertrok hij met de trekschuit, waar hij na een ‘eeuwig lange vaart’ uiteindelijk arriveerde in Nieuw Amsterdam bij Emmen. Volgens Vincent moest je als kunstenaar de natuur écht kennen en begrijpen. Dat lukte het best op de plek waar je er middenin kon wonen en werken: op het ongerepte platteland. Vincent woonde en werkte enkele maanden in hotel Scholte (het huidige van Gogh Huis Drenthe). In die tijd schilderde en tekende hij wel 40 werken, waarvan de bekendste ‘ophaalbrug in Nieuw-Amsterdam’ is. ‘Onkruid verbrandende boer’ is een krachtig schilderij uit deze periode. Hoewel hij net begonnen was als schilder, slaagde hij erin ‘een intiem avondeffect’ vast te leggen. Ondanks dat de periode die Vincent in Drenthe doorbracht van korte duur was (maar 3 maanden), is het in veel opzichten een belangrijke periode geweest voor zijn ontwikkeling. Het was voor hem wel een eenzame tijd waarin hij geen hulp van of contact had met andere kunstenaars. Eenzaamheid gecombineerd met het steeds slechter wordende weer en het gebrek aan financiën waren tenslotte voldoende redenen om terug te keren naar zijn ouderlijk huis in Brabant. Helaas voor ons is het maandag, een dag waarop alle musea gesloten zijn en moeten we verdere bespiegelingen laten rusten tot een later tijdstip. 

Onkruid verbrandende boer van Vincent van Gogh (internet)

We starten in Sleen, in de middeleeuwen één van de zes rechtsdistricten (dingspillen) in Drente of, zoals de provincie toen werd genoemd, de Landschap Drenthe. Het aantal districten komt overeen met de zes sterren in de vlag van Drenthe. De naam ‘ding’ komt van de rechtszitting die tot 1580 drie keer per jaar werd gehouden onder de hoogste functionaris van de bisschop van Utrecht. Om het nog iets ingewikkelder te maken…….de dingspillen/dingspelen zonden elk vier etten naar de etstoel (het hoogste rechtscollege), die samen met de drost (bestuursambtenaar) de Landschap bestuurden en er recht spraken. Onder leiding van de drost werden zogenaamde goorspraken gehouden waar inwoners verplicht waren misdaden en overtredingen die sinds de vorige goorsprake gepleegd waren, aan te geven, waarna zij aan de schuldige een straf oplegden. Deze vorm van rechtspraak door de buren noemde men buurtuig.

Het gemeentehuis van Sleen

Het vroegere gemeentehuis van Sleen is een monumentaal pand. In de dertiger jaren van de vorige eeuw werd besloten een nieuw gemeentehuis te bouwen omdat het oude langzamerhand te klein was geworden om alle gemeente functionarissen te huisvesten. Sleen kampte in diezelfde tijd ook met een hoge werkloosheid onder de bevolking. Met hulp van een bijdrage van het rijk uit het zogenaamde ” Werkfonds 1934″ konden de plannen voor een nieuw gemeentehuis worden gerealiseerd. Het wapen van de voormalige gemeente Sleen is duidelijk zichtbaar. De beschrijving luidt: “In azuur drie aanziende zilveren ramskoppen. Het schild gedekt door een gouden kroon van drie bladeren en twee parels en gehouden door twee wilden, omkranst en omgord met loof en in de vrije hand eene knots over den schouder houdende, alles van natuurlijke kleur.” De schapenkoppen zijn een herinnering aan de vroegere schapenkooien. In 1923 waren er nog maar drie kudden over, die het steeds moeilijker kregen vanwege de voortdurende ontginning van de heide. De wildemannen staan symbool voor de hunebedden in de gemeente. Het schild is tenslotte gedekt met een gravenkroon, waarschijnlijk om alles samen te voegen en iets meer allure te geven? Sinds 3 april 1919 is het elk openbaar lichaam in Nederland namelijk toegestaan om een kroon van drie bladeren en twee parels toe te voegen aan het wapen. Aan de voorgevel van het gemeentehuis (rechts onder op de foto) is in 1947 de sculptuur ‘de ziener’ geplaatst als een herinnering aan het vertrek van de Drentse afgescheidenen o.l.v. dominee van Raalte naar Michigan in de VS. Van Raalte wilde aanvankelijk emigreren naar Java in Nederlands Oost-Indië, maar toen de minister van Koloniën geen garantie van godsdienstvrijheid wilde geven, koos hij tenslotte voor Noord-Amerika. Bijzonder wat je aan weetjes ontdekt door het lopen, kijken en onderzoeken.

Bijzonder doorkijkje (RK)

Vanuit Sleen lopen we richting havezate De Klencke bij Oosterhesselen. Het huis, particulier bewoond, ligt verscholen achter dichte beukenhagen zodat we er praktisch niets van kunnen zien. Het huis dankt zijn naam waarschijnlijk aan de bocht in het Drostendiep waaraan het zich bevindt. Een klencke, klinge of klang duidt namelijk een geul of ondiepe plek in een rivier of beek aan. Daartegenover staat het feit dat de familie Clenk of Clincke de eerste bewoners waren, hun naam komt al in geschriften uit 1210 (!) voor. Sinds die tijd wisselde het huis diverse keren van eigenaar. In 1687 was het de familie van Dongen, waarvan een lid van de familie in 1743 tot drost van Drenthe werd benoemd. Het Drostendiep is naar hem vernoemd. Tegenwoordig is Natuurmonumenten de eigenaar van het landhuis. Het landhuis is verbouwd en met aankopen van omliggende (natuur)gronden werd het landgoed van tweehonderd hectare uitgebreid tot ruim zeshonderd. We lopen verder langs boerderij ‘t Tolhoes’ (vroeger een tolhuis) dat samen met een aantal andere boerderijen eveneens deel uitmaakt van het landgoed. Vanaf hier worden we door de oude bossen van het landgoed geleid. Sommige eiken hier zijn meer dan 300 jaar oud en daarmee ouder dat het huis zelf dat in haar huidige vorm rond 1760 gebouwd is. Het landschap waar we doorheen lopen is gevarieerd. Vanuit het bos belanden we in een vochtig heidegebied, het Klenckerveld, waar koeien (en waarschijnlijk op een ander moment ook schapen) de heide begrazen. We hebben de heide nog nooit zo intensief meegemaakt en ervaren als dit jaar. Het is elke keer weer een mooie beleving. 

Trammonument Oosterhesselen

In Oosterhesselen zien we het trammonument als een herinnering aan de Eerste Drentse Stoomtramweg Maatschappij. De openlegging van Drenthe door de aanleg van tramwegen, gestart rond 1900 en afgerond in 1918, kende maar een korte tijd een florissant bestaan. Dit was o.a. te wijten aan de onduidelijke verkeerspolitiek van de overheid, WOI, de opkomende concurrentie van bussen en vrachtauto’s en de economische crisis in de jaren ’30. De EDS, sinds 1903 gevestigd in Hoogeveen, exploiteerde tramlijnen tussen Hoogeveen en Nieuw Amsterdam en tussen Coevorden en Assen. Het kruispunt van deze tramlijnen was in Oosterhesselen. 

Veel steentjes ter nagedachtenis (RK)

Even verder ligt aan de rand van de Geeseres een begraafplaats waar de Joodse bevolking van Gees voor 1920 werd begraven. Deze begraafplaats ligt merkwaardig genoeg op een redelijk grote afstand van het dorp zelf en heeft vandaag de dag slechts één familiegraf, dat van Mozes Simons, Selina Soosman en hun dochter Roosje Simons. Wat is hier het verhaal? Onderzoek leert dat de familie Soosman rond 1800 in Gees kwam wonen. Ze woonden aan de rand van het dorp, want vader Soosman slachtte geiten en dat stonk schijnbaar behoorlijk. Een jaar later kochtten ze een stukje grond om een begraafplaats aan te leggen. Net buiten het dorp zodat de eeuwige grafrust gegarandeerd kon worden. In 1864 trouwde Selina met Mozes Simons en niet alleen zij, maar ook andere leden van de familie lagen hier vroeger begraven. Van de oorspronkelijke drie grafstenen is er nu nog maar eentje over. Het is onduidelijk wat er met de andere twee gebeurd is. Op een dochter na is de hele familie omgekomen in WOII. De dochter is met haar vijf kinderen drie jaar na WOII naar Israël verhuisd, maar komt ieder jaar terug naar de begraafplaats in Gees om de doden te herdenken. Naar Joods gebruik wordt er dan een steentje op het graf gelegd. Al deze verhalen zijn kleine momenten van bespiegeling. Hij die vraagt is een dwaas voor vijf minuten, maar hij die niet vraagt blijft een dwaas voor altijd (Chinees spreekwoord).

Gees (RK)

HEJ ‘T AN DE TIED? (heb je even tijd?)

Om de lat nog wat hoger te leggen, hebben we afgelopen nacht gelogeerd in Aalden en knopen we een volgende (langere) etappe vast aan die van gisteren. Tot nu toe gaat alles goed, dus we starten de dag met een heerlijk ontbijt en vertrekken vervolgens richting Emmen alwaar we de wandeling weer oppikken. De eerste verrassing volgt al snel. Een stukje alternatieve route loopt door de oude dierentuin. De Emmer bijnaam ‘Vlinderstad’ is een indirecte verwijzing naar het voormalig dierenpark dat in 2016 op een andere locatie werd voortgezet als ‘Wildlands Adventure Zoo’. In eerste instantie kreeg het oude dierenpark de naam ‘Mensenpark’, maar uiteindelijk werd in 2017 toch gekozen voor de naam ‘Rensenpark’ naar Jaap en Aleid Rensen, het directeuren echtpaar van weleer. Op deze oude locatie van ca 11 hectare moet een creatief park tot stand komen waar telkens iets nieuws te beleven valt. ‘Een verrassende ontmoetingsplaats voor initiatieven rond kunst, cultuur en innovatie, waar ervaren, ontmoeten en meedoen centraal staat.’

Hier liepen ooit de olifanten……..

We lopen verwachtingsvol het terrein op en denken meteen van alles te herkennen…….’was dat niet het terrein van de olifanten?, ik geloof dat daar de flamingo’s verbleven en lopen we hier langs de vroegere vlindertuin?’ Die vlindertuin is nu verlaten en overwoekerd door planten. Ik lees later dat de plek ‘waar ooit duizenden vlinders rondfladderden zich heeft ontpopt als populaire ‘urbex-locatie’; een verlaten plek waar mensen naartoe komen om foto’s te maken.’ Hadden we dat maar eerder geweten……

Kijk, de leeuwen……

De voormalige olifantenstal in het park is deze zomer het canvas voor meer dan twintig nationale en internationale graffiti-artiesten geweest. Wij kunnen dit niet verifiëren omdat de ruimte is afgesloten, maar we zien tussen de bomen en struiken door wel graffiti op de buitenmuur, hetgeen zeker tot de verbeelding spreekt. Het vroegere buitenverblijf van de olifanten moet in de toekomst een eiland voor ‘laagdrempelige sport en beweging’ worden. Wanneer je de ontwerpvisie van de gemeente voor dit terrein leest, besef je dat er nog heel wat in de planning staat, het eindresultaat moet fantastisch worden. Zover zijn ze nu nog niet, maar de lijnen zijn uitgezet.

Kunst op het eiland
Toepasselijke spreuken (RK)

Iedere drie maanden krijgt een andere beeldende kunstenaar hier de mogelijkheid om zijn of haar werk te laten zien, waarvoor een werkplaats voor kunstenaars, Studio ZOOkeeper, is geopend. Op een eiland in het midden (vroeger het terrein van de bavianen?) zien we diverse grote foto’s opgesteld, mogelijk van de nieuwste ZOOkeeper? Kwamen we jaren geleden graag naar deze plek vanwege de dieren, nu heeft dezelfde plek een andere aantrekkingskracht gekregen, we komen hier beslist nog eens terug om te zien hoe het park zich verder zal ontwikkelen. 

We lopen verder door de hoofdstraat van Emmen, waar het al gezellig druk is. Emmen is in de laatste eeuw uitgegroeid van esdorp naar stad. In de tweede helft van de 19e eeuw werd zuidoost Drenthe de grootste turfleverancier van ons land. Iedereen werkte in de turfwinning. Vooral WOI was een gouden tijd omdat de concurrentie van Duitse steenkool wegviel. De grote toevloed van arbeidskrachten leidde tot een groot tekort aan woonruimte wat de mensen zelf oplosten door huizen op het veen te bouwen. De omstandigheden waren erbarmelijk en verslechterden nog meer toen de turfmarkt na 1920 bijna helemaal instortte. In de crisisjaren verspreidde het beeld van het arme Drenthe (foto’s van plaggenhutten en vergelijkingen met de Derde Wereld) zich over heel Nederland. Hoewel er elders in ons land ook armoede werd geleden, bleef de connectie van Drenthe en armoede in ons gedachtengoed hangen. Om het gebied een nieuwe impuls te geven wees de landelijke overheid Emmen na 1945 aan als een ‘ontwikkelingsgebied’, waardoor deze regio het concentratiepunt werd van bedrijfsvestigingen, woningen en voorzieningen. Als een gevolg groeide Emmen uit ‘van een boerendorp tot een stedelijke kern’.

Hallenhuis
Drents vlechtwerk (RK)

We verlaten de stad en vervolgen onze weg naar Westenesch, een plaatsje met een beschermd  dorpsgezicht waar een aantal mooie Saksische boerderijen staan, het belangrijkste en oudste type boerderijen die ook wel ‘hallenhuizen’ worden genoemd. Het zijn boerderijen waar woning en stal gecombineerd worden onder één dak. Dat betekent dat het een onderkomen is voor zowel mens als dier. Volgens een beschrijving wordt ‘het hallenhuis in zijn meest zuivere vorm gekenmerkt door een driebeukige opzet met ankerbalkgebinten’. Verder kent het een brede open werkvloer in het midden die dienst deed als dorsvloer. De oogstopslag lag op de gebintsbalken daarboven. In de zijbeuken aan beide kanten bevonden zich de stallen, waarin het vee met de koppen richting deel stonden. Hoewel bijna alle boerderijen, die we onderweg tegenkomen, inmiddels zijn verbouwd tot woonhuizen is die verbouwing meestal met instandhouding van de buitenkant tot stand gekomen. De grote baanderdeuren zijn veelal getransformeerd tot luiken, terwijl de ingang is voorzien van grote raampartijen. Ons valt op dat diverse boerderijen een prachtig vlechtwerk langs de bovenrand van de muren laten zien. Dit blijkt een typisch Drents vlechtwerk te zijn wat overal in de provincie terugkomt. Deze wandversiering is geboren uit schaarste. “Boeren hadden vaak geen planken meer om het bovenste deel van een schuur af te bouwen omdat hout relatief duur is. Om de wand af te maken gebruikten ze daarom stro, een product waar ze wel makkelijk aan konden komen. Vlak onder de dakrand, waar het regenwater nauwelijks bij komt, vlochten ze stro met gekruiste strobindingen, de eenvoudigste manier om stro te binden, aaneen. Het zag er mooi uit en zorgde voor een goede ventilatie in de schuur.” Tegenwoordig wordt voornamelijk riet i.p.v. stro gebruikt omdat riet een stuk sterker is, het resultaat is echter nog steeds zeer de moeite waard!

De heide is nog prachtig

Ondertussen zijn we het Oranjekanaal overgestoken, over de heide en door het bos gelopen en aangekomen bij de Ermerweg, waarmee de eerste etappe achter ons laten. Ons vervolgtraject loopt naar Sleen. Vrijwel direct hebben we te maken met een, naar later blijkt, enorme omleiding. Op een gegeven moment lopen we wederom langs het plaatsnaambord van Emmen. Help!! De aanwijzingen zijn, voor ons, dermate onduidelijk dat we vrezen totaal verkeerd te zijn. Hadden we maar…., maar ja ‘as is verbraande  törf’ oftewel aan als hebben we niets. We zijn niet de enigen. In het bos zijn we eerder al mede Drenthepadters tegengekomen die eveneens de kluts kwijt waren. Zij liepen met een GPS en hielden hun oog strak op de de volgende stip op de route. In het bos ging dat nog, later met de ‘grote omweg’ zou dat minder gemakkelijk zijn! Hej knienen, dan hej ok keutels oftewel elk voordeel heeft z’n nadeel. Het viaduct om de verkeersweg te kruisen wordt gerenoveerd waardoor alle toegangswegen ernaartoe zijn afgesloten. Uiteindelijk lopen we kilometers om en blijkt ons boekje misschien toch handiger te zijn dan een GPS? Het kleine kaartje geeft ons iets meer zicht op de alternatieve mogelijkheden waardoor we zomaar de bekende geelrode strepen van de aangepaste route weer ontdekken. Al met al is de omleiding op dit moment misschien wel noodzakelijk, maar qua genieten en appreciëren zeker niet van hetzelfde niveau als we gewend zijn. Het is natuurlijk zoals het is of zoals ze in Drenthe zeggen: ‘a’j proemen hebt hej ok pitten’ (overal zitten consequenties aan).

De laatste loodjes (RK)

Langzaam maar zeker komen we terug op de oorspronkelijke route en lopen we via buurtschap Diphoorn de laatste kilometers naar onze eindbestemming. De kerktoren van Sleen, met 68 meter de hoogste van Drenthe, is een zeer welkom gezicht! Ik ben langzamerhand, na een tweede dag van 15 kilometer, ‘an de latten’ oftewel behoorlijk vermoeid. Het troost te weten dat er een gezegde is waarin een blijmoedig hart de hele dag kan lopen, terwijl een bedroefd hart na een mijl al moe is………….. 

HET LAATSTE STAARTJE

Vandaag lopen we alweer het laatste staartje van de Hondsrug, de zandrug vlakbij de Waddenzee die vroeger werd omgeven door zompig veen. In die tijd was de Hondsrug de enige streek in de wijde omtrek waar je hoog en droog kon wonen en reizen. De Hondsrug heeft een lengte van 70 kilometer en een gemiddelde hoogte van 20 meter boven NAP. Het hoogste punt en de zuidelijkste top met ruim 30 meter boven NAP, is het Haantjeduin bij Emmen. Het Haantjeduin/Haantjebak is (nog steeds) het hoogste punt van de Hondsrug, maar elk jaar wordt de zandverstuiving het Haantjebak lager en lager. Waar komen de wat merkwaardige namen Haantjebak en Haantjeduin eigenlijk vandaan? Hierover bestaan verschillende theorieën. De eerste heeft te maken met het uitzicht wat je vroeger had vanaf de heuvel. Als je goed keek kon je bij helder weer in de verte de kerktoren van Emmen zien, met op de top een windhaantje. De tweede theorie heeft te maken met het Drentse woord handtienbakken, waarbij handtien het Drentse woord is voor handje. Handtienbakken is hetzelfde als handjeklap, wat men vroeger op markten deed bij het tegen elkaar opbieden. Hoe dan ook, ik ben benieuwd of we hier langskomen vandaag op onze route van Odoorn naar het station van Emmen. 

Het startpunt van onze tocht…..

Zoals gezegd starten we in esdorp Odoorn, waarvan de naam zoveel betekent als ‘woeste hoek’. Hoorn staat voor hoek en ode komt van het Duitse woord öde wat woest betekent. Vanwege de parkeermogelijkheden of liever gezegd het ontbreken daarvan midden in de velden, lopen we vandaag een stukje door het Hunzebos wat nog hoort bij onze wandeling van de vorige keer. Hiermee hebben we straks een totaal van 15 kilometer gelopen. Ik verleg mijn grenzen ;). Volgens de beschrijving is het Hunzebos een gebied “waar je vele verhalen aan je voorbij ziet trekken. Je ziet hier een hunebed, grafheuvels, droogdalen, zwerfsteenkunst, stuifzandgebieden, de plek waar de mythische stad Hunsow zou hebben gelegen en meer.” Hmmm, we lopen volgens het kaartje slechts langs de onderrand van dit bos, dus ik betwijfel of wij alle bovenstaande elementen zullen ervaren. 

Hunebed D35 is niet zo bijzonder (RK)

Grafheuvels en een hunebed zijn geen probleem. We komen onderweg verschillende grafheuvels tegen (of zien we ondertussen in elke verhoging een grafheuvel?) en lopen langs hunebed D35 aan de noordrand van het Valtherbos. Helaas voor ons is dit hunebed niet heel bijzonder, er ontbreken veel stenen en er is weinig structuur in te ontdekken. Voor diegenen onder ons die overwegen lid te worden van de hunebedden club is deze natuurlijk wel onmisbaar. Deze club is voor iedereen die alle openbare hunebedden in Nederland heeft bezocht. Stuur een foto in van alle (53 of 54) bezochte exemplaren en je bent, na controle door het bestuur, (gratis) lid. Hoeveel hebben wij er ondertussen al gezien? Al met al nog geen tien, schat ik? De plek van D35 is wel een bijzondere. Achter het hunebed ligt een grote, cirkelvormige laagte, een vroeger meertje of moeras. De hunebedbouwers hebben deze plek vast en zeker met opzet uitgezocht om hun doden te begraven.

De eigenlijke schuilplaats ligt hier vlak achter (RK)
Goed verscholen (RK)
Een schets van de vroegere schuilplaats onder de grond

Het Valtherbos, wat we inmiddels doorkruisen, is 448 ha groot en ligt ten noorden van Emmen. Voor ons veel interessanter is dat het een onderduikershol bevat waar in WOII 16 onderduikers hebben gewoond. Hoewel de aanwezigheid van zowel het monument als de schuilplaats al vroeg op de route wordt aangegeven, gaan we kennelijk zo op in onze omgeving dat we het bijna missen. Goed verscholen ligt de vroegere schuilplaats vlakbij de gedenksteen. Het ‘hol’ is nu gemakkelijk toegankelijk, maar foto’s en beschrijvingen laten zien hoe de situatie toentertijd was. In het najaar van 1942 moesten alle joden in Emmen zich verplicht melden om in een werkkamp te gaan werken. Zij die het niet vertrouwden, doken onder. Kippenboer Bertus Zefat uit Valthe kwam in die tijd regelmatig in contact met joden uit Emmen. Toen de oorlog uitbrak en de joden het steeds moeilijker hadden, kreeg Bertus het verzoek om hen een plekje te geven, waarop hij één van zijn vele kippenhokken geschikt maakte voor bewoning. Na 4 maanden werden de onderduikers ontdekt, waarop ze zonder warme kleren en zonder eten of drinken het bos in vluchtten. In het bos vonden ze elkaar weer en bouwden ze gezamenlijk een ondergronds hol van 6 bij 3 meter. Het bleef daarna een spannende tijd waarin verraad en ontdekking elke dag op de loer lagen, maar alle onderduikers overleefden de oorlog. Bertus werd echter verraden en daarna gefusilleerd omdat hij weigerde inlichtingen te geven over zijn onderduikers. ’Wij leven, omdat zij zwegen’.

Het lijkt wel een UFO

De natuur is prachtig onderweg. Dit jaar hebben we te maken met veel wisselvallig weer of misschien wel met een ‘gewone’ Nederlandse zomer? We zijn de afgelopen jaren een beetje gewend geraakt aan hoge temperaturen, maar ik moet zeggen dat de huidige warmte ideaal is om actief bezig te zijn.

bron: internet

Volgens de weerdeskundigen maken de hogedrukgebieden om ons heen de dienst uit. Opvallend is de zwakke plek in die hogedruk verdeling die zich steeds dichtbij Nederland ophoudt. Die zwakke plek, een gebied met koudere lucht in de hogere delen van de atmosfeer, zakt vanuit het noorden steeds weer tot over de Britse eilanden en onze omgeving uit. De onderkant van die zogenoemde trog wordt bij ons af en toe afgesnoerd, met alle gevolgen van dien. De overstromingsramp in Duitsland, België en het zuiden van Limburg was b.v. een direct gevolg van zo’n afsnoering of koudeput. Volgens de deskundigen zijn de belangrijkste drijvers achter het weer deze zomer de warme noordelijke helften van zowel de Grote Oceaan (Pacific), ten westen van de VS en Canada, als van ‘onze’ Atlantische Oceaan. Beide oceanen helpen sterke hogedrukgebieden in het zadel die in Noord-Amerika en in Europa het weer sterk naar hun hand zetten, op precies tegengestelde manieren. Vinden we de meest extreme warmte in de VS en Canada vooral in het westen terug, in Europa is met name de oostelijke helft bijzonder warm, door de daar dominerende zuidelijke wind. Zolang deze situatie niet veel verandert, lijkt het weerpatroon ook voor de komende weken vast te liggen. We gaan het meemaken. 

Prachtige bomen (RK)

Ondertussen zijn we vlakbij Emmen aangekomen. Grappig genoeg lopen we weliswaar langs de rand van de stad, maar zien we de stad zelf praktisch niet. Deze kant van Emmen is omgeven door een bosrijk terrein of eigenlijk wordt Emmen omringd door verschillende bossen, t.w. de Emmerdennen, het Valtherbos, het Noordbargerbos en het Oosterbos. Het ene bos lijkt naadloos over te gaan in het volgende bos, dus ik weet langzamerhand niet meer in welke van de 4 we nu lopen. Dit is ook niet zo belangrijk, want volgens Confucius is de weg zelf je bestemming! Of zoals een Chinese zinspreuk zegt: “Het wonder is niet om door de lucht te vliegen of om op het water te lopen, maar om te wandelen op de aarde.” Dat doen we, volop, en we hopen er nog lang mee door te gaan!

Moment van rust onderweg