Een middagje niksen?!

Jacobspad: Noordscheveld – Vries

Dat klinkt verrassend, want ik bedoel hiermee dat we vanmiddag een stevige wandeling gaan maken. Veel mensen denken bij ‘niksen’ aan nietsdoen, lummelen, lanterfanten, kortom woorden die we associeren met luiheid of tijdverspilling. Niets is minder waar, want niksen blijkt een waardevolle activiteit voor onze mentale gezondheid te zijn. Wist je trouwens dat ‘niksen’ een werkwoord is dat in andere talen niet bestaat? Het was een aantal jaren geleden zelfs even een internationale hype. The Guardian schreef erover, net als The New York Times. Ook de BBC berichtte over de ‘Dutch art of doing nothing’ en verschillende lifestyle-sites beschreven het typisch Nederlandse niksen toen met tips om je te wapenen tegen het stressvolle, moderne bestaan. Dat Nederlandse niksen was in internationale ogen iets om jaloers op te worden. Altijd vertelden de internationale media er dan bij dat Nederland in de top vijf van gelukkigste landen ter wereld stond (inmiddels staan we op plek 7) en dat wij het dus konden weten. Ter verduidelijking: niksen staat voor niets doen zonder doel, tijd vrijmaken om gewoon te zijn, je gedachten te laten gaan waar ze maar naartoe willen. Wetenschappelijk onderzoek toont aan dat niksen positieve effecten heeft op onze mentale toestand. Wanneer we niets doen, wordt ons ‘default mode-netwerk’ in de hersenen actief, dat is vrij vertaald de ‘dwaalmodus van ons brein’. Deze dwaalmodus stelt de hersenen in staat om herinneringen te verwerken, emoties te reguleren en ruimte te creëren voor zelfreflectie. Niksen is dus goed voor je mentale gezondheid, het verhoogt je creativiteit en het versterkt zelfs je immuunsysteem.

Voor ons bestaat het niksen vandaag uit een wandeling van het Noordscheveld naar de Bonifatiuskerk in Vries. Een afstand van een ruime 7 km en daarmee alweer een stukje verder dan de vorige wandeling. Hopelijk met hetzelfde (positieve) resultaat?

De start van vandaag (IK)
Uitkijken op hoogte over de heide (RK)

Het Noordscheveld is een gedeeltelijk ontgonnen heideveld en alhoewel de heide alweer bijna uitgebloeid is, lijkt er toch een paarse waas over het veld te hangen. We lopen langs de rond van het veld en ontmoeten een groep donkere grazers vlak langs het pad, die gelukkig rustig blijven ‘niksen’ terwijl ze ons belangstellend bekijken.

Een paarse waas over het Noorscheveld (IK)
We worden in de gaten gehouden (RK)

Meteen na de heide zien we onze eerste ‘markesteen’, een grenssteen die de scheiding tussen twee of meer gebieden (marken) aangeeft. Omstreeks de 12e eeuw ontstond de behoefte om grondbezit en de daarbij behorende rechten vast te leggen. Het gebied bestaande uit veen, plassen, heide, weilanden en bossen was destijds gemeenschappelijk bezit, maar een toenemende (vaste) bevolking vroeg om een verandering. Buurschappen en hun kluften (een historische benaming voor een wijk, buurtschap of buurtgilde) vormden met het omliggende gebied een zogenaamde marke en er werden afspraken gemaakt met de omliggende marken over de grenzen van elkaars gebied. Deze gezamenlijk bepaalde grenzen werden bepaald door natuurlijke grenzen, zoals b.v. sloten, en door palen of grote stenen. Dat grenzen soms ook aanleiding waren voor conflicten blijkt uit vele mythen en sagen. De huidige boermarke is de opvolger van de oude marke. Door ontginningen van de heidevelden, aanleg van Staatsbossen en verkavelingen zijn veel van de oude grensaanduidingen verdwenen, maar sommigen liggen nog op hun oude plaats. De laatste jaren zet de Vereniging Drentse Boermarken zich in om verdwenen stenen op te sporen en terug te plaatsen op hun historische plek. Zo plaatste Boermarke Zeijen in 2005 19 markestenen (grensstenen) om de historische grenzen van het gebied opnieuw te markeren, mede mogelijk gemaakt door betrokken bewoners zoals de familie Brouwer. Toch mooi!

We slaan af bij de grenssteen (IK)

Het is heerlijk vandaag wandelweer vandaag en we lopen rustig verder, veelal over zandpaadjes, langs weilanden met mooie vergezichten om ons heen. Op de kruising bij de Wierbroeken zien we een volgende markesteen met zowaar een bankje erbij. Ideaal voor een kop koffie en een krentenbol. 

Veel zandpaden (RK)
Weidse blikken (RK)
Een prima lunchplekje bij een ‘historische’ grenssteen (RK)

De naam Wierbroeken spreekt tot mijn verbeelding. Een klein zoektochtje leert dat ‘broek’ een heel oud Nederlands woord is dat drassig land, moeras of laaggelegen weidegrond betekent. Vaak ging het om grond in een beekdal of dichtbij gelegen veengebied dat in de winter vaak overstroomde. ‘Wier’ kan zowel hoogte (zoals de ons bekende wierde) als waterplanten betekenen. Letterlijk betekent Wierbroeken dus ‘laaggelegen, moerassige gronden (broeken) bij een hoogte’ of ‘drassige graslanden waar veel waterplanten groeien’. Het is een typische naam die door vroege bewoners aan het landschap werd gegeven om het karakter van de bodem en de omgeving te omschrijven. Om ons heen kijkend denken wij dat de eerste beschrijving hier waarschijnlijk meer van toepassing is………..

Springbalsemien langs de kant van de weg (RK)
Zonnestralen laten de spinnenwebben tussen de bramenstruiken zien (RK)

Inmiddels zijn we al dichtbij ons eindpunt Vries, een esdorp tussen De Hondsrug en natuurgebied De Holten. Sinds de ontwikkeling van het dorp op deze plek en tot op de dag van vandaag is de brink het middelpunt van het dorp. Het centrum rond de brink is sinds 1970 dan ook een beschermd dorpsgezicht. Hier staat eveneens de (deels) 12e eeuwse tufstenen Bonifatiuskerk, één van de oudste kerken van Drenthe en tevens ons eindpunt van vandaag. Het verhaal gaat dat de prediker Willehad in 775 de Drenten tot het christendom bekeerde en hier het eerste houten kerkje in Drenthe bouwde. De kerk is in de jaren na WOII gerestaureerd, waarbij verschillende bijzondere vondsten werden gedaan. Misschien wel de meest spraakmakende en het grootste mysterie tot nu toe zijn de kindergraven in deze Bonifatiuskerk. Tijdens een restauratie in 1947 werden er bij graafwerkzaamheden skeletjes van 153 baby\s en peuters ontdekt. Uit onderzoek is gebleken dat de kinderen daar rond 900 gelijktijdig zijn begraven. Het is tot op de dag van vandaag onduidelijk wat er met de kinderen is gebeurd, maar er is de afgelopen decennia wel veel gespeculeerd over hun lot. Zo zouden ze ritueel geofferd zijn of zouden ze zijn vermoord door Noorderlingen (Vikingen of Noormannen) of er zou mogelijk een epidemische ziekte zijn uitgebroken waar voornamelijk kinderen aan stierven. Zoals gezegd, het blijft speculatie.

Bonifatiuskerk Vries (IK)

De kerk is dus gebouwd in de 12e eeuw en werd destijds gewijd aan Bonifatius. Bonifatius (rond 672 – 754) was een Engelse monnik en bisschop die bekendstaat als de belangrijkste christelijke missionaris en kerkhervormer in de vroege middeleeuwen in West-Europa. Verwijzend naar zijn belangrijkste missiegebieden wordt hij ook wel de ‘apostel van Duitsland en Friesland’ genoemd. De paus verleende Bonifatius (geboren als Winfried) op 15 mei 719 het recht om het Evangelie te verkondigen onder de heidenen in Duitsland. Het is zo goed als zeker dat de paus hem bij deze gelegenheid zijn nieuwe naam gaf ter bekrachtiging van zijn missie. Overeenkomstig een oud gebruik koos hij daarvoor de naam van de heilige van de voorafgaande dag (14 mei dus), in dit geval Sint Bonifatius van Tarsus (?-307). De naam Bonifatius betekent ‘weldoener’ of ‘goed fortuin’. Het is kenmerkend voor Winfried’s missiezucht, dat hij na die tijd zijn oude naam nooit meer heeft gebruikt. Bonifatius is in Nederland beschermheilige van Friesland, Utrecht, Haarlem en het bisdom Groningen-Leeuwarden (omvat ook Drenthe) en verder van Engeland en van vele Duitse streken en steden. Hij is bovendien de schutsheilige (heilige beschermer) van o.a. bierbrouwers, boekhandelaren, kleermakers en transportarbeiders.

De heilige wordt vaak afgebeeld met een doorboorde bijbel (internet)

Het doopvont uit de 13de eeuw, waar het doopwater in werd bewaard, is tegen het eind van de 19de eeuw verkocht aan het Drents Museum. Nu heeft het museum dit doopvont in bruikleen aan de kerk beschikbaar gesteld, waardoor wij het kunnen bewonderen. 

Het doopvont uit de 13e eeuw (IK)
Mooie details komen onder het pleisterwerk vandaan (RK)

Naast de kerk, moet het vrouwenmars monument ‘Het verhaal’ te zien zijn. Dat bewaren we maar voor de volgende keer wanneer we vanuit Vries verder zullen lopen. Deze wandelingen, dit ‘niksen’ houden we erin! Volgens een wijsheid van Winnie de Pooh mogen we wel wat meer de tijd nemen om niets te doen: ‘Mensen zeggen dat niets onmogelijk is, maar ik doe elke dag niets’. Pas als we niets doen, kan ons hoofd een beetje opgeruimd worden. Komt er ruimte vrij voor nieuwe dingen en voor creativiteit………… Het was een fijn middagje niksen vandaag!


Verrassende verhalen

Jacobspad: Norg – Noordsche Veld

We gaan het weer eens proberen. Hoewel mijn knie nog steeds pijnlijk is, moet je af en toe je grenzen verleggen om te ontdekken waar je staat, nietwaar? De keus valt daarom op een relatief kort stuk van ongeveer 6 km, wat later een kleine 5 km blijkt te zijn. Voldoende voor een eerste test met weersomstandigheden die niet beter kunnen zijn. Heerlijk!

We gaan het weer proberen …… (IK)

We starten in Norg dat al bestaat sinds het begin van de middeleeuwen (grofweg van 500 tot 1500 na Christus). Norg wordt voor het eerst vermeld in een oorkonde van het bisdom Utrecht uit 1139, waarin de bisschop van Utrecht opbrengsten uit kerken in Drenthe overdraagt. Dit zogenaamde landrecht ging alleen over de verhouding tussen de Drenten en hun landheer, de bisschop; t.w. het strafrecht en het strafrechtproces, de rechterlijke organisatie en dan speciaal het functioneren van de Etstoel (was tot 1791 het hoogste rechtscollege en bestuursorgaan in de provincie Drenthe) en (uiteraard) de bisschoppelijke belastingheffing. Het burgerlijk recht ontbrak hierin geheel. 

Voor de periode van het ontstaan van Norg en omgeving als vaste woonkern wordt ca 700 na Christus gehanteerd. Dit is gebleken uit archeologische opgravingen waarbij plattegronden van een kleine groep boerderijen tevoorschijn zijn gekomen. Uit onderzoek is verder naar voren gekomen dat  er in de 9e of 10e eeuw al een kerk in Norg stond. Die kerk, gemaakt van hout, heeft er vermoedelijk tot in de 11e eeuw gestaan. Daarna kwam er op dezelfde plek een grotere houten kerk. Toen die vervolgens door een brand verloren ging, werd halverwege de 13e eeuw een nieuwe kerk in steen gebouwd. De kerk werd gewijd aan de heilige Sint-Margaretha van Antiochië.

Een beetje vervormde foto van de Margarethakerk in Norg (IK)

Margaretha (ook wel St. Margriet of St. Marina genoemd) werd volgens de overlevering in Antiochië geboren, een stad in het uiterste oosten van de Middellandse Zee, ten noordwesten van Syrië. Oude legenden vertellen dat zij door haar vader, een heidense priester, tijdens de christenvervolgingen in de 4e eeuw is verstoten omdat ze weigerde te trouwen met de Romeinse stadsprefect die in haar ogen een heiden was. Deze ambtenaar accepteerde dit niet en sleepte haar voor het gerecht. Margaretha was een bijzonder mooie vrouw en zelfs de rechters begonnen met haar te flirten. Toen Margaretha hier niet op inging, werd ze (extra) streng gestraft. Ze zou gestoken zijn met brandende fakkels en in kokende olie zijn gedoopt. Margaretha gaf echter niet toe en bleef trouw aan haar geloof. De bevolking was hierdoor zo onder de indruk dat velen zich tot het christendom bekeerden. Al deze bekeerlingen werden rond het jaar 305, tegelijkertijd met Margaretha, onthoofd. Volgens een andere legende zou Margaretha gewerkt hebben als herderin. De prefect zag de ‘schone christelijke maagd’ en werd verliefd op haar. Nadat Margaretha weigerde in te gaan op zijn avances, zou deze haar hebben laten arresteren. Ze werd vervolgens gemarteld, waarbij haar huid met ijzeren kammen werd opengehaald en zij met brandende fakkels zou zijn bewerkt. Hierop werd zij in een kerker gesmeten, waar zij op wonderlijke manier genas van haar wonden. In haar cel werd Margaretha verschillende keren bezocht door de duivel in de gedaante van een draak. De draak probeerde haar te wurgen, maar iedere keer wist Margaretha de ban te verbreken door een kruisteken te maken. In een andere versie van de legende zou Margaretha zelfs door de draak zijn opgegeten en erin geslaagd zijn uit zijn buik te ontsnappen. Opnieuw lieten hierop vele streekgenoten zich dopen. Ook in deze versie van de legende wordt Margaretha uiteindelijk met alle bekeerlingen onthoofd. Met recht een kerk met een verhaal! Margaretha wordt aangeroepen bij barensweeën en zwangerschappen (vanwege haar ontsnappen uit de buik van de draak) en tegen onvruchtbaarheid. Zij is de patrones van de kraamverzorgsters, vroedvrouwen en bijzonder genoeg ook van de landbouw. Alhoewel misschien is dat ook wel logisch.  

St Margaretha wordt vaak afgebeeld met een draak (internet)
Tegenover de kerk een gevangen draak, dat kan geen toeval zijn….. (RK)

Grappig weetje is nog dat de gedenkdag van deze heilige Margaretha op 20 juli is. Deze dag wordt in de ‘weerfolklore’ ook wel Sint-Margriet genoemd, het begin van de warmste periode van het jaar, de hondsdagen. Het is tegelijkertijd een zogenaamde merkeldag, d.w.z. een dag die bijzonder belangrijk is voor het lot van de mens of het weer volgens het volksgeloof. In de volksmond wordt 20 juli ‘Pisgriet’ genoemd naar een legende waarin een (andere?) Margriet 6 weken (!) achter elkaar geplast zou hebben. Vandaar ook bekende weerspreuken als: ‘Als Margriet pist in het riet, zes hele weken boerenverdriet’ (regen op 20 juli betekent een natte zomer) of ‘met Sint Margriet droog, zes weken zon in het oog’ (droog weer op 20 juli brengt zes weken zon). Ik houd van die verhalen waarin allerlei aspecten bij elkaar komen en met elkaar worden verbonden!

Eenmaal buiten Norg lopen we langs de Peesterweg tot we af kunnen slaan naar een schelpenpad. De naam Peest is mogelijk afgeleid van het Latijnse (Romeinse) Pastio of Pieste, wat (varkens-)weide betekent. Het laat raden waarom ;). In Peest staat de ‘Lebbestaok’. Op deze plaats, toen nog ‘woeste heide’, zou ooit een oud boerinnetje, vrouw Lebbe, zijn omgekomen. De boeren uit Peest wilden niet voor de begrafeniskosten opdraaien en beweerden dat de vrouw niet in hun marke lag. De boeren uit Zeijen waren ervan overtuigd dat de vrouw wél in de Peester marke lag. Uiteindelijk hebben de boeren van Zeijen de vrouw begraven met de  voorwaarde dat de vindplaats tevens de scheiding werd tussen de beide markes. Het schijnt dat Peest toen heel wat hectares van haar marke is kwijt geraakt. Vroeger werd deze plek aangegeven door middel van een geschilde jonge eik. Nu staat er een gedenksteen. 

Grensafscheiding Lebbestaok (IK)
Het verhaal van vrouw Lebbe (IK)
Het is mooi onderweg (IK)

In WOII vonden de Duitsers dat er een vliegveld moest komen bij Peest. In het drassige gebied werden 4 landingsbanen aangelegd voor ‘vliegveld Norg’. De landingsbanen bleken echter veel te drassig voor vliegtuigen, waardoor het vliegveld slechts één keer gebruikt is. Ook werd er een waterbekken gegraven in de vorm van een vliegtuig, dat vanuit de lucht goed te herkennen was. Anderen beweren trouwens dat de afgraving een hakenkruis moest voorstellen. Dit waterbekken, Westerveen (in de volksmond ook wel Hitlerring), diende eveneens als watervoorziening in geval van brand. Naast het vliegveld en het Westerveen werd tenslotte een dikke bunker gebouwd, die gebruikt werd als telefooncentrale. Deze bunker is nog steeds te bezichtigen. Al met al hebben we Peest nog niet zo goed bekeken als het verdient!

Sporen van WOII: ‘vliegveld Norg’ (internet)
Een poot van het waterbekken (IK)
Op zoek naar de bunker zien we toch iets onverwachts (RK)
Volgens de beschrijvingen bevindt de bunker zich ergens? (RK)

We lopen verder richting het Noordsche Veld dat al in de prehistorie werd bewoond, waardoor het nu ook archeologisch een interessant gebied is. Hier vind je een groot complex raatakkers (prehistorische akkers of ‘celtic fields’) en een groot aantal grafheuvels, de Negen Bergen genoemd (al zijn het er in werkelijkheid meer). Voor WOII waren er zeker meer grafheuvels te zien. De Duitsers hebben hier echter tijdens de oorlog een schijnvliegveld aangelegd en daarbij is veel vernield. Dit ‘vliegveld’, compleet met houten vliegtuigen, was als afleiding bedoeld, vooral vanuit de lucht gezien, zodat het militaire vliegveld Norg meer beschermd zou zijn. Het verhaal gaat  dat de Engelsen dit snel in de gaten hadden en daarom voor de grap houten nepbommen laten vallen……… 

Onderweg (RK)

‘Celtic fields’ zijn kleine, blokvormige akkertjes uit de IJzertijd. De afzonderlijke akkertjes, van ongeveer 35 bij 35 meter, waren omringd door lage wallen. Die wallen zijn vooral in heide- en bosgebieden nog herkenbaar. De naam is te danken aan 19e eeuwse archeologen, die een verband legden met de Kelten. Hoewel al snel werd aangetoond dat dit onjuist was, bleef de naam tot op de dag van vandaag bestaan.

Lopen we hier langs de Celtic fields? (RK)

Bij het Noordsche Veld in Peest is een bijzondere vindplaats ontdekt; een Neanderthaler vindplaats waar honderden werktuigen van zo’n 50.000 jaar geleden zijn gevonden. Wat deze plek voor de wetenschap nog waardevoller maakt, is dat de gereedschappen hier precies daar worden gevonden waar ze tienduizenden jaren geleden zijn achtergelaten. Vuistbijlen, schaven en messen: gereedschap dat gebruikt werd om te jagen, huiden te bewerken of hout te snijden. Jarenlang werd de exacte locatie van deze vondsten bewust niet gedeeld, want ‘je wilt niet dat mensen zelf met schepjes op pad gaan’. Nu is de provincie eigenaar van de akker geworden en kan het verhaal wél worden verteld wat echter niet betekent dat het gebied vrij toegankelijk is voor een eigen zoektocht. Ik weet op dit moment nog niet precies waar deze vindplaats ligt en of we er langs zullen lopen, maar ook dit verhaal is intrigerend en zal ons vast bezighouden op het volgende stuk.