Jacobspad: Stadspark-Piccardthof-Onlanden
De omschrijving van een oase is in dit geval ‘een rustige plaats met veel groen’. Deze bijzonder plekken vormen vandaag de rode (groene) draad van ons wandeling. Voor de pelgrims onder ons geeft zo’n groene oase een heel andere manier van rust dan het bidden in een kerk, getuige een pelgrimsverslag. ‘De stad achter me gelaten, een verademing op zich! Het lijkt wel of de groene oase me roept. Eén met de natuur en één met mezelf. Langzaam maar zeker vertraag ik naar mijn natuurlijke ritme. Langzaam maar zeker dwaal ik af, weg van de hectiek en dagelijkse gewoontes’ (Jacco Evers). Mooi toch?
De eerste ‘oase’ voor ons is meteen het grootste groengebied van de stad; het Stadspark. De eerste plannen voor een groot stuk groen stammen uit het begin van de 20ste eeuw op initiatief van industrieel Jan Evert Scholten. Het doel was een park te creëren dat zich zou kunnen meten met de grote, destijds bekende parken van Wenen, Berlijn, Amsterdam en Den Haag. Op dit gebied boden de al bestaande parken in de stad, het Sterrebos en het Noorderplantsoen, naar zijn idee onvoldoende mogelijkheden.
Jan Evert Scholten (1849-1918) woonde in Groningen. Hij erfde een fortuin na zijn vader’s dood in 1892 en werd daarmee één van de meest vermogende mannen in Nederland. Hij zat zelf echter ook niet stil. Hij zette het vaderlijk bedrijf, het Scholten-concern, voort en breidde zijn industriële en zakelijke activiteiten verder uit. Hij liet in 1873 ‘buitenhuis’ Villa Gelria bouwen aan de Verlengde Hereweg. Hij bezat al, vanaf 1881, een woonhuis aan de Grote Markt; het Scholtenhuis. Dit statige pand aan de Grote Markt werd aan het einde van de 19e eeuw in opdracht van zijn vader Willem Albert Scholten gebouwd. In WOII werd het echter het hoofdkwartier van de regionale afdeling van de Sichterheitsdienst (SD). Het pand werd toen berucht om de vele martelingen die er plaatsvonden en werd daarom wel ‘het voorportaal van de hel’ genoemd. Scholten gaf ook een belangrijke aanzet voor de toeristische ontwikkeling van het Paterswoldsemeer. Zo bouwde hij in 1908 buitenhuis de Paalkoepel, richtte hij in 1912 van de Watersport Paterswolde op, liet hij in 1916 de Meerweg asfalteren en bouwde hij in 1917 de Buitensocieteit, het clubhuis van de zeilclub.

Tussendoor schonk hij de Stadjers, in 1913, een grote lap grond van 140 hectare met als doel: een openbaar park waar iedereen terecht kon voor sport, plezier en ontspanning. De ontwikkeling van het park heeft daarna toch nog heel wat voeten in de aarde gehad. Landschapsarchitect Leonard Springer (Springervijver in het park) werd ingevlogen om het geheel vorm te geven. Samen bedachten ze een plan om het braakliggende terrein om te toveren tot bijzonder natuurpark, geheel in Engelse landschapstijl.
Aan de westkant kwam een gedeelte met een grote vijver en een paviljoen, wat ook dienst kon doen als tentoonstellingsruimte en/of een ruimte voor openbare bijeenkomsten. In het midden kwam een renbaan met een grasveld en aan de oostzijde een gedeelte met sportvelden en een ijsbaan. Uiteindelijk zijn alle ideeën gerealiseerd en kon de officiële opening in 1926 plaatsvinden.

Als eerbetoon is er in 1931 een monument voor Scholten geplaatst aan de Concourslaan, een prominente plek in het park. Boven op een kalkstenen muur staat een bronzen buste van Jan Evert Scholten die met een trotse het Stadspark inkijkt. Uit de muur waarop de sculptuur staat, zijn twee kinderfiguren in sportkleding gehouwen: een meisje met knotsen en een jongen met een discus. De bronzen plaquettes ernaast tonen een paard met een veulen en een paard met kar en wagen. Deze verwijzen naar de paardenfokkerij en de drafsport, twee liefhebberijen van Scholten. Op de hoeken van het monument zijn de wapens van Stad en Ommelanden aangegeven.
Grappig genoeg lijkt de vlag van de Ommelanden veel op de Friese vlag. Dat blijkt ook wel te kloppen! Als gevolg van een gemeenschappelijk verleden lijken de vlaggen inderdaad op elkaar. Even nalezen leert dat de vlag van de Ommelanden gebaseerd is op het Ommelander wapen uit het laatste kwart van de 16e eeuw. De Ommelanders waren in die tijd in oorlog tegen de Spaanse koning Filips II (80-jarige oorlog). Mogelijk hebben ze daarom willen verwijzen naar de legendarische ‘Friese Vrijheid’, want de Friezen bestuurden zichzelf gedurende een groot deel van de Middeleeuwen en horigheid (dienstbaarheid aan een heer) kwam er niet voor. Het is wel goed om je daarbij te realiseren dat Friesland toen groter was dan de huidige provincie nu. Het hele Noord-Nederlandse en Noord-Duitse kustgebied werd aangeduid als Frisia, de Groninger Ommelanden dus ook. In wapenboeken verschenen vanaf de 15e eeuw afbeeldingen van wapenschilden van legendarische Friese koningen, zoals Redbad (Radboud) die waarschijnlijk leefde van 680 – 719. Hij stond in de vroege middeleeuwen bekend om zijn bijdrage aan het in leven houden van ‘de vurige Friese cultuur’.
De Ommelander heren kozen voor een variant met drie blauwe schuine balken en elf rode harten, ook wel ‘waterroosplomben’ genoemd. De drie balken staan voor de drie Ommelanden Hunsingo, Fivelingo en Westerkwartier, de elf harten symboliseren de elf deelgebieden van de Ommelanden. De Friezen, dat wil zeggen de bewoners van de huidige provincie Friesland, hadden ondertussen voor een geheel ander wapen gekozen: twee gouden leeuwen op een blauw veld. Pas in 1830 werd het oude wapen van Redbad herontdekt en aan het eind van de 19e eeuw wapperde voor het eerst de hierop gebaseerde Friese vlag met de 7 rode ‘pompeblêden’ (een verwijzing naar de 7 historische gebieden waar de Friezen leefden). De Friese vlag is inmiddels veel bekender geworden dan de Ommelander vlag, want tegen het veelvuldig gebruik in reclames kan een meer dan driehonderd jaar oudere geschiedenis niet op.

Leuk om zo lopend en genietend weer meer te leren over een stukje Groninger geschiedenis. Genieten is het zeker, want het is alweer lang geleden dat we zo in het Stadspark zijn geweest.
Aan de andere kant van de A7 ligt het Piccardthof, een volgende groene oase. Omstreeks 1938 werd in Groningen de Bond van Volkstuinders opgericht, die het gemeentebestuur vroegen een volkstuincomplex mogelijk te maken. In 1942 resulteerde dit in de oprichting van het complex door enkele stad-Groninger notabelen, waaronder Jan Hendrik Herman Piccardt, naar wie het volkstuincomplex is vernoemd. Piccardt vond het belangrijk dat mensen uit de stad een plek hadden waar ze hun eigen groente konden verbouwen en tussen het groen konden verblijven. De vereniging is ooit begonnen als moestuinen complex en later zijn daar de siertuinen bijgekomen. De nadruk ligt op tuinieren met respect voor de natuur. Zo bevinden zich op het terrein o.a. ook een vlindertuin, een bloementuin, een bloemenweide, een paddenpoel en een bijenstal. In 2009 ontving de Piccardthof de hoogste onderscheiding voor natuurlijk tuinieren. Het ruim 18 hectare grote gebied met meer dan 300 tuinen wordt beheerd door een Amateur Tuinders Vereniging.
Wij lopen er even binnen om een indruk te krijgen. Het is hier heerlijk rustig met overal bloeiende bloemen en veel groen. Haast jammer dat ons pad niet dwars door dit gebied gaat, maar er net langs. Alhoewel ook ‘onze’ weg is zeker de moeite waard met hoge bomen aan beide kanten en een zandpad in het midden. We lopen eigenlijk, midden in de natuur en tegelijkertijd vlak langs Eelderwolde.
Over de brug buigen we af naar de Madijk, de begrenzing van de Onlanden. De term onland wordt gebruikt voor woeste grond die vrijwel onbruikbaar is of was voor agrarisch gebruik. Het gebied wat we nu betreden, was oorspronkelijk een laaggelegen binnendelta tussen het Drentse zand en de Groningse zeeklei, waar vanaf het Drentse zandplateau de Drentse Aa en het Eelder- en Peizerdiep het gebied in stroomden. Nadat er in 1998 veel wateroverlast was en een aantal stadswijken van de stad Groningen dreigden te overstromen, is er besloten om het gebied om te vormen tot een waterberging. Hierdoor ontstond een natuurgebied van zo’n 2500 hectare. Het project kreeg de mooie en veelzeggende naam: ‘natte natuur voor droge voeten’. We komen hier al jaren en zien het ook elk jaar mooier, wilder, ruiger (welke term je ook wilt gebruiken) worden met een grote en toenemende diversiteit.
We sluiten onze wandeling van vandaag af bij de Onlanderij; de poort tot de Onlanden. De volgende keer lopen we verder door deze oase. Misschien ook met een gedachte zoals die van Jacco Evers: ‘de tocht geeft me alles wat ik nodig heb, vooral de stilte laat me dieper en dieper ademen.’

































































































