Granada – de parel van Andalusië (Spanje)

Deze Andalusische stad aan de voet van de Sierra Nevada is gevormd door verschillende culturen en zit vol opmerkelijke weetjes die veel verder gaan dan alleen het beroemde Alhambra. Zo was Granada in de 14e eeuw de grootste stad van Europa. Niet Londen, Parijs of Rome maar Granada had in die tijd de meeste inwoners. De stad bruiste van het leven met twee grote moskeeën: één op het Alhambra (het nu beroemde paleis- en fortcomplex) en een ander in het stadscentrum. Deze bloeitijd viel samen met het hoogtepunt van de Nasridische dynastie, de laatste Arabische islamitische dynastie die van 1237 tot 1492 over Granada heerste. Dat klinkt veelbelovend!

Hoewel de weersvoorspellingen nog niet veel beter zijn, proberen we onze tijd goed te gebruiken. We beginnen onze verkenning met de ‘Catedral de Granada’. Deze indrukwekkende kathedraal kent een bouwtijd van meer dan 180 jaar. Dit is een project geweest waarvan zelfs de achterkleinkinderen van de oorspronkelijke bouwers de voltooiing niet meer hebben meegemaakt! Dit imposante gebouw van 115 meter lang en 67 meter breed (ongeveer de grooste in Europa) werd gebouwd nadat de Arabieren in 1492 waren verslagen door de legers van Ferdinand II van Aragon. De moskee die er stond, werd met de grond gelijk gemaakt als symbool van het christelijke overwicht. De bouw werd pas in 1704 afgerond, dwars door de heerschappij van verschillende koningen, architecten en bouwstijlen heen. Er wordt zelfs verteld dat één van de architecten letterlijk stierf van uitputting door het toezicht op de bouw. Het resultaat is een mix van stijlen; van gotiek tot renaissance en barok. Ondanks zijn grootsheid mist de kathedraal een toren. Door geldgebrek en structurele twijfels werd er uiteindelijk maar één van de twee geplande torens gebouwd. Zelfs 180 jaar waren niet genoeg om het oorspronkelijke plan volledig uit te voeren ;).

Capilla mayor

De kathedraal is gewijd aan de Maagd van de Incarnatie, een verwijzing naar Maria, want ‘zij belichaamt de menswording (incarnatie) van God en wordt vereerd als een zuiver, nederig model van geloof’. Eén van de belangrijkste trekpleisters zijn de vijftien kapellen, waarvan de Capilla Mayor het absolute hoogtepunt is. Wat een pracht en praal. Ook kun je niet om de twee grote vergulde 18e eeuwse orgels heen. Twee orgels om een groots en ruimtelijk stereofonisch geluidseffect te creëren tijdens christelijke vieringen. De gedachte is dat deze opstelling, met een ‘Epistel-orgel’ en een ‘Evangelie-orgel’ tegenover elkaar, de muzikale ervaring in de grote ruimte versterkt. Wij kunnen het geluid niet beoordelen, maar kijken wel vol verwondering naar de overdaad om ons heen.

Gewijd aan Maria
Beide orgels tegenover elkaar

Vragen als ‘hoe konden zij in die vroegere arme tijden de bouw van zulke majestueuze kathedralen bekostigen?’ en ‘waarom laten die kerken zo’n grote weelde zien?’ komen haast ongewild naar boven. Naar blijkt ‘verdiende’ de kerk het geld hiervoor grotendeels met de verkoop van zogenaamde aflaten, een soort kwijtscheldingen. In de 11e eeuw bedachten ze dat niet alle zondaars onherroepelijk voor eeuwig en altijd in de hel hoefden te eindigen, maar dat er ook een soort doorgangshuis bestond; het vagevuur. Zondaars die het niet al te bont hadden gemaakt, werden daar ‘gezuiverd’ voordat ze alsnog de hemel in mochten. Hoelang ze moesten branden, hing af van de ernst van hun zonden. Bovendien konden ze hun verblijf bekorten door schenkingen aan de kerk te doen. In ruil daarvoor ontvingen ze aflaten, die meestal werden uitgedrukt in het aantal dagen of jaren waarmee hun vagevuur straf werd bekort. Gaandeweg werd een godsdienstig doel steeds minder belangrijk en kwam er een directe band tussen geldsom en aflaat. Aflaten waren gewoon bij de kerk te koop en werden gretig verhandeld, waarbij het om enorme bedragen ging. Tussen 1480 en 1520 was zeker twee derde van de bouwgelden daaruit afkomstig.

Naast bidden en missen had de kathedraal nog een doel, namelijk als grafkapel. De Capilla Real is gebouwd in opdracht van koningspaar Isabel en Ferdinand om als grafkerk te dienen voor henzelf en hun opvolgers. De preekstoel in de ruimte had als voornaamste doel om diplomaten en adellijken te kunnen toespreken. Daarom staat de preekstoel tegenover de zetel van de koning, terwijl de praalgraven van Isabel en Ferdinand tussen de banken voor de diplomaten en de preekstoel staan. Zo konden de diplomaten niet zien, welke aanwijzingen de koningen aan de predikant gaf……

Verboden te fotograferen, vandaar een foto van het internet

Via Plaza de Bib-Rambla, het centrale plein in het winkelgebied en centrum van Granada, gaan we met een klein busje naar het Alhambra, het ‘achtste wereldwonder’ volgens de Spanjaarden. Het is een prachtig middeleeuws paleis- en fortcomplex en staat bekend om zijn Moorse architectuur, mooie tuinen en als ‘rood kasteel’ (Al-Hambra). Het ontwerp dat voor Alhambra werd gemaakt had oorspronkelijk zes paleizen, talloze badhuizen, twee torens en een irrigatiesysteem genaamd ‘acequias’, dat de afhankelijkheid van de opvang van regenwater wegnam. De belangrijkste onderdelen van het Alhambra anno nu zijn: de Nasiridische paleizen (van de laatste Arabische, islamitische dynastie), de Generalife (het zomerpaleis met grote, prachtige tuinen en waterpartijen), het Alcazaba (een militaire vesting met torens met een panoramisch uitzicht over Granada) en het paleis van Karel V wat later midden in het complex werd toegevoegd. Keizer Karel V trouwde in 1526 met Isabella van Portugal en bracht zijn wittebroodsweken door in de Nasiridische paleizen van het Alhambra. Hij bedacht toen dat hij zich hier wilde vestigen en gaf opdracht om ter plekke een eigen paleis voor hem te bouwen. Volgens sommigen doet dat paleis afbreuk aan de uitstraling, maar gedane zaken……. Jaarlijks bezoeken toch ongeveer 2,5 miljoen mensen deze eeuwenoude fortificatie. Wil je echter, zoals wij, op de bonnefooi het complete Alhambra met de paleizen zien, dan is de kans heel erg groot dat het uitverkocht is. Vooraf via internet reserveren, waarbij je een vaste toegangstijd krijgt voor de Nasridische paleizen, is een must. Jammer, maar gelukkig kunnen we nog wel terecht in het Alcazaba en de Generalife.

Verdedigingsfort

Waar de Alcazaba het oudste deel is met robuuste torens, dikke muren en smalle doorgangen kenmerkend voor een militair fort, werd het zomerpaleis gebruikt als plek om uit te rusten en tot rust te komen buiten de drukte van het hofleven. Wat de Generalife zo bijzonder maakt, is de combinatie van architectuur en tuinen. Anders dan de paleizen in het hoofdcomplex was dit geen plek voor officiële ontvangsten of staatszaken, maar een rustoord waar de heersers zich konden terugtrekken. De ligging net buiten de versterkte muren van het Alhambra gaf de Generalife een eigen sfeer: minder formeel, meer gericht op ontspanning en het genieten van het landschap. Het hart van de Generalife wordt gevormd door de ‘Patio de la Acequia’, een langgerekte binnenplaats met een smal kanaal dat van begin tot eind doorloopt. Dit is een van de bekendste plekken binnen het Alhambra waar de combinatie van water, beplanting en symmetrische vormen goed laat zien hoe belangrijk rust en balans waren voor de Nasridische heersers. Rondom deze patio vind je verschillende kamers en galerijen die vroeger dienst deden als privévertrekken en plekken om te schuilen tegen de hitte.

Het hart van de Generalife

Vanaf de bovenste gedeelten kijk je uit over het Alhambra en de stad Granada. Deze uitzichten maken duidelijk waarom dit zomerpaleis juist hier werd aangelegd: dicht bij het hof, maar ver genoeg om afstand te nemen van de drukte en de hitte van het dagelijkse bestuur. Heel bijzonder! We hebben vast wat gemist met de paleizen, maar de tuinen maakte veel goed, helemaal omdat de regen even verstek liet gaan om plaats te maken voor een (waterig) zonnetje.

Uitkijkje van de Generalife over de stad Granada
Je blijft je verbazen ……..

Op de heuvel tegenover het Alhambra ligt de oude Arabische wijk El Albaicín. In de 13e eeuw was het een welvarende wijk met de nodige paleizen en een doolhof van smalle straatjes en pleinen in combinatie met veel witgekalkte huizen. Na de verovering (van Granada) in 1492 door de katholieke koningen werden in deze wijk, zoals overal, de oorspronkelijke moskeeën afgebroken en vervangen door kerken. De wijk is het beste te voet te verkennen aangezien de straatjes steeds smaller worden. Het is een hele klim naar boven, maar zo krijg je wel verreweg de beste indruk van deze bijzondere plek. Dat klinkt natuurlijk heel aantrekkelijk, maar het regent (nog) steeds zo hevig dat we besluiten om in plaats daarvan een flamenco dans te bezoeken in de ernaast gelegen wijk Sacromonte.

De smalle straatjes van El Albaicin (RK)

In de 15e eeuw vestigde zich hier een grote groep Spaanse zigeuners, de gitano’s. De zigeuners maakten hun woningen door stukken uit de heuvel te hakken. Dit leidde tot de typische grotwoningen waar de wijk nu om bekend staat. De grotwoningen hebben vaak slechts twee of drie kamers. In dezelfde eeuw kreeg de heuvel (Valparaiso) de status als heilige berg, omdat ze dachten in grotten van de heuvel restanten aan te treffen van de patroonheilige van de stad, San Cecilio. De letterlijke betekenis van Sacromonte is dan ook heilige berg. Deze gitano’s stonden niet alleen bekend om hun typische grotwoningen, maar ook om de flamenco. De zigeuners van Granada kennen zelfs hun eigen vorm van flamenco, de zambra mora, een combinatie van de traditioneel Spaanse flamenco en de sensuele Arabische buikdans. Toeristisch en een belevenis die we toch niet mogen missen?

Zo betreden wij nieuwsgierig een traditionele (kleine) grotwoning (een tablao; bar met show) en zitten we even later met onze voeten praktisch op de dansvloer. Dichterbij kan bijna niet! Dit belooft een intieme, intensieve ervaring te worden. We ontdekken dat een show uit ‘live gitaar, gepassioneerde zang (cante jondo) en expressieve dans’ bestaat.
 Een diepgewortelde traditie, gekenmerkt door krachtige emoties, snel voetenwerk en een directe verbinding tussen artiesten en publiek. Mijn buurvrouw is een Spaanse woonachtig op de Canarische eilanden, die praktisch geen woord Engels spreekt (mijn Spaans is ook niet geweldig), maar ze maakt mij met handen en voeten en veel expressie duidelijk dat ze hier is met vele vrouwelijke familieleden en dat deze show het echte werk is. De artiesten hebben er zin in en zwepen elkaar op tot grote(re) hoogten. Met de toegift gaat het publiek los. Dit lied kent iedere Spanjaard kennelijk. Wij kijken verbaasd om ons heen en joelen mee waar we kunnen invallen. Inderdaad een ervaring!

Expressieve dans (RK)
Snel voetenwerk (RK)

Op de terugweg stoppen we nog even bij ‘het mooiste plein van de stad’, het Plaza de San Nicolás in Albaicín. Vanaf hier heb je namelijk een geweldig uitzicht op het Alhambra en op, als je ze tenminste kunt zien, de besneeuwde toppen van de Sierra Nevada. Dit is het Mirador San Nicolás en hier maak je de foto die op vrijwel elke ansichtkaart van Granada staat. Dat is tenslotte niet voor niets, denk ik dan maar. Prachtig, ondanks de gestage drup die het uitzicht wat versluiert.

Alhambra vanaf het uitkijkpunt
Zelfs het plein is mooi betegeld (RK)

We wagen ons ook aan een tapas tour, de ‘ultieme manier om de stad te ervaren, aangezien je bij elk drankje een gratis tapa krijgt’. Dat hebben wij ook al diverse keren ervaren. Net als in de rest van Spanje zijn tapas ook hier enorm populair. Het grote voordeel van een studentenstad als Granada is de traditie dat je een gratis tapa krijgt bij elk drankje en vaak een andere tapa bij een tweede drankje. Tussen de verschillende bars is het ook vaak een wedstrijd om de klant met de beste tapas te winnen. Hoe bijzonder ook, wij willen graag meer informatie over de tapas en alles wat daarbij komt kijken. Het hoe, waar, wat en waarom als het ware.

Onze Amerikaanse gids Bruce weet hier wel raad mee. Hij woont alweer een aantal jaren met zijn Spaans partner in deze stad en vindt het heerlijk om andere buitenlanders mee op sleeptouw te nemen om verhalen en anekdotes te vertellen onder het genot van. Zo vertelt hij over één van de typische gerechten van Granada: de Sacromonte omelet. De échte omelet wordt gemaakt met gekookte kalfshersenen en testikels van een stier, allemaal gesneden, gebakken en uiteindelijk gemengd met opgeklopte eieren. Wijselijk heeft Bruce dit vandaag niet op het menu staan bij één van de vijf cafeetjes waar wij aanschuiven of is dit toch een gemiste kans? Ik weet niet eens precies meer wat we allemaal geproefd hebben, wel dat elk cafe ook nog een glas wijn voor ons erbij serveerde. Zelfs met halve glazen of soms eentje overslaan, werd de stemming onderling steeds gezelliger. Een leuke groep, vol ervaringen, interesses en de bijbehorende verhalen.

De beroemde Trevélez-ham, een van de sterproducten van Granada (foto internet)

Bruce vertelt ons tot besluit nog een leuk weetje over de naam van de stad. Granada stamt af van het Spaanse woord voor granaatappel. De granaatappel was een symbolische vrucht in de Islamitische cultuur en wordt geassocieerd met vruchtbaarheid, leven en overvloed. Volgens de legende koos de stichter van Granada, de Berberse koning Alhamar, deze naam voor de stad vanwege de overvloed aan granaatappelbomen in de omgeving. Over Moorse invloeden gesproken!

We hebben dan misschien andere dingen gedaan vanwege de regen, maar hebben wel het gevoel dat we Granada (een beetje) hebben leren kennen.

Córdoba – de braadpan van Andalusië (Spanje)

Een bijnaam als ‘de braadpan van Andalusië’ heb je natuurlijk niet voor niets. In Córdoba worden de warmste temperaturen van heel Europa gemeten. Vanaf juli is het vier maanden lang tropisch heet, waarbij 40 graden Celsius geregeld gehaald wordt met zelfs recordtemperaturen rond of net iets boven de 45 graden. Logisch dus dat dan het tempo van het leven over het algemeen laag ligt en een siësta halverwege de middag eigenlijk helemaal geen luxe is.

Wij hebben gekozen voor de milde winter en hopen te ontsnappen aan de ijzel omstandigheden in het noorden van ons eigen land. Helaas is het weer niet te voorspellen en hebben Spanje en Portugal nu te maken met noodweer door storm Leonardo. Op 5 februari zijn de hevige regenbuien nog niet voorbij en ook op de dagen daarna wordt weer zware regenval verwacht. De Volkskrant schrijft: ‘Vooral de zuidelijke regio Andalusië is flink getroffen door storm Leonardo. In totaal zijn zevenduizend mensen geëvacueerd. Het verkeer ligt goeddeels stil: meer dan 140 wegen zijn afgesloten en meerdere treinen rijden niet. Een deel van de scholen bleef dicht. De waterstand van de Andalusische rivier Guadalquivir is extreem hoog en in Córdoba vrezen autoriteiten dat de rivier zal overstromen.’ 

Zoals wij het zien (RK)

Wij komen in de stromende regen in Córdoba aan. Gelukkig heeft ons hotelletje midden in het oude gedeelte van de stad een garage naast de deur. Ingecheckt en wel besluiten we om direct de directe omgeving te gaan verkennen. Onze eerste aanschaf is, heel toepasselijk, een paraplu om vooral alle extra’s, zoals een camera, een beetje droog te houden.

De eerste aankoop is een noodzakelijke paraplu (IK)
Het is meteen duidelijk wat je hier kunt kopen 😉 (IK)

We logeren vlakbij de indrukwekkende Romeinse brug, de Puente Romano de Córdoba. Dit is een eeuwenoude stenen brug uit de 1e eeuw voor Christus en (mede) daardoor één van de beroemdste Romeinse bruggen van Spanje. Grappig weetje is dat deze brug te zien is in de serie Game of Thrones als de brug van Volantis, één van de belangrijkste steden op het vasteland van Essos. Zowel in de serie als hier ter plekke kun je vanaf de brug genieten van prachtige uitzichten op de Guadalquivir rivier (de naam ‘Guadalquivir’ komt uit het Arabisch; ‘Al-wadi al-kabir’ betekent ‘de grote rivier’) en op het historische centrum van Córdoba. Dit is niet zomaar een brug. Deze Romeinse brug is één van de weinige monumenten uit de Romeinse tijd die bijna helemaal intact is gebleven en al meer dan 2.000 jaar dienstdoet als oversteek. Dezelfde stenen waar wij nu overheen lopen, zijn ooit betreden door Romeinse keizers, Arabische kaliefen en christelijke koningen. Uit Córdoba kwamen b.v. twee Romeinse keizers, t.w. Trajanus en Hadrianus, de Romeinse dichter Lucanus en de beroemde Romeinse stoïcijnse filosoof Seneca. Het stoïcisme is een eeuwenoude Griekse filosofie die innerlijke rust, deugdzaamheid en rationeel denken centraal stelt. Dan had je ook nog de filosoof Averroës, die in de twaalfde eeuw de ideeën van Aristoteles in overeenstemming probeerde te brengen met de leer van de islam. Het is een gegeven dat de traditie van grote denkers hier eeuwenlang is blijven bestaan, waardoor Córdoba een echt intellectueel centrum van de oude wereld is geweest.

Vanaf de brug is de ‘wildheid’ van de rivier goed te zien (IK)

Wij lopen rustig over de brug, terwijl we regelmatig even stilstaan om over de leuning naar de onstuimige rivier te kijken. We zijn niet de enigen. Veel lokalen doen hetzelfde, zo’n wild stromende rivier en zulk hoog water zien ze hier ook niet elke dag. Aan de overkant zie je de Torre de la Calahorra, die vroeger als toegangspoort en verdediging diende. Ongeveer halverwege de brug zien we een standbeeld van San Rafael, gebouwd in 1651. San Rafael ((beschermheilige van o.a.reizigers, blinden, gelukkige ontmoetingen) wordt gezien als de beschermengel van Córdoba. Rondom het beeld staan kaarsen. Het verhaal gaat dat de kaarsen een teken van zegening zijn voor de reizigers die naar Córdoba komen of de stad juist weer verlaten. Het is niet meer dan logisch dat we op de terugweg over de brug naar de stad toe de stadspoort, Puerta del Puente, uit de 16e eeuw duidelijk kunnen zien. De poort wordt ook wel de Arc de Triomphe van Cordoba genoemd. Het is één van de drie nog overgebleven oude stadspoorten uit de stadsmuren van Córdoba. In 1912 heeft Alfonso XIII de omliggende stadsmuren verwijderd en sinds 1928 is de Puerta del Puente omgevormd tot een historische gedenkpoort.

In de verte de Torre mysterieus in het donker (RK)
San Rafael, de beschermengel van de stad (RK)
De stadspoort is indrukwekkend (IK)

Sinds 1931 is de stadspoort, samen met de brug en het verdedigingswerk aan de andere kant, uitgeroepen tot ‘Bien de Interés Cultural’ in de categorie monumenten. Het geheel maakt ook deel uit van het historische centrum van Córdoba, dat in 1984 tot Unesco werelderfgoed werd verklaard.

Inmiddels zijn we werkelijk doorweekt en is het de hoogste tijd voor ‘una copa de vino y una tapa’, want volgens ons boekje is dat een van de leukste dingen om te doen terwijl je van het lokale leven om je heen geniet. Tapas eet je eigenlijk als een snack en niet als een maaltijd. Toch kun je vaak op basis van tapas wel een menu samenstellen, een leuke manier om zoveel mogelijk verschillende gerechten te leren kennen. De bekendste tapa hier is wel Rabo de Toro, een stoofpot die vroeger werd gemaakt van de staart van de stier…..hoewel de staart vandaag de dag lang niet altijd deel uitmaakt van het gerecht. Wij gaan echter voor een ander, hier zeer bekend en geliefd, gerecht: Salmorejo Cordobés. Ik lees: ‘dit eenvoudige maar voortreffelijke gerecht vangt de essentie van Córdoba’s culinaire traditie. Het mengt de levendige smaken van rijpe tomaten, rijke extra vierge olijfolie, een vleugje knoflook en een snufje zout tot een perfect gladde, gekoelde lekkernij.’ De moeite van het proberen zeker waard!

Salmorejo in de hoofdrol (IK)

Dit gerecht ontstond ooit als een slimme manier om oud brood te gebruiken dat overbleef door dit te mengen met basisproducten uit de Andalusische voorraadkast: knoflook, azijn, olijfolie en zout. In de oorspronkelijke vorm was het een soort dikke pasta zonder tomaat. In feite werd de tomaat pas in de loop van de 18e eeuw toegevoegd. Achter die kom met brood en tomaat schuilt dus een recept met een eeuwenoude traditie dat van generatie op generatie is doorgegeven, zich heeft aangepast, opnieuw is uitgevonden en de wereld, buiten Andalusië, heeft veroverd. In Córdoba nemen ze salmorejo serieus. Zozeer zelfs dat er een gastronomische broederschap bestaat die exclusief aan dit recept is gewijd. Ze organiseren wedstrijden, proeverijen, samenwerkingen met kookscholen en zelfs een jaarlijkse viering van de ‘Dag van de Salmorejo’. Lopend door de stad kun je in de Joodse wijk (Judería de Córdoba) zelfs een klein straatje ontdekken: de Calleja del Salmorejo Cordobés, waar je een tegel met het originele recept van de salmorejo op de muur kunt vinden. We gaan de komende dagen nog vaker van dit gerecht genieten!

Weer enigszins droog gaan we verder op stap door het historische centrum, dat één van de grootste oude binnensteden van Europa blijkt te zijn. In het jaar 711 werd Córdoba bezet door de Moren en in 756 werd de stad de hoofdstad van Emiraat van Córdoba. Een emiraat is een gebied  dat onder het bestuur van een emir,een Arabische prins, vorst of leider, valt. Hiermee werd Córdoba eigenlijk meteen de machtigste stad van het Moorse rijk Al-Andalus dat vrijwel heel het Iberisch schiereiland besloeg en zelfs een stukje in het zuiden van het tegenwoordige Frankrijk. We lopen door smalle straatjes die kronkelen tussen witgekalkte huizen, kleine pleintjes en verborgen binnenplaatsen. In de Patio’s, de binnentuinen, kun je het hele jaar genieten van kleurrijke bloemen en een authentieke sfeer met de geur van jasmijn en oranjebloesem in de lucht. Tenminste zo wordt het beschreven. De regen met de daarbij behorende kou maken hier op dit moment helaas een wat troosteloos geheel van, waardoor de gebruikelijke charme gewoon niet tot haar recht komt. Onze fantasie heeft moeite om het gebrek aan kleur, geur en rust in te vullen.

Smalle straatjes (IK)
Wind en regen is een lastige combinatie (RK)

Wel een echte bezienswaardigheid is de Mezquita of de Grote Moskee, die stamt uit de periode toen Córdoba één van de belangrijkste en rijkste steden ter wereld was. Voor Córdoba begon de periode van grootste roem in de 8e eeuw. Er werden toen ongeveer 300 moskeeën en ontelbare paleizen en openbare gebouwen gebouwd om te wedijveren met de pracht en praal van Constantinopel, Damascus en Baghdad.

Wij gaan de Mezquita bezoeken met een gids om meer te horen over de details en de betekenis van al het moois wat we gaan zien. De Mezquita is gebouwd op de fundamenten van een Romeinse tempel, waar bovenop later een kerk is gebouwd. Toen Córdoba door de Moren werd veroverd, ‘moest’ de bevolking de kerk aan hen verkopen, waarna het oorspronkelijke kerkgebouw werd gesloopt en werd begonnen met de bouw van een moskee. Als basis werden marmeren zuilen van nabijgelegen Romeinse villa’s gebruikt. Omdat deze te laag waren, werd hier een tweede boog bovenop aangebracht, waardoor de moskee zijn kenmerkende bouw kreeg. Destijds was de Mezquita de grootste moskee van Europa met 1200 zuilen en kon het plaats bieden aan 20.000 moskeegangers. Onze gids Rafa (van Rafael) vertelt vol passie over alle pracht en praal en bijzonderheden van deze moskee-kathedraal. Het ‘woud van bijna duizend zuilen’, die samen een spel van perspectieven creëren, wijst volgens het islamitische geloof naar het oneindige, waar Allah woont. Fascinerend. Vreemd daarentegen is dat de Mihrab, de nis die de gebedsrichting aangeeft, niet naar Mekka wijst, maar naar het zuiden. Over het waarom bestaan verschillende theorieën…….

Een ‘(palmen)bos van zuilen’ (RK)
Een spel van perspectief, een verwijzing naar het oneindige (IK)
De bovenkant van de Mihrab (IK)
De gebedsruimte in het grote geheel (foto internet)
De kapellen in het midden van de ruimte vallen op (IK)

De huidige klokkentoren was oorspronkelijk een minaret. Volgens Rafa bestaat de minaret nog steeds, de klokkentoren is er gewoon omheen gebouwd. Het binnenplein, de Patio de los Naranjos, is nu gewoon een rustig binnenplein omringd door sinaasappelbomen. Deze sinaasappels zijn, volgens onze gids, te bitter om zo te eten, ze worden vooral gebruikt om marmelade te maken. In de tijd van de kaliefen was dit echter een heel belangrijke plek. Het vormde het centrum van de islamitische gemeenschap, waar naast het gebed o.a. Arabisch onderwezen en rechtgesproken werd. Onder de sinaasappelbomen loopt een oud watersysteem dat is verbonden met oude putten die vroeger water leverden voor de rituele wasbeurten voor het gebed. Ingenieus.

Overal in de stad vind je trouwens sinaasappelbomen (IK)

Hoewel iedereen het over de ‘Mezquita’ heeft, werd het gebouw in 1239 officieel een kathedraal. De kathedraal is gebouwd in het hart van de Mezquita, waarbij 400 zuilen werden verwijderd. Hierna vonden (natuurlijk) nog de nodige uitbreidingen en verfraaiingen van de kathedraal plaats onder het bewind van Koning Ferdinand III van Castilië en keizer Karel V, al beweerde de laatste wel: ‘Jullie hebben vernietigd wat uniek was in de wereld en iets ervoor in de plaats gezet wat je overal kunt vinden!’ Dat is toch niet het geval ……. de moskee kathedraal zoals wij die vandaag zien, is een uniek gebouw (23.000 m2) met een mooie mengelmoes van zowel Moorse als katholieke invloeden in de Joodse wijk. 

De oude minaret zit in de klokkentoren (IK)

Córdoba stond vroeger sowieso bekend als stad waar verschillende religies naast elkaar leefde in de Joodse wijk. Nadat Córdoba in 711 was ingenomen door de moslims, gebruikten deze de joodse wijk als administratief centrum van de stad, waarop de joodse bevolking meer naar het noorden van de stad trok. In 1272 gaf Alfonso X de Wijze toestemming dat joden ook in andere wijken van de stad mochten wonen. Hierdoor ontstond een Joodse wijk dichtbij de moskee zoals die tot op de dag van vandaag nog bekend is. De joden en de moren leefde eeuwenlang vredig naast elkaar. De joden namen het Arabische geschrift over en andere typische Moorse gebruiken wat ervoor zorgde dat de joden in de tijd van de Moorse overheersing een goed leven hadden en hoge functies vervulden. Door een ommuurde afscheiding werden de joden beschermd tegen de christelijke agressie die er in die tijd heerste. Dat dan weer wel. 

In ere hersteld (IK)

De Synagoge van Córdoba (Sinagoga de Córdoba) in de wijk stamt uit 1315 en is één van de weinige overgebleven middeleeuwse synagogen van Spanje. De synagoge, gebouwd in mudéjarstijl (mengeling van moslim- en christelijke kunstvormen), bestaat o.a. uit een binnenplaats (toegankelijk vanaf de straat), een hal en een gebedsruimte. Aan de oostelijke kant van de hal is een trap die leidt naar de galerij van de vrouwen die uitkijkt op de gebedsruimte. Later is de synagoge omgevormd tot o.a. ziekenhuis en kapel voor het schoenmakersgilde. In de 19e eeuw werd het als nationaal monument weer gerestaureerd als de oorspronkelijke synagoge.

In de synagoge mooi versierde muren (IK)

Als laatste wil ik het Plaza de la Corredera nog benoemen, ook bekend als het Romeinse centrum.  Een typische ‘plaza’: mooi groot en rechthoekig en het enige in zijn soort in Andalusië! Net als veel van deze pleinen zijn ook hier ooit stierengevechten, verbrandingen en diverse festiviteiten gehouden.

De plaza ligt er vandaag verlaten bij (IK)

Door de regen geen terrasjes vandaag, maar we lopen wel snel even binnen in de overdekte markt om ons te verlekkeren aan de verschillende verse olijven! Ondanks alle regen was Córdoba een fantastische ervaring!

Groene oasen (Jacobspad)

Jacobspad: Stadspark-Piccardthof-Onlanden

De omschrijving van een oase is in dit geval ‘een rustige plaats met veel groen’. Deze bijzonder plekken vormen vandaag de rode (groene) draad van ons wandeling. Voor de pelgrims onder ons geeft zo’n groene oase een heel andere manier van rust dan het bidden in een kerk, getuige een pelgrimsverslag. ‘De stad achter me gelaten, een verademing op zich! Het lijkt wel of de groene oase me roept. Eén met de natuur en één met mezelf. Langzaam maar zeker vertraag ik naar mijn natuurlijke ritme. Langzaam maar zeker dwaal ik af, weg van de hectiek en dagelijkse gewoontes’ (Jacco Evers). Mooi toch?

Misschien met zo’n beeld voor ogen? (RK)
Of dromeriger zoals hier? (RK)

De eerste ‘oase’ voor ons is meteen het grootste groengebied van de stad; het Stadspark. De eerste plannen voor een groot stuk groen stammen uit het begin van de 20ste eeuw op initiatief van industrieel Jan Evert Scholten. Het doel was een park te creëren dat zich zou kunnen meten met de grote, destijds bekende parken van Wenen, Berlijn, Amsterdam en Den Haag. Op dit gebied boden de al bestaande parken in de stad, het Sterrebos en het Noorderplantsoen, naar zijn idee onvoldoende mogelijkheden.

Een visie (RK)

Jan Evert Scholten (1849-1918) woonde in Groningen. Hij erfde een fortuin na zijn vader’s dood in 1892 en werd daarmee één van de meest vermogende mannen in Nederland. Hij zat zelf echter ook niet stil. Hij zette het vaderlijk bedrijf, het Scholten-concern, voort en breidde zijn industriële en zakelijke activiteiten verder uit. Hij liet in 1873 ‘buitenhuis’ Villa Gelria bouwen aan de Verlengde Hereweg. Hij bezat al, vanaf 1881, een woonhuis aan de Grote Markt; het Scholtenhuis. Dit statige pand aan de Grote Markt werd aan het einde van de 19e eeuw in opdracht van zijn vader Willem Albert Scholten gebouwd. In WOII werd het echter het hoofdkwartier van de regionale afdeling van de Sichterheitsdienst (SD). Het pand werd toen berucht om de vele martelingen die er plaatsvonden en werd daarom wel ‘het voorportaal van de hel’ genoemd. Scholten gaf ook een belangrijke aanzet voor de toeristische ontwikkeling van het Paterswoldsemeer. Zo bouwde hij in 1908 buitenhuis de Paalkoepel, richtte hij in 1912 van de Watersport Paterswolde op, liet hij in 1916 de Meerweg asfalteren en bouwde hij in 1917 de Buitensocieteit, het clubhuis van de zeilclub.

De erfenis van Scholten met de klok mee: de Paalkoepel, het grafmonument van de familie Scholten, het Stadspark (met een optreden van Sting) en Villa Gelria (DvhN 2023)

Tussendoor schonk hij de Stadjers, in 1913, een grote lap grond van 140 hectare met als doel: een openbaar park waar iedereen terecht kon voor sport, plezier en ontspanning. De ontwikkeling van het park heeft daarna toch nog heel wat voeten in de aarde gehad. Landschapsarchitect Leonard Springer (Springervijver in het park) werd ingevlogen om het geheel vorm te geven. Samen bedachten ze een plan om het braakliggende terrein om te toveren tot bijzonder natuurpark, geheel in Engelse landschapstijl. 

De toegang tot……. (IK)
De toegangstunnel is verrassend (RK)
Beide kanten van de toegangstunnel zijn bijzonder (IK)
Verderop veel graffiti (IK)
Oefening baart kunst, maar het wil nog niet zo lukken 🥴 (RK)

Aan de westkant kwam een gedeelte met een grote vijver en een paviljoen, wat ook dienst kon doen als tentoonstellingsruimte en/of een ruimte voor openbare bijeenkomsten. In het midden kwam een renbaan met een grasveld en aan de oostzijde een gedeelte met sportvelden en een ijsbaan. Uiteindelijk zijn alle ideeën gerealiseerd en kon de officiële opening in 1926 plaatsvinden.

Een moeder met kind in het gras bij het splinternieuwe Stadsparkpaviljoen, ca 1926 (Groninger Archieven)

Als eerbetoon is er in 1931 een monument voor Scholten geplaatst aan de Concourslaan, een prominente plek in het park. Boven op een kalkstenen muur staat een bronzen buste van Jan Evert Scholten die met een trotse het Stadspark inkijkt. Uit de muur waarop de sculptuur staat, zijn twee kinderfiguren in sportkleding gehouwen: een meisje met knotsen en een jongen met een discus. De bronzen plaquettes ernaast tonen een paard met een veulen en een paard met kar en wagen. Deze verwijzen naar de paardenfokkerij en de drafsport, twee liefhebberijen van Scholten. Op de hoeken van het monument zijn de wapens van Stad en Ommelanden aangegeven.

Het Scholten monument (RK)
Om de details wat beter te zien 😉 (IK)

Grappig genoeg lijkt de vlag van de Ommelanden veel op de Friese vlag. Dat blijkt ook wel te kloppen! Als gevolg van een gemeenschappelijk verleden lijken de vlaggen inderdaad op elkaar. Even nalezen leert dat de vlag van de Ommelanden gebaseerd is op het Ommelander wapen uit het laatste kwart van de 16e eeuw. De Ommelanders waren in die tijd in oorlog tegen de Spaanse koning Filips II (80-jarige oorlog). Mogelijk hebben ze daarom willen verwijzen naar de legendarische ‘Friese Vrijheid’, want de Friezen bestuurden zichzelf gedurende een groot deel van de Middeleeuwen en horigheid (dienstbaarheid aan een heer) kwam er niet voor. Het is wel goed om je daarbij te realiseren dat Friesland toen groter was dan de huidige provincie nu. Het hele Noord-Nederlandse en Noord-Duitse kustgebied werd aangeduid als Frisia, de Groninger Ommelanden dus ook. In wapenboeken verschenen vanaf de 15e eeuw afbeeldingen van wapenschilden van legendarische Friese koningen, zoals Redbad (Radboud) die waarschijnlijk leefde van 680 – 719. Hij stond in de vroege middeleeuwen bekend om zijn bijdrage aan het in leven houden van ‘de vurige Friese cultuur’.

De oudste afbeelding van het Ommelanden wapen ca 1590 (internet)

De Ommelander heren kozen voor een variant met drie blauwe schuine balken en elf rode harten, ook wel ‘waterroosplomben’ genoemd. De drie balken staan voor de drie Ommelanden Hunsingo, Fivelingo en Westerkwartier, de elf harten symboliseren de elf deelgebieden van de Ommelanden. De Friezen, dat wil zeggen de bewoners van de huidige provincie Friesland, hadden ondertussen voor een geheel ander wapen gekozen: twee gouden leeuwen op een blauw veld. Pas in 1830 werd het oude wapen van Redbad herontdekt en aan het eind van de 19e eeuw wapperde voor het eerst de hierop gebaseerde Friese vlag met de 7 rode ‘pompeblêden’ (een verwijzing naar de 7 historische gebieden waar de Friezen leefden). De Friese vlag is inmiddels veel bekender  geworden dan de Ommelander vlag, want tegen het veelvuldig gebruik in reclames kan een meer dan driehonderd jaar oudere geschiedenis niet op.

De provinciewapens van Friesland, Groningen en Drenthe op het voormalig onderkomen van het Nieuwsblad van het Noorden aan het Gedempte Zuiderdiep in Groningen (internet)

Leuk om zo lopend en genietend weer meer te leren over een stukje Groninger geschiedenis. Genieten is het zeker, want het is alweer lang geleden dat we zo in het Stadspark zijn geweest. 

Bijna vanaf het terras van het paviljoen (RK)
Wat is het aanzicht van het paviljoen veranderd…… (IK)

Aan de andere kant van de A7 ligt het Piccardthof, een volgende groene oase. Omstreeks 1938 werd in Groningen de Bond van Volkstuinders opgericht, die het gemeentebestuur vroegen een volkstuincomplex mogelijk te maken. In 1942 resulteerde dit in de oprichting van het complex door enkele stad-Groninger notabelen, waaronder Jan Hendrik Herman Piccardt, naar wie het volkstuincomplex is vernoemd. Piccardt vond het belangrijk dat mensen uit de stad een plek hadden waar ze hun eigen groente konden verbouwen en tussen het groen konden verblijven. De vereniging is ooit begonnen als moestuinen complex en later zijn daar de siertuinen bijgekomen. De nadruk ligt op tuinieren met respect voor de natuur. Zo bevinden zich op het terrein o.a. ook een vlindertuin, een bloementuin, een bloemenweide, een paddenpoel en een bijenstal. In 2009 ontving de Piccardthof de hoogste onderscheiding voor natuurlijk tuinieren. Het ruim 18 hectare grote gebied met meer dan 300 tuinen wordt beheerd door een Amateur Tuinders Vereniging.

Hier wonen veel ‘liefhebbers’ (IK)

Wij lopen er even binnen om een indruk te krijgen. Het is hier heerlijk rustig met overal bloeiende bloemen en veel groen. Haast jammer dat ons pad niet dwars door dit gebied gaat, maar er net langs. Alhoewel ook ‘onze’ weg is zeker de moeite waard met  hoge bomen aan beide kanten en een zandpad in het midden. We lopen eigenlijk, midden in de natuur en tegelijkertijd vlak langs Eelderwolde.

Het wordt al een beetje herfstig (IK)
Terwijl wij het zandpad oplopen, slaan zij af (RK)

Over de brug buigen we af naar de Madijk, de begrenzing van de Onlanden. De term onland wordt gebruikt voor woeste grond die vrijwel onbruikbaar is of was voor agrarisch gebruik. Het gebied wat we nu betreden, was oorspronkelijk een laaggelegen binnendelta tussen het Drentse zand en de Groningse zeeklei, waar vanaf het Drentse zandplateau de Drentse Aa en het Eelder- en Peizerdiep het gebied in stroomden. Nadat er in 1998 veel wateroverlast was en een aantal stadswijken van de stad Groningen dreigden te overstromen, is er besloten om het gebied om te vormen tot een waterberging. Hierdoor ontstond een natuurgebied van zo’n 2500 hectare. Het project kreeg de mooie en veelzeggende naam: ‘natte natuur voor droge voeten’. We komen hier al jaren en zien het ook elk jaar mooier, wilder, ruiger (welke term je ook wilt gebruiken) worden met een grote en toenemende diversiteit.

Een blik vanaf de Madijk (RK)

We sluiten onze wandeling van vandaag af bij de Onlanderij; de poort tot de Onlanden. De volgende keer lopen we verder door deze oase. Misschien ook met een gedachte zoals die van Jacco Evers: ‘de tocht geeft me alles wat ik nodig heb, vooral de stilte laat me dieper en dieper ademen.’

Van Lillo komen ……

Creatieve fotografie

We hoorden al van vrienden dat er in (Zeeuws) Vlaanderen een gezegde bestaat ‘van Lillo komen’ of ‘doe maar net of je van Lillo komt’ wat zoiets betekent als ‘doe maar net of je gek bent’ of ‘houd je van de domme’. Als je in die contreien iets doms doet, wordt er wel gezegd: ‘Je komt toch niet van Lillo?!?’ Dan is het altijd grappig om te horen waar zo’n uitdrukking nu precies vandaan komt, maar dat is echter nog helemaal niet zo makkelijk te achterhalen ;).

Er zijn verschillende verklaringen mogelijk. Eén daarvan zegt dat Fort Lillo een tijdlang het onderkomen zou zijn geweest van misdadigers die de keus hadden gekregen om of dienst te doen in het Fort Lillo of hun leven te beëindigen aan de galg. Het strenge regime in het fort bestrafte vloeken met het doorboren van de tong d.m.v. een gloeiende pin (er zouden documenten in Middelburg zijn die bevestigen dat hiertoe regelmatig beulen uit Middelburg naar Lillo gingen). Zo ben je natuurlijk serieus gebrandmerkt voor het leven en kun je niet goed meer praten. Om niet als (ex-)misdadiger herkend te worden kon je je maar beter van de domme houden als je wat gevraagd werd. Volgens een andere verklaring vindt dit gezegde zijn oorsprong in het (ontkennende) gedrag van de inwoners van Fort Lillo na een aan hen toegeschreven strooptocht op Walcheren (?). Ook goed denkbaar is, aldus het alwetende web, dat de bewoners van Lillo vroeger als dom werden beschouwd, omdat ze vanwege de geïsoleerde ligging van het fort slecht op de hoogte waren van allerlei maatschappelijke ontwikkelingen. Aan ons de keus welke verklaring we het meest logisch vinden?

Fort Lillo – Atlas van Loon 1649 (internet)

Fort Lillo (rechterkant Scheldeoever) is ontstaan tijdens de Opstand tegen Spanje oftewel tijdens de Tachtigjarige Oorlog (1568-1648). Het is in 1579 gebouwd, waarschijnlijk in opdracht van Willem van Oranje. Tegelijkertijd werd ook Liefkenshoek (ertegenover) gerealiseerd. Deze twee forten waren van groot belang voor de militaire controle over de scheepvaart: samen konden ze de Schelde afsluiten. Als gevolg werden ze vaak belegerd en dat eindigde niet altijd goed: de forten zijn in Spaanse, Nederlandse, Franse, Oostenrijkse en Belgische handen geweest. Door de havenuitbreiding in de jaren 1960 zijn het polderlandschap en het eigenlijke dorp verdwenen. Wat rest is een kleine woonkern, geheel omgeven door de Antwerpse havenwerken. Bijzonder!

Wat we zien vanaf de waterbus ….. de techniek gaat niet altijd goed 😉 (IK)
Hier zie je de drukte beter (RK)

We steken voor € 1,00 p.p. over met de waterbus van Liefkenshoek naar Lillo en worden daar ‘losgelaten’ in de kleine straatjes om verder te oefenen met onze creatieve technieken.

Veel klinkerstraatjes in Lillo (IK)
Je ankerpunt vasthouden valt niet mee (IK)

Uiteraard heeft Lillo een kerk met daarnaast ’t Pleintje waarop diverse terrassen zijn voor later. De Sint-Benedictuskerk kent een hele geschiedenis. Het was oorspronkelijk een protestantse garnizoenskerk, werd na 1785 een katholieke kerk die aan Sint-Jozef was gewijd en diende van 1830-1839 als opslagplaats voor levensmiddelen. Daarna werd de kerk in ere hersteld en opnieuw als kerk in gebruik genomen. In 1831 werd ze door overstromingen zo geteisterd dat ze onbruikbaar was, door toedoen van de Hollanders die nog op Lillo-Fort verbleven en de polders onder water hielden. Het duurde  tot 1847 voordat ze met het bouwen van de nieuwe kerk begonnen die pas in 1851 voltooid werd. Helaas werd de kerk in 1882 getroffen door brand, waardoor er een jaar later weer een nieuwe kerk gebouwd werd. Tenslotte werd deze kerk in 1965 een parochiekerk, omdat de kerk te Lillo-Kruisweg (evenals de dorpen Oud-Lillo en Lillo-Kruisweg zelf) opgeofferd werden voor de havenuitbreiding. De ‘fortkerk’ werd vervolgens aan St. Benedictus gewijd. Benedictus is beschermheilige van Europa. Zijn kloosterregel, waarin arbeid, matigheid en stabiliteit hoog in het vaandel staan, heeft velen binnen en buiten de Katholieke Kerk geïnspireerd. In mei 1965 is begonnen met de ontmanteling van de kerk. Dit sluit een periode af die onomkeerbaar is; menig oud Lillonaar was in deze kerk gedoopt, had er de eerste communie gedaan, was er getrouwd en was er uiteindelijk ook begraven. Dat is nu voorbij. Vanaf 2019 is de kerk te Lillo Fort zelfs ontheiligd en vinden er dus geen diensten meer plaats. Toch is de kerk vandaag gesloten en kunnen we dus geen kijkje nemen of we nog iets kunnen zien van deze bewogen geschiedenis. Het schijnt dat we moeten wachten op de Open Monumentendag in het weekend van 13/14 september dit jaar. Dan krijgen bewoners en bezoekers informatie over de werken die uitgevoerd worden in functie van het ‘masterplan Lillo’ en kunnen ze in virtual reality naar het toekomstige Lillo en het 17de-eeuwse Lillo kijken.

Dubbele belichting licht van kerk en plein (IK)
Hetzelfde idee, maar dan donker (IK)

Vlak achter het dorpje ligt een stukje natuur met een mooie bomenlaan en waterpartijen aan beide kanten. Het is hier heel rustig, dus we hebben voldoende oefentijd.

De schaduwrijke bomenlaan; meervoudige belichting (IK)
Een kleurenexplosie van bomen, grond, zon en licht; ICM (IK)

We nemen vervolgens lekker de tijd voor een koffietje op één van de terrassen en lopen dan langzaam via het getijdenhaventje terug naar de waterbus.

Een verwaarloosd huisje/schuurtje onderweg; dubbele belichting + ICM (RK)
Het getijdenhaventje (IK)

Helaas moeten we, om onduidelijke redenen, anderhalf uur wachten tot we de oversteek kunnen maken en dan hebben we nog geluk, want alleen de mensen naar Liefkenshoek mogen over 🥴

Enorme containerschepen worden om hun as getrokken in de vaargeul (RK)
Nog even iets proberen terwijl we wachten…..; dubbele belichting (IK)

Fort Liefkenshoek werd, zoals al eerder gezegd, ongeveer tegelijkertijd gebouwd met fort Lillo aan de overkant. Een bezoek geeft inzicht in de lotgevallen van een fort dat ergens aan het einde van de zestiende eeuw letterlijk uit de zware polderklei is opgetrokken om de opstandige stad Antwerpen te beschermen tegen de Spanjaarden onder leiding van Alexander Farnese, de hertog van Parma, wat trouwens grandioos mislukte. Daarna bleef het twee eeuwen lang Noord-Nederlands bezit als een enclave op Zuid-Nederlands grondgebied. Liefkenshoek heerste toen over het achterliggende polderland en in samenwerking met fort Lillo kon de rivier afgesloten worden om de haven van Antwerpen te beschermen tegen de oprukkende Spaanse troepen. Ook de Nederlanders, Fransen en Oostenrijkers belegerden door de jaren heen beide forten, die deel uitmaken van het verdedigingsnetwerk de Staats-Spaanse Linies. Daarna deed fort Liefkenshoek nog dienst als militair ziekenhuis, depot van de marine en vakantieoord van het leger. Het schijnt zelfs dat Napoleon (1769-1821) het fort heeft ingezet in zijn verdedigingswerken tegen de Engelsen. Later werden hier, tot honderd jaar geleden ongeveer, zieke emigranten verpleegd en besmette landverhuizers in afzondering gehouden. Het fort is sinds 1985 een beschermd monument. Een klein fort met een groot verleden!

Uitzicht op de dijk bij Fort Liefkenshoek (RK)

We picknick lunchen op de grote binnenplaats en lopen vervolgens wel even rond om een indruk te krijgen, maar de vaart is er een beetje uit. Het is warm, we zijn een beetje ‘foto-moe’ en het terras van de brasserie lokt. Kortom, we sluiten de dag en onze workshop af in de schaduw op het terras en spreken af om elkaar over 6-8 weken, via een zoom meeting, een kleine portfolio te laten zien van gemaakte foto’s waarin de drie nieuwe technieken zijn gebruikt. Stug door oefenen is het advies! Het draait hierbij niet alleen om het vastleggen van iets, maar ook om het overbrengen van emoties en expressies die gevoelens en reacties moeten oproepen bij zowel de kijker als de fotograaf zelf. Geen sinecure!


DOEL+PAAL

Creatieve fotografie

‘Geen plek in België die mysterieuzer aanvoelt en hierdoor veel ´urban explorers´ (verkenners van stedelijke gebouwen en locaties die verborgen, verlaten en ontoegankelijk zijn voor het grote publiek) en andere nieuwsgierigen aantrekt dan Doel. De ‘spookstad’, vlakbij de haven van Antwerpen, transformeerde de afgelopen decennia van levendig dorp naar verlaten plek. Niet alleen een bijzonder fascinerend verhaal, maar vooral enorm indrukwekkend om te zien!’ Met deze introductie vertrekken wij met een kleine groep fotografen naar dit dorp om onze nieuw geleerde fototechnieken, t.w. dubbele belichting, ICM (intentional camera movement) en pinhole, in de praktijk te brengen.  

Eerste oefening met pinhole (IK)
Vanuit ons logeeradres zijn de koeltorens goed te zien; dubbele belichting (IK)

Doel is (uiteraard) niet altijd een spookstad geweest. Ooit was het een dorp zoals zovele andere dorpjes in Oost-Vlaanderen. De ligging van Doel is niet ideaal te noemen met aan de ene kant de Schelde met uitzicht op Zeeuws Vlaanderen terwijl het aan de andere kant wordt ingeklemd door de haven van Antwerpen. Daarnaast ligt op één kilometer ten noorden van het dorp een kerncentrale bestaande uit 4 centrales en twee koeltorens. Toch telde het dorp in de zestiger jaren van de vorige eeuw bijna 1.500 inwoners. Dat was echter voordat de haven van Antwerpen meer ruimte nodig had voor verdere groei en daarvoor de linkeroever van de Schelde op het oog had, inclusief Doel. De overheid kondigde een bouwstop af waarna de eerste bewoners het dorp verlieten. Door de crisis in de jaren ’70 verdween ‘de honger’ van de haven maar niet de onzekerheid voor de bewoners. Halverwege de negentiger jaren kwam de genadeslag met de aankondiging dat er een containerdok naast het dorp gebouwd zou worden. Het bestemmingsplan van het gebied werd gewijzigd van wonen naar industrie. Een storm van protest zorgde ervoor dat deze wijziging werd teruggedraaid, maar inmiddels was het Deurganckdok al een feit. In 2018 wordt nogmaals een plan gelanceerd om Doel van de kaart te vegen, maar ook dat werd gauw weer ingetrokken. Tegenwoordig wonen er nog maar een tiental inwoners die gebleven zijn uit protest. Met succes, want het lijkt erop dat Doel toch mag blijven bestaan. In maart 2022 besliste de Vlaamse regering dat Doel zou worden behouden en weer een leefbaar dorp moest worden. Er is nog een lange weg te gaan! 

Een verlaten dorp met een kerncentrale; dubbele belichting (IK)

Wanneer we het dorp binnenrijden valt ons het verlaten tankstation op. Bij het leeglopen van het dorp kwam ook het tankstation droog te staan. Zo’n beeld spreekt meteen tot de verbeelding. Hier is iets gebeurd!

Ooit waarschijnlijk druk bezocht (IK)

Vanaf het moment dat de inwoners Doel hebben verlaten, is het dorp zo ongeveer overgenomen door artiesten die met hun spuitbussen kunstwerken hebben gemaakt op de leegstaande gebouwen. Om de krakers en andere indringers te weren, zijn recentelijk de ramen en deuren van de verlaten huizen volledig afgesloten met metalen platen. Spijtig genoeg schijnt hierdoor ook veel van de mooie graffiti verloren te zijn gegaan. Toch is er nog meer dan voldoende over voor ons om te bewonderen. Daar waar de boel niet is dicht getimmerd wonen nog mensen. Het lijkt me een haast surrealistische ervaring om in zo’n verlaten dorp te wonen. Een beetje unheimisch door het verval en tegelijkertijd met een enorme intrigerende bonte uitstraling waardoor het dorp een toeristische attractie is geworden. Wij zijn in ieder geval niet de enigen die hier vandaag ronddwalen…….

Het proces van dubbele belichting met foto 1 (IK)
Samen met foto 2 om iets te creëren …… (IK)
Het eindresultaat (IK)

Verdwalen kan haast niet. Het stratenplan van het dorp heeft het schaakbordpatroon met starten die elkaar loodrecht kruisen, zoals we dat kennen van grote Amerikaanse steden als New York of San Francisco. De oorsprong ervan stamt uit de 17de eeuw toen er planmatige inpoldering en herinrichting van het dorp kwam, noodgedwongen door de intensieve turfwinning. De turfafgraving maakte het dorp kwetsbaar voor overstromingen, waardoor de dorpskern werd verplaatst naar de huidige locatie.

Eén van de straten in Doel; dubbele belichting (RK)
Kleurrijke straatjes; dubbele belichting (IK)
Soms ‘spat’ het eraf; ICM (IK)
Een ‘gewoon’ sfeerbeeld (IK)
Er valt echt veel te zien in dit kleine dorp (IK)

Als je in Doel rondloopt, kun je niet om de kerncentrale heen. Zo verlaten als het dorp is, zo druk is het in de centrale met haar koeltorens die overal bovenuit torenen. Hier werken zo’n 2000 mensen en de productie zorgt voor ongeveer de helft van het elektriciteitsverbruik in België. Ik lees: ‘alles klopt en niks klopt. Het is bijna een ode aan het absurdisme. Al helemaal wanneer de lieflijke Scheldemolen ruw afsteekt tegen de wolken blazende koeltorens erachter. Dat beeld vat het allemaal samen. De oprukkende vooruitgang die als een pletwals boven het ideaalbeeld van het dorp hangt. Het is een parabel van onze tijd. Of we dat nu willen of niet.’  

Tegenstellingen; pinhole (RK)

Na een rustpauze om alle indrukken te verwerken en een fotobespreking waarin we tips & tricks krijgen om onze foto’s te verbeteren, gaan we met elkaar op stap naar Paal, net over de grens in Nederland. Paal is een buurtschap aan de rand van het natuurgebied het Verdronken Land van Saeftinghe. We klimmen op de dijk en zien een kleine jachthaven die nu, met laagtij, is droog gevallen (een zogenaamde getijhaven) met daarachter de brede Westerschelde.

De getijdenhaven in Paal (IK)
Vanaf hetzelfde punt met ICM (IK)

Deze vaarweg staat in open verbinding met de Noordzee en de Schelde en is daardoor een belangrijke verbinding tussen Antwerpen en Vlissingen. Het is één van de drukst bevaren wateren ter wereld. Op de dijk zien we grote containerschepen die de Antwerpse haven in- en uitvaren. Wanneer de schepen even niet zichtbaar zijn, doet deze omgeving ons sterk denken aan het Wad met haar geulen en droog gevallen zandbanken waarop vogels hun kostje bij elkaar scharrelen.

Het lijkt wel ’t Wad; pinhole (RK)

De Westerschelde is een uniek gebied binnen de delta van Zuidwest Nederland; het is het enige gebied waar de rivier en de zee elkaar onbelemmerd ontmoeten. Samen met de Zeeschelde (tot Gent) is ze daardoor nog steeds een estuarium (brede monding van een rivier). Estuaria zijn van grote waarde voor de natuur. Het getij levert de energie voor sedimentatie- en erosieprocessen. Getij, wind en golfslag zorgen in een gecompliceerd samenspel voor een continu veranderend patroon van geulen, platen, ondiep watergebieden, slikken en schorren. Deze patronen bepalen op hun beurt in hoge mate de aard en het karakter van de leefgebieden van tientallen soorten planten en dieren.

Haast schilderachtig; ICM (RK)

We kijken dus naar een bijzonder stukje natuur. Het licht is mooi en de ondergaande zon streelt met oranje en goud over de natte zand platen. We doen ons best waarbij vooral de dubbele belichting en de bewuste camera beweging (BCB) flink geoefend worden.

Mooi met oranje/gouden tinten; dubbele belichting (IK)

Ik merk bij mezelf dat deze twee creatieve technieken mijn voorkeur hebben boven de pinhole. Het zal ongetwijfeld alles te maken hebben met een gebrek aan ervaring. Toch is voor mij de pinhole vaak te vaag, is er geen ankerpunt of een dusdanige herkenning dat mijn geest meegaat in het gemaakte beeld. Ook de (mijn) ICM foto’s, waarbij je echt moet letten op de lange sluitertijd om het goed te laten werken ;), zijn meestal niet scherp, maar daarbij zie je wel wat het moet voorstellen. De dubbele belichting kun je gebruiken terwijl je tweemaal hetzelfde fotografeert. Het enige verschil is dat je bij de tweede foto een iets andere compositie kiest. Beweeg de camera dus iets naar links of rechts en maak de foto. Op die manier krijg je weliswaar tweemaal hetzelfde onderwerp in de foto te zien, maar is het tegelijkertijd dubbel te zien door de gewijzigde compositie. Hierdoor krijg je vaak wat dromerige beelden of juist hele creatieve beelden door twee hele verschillende onderwerpen te combineren. Een uitdanginkje! Eén dag oefenen legt zeker een basis, maar voor een goed resultaat is er nog heel wat meer geduld nodig. Morgen verder.  

Een laatste foto met dubbele belichting (RK)