Civita di Bagnoregio (Italië)

Er wordt wel gezegd dat Italië barst van de stadjes en plekken die zo uit sprookjes lijken te komen. Volgens dezelfde website zijn ze ‘zo betoverend mooi dat je bijna niet gelooft dat ze echt bestaan’. Waar of niet waar …… voor het stadje Civita di Bagnoregio is deze beschrijving, wat ons betreft, zeker van toepassing! Het wordt één van de ‘borghi più belli d’Italia’, één van de mooiste dorpjes van Italië, genoemd. Het plaatsje ligt, op de grens van Umbrië en Lazio, op een plateau van tufsteen waardoor het hoog boven de vlakte uitsteekt. Tufsteen (of tuf) bestaat grotendeels uit vulkanische as, is een relatief zachte steensoort die gemakkelijk te bewerken is en werd in de middeleeuwen vaak gebruikt als bouwmateriaal. Een andere, minder positieve, bijnaam van de stad is dientengevolge ‘la città che muore’, de stervende stad. Dit vanwege deze zachte en poreuze ondergrond die constant verder afbrokkelt, waardoor het dorpje tegenwoordig letterlijk op een verheven eiland lijkt te zweven. Het stadje staat dan ook op de World Monuments Fund Watch List van de 100 meest bedreigde monumenten ter wereld. Hoe snel dit verdere verval zal gaan? Wie zal het zeggen………… 

Regio’s in Italië (internet)

Wij parkeren onze auto in Bagnoregio (de lage, nieuwe stad) en lopen verwachtingsvol naar het uitkijkpunt waar we een schitterend uitzicht hebben over ruige pieken, glooiende valleien en een lange stenen voetgangersbrug die de enige toegang tot het oude stadje (Civita di Bagnoregio) op de heuveltop blijkt te zijn. We haasten ons langzaam, dat moet ook wel want de klim naar boven over deze ‘levenslijn’ met de bewoonde wereld is ruim 300 meter lang. Een prachtige wandeling!

Verso un bellissimo punto di vista
Al belvedere
Op eenzame hoogte

We leren dat de Civita (van het Latijnse civitas, wat stad of gemeenschap betekent) meer dan 2500 jaar geleden werd gebouwd door de Etrusken op een plek die destijds zowel strategisch als vruchtbaar was. Bovenop een plateau van tufsteen, omringd door kliffen van klei en uitkijkend over de ‘Valle di Calanchi’, een spectaculair, maan-achtig erosielandschap, beroemd om de witte kleirichels en diepe geulen. Civita heeft eigenlijk een redelijk rustige geschiedenis gehad, waarbij de geboorte van Giovanni di Fidanze in 1221, beter bekend als Sint Bonaventura, de patroonheilige van Bagnoregio, één van de belangrijkste gebeurtenissen was. Aan zijn latere naam Bonaventura is een legende verbonden. Als kind zou hij van een ernstige ziekte zijn genezen met hulp van de heilige Franciscus van Assisi. Die zou na het wonder ‘o buona ventura’ (oh heerlijk lot) hebben geroepen.……

De vallei van Calanchi is een spectaculair erosielandschap (RK)

Rond 1240 trad Bonaventura zelf in bij de franciscanen, ook wel minderbroeders genoemd. Deze beweging binnen de Room Katholieke Kerk werd rond 1209 gesticht en staat bekend om haar toewijding aan armoede, broederschap en soberheid. Zelf wordt Bonaventura vaak als tweede stichter van de orde gezien. Na een interne strijd tussen de radicale richting van de Spiritualen en de meer ruimdenkende tak (later de Conventuelen genoemd) trad Bonaventura naar voren als leider van de gematigde factie. Hij hervormde de orde en voerde spirituele richtlijnen in. Zo vond hij dat theologiestudie voor predikers van de orde verplicht was, iets waar Franciscus op tegen was geweest. In zijn theologische werken concentreerde Bonaventura zich op de figuur van Christus en diens lijden. Zijn middeleeuwse bijnaam luidde daarom ‘doctor passionis’, doctor van het lijden. Een toepasselijke naam in de context van wat wij nu weten over zijn geboortedorp?!

Civita di Bagnoregio was oorspronkelijk dus een Etruskische nederzetting en lag langs een belangrijke handelsroute. De Etrusken waren een ontwikkeld (en mysterieus) volk dat leefde van 900–90 v. Chr. in het huidige Toscane, Umbrië en Lazio. Later viel het gebied onder Romeinse heerschappij en na de val van het West-Romeinse Rijk werd het veroverd door de Longobarden. De Longobarden (ook Langobarden, verwijzing naar hun lange baardgroei, of Lombarden, een latere aanpassing  aan hun veel latere woongebied Lombardije) waren een Germaans volk dat oorspronkelijk uit Scandinavië kwam. De laatste echte Longobardische koning was Desiderius, die tot 774 regeerde, waarna Karel de Grote hun rijk niet alleen veroverde, maar ook de titel ‘Koning der Longobarden’ overnam. Civita was, in de tijd van Desiderius, ook bekend onder de naam Balneum Regis, wat ‘Koninklijk bad” betekent. De naam is ontstaan vanwege de vele thermaalbaden en warmwaterbronnen in de vulkanische omgeving van de streek. Volgens de overlevering genas koning Desiderius in de 8e eeuw van een ernstige ziekte dankzij het geneeskrachtige water aldaar, waarna de Romeinse nederzetting deze koninklijke benaming kreeg.

In 1695 was er een grote aardbeving, waardoor stukken rots afbrokkelden en er een kloof ontstond naast het plaatsje. Civita werd hiermee afgescheiden van Bagnoregio. De bisschop vertrok uit het stadje en de bevolking volgde. Civita bleef langzaam afbrokkelen en het dorp was eigenlijk alleen nog te bereiken met de hulp van ezels. In de 19e eeuw was het plateau zelfs zo ver afgebrokkeld dat er een soort eiland was ontstaan.

Dit beeld observeert (RK)

Rond 1920 werd een stenen brug gebouwd om het plateau te bereiken, maar die brug verzakte en Civita raakte volledig van Bagnoregio geïsoleerd. De brug werd verder verwoest tijdens WOII. Begin jaren 60 werd een nieuwe brug gebouwd om Civita te bereiken. Deze 366 meter lange voetgangersbrug verbindt Civita nu nog steeds met Bagnoregio. In 2004 zijn er plannen opgesteld om het plateau met stalen staven te verstevigen, maar deze plannen zijn (nog) niet uitgevoerd. In 2013 werd er echter wel een tol geïntroduceerd voor de voetgangersbrug om zo de erosie enigszins tegen te gaan en de gebouwen in Civita te bewaren. Dit bleek eveneens een goede marketingstunt te zijn om toeristen naar het plaatsje te lokken, want sindsdien komen ruim 1 miljoen bezoekers per jaar naar Civita, zowel Italianen als buitenlandse toeristen. Het geld dat wordt opgehaald, wordt gebruikt om de infrastructuur van zowel Civita als Bagnoregio te verbeteren. Tegenwoordig wonen er in Civita nog ongeveer 10 mensen in de winter en zo’n 100 in de zomer om de winkels, restaurants en B&B’s in het dorp draaiende te houden. De toekomst van Civita blijft erg onzeker, aangezien het plateau nog steeds verder af blijft brokkelen.

De voetgangersbrug brengt ons omhoog (RK)

Na het oversteken van de brug kom je terecht bij de Porta Santa Maria, de enige overgebleven stadspoort van het middeleeuwse stadje. De andere 4 stadspoorten zijn in de loop der tijd in de afgrond verdwenen. Aan weerszijden van de poort bevinden zich 2 bas-reliëfs (de beelden steken een klein stukje uit de platte achtergrond) van leeuwen met een mensenhoofd in hun klauwen. Die  verwijzen naar de overwinning in 1457 van de inwoners tijdens hun opstand tegen de heerschappij van de familie Monaldeschi, een adellijke familie uit het vlakbij gelegen Orvieto. Aan het einde van de Middeleeuwen konden de pausen hun macht in stand houden dankzij de militaire steun van enkele grote families, waaronder deze familie Monaldeschi. De familieleden gedroegen zich vaak als tirannen. Ze voerden tientallen jaren bloedige ruzies met rivalen, streden om de absolute controle over de stad Orvieto en bestuurden hun landgoederen met ijzeren hand.

Veel fotografen bij de toegangspoort (RK)
Leeuw met mensenhoofd als teken van overwinning (internet)

Civita di Bagnoregio heeft veel middeleeuwse gebouwen met typerende kleine balkonnetjes met daarnaast stille straatjes en mooie doorkijkjes. Allemaal goed bewaard gebleven door de isolatie van het plaatsje. Er zijn bijna geen moderne toevoegingen gedaan en alles is grotendeels onaangetast gebleven tijdens de twee wereldoorlogen. Zoals al eerder genoemd zijn er wel grote delen van het plaatsje verloren gegaan (in de afgrond) door erosie, zo ook de geboortewoning van San Bonaventure. Civita was misschien ooit een stad, maar tegenwoordig is er niet veel meer over dan een klein dorp.

Het centrale plein, Piazza San Donato, is het kloppend hart. Hier staat de romaanse kerk van San Donato, waar nog steeds missen worden gehouden. De kerk werd oorspronkelijk in de 5e eeuw gebouwd en diende eeuwenlang als zetel van het bisdom Bagnoregio. De aardbeving van 1695 veroorzaakte dusdanige grote schade dat de bisschoppelijke functies verplaatst werden naar de nabijgelegen stad.

Plaza San Donato
Het plein vanaf de andere kant (internet)
De kerk met de bijzondere klokkentoren (internet)

We lopen genietend verder door het dorp en bezoeken (uiteraard) de kerk. Bijzonder moet het houten kruis zijn dat Christus in drie verschillende stadia, afhankelijk van de kijkrichting, laat zien; levend van voren, stervend van links en dood van rechts. Op de een of andere manier missen we ook ‘de contouren van het Etruskische graf’, maar ons excuus is dat er wordt gerenoveerd, dus het is ook zeker mogelijk dat deze schatten even aan het oog onttrokken worden ;).

Het is warm en we besluiten ons te sterken met een echte Italiaanse gelato voordat we aan de terugweg beginnen. Het is maar dat je het weet: echte gelato (betekent ‘bevroren’ in het Italiaans)  is authentiek ambachtelijk Italiaans ijs dat zich onderscheidt door een lagere temperatuur, minder vet en veel minder lucht dan traditioneel roomijs. ‘Cono o coppetta?'( hoorntje of bakje?) is een veel gehoorde vraag onderweg. We laten ons vertellen dat ‘il gelato artiginale’ (een ambachtelijk ijsje) zeker zorgt voor ‘un buon umore’ (een goed humeur) want een ijsje eten stimuleert de productie van gelukshormoon serotonine. Hierdoor is ‘regalarsi un piccolo piacere’ (jezelf verwennen) met een (Italiaans) ijsje een dagelijkse bezigheid voor menig Italiaan……..en vandaag ook voor ons. Een prima afsluiting van een bijzonder uitje!