Orvieto Sotterranea (Italië)

Onder de smalle straatjes en oude geveltjes ligt de meer verborgen wereld van Orvieto. Volgens de beschrijving is het ‘een mysterieuze, stille wereld die je meeneemt terug naar de Etrusken en de Middeleeuwen’. Orvieto underground is een labyrint van grotten uitgehouwen in het tufstenen plateau waarop de stad is gebouwd. Al in de tijd van de Etrusken lag hier een stad, Velzna of Volsinii, waardoor er nu in en om Orvieto mooie overblijfselen van dit mysterieuze volk te vinden zijn. Orvieto dankt haar bestaan dus aan de Etrusken, maar haar naam aan de Romeinen, die de stad ‘urbs vetus’ (oude stad) noemden, vanwege de Etruskische wortels. 

Maar wie waren die Etrusken? De Etrusken vormden een bevolkingsgroep met een eigen taal en een eigen religie en cultuur. Hun gebied ligt in het huidige Toscane, een deel van Umbrië en Lazio op het Apennijns Schiereiland. Dit gebied werd toen Etrurië genoemd. In hun bloeitijd (7e en 6e eeuw v. Chr.) waren de Etrusken één van de hoogst ontwikkelde volken van de oudheid. Ze waren zeer vooruitstrevend voor hun tijd en stonden bekend om hun kunst, architectuur en vaardigheid in metallurgie. Zo stonden ze bekend om hun obsessie met het ontcijferen van goddelijke tekens, zoals het bestuderen van de ingewanden van geofferde dieren en het interpreteren van blikseminslagen. Maar bouwden ze ook complexe aquaducten en legden ‘vie cave’ aan (diepe holle wegen uitgehakt in tufsteen). De Etrusken schreven van rechts naar links, voor ons gevoel in spiegelbeeld. De tekens zijn geïnspireerd op het Griekse alfabet maar hebben een heel eigen stijl die nergens anders in Europa teruggevonden wordt, al vertoont het wel overeenkomsten met het veel latere runenalfabet uit Noord-Europa. Hun heilige stad Velzna (het huidige Orvieto) lag deels ondergronds en telt minstens 1240 grotten waarvan er nu minstens 440 ontdekt zijn. De grotten zijn ongeveer 2.500 jaar oud en vormen een netwerk van tunnels en ruimtes, ontstaan doordat de stenen opgegraven werden voor de bouw van huizen in de weide omgeving. De gangen zijn met elkaar verbonden, waardoor er een ondergrondse wereld is ontstaan die eeuwenlang werd gebruikt en vorm gegeven door de bewoners van Orvieto. We zijn langzamerhand wel heel nieuwsgierig geworden. 

We lopen naar hetzelfde plein ……(RK)

Onder leiding van een gids, want je kunt beslist verdwalen onder de grond, dalen we af naar naar onze eerste grot waar we overblijfselen van een olijvenpers uit de middeleeuwen vinden. Omdat de luchtvochtigheid hier hoog is en de temperatuur constant zo’n 14-15 graden, is deze grot ideaal voor de productie van olijfolie. Grappig genoeg blijkt dat de grootte van de filters door de eeuwen heen onveranderd is gebleven.

Oude olijfpersen onder de grond

De tour voert ons verder door smalle gangen en verborgen ruimtes  naar een diepe put. Deze putten werden op diverse plaatsen in de stad uitgehakt om bij drinkwater  te kunnen komen. Ze waren van belang voor de watervoorziening in tijden van belegering. Orvieto mocht dan wel bovenop een steile tufstenen rots liggen en daardoor militair gezien praktisch onneembaar, maar hierdoor was er geen natuurlijke toegang tot (grond)water. Water was letterlijk van levensbelang. We zien hier een brede put met uitgehakte stappen opdat een (smalle) man kan afdalen. De put is nu onderbroken vanwege werkzaamheden ter versteviging, maar was vroeger een geheel van, als ik me niet vergis, zo’n 43 meter diepte. Zonder extra houvast lijkt me dat een bijzonder gevaarlijke weg naar beneden (of omhoog), ondanks dat je je waterbak niet zelf mee hoefde te nemen. Waterputten die niet meer als zodanig gebruikt werden, kregen een nieuwe bestemming als afvalputten.

Vanuit de stad werd een waterput geslagen
Het is een lang eind naar het waterniveau

Via andere gangen en hele smalle tappen met grote onregelmatige treden lopen we omhoog naar een ruimte met heel veel holtes in de muren. De holtes dienden vroeger voor het fokken van duiven. Via openingen naar buiten vlogen de duiven in en uit en konden ze nestelen in de bescherming van de grotten. Duiventillen voor de voedselvoorziening, want de duiven waren een belangrijke en vooral constante bron van vlees, vooral tijdens belegeringen of in tijden van schaarste. In de grotten verblijven nu geen duiven meer, maar ze zijn wel  tot op heden een culinaire specialiteit in Orvieto. 

Een constante voedselbron (RK)
Wegens ruimtegebrek ook in de muur met de weg naar boven (RK)

Paus Clemens VII, geboren in 1478 als Giulio de’ Medici en paus van 1523 tot aan zijn dood in 1534, zag Orvieto als een veilig toevluchtsoord wanneer er weer heibel was in Rome. In een periode waarin hij zijn toevlucht tot Orvieto nam nadat Rome bestormd was door de tegenstanders van de pauselijke troon, gaf hij in 1527 de opdracht om een nieuwe en betrouwbare waterput te bouwen. Hij was geobsedeerd door het idee dat hij geen fris water zou kunnen drinken. Het resultaat was een 62 meter diepe put met een spiraalvormige dubbele wenteltrap; de Pozzo di San Patrizio. Helaas hebben we geen tijd om deze spectaculaire put te bezichtigen, maar onze gids vertelt wel het verhaal. Rondom de put zorgen 72 boogvensters voor natuurlijk licht en er zijn twee brede, aparte wenteltrappen met elk 248 treden. De ene trap diende voor het verkeer naar beneden en de andere voor het verkeer naar boven, want de ezels die zorgden voor de waterbevoorrading van de stad mochten niet met elkaar in botsing komen. Helemaal beneden is er een bruggetje dat de overgang maakt van de ene naar de andere trap. Toen deze waterput net voltooid was, dachten  de inwoners van Orvieto dat de put recht naar het vagevuur leidde, ook al werd er door de ezels geen vuur maar water naar boven gehaald. Dankzij een oude legende over een put, ‘het vagevuur van Sint-Patricius’, komt deze waterput ook aan zijn naam. Grappig weetje is nog, zo glimlacht de gids, is dat het systeem van de gescheiden trappen waarschijnlijk geïnspireerd is op de trappen van een Romeins bordeel, waar de in- en uitgaande bezoekers liever niet met elkaar geconfronteerd wilden worden………

Een technisch hoogstandje (internet)

Tijdens onze rondleiding door dit ondergrondse labyrint, waarvan we slechts een heel klein deeltje zien, ontdekken we hoe inwoners van Orvieto eeuwenlang tunnels, trappen, voorraadkamers en zelfs duiventillen uit tufsteen hakten. De grotten dienden als schuilplaatsen, werkplaatsen en opslagruimtes en werden zeker benut in tijden van nood, belegering of bij simpelweg een gebrek aan ruimte boven de grond. Tegenwoordig is het merendeel van de toegangen tot de huizen afgesloten. Door al het afval buiten de muren konden inbrekers makkelijk door de openingen van de duiven naar binnen klauteren en zo verder omhoog de huizen in. Omdat het zachte tufsteen steeds verder uitslijt en vanwege het feit dat mensen hun grotten vroeger regelmatig veel verder uithakten dan was toegestaan, moeten massieve betonnen pijlers en stalen constructies nu voorkomen dat delen van de stad instorten en dat het ondergrondse labyrint behouden blijft. Dat enorme netwerk van ondergrondse grotten, tunnels en kamers met alles wat erbij hoort, dat samen een meer verborgen deel van de stad vormt. Het is echt een wereld op zich!