Verhalen onderweg

Knp: 9-7-55-57-65-1-99-98-97-96-93-92

We starten vandaag in Aduard en wel op de Kaakheem. Ik ben wel benieuwd waar die naam vandaan komt en vind als verklaring de volgende betekenis: het erf waar de ‘kaak’ op stond, waarbij de ‘kaak’ de schandpaal was. De straf van de ‘kaak’ en van het brandmerken werden gelukkig in 1854 afgeschaft.

Kaakheem; het erf waar de ‘kaak’ stond

Zoals bekend stond in Aduard ooit de aan Bernard van Clairvaux gewijde abdij Ad Sanctum Bernardum, het rijkste, grootste en beroemdste klooster van het noorden. Alleen de oude ziekenzaal, tegenwoordig de hervormde kerk, is er nog van over. Volgens de overlevering vestigden zich hier in 1192 cisterciënzer monniken omdat de lokale bevolking lichtverschijnselen op deze plek meende te zien. Op zich al een merkwaardig fenomeen, maar dat is niet het enige. Zo’n groot klooster is vaak het onderwerp van vele (volks)verhalen. Voor de meeste volksverhalen geldt het principe: ’niet echt gebeurd, maar wel waar’, want zulke verhalen genereren hun eigen waarheid, aldus de schrijvers van een artikel over dit onderwerp. Ze prikkelen de verbeelding.

De verhalen over vermeende onderaardse gangen van de stad Groningen naar dit klooster zijn waarschijnlijk ontstaan na het verschijnen van de kroniek ‘Vitae et gesta abbatum’ (levens en werken van de abten) uit de 15e/16e eeuw. Hierin wordt vermeld dat de abt van Aduard naar Groningen kon lopen zonder een voet van eigen bodem te zetten. In feite zijn deze gangen vaak rioleringen die vroeger manshoog moeten zijn gemaakt omdat de werkers deze anders niet konden metselen. Archeologisch onderzoek heeft laten zien dat deze rioleringsgangen soms wel 1.68 m hoog waren.

Later, in de Tachtigjarige Oorlog (1568-1648), speelde dit klooster een strategische rol en gingen de bibliotheek en veel andere kostbaarheden verloren. Het klooster werd uiteindelijk gesloopt, maar volgens de verhalen zou de bibliotheek (of tenminste een deel daarvan) samen met de gouden stoel van de abt van de cisterciënzers verborgen zijn in de onderaardse gangen. Sommige paragnosten (helderzienden) geloven dat de kostbaarheden van het klooster verstopt zijn in oude putten, waarvan de restanten nog steeds aanwezig moeten zijn, en dat deze schatten nog altijd niet gevonden zijn. Voer voor speculatie! Of je de verhalen nu gelooft of niet, het verhaal over de gangen in Aduard is springlevend en wordt nog steeds onder de Groningers verteld.

3D kloosterwandeling (internet)

Om je (nog) beter in te kunnen leven in de omstandigheden van toen is er nu een 2 km lange kloosterwandeling, compleet met 3dGPS app, langs de belangrijkste plekken uit de geschiedenis van dit ooit zo grote klooster gerealiseerd. Het logo van de kloosterwandeling heeft de vijfhoekige vorm van de kloosterplattegrond en doet denken aan een middeleeuws wapenschild. We zien verschillende bijzondere zuilen. Grappig is dat ze zo zijn vorm gegeven dat ze recht doen aan de geschiedenis waarover ze vertellen. De torenvorm van de zuilen en panelen verwijst naar de kerkarchitectuur waarin de toren naar de hemel reikt. De handgeschreven Latijnse teksten die in de aluminium panelen op de zuilen zijn geprint, zijn afkomstig uit een exemplaar van de Abtenkroniek van Aduard terwijl de vorm van de tekstpanelen doet denken aan middeleeuwse banieren. De rode kleur op de tekstpanelen en van het cortenstaal van de zuilen verwijst naar de kleur van de bakstenen waaruit het klooster was opgetrokken en de middeleeuwse, met bladgoud bedekte letters in de windvanen bovenop de zuilen (en de M op het kloostermuseum) zijn de beginletters van de getijdengebeden. Volgens de Regels van Sint Benedictus moeten Cisterciënzers monniken acht keer per dag bidden: Metten rond middernacht en vervolgens Lauden, Priem, Terts, Sext, Noen, Vespers en Completen. Hier is echt over nagedacht! Met al deze informatie en wetenswaardigheden zijn we nog niet erg opgeschoten met onze wandeling naar Den Horn. Ondertussen heb ik de app op mijn telefoon gezet, maar de verdere details moeten we toch bewaren voor een andere keer.

Zowaar nog een echt ‘Westerkwartierpluspad teken’

Verrassend genoeg lopen we Aduard uit over het fietspad richting Groningen. Wij lopen maar tot Nieuwklap, een buurtschap genoemd naar de nieuwe klap (ophaalbrug) over het Aduarderdiep. Na de aanleg van het Aduarderdiep rond 1400 werd hier een sluis gebouwd. Later werd er, mogelijk met de aanleg van de Friesestraatweg in 1843, de draaibrug de ‘Nieuwe Klap’ gelegd, waar tol werd geheven. In 1938 werd er een vaste ‘hoge brug’ naast gebouwd voor het nieuwe tracé van de Friesestraatweg, waarop de draaibrug werd weggehaald. Een paar jaar geleden heeft de provincie besloten tot de aanleg van een nieuw knooppunt bij Nieuwklap i.v.m. de aanleg van een rondweg om Aduard, die inmiddels is gerealiseerd. Hiervoor is ook weer een nieuwe brug gebouwd omdat de weg een beetje is opgeschoven. De burgemeester van (toen nog gemeente) Zuidhorn vond de vernoeming van de nog naamloze brug naar wielrenner Bauke Mollema een goed idee en zette zich hiervoor in bij de provincie, want Bauke Mollema groeide op in Zuidhorn en fietste tijdens zijn middelbareschooltijd elke dag over de brug. Op zijn website zegt hij zelf over deze dagelijkse fietstocht van twaalf kilometer dat daar het begin van zijn wielercarrière ligt. De burgemeester onderbouwde zijn verzoek als volgt: ‘Wie weet wint hij over twee of drie jaar de Tour. Mensen kunnen dan denken: hee, hier heeft hij altijd langsgereden. De brug past ook goed bij de klimmer Mollema omdat hij zo steil is. Het is niet niks. Het is geen Alpe d’Huez, maar je moet toch wel je best doen om er overheen te komen.’ Heeft de brug hiermee inderdaad zijn naam gekregen? Het wordt me niet helemaal duidelijk, maar het is zonder meer een leuk verhaal.

We lopen onder de brug door en zoeken langs het Aduarderdiep een plekje in de berm voor een kop koffie. In de verte zien we de skyline van Groningen en Hoogkerk met hun kenmerkende gebouwen. Zo dichtbij de stad en tegelijkertijd zo midden in de natuur.

Heerlijk in het zonnetje ………

Dit pad is voor sommigen onder ons bekend terrein. Vanuit ons huis is dit een leuke en minder drukke fietsroute naar Peize. Aan het eind, vlak voor de T-splitsing, liggen diverse woonboten. We zijn aangekomen in Nieuwbrug wat eigenlijk uit niet meer dan een boerderij, een huis en een aantal woonschepen bestaat. De naam Nieuwbrug verwijst naar de ‘nieuwe brug’ over het Aduarderdiep die onderdeel vormde van één van de handelsroutes tussen Groningen en Leeuwarden. De brug werd bediend door een brugwachter die ‘passagegelden’ moest innen. Bij het huis heeft vroeger een watermolen gestaan die de polder De Kleine Eendragt bemaalde. In de 20e eeuw was Nieuwbrug vooral een wachtplaats voor schepen die moesten lossen bij de suikerfabriek en papierfabriek De Halm in Hoogkerk. Pas later kwamen hier woonschepen te liggen. Rond 2000 was Nieuwbrug verpauperd en werd dit meer en meer het domein van junks en alcoholisten uit de stad Groningen. De bewoners van de woonboten hadden ook geen gas en elektra. Pas toen ze dreigden een groot dieselaggregaat naar Nieuwbrug te brengen, legde de gemeente hier gas en elektra aan. Dat is eigenlijk nog maar relatief kort geleden. Waterwonen wordt misschien steeds aantrekkelijker?

Waterwonen in Nieuwbrug

Wij slaan hier rechtsaf richting Den Horn. De kerk in Den Horn werd in 1863 gebouwd, maar de geschiedenis van de kerk begint eigenlijk in het vlakbij gelegen gehucht Lagemeeden. In de vijftiende eeuw kon de kerk van Lagemeeden een belangrijke relikwie, een gedeelte van de arm van de heilige Margaretha, bemachtigen, waardoor het een bedevaartsoord zou worden. Het kopen van een relikwie was alleen voor de rijkere kerken weggelegd, dus de kerk van Lagemeeden moet wel welvarend geweest zijn. Op het moment dat de kerk van Lagemeeden werd afgebroken was het omliggende dorp al verdwenen. De parochianen van de omliggende streken gebruikten de kerk tot die tijd nog steeds, hoewel de kerk intussen al zodanig in verval was geraakt dat ‘de kerkgangers steeds meer weiland konden zien door de muren heen’. Er moest duidelijk een nieuwe kerk komen, maar de bouwplaats van de nieuwe kerk werd een waar ‘hoofdpijndossier’. Uiteindelijk werd door de Algemene Synode besloten dat de kerk in het midden van de kerkelijke gemeente moest komen te liggen. De plaats van de huidige kerk is dus symbolisch gekozen om te laten zien dat de kerk niet alleen de gemeenteleden uit Den Horn toebehoorde. Van Lagemeeden rest nu alleen nog een eeuwenoud kerkhofje dat via een smal, doodlopend weggetje vanuit Den Horn bereikbaar is. In volksverhalen over deze kerk wordt nog altijd beweerd dat de arm zich daar nog zou bevinden, misschien begraven in een sloot?

In de kerk van Den Horn

Op zich allemaal heel interessant, maar nu weten we nog niets over de heilige Margaretha. In de kerk hangt gelukkig een icoontje met haar afbeelding inclusief een verklaring eronder. Sint Margriet (de heilige Margaretha of de heilige Marina) was een dochter van een heidense priester in Pisidië (waar tegenwoordig Antalya ligt in Turkije). Ze werd opgevoed als christen en ook na haar gedwongen huwelijk weigerde ze haar geloof op te geven. Toen ze niet aan de heidense goden wilde offeren, werd ze opgesloten en gemarteld. Al deze gruwelijkheden overleefde ze (natuurlijk) ongeschonden. Vervolgens openbaarde de duivel zich in de gedaante van een gevaarlijke draak die haar verslond. Zij maakte echter een kruisteken in zijn buik, waarop het beest uit elkaar barstte en zij, ook nu weer, ongedeerd bleef. Sint Margriet wordt altijd afgebeeld met een draak aan haar voeten. Ze is één van de ‘veertien heilige helpers’, omdat ze wordt aangeroepen bij ziektes en kwalen. Ze is de patrones van voedsters, verpleegsters, vroedvrouwen en nierpatiënten en wordt aangeroepen bij barensweeën en zwangerschap (wegens haar ontsnapping uit de buik van de draak) en onvruchtbaarheid. Merkwaardig toch dat ik nog nooit van haar heb gehoord ;). Sinds 1981 heeft de kerk een multifunctionele bestemming.

De heilige Margaretha, Margriet, Marina etc.

Langzamerhand naderen we het einde van de tocht. Aan de andere kant van het dorp slaan we af richting Oostwold. We lopen over een smalle weg door de weilanden richting het Hoendiep. Om ons heen wordt druk gewerkt. Grote landbouwmachines maaien het gras terwijl hazen angstig met reuze sprongen over het land wegvluchten. Ik wist wel dat een haas in een leger leeft, maar had me niet gerealiseerd dat een haas meerdere van deze legers maakt die worden gebruikt afhankelijk van de richting van de wind. Een haas gaat ook nooit rechtstreeks naar een leger toe maar maakt een omweg door grote sprongen te maken, waardoor eventuele vijanden op een dwaalspoor worden gebracht. De grote, snelle, lawaaierige machine wordt hier zeker als vijand gezien. Ik geloof dat ik nog nooit zoveel hazen op het land bij elkaar gezien heb.

Hoewel dit niet echt een bijzondere wandeling was qua omgeving, waren de verhalen onderweg zeker de moeite waard. We leren op deze manier heel wat meer over onze directe omgeving.

Cisterciënzer monniken

Aduarderdiep – Fransum: knp 99-92-66

Fransum – Aduard: knp 66-63-11-93-24-9

Terwijl het in het zuiden van Europa enorm warm en kurkdroog is met alle gevolgen van dien, is het ‘bij ons’ wat aan de koude kant met zo’n 18-20 graden. De zon heeft moeite om door de vele lagen bewolking heen te breken en er is regelmatig kans op regen meer. Volgens het KNMI wordt het echter vandaag waarschijnlijk de beste dag van de week met weinig kans op een bui. Ideaal om de wandelschoenen weer aan te trekken.

Wandelen door Middag (RK)

We lopen hoofdzakelijk door het voormalige eiland Middag, onderdeel van het oudste cultuurlandschap van Nederland: het Nationaal Landschap Middag-Humsterland. De oorsprong van Middag-Humsterland gaat terug naar voor de jaartelling. Zandplaten onder de Waddeneilanden ontwikkelden zich tot kwelders met kweldergras. Een ideale plek voor de eerste bewoners met hun schapen en koeien. Het enige nadeel was dat deze kwelders vaak overspoeld werden door het zeewater. Om hier toch te kunnen leven bouwden de mensen brede heuvels (wierden), waarop ze hoog en droog konden wonen. Door een aantal grote inbraken van de zee ontstond de Lauwerszee. Het water dat vanuit de Lauwerszee via zijgeulen landinwaarts stroomde, vormden de twee schiereilanden Middag en Humsterland. Tussen 1200 en 1700 verdwenen de geulen die de twee eilanden van het vaste land scheidden langzaam en werden Middag en Humsterland weer één geheel. Tegenwoordig verraden de kleine percelen, de kronkelende weggetjes, het weidse landschap, de eeuwenoude dijken, de slingerende sloten en geultjes en de nog altijd bewaard gebleven wierden deze rijke geschiedenis.

Onderweg

We lopen genietend over de steeds van richting veranderende fietspaden door de weilanden en proberen de verschillende wierden in het landschap te ontdekken. Op afstand zie je de licht glooiende groene heuveltjes in het verder zo vlakke land nauwelijks liggen. Mooi beschreven klinkt het als: ‘De wierden liggen hier als een kralenketting langs de hogere oevers van de grootste oude waterlopen’.

Op weg naar de Medenertilsterpolder (RK)

Bij het buurtschap Beswerd lopen we de Medenertilsterpolder, een oud agrarisch cultuurlandschap, in. Cultuurhistorisch van grote betekenis omdat het nog alle sporen draagt van haar ontstaan in de middeleeuwen. Om ook in ecologisch opzicht de betekenis ervan te vergroten, heeft de provincie Groningen de opdracht gegeven om van de polder een hoogwaardig weidevogellandschap te maken met vooral aandacht voor bedreigde weidevogels zoals de grutto en de tureluur. De grutto is tenslotte onze nationale vogel! De meeste landen van Europa hebben een Nationale Vogel, een vogel die symbool staat voor het land en vaak door het volk gekozen omdat ze populair en kenmerkend zijn voor hun land. Waarom dan de grutto voor ons? De grutto gedijt waar het boerenbedrijf nog ruimte laat voor natuur. De grutto is daarmee de ambassadeur van agrarisch land waar productie en natuur in balans zijn. Bovendien broeden er nergens in Europa zoveel grutto’s als in Nederland.

De grutto ter herkenning 😉 (foto internet)

Ondertussen zien we in de verte het torenhaantje van het Fransumer kerkje boven de bomen omhoog steken. Dit kerkje is gebouwd door de monniken van het cisterciënzer klooster van Aduard. Rondom lagen de landerijen van het klooster. Vermoedelijk heeft er nooit een dorp om de kerk gelegen. Een bijzonderheid in deze kerk is de gemetselde bakstenen preekstoel uit de Middeleeuwen. Nederland kent maar weinig preekstoelen van steen en dit is de enige in de provincie Groningen. De omgeving van het Fransumer kerkje inspireerde ook De Ploeg schilders getuige een reproductie van Johan Dijkstra (ca 1930) langs ons pad. Dit is een onderdeel van de fietsroute ‘in het spoor van de ploeg’ met als doel om de kunst zichtbaar te maken en met ‘een Ploegblik’ naar het Groninger land te kijken. Dat proberen we! 

Kerkje van Fransum (foto internet)
Gezicht op de kerk van Fransum van Johan Dijkstra
Gezicht op Fransum (RK)

Ons volgende punt van interesse is het kerkje van Harkema. Midden in het land, in de driehoek Aduard, Den Ham en Fransum, staat het kerkje Harkema dat eigenhandig werd gebouwd door boer Albert Harkema (en vrijwilligers). De naburige boerderij staat op een plek waar in het verleden een boerderij heeft gestaan die van het klooster van Aduard was. Naar eigen zeggen heeft dat feit Harkema mede geïnspireerd om in zijn vrije tijd eerst de gracht om zijn boerderij uit te diepen en te vergroten (een karwei dat hem ruim 30 jaar kostte) en vervolgens een miniatuurversie te maken van een kop-hals-romp boerderij als onderkomen voor de eenden. Daarna besloot hij er een kerk bij te bouwen, waarvan de bouw 13 jaar duurde, compleet met orgel, preekstoel, kerkbanken, Mariabeelden en andere toebehoren. Aanvankelijk wilde hij alleen een toren bouwen (voor de duiven). Na de bouw van de kerk besloot hij er ook nog een theehuis bij te bouwen in de stijl van de kloosterkerk in Aduard. Bij aankomst springen direct het vrijheidsbeeld, dat staat voor ‘de vrije boer’ en de adelaar, ‘vechten tegen de overheid’, in het oog. 

Kerkje van Harkema
Symbolisch voor de ‘vrije boer’ (RK)
Verstilling (RK)

Aduard is ons eindpunt van vandaag. Hier zijn heden ten dage nog slechts restanten te vinden van het ooit zo imposante klooster. In de middeleeuwen waren kloosters samen met de kerken, steenhuizen en de grotere boerderijen de enige stenen gebouwen in een wereld die verder uit hout was opgetrokken. Klooster Sint Bernardus te Aduard was de grootste, rijkste en meest dichtbevolkte abdij van Noord-Nederland.

Aduard ligt vlakbij (RK)

Dit klooster werd in 1192 gesticht door twaalf cisterciënzer monniken en was het eerste Groninger cisterciënzer klooster. Waar komen deze cisterciënzers vandaan? Uit onvrede met de verwereldlijking en steeds groeiende rijkdom van de kloostergemeenschap (de orde van de Benedictijnen) werd in 1098 een nieuwe kloostergemeenschap in Citeaux, ten zuiden van Dyon in Frankrijk, gesticht. Deze nieuwe gemeenschap stoelde op de oer-ideeën van Benedictus van Nursia t.w. armoede en afzondering van de wereld. Citeaux heette in het Latijn Cistercium, vandaar de naam: orde der Cisterciënzers. De monniken gingen gekleed in grijze (‘schiere’) pijen. Naast religieuze motieven stond het klooster garant voor voedsel, kleding en onderdak. Het klooster werd gevestigd in een kweldergebied dat nog nauwelijks werd beschermd door dijken en zodoende doorlopend door de zee werd bedreigd. De kloosterlingen hebben zich van meet af aan ingezet voor de bedijking van het gebied en inpoldering van de kwelders met het resultaat wat we vandaag de dag nog kunnen zien. De abdij bezat meer dan 5.000 ha grond, zelfs buiten de huidige provinciegrenzen, stichtte dochterkloosters en werd in de tweede helft van de 15e eeuw wereldbekend als plaats van samenkomst van beroemde geleerden (Wessel Gansfort, Rudolf Agricola, Paulus Pelatinus en vele anderen) bekend als de Aduarder Akademie. In 1580 hadden de Staatse troepen het kloostercomplex (gewild militair object gezien de muur en de gracht die het hele terrein omgaven) na verdrijving van de Spaanse troepen in bezit genomen. De monniken waren voor die tijd al  gevlucht naar een toevluchtsoord op de Munnikeholm in Groningen.Toen, na verraad, de Spaanse troepen vanuit Groningen weer naar Aduard oprukten, staken de Staatse soldaten het complex in brand. De meeste gebouwen zijn kort daarna gesloopt.

Het grijze gebouw is de voormalige ziekenzaal

Tegenwoordig rest in Aduard enkel nog de ziekenzaal die in gebruik is als Protestantse Kerk. De voormalige ziekenzaal is het oudste gebouw met een geneeskundige functie in Nederland. Uiteraard bezoeken wij het kloostermuseum en mogen we mee de kerk (ziekenzaal) in. Hier geen uitbundige versieringen al hebben de metselaars hun kunnen laten zien in de verschillende vormen binnen de ‘gesloten ramen’.

Versieringen door vakmanschap

Tijdens opgravingen (prof. Van Giffen) is een deel van de originele vloer blootgelegd, waarop o.a. vier cirkels zichtbaar zijn die de vier evangeliën symboliseren (Mattheüs, Marcus, Lucas en Johannes).

Eén van de vier kunstig versierde cirkels

Erachter is een geschilderd doek gespannen waarop te zien is hoe de ziekenzaal er waarschijnlijk uitgezien heeft. De zieke monnik ligt vlak achter het kruis op een bed van stro op de grond. Het idee hierachter was dat een stervende op deze manier rechtstreeks naar de hemel kon gaan mocht het moment daar zijn.

Een beeld van vroeger tijden

Tijd voor ons om naar huis te gaan met een hoofd vol indrukken en verhalen. De cisterciënzer monniken zijn zonder twijfel uitermate belangrijk geweest in deze omgeving.

Er valt altijd iets te ontdekken ……. (RK)

Toscane van het noorden

Aduarderzijl – Garnwerd – Aduarderdiep

3-1-4-5-6-17-16-8-7-99

Jarenlang voert Groningen al campagne met de slogan ‘Er gaat niets boven Groningen’ en Jan Mulder noemde ‘zijn’ gebied zelfs ‘het Toscane van het noorden’ vanwege de landelijke rust en ruimte. Dat laatste geldt ook zeker voor één van de oudste cultuurlandschappen van Europa, het Middag-Humsterland, waar het soms lijkt alsof de tijd stil is blijven staan. Aan dromerige weilanden, kronkelende smalle weggetjes en dijkjes, pittoreske dorpjes en middeleeuwse kerkjes geen gebrek. Qua sfeer en beleving gaat de vergelijking zeker op.

Toegang tot het pittoreske dorpje Feerwerd (RK)

Volgens het ‘alwetende’ web heeft Toscane het allemaal: mooie natuur, glooiende heuvels, middeleeuwse dorpen enzovoorts en heeft die omgeving heel wat Renaissance kunstenaars geïnspireerd. Dat klinkt bekend want het weidse landschap van ‘ons’ Toscane biedt eveneens unieke vergezichten die zeer gewaardeerd werden door de schilders van het kunstenaarscollectief De Ploeg.

Meeuwen achter de ploeg (Jannes de Vries 1901-1986)

In 1918 wordt door een aantal jonge kunstenaars Kunstkring De Ploeg opgericht, als reactie op het artistieke klimaat in Groningen. De naam De Ploeg is bedacht door Jan Altink, één van de initiatiefnemers. Het verwijst naar het omwoelen en het ontginnen van de braakliggende ‘kunstakkers’ in Groningen. De Ploegers zetten velden, bomen en luchten in vuur en vlam. Groene luchten, paarse akkers. Het gebruik van felle kleuren en vormen gaf een geheel nieuwe kijk op het Groninger landschap. De omgeving waarin wij wandelen is de moeite van het ontdekken waard!

Dorpsgezicht Garnwerd door Arie Zuidersma (1925-2014)

We pakken de draad weer op in Aduarderzijl, waar we de vorige keer onverwachts voor het veer kozen. We lopen via de wandelknooppunten en laten Antum daarmee links liggen. De route voert ons langs het Aduarderdiep naar Schiftpot waar we het laatste stuk door de weilanden naar Garnwerd lopen.

Langs het water richting Garnwerd (RK)
Alternatief gebruik van de barbie (RK)

Schiftpot ontstond in de 19e eeuw rond een in 1853 opgezet voetveer over het water. Aan noord- en zuidzijde van het Aduarderdiep werden in die tijd huizen gebouwd, waaronder een veerhuis met de naam Schifpot aan de kant van Garnwerd, dat tevens dienstdeed als café. De naam Schifpot verwijst waarschijnlijk naar een ijzeren pot, of kachel waarin schif (vlasafval) werd gebrand. De teelt van vlas kwam hier tot in de zestiger jaren redelijk veel voor. De schifpot verwarmde de herberg bij het vroegere voetveer, die daarom ook de Schifpot werd genoemd, evenals het latere gehucht. Als een naam werkt, moet je hem niet veranderen ;).

Er wordt hard gewerkt (RK)
Twee paden lopen samen door de weilanden

De kerk van Garnwerd, op de wierde van het oude dorp ‘Granawurth’, zie je al van verre, evenals de molen. Deze kerk was in de Middeleeuwen gewijd aan Sint Liudger, de Friese missionaris, rond de tijd van Bonifatius (675-755), die het christendom naar Groningen bracht. Later werd hij bisschop van Munster. Op het dak van de toren zie je een windvaantje in de vorm van een leeuw, een verwijzing aan de familie Lewe van Aduard. Het octrooi (alleenrecht) voor de overzetterij of het veer van Garnwerd, verstrekt door de heer Lewe van Aduard in 1728 is bewaard gebleven. ‘Evert Joost Lewe, Heer van Aduard en onderhorige dorpen, &c. verklare door desen dat ik aan Eghbert Clasen en Grietie Hindriks sijn huisvrow tot Garnwert heb geaccordeert en geoctrojeert tot het regt van de oversetterie tot Garnwert.’ Hieraan waren voorwaarden verbonden. Blijkbaar sprak het niet vanzelf dat overzetters of veerlieden b.v. vlijtig, nuchter en klantvriendelijk waren. De tarieven schreef de heer van Aduard ook voor: ‘bij duister en ijsgang betaalden de klanten het dubbele’. Tot 1888 bestond het veer uit een bootje. Mensen, schapen, geiten en kleinere dieren werden met dit bootje overgezet, maar paarden en koeien konden er niet in. Die werden met een touw achter het bootje gebonden en zwommen zo het diep over. In 1888 kocht de gemeente Ezinge het veerpont van de Wierumerschouw, dat door een brug overbodig was geworden, van de provincie Groningen. De gemeente gaf het vaartuig in bruikleen aan kastelein Hammingh, dan de veerman van Garnwerd. De gemeente zorgde er ook voor dat op beide oevers geschikte aanlegplaatsen voor het veerpont kwamen. Sinds 1933 ligt er een ijzeren brug over het Reitdiep.

De ijzeren brug uit 1933

Zover zijn we echter nog niet. We mogen het pittoreske, smalste en voor auto’s toegankelijke straatje van Nederland tenslotte niet missen. Mooie oude huisjes waartegen stokrozen in allerlei kleuren omhoog slingeren. Altijd een bijzonder gezicht.

Het smalste straatje

Via dit straatje lopen we langs het oude, scheve, voormalige veerhuisje. Op de dijk, naast café Hammingh, ligt het monumentale huisje met prachtige tuin rondom. Een heerlijk plekje op een prachtige lokatie. Bouwen op de dijk is tegenwoordig ten strengste verboden, maar dat was in het begin van de 18de eeuw nog niet het geval. Zowel café Hammingh als het veerhuis zijn gebouwd na de kanalisatie van het Reitdiep waardoor het dorp aan het water kwam te liggen. Het terras bij Hammingh is open en even later zitten wij heerlijk met een kop koffie te genieten van de zon en het uitzicht op het water en de ijzeren brug.

Blik op Hammingh en het oude veerhuisje

Gesterkt lopen we daarna verder over de brug en door de dijkcoupure. We slaan af naar rechts en lopen over het fietspad aan de andere kant van het Reitdiep. De lucht achter ons wordt behoorlijk donker en we hopen dat het net genoeg waait om de bui langs te laten trekken. De kleuren om ons heen verdiepen zich zichtbaar. De kleur van de lucht wordt bepaald door de lichtinval van de zon op de verschillende (lucht)deeltjes in onze atmosfeer. Grote druppels in regenwolken houden bijna al het zonlicht tegen dat op de wolk schijnt. De wolk kaatst het zonlicht weer naar boven. Daardoor is de onderkant van zo’n wolk heel donker. Een mooi fenomeen!

Donkere luchten, intense kleuren (RK)

Het is sowieso ‘typisch Hollands zomerweer’ vandaag met een temperatuur die schommelt tussen 19 en 23 graden, stapelwolken in verschillende lagen en kans op een bui. De combinatie met uitgestrekte groene weilanden vol koeien (of schapen) maken het plaatje compleet.

Nieuwsgierige schapen

Via het gehucht De Raken lopen we richting de Wetsingersluis. Ik lees: ’De stad Groningen was vroeger als zeehaven een belangrijk centrum en stond via het Reitdiep in open verbinding met de zee. Hierdoor was eb en vloed merkbaar tot aan de stad. Het binnenwater van de stad werd gescheiden door de Grote Spilsluizen bij de Ossenmarkt en de Kleine Spilsluizen ten hoogte van de Visserstraat. Het Winschoterdiep en Hoornsche Diep mondden uit in het Reitdiep, daarbij kwam het water van de gebieden onder de latere waterschappen Hunsingo en Westerkwartier. Het overtollige water werd op het Reitdiep geloosd via de Aduarderzijl, Wetsingerzijl, Schaphalsterzijl, Kommerzijl en Schouwerzijl. Doordat er weinig verschil merkbaar was tussen eb en vloed kon er vaak niet worden afgestroomd, waardoor de monding van het Reitdiep begon dicht te slibben. In 1850 was het provinciebestuur overgegaan tot het regelmatig ploegen van de bodem van het Reitdiep, dit gaf niet het gewenste resultaat. Daarbij kwam de toenemende diepgang van de koopvaardijschepen en het probleem van de voornamelijk westenwinden. Er leek een oplossing te zijn; afdamming aan de monding! Men besefte wel dat met alleen de afsluiting van het Reitdiep de problemen nog niet opgelost waren. Het toestromen van water uit het Winschoterdiep en Hoornsche Diep zou het waterpeil doen stijgen en daardoor zou het afwateren van Hunsingo en Westerkwartier bemoeilijkt worden. Om de afvoercapaciteit van het Reitdiep te garanderen kwamen er al snel plannen voor het aanleggen van een schut- en afwateringssluis bij Wetsinge.

Knooppunt van elektriciteitsmasten …… (RK)
Een lieflijker uitzicht langs het Aduarderdiep

In 1919 was het gemaal De Waterwolf bij Electra gereed en verloor de sluis haar functie als schutsluis. In 1969 werd de Lauwerszee afgesloten en had de sluis ook geen waterkerende functie meer. Omdat er echter ook geen onderhoud gepleegd werd, verviel de sluis vervolgens langzamerhand. In 1994 stond de sluis op de lijst om gesloopt te worden. Dat riep weerstand op, getuige een krantenartikel over het belang van het behoud: ‘ze zeggen wel eens dat het Reitdiep een snoer met kralen is. Als je daar een kraal uithaalt, is het verband zoek.’. Toch interessant zo’n stukje geschiedenis onderweg. Rest ons nog het laatste stuk over het fietspad naar onze fietsen.

Een beetje vakantie

Deze titel hoort bij een ontdekkingswandeling rondom en in onze nieuwe plaats. Een plaats waar je, zoals zo vaak, gewoon langsrijdt zonder dat je er verder veel van weet. Een eerste indruk is niet altijd bepalend. Het loont de moeite om verder te kijken, dieper te graven en het verhaal erachter te ontdekken. Aan de hand van de volgende foto’s moet dat lukken.    

foto; RK
foto: RK

We zien hier o.a. een overgebleven bunker, die ooit een onderdeel is geweest van de Atlantikwall in WOII. Deze meer dan 5000 kilometer lange verdedigingslinie strekte zich uit van Noorwegen tot aan de Spaans-Franse grens en moest een invasie van de Geallieerden verhinderen. In Nederland waren langs de hele Noordzeekust bunkers en luchtafweergeschut geplaatst en waren mijnenvelden en tankversperringen aangelegd. Noordzeekust? Groningen ligt toch aan de Waddenkust? De verdediging in deze plaats was dan ook niet bedoeld om een aanval van zee te voorkomen, de Wadden zijn te ondiep voor een invasievloot, hier was het belangrijkste doel het bestrijden van vijandelijke jagers en bommenwerpers. De muren van de bunker in kwestie zijn ruim drie meter dik en je kunt de schade van de inslagen nog goed zien.

Een van de andere foto’s laat zien dat onze plaats inderdaad direct aan de Waddenzee ligt. Je hebt van hieruit een prachtig zicht op een uniek stukje Werelderfgoed (sinds 2009). Volgens hun eigen website is ‘de Waddenzee, een gebied dat zich uitstrekt langs de kusten van Denemarken, Duitsland en Nederland, het grootste getijden-systeem ter wereld, waar natuurlijke processen ongestoord kunnen plaatsvinden. In het kader van de Trilaterale Waddenzee Samenwerking dragen de drie aangrenzende landen samen de verantwoordelijkheid voor het behoud van dit onvervangbare ecosysteem, ten behoeve van de huidige en toekomstige generaties.’

foto: RK
foto: RK

Wat is een plaats zonder standbeelden? We hebben tijdens al onze omzwervingen nog geen dorp of stad ontdekt zonder bronzen, stenen of stalen vertegenwoordigers ter nagedachtenis van iets of iemand. Twee beelden die hier niet vertegenwoordigd worden, maar die zeker de moeite van het vermelden waard zijn, zijn van Abel Tasman en Maigret.

Waarom staan beide mannen hier? Abel Janszoon Tasman (1603-1659) was een Nederlandse ontdekkingsreiziger in dienst van de VOC. Tasman had als opdracht het land te onderzoeken dat toen bekendstond als Nieuw Holland (het tegenwoordige Australië), waarvan de westkust al door Nederlanders ontdekt was, om vast te stellen of het land deel uitmaakte van het vermeende Terra Australis, een zuidelijk continent, dat zou moeten bestaan om de aarde in evenwicht te houden. De VOC hoopte dat door deze reis dit onbekende continent voor de handel geopend en vervolgens geëxploiteerd zou kunnen worden. Het ligt misschien voor de hand dat er in onze plaats ook gedroomd werd van verre reizen en grote ontdekkingen? Maigret is een heel ander verhaal. In 1928 koopt schrijver Georges Simenon (1903-1989) een boot. Hiermee trekt hij door Frankrijk en later ook door Duitsland, België en Nederland. Onderweg beschrijft hij alles wat hij ziet en giet dat vervolgens in een roman of in een detectiveverhaal. In 1929 ontdekt Simenon een gat in zijn kotter ‘Ostrogoth’ en spoed hij zich naar de dichtstbijzijnde plaats. De werkzaamheden aan het schip veroorzaken te veel lawaai om rustig te kunnen schrijven. Daarom laat Simenon een oude, volgelopen schuit leegpompen en maakt daar zijn kantoor. Twee kisten: één om op te zitten en één voor zijn typemachine. Daar schrijft hij in 5 dagen een nieuwe roman: Maigret en de onbekende wreker; de ‘geboorte’ van zijn beroemde personage Maigret. In totaal zal Simenon 75 detectiveromans en 28 korte verhalen over commissaris Maigret schrijven. Een van deze verhalen is ‘Maigret in Holland’, dat zich afspeelt in onze plaats. In dit verhaal beschrijft Simenon de plaats als een klein stadje waarvan de huizen hem aan speelgoed doen denken. De uitgever van het werk van Simenon (Bruna) bood onze plaats ter gelegenheid van het verschijnen van het duizendste ‘Zwarte Beertje’ (1966), een bronzen beeld van Maigret aan.

Het eerste kunstwerk dat ik je graag had willen laten zien, maar dat helaas nog niet is teruggeplaatst, is van een tien meter hoge conische zuil die omwikkeld is met een roestvrijstalen band. Dit beeld van Chris Verbeek (2000) is een hommage aan de één van de bekendste zangers uit Groningen die weliswaar op veel plaatsen in de provincie heeft gewoond, maar hier is gestorven. Op de band staat een deel van zijn misschien wel bekendste lied: ‘Ik wait, der is n tied van komen, En ook een tied van goan, En alles wat doar tussen ligt, Ja,dat is mien bestoan.’

foto: RK
foto: RK

Het beeld van Albert Zweep (1995) is een eerbetoon aan het zware bestaan van de havenarbeiders van vroeger. Met hun handen verstouwden ze toentertijd dagelijks gemiddeld 80 ton per persoon! Het beeld van een havenarbeider roept meteen de gedachte op aan ‘De Dokwerker’ van Mari Andriessen in Amsterdam. Maar er zijn grote verschillen, met name in intentie. Het Amsterdamse beeld is een monument ter nagedachtenis aan het oorlogsverzet onder de dokwerkers, terwijl Zweep met zijn beeld een commentaar wil leveren op het zware bestaan van het havenpersoneel. In plaats van een strijdbare, onverzettelijke houding te kiezen, plaatste hij de man in een zittende houding, uitblazend van het harde gezwoeg (‘eem poestn’). ‘Door de figuur iets meer dan levensgroot weer te geven, in een stoere houding, wijdbeens met de kolenschoppen van handen op de knieën steunend, wilde hij het beeld een heroïsche kracht en waardigheid meegeven.’ Dit laatste beeld staat vlak achter de Grote Waterpoort uit 1833, gebouwd ter vervanging van de voorgaande waterpoort uit 1715. De poort werd in de jaren 70 gerestaureerd en is nog steeds in gebruik als coupure. Bij een hoge vloed wordt de poort afgesloten door middel van een metalen deur. Aan de havenzijde vind je een steen met inscriptie die de springvloed van 1962 markeert. De allerhoogste waterstand werd echter in november 2006 gemeten. Door een noordwesterstorm stond het water er tijdens hoogtij toen 4,83 meter boven NAP. Naast de Grote Waterpoort kent deze plaats (natuurlijk) ook een Kleine Waterpoort. Dat brengt ons bij de andere foto.

foto: RK

De Kleine waterpoort is, net als de Grote Waterpoort, gebouwd om de bewoners te beschermen tegen hoog water. Op het moment dat het water dreigt te stijgen, kan de draaideur handmatig worden gesloten. Deze kleine poort wordt ook wel de De Ruyterpoort genoemd omdat de vloot van de West-Indische Compagnie hier in 1665 dankzij Michiel de Ruyter aan land kwam. Plaatselijke schilderverenigingen schilderden het tafereel op de wanden van de poort. De creatieve geesten van deze plaats hebben zich sowieso flink uitgeleefd (in positieve zin). Op diverse plaatsen langs onze wandeling vinden we oude foto’s die een complete gevel van een huis bedekken. Een letterlijke samenvloeiing van oud en nieuw en daarmee een leuke achtergrond voor eigen creativiteit ………

Nog een laatste weetje voordat de oplossing bekend gemaakt wordt. De inwoners van onze plaats werden vroeger ‘Kraabers’ (krabben) genoemd. De verklaring: ‘waarom precies wait ik nait, moar t zal wel met het daaiertje te moaken hebben dei hier in t woater zwemt.’ Duidelijk toch? 

Onze plaats wordt op haar eigen website omschreven als: ‘Waar je op de achtergrond de meeuwen hoort, de ziltige geur van het slik ruikt en waar je vanaf de dijk Duitsland ziet liggen. De stad is al honderden jaren onlosmakelijk verbonden is met schepen en water. Een stad vol met avontuurlijke verhalen over bezettingen en overstromingen. De nieuwe zeedijk beschermt bewoners tegen de stormvloeden.’ Dit is een inkoppertje…….de stad van dit verhaal is Delfzijl (Delfziel) inclusief de belangrijkste haven van noord Nederland.

Delfzijl wordt daarom wel ‘de Groninger poort naar de Waddenzee’ genoemd.   

foto: RK
foto: RK

De naam Delfzijl betekent ‘sluis (zijl) in de Delf’, waarbij Delf de oude naam is voor het Damsterdiep. Al heel vroeg moet hier bewoning zijn geweest, een gevonden hunebed onder een wierde ten oosten van Delfzijl evenals opgravingen rond latere wierden zijn hier getuigen van. Als plaats ontstond Delfzijl rond de dertiende eeuw toen de eerste sluis werd gebouwd. Tijdens onze wandeling komen we langs gedenktekens voor drie zijlen (sluizen), ‘de drie Delfzijlen’, t.w. de Slochter-, de Scharmer- en de Dorpsterzijl. Bij deze sluizen ontstond al snel bewoning toen er een sluiswachter aangesteld werd. Dit was het begin van het ontstaan van het huidige Delfzijl.

Ik lees dat Delfzijl een aantal schijnbare tegenstellingen verenigt: land en water, zout en zoet, stad en platteland, oorlog en vrede. Volgens het bericht zijn dit juist de fundamenten onder het bestaan en de bloei van de havenstad. Recente onderzoeken tonen echter aan dat het smelten van ijskappen op Antarctica ertoe kan leiden dat de zeespiegel veel sneller stijgt dan tot nu werd aangenomen. Onderzoekers van de Universiteit Utrecht sluiten een stijging van 1.8 meter aan het einde van de eeuw niet uit. Zijn onze dijken en de dijken rond Delfzijl in het bijzonder daar wel tegen bestand? Volgens NOS-weerman en poolonderzoeker Peter Kuipers Munneke is dit onderzoek van cruciaal belang voor het beleid van de Nederlandse kustverdediging. ‘Je kunt eigenlijk wel zeggen dat de zeespiegelstijging in Nederland en de bescherming van onze kust afhangt van het ijs op Antarctica’, zegt hij. Daarbij komt dat de zeespiegelstijging bij Delfzijl jarenlang groter was dan uit officiële meetgegevens bleek doordat er geen rekening werd gehouden met de bodemdaling. Recentelijk zijn ze begonnen met de uitwerking van de plannen van de overheid en het deltaprogramma Wadden, waarbij dubbele dijken een hoofdrol spelen. Als een alternatief van ‘normale’ dijkversterking (verhoging, aardbevingsbestendig maken en evt. verleggen) wordt nu gebruikt gemaakt van ‘een systeem met dubbele keringen met een tussengebied’. D.m.v. het aanleggen van getijden duikers in de eerste kering kan slib het achterliggende gebied instromen. Door aanslibbing zal dit gebied zich langzaam verhogen. Gekeken wordt of hier dan mogelijkheden zijn voor b.v. landbouw in brakke grond, garnalen kwekerijen of verbouw van zilte ‘gewassen’ als zeekraal etc. 

foto: RK

Wanneer we kijken naar de laatste foto, dan blijkt dit een foto te zijn uit het aan Delfzijl vastliggende dorp Farmsum, wat nu wordt gezien als een wijk van Delfzijl. Rond het jaar 1000 werd voor het eerst gesproken over Farmsum (Faarmsom) onder de toenmalige naam Fretmarashem, wat zoveel betekent als ‘woonplaats van Fretmar. Kennelijk een belangrijk man. Aan het einde van de 14e eeuw was ondermeer de rechtspraak in handen van de familie Ripperda, bewoners van de borg in Farmsum. Vlakbij de kerk herinnert een oude geselpaal nog aan deze tijd. Aan een geselpaal, schandpaal of kaakweed iemand als strafmaatregel vastgebonden en te kijk gesteld. Het werd gezien als een onterende straf, je stond letterlijk ‘voor paal’. Het publiek mocht je bekogelen met rot fruit en andere dingen en mocht je ‘verrot schelden’, waar graag en met veel enthousiasme gehoor aan werd gegeven. Het spreekwoord ‘iets aan de kaak stellen’ komt voort uit deze straf.

Nieuwe kans?

Een nieuwe plaats biedt nieuwe kansen zullen we maar zeggen. Onze fotograaf heeft zich wederom goed uitgesloofd om details van de gekozen plaats visueel aantrekkelijk weer te geven, waarbij hij niet tegelijkertijd het antwoord wil geven op de vraag om welke plaats in Groningen het deze keer gaat. Geen sinecure!   

foto: RK
foto: RK

‘Onze’ plaats mag niet ontbreken op de lijst van mooiste dorpjes van de provincie Groningen. Dat begint al veelbelovend, toch? Wanneer het dorp precies is ontstaan, is niet bekend, maar de oudste vermelding is te vinden in de vita (meervoud vitae: de eigenlijke levensbeschrijving van een heilige) van Liudger (744-809). Liudger, ook wel de ‘apostel der Groningers’ genoemd, is een 8e eeuwse missionaris in het gebied van de Friezen (de huidige provincie Groningen wordt in die dagen ook wel het gebied der Friezen genoemd). Hij voltooide het werk waarvan evangeliepredikers als Willibrord en Bonifatius de grondleggers zijn geweest. Liudger bereikte veel vanwege zijn grote voordeel dat hij de landstaal sprak. Volgens overlevering heeft de genezing van de blinde bard Bernlef echter eveneens een grote rol in zijn succes gespeeld. Op één van zijn vele reizen in het noorden ontmoette Liudger deze bard en wilde hij hem tot het christendom bekeren. Bernlef zou als reactie hebben geantwoord: ‘als uw God zo machtig is, toon mij dan een teken’. Een uitdaging die aangenomen moet worden ;). De heilige legde vervolgens zijn handen op de ogen van de bard, sprak daarna een gebed uit en voilà ….. de blinde kon opeens weer zien. Genoeg reden om zijn naam te onthouden, toch?! 

foto: RK
foto: RK

Ons dorp kent een eeuwenlange geschiedenis, waarin de bewoners steeds meer grip op het hen omringende landschap kregen. Ook de lager gelegen delen rondom de wierde werden in gebruik genomen. Ten zuidoosten van de oorspronkelijke dorpswierde werd een klooster gesticht dat uitgroeide tot één van de grootste van Nederland. Het klooster had veel grond en verschillende boerderijen in bezit. Vermoedelijk heeft dit klooster een belangrijke rol gespeeld bij het droogleggen van de kleddernatte wildernis ten zuiden van het dorp. De buitendijkse gebieden ten noorden van het dorp werden in eerste instantie gebruikt als weiland, maar na inpolderingen in de 18de en 19de eeuw maakten de weilanden plaats voor vruchtbare akkers. Met name door de bloeiende akkerbouw kon het dorp in de 19de en 20ste eeuw uitgroeien tot een groot dorp met vele voorzieningen. De welvaart van die periode wordt onder andere weerspiegeld door vele mooie villa’s, veelal ontworpen in de stijl van de Amsterdamse School (een bouwstijl, verwant aan het expressionisme, die zich kenmerkt door gebruik van expressieve en fantastische vormen).

Ons dorp was in vroeger jaren onderdeel van een trekvaart route.Tussen 1663 en 1863 was het een komen en gaan van trekschuiten over de Groninger wateren. Het was de snelweg van die tijd, met een vaste dienstregeling. In het landschap zijn allerlei herinneringen bewaard gebleven. Denk aan rolpalen, oude veerhuizen, bruggen en oude namen als ‘Jaagpad’ of ‘Trekweg’. In ons dorp is het een oude herberg, met de prachtige naam ‘Rust een weinig’, bij de brug waar vroeger een trekvaart halte was. Het is tegenwoordig in gebruik als een woonhuis. Een grappig verhaal is dat toen in de 19e eeuw de scheepvaart terugliep en de herberg veel klandizie moest missen, de herbergier een oplossing ‘moest’ bedenken om dit probleem op te lossen. Na enige tijd bedacht hij een gewaagd plan, alleen maar geschikt voor zonnige zomerdagen. Zijn dochters moesten overgehaald worden om mee te werken. Dat deden ze! Een turfschipper zou zo zijn afgeleid dat hij zelfs met zijn schip uit de bocht vloog…  Driemaal raden wat de oplossing van die herbergier was (hahaha).

foto: RK
foto: RK

Bovenstaande foto’s laten ons zien dat de Joodse gemeenschap een belangrijke rol in het dorp heeft gespeeld. De eerste joodse families vestigden zich hier rond eind 18e eeuw. Voor hen en de latere joodse inwoners vormden de handel in vee en vlees de voornaamste bronnen van bestaan. Het aantal Joodse inwoners in het dorp was in de komende jaren echter nooit hoog genoeg om een zelfstandige gemeente te vormen, dit tot hun grote ontevredenheid, want de afstand naar de dichtstbijzijnde synagoge was gewoon te groot en kostte daardoor teveel tijd. Toen in het midden van de 19e eeuw hun aantal dusdanig was toegenomen dat ze ‘minjan’ konden vormen, regelden ze onmiddellijk hun eigen godsdienstoefening in een gehuurde ruimte in het dorp. Minjan is het aantal van tien volwassenen, dat vereist is voor het gemeenschappelijk gebed in een synagoge. Ook voor het zeggen van het kaddisj (gebed voor een dode) bij de begrafenis is de aanwezigheid van een quorum van tien personen vereist. In die tijd was ons dorp, volgens overlevering, ‘een heel gezellig, levendig dorp met veel geluiden’. Het had, om maar een paar dingen te noemen, acht slagers van wie vier joodse, een huissynagoge, een hbs (in 1886 werd hier de eerste rijks hbs op het platteland opgericht), een fanfare en allerlei verenigingen. 

De kooplieden, evenals de andere joodse inwoners, uit het dorp wilden natuurlijk graag in hun eigen dorp begraven worden op een eigen Joodse begraafplaats. Omdat de gemeente geen grond ter beschikking wilde stellen, deden de Joden een verzoek bij de Hervormde Gemeente, die hen in 1885 een deel van hun eigen begraafplaats verkocht. Op deze joodse begraafplaats staan tegenwoordig 29 grafstenen, waarvan de oudste uit 1887 stamt. Daarnaast is er nog een gedenkteken (uit 1948) voor 22 Joodse slachtoffers van WOII. In de herfst van 1942 zijn namelijk vrijwel alle Joodse inwoners van dit dorp gedeporteerd en omgekomen in de vernietigingskampen. Ook is er in 1977 een monument opgericht voor een plaatselijke joodse schrijver, die eveneens in 1942 is omgekomen in Auschwitz. Deze schrijver, Benjamin Broekema, is het enige kind van slager Jozef Broekema en zijn vrouw Reina van Dam. Zijn vader is ziekelijk en thuis hebben ze het niet breed. Daarom moet de getalenteerde Benjamin direct na de lagere school bij vader in de zaak. Hij is een kind dat opvalt, kan goed voetballen, is al jong geïnteresseerd in politiek, speelt toneel, wordt lid van de toneelvereniging en de fanfare, maar ‘Poere’ (zoals hij in het dorp genoemd wordt), voelt zich vooral schrijver. Hij ontwikkelt zich tot één van de meest productieve toneelschrijvers van het noorden. Zijn meeste werken zijn in het Gronings.

Ook hier hebben de inwoners van het dorp een schimpnaam waaronder ze bekend staan, n.l. ‘bloklichters’. Met ‘blok’ wordt hier het kerkblok of offerblok bedoeld. Hierin werden de offergiften gestort. De scheldnaam betekent dus ‘dieven die de offerbus leeghalen’ of in mooi Gronings: ‘het schient dat in t verleden offerblok in de kerk leegstolen is’. 

Is het je ondertussen al duidelijk geworden over welke plaats dit verhaal gaat? Nog een weetje dan, voordat ik overga tot de onthulling ;). Recentelijk is de laatste waddenbank in dit dorp onthuld. De, in totaal, tien banken zijn ingelegd met een patroon van deels spiegelende tegeltjes. Een deel van elke bank heeft de Waddenkust als vast thema. De rest wordt gevuld met eigen verhalen uit het betreffende dorp. De verhalenbanken zijn onderdeel van het project ‘Kiek over Diek’, een 90 km lang fietspad over, voorlangs en achterlangs de dijk, en zijn bedoeld als rustpunt en ontmoetingsplek. Het fietspad loopt van Lauwersoog tot aan Nieuwe Statenzijl.

Het wordt inmiddels de hoogste tijd om het een en ander te verklappen, indien je de oplossing nog niet bedacht hebt.    

foto: RK
foto: RK
foto: RK

Zeg je ‘Op Roakeldais’, dan zeg je Warffum (Waarvum). Dit internationale folkloristisch dansfestival wordt sinds 1966 elk jaar in Warffum gevierd. De aanleiding voor dit dansen was een reactie op het rapport ‘bedreigd bestaan’ van de RUG waarin in 1959 werd geconcludeerd dat de toekomst van Noord-Groningen er somber uitzag. Leegloop door een trek naar de stad, scherpe scheidslijnen tussen de dorpen op het gebied van religie en sociale positie (‘dorpisme, groepisme en kerkisme’) werden gezien als struikelblokken. De oplossing werd gezocht in ‘samenwerking tussen verschillende gemeenschappen, zodat een goed sociaal-cultureel klimaat zou bijdragen aan de leefbaarheid van de streek’. De stichting ‘Opbouw de Recreatie Warffum’ nam de uitdaging aan. De Grunneger Daansers (een folkloristische dansgroep met Groninger klederdracht) uit het nabijgelegen Zandeweer vierde haar 10 jarig bestaan in 1966, maar hadden eigenlijk ruimte op het feest naar behoren te vieren.  Daarom werd uitgeweken naar Warffum, tien kilometer verderop. Als naam voor het festival werd gekozen voor ‘Op Roakeldais’, wat in het Gronings zoveel betekent als ‘op goed geluk’. Het is eigenlijk bijzonder te noemen dat juist voor nostalgie en folklore werd gekozen om Warffum en omgeving weer een boost te geven.

De naam Warffum is naar alle waarschijnlijkheid afgeleid van de woorden ‘warf’ en ‘heem’. Warf is een oud Fries woord voor een volksvergadering waar recht werd gesproken. Heem is afkomstig van het Germaanse woord ‘haima’, wat woning betekent. Het zwaard in het wapen van Warffum is een verwijzing naar deze plaats waar recht werd gesproken. 

De tweede foto laat een deel van een groter beeld zien; een tevreden, rustende en misschien genietende man. Het doet mij denken aan de zanger Ede Staal (1941-1986) die in Warffum geboren is. Een documentaire over zijn leven beschrijft hem als volgt: ‘Ede Staal bezong het Groninger land en de Groningers zoals niemand anders dat kon. Zijn donkere warme stem, zijn grappige én melancholieke liedjes hebben zowel Groningers als mensen ver daarbuiten tot fan voor het leven gemaakt’. In 2017 komt zijn muziek op Spotify. Als het aan lezers van Dagblad van het Noorden ligt, wordt de Ede-classic ’t Het nog nooit zo donker west’ het populairst op de Ede Staal-playlist. Toch is ‘Mien Hoogeland’ het eerbetoon aan zijn geboortegrond: ’t Is ’n doevetil, ’s durpsstroat, ’t Is ’n olde bakkerij, ’t Binnen de grote boernploatsen, Van Waarvum, Oskerd, zo noar Meij……..’

Dat brengt mij meteen naar de laatste foto. Voor Meij kun je immers ook Brij of Breij zingen? Grenzend aan Warffum ligt Breede (Brij of Breij), de naam een samentrekking van ‘brede’ en ‘Aa’ wat ‘brede waterloop’ betekent. De kerk van Breede is een zaalkerkje dat waarschijnlijk rond 1300 werd gebouwd in dezelfde periode dat ook het dorpje ontstond. In dat jaar werd de kerk afgescheiden van Warffum (in 1971 is de kerkelijke gemeente weer gefuseerd met Warffum). Het kerkgebouw verviel vervolgens, maar werd na een inzamelingsactie door bewoners en mensen uit de omgeving tussen 1981 en 1983 hersteld. Het kerkje kreeg vervolgens een multifunctionele bestemming. Het doet tegenwoordig dienst als trouw- en als uitvaartlocatie. Daarnaast vinden er regelmatig concerten, tentoonstellingen en lezingen plaats. Voor de geïnteresseerden: de kerk is opgetrokken in romano-gotische stijl (bouwstijlen uit de 13e en 14e eeuw). Het dak was oorspronkelijk bedekt met ‘monniken en nonnen’ (bij elkaar horende, overlappende dakpannen, die om en om gelegd worden), maar tegenwoordig met blauw geglazuurde ‘holle pannen’ oftewel Hollandse dakpannen (kenmerkend doordat het waterafvoerend gedeelte een gebogen vorm heeft). 

Vlakbij de kerk ligt de Breedenborg, een blokvormige borg uit 1857. De Breedenborg is een van de weinige borgen waarvan het bouwjaar bekend is. In dit jaar werd namelijk door Johan(nus) (of Jan) Braemsche (geboren in Emden) een stuk grond bij Breede gekocht (van wie is onbekend) voor de bouw van een borg. Hij was eerder tijdens een conflict tussen de graaf van Oost-Friesland en de stad Emden gevlucht naar de Ommelanden, waar hij zonder problemen werd opgenomen in de Ommelander adel. De oorspronkelijke borg is tot 1737 in het bezit geweest van adellijke families. Pas bij een ingrijpende verbouwing in 1850 kreeg de borg haar huidige uiterlijk. De tuin van de borg werd in de negentiende eeuw aangelegd met elementen uit de Engelse landschapstuin.

Het oorspronkelijke woonhuis ‘Breedenborg’, gelegen binnen de grachten, werd in 1963 met ruim 6 ha grond aangekocht door de gemeente Warffum. De toenmalige beheerder van de boerderij ‘Breedenburg’, Jelle Gaaikema, gaat met zijn gezin in de bungalow wonen, die op Het Kampke ernaast gebouwd is. In 1964 verpacht de gemeente het gebouw met het doel ‘het gebouw en de bijbehorende omgeving dienstbaar te maken aan de recreatie in die zin, dat de bevordering van de dagrecreatie en goede vakantiespreiding wordt nagestreefd’. Dit blijkt geen succes. Daarop wordt de borg in 1967 verbouwd tot een horecagelegenheid. Helaas verwoestte een uitslaande brand de borg in 1982 bijna helemaal. Pas in 1992 wordt het huis in oude stijl herbouwd. De kelder is bewaard gebleven en dateert nog uit de zestiende eeuw. De borg is nog omgeven door de oude gracht. Na de herbouw werd het gebouw eigendom van het bedrijf Koop Tjuchem die er een opleidings- en congrescentrum in vestigde. De Breedenborg is helaas niet toegankelijk voor publiek. Mocht je toch een beetje verleden willen proeven, dan kan dat in het openlucht museum van Warffum. Het geeft een inkijkje in het leven op het platteland van ruim honderd jaar geleden. De website roemt: ‘kijk rond in twintig oude gebouwen en ervaar hoe de mensen er vroeger woonden en werkten. Woonkamers, slaapkamers en werkplaatsen zijn met zoveel oog voor detail ingericht, dat het lijkt alsof de bewoners even weg zijn.’ Hier is ook de waddenbank, waarover ik eerder schreef, geplaatst. Helaas is het museum in deze corona tijd gesloten, maar het staat zeker op ons lijstje van ontdekkingen in een toekomstige, meer open, wereld.