De ziel van Brugge (Belgie)

We beginnen de dag met een zonnetje en lopen als eerste naar de Markt om daar op het terras van Huis Craenenburg een kop koffie te drinken. Dit is beslist een huis met een geschiedenis, want het Craenenburg beheerst al eeuwenlang de Brugse Markt en werd ooit zelfs de ‘prachtigste privéwoning op de Grote Markt’ genoemd. In de veertiende eeuw was het gebouw, eigendom van Jacob Craenenburgh, in gebruik als kruideniershandel. Later werd het één van de gebouwen waar de graven van Vlaanderen en na hen de hertogen van Bourgondië uit de ramen keken naar de toernooien en optochten op de Markt. Zo zou Margaretha van York in 1468 van hieruit de ridderspelen van het Toernooi van de Gouden Boom, ter gelegenheid van haar huwelijk met Karel de Stoute (de stoutmoedige, de roekeloze), gevolgd hebben. Dit toernooi was een geschenk van Antoon, Groot-Bastaard van Bourgondië (:0), een halfbroer van Karel. Het spektakel duurde maar liefst acht dagen en op de laatste dag ging het er zo heftig aan toe dat Karel de Stoute op het terrein moest komen om het gevecht stil te leggen voor er doden vielen. Sinds 1958 (n.a.v de Wereldtentoonstelling van dat jaar) wordt in Brugge vijfjaarlijks de ‘Praalstoet van de Gouden Boom’ gehouden ter herinnering aan dit huwelijk en het toernooi.

Gaat een keer naar Brugge, langs de reye, als ’t een kleen weinigtje regent,
en haalt een keer uwen asem op – Guido Gezelle (RK)

In 1488 werd Maximiliaan van Oostenrijk in dit huis gevangengezet door de Bruggenaren. Terwijl hij uit het venster keek, werden verschillende van zijn naaste medewerkers gefolterd en ter dood gebracht. De situatie leek voor de keizer in eerste instantie wel ‘een straatje zonder eind’ (een uitzichtloze situatie), maar zoals we weten liep het allemaal toch goed af. Vandaag de dag kun je er gewoon genieten van een hapje en een drankje. Een ideaal plekje om de dag te starten en een plan voor de dag te maken.

Veel uitbundig bloeiende bloemen aan de bruggen onderweg

Op naar de Burg…… De Burg van Brugge is één van de oudste delen van de stad. Oorspronkelijk was dit deel van de stad omwald en kon je de Burg alleen betreden via enkele toegangspoorten. Er wordt gezegd dat de Markt het hart van Brugge is terwijl de Burg de ziel is. Op deze plaats bouwde graaf Boudewijn met de IJzeren Arm op het einde van de 9e eeuw zijn kasteel, waar de stad verder omheen groeide. Het kasteel bestaat al lang niet meer maar het plein is tegenwoordig wel één van de populairste toeristische trekpleisters van Brugge. Dit is ook niet zo gek als je je beseft dat enkele van de belangrijkste gebouwen van de stad zich hier bevinden. De monumentale pronkgebouwen rondom het plein werden door de eeuwen heen gebouwd en kregen dus telkens dé bouwstijl van dat moment. Dit plein is al eeuwenlang (meer dan 600 jaar) het machtscentrum van de stad. Het Brugse stadsbestuur zetelt b.v. nog steeds in het 14de-eeuwse gotische stadhuis.

Wanneer wij op het plein aankomen, is er net een trouwerij aan de gang. Het is er een drukte van belang. Apart is dat je overal door de stad groene stoelen tegenkomt die her en der los in een park, aan de rand van een plein, langs het water en andere plekken staan. Kennelijk kan en mag iedereen die stoelen gewoon gebruiken en worden ze niet meegenomen. Ideaal als je even wat langer naar iets wilt blijven kijken. Er wordt nu ook druk gebruik van gemaakt.

Zelfs bij een molen
Overal willekeurig komen we groene stoelen tegen

Het stadhuis valt inderdaad meteen op. Het is één van de oudste in de Nederlanden De stadhuizen van Brussel, Gent en Leuven werden gebouwd naar het Brugse voorbeeld. Er is lang aan gewerkt want de bouw begon in 1376 en was pas 55 jaar later voltooid. Brugge wilde met dit gebouw zijn rijkdom uitstralen. De oorspronkelijke beelden in de nissen werden bij een brand in 1792 vernield. Halverwege de 19e eeuw werden er nieuwe beelden geplaatst, maar de constructie daarvan was van slechte kwaliteit. In 1961 bleek dat de beelden zó beschadigd waren dat ze opnieuw moesten worden vervangen. De rijk versierde gevel van het indrukwekkende geheel demonstreert de macht die de burgerlijke macht had in de stad.

Het stadhuis (internet)

De gevel van het Brugse Vrije valt op naast het Stadhuis. Vrouwe Justitia schittert in goud op het dak. Het is een verwijzing naar de functie van het gebouw als gerechtshof vanaf 1795 tot 1984. Het Brugse Vrije is sinds begin 12e eeuw de benaming voor een onafhankelijk bestuurlijk, financieel en rechterlijk onderdeel van het graafschap Vlaanderen. Het gebied omvatte de streek en de gemeenten rond Brugge, begrensd door de Noordzee, de Westerschelde en de rivier de IJzer. Het had een eigen schepencollege op de Burg, maar geen bevoegdheid over de stad Brugge zelf. Pas in 1795 werd het Brugse Vrije opgeheven en werd het een gerechtshof. Tegenwoordig ligt hier het Stadsarchief van Brugge.

Vrouwe Justitia op het dak

We wandelen onder het stadhuis door en komen langs de Rozenhoedkaai. Ooit werden hier rozenkransen verkocht, vandaag de dag is dit, volgens de Bruggenaren, één van de allermooiste stadszichten. Vanaf hier (evenals vanaf vier andere punten) kun je een boottochtje van een half uurtje boeken. Een must. Volgens ons boekje is een bezoek aan Brugge niet compleet zonder een boottochtje op de Brugse reien, de aderen van de stad.

In de regen zie je toch minder …. (RK)

Het weer is zeer wisselend, maar inmiddels in ieder geval weer droog. We wagen het erop. De boten zijn niet overdekt, maar bij regenweer worden paraplu’s aangeboden. Het lijkt me toch echt dat je dan veel minder ziet. Vanaf het water zien we (natuurlijk) de geijkte bezienswaardigheden, maar we horen ook nieuwe dingen over ‘Café Vlissinghe goed verscholen in het prachtige Sint-Annakwartier’. Deze herberg is één van de oudste cafés van Brugge en Vlaanderen. De gids vertelt dat de unieke sfeer en de warme ambiance al meer dan 500 jaar van Vlissinghe een ware trekpleister maken.

In dat smalle straatje ligt het café (RK)
Soms is het laag (RK)

Over het Bonifatius bruggetje vertelt hij dat niets is wat het lijkt, want het bruggetje oogt eeuwenoud, maar werd pas in 1910 gebouwd. Toch vat deze brug de stad perfect samen: een mysterieuze sfeer, romantiek in overvloed en fabuleuze uitzichten die om je aandacht vragen. De brug staat ook wel bekend als de ‘liefdesbrug’. Het raampje boven je hoofd is het kleinste gotische venster van de stad, vanwaaruit de familie Gruuthuse de aanlegsteiger in het oog hield. De brug is genoemd naar de Heilige Bonifacius (een IJsheilige) wiens stoffelijke resten in de Onze-Lieve-Vrouwekerk liggen.

De liefdesbrug (RK)
Het hele kleine gotische raampje

Aan Huis ter Beurze, aan wat in de volksmond nog steeds het ‘Oude Beursplein’ wordt genoemd, is eveneens een verhaal verbonden. Logisch want in de middeleeuwen was dit dé plek voor geldzaken, het Wall Street van zijn tijd. Hier werd op hoog niveau handel gedreven. De natiehuizen (permanente commerciële vertegenwoordiging van een land in een stad) van Genua (nu het Frietmuseum), Firenze (restaurant De Florentijnen) en Venetië (café The Monk) kun je nog steeds bewonderen, net als huis Ter Beurse. Hier baatte de vooraanstaande familie Ter Beurse een herberg uit en werden wisseltransacties op touw gezet. Het leidde tot het woord ‘beurs’  dat wereldwijd verspreid raakte. Zo ontwikkelde zich hier de eerste beurshandel.

Het oude Beursplein

Na al deze informatie zijn we wel toe aan ……… een bierproeverij-tje. Heeft een Engels schrijver ooit niet eens gezegd: ‘Laat een man vijftien kilometer wandelen op een hete zomerdag langs een stoffige Engels weg en hij zal snel ontdekken waarom bier werd uitgevonden.’ Ons gevoel is een variant hierop!

Vlakbij ligt de brouwerij Borgognes des Flanders met een terras aan het water. Het regent ondertussen en het waait stevig, maar hier zitten we hoog en droog met een geweldig uitzicht. We zijn niet de enigen die willen genieten van een beer flight die bestaat uit ‘6 kleine proefglaasjes van onze vaatbieren waaronder ons huisbier Bourgogne des Flandres’. Het rijtje voor ons ziet er indrukwekkend uit met al die verschillende kleuren. Hoe goed kunnen we proeven en onderscheiden? We zien voor ons de bieren van de tap: een bruinen os (bruin bier), een blonden os (blond bier), een triplen os (blonde triple), een bourgogne des Flandres (een rood/bruine mix) en twee bieren met een toevoeging van of frambozen of aardbeien. Die laatsten waren in ieder geval duidelijk herkenbaar. Eigenlijk was het helemaal niet zo moeilijk om de diverse soorten te herkennen 😉

Een kleurrijk geheel, maar wat is wat?
Een triple en een framboosje (RK)

We dwalen verder door de buitenwijken. Het valt op hoeveel nisjes er aan de huizen zijn gebouwd met daarin een Maria beeldje. De grootste religie is (was) het christendom en dan vooral het katholicisme.

Eén van de vele nisjes aan gevels

We lopen door (langs) één van de vier overgebleven stadspoorten van de stad, de Smedenpoort. Kenmerkend aan deze poort is dat ze volledig omringd is door water. Middeleeuwse toegangswegen zijn echter niet altijd meer geschikt voor het verkeer van tegenwoordig. Zo bleek de 14e eeuwse Smedenpoort op piekmomenten te smal voor alle auto’s, fietsers en voetgangers. Daarom werden er rond de toegangspoort twee moderne, stalen wandelpromenades opgetrokken die de poort als het ware omarmen zonder afbreuk te doen aan haar glorie. Dat het ontwerp een architectuurprijs ontving, is dan ook alleen maar logisch, toch?

Als je goed oplet en vooral omhoog kijkt, zie je iets merkwaardigs. Hoog op de poort hangt een groenige schedel. Het is geen echte …… meer. Welk spannend verhaal hoort hierbij? De schedel herinnert aan de terechtstelling van een verrader die in 1691 de Franse troepen de stad wilde binnenloodsen. Het afgehakte hoofd werd op een paal gezet en bovenop de poort geplaatst. Dit maakte zo’n indruk dat de echte schedel later werd vervangen door een ijzeren versie en vanaf 1911 door het huidige bronzen exemplaar.

Het is geen echte …… meer (RK)

Dit verhaal is waar gebeurd en is dus geen legende, hoewel enkele details over het complot en de  ontdekking ervan zijn wel verzonnen. Het was vroeger immers gebruikelijk terechtgestelde misdadigers tentoon te stellen met de bedoeling andere onverlaten af te schrikken. Bovendien werd daardoor de terechtgestelde een katholieke begrafenis ontzegd, waardoor ze gedoemd waren eeuwig in de hel te branden. De hoofden en lichamen bleven hangen tot ze half door wind en weer waren vergaan of door vogels of honden waren opgevreten, waarna ze werden begraven in ongewijde grond.

Het was weer een dag vol indrukken. Brugge is een stad om te wandelen, te slenteren, te ontdekken, te bewonderen, te genieten en tijd te verspillen! Tot besluit gaan we nog even op zoek naar een leuk en lekker restaurantje om met een glas wijn over de dag na te praten. We strijken uiteindelijk neer bij Bavet. Zoals ze zelf zeggen: ‘als er iets is dat mensen bij elkaar brengt, dan is het wel spaghetti.’

Slow down and enjoy the simple pleasures in life.

Ontdek Brugge (België)

Brugge is weliswaar een kleine stad, maar er is meer dan voldoende te ontdekken. Althans dat beweert de mevrouw achter de balie van ons hotelletje, terwijl ze voortvarend mijn plattegrond versierd met looproutes, bezienswaardigheden en absolute aanraders. Mijn beide metgezellen bekijken deze activiteit een beetje meewarig. Gewoon gaan lopen, dan komt het wel goed toch? Ik houd toch van een beetje meer structuur en zou het jammer vinden om iets bijzonders over te slaan gewoon omdat we in een straatje paralel lopen. 

Aan ’t Zand

Met alle verkregen informatie en natuurlijk ons boekje met stadswandelingen gaan we op stap. Op deze manier moeten we Brugge van alle kanten kunnen ontdekken, bewonderen en zeker kunnen genieten van alle specialiteiten en aantrekkelijkheden die de stad te bieden heeft. We zijn er klaar voor!

Veel mooie geveltjes (RK)

Bij de eerste wandeling ligt de nadruk vooral op geschiedenis en cultuur. We beginnen bij NOMAD (no ordinary meals and drinks), een plek waar ook veel Bruggenaren komen. Hier worden gerechten bereid met lokale producten en groenten uit de eigen bioboerderij.

Een goed begin van de dag

Heerlijk op het terras met uitzicht over het grote plein ’t Zand genieten we van een aangenaam zonnetje. Het vakantiegevoel is hiermee volop aanwezig. ’t Zand is het grootste plein van de stad met onder het plein een grote parkeergarage die plaats biedt aan bijna 1900 wagens. De blikvanger van het plein is het Concertgebouw, een opvallend en uniek gebouw waarvan de gevels zijn bekleed met duizenden rode terracotta tegels (68.000). Dit cultuurhuis, gebouwd voor ‘Brugge 2002’ toen Brugge de culturele hoofdstad van Europa was, heeft een concert- en congreszaal die biedt plaats aan 1289 personen en wordt wereldwijd geroemd vanwege de buitengewone akoestiek. We dwalen verder door kronkelende straatjes en komen aan bij de oudste parochiekerk van de stad, Sint Salvator. 

Dwalen door smalle straatjes (RK)

De kerk heeft een bewogen bouwgeschiedenis. De 13-14de-eeuwse gotische kerk overleefde vier branden en de Franse revolutie. Bij de heroprichting van het bisdom kreeg zij in 1834 de titel van kathedraal. Het is druk in de kathedraal, veel mensen nemen de tijd om stil te staan bij alle rijkdommen en allure die de kerk te bieden heeft. De vele aangestoken kaarsjes, de zachte orgelmuziek, de enorme glas-in-lood ramen tezamen met gelovigen die stil in zichzelf verzonken lijken, geven de ruimte een bijzondere sfeer.

Detail in Sint-Salvators (RK)

Wat mij vooral ook aantrekt zijn de acht geweven wandtapijten die het leven van Christus uitbeelden. Elk tapijt geeft een eigen tafereel weer. De tapijten zijn groot en zeer fijn geweven. Wat een enorm werk moet dat geweest zijn. 

Van links naar rechts: intocht in Jeruzalem, kruisdraging, verrijzenis van Christus (RK)

Tijd voor iets heel anders! We ruiken chocolade. Aan het Simon Stevinplein bevindt zich ‘The Chocolate Line’ waar Dominque Persoone pralines bedenkt voor sterrenrestaurants. Met een eigen cacaoplantage in Mexico  en honing van bijen op het dak van The Chocolate Line Factory  in Brugge gaat hij terug naar de essentie. Zijn slogan is ‘van boon tot chocoladereep’. Elk stadium van het productieproces wordt gedaan door het eigen team. De productie is beperkt en volgens de website zijn de smaak en het mondgevoel eigenzinnig en is deze chocolade bedoeld voor de echte chocolade freak. Hij kreeg daarom een vermelding in de Michelingids en volgens het verhaal leerde hij zelfs de Rolling Stones chocolade snuiven…… zouden de chocolade tongen hier aan refereren? Ze heten in ieder geval wel ‘satisfaction’ 😉

Van boon tot reep
Chocolate is to women what duck tape is to men….it fixes everything

We wandelen verder naar het enige, nog bewaarde begijnhof in Brugge. De begijnhoven zijn opgericht vanaf de 13e eeuw voor vrouwen die ‘samen in afzondering’ een godvruchtig leven wilden leidden zonder een kloostergelofte af te leggen. Het ‘Prinselijk Begijnhof Ten Wijngaarde’, zoals dit hof officieel heet, met een dertigtal witgeschilderde huisjes en een verstilde kloostertuin, werd gesticht in 1245. In dit stukje werelderfgoed leefden vroeger begijntjes, geëmancipeerde vrouwen die weliswaar leek waren maar er toch een vroom en celibatair leven op na hielden. Vandaag wordt het Begijnhof bewoond door zusters van de Orde van Sint-Benedictus en alleenstaande Brugse vrouwen. Het is er stil ondanks de vele bezoekers die hier nieuwsgierig een kijkje komen nemen. Grappig is dat de poorten aan weerskanten ’s avonds rond half zeven gesloten worden om ’s ochtends om half zeven weer open te gaan. De afzondering en de rust staan hoog in het vaandel hier.

Een verstilde omgeving in een drukke stad (RK)

Alvorens één van de weinige nog actieve stadsbrouwerijen in de stad te bezoeken genieten we op het Walplein voor de brouwerij van een typisch Belgische lunch in de vorm van een versgebakken wafel met aardbeien. Zo kunnen we er weer tegen!

Belgische lunch 😉

In hartje Brugge ligt brouwerij De Halve Maan. Zoals ze zelf zeggen is deze brouwerij de thuishaven van biermerken zoals Brugse Zot, Straffe Hendrik en Blanche De Bruges. Het verhaal van de familie Maes start in 1856 wanneer Leon Maes, ook wel bekend als Henri I, eigenaar wordt van de brouwerij. Dochter Véronique Maes, na vier Henri’s de vijfde generatie van de brouwersfamilie, stapt in 1981 mee in het verhaal. In die tijd was ze één van de allereerste vrouwelijke brouwers. Samen met haar vader Henri IV lanceren ze het bier ‘Straffe Hendrik’, een eerbetoon aan de talrijke straffe Henri(k)s in de familie Maes.

Wereldberoemde ondergrondse pijpleiding

Een paar jaar geleden (2016) was de aanleg van de wereldberoemde ondergrondse bierpijpleiding een feit. Sindsdien stroomt al hun bier ondergronds, over een afstand van 3.3 km, van de brouwerij in het historische centrum tot aan de bottelarij net aan de rand van de stad. Essentieel om de productie te bewaren in de authentieke brouwerij! Vanaf het dak van de brouwerij heb je een fantastisch uitzicht over de stad. Ons wordt verteld dat de meeste gebouwen in het centrum niet boven een bepaalde hoogte mochten worden gebouwd zodat alle belangrijke gebouwen en monumenten duidelijk zichtbaar omhoog zouden steken. Dat is zeker gelukt. Ter voltooing van de rondleiding mogen we op het eigen terras genieten van een ongefilterde Brugse Zot. Nergens lekkerder dan hier, besluit onze man zichtbaar vergenoegd.

Een Brugse Zot smaakt ‘plesant’ (RK)

Weet je waar de naam Brugse Zot vandaan komt? Het is een legendarische bijnaam te danken aan een eeuwenoud verhaal. In de 15de eeuw hebben de Bruggelingen het moeilijk met het strikte bewind van hun nieuwe heerser, keizer Maximiliaan van Oostenrijk. Er was onvrede en het volk kwam in opstand. Wanneer Maximiliaan in 1488 naar Brugge komt om de opstand te onderdrukken, nemen de Bruggelingen hem gevangen. De keizer neemt, na zijn vrijlating, wraak door alle feesten en jaarmarkten te verbieden. De inwoners laten dit niet zomaar gebeuren en organiseren een groot feest in ere van hun vorst, met de bedoeling hem te paaien. Zo vroegen ze de keizer om jaarmarkten toch toe te staan en om een nieuw zothuis te bouwen in de stad. Volgens de legende zou Maximiliaan geantwoord hebben met de legendarische woorden: ‘Sluit alle poorten van Brugge en je hebt een zothuis!’. De naam is daarmee een knipoog naar de geschiedenis. Daar klinken we op! 

Er valt zoveel te zien in Brugge, de stad kent echt heel veel kerken, kathedralen, musea en historische gebouwen, dat je je een beetje overweldigd voelt. Toch kun je niet om een aantal belangrijke ‘uitschieters’ heen. De torenspits van de Onze-Lieve-Vrouwekerk bepaalt, samen met het Belfort en de Sint-Salvator kathedraal, de skyline van Brugge. Met zijn 115,5 meter is dit de op één na hoogste bakstenen toren ter wereld. Binnen vind je (natuurlijk) veel kunstschatten, zoals de praalgraven van Karel de Stoute en Maria van Bourgondië. Het absolute topstuk is echter Michelangelo’s wereldberoemde Madonna met Kind. Het wit marmeren beeld staat in een vitrine, goed afgeschermd van de vele bezoekers, waardoor we het niet helemaal goed van voren kunnen zien. Maar we horen dat dit het enige beeld is dat tijdens het leven van de kunstenaar niet in Italië is gebleven. Brugse kooplieden kochten het direct van de meester. Het bijzondere aan dit beeld is verder dat Onze Lieve Vrouwe hier eerder bezorgd en treurig dan lief en blij kijkt alsof ze weet elke lot hem te wachten staat en dat Jezus hier niet meer als een baby in de armen van zijn moeder ligt. Wat we niet allemaal leren …….

Madonna met Kind van Michelangelo

We eindigen onze wandeling op de Markt, een groot plein in het hart van de historische binnenstad. Aan de zuidkant van het plein staat één van de bekendste monumenten van de stad, het 12de-eeuwse belfort (Halletoren), waarbij een halle een middeleeuwse overdekte marktplaats is en een belfort een klokkentoren. Een belfort was typisch voor Vlaamse steden in de middeleeuwen. Het was een symbool van vrijheid, rijkdom en stedelijke macht. De privileges en de stadskas werden erin bewaard.

Belfort

De eerste halle, kleine houten gebouwen, ontstond rond 1220 als verkoopplaats van goederen van kooplui. In 1284 werd ook beslist om aan de oostkant van de markt een Waterhalle te bouwen. In dit overdekte deel van de rivier de Reie werden goederen per schip aangevoerd, uitgeladen en opgeslagen. Het werd één van de grootste burgerlijke stedelijke bouwwerken uit de middeleeuwen in Vlaanderen. Later wordt de Waterhalle bestempeld als één van de zeven wonderen van Brugge. ‘De zeven wonderen van Brugge’ is een schilderij van Pieter Claeissens (ca. 1550-1560). Op het schilderij staan zeven belangrijke gebouwen, waaronder o.a. de Waterhalle, net zoals het Belfort en de OLV-kerk.

Op de plek waar zich vroeger deze Waterhalle bevond, vind je nu het Historium. Een cultuurhistorische attractie waar je aan de hand van verschillende ervaringen ziet hoe Brugge bruiste in de Gouden Eeuw ten tijde van Jan van Eyck. Van Eyck was een opvallend figuur in die tijd, een bekend schilder met naam en faam die zijn werken voor het eerst ook zelf signeerde. Dat klinkt als een aantrekkelijk iets om onze culturele dag mee af te sluiten. We beginnen met Virtual Reality en maken een indrukwekkende virtuele vlucht langs de 15de eeuwse architectuur waar we onder andere een goed beeld krijgen van de Waterhalle die hier vijf eeuwen lang op de Markt heeft gestaan. Kort maar krachtig. Hierna lopen we van kamer naar kamer waar we een verhaal volgen van de leerjongen van Jan van Eyck. Alles voorzien van film, decors en speciale effecten, maar het komt op ons wat magertjes over. Het verhaal is te simpel, te romantisch en vooral kort. We blijven met (te)veel vragen zitten en waren graag wat dieper op deze periode ingegaan. De tentoonstelling aan het eind heeft als klapstuk een prachtig terras met een mooi uitzicht over de Markt en het Belfort.

Luisteren naar het verhaal van de leerjongen (RK)

Aan de ander kant van de Markt, tegenover het Historium, zie je huizen met verschillende gevelversieringen (bloem, kat, klok) die verwijzen naar de naam van het huis of de vroegere functie. Vooral iconisch zijn de twee huizen links en rechts van zijstraat Sint-Armandsstraat, huis Bouchoute en huis Craenenburg.

Een blik op de Markt aan het einde van de dag

Huis Bouchoute is het oudste huis op de Markt. Boven op het huis staat een gouden bol, daar geplaatst in 1837 om te helpen de exacte tijd in Brugge te bepalen. In de eerste helft van de 19e eeuw hadden n.l. niet alle steden hetzelfde uur. Na de aanleg van de eerste spoorlijn in België en de snelle uitbreiding van het spoorwegennet was het noodzakelijk dat het op alle stations dezelfde tijd zou zijn. Hiervoor werd van 41 plaatsen in België de exacte meridiaan bepaald aan de hand van een zogenaamde bol van Quételet. Door een gaatje in de globe viel de zon precies om 12 uur samen met zijn schaduw en vormde zo een meridiaan. De bol duidt samen met de rij grote koperen nagels op de grond de meridiaan of middaglijn van de stad aan. Brugge is de enige plaats waar zo’n bol nog op een gebouw te zien is.

De bol van Quetelet (internet)
De meridiaan lijn (internet)

In het huis Craenenburg, rechts van de Sint-Amandsstraat, zat Maximiliaan van Oostenrijk (van de Brugse Zot) in 1488 gevangen door de Bruggelingen. Het huis had vroeger een houten gevel, maar kreeg in 1955 een nieuwe, neogotische gevel, geïnspireerd op de vroegere gevel.

Moe en voldaan gaan we heerlijk uit eten in één van de vele kleine zijstraatjes waar restaurantjes in overvloed zijn. Onze eerste dag zit erop!

Zotte mosselen ….mjmmm

Cisterciënzer monniken (WK+ Pad)

Aduarderdiep – Fransum: knp 99-92-66

Fransum – Aduard: knp 66-63-11-93-24-9

Terwijl het in het zuiden van Europa enorm warm en kurkdroog is met alle gevolgen van dien, is het ‘bij ons’ wat aan de koude kant met zo’n 18-20 graden. De zon heeft moeite om door de vele lagen bewolking heen te breken en er is regelmatig kans op regen meer. Volgens het KNMI wordt het echter vandaag waarschijnlijk de beste dag van de week met weinig kans op een bui. Ideaal om de wandelschoenen weer aan te trekken.

Wandelen door Middag (RK)

We lopen hoofdzakelijk door het voormalige eiland Middag, onderdeel van het oudste cultuurlandschap van Nederland: het Nationaal Landschap Middag-Humsterland. De oorsprong van Middag-Humsterland gaat terug naar voor de jaartelling. Zandplaten onder de Waddeneilanden ontwikkelden zich tot kwelders met kweldergras. Een ideale plek voor de eerste bewoners met hun schapen en koeien. Het enige nadeel was dat deze kwelders vaak overspoeld werden door het zeewater. Om hier toch te kunnen leven bouwden de mensen brede heuvels (wierden), waarop ze hoog en droog konden wonen. Door een aantal grote inbraken van de zee ontstond de Lauwerszee. Het water dat vanuit de Lauwerszee via zijgeulen landinwaarts stroomde, vormden de twee schiereilanden Middag en Humsterland. Tussen 1200 en 1700 verdwenen de geulen die de twee eilanden van het vaste land scheidden langzaam en werden Middag en Humsterland weer één geheel. Tegenwoordig verraden de kleine percelen, de kronkelende weggetjes, het weidse landschap, de eeuwenoude dijken, de slingerende sloten en geultjes en de nog altijd bewaard gebleven wierden deze rijke geschiedenis.

Onderweg

We lopen genietend over de steeds van richting veranderende fietspaden door de weilanden en proberen de verschillende wierden in het landschap te ontdekken. Op afstand zie je de licht glooiende groene heuveltjes in het verder zo vlakke land nauwelijks liggen. Mooi beschreven klinkt het als: ‘De wierden liggen hier als een kralenketting langs de hogere oevers van de grootste oude waterlopen’.

Op weg naar de Medenertilsterpolder (RK)

Bij het buurtschap Beswerd lopen we de Medenertilsterpolder, een oud agrarisch cultuurlandschap, in. Cultuurhistorisch van grote betekenis omdat het nog alle sporen draagt van haar ontstaan in de middeleeuwen. Om ook in ecologisch opzicht de betekenis ervan te vergroten, heeft de provincie Groningen de opdracht gegeven om van de polder een hoogwaardig weidevogellandschap te maken met vooral aandacht voor bedreigde weidevogels zoals de grutto en de tureluur. De grutto is tenslotte onze nationale vogel! De meeste landen van Europa hebben een Nationale Vogel, een vogel die symbool staat voor het land en vaak door het volk gekozen omdat ze populair en kenmerkend zijn voor hun land. Waarom dan de grutto voor ons? De grutto gedijt waar het boerenbedrijf nog ruimte laat voor natuur. De grutto is daarmee de ambassadeur van agrarisch land waar productie en natuur in balans zijn. Bovendien broeden er nergens in Europa zoveel grutto’s als in Nederland.

De grutto ter herkenning 😉 (foto internet)

Ondertussen zien we in de verte het torenhaantje van het Fransumer kerkje boven de bomen omhoog steken. Dit kerkje is gebouwd door de monniken van het cisterciënzer klooster van Aduard. Rondom lagen de landerijen van het klooster. Vermoedelijk heeft er nooit een dorp om de kerk gelegen. Een bijzonderheid in deze kerk is de gemetselde bakstenen preekstoel uit de Middeleeuwen. Nederland kent maar weinig preekstoelen van steen en dit is de enige in de provincie Groningen. De omgeving van het Fransumer kerkje inspireerde ook De Ploeg schilders getuige een reproductie van Johan Dijkstra (ca 1930) langs ons pad. Dit is een onderdeel van de fietsroute ‘in het spoor van de ploeg’ met als doel om de kunst zichtbaar te maken en met ‘een Ploegblik’ naar het Groninger land te kijken. Dat proberen we! 

Kerkje van Fransum (foto internet)
Gezicht op de kerk van Fransum van Johan Dijkstra
Gezicht op Fransum (RK)

Ons volgende punt van interesse is het kerkje van Harkema. Midden in het land, in de driehoek Aduard, Den Ham en Fransum, staat het kerkje Harkema dat eigenhandig werd gebouwd door boer Albert Harkema (en vrijwilligers). De naburige boerderij staat op een plek waar in het verleden een boerderij heeft gestaan die van het klooster van Aduard was. Naar eigen zeggen heeft dat feit Harkema mede geïnspireerd om in zijn vrije tijd eerst de gracht om zijn boerderij uit te diepen en te vergroten (een karwei dat hem ruim 30 jaar kostte) en vervolgens een miniatuurversie te maken van een kop-hals-romp boerderij als onderkomen voor de eenden. Daarna besloot hij er een kerk bij te bouwen, waarvan de bouw 13 jaar duurde, compleet met orgel, preekstoel, kerkbanken, Mariabeelden en andere toebehoren. Aanvankelijk wilde hij alleen een toren bouwen (voor de duiven). Na de bouw van de kerk besloot hij er ook nog een theehuis bij te bouwen in de stijl van de kloosterkerk in Aduard. Bij aankomst springen direct het vrijheidsbeeld, dat staat voor ‘de vrije boer’ en de adelaar, ‘vechten tegen de overheid’, in het oog. 

Kerkje van Harkema
Symbolisch voor de ‘vrije boer’ (RK)
Verstilling (RK)

Aduard is ons eindpunt van vandaag. Hier zijn heden ten dage nog slechts restanten te vinden van het ooit zo imposante klooster. In de middeleeuwen waren kloosters samen met de kerken, steenhuizen en de grotere boerderijen de enige stenen gebouwen in een wereld die verder uit hout was opgetrokken. Klooster Sint Bernardus te Aduard was de grootste, rijkste en meest dichtbevolkte abdij van Noord-Nederland.

Aduard ligt vlakbij (RK)

Dit klooster werd in 1192 gesticht door twaalf cisterciënzer monniken en was het eerste Groninger cisterciënzer klooster. Waar komen deze cisterciënzers vandaan? Uit onvrede met de verwereldlijking en steeds groeiende rijkdom van de kloostergemeenschap (de orde van de Benedictijnen) werd in 1098 een nieuwe kloostergemeenschap in Citeaux, ten zuiden van Dyon in Frankrijk, gesticht. Deze nieuwe gemeenschap stoelde op de oer-ideeën van Benedictus van Nursia t.w. armoede en afzondering van de wereld. Citeaux heette in het Latijn Cistercium, vandaar de naam: orde der Cisterciënzers. De monniken gingen gekleed in grijze (‘schiere’) pijen. Naast religieuze motieven stond het klooster garant voor voedsel, kleding en onderdak. Het klooster werd gevestigd in een kweldergebied dat nog nauwelijks werd beschermd door dijken en zodoende doorlopend door de zee werd bedreigd. De kloosterlingen hebben zich van meet af aan ingezet voor de bedijking van het gebied en inpoldering van de kwelders met het resultaat wat we vandaag de dag nog kunnen zien. De abdij bezat meer dan 5.000 ha grond, zelfs buiten de huidige provinciegrenzen, stichtte dochterkloosters en werd in de tweede helft van de 15e eeuw wereldbekend als plaats van samenkomst van beroemde geleerden (Wessel Gansfort, Rudolf Agricola, Paulus Pelatinus en vele anderen) bekend als de Aduarder Akademie. In 1580 hadden de Staatse troepen het kloostercomplex (gewild militair object gezien de muur en de gracht die het hele terrein omgaven) na verdrijving van de Spaanse troepen in bezit genomen. De monniken waren voor die tijd al  gevlucht naar een toevluchtsoord op de Munnikeholm in Groningen.Toen, na verraad, de Spaanse troepen vanuit Groningen weer naar Aduard oprukten, staken de Staatse soldaten het complex in brand. De meeste gebouwen zijn kort daarna gesloopt.

Het grijze gebouw is de voormalige ziekenzaal

Tegenwoordig rest in Aduard enkel nog de ziekenzaal die in gebruik is als Protestantse Kerk. De voormalige ziekenzaal is het oudste gebouw met een geneeskundige functie in Nederland. Uiteraard bezoeken wij het kloostermuseum en mogen we mee de kerk (ziekenzaal) in. Hier geen uitbundige versieringen al hebben de metselaars hun kunnen laten zien in de verschillende vormen binnen de ‘gesloten ramen’.

Versieringen door vakmanschap

Tijdens opgravingen (prof. Van Giffen) is een deel van de originele vloer blootgelegd, waarop o.a. vier cirkels zichtbaar zijn die de vier evangeliën symboliseren (Mattheüs, Marcus, Lucas en Johannes).

Eén van de vier kunstig versierde cirkels

Erachter is een geschilderd doek gespannen waarop te zien is hoe de ziekenzaal er waarschijnlijk uitgezien heeft. De zieke monnik ligt vlak achter het kruis op een bed van stro op de grond. Het idee hierachter was dat een stervende op deze manier rechtstreeks naar de hemel kon gaan mocht het moment daar zijn.

Een beeld van vroeger tijden

Tijd voor ons om naar huis te gaan met een hoofd vol indrukken en verhalen. De cisterciënzer monniken zijn zonder twijfel uitermate belangrijk geweest in deze omgeving.

Er valt altijd iets te ontdekken ……. (RK)

Toscane van het noorden (WK+ Pad)

Aduarderzijl – Garnwerd – Aduarderdiep

3-1-4-5-6-17-16-8-7-99

Jarenlang voert Groningen al campagne met de slogan ‘Er gaat niets boven Groningen’ en Jan Mulder noemde ‘zijn’ gebied zelfs ‘het Toscane van het noorden’ vanwege de landelijke rust en ruimte. Dat laatste geldt ook zeker voor één van de oudste cultuurlandschappen van Europa, het Middag-Humsterland, waar het soms lijkt alsof de tijd stil is blijven staan. Aan dromerige weilanden, kronkelende smalle weggetjes en dijkjes, pittoreske dorpjes en middeleeuwse kerkjes geen gebrek. Qua sfeer en beleving gaat de vergelijking zeker op.

Toegang tot het pittoreske dorpje Feerwerd (RK)

Volgens het ‘alwetende’ web heeft Toscane het allemaal: mooie natuur, glooiende heuvels, middeleeuwse dorpen enzovoorts en heeft die omgeving heel wat Renaissance kunstenaars geïnspireerd. Dat klinkt bekend want het weidse landschap van ‘ons’ Toscane biedt eveneens unieke vergezichten die zeer gewaardeerd werden door de schilders van het kunstenaarscollectief De Ploeg.

Meeuwen achter de ploeg (Jannes de Vries 1901-1986)

In 1918 wordt door een aantal jonge kunstenaars Kunstkring De Ploeg opgericht, als reactie op het artistieke klimaat in Groningen. De naam De Ploeg is bedacht door Jan Altink, één van de initiatiefnemers. Het verwijst naar het omwoelen en het ontginnen van de braakliggende ‘kunstakkers’ in Groningen. De Ploegers zetten velden, bomen en luchten in vuur en vlam. Groene luchten, paarse akkers. Het gebruik van felle kleuren en vormen gaf een geheel nieuwe kijk op het Groninger landschap. De omgeving waarin wij wandelen is de moeite van het ontdekken waard!

Dorpsgezicht Garnwerd door Arie Zuidersma (1925-2014)

We pakken de draad weer op in Aduarderzijl, waar we de vorige keer onverwachts voor het veer kozen. We lopen via de wandelknooppunten en laten Antum daarmee links liggen. De route voert ons langs het Aduarderdiep naar Schiftpot waar we het laatste stuk door de weilanden naar Garnwerd lopen.

Langs het water richting Garnwerd (RK)
Alternatief gebruik van de barbie (RK)

Schiftpot ontstond in de 19e eeuw rond een in 1853 opgezet voetveer over het water. Aan noord- en zuidzijde van het Aduarderdiep werden in die tijd huizen gebouwd, waaronder een veerhuis met de naam Schifpot aan de kant van Garnwerd, dat tevens dienstdeed als café. De naam Schifpot verwijst waarschijnlijk naar een ijzeren pot, of kachel waarin schif (vlasafval) werd gebrand. De teelt van vlas kwam hier tot in de zestiger jaren redelijk veel voor. De schifpot verwarmde de herberg bij het vroegere voetveer, die daarom ook de Schifpot werd genoemd, evenals het latere gehucht. Als een naam werkt, moet je hem niet veranderen ;).

Er wordt hard gewerkt (RK)
Twee paden lopen samen door de weilanden

De kerk van Garnwerd, op de wierde van het oude dorp ‘Granawurth’, zie je al van verre, evenals de molen. Deze kerk was in de Middeleeuwen gewijd aan Sint Liudger, de Friese missionaris, rond de tijd van Bonifatius (675-755), die het christendom naar Groningen bracht. Later werd hij bisschop van Munster. Op het dak van de toren zie je een windvaantje in de vorm van een leeuw, een verwijzing aan de familie Lewe van Aduard. Het octrooi (alleenrecht) voor de overzetterij of het veer van Garnwerd, verstrekt door de heer Lewe van Aduard in 1728 is bewaard gebleven. ‘Evert Joost Lewe, Heer van Aduard en onderhorige dorpen, &c. verklare door desen dat ik aan Eghbert Clasen en Grietie Hindriks sijn huisvrow tot Garnwert heb geaccordeert en geoctrojeert tot het regt van de oversetterie tot Garnwert.’ Hieraan waren voorwaarden verbonden. Blijkbaar sprak het niet vanzelf dat overzetters of veerlieden b.v. vlijtig, nuchter en klantvriendelijk waren. De tarieven schreef de heer van Aduard ook voor: ‘bij duister en ijsgang betaalden de klanten het dubbele’. Tot 1888 bestond het veer uit een bootje. Mensen, schapen, geiten en kleinere dieren werden met dit bootje overgezet, maar paarden en koeien konden er niet in. Die werden met een touw achter het bootje gebonden en zwommen zo het diep over. In 1888 kocht de gemeente Ezinge het veerpont van de Wierumerschouw, dat door een brug overbodig was geworden, van de provincie Groningen. De gemeente gaf het vaartuig in bruikleen aan kastelein Hammingh, dan de veerman van Garnwerd. De gemeente zorgde er ook voor dat op beide oevers geschikte aanlegplaatsen voor het veerpont kwamen. Sinds 1933 ligt er een ijzeren brug over het Reitdiep.

De ijzeren brug uit 1933

Zover zijn we echter nog niet. We mogen het pittoreske, smalste en voor auto’s toegankelijke straatje van Nederland tenslotte niet missen. Mooie oude huisjes waartegen stokrozen in allerlei kleuren omhoog slingeren. Altijd een bijzonder gezicht.

Het smalste straatje

Via dit straatje lopen we langs het oude, scheve, voormalige veerhuisje. Op de dijk, naast café Hammingh, ligt het monumentale huisje met prachtige tuin rondom. Een heerlijk plekje op een prachtige lokatie. Bouwen op de dijk is tegenwoordig ten strengste verboden, maar dat was in het begin van de 18de eeuw nog niet het geval. Zowel café Hammingh als het veerhuis zijn gebouwd na de kanalisatie van het Reitdiep waardoor het dorp aan het water kwam te liggen. Het terras bij Hammingh is open en even later zitten wij heerlijk met een kop koffie te genieten van de zon en het uitzicht op het water en de ijzeren brug.

Blik op Hammingh en het oude veerhuisje

Gesterkt lopen we daarna verder over de brug en door de dijkcoupure. We slaan af naar rechts en lopen over het fietspad aan de andere kant van het Reitdiep. De lucht achter ons wordt behoorlijk donker en we hopen dat het net genoeg waait om de bui langs te laten trekken. De kleuren om ons heen verdiepen zich zichtbaar. De kleur van de lucht wordt bepaald door de lichtinval van de zon op de verschillende (lucht)deeltjes in onze atmosfeer. Grote druppels in regenwolken houden bijna al het zonlicht tegen dat op de wolk schijnt. De wolk kaatst het zonlicht weer naar boven. Daardoor is de onderkant van zo’n wolk heel donker. Een mooi fenomeen!

Donkere luchten, intense kleuren (RK)

Het is sowieso ‘typisch Hollands zomerweer’ vandaag met een temperatuur die schommelt tussen 19 en 23 graden, stapelwolken in verschillende lagen en kans op een bui. De combinatie met uitgestrekte groene weilanden vol koeien (of schapen) maken het plaatje compleet.

Nieuwsgierige schapen

Via het gehucht De Raken lopen we richting de Wetsingersluis. Ik lees: ’De stad Groningen was vroeger als zeehaven een belangrijk centrum en stond via het Reitdiep in open verbinding met de zee. Hierdoor was eb en vloed merkbaar tot aan de stad. Het binnenwater van de stad werd gescheiden door de Grote Spilsluizen bij de Ossenmarkt en de Kleine Spilsluizen ten hoogte van de Visserstraat. Het Winschoterdiep en Hoornsche Diep mondden uit in het Reitdiep, daarbij kwam het water van de gebieden onder de latere waterschappen Hunsingo en Westerkwartier. Het overtollige water werd op het Reitdiep geloosd via de Aduarderzijl, Wetsingerzijl, Schaphalsterzijl, Kommerzijl en Schouwerzijl. Doordat er weinig verschil merkbaar was tussen eb en vloed kon er vaak niet worden afgestroomd, waardoor de monding van het Reitdiep begon dicht te slibben. In 1850 was het provinciebestuur overgegaan tot het regelmatig ploegen van de bodem van het Reitdiep, dit gaf niet het gewenste resultaat. Daarbij kwam de toenemende diepgang van de koopvaardijschepen en het probleem van de voornamelijk westenwinden. Er leek een oplossing te zijn; afdamming aan de monding! Men besefte wel dat met alleen de afsluiting van het Reitdiep de problemen nog niet opgelost waren. Het toestromen van water uit het Winschoterdiep en Hoornsche Diep zou het waterpeil doen stijgen en daardoor zou het afwateren van Hunsingo en Westerkwartier bemoeilijkt worden. Om de afvoercapaciteit van het Reitdiep te garanderen kwamen er al snel plannen voor het aanleggen van een schut- en afwateringssluis bij Wetsinge.

Knooppunt van elektriciteitsmasten …… (RK)
Een lieflijker uitzicht langs het Aduarderdiep

In 1919 was het gemaal De Waterwolf bij Electra gereed en verloor de sluis haar functie als schutsluis. In 1969 werd de Lauwerszee afgesloten en had de sluis ook geen waterkerende functie meer. Omdat er echter ook geen onderhoud gepleegd werd, verviel de sluis vervolgens langzamerhand. In 1994 stond de sluis op de lijst om gesloopt te worden. Dat riep weerstand op, getuige een krantenartikel over het belang van het behoud: ‘ze zeggen wel eens dat het Reitdiep een snoer met kralen is. Als je daar een kraal uithaalt, is het verband zoek.’. Toch interessant zo’n stukje geschiedenis onderweg. Rest ons nog het laatste stuk over het fietspad naar onze fietsen.

Aveiro (Portugal)

(het Venetië van Portugal)

Het Portugese plaatsje Aveiro staat bekend als het Venetië van Portugal. Water moet dus wel een belangrijke rol spelen in deze oude havenstad. Dat klopt zeker want dankzij de ligging aan de Atlantische Oceaan was Aveiro in de middeleeuwen een belangrijke handelslocatie. Bovendien is de stad omringd door de grootste lagune van Portugal en Spanje, de Ria de Aveiro. Het binnenmeer met dezelfde naam ligt aan de rand van de stad en is via meerdere kanaaltjes, die ook door het sfeervolle centrum slingeren, verbonden met de zee. Aveiro heeft haar naam te denken aan alle vogels die vroeger al in dit gebied leefden. ‘Ave’ betekent namelijk vogel in het Portugees. Na de welvaart in de 14e eeuw en aan het begin van de 15e eeuw heeft Aveiro een mindere periode gekend. In de winter van 1575 werd de stad tijdens een hevige storm geteisterd door een vloedgolf. Het gevolg was dat de toegang naar de vissershaven geblokkeerd werd, waardoor de handel stil kwam te liggen. De vissers moesten maar liefst vijftig jaar wachten tot er weer een open verbinding kwam met zee.

Door al deze informatie snippers is onze interesse gewekt en besluiten we op onze laatste dag in Portugal zelf te kijken of de aanduiding ‘Venetië’ terecht is of niet. We gaan weer met de trein, dat is de vorige keer prima bevallen. De mevrouw achter het loket vertelt ons dat er vandaag stakingen te verwachten zijn en dat we het er niet op aan moeten laten komen. Wacht niet tot de laatste trein is haar advies. De trein is afgeladen vol. Het blijkt dat het merendeel van alle reizigers ook inderdaad naar eindstation Aveiro gaat. Kennelijk toch iets bijzonders? Of is ‘Semana Santa’ (de Stille-, Goede- of Heilige Week) volgende week misschien de reden? De Goede Week, zoals de katholieken zeggen, is de week die ons stil laat staan bij het lijden, sterven en verrijzen van Christus, omdat het de laatste week is die Christus doorbracht in Jeruzalem. De Goede Week wordt samen met Pasen als de belangrijkste liturgische hoogdagen beschouwd. In het overwegend katholieke Portugal (85%) zal dat ook beslist zo zijn. 

het blijft miezeren vandaag (RK)

Een dik uur later staan we in Aveiro. Het is vandaag een beetje een mistroostige dag. Niet echt koud met 16-18 graden, maar wel heel druilerig. Het is voor het eerst deze week dat we de jassen echt nodig hebben. Overal om ons heen zien we mensen met kleurige paraplu’s, hetgeen het straatbeeld toch een onverwachts vrolijk tintje geeft.

Naast het huidige, nieuwe station bevindt zich het oude treinstation dat kennelijk net is opgeknapt. Ook dit is weer een gebouw wat superlatieven uitlokt. Met name op de achterkant van het gebouw zijn de meeste plateaus versierd met de beroemde blauwe tegeltjes. In combinatie met de verder spierwitte muren zeker een absolute blikvanger. 

De achterkant van het oude station (RK)
Een detail (RK)

Vanaf het station is het eigenlijk één lange rechte weg richting centrum. Ook hier zijn ze volop aan het breken en bouwen. Tussen het verval en de ‘gewone’ eentonigheid aan huizen zien we echter ook mooie architectuur. De ligging aan de rivier Ria en de lange lagune maakten van Aveiro, dankzij de zoutwinning en zeewierhandel, een rijke stad. Aan het einde van de 19de eeuw beleefde het stadje haar bloeiperiode en daar zijn de mooie Art Nouveau gebouwen een goed voorbeeld van. Art nouveau (of in ’t Duits: jugendstil) was, tussen 1890 en 1914, een reactie op populaire en klassiekere stijlen als neoclassicisme. Art nouveau wilde vernieuwen en vernieuwend zijn. De stijl kenmerkt zich door asymmetrische en organische composities, de natuur was een grote inspiratiebron. Het zogenaamde ‘ovos moles’ gebouw is hier een mooi voorbeeld van. Op de bovenverdieping zie je gebogen ramen met smalle balkonnetjes gemaakt van gedraaid ijzer compleet met bloemmotieven.

Art Nouveau in het straatbeeld (internet)

De ‘ovos moles’, een regionale en eeuwenoude zoetigheid gemaakt van eigeel en suiker, bestaan al ongeveer 500 jaar. Vroeger was het gebruikelijk dat mensen kippen gaven aan de kloosters. De nonnen gebruikten de eieren en scheidden het eigeel van het eiwit. Het verwarmde eiwit werd gebruikt om lastige kledingonderdelen te strijken, zoals boorden en kragen. Het eigeel bleef over, het werd nergens voor gebruikt en had een korte houdbaarheid. Eén van de nonnen van het ‘Convento de Jesus’ in Aveiro kwam tot de ontdekking dat toevoeging van heel veel suiker de houdbaarheid van het eigeel kon verlengen. Dit bleek het begin te zijn van deze ovos moles (letterlijk: zachte eieren). Eeuwen later, in 1834, werden de kloosters gesloten. De vrouwen in Aveiro leerden van de voormalige nonnen hoe ze deze ‘ovos moles’ konden bereiden en dit gebruik ging over van generatie op generatie. We zien inderdaad overal uithangborden waarop deze delicatesse wordt aangeprezen. Vaak worden ze verkocht in hele kleine, traditioneel beschilderde houten vaatjes. De afbeeldingen zijn motieven uit Aveiro. Ook kleine vaatjes van keramiek worden gevuld met het gele mengsel, evenals (maritieme) vormpjes van ouwel of eetpapier. Wij gaan voor een ouwel vormpje om te proeven. Je moet over alles tenslotte kunnen meepraten, nietwaar? Het is echt heel zoet!

Ovos moles (internet)

Op het plein middenin het historische centrum is het gezellig toeven. Hier strijken we neer op een terrasje onder grote parasols, want het regent nog steeds. De specialiteit van dit restaurantje zijn vooral de ‘sandes de leitão’ en de ‘sandes de pernil’. Broodjes ‘biggetje’. Hmmm, naast de toonbank wordt een speenvarkentje langzaam gaar en knapperig geroosterd en afhankelijk van de ‘vetheid’ van het vlees bestel je dus een broodje. Ik ga voor de eerste, een broodje speenvarken vers van het spit. Hoewel ik niet echt een liefhebber ben van varkensvlees is dit absoluut lekker mals en sappig. Riep gaat voor het broodje pernil, volgens de ober een ‘betere en smakelijker keus’. Dit gemarineerde varkensvlees met een hoger vetgehalte maakt het geheel ‘zowel sappig en smeuïg tegelijk’. Het is de vriendelijkheid alom die van deze lunch een memorabele maken. Dit is ondanks de regen echt vakantie!

Geplaveide straten en gekleurde huizen
Sandes de leitão is de plaatselijke hit

Het kleine historische centrum is een prachtig stukje van de stad met een hoop fraaie gebouwen die versierd zijn met, hoe kan het ook anders, keramische tegeltjes, gekleurde huisjes die voor een vrolijke sfeer zorgen, geplaveide straatjes en een paar gezellige pleinen om wat te eten en te drinken. Dwars door het hart van het historische centrum lopen natuurlijk diverse kanalen (Venetië) waarin vrolijk gekleurde houten boten -‘moliceros’- dobberen, die inderdaad wel een beetje op gondels lijken.

Kanalen met een gondel variant
De punt van een moliceiro (RK)

De lokale bevolking maakte vroeger gebruik van de natuurlijke omstandigheden waarin ze leefden, dat betekende visserij, zoutwinning en landbouw. Om de landbouwgronden te bemesten werd zeewier (in het Portugees ‘moliço) gebruikt dat veel voorkwam in de Ria. Met een soort harkjes die aan de boot bevestigd zijn, kon de wier van de ondiepe bodem worden gehaald. De moliceiro is een ongeveer 15 meter lange smalle boot met een platte bodem. De boeg en het achtersteven hebben een wat opkrullende punt die vaak in vrolijke kleuren beschilderd zijn. Traditioneel had de boot een zeil en een stok. Geven al deze elementen de associatie met Venetië aan? Tegenwoordig zie je de stok en het zeil nog wel, maar heeft de buitenboordmotor de functie overgenomen. Lopend langs het hoofdkanaal worden we regelmatig gevraagd of we een tochtje willen maken. We slaan het telkens vriendelijk af, de regen in combinatie met grote paraplu’s die je het uitzicht grotendeels ontnemen, doen de ervaring vast geen goed. Op zich wel jammer, want ondanks alle indrukken en de afzonderlijke herkenbare elementen heb ik toch niet het idee dat we het ‘Venetië gevoel’ echt uit dit tripje hebben gehaald. 

Linten in plaats van slotjes aan de bruggen