ELFDE VAN DE ELFDE (Drenthepad)

Drenthepad: kaarten 55 & 56

De elfde van de elfde heeft een haast magische klank, misschien omdat deze datum verbonden is aan zoveel tradities? Zo herdenken we op 11 november het einde van WOI, ook wel Wereldoorlog of Grote Oorlog genoemd. Elf november bleef daarna bekend staan als ‘wapenstilstandsdag’. Hoe zat het nu precies op die 11e november? Tegen het einde van deze oorlog plande de Duitse marineleiding nog een laatste slag tegen de Britse vloot. De mariniers en zeelieden wisten inmiddels dat dit totaal zinloos was, waarop een rebellie in de Duitse havensteden uitbrak die oversloeg naar het hele land. De Duitse revolutie werd begin november 1918 uitgeroepen. Onderhandelingen, gevoerd door burgers, resulteerden in een wapenstilstand op 11 november 1918, die om 5 uur ‘s ochtends getekend werd, maar pas om 11 uur echt van kracht werd. Tijdens deze laatste zes uur vielen langs beide kanten nog vele slachtoffers, terwijl de overgave al ondertekend was.

De elfde van de elfde is ook de start van het Carnavalsseizoen. Dit is de dag waarop Prins Carnaval bekend gemaakt wordt en waarop de Raad van Elf voor het eerst vergadert over het komende carnaval. Wat is er toch met dat getal elf? Elf wordt in ons land wel gezien als het dwazen- of gekkengetal (beide woorden bestaan ook uit 11 letters!). Volgens sommigen omdat 11 een ‘dwaze’ overschrijding is van 10, het getal van de Tien Geboden, volgens anderen omdat 11 minder is dan 12. Twaalf staat voor volheid (het is een heilig getal) wat elf ‘dwaas’ maakt omdat het nèt niet perfect is. Klinkt logisch als verklaring voor zo’n dol en kolderiek feest als Carnaval, toch? Een leuk weetje: de carnavalsroep ‘Alaaf’ is mogelijk een verbastering van elf.

Andere bronnen beweren echter dat elf niets te maken heeft met dwazen maar veel meer met armoede. In de middeleeuwen werd er ook voor de Kerst gevast, al was dat toentertijd niet zozeer uit religieuze overwegingen, maar meer uit armoede want het vlees uit de slachtmaand (november) moest bewaard worden tot Kerst. Ze begonnen met vasten op 12 november, dus de dag ervoor werden nog snel de niet houdbare producten met veel feestvertoon opgegeten. Waarom de elfde? Omdat het destijds toch al een feestdag was, namelijk Sint-Maarten. Aha, dat is een feestje wat mij zeker bekend voorkomt. St. Maarten is de viering van de naamdag van Martinus van Tours. Hij werd bekend als de soldaat die de helft van zijn mantel aan een arme bedelaar gaf en die na een droom koos om verder te leven als een christen. St. Maarten was vroeger een bedelfeest, deze waren nodig in de moeilijke wintermaanden, en daarmee vooral een feest van de armen. Pas in de jaren ’20 en ’30 van de vorige eeuw werd St. Maarten steeds meer gezien als een mooie eigen traditie die behouden moet worden. We hopen vanavond inderdaad wat kinderen te horen zingen met hun verlichte lampionnen in de hand. Dat gaat vast lukken!

Prachtige lampionnen (foto internet)

Zover is het echter nog niet. Onze ‘elluf elluf’ staat vooral in het teken van een wandeling door het Drentse landschap. We gaan lopen over de Laaghaler es, we kruisen de A28 en vervolgen onze weg over het karrenspoor door het Laaghaler Veen en nemen de alternatieve route door het Hijkerveld om te eindigen bij een boogbruggetje over het Oranjekanaal.

We starten bij het herinneringscentrum Westerbork en lopen al snel langs het pad waar waarschijnlijk vroeger de spoorweg naar het doorgangskamp heeft gelopen. De spoorlijn Hooghalen – Kamp Westerbork was een tijdelijke spoorweg aangelegd in 1942 als aftakking van de spoorlijn Meppel – Groningen. De spoorlijn had ‘simpel’ als doel om Joden massaal per trein vanuit Nederlandse steden naar doorgangskamp Westerbork te kunnen deporteren en vandaar per trein verder naar de vernietigingskampen. Op regelmatige afstand zien we spoorbielzen waarop een datum en de hoeveelheid mensen die vervoerd zijn naar zo’n vernietigingskamp. Soms met een foto aan de zijkant van de paal om zo’n reis een gezicht te geven. Het is ook deze keer confronterend en haast onvoorstelbaar om je te realiseren hoeveel van deze transporten hier hebben plaatsgevonden. 

De treinreis krijgt een gezicht……….

Het Laaghalerveen (of is het toch het Laaghalerveld?) verderop wordt omschreven als ‘woeste grond’. Dit gebied laat de overgang zien van het oude landschap – het ‘veld’ met heide en veen – naar het tot landbouwgebied ontgonnen terrein. Het is zeker een afwisselend gebied. Door de hoge luchtvochtigheid (98%) hangen de wolken zwaar en laag boven ons en is het hele gebied ‘diezig’ (heiig, nevelig), terwijl de bladeren, takken en grassen rondom ons voorzien zijn van een waas aan glanzende druppeltjes. Met een beetje zon erbij zou je vast het betoverend kunnen noemen, maar helaas laat de zon zich vandaag niet zien. 

Lopen door een ‘diezig’ landschap
Overal druppels, de lucht is zwaar van het vocht vandaag

We vervolgen onze tocht over het Hijkerveld. Voor mij een onbekend gebied, terwijl het toch tot de grootste heidevelden van Drenthe behoort. Grote delen waren tot in de ijzertijd in gebruik als woongebied. De boeren toen maakten gebruik van kleine omwalde raatakkers (celtic fields), kleine, ongeveer rechthoekige of vierkante akkers. Overblijfselen hiervan, grafheuvels en karrensporen wijzen allemaal op vroegere bewoning. Wij zijn natuurlijk geen archeologen en denken van alles te zien, maar weten tegelijkertijd niets zeker, behalve dat het hier enorm weids en stil is. 

Voor de toegang tot het gebied van de grote grazers………
Hoge haast oranje kleurige grassen (RK)
Veel vennetjes (RK)

Tussen de velden met hun tientallen vennen gaat de route verder naar Diependal, waar de vloeivelden en het vloeimeer van de voormalige aardappelmeelfabriek Oranje liggen. De coöperatieve aardappelmeelfabriek werd opgericht in 1913 aan het Oranjekanaal vlakbij Smilde. De fabriek en bijbehorende huizen kregen de naam Oranje. In 1945 werd het complex zwaar beschadigd bij de bevrijding, maar in 1949 heropende de fabriek met zo’n 135 werknemers. De fabriek was in de jaren daarna vaak koploper bij technische ontwikkelingen. Begin jaren ’90 werd de fabriek overgenomen en verbouwd tot wat nu Speelstad Oranje is. Na het sluiten van de fabriek is het vloeiveldensysteem omgevormd tot het vogelreservaat Diependal, waarvan een deel afgesloten is en dient als rustgebied voor de vogels.

Langzamerhand komt ons einddoel in zicht. We horen en zien in de verte auto’s, wat betekent dat ook het Oranjekanaal in de buurt moet zijn. Dit ruim 40 kilometer lange kanaal van Hoogersmilde tot Klazienaveen werd tussen 1853 en 1861 aangelegd ter ontsluiting van het veengebied. Voor de exploitatie van het kanaal werd de Drentsche Veen- en Middenkanaal Maatschappij (DVMKM) opgericht. Aanvankelijk zou het kanaal het Middenkanaal genoemd worden, maar ter ere van koning Willem III werd de naam van het kanaal, met instemming van het hof, gewijzigd in Oranjekanaal. Het Oranjekanaal werd het middelpunt van vervoer. Aardappelen werden afgeleverd bij fabriek Oranje en turf transporteerde men veelal naar Groningen om daar als brandstof te dienen. De turfwinning werd echter geen succes vanwege afwateringsproblemen van het veen op het kanaal. Eigenlijk bleek het project in economisch opzicht een compleet fiasco en daarom werd het kanaal in 1976 gesloten voor scheepvaartverkeer. Wat resteert is een prachtig voormalig scheepvaarttracé dwars door Drenthe met de bijbehorende verhalen.

Zo ook het verhaal over de beruchte schipper Egbert Vosch aka ‘kwaoie Eggie’ van het turfschip Annigje II. Op zoek naar buit joeg hij met zijn schip over het kanaal. Mocht er op het kanaal niets te vinden zijn, dan stapte hij met zijn bende aan wal om postkoetsen te beroven. Op een kwade dag voeren ze naar een klein dorpje aan het Oranjekanaal waar ze, als een daad van zinloos geweld, de kerk in brand staken. Genoeg is genoeg! Volgens het verhaal werd er daarop (letterlijk) van hogerhand ingegrepen. Lang verhaal kort ….. ‘in een angstaanjagende hoos van wind en water werd de Annigje II opgetild en verdween daarop spoorloos. De toenmalige wereld stond voor een raadsel. Het deed sommigen aan ‘de vliegende Hollander’ denken, maar ja …… dat is een legende.’

Langs het Oranjekanaal

Er bestaat trouwens ook nog een ander volksverhaal (legende) over de eerder genoemde relatie tussen ‘elf’ en carnaval. Toen aan het eind van de 18e eeuw de Fransen een deel van ons land bezetten, werd daar stevig carnaval gevierd. De Franse bezetters moesten op de hak genomen worden en daarom zetten de feestvierders Franse steken op en kozen ze de elfde van de elfde als datum voor hun spotfeest. De datum werd gekozen naar aanleiding van de drie principes van de Franse Revolutie: ‘Egalité, Liberté et Fraternité’. De beginletters vormen het woord ‘elf’. De elfde van de elfde maakt veel los.

‘SCHULDIG LANDSCHAP’ (Drenthepad)

Drenthepad: kaarten 53 & 54

We lopen vandaag voor een groot deel door een zogeheten ‘schuldig landschap’, een term bedacht door de Nederlandse kunstenaar Armando (1929-2018) die zelf van dichtbij de verschrikkingen van en rondom een concentratiekamp heeft meegemaakt. Hij verbaasde er zich over dat de natuur tegelijkertijd zo onverstoorbaar bleek voor dit menselijke leed. Zijn aanduiding ‘schuldig landschap’ is geïntroduceerd (en zelfs opgenomen in de Dikke van Dale) ter aanduiding van ‘een lieflijk of fraai ogend landschap waar zich in het verleden niettemin vreselijke gebeurtenissen hebben voltrokken’. 

Mystieke omgeving (RK)

We beginnen in Elp en lopen dwars door dit kleine dorp richting Boswachterij Schoonloo, waar de herfst inmiddels flink haar kleuren laat zien. Volgens de website is het hier heerlijk stil en daarmee een weldaad voor mensen die van rust houden. Het is hier inderdaad stil en haast intiem, helemaal omdat de mist nog niet helemaal is opgetrokken. De woorden ‘witte wieven’ spelen meteen door mijn hoofd, dat heeft toch te maken met mist? Vroeger geloofden ze in Nederland absoluut in de witte wieven omdat ze in verband werden gebracht met de opdwarrelende mistflarden, net ontstane mist die door de wind van plaats verandert, uit het drassige land. Het geloof in witte wieven stamt waarschijnlijk al uit de Germaanse tijd. Vrouwen die de gaven van waarzegging en toekomstvoorspelling bezaten, werden toentertijd geëerd. In verschillende landen kregen de dames ietwat verschillende karakteristieken. In Engeland werden ze veelal beschreven als geesten: vrouwelijke spookgedaantes gehuld in witte sluiers. Ze droegen witte kleding en zweefden rond bij hun graf. In Nederland kregen de witte wieven daarnaast karakteristieken mee die ook aan elven of heksen werden toegedicht. De wieven woonden ook hier vaak in de grafheuvels, maar hier werkten ze ’s nachts op het land van de boer in ruil voor een beloning. Het was algemeen bekend dat de witte wieven dol waren op pannenkoeken en als de boer ’s avonds een schotel met deze traktatie op zijn land liet staan was de volgende dag al het overgebleven werk afgemaakt. Dat waren nog eens tijden…….

Zo’n ‘mist web’ valt altijd op

De herfstkleuren om ons heen variëren inmiddels van goudgeel en oranje tot rood, bruin en zelfs variaties in groen, zeker door de vele dennen onderweg. Veel dennen zijn echter ook geel getooid, terwijl ik altijd heb gedacht dat juist dennen het hele jaar door groen blijven. Ik lees en leer dat dennennaalden geel worden door een natuurlijk vernieuwing. Het jaarlijkse biologische proces van ‘naald vervanging’ vindt inderdaad in de herfst plaats, maar in dit proces moeten de jonge takken van de boom wel de gebruikelijke groene kleur hebben. Dat is om ons heen lang niet altijd het geval. We zien complete dennen, volop in de naald, maar werkelijk helemaal geel. Deze dennen kunnen last hebben van een gebrek aan mineralen (arme grond), waardoor de naalden minder groen kleuren en de fotosynthese afneemt. Ter verduidelijking: fotosynthese is het proces waarbij planten water en koolstofdioxide, onder invloed van energie uit licht, omzetten in zuurstof en glucose (suiker). De boom heeft dus te weinig voedingsstoffen om alle naalden in leven te houden en laat zijn naalden afsterven in een poging de stam en de wortels in leven te houden. Het resultaat geeft gele dennen. Niet zo gezond, maar zeker mooi in het geheel plaatje. Geel (goudgeel) als kleur maakt je immers vrolijk, positief en sterk. Kleuren in hetzelfde spectrum, t.w. oranje en rood zijn respectievelijk de kleur van levenslust en vitaliteit en de kleur van warmte, vuur en passie. Geen wonder dat een wandeling temidden van deze kleuren je zoveel energie geeft. Bruin helpt je met je beide benen op de aarde te staan en niet al teveel te denken. Het helpt je het leven simpel en zonder ruis te houden. Donkergroen tenslotte geeft kalmte, het gevoel van zen zijn en het leven verstillen. Dat zijn beslist een fijne toevoegingen. Het hele kleurenpalet is rondom aanwezig en maakt dat we vaak even stilstaan om elkaar op mooie ontdekkingen of een fraai samenspel van kleuren te wijzen. Volgens sommigen (de meer spirituelen onder ons) kun je de energie van de herfst vergelijken met de energie van een zonsondergang of van een afnemende maan. Het proces van de uitgaande zomer energie (yang) naar de ingaande herfst energie (yin) is nog volop in beweging, maar automatisch zijn we allemaal al iets meer naar binnen gericht; zowel letterlijk als figuurlijk. Yin energie is ontvankelijk, kalm en verbonden met de aarde en daarmee anders dan de meer naar buiten gerichte energie (Yang) die ons aanzet tot actie. De yin energie van de herfst brengt de focus naar wat je voelt en denkt. Naar je onderbewustzijn en je intuïtie. Naar alle dingen in jou die niet meteen zichtbaar zijn voor de buitenwereld. 

Goudgele accenten (RK)
Prachtig oranje

Deze overpeinzingen gaan een eigen leven leiden zodra we aankomen op het terrein van de radiotelescopen waar alle communicatiemiddelen moeten worden uitgeschakeld vanwege ongewenste straling. Het duurt nog een tijdje voordat we de 14 parabolische antennes, elk met een doorsnede van 25 meter, daadwerkelijk zien, maar om hun werk goed te kunnen doen, moeten ze in alle stilte ons zonnestelsel en de Melkweg afzoeken naar radiogolven. De WSRT (Westerbork Synthese Radio Telescoop), één van de grootste radio observatoria ter wereld, staat in oost-west richting opgesteld over een totale lengte van bijna drie kilometer. Tien schotels hebben een vaste positie, de vier oostelijke schotels zijn verrijdbaar over een spoor. Door de radiogolven van de afzonderlijke schotels met elkaar te laten interfereren kan een telescoop met een diameter van 2,7 kilometer worden nagebootst. De WSRT is op zijn beurt weer onderdeel van een groot Europees netwerk van radiotelescopen: JIVE, het Joint Institute for Very Long Baseline Interferometry in Europe opgericht in 1993. Imposant! 

Een ongewoon bord (RK)
Veertien radiotelescopen op een rij (RK)

We beseffen ons ook dat we hier langzamerhand lopen in het ‘schuldige landschap’, zoals beschreven door Armando. Aan de natuur kun je niet aflezen dat er tijdens WOII vanuit Westerbork ruim 100.000 joden, 245 Roma en Sinti en tientallen verzetstrijders zijn gedeporteerd. Kamp Westerbork, nu omsloten door bossen, lag tijdens de oorlog in een kaal, ruig, modderig, desolaat landschap. Dit kamp werd, al voor de Duitse bezetting, in opdracht van de Nederlandse regering gebouwd. Zeker na de ‘Kristallnacht’ in 1938 was er een grote stroom vluchtelingen op gang gekomen, waarop de regering besloot een centraal kamp te bouwen voor de opvang van deze vluchtelingen. Aanvankelijk was het de bedoeling het kamp te bouwen rond Elspeet op de Veluwe. Met name het protest van koningin Wilhelmina woog zwaar, zij wilde geen kamp vlakbij Paleis Het Loo in Apeldoorn. Uiteindelijk werd gekozen voor het terrein dat we nu betreden. Saignant detail is dat het geld voor de bouw grotendeels moest worden betaald door de Joodse gemeenschap in Nederland.

Het einde van de spoorlijn
Het huis in de glazen stolp (RK)

Het eerste wat we zien bij het betreden van het voormalige kamp is het monument met de twee omhoogstaande, omgekrulde spoorstaven op 97 bielzen. Deze bielzen verwijzen naar de 93 transporten vanuit Westerbork en vier transporten vanaf andere locaties uit het land. ‘De kampbewoners leefden van ‘dinsdag tot dinsdag’, van transport tot transport. Dat duurde tot 13 september 1944. Toen vertrok de laatste trein met 279 personen naar Bergen-Belsen.’ De meeste treinen reden naar Auschwitz. Andere transporten gingen naar Sobibor, Theresienstadt, Bergen-Belsen en (een veel kleiner aantal) naar de kampen Buchenwald en Ravensbrück. Ergens anders op het terrein is voor elk kamp een teken opgericht met daarop de aantallen gedeporteerden en slachtoffers. We lopen dwars door het kamp en zien overal aanwijzingen en informatie over wat zich hier heeft afgespeeld. Zo zien we twee gerestaureerde goederenwagons, waarin het hele jaar door de namen en leeftijden van de gedeporteerden te horen zijn. We lopen langs de bewaard gebleven woning van Alfred Konrad Gemmeker, de bekendste commandant van Kamp Westerbork. Het groene huis is nu ‘ingepakt’ in glas ter bescherming (een huis met een stolp) wat een surrealistisch beeld oplevert. Vanwege de slechte staat mag het publiek de commandantswoning niet in, maar al dat glas nodigt uit nadere inspectie……. Het huis werd ooit gebouwd als een tijdelijke woning. Volgens de restaurateurs was het echter wel een erg luxe huis voor een tijdelijke woning, want het had een eigen rioleringssysteem, warm en koud water, een apart toilet, een verwarming en zelfs een lampjessysteem voor de bedienden. Een monument wat zeker de aandacht vraagt bevindt zich op de vroegere appèlplaats van het kamp. Hier staan 102.000 stenen; één voor iedere jood, zigeuner of verzetsstrijder die werd gedeporteerd en niet terugkwam. Het is een indrukwekkend gezicht en het geeft een beklemmend gevoel door de enorme hoeveelheid steentjes, de vele gedenkkeitjes (naar joods gebruik) en de foto’s die elke rij een persoonlijke tint geven.

Een detail (RK)

We lopen stil en onder de indruk verder langs de lange weg richting het herinneringskamp oftewel het museum wat ongeveer 3 kilometer verderop ligt. Langs de weg staan op gelijke afstand van elkaar palen met bordjes. Op elk bordje staan de details van een transport dat vertrok uit het kamp: de bestemming, de datum en het aantal mensen. Confronterend om kilometers lang elke paar meter zo’n paal te zien.

Confronterend

Ons pad buigt af het bos in en we vervolgen onze weg over het Melkwegpad. We starten met de zon en zien meteen diverse volgende blauwe borden langs het pad verderop. Het Melkwegpad is namelijk op schaal, de looptijd van planeet naar planeet is in verhouding met de daadwerkelijke afstand. Meer naar het eind is het soms een eind lopen naar de volgende planeet, het lopen geeft inderdaad een goed besef van de afstanden. Onderweg lopen we eveneens langs het ‘Bos van de Toekomst’. Hier kunnen mensen een boom planten ter herdenking aan een overleden dierbare of als markering van een geboorte, huwelijk of jubileum. Bordjes bij de bomen geven een korte toelichting. Inmiddels begint het donker te worden, we hebben geen rekening gehouden met de net ingevoerde wintertijd. Gelukkig komt Pluto in zicht, de laatste planeet die inmiddels een dwergplaneet wordt genoemd. Tot voor kort waren er negen planeten: Aarde, Mars, Mercurius, Venus, Jupiter, Saturnus, Uranus, Neptunus en Pluto. Pluto wordt sinds augustus 2006 een dwergplaneet genoemd omdat hij deel uitmaakt van een zeer grote familie van ijsdwergen in de Kuipergordel (naar de Nederlandse astronoom Gerard Kuiper). De Kuipergordel is een gordel van vele miljarden komeetachtige, uit steen en ijs bestaande objecten voorbij de baan van de achtste planeet van het zonnestelsel, Neptunus. Een planeet kun je nu aan verschillende eigenschappen herkennen: een baan om de zon en geen energie productie. Dit betekent dat hij geen licht geeft, zoals een ster. Verder is een planeet bolvormig en is het geen maan. Een dwergplaneet heeft bijna dezelfde eigenschappen. Het enige verschil is dat planeten geen andere hemellichamen op hun baan hebben en dwergplaneten wel. Misschien ten overvloede: Pluto heeft veel hemellichamen om zich heen, vandaar een dwergplaneet. 

Het begin van het Melkwegpad
Een informatieve wandeling

Het is langzamerhand behoorlijk donker geworden en we moeten nog een stukje op de fiets om de auto te bereiken. Normaal gesproken is dit geen probleem en vormt het zelfs een mooie afsluitende activiteit. Vandaag worden we door onze app het bos in gestuurd, waar de paden steeds smaller worden en vooral steeds natter. Dit zijn waarschijnlijk prachtige paden op de mountainbike midden op de dag, maar zo in het donker is het beslist een ander verhaal. Op een gegeven moment zijn we terug bij uitkijktoren Holmers-Halkenbroek en blijkt het fietspad verderop afgesloten te zijn.

Bovenop de uitkijktoren heb je een goed overzicht (RK)

Een ondoordachte actie doet mij languit naast het fietspad, in een modderpoel belanden. De keus om terug te fietsen naar de meer gebaande (lees bredere) paden is snel gemaakt. Negen kilometer later en door en door koud zak ik heerlijk achterover in de auto. Met de verwarming op ‘heet’, mijn stoelverwarming op ‘high’ en met de natte schoenen en sokken onder me kom ik langzaam weer tot mezelf. Het was een heerlijke dag met veel indrukken en leermomenten in dit ‘schuldige landschap’. De volgende keer moeten we alleen wat eerder op de dag beginnen zodat we voor donker weer bij de auto kunnen zijn!

GROENE HERFST (Drenthepad)

Drenthepad: kaarten 51 & 52

Hoopvol vertrekken we vandaag met de verwachting veel herfstkleuren te zien. De herfst is immers het seizoen vol kleur, waarin bladeren verkleuren van groen naar goudgeel, oranje, bordeauxrood en bruin. Wat we echter zien zijn bomen volop in het veelal nog groene blad. We hebben volgens de weermannen te maken met een groene herfst. De reden voor de trage verkleuring van de bomen dit jaar komt door de warmte deze maanden, we zitten, alweer volgens de deskundigen, momenteel in de ‘top 10’ van de warmste september- en oktobermaanden. Doordat nachtvorst uitblijft, komt de bladverkleuring heel traag op gang. Hoe dat precies zit? In de herfst maken planten en bomen zich klaar voor de winter. Terwijl de dagen korter worden, krijgen de bladeren steeds minder energie van de zon, ze maken dus steeds minder voedsel. Wel blijven ze water verdampen, maar door de kou kan de boom geen water meer opzuigen. Als de bladeren aan de boom zouden blijven zitten, zou de boom uitdrogen en uiteindelijk doodgaan. Ter voorkoming haalt de boom daarom het bladgroen en andere bruikbare stoffen uit de bladeren en zo ontstaan dan de prachtige herfstkleuren.

Toch een beetje herfst…… (RK)

We starten midden in Westerbork, zo ongeveer naast het oorlogsmonument dat de inwoners van Westerbork herdenkt die zijn omgekomen tijdens WOII. We lezen dat de sinds kort opgerichte stichting ‘Westerbork, Dorp van de Vrijheid’ zich richt ‘op activiteiten die te maken hebben met een positieve connotatie van de naam ‘Westerbork’ en op activiteiten die hun historische wortels vinden in het verleden, en dan met name WO2, maar deze willen verbinden met de toekomst. Het centrale begrip van waaruit gedacht, gewerkt en georganiseerd gaat worden is het begrip ‘vrijheid’.’ Begrippen als verzet, onschuld, vlag en strijd zijn belangrijk. Even verderop, voor het oude gemeentehuis, hebben kinderen van de basisschool in dit kader gedichten geschreven over vrijheid, zoals: ‘Vrijheid, Eindeloze verte, Meeuwen en zee, Water en wind, Gevoel van vrijheid.’  Mooi toch, je kunt je er iets bij voorstellen. 

In het teken van ‘vrijheid’
Gedichten en gedachten

Niet veel later lopen we over de Oude Groningerweg richting Orvelte. Eigenlijk is het merkwaardig dat dit landweggetje zo heet, want deze weg gaat helemaal niet richting Groningen. De historische vereniging van Westerbork vertelt dat we hier te maken hebben met een oude postkoetsroute, ‘Vroeger reed men hierover van Coevorden naar Groningen. Dat ging via Dalen, Oosterhesselen, Nieuw-Balinge en dan richting Groningen’, aldus een historicus. De weg loopt dwars door de weilanden, met een beetje fantasie is er nog wel een karrenspoor te zien. Geheel in stijl (hahaha) lopen we verder langs een historische Drentse boerderij uit de ijzertijd, althans een replica daarvan. Deze boerderij is in de zeventiger jaren van de vorige eeuw gebouwd met materialen die in de ijzertijd vermoedelijk gebruikt werden. Een boerderij bestond uit een woon- en een stalgedeelte, een zogenaamd woonstalhuis. De wanden bestonden uit hout, vlechtwerk, plaggen of stro met leem. Het dak was van stro, riet, heide of hout en liep tot bijna op de grond om de warmte binnen te houden. Ernaast staat een ‘graanspieker. Een spieker, speicher of spijker is een plek waar graan werd opgeslagen. Het complete ijzertijderf alhier bestaat uit een boerderij, een spieker en een leemkuil. De materialen voor de bouw van de boerderij komen uit de omgeving, de leem uit de leemkuil een kleine 100 meter verderop. De ijzertijdboerderij is gebouwd om meer inzicht te krijgen in de materialen, gereedschappen en constructie, maar ook in het leven in de ijzertijd. Het is een bijzondere omgeving. We zien zelfs mensen elkaar fotograferen in kleding uit vroeger tijden. De schaapskudde vlakbij voegt iets authentieks aan het plaatje toe. 

Het ijzertijderf

Niet veel later lopen we over ‘het houten pad van Theodoor’, een klim- en klauterpad in de bossen bij Orvelte. Het spreekt vast en zeker tot de verbeelding van menig kind, want het is tevens een verhaaltje over een avontuurlijk varkentje ….. Theodoor. Hier kunnen de kinderen (of enthousiaste volwassenen) Theodoor horen knorren, de vogels horen fluiten en schapen laten blaten. Je kunt hier in een holle boom klimmen, muziek maken en je verstoppen in het vossenhol. ‘Challenge exepted’ :). Het pad is een wandeltocht over houten vlonders en bruggetjes. In het begin is het pad makkelijk te lopen, maar verderop wordt het steeds uitdagender. Voor de minder avontuurlijk ingestelden loopt het ‘gewone’ pad er pal naast. 

Muzikaal talent

Orvelte zelf is een compleet museumdorp dat tot de allermooiste dorpen en belangrijkste bezienswaardigheden van de provincie Drenthe behoort, aldus de website. Op het moment dat je Orvelte binnenwandelt, waan je je tientallen jaren terug. Het dorp bestaat vooral uit oude Saksische boerderijen die op redelijke afstand van elkaar staan. In het dorp, waar mensen gewoon wonen en werken, beleef je als het ware de geschiedenis aan den lijve. Zo is de smid nog regelmatig aan het werk in de smidse en kun je zien hoe de klompenmaker een blok hout omtovert tot een echte klomp.

Smid aan het werk (RK)

Zowel de smid als de klompenmaker hebben we al eerder dit jaar bezocht. Beide keren waren we de enige ‘klanten’, wat leuke informatieve gesprekken opleverde. Heb je wel eens gehoord van een ‘smokkelklomp’? Ik probeerde me een geheim vak in de klomp voor te stellen, maar slaagde daar niet goed in….. Een smokkelklomp is gewoon een omgekeerde klomp, dwz dat de onderkant van de klomp precies andersom staat, waardoor het lijkt dat je de andere kant oploopt. 

Niet alles gaat meer met met de hand (RK)
De smokkelklomp (internet)

Na een verkwikkende lunch op het dorpsplein, lopen we het dorp uit, gaan we de brug over en vervolgens linksaf langs het Oranjekanaal op weg naar het Orvelterzand. Ooit maakte dit gebied deel uit van het veel uitgestrektere heidegebied het Orvelterveld. In de loop van de tijd werd dit veld grotendeels ontgonnen en omstreeks 1950 is het Orvelterzand in zijn huidige vorm ontstaan. Het is één van de eerste natuurgebieden in Drenthe die begraasd werden met Schotse hooglanders. Al in 1987 liepen hier de eerste koeien. De winterharde Hooglanders laten, in tegenstel­ling tot heide­schapen, de bomen meestal ongemoeid, waardoor een haast parkachtig karakter, gekenmerkt door verspreid staande bomen, behouden blijft. We zijn nog maar net binnen het gebied van de ‘grote grazers’ of we zien een heel aantal op ons pad. Ze boezemen ontzag in met hun uiterlijk. We zien diverse jonge koeien en besluiten met een redelijke boog om hen heen te lopen. Voor het geval dat…….

Een parkachtig terrein
Ze passen in deze omgeving (RK)

Ondanks het feit dat de herfst nog weinig kleur aan de bomen laat zien, ontdekken we op de grond een variatie aan paddenstoelen in heel eigen kleuren. Er zijn heel veel soorten paddenstoelen, maar ze herkennen? Ik kom niet veel verder dan de (overbekende) vliegenzwam oftewel de rood met witte stippen paddenstoel, het elfenbankje en de boleet. We zien helaas weinig tot geen vliegenzwammen en als we ze al zien, zijn ze meestal beschadigd. Het lijkt wel alsof er kleine hapjes uitgenomen zijn, maar door wie dan want deze paddenstoel is toch giftig? Het blijkt dat slakken graag zwammen eten, dus ook een vliegenzwam. Daarnaast lusten muizen, konijnen, eekhoorns en ook insecten zoals kevers ook graag paddenstoelen. De vliegenzwam is minder giftig dan de meeste mensen denken, ze zijn zeker niet dodelijk. Vliegenzwammen hebben wel bijzondere stoffen in zich, die een hallucinogene of bewustzijnsverruimende werking hebben. Er zijn landen waar sjamanen of genezers bewust vliegenzwammen eten om zichzelf in trance te brengen. Zo leer je nog eens wat!

Parasolzwammen
Rodekoolzwam
Aardappelbovist
Haast zwart van kleur……dit elfenbankje (?)

Wat zien we dan wel onderweg? De grote parasolzwam op open plekken en langs de bosranden. Met een hoed van soms wel 30 centimeter in doorsnede is dit de gigant onder de paddenstoelen. Ook zien we de paarse rodekoolzwam of amethistzwam. Deze leeft vaak onder beuken en eiken en al is de paddenstoel opvallend paars, zo verscholen tussen de beukenbladeren valt hij toch niet zo een-twee-drie op. Tenslotte kunnen we ook niet om de aardappelbovist heen. Deze soort heeft geen hoed of steel, maar een bolletje dat veel weg heeft van een aardappel, zoals zijn naam al aangeeft. Er zijn verschillende soorten, maar de gele aardappelbovist is de meest algemene soort. Vaak in de buurt van eik en berk, waarmee hij net zo samenwerkt als de vliegenzwam en rodekoolzwam. Er is echt veel kleur te ontdekken als je maar goed kijkt!

TRIN FOR TRIN – stap voor stap (Denemarken)

Volgens een Indiaas gezegde word je met wandelen oud. Wandelen is namelijk een simpele maar tegelijkertijd erg effectieve manier om zowel je gezondheid, je humeur als je geest een flinke positieve oppepper te geven. Mochten dit nog niet voldoende redenen zijn om de wandelschoenen aan te trekken, realiseer je dan dat wandelen eveneens je horizon verbreedt, het verruimt als het ware je blik. Een wandeling is letterlijk iedere keer weer anders. Dat hebben we zeker kunnen ervaren de afgelopen paar dagen, waarin we zo’n 50 kilometer hebben gelopen door zeer afwisselend terrein. Allemaal in de nabije omgeving; afstand is betrekkelijk, nietwaar?

Een andere aanblik
Stand van Lønstrup in de avondzon (RK)

Als eerste was daar de wandeling in de omgeving van de vuurtoren, die met de terugblik van nu, misschien wel de mooiste wandeling op de mooiste dag van de week was. Is deze observatie de kracht van de nieuwe ervaring, de eerste indruk die dikwijls zo bepalend is? Of is dit het resultaat van de magie van de eerste vakantiedag, waardoor je alles bekijkt vanuit rust en met een frisse blik? Waarschijnlijk een beetje van beide. Uit onderzoek is gebleken dat een eerste indruk, nog meer dan we dachten, vaak blijvend is. Malcolm Gladwell (journalist) noemt dit fenomeen, van het oordeel van je hersenen in de eerste paar seconden, ‘thin slicing’. Volgens hem ‘thin slicen’ we elke keer als we een nieuw iemand ontmoeten, wanneer we ergens snel een indruk van moeten krijgen of wanneer we in een onbekende situatie terechtkomen. Die eerste indruk van Rubjerg Knude en de vuurtoren zijn voor ons beeldbepalend geweest.

De wind waait hier altijd……(RK)

Daarnaast is het algemeen bekend dat mindfulness kan helpen om meer in het hier en nu te zijn, zeker wanneer je een druk leven hebt. Wanneer je tot rust komt en je je vijf zintuigen (zien, horen, ruiken, voelen en proeven) optimaal gebruikt ben je in het moment. In ons geval zien we die weidsheid, ruiken we de zee, horen we de golven, voelen we de wind en ‘proeven’ we het zand. We ervaren zowel het geheel als de afzonderlijke elementen. We zijn later in de week op verschillende momenten en tijdstippen teruggekomen, maar die eerste ontmoeting is toch degene die ons bij zal blijven!

In de avondzon (RK)

Tijdens andere wandelingen hebben we diverse bunkers gezien. Deze bunkers maakten allemaal deel uit van de 5.000 km lange verdedigingslinie van de Duitsers in WOII ter voorkoming van een geallieerde invasie. De ‘Atlantikwall’ liep van Noorwegen, via Duitsland, Nederland en België naar Frankrijk tot aan de grens van Spanje. Het was geen aaneengesloten muur, zoals de naam doet vermoeden. Alleen op strategische punten als haven- en riviermondingen werden verdedigingswerken gebouwd. Langs de rest van de tussenliggende kust werden op geruime afstand van elkaar verdedigingsposten gebouwd. 

Onderweg naar Grenen
Nog redelijk intact

Vlakbij Skagen, op het punt waar de Oost- en de Noordzee elkaar ‘omarmen’, mag het tegenwoordig dan heel vredig lijken, in vroeger tijden is dat wel anders geweest. Iedere keer wanneer Denemarken in oorlog was, was het van het hoogste belang de toegang tot het Kattegat alhier te beschermen tegen een vijandelijke invasie. Toegang tot het Kattegat betekende toegang tot de rest van het land inclusief de hoofdstad Kopenhagen. Toen de Engelsen Denemarken in 1807 aanvielen, werd het bevel gegeven om alle vuurtorens aan de kust te dimmen. Voor Skagen betekende dit het verduisteren van de belangrijke toegang tot het Kattegat, waardoor menig Engels schip vastliep op de riffen. Het was dermate belangrijk voor de Denen om deze vuurtoren te behouden, dat er vlakbij een militaire bunker op het strand werd gebouwd. Deze bunker staat er nu nog en is zelfs in redelijk goede staat al verdwijnt hij wel langzaam onder water. De Engelsen vonden trouwens een oplossing voor de missende vuurtoren. Ze voeren een lichtschip, de ‘Fury Bomb’ (woede bom), naar een plek net buiten de kust om hun schepen veilig naar binnen en naar de overwinning te leidden. 

Ook op het strand van Løkken liggen nog aardig wat bunkers. Ze zijn door de jaren heen uit de duinen weggespoeld en liggen nu half in zee. Tenminste op de dag dat wij hier wandelen. Normaal gesproken is het strand tussen Blokhus en Løkken, twee populaire vakantieplaatsjes, erg breed. Er wordt zelfs gezegd dat een vakantie in noord Jutland niet compleet is zonder een ritje met de auto over het strand. Vooral de rit van Blokhus naar Løkken (zo’n 20 km) is een aanrader. Ik vraag me dan meteen af hoeveel mensen dat tegelijk gaan doen en hoe zoiets dan gaat? Hebben de ‘gewone’ badgasten hier geen last van? Gelden er op het strand ook verkeersregels? Wij zullen het vandaag niet te weten komen, want in Blokhus stormt het wanneer wij er zijn. Windkracht 9 à 10 stuwt de golven tot aan de duinen omhoog. De wind staat recht op de kust. Spectaculair, dat zeker, maar er is absoluut geen ruimte overgebleven voor welke auto dan ook op het strand, laat staan voor een rit naar de badplaats verderop.

Windkracht 10 (RK)
De golven komen tot aan de duinen (RK)
Vissersboten liggen hoog op het strand vanwege de storm (RK)
Het strand is flink opgehoogd, het water zakt weer (RK)

Een dag later lopen we op het strand net boven Løkken. De wind is ondertussen iets afgenomen, al waait het nog steeds stevig, en ook de zee lijkt kalmer. We zien hoe hoog de zee gisteren is gekomen en realiseren ons hoe de zee en de wind de duinen als het ware uithollen. Waarschuwingsborden laten weten dat het gevaarlijk is om in de duinen langs de randen te lopen. Van bovenaf kun je niet zien dat de buitenste graspollen haast in de lucht lijken te hangen. Slechts zijwaartse wortels houden die graspollen (nog) op hun plaats. Door de erosie van de duinen ligt een aantal van de bunkers nu op het strand of in de branding in plaats van in de duinen. De kracht van de natuur blijft indrukwekkend!

Bunkers in zee gespoeld (RK)
Van dichtbij (RK)

Sowieso is de natuur hier ruiger, krachtiger en anders dan wij kennen. Noord-Jutland is, zoals ondertussen waarschijnlijk wel duidelijk is, de regio van het zand. Je vindt er zandduinen, zandstranden, hele gebouwen die worden opgeslokt door stuifzand. De stranden zelf zijn overwegend zoals bij ons in Nederland, al zie je op sommige plaatsen vooral stenen i.p.v. schelpen op het zand. Het grote verschil is dat de stranden hier veelal zijn omgeven door een woest duinlandschap met hoge duinen (tot 70 meter!) dicht begroeid met heide, rendiermos, hoge duinrozen of met een dicht bos waarin bomen naar alle kanten groeien. De wind drukt overal haar stempel op. Boomtoppen buigen eensgezind landinwaarts en nieuwe duinen worden op het strand gevormd terwijl elders duinen gedeeltelijk instorten. Doordat Denemarken omgeven is door zeeën, is het land gevoelig voor wind, met name in de herfstmaanden. De windkracht in de kustgebieden kan oplopen tot windkracht 10 of 11 en in extreme gevallen tot orkaankracht 12. Je voelt je nietig temidden van alle aanwijzingen veroorzaakt en tot stand gekomen door met name water en wind. 

Duinen tot wel 70 meter (RK)
Langs kleine ‘geitenpaadjes’ (RK)
Haast verdwenen in de grassen (RK)

Soms zie je onderweg bijzonderheden, die je nog nergens anders hebt gezien. Op een open plek tussen bos en duinen zien we opeens de Østerklit Stokmølle, de laatste nog werkende ‘dakmolen’ in Denemarken. Een dakmolen is eigenlijk gewoon een standaardmolen, maar dan bovenop een dak van een schuur of van het woonhuis zelf. Ze kenden meestal maar een kortstondig bestaan. Hun voordeel (hoog en goed in de wind) vormde tegelijkertijd ook hun belangrijkste nadeel (ze werden na verloop van tijd letterlijk stuk gerammeld). Was de bouwer of gebruiker overleden, dan geraakte de molen vaak in onbruik. Hier is de oude boerderij afgebroken, palen laten zien waar deze ooit gestaan heeft, maar het stallen- en schuren complex met de dakmolen is bewaard gebleven en toegankelijk voor bezoekers. 

Een verrassing tussen bos en duin

Al wandelend op ontdekkingsreis; lad gåturen tale! (let the walking do the talking!). Trin for trin!

DEN SPIDSE HAT – de puntmuts (Denemarken)

Nordjylland kent verschillende bezienswaardigheden waar Skagen er eentje van is. Skagen, de meest noordelijke plaats van Jutland, lag oorspronkelijk aan het Skagerrak. Het dorp bestaat al sinds de middeleeuwen toen het begon als vissersdorp bekend om de haringvangst. Het dorp kende ups and downs, maar in de 19e eeuw trokken steeds meer bewoners weg om hun geluk elders te zoeken. Het dorp liep leeg. Het bijzondere licht en het pittoreske landschap in en rond Skagen trok echter eind 19e eeuw een groep kunstenaars aan (de Skagen schilders), waardoor het dorp weer begon te groeien. Wel is toentertijd besloten het dorp als het ware een eindje naar het oosten op te schuiven (vanwege een gunstiger ligging?), waarmee het nu dus aan het Kattegat ligt. In 1879 werd de ‘Skagen Fishermen’s Association’ opgericht met als doel de lokale industrie (visserij) te vergemakkelijken door middel van een spoorweg, die in 1890 werd geopend. De moderne haven van Skagen werd vervolgens geopend in 1907 en met de spoorwegverbindingen naar Frederikshavn en de rest van Denemarken begon ook het toerisme zich hier te ontwikkelen. Zowel het oude Skagen (nu: Højen of Gammel Skagen) als het tegenwoordige zijn ook vandaag de dag nog altijd zeer in trek bij toeristen.

De puntmuts van Jutland (Internet)

Wij treffen een pittoresk dorpje aan met vooral gele huizen, kleine straatjes, een gezellige winkelstraat en veel leuke restaurantjes. Heerlijk om even doorheen te dwalen en ergens neer te strijken om te genieten van een typische Deense lunch bestaande uit smörrebröd, wat eigenlijk gewoon ‘boterham’ betekent.  Denk echter niet dat het hier simpelweg gaat om het ons bekende belegde broodje, de Denen nemen het smeren van hun brood heel serieus hetgeen resulteert in complete ‘taartjes’, die een feest zijn voor het oog (en de maag). Ik leer dat de opmaak van een broodje heel belangrijk is. Een Deen zal nooit zomaar wat ingrediënten combineren. Zalm en garnalen horen op wit brood, tartaar op donker roggebrood en het geheel wordt het liefst ook nog eens smaakvol gegarneerd met een ei, wat mierikswortel, radijs, dille of wat knapperige gebakken uitjes. Als ‘hygge’ gaat over de kunst van het leven, van optimaal genieten en samen mooie momenten delen, dan is ‘fikka’ een onderdeel daarvan, een klein geluksmomentje. Voor mij is het eten en waarderen van mijn gekozen broodje, ‘marinerede Christansø sild’,  zo’n geluksmomentje, eentje ’til den lille sult’ (voor de kleine trek).

Het hele dorp is vriendelijk geel gekleurd (RK)
In het centrum
Een feestje voor het oog

Skagen Havn, de haven van Skagen, ligt precies op de grens van het Skagerrak en het Kattegat. In de afgelopen jaren is er (natuurlijk) wel het een en ander veranderd in de haven. In 2010 werd begonnen met het uitdiepen van het Østbassin met 1 tot 9 meter, waardoor nu ook de grotere vissersschepen met een volle last de haven van Skagen kunnen binnenvaren om hun goederen te lossen. Wij zien enkele enorme schepen, veelal uit Noorwegen, opdoemen achter karakteristieke kleine visrestaurantjes langs de kade. Het ziet er zeer gemoedelijk uit en ondanks de kilte zit menigeen buiten op het terras te genieten van een keur aan verse vis. Vlakbij zien we een apart houten bouwwerk. Het lijkt wel een beetje op een oude ‘ja-knikker’ bij ons, maar het blijkt een primitieve vuurtoren te zijn. Al in 1560 vond Frederik II van Denemarken dat er lichten moesten komen in Skagen en een aantal andere plaatsen om de hoofdroute door de Deense wateren van de Noordzee naar de Oostzee aan te geven. Eerst werden vooral hout en zeewier verbrand op een tegelvloer op de top van een houten toren. Toen deze brandstof werd vervangen door steenkool, bleek de toren niet meer geschikt, de houten torens vatten te vaak vlam. De ‘vippefyr’ (hier staat een kopie van de originele) werd ontworpen. Een soort hijskraan waarbij de steenkool wordt verbrand in een ijzeren container die in de lucht werd gehesen, waardoor schepen werden gewaarschuwd voor de nabije kust. Dit zwaailicht (letterlijke vertaling) was zo’n succes dat de laatste tot in 1788 werd gebruikt. Tegenwoordig wordt het zwaailicht ieder jaar op het midzomerfeest ontstoken tegelijkertijd met vreugdevuren op het strand. Sankt Hans (midzomer) is de Deense benaming voor de profeet Johannes de Doper. Zijn geboortedatum is 24 juni, maar het feest wordt, zoals met kerst, de avond ervoor traditioneel gevierd met als belangrijk onderdeel het samen zingen bij het vuur.

Skagen Havn (RK)

Het ruige en woeste landschap rondom Skagen, boven in de puntmuts van Jutland, is sterk gevormd door zandstormen in de 18e en 19e eeuw. Om de wandelende duinen en de verwoestijning van het landschap tegen te gaan, zijn hier in de 19e en 20e eeuw op grote schaal grassen, struiken en naaldbomen aangeplant. Het wandelende duin Stokmile (mile = duin) is dwars over het smalle gedeelte van het schiereiland naar de Oostzee gewandeld en wordt nu verder het Kattegat ingeblazen. De St. Laurentius kerk, genoemd naar de beschermheilige van de zeelieden, heeft hierin het onderspit gedelfd. Het duinzand bereikte de kerk in 1775. Het gebeurde dikwijls dat de kerkgangers het zand moesten weggraven om binnen te komen, maar de overmacht bleek te groot. In 1795 werd besloten de parochiekerk af te breken, slechts de wit geverfde toren bleef, op koninklijk bevel, staan als baken voor de scheepvaart. De verzande kerk (den tilsandede kirke) is voor het grootste deel afgebroken en ligt hier dus niet daadwerkelijk onder het zand begraven. Je kunt echter nog wel zien hoe ver het kerkje onder het zand verdwenen is, want aan de achterzijde van de toren zie je de boog die de hoogte van het dak van de kerk zelf aangeeft. Sta je ervoor, dan steekt je hoofd boven het denkbeeldige dak uit…… dat zijn dus flink wat meters zand!

Den tilsandede kirke (RK)
Een beetje verscholen……

Even verderop komen we aan in het tot beschermd natuurgebied verklaarde ‘Råbjerg mile’. Dit gebied wordt omschreven als ‘een reusachtige duin op een lange wandeling zonder pauze. Onophoudelijk schuift het wel tot 40 meter hoge zandfront met 20-30 meter (!!) per jaar naar het oosten en zal – bij een gelijkblijvend wandeltempo – over ongeveer 20 jaar de eerste huizen verzwelgen.’ Om het even in perspectief te plaatsen, het grootste wandelende duin van Noord Europa heeft in de afgelopen 110 jaar 1,5 kilometer afgelegd!

Om een idee te geven hoe groot het duin is en waar het zich nu bevindt……..(Internet)

Wij lopen van de oostkant naar het duin. Het is absoluut een vreemde sensatie om je zo opeens in een woestijnachtige omgeving te bevinden, echt overal zand, zonder dat je werkelijk aan zee zit. Toegegeven, als je goed kijkt, zie je de zee wel in de verte, de Oostzee wel te verstaan. Als je je dan bedenkt dat dit duin zo’n 300 jaar geleden gevormd werd bij het Skagerrak en nu vlakbij Skagen ligt, dan realiseer je je welke lange weg er al is afgelegd. Ook weer een heel bijzondere omgeving.

Je voelt je nietig in dit landschap
Overal zand (RK)
In de verte ligt de zee

Wanneer je helemaal in het noorden bent, in het topje van de puntmuts, dan mag Grenen niet ontbreken in het rijtje van ‘must do’s’. De noordelijkste punt van Denemarken is echt letterlijk een puntje. De landtong gaat over in een punt en ze zeggen dat dit puntje door de sterke wind ook nog eens elke dag een andere kant opstaat. Geen idee of dat waar is of dat het meer een resultaat is van de verbeelding en ervaring van het moment. Hier, ten noorden van Skagen komen de Noordzee (Skagerrak) en de Oostzee (Kattegat) samen. Hans Christian Andersen omschreef dit als volgt: ‘tussen twee zeeën, waar de wateren van de Oostzee en de Noordzee zich boven het zand van Skagen omarmen. Klinkt sprookjesachtig, toch?

Geen schelpen maar stenen op het strand (RK)

Wij zijn niet via de toeristische route op dit punt aangekomen, maar hebben al een flinke wandeling achter de rug, waarbij we deels langs het Noordzeestrand zijn gelopen. Onderweg hebben we veel strandlopertjes gezien, die verbazend dichtbij ons bleven rennen en scharrelen. We kwamen zelfs een zeehondje tegen. Informatieborden laten weten dat jongen vaak op het strand worden achtergelaten als de moeder gaat jagen. Met rust laten is het advies, anders stoot de moeder haar jong waarschijnlijk af. We hopen maar dat ook dit jong rustig wacht op hereniging.

Strandlopers (RK)
Wachten op z’n moeder? (RK)

Het is een rustige, redelijke warme dag vandaag met heel weinig wind. Het effect van de ‘botsende zeeën’ is daardoor minimaal. Het is wel zichtbaar, maar je moet er een beetje moeite voor doen. Ook hier geldt dat de realiteit een hoop overlaat aan de verbeelding. Het was al met al weer een dag met tal van geluksmomentjes, ‘i den spitse hat’, volop hygge………

De magie van de botsende zeeën (RK)