MESTREECH

Een zonovergoten weekend in de ‘good life capital’ met ‘historische panden, statige kerken, menukaarten vol smaaksensaties en terrassen vol gezelligheid’. Dit en meer wordt ons beloofd in ‘de ster onder de steden’ oftewel Maastricht. Maastricht, ooit gesticht door de Romeinen bij een doorwaadbare plaats in de rivier de Maas (Mosa Trajectum betekent doortocht door de Maas), wordt al tweeduizend jaar ononderbroken bewoond. We lezen verder dat de stad door haar mix van culturen, talen en smaken een stad is geworden van uitersten; van noord en zuid, van verleden en heden en van jong en oud. We gaan het beleven.

Riepko.Krijthe1-5.jpg Oud en nieuw (foto: RK)

We logeren in het Designhotel vlakbij het station in Wijck, dat wordt beschreven als het ‘upcoming’ stadsdeel van Maastricht. Deze wijk heeft een rijk ambachtelijk handelsverleden, hetgeen je terugziet in de speciaalzaken. De oude panden zijn ongeschikt voor grote ketens, vandaar veel knusse winkeltjes. Aangezien ik met manlief op pad ben, beperken we het winkelen tot een minimum. Ons plan is om heerlijk door de stad te dwalen, te genieten van de bezienswaardigheden onderweg en uiteraard te relaxen op zo’n bruisend terras.

Riepko.Krijthe1-7Stad aan de Maas (foto: RK)

We lopen over de St. Servaasbrug de binnenstad in. Het Vrijthof mag natuurlijk niet ontbreken in onze ontdekkingstocht. Je gaat naar dit (beroemde) plein om te spotten en gespot te worden. Prominent zichtbaar, naast de vele cafe’s, zijn de Sint Servaasbasiliek en de ernaast gelegen Sint Janskerk met haar opvallende vuurrode toren.

Riepko.Krijthe1.jpgDe vuurrode toren (foto: RK)

De kerk en de schatkamer van de basiliek zijn de pronkstukken van de stad, waarbij de kostbaarste schat de ‘noodkist’ is met onder andere beenderen van de stadspatroon Sint Servaas. De populaire benaming ‘noodkist’ ontstond door het gebruik om het schrijn in tijd van nood in processie door de stad te dragen. De laatste keer gebeurde dat in 1991 aan het begin van de Golfoorlog. Deze noodkist is gemaakt rond 1170–1195 en wordt beschouwd als een hoogtepunt van Maaslandse edelsmeedkunst. De kern bestaat uit een eikenhouten kist die bekleed is met verguld koper en versierd met email en halfedelstenen. Deze uitzonderlijke reliekhouder bevat de resten van verschillende heilige bisschoppen, waaronder dus die van Servatius. Jammer genoeg is het dermate druk voor de ingang van de basiliek dat we dit hoogtepunt aan ons voorbij moeten laten gaan. Het intrigeert me echter wel wat voor man die stadspatroon van Maastricht nu eigenlijk is geweest. Sint Servatius is een echte heilige, daarover bestaat geen twijfel. Volgens de verhalen rust zijn lichaam inderdaad in Maastrichtse aarde en verricht hij vanuit zijn rustplaats wonderen. Denk aan de genezing van waanzinnigen, lammen en melaatsen. Maar…….dit is slechts een voorbode van zijn ‘aller-aller-indrukwekkendste mirakel’. Het verhaal gaat dat ergens in de negende eeuw de Saracenen (moslims) met een groot leger het Karolingische rijk (waartoe ook Maastricht behoorde) binnenvallen. De overmacht is zo groot dat het rijk van keizer Karel lijkt te worden overspoeld wat het einde zou betekenen van het katholicisme. De onwetende Saracenen hebben echter niet aan Maastrichts patroonheilige gedacht, want ze hebben hun beslissende aanval op 13 mei gepland, de feestdag van Sint-Servatius. ‘Zo kan een bloedig wonder geschieden dat de West-Europese christenheid redt. Op die heuglijke, heilige dag worden de moslimtroepen, die de horizon bij zonsopgang gitzwart hadden gekleurd, door Karels bescheiden troepenmacht tot op de allerlaatste heiden weggevaagd ‘als damp in de stralen van de zon’.’ Prachtig verhaal!

IMG_5846.JPGHomage to Humanity (foto: RK)

Aan het plein ligt ook Museum aan het Vrijthof waar een expositie te zien is van fotograaf Jimmy Nelson. Zijn expositie ‘Homage to Humanity’ toont een kleurrijke selectie portretten van inheemse volkeren die dreigen te verdwijnen. Volgens de toelichting bij de expositie reist Jimmy Nelson al gedurende heel zijn leven over de wereld om op de meest afgelegen plekken gemeenschappen te portretteren. Met zijn foto’s wil hij ons mensen bewust maken van onze culturele diversiteit en de mate waarin deze wordt bedreigd door technologie en globalisering. Prachtige foto’s hangen hier indrukwekkend groot aan de muren in de kleine, haast intieme zaaltjes. Wij hadden al eens eerder foto’s van hem gezien, maar om ze zo groot te zien met een begeleidende video en/of tekst over het ontstaan van de foto is absoluut de moeite waard.

Maastricht-stadswal-3Langs de stadsmuur (foto: internet)

Op verschillende plekken in de stad kom je restanten van de middeleeuwse stadsmuur tegen. In de 13e eeuw kreeg Maastricht stadsrechten en moest er een bijbehorende  stadsmuur gebouwd worden. Door de strategische ligging was de stad heel lang één van de belangrijkste vesting- en garnizoenssteden van noord-west Europa. Vandaag de dag is de oorspronkelijke rol van de vestingwerken natuurlijk niet meer van betekenis. Zij hebben nu ‘de aantrekkingskracht van historisch geladen monumenten, die het verzet tegen de vijand en de angst voor de naderende ondergang vertolken. Zij roepen de herinnering op aan de belegeringen, het verlies van have en goed en aan de vele naamloze gesneuvelden, die Maastricht moest betalen als tol voor zijn faam het Bolwerk der Nederlanden te zijn.’ Een rondleiding moet je dagen van te voren afspreken, dus wij nemen genoegen met de restanten die we al wandelend tegen komen.

ba1b6525-7a4f-424c-bb00-9978f2ff844cHet is nog vroeg (foto: IK)

Terwijl we heerlijk op een terras genieten van de zon en koffie met vlaai (hoe kan het ook anders) zien we hoe een groep muzikanten zich voorbereidt op een concert in de openlucht. Ze willen eigenlijk hun optreden geven voor de deuren van de Basiliek Onze-Lieve Vrouwe Sterre der Zee, maar worden door ordehandhavers gesommeerd zich elders op te stellen. Dat wordt vlak voor ons, wij zitten eerste rang!

Riepko.Krijthe1-2.jpgSterre der Zee (foto: RK)

Het Onze Lieve Vrouwe plein, wat bekend staat als één van de gezelligste pleintjes van Maastricht, is grotendeels gevuld met terrassen. De panden aan het plein zijn dus ook vooral horeca gelegenheden met uiteraard de Onze Lieve Vrouwe kerk. Deze prachtige oude kerk (officieel: Basiliek van Onze-Lieve-Vrouw-Tenhemelopneming) is één van de oudste kerken van Nederland. Hij stamt al uit de tiende eeuw, is een rijksmonument en behoort daarmee tot ons culturele erfgoed. Het is druk in de kerk en met name in de kapel waar het 15e eeuwse Mariabeeld, beter bekend als Sterre der Zee, staat. De oorsprong van deze naam komt van de heilige Hieronymus (één van de vier grote kerkvaders van het westen). Hij deelde de Hebreeuwse naam Maryam op in ‘Mar’ en ‘Yam’, wat in het Latijn neerkomt op ‘stilla maris’, hetgeen weer vertaald kan worden als ‘druppel der zee’. Dit werd verbasterd tot ‘stella maris’ oftewel ‘sterre der zee’. Grappig (voor ons) is om te ontdekken dat ook hier, net zoals in Thailand, gelovigen en ‘belangstellenden’ naast elkaar staan, ze lijken zich niet aan elkaar te storen. Een andere frappante vergelijking is dat ook hier het beeld wordt verkleed naar gelang het (kerkelijk) jaargetijde. Altijd in een wijde kegelvormige mantel, waarbij de oude, blauwe mantel door het jaar heen gedragen wordt, de nieuwe blauwe mantel uit 1951 bedoeld is voor plechtige feestdagen en de rode mantel speciaal tijdens de paastijd en langere feestdagen gedragen wordt. In de vastentijd en de advent draagt het beeld geen mantel en dan zijn ook de zijluiken van het retabel gesloten. Een retabel is een liturgisch schilder- of beeldhouwwerk, dat bedoeld is om op een altaar te plaatsen of aan de muur achter een altaar te bevestigen. Meestal bestaat een retabel uit meerdere panelen, al dan niet met scharnieren aan elkaar bevestigd.

94f92d4dbf7db6d6257cfbf49b97414c3f04840a.jpgBoekhandel Dominicanen (foto: internet)

Een andere kerk, de 700 jaar oude Dominicaner Kerk, herbergt tegenwoordig ‘the fairest bookshop of the world, a bookshop made in heaven’, aldus de Britse krant the Guardian. Wij zijn misschien niet objectief, maar vinden dat ‘Waanders in de Broeren’ (Zwolle) er beslist niet voor onder doet. Een mooie nieuwe bestemming voor zo’n oude kerk!

Riepko.Krijthe1-6Jeu de boules (foto: RK)

Het is echt onmogelijk alle highlights en bijzonderheden (het waren er velen) hier te vermelden, maar zeker is zeker Maastricht is inderdaad een heerlijke stad en mogelijk zelfs dat stukje ‘buitenland’ in eigen land. Volop genieten, veel afwisseling en een heerlijke laat zomerse verrassing.

IMG_5882.JPGProost (foto: RK)

 

SCHIPBORG

Deze keer een wandeling wat dichterbij huis, tenslotte is ook Drenthe als provincie zeker de moeite waard. De keuze valt op een wandeling van ca 11 kilometer ‘over een mix van verharde en onverharde wegen en paden door het bijzonder gevarieerde landschap van Schipborg en haar wijde omgeving.’ Schipborg, een klein dorpje net onder Zuidlaren, was voor 1600 bekend onder de naam Borck, hetgeen verwarring met het latere Westerbork opleverde. Vanaf 1600 heette de plaats een tijdlang Genneborck (genne = gindse), maar vanaf de 17e eeuw is de naam Schipbork of Schipborg in omloop. Borg of bork betekent boom, misschien een berk? De reden van het toevoegen van het voorvoegsel ‘schip’ is waarschijnlijk dat het dorp, in tegenstelling tot Westerbork, bereikbaar was per schip. Er zijn ook mensen die schip zien als een meervoud van het Friese skêp ‘schaap’, maar dat lijkt onwaarschijnlijk aangezien het dorp niet in Friesland ligt. 😉

Onze wandeling begint bij cafe/restaurant De Drentse Aa en onder het motto van de wandeling ‘geniet en haast je niet’ slaan we rechtsaf het fietspad op richting Zuidlaren. Het is heerlijk wandelweer, we hebben er zin in! Al snel zien we de eerste gebouwen van Dennenoord, nu de hoofdlocatie van zorgconcern Lentis. Even later loopt de route verder over het terrein van dit voormalige psychiatrische ziekenhuis, waarvoor architect Vroom het ontwerp (in Engelse landschapsstijl) voor de 80 hectare omvattende tuin heeft getekend. De familie Vroom is vooral bekend geworden door de aanleg van slingertuinen in de provincie Groningen.

201909 SchipborgRiepko Krijthe11Allemaal bankjes (foto: RK)

Ik lees over de geschiedenis van deze in het noorden zo bekende instelling. Het blijkt dat Dennenoord aan het eind van de 19e eeuw werd aangelegd door de ‘Vereeniging tot Christelijke Verzorging van Krankzinnigen en Zenuwlijders in Nederland’. De vereniging kocht een dennenbos bij Zuidlaren en opende daar in 1895 een eerste gesticht, dat aanvankelijk bestond uit vier paviljoens, maar gaandeweg uitgroeide tot een centrum met achttien paviljoens. Dennenoord moest een echt dorp worden waar patiënten zich thuis voelden. In de gebouwen woonden de patiënten samen als een soort gezin, waarbij een huisvader en huismoeder zorgden dat alles goed ging. De mensen mochten niet van het terrein af, met als gevolg dat er allerlei voorzieningen op het terrein zelf verschenen. De patiënten konden in de tuin of in de werkplaatsen aan het werk, omdat dit, volgens de dokters, gezond was. Dennenoord was een echt dorp geworden met wegen en gebouwen, maar wel een  dorp met een toegangspoort en een hoog hek erom.

201909 SchipborgRiepko Krijthe5-EditOverpeinzing (foto: RK)

Van een echt Engelse landschapstuin had ik me iets meer voorgesteld. De tuin is enorm, divers, met brede paden, bankjes, beelden en zelfs borden met gedichten van de poëzieroute ‘Dichtbij’, maar tegelijkertijd ook een beetje troosteloos. Of zou dat misschien komen door de mensen die we tegenkomen en/of het jaargetijde?

201909 SchipborgRiepko Krijthe7-Edit.JPGLaatste groet (foto: RK) 

Voordat we het terrein verlaten, dwalen we eerst nog even over de ‘oude begraafplaats’ anno 1895. Tot 1955 werden hier zo’n 1500 overleden psychiatrische ‘patiënten’ begraven, waarvan opvallend veel naamlozen ‘die men liever vergat’. Deze bijzondere plek (historisch gezien) kreeg een plek op de monumentenlijst evenals de grote watertoren die duidelijk zichtbaar op het terrein staat. Ooit voorzag deze toren niet alleen het psychiatrisch ziekenhuis van water, maar ook grote delen van Zuidlaren en haar voormalige kazerne.

Noorder Sanatorium Zuidlaren - (2)Noorder Sanitorium (foto: internet)

We slingeren verder door Zuidlaren en lopen met een grote lus terug naar het ‘Noorder Sanitorium’, een gebouw uit 1935 tegenover Dennenoord, eveneens voor psychiatrische patiënten. Het grote verschil is dat de patiënten hier vrijwillig zaten, ze wilden hier tot rust komen en daarom kwam er veel glas en natuursteen in het gebouw. Zo kon er veel licht, zon en frisse lucht naar binnen komen hetgeen rustgevend en gezond was! De bijnaam ‘het blauwe paviljoen’ is te danken aan de blauwe betegelde muurvakken tussen de ramen aan de voorkant. Het is nog steeds een prachtig gebouw, midden in het groen en er gaan geruchten dat het een luxe appartementencomplex zal gaan worden.

201909 SchipborgRiepko Krijthe15-EditZandwinning (foto: RK)

Op een paar ‘highlights’ na heeft de wandeling  ons nog niet gebracht wat we ervan hadden verwacht. De tocht bevat (te)veel stukken die ‘overbrugt’ moeten worden om in volgende mooi, aansprekende delen te komen. Gelukkig is zo’n te waarderen gedeelte weer in zicht. We volgen de instructies ‘passeer het houten klaphek en vervolg je tocht over het bospaadje. NB: negeer het bordje ‘Verboden toegang’, de argeloze wandelaar wordt gedoogd’ op. We lopen opeens op een smal pad midden in de natuur. Eigenlijk loopt het pad in een grote boog om een grote plas, een resultaat van zandwinning in vroegere tijden. Tegenwoordig is dit een stukje ongerepte natuur, waar slechts gewandeld en sporadisch gevist mag worden. Mooi!

large-2792-Drentse_Aa_Gasterse_diep_HvKDrentsche Aa (foto: internet)

Wat volgt is opnieuw een overbruggingsstuk wat ons tenslotte in het stroomdal van de Drentsche Aa en haar bovenlopen brengt. De bovenloop van een rivier is vanaf de bron gezien het eerste deel van een rivier, het is het deel waar kleine  beken samenstromen tot een grote rivier. De Drentsche Aa, eindproduct van vele bovenlopen, krijgt haar (bekende) naam eigenlijk pas wanneer ze Zuidlaren al voorbij is. Eerder, verder stroomopwaarts, ontleent zij haar naam aan elk dorp wat ze op haar lange kronkelende reis maar tegenkomt, zoals Schipborgsche Diep, Oudemolensche Diep, Taarloosche Diep, enz… Dit hele gebied wordt (door Staatsbosbeheer) lyrisch beschreven: ‘Ten noordoosten van Assen slingeren de diepjes en stroompjes van de Drentsche Aa door een landschap dat er nog altijd uitziet zoals een eeuw geleden. Romantischer kan het haast niet! Bij ieder dorp krijgen de stroompjes een andere naam. Pas in de buurt van de stad Groningen spreken we over de Drentsche Aa. Het stroomdal barst van de heidevelden en zandverstuivingen, elzensingels, esdorpen-met-brink en hooilanden die in het voorjaar geel en rood kleuren van de boterbloemen en zuring.Het stroomdal van de Drentsche Aa is Drenthe op zijn best!’ Deze laatste etappe is inderdaad volop genieten.

terras_originalTerras aan de Drentsche Aa (foto: internet)

Toch nog onverwachts doemt ‘ons’ terras op aan de horizon en even later laat ik me, met een zucht van verlichting, zakken in een heerlijke stoel met zicht op de rivier (beek) die dit landschap bepaalt. Onder het genot van een groot glas vocht en in het avondzonnetje lees ik op mijn telefoon een zeer toepasselijk gedicht van Rutger Kopland, want dit (ons) terras werd ook door hem regelmatig bezocht vanwege het ‘ultieme beekgevoel’.

Stroomdal XI

Al die jaren dat ik zat te kijken

op het terras aan de rivier

dacht ik: zoals hier, zo moet het zijn

niets ontbreekt, niets is overbodig

het is te eenvoudig om te begrijpen

te vanzelfsprekend om te beschrijven

zo ligt het daar

het landschap met de rivier

ik zal het nooit kennen

COULISSELANDSCHAP (Westerwolde)

Nieuwe doelen, nieuwe uitdagingen. We hebben voor eind september een NS wandeling gepland met vrienden. Aan ons om te beslissen, gezien mijn wandelervaring, hoe lang die wandeling dan moet worden. Tot nu toe hebben we vooral ‘ommetjes’ gelopen van rond de zes kilometer, hetgeen me langzamerhand steeds gemakkelijk afgaat. Het is daarom tijd om de lat iets hoger te leggen. Omdat het internet ons laat zien dat de kortste NS wandeling al dertien kilometer bedraagt, betekent dat voor ons (mij) wel dat we echt moeten gaan plannen en trainen.

Op onze zoektocht naar leuke ‘oefenwandelingen’ valt ons oog op een ca 11 kilometer lange wandeling rond Sellingen die een ‘fijne kennismaking met het halfopen coulisselandschap van Westerwolde’ moet zijn. Volgens de beschrijving vind je hier lage graslanden, bosjes, houtwallen en hogere essen (met mest opgehoogde akkers die vroeger rondom dorpen in het zandlandschap te vinden waren), waar zandwegen en vlonderpaden zich kronkelend doorheen slingeren waardoor je steeds een andere kijk op de omgeving krijgt. Klinkt beslist goed, maar wat maakt een coulisselandschap nou zo bijzonder? Een coulisse is eigenlijk een onderdeel van een toneeldecor aan de zijkant van het toneel. Het is dat onderdeel waar de spelers achter vandaan het toneel opkomen. Een coulisselandschap is dan een landschap wat door beplanting en bebouwing het karakter van zo’n toneel met coulissen heeft. Tijdens een wandeling zie je achter de kenmerkende houtwallen en heggen landschapselementen verdwijnen en even later weer tevoorschijn komen. Dit type landschap is ontstaan door kleinschalig grondgebruik. Rondom beken is de zandgrond heel nat, dus dat was een ideale plek voor  de boeren om vroeger hun vee te laten grazen. Om het vee niet af te laten dwalen werden deze weiden dan omzoomd met de bovengenoemde houtwallen en heggen.

We beginnen onze wandeling in het esdorp Sellingen (gemeente Westerwolde) in de meest zuidelijke ‘punt’ van Oost Groningen. Deze gemeente bestaat uit een smalle zandrug die van Ter Apel tot Blijham loopt in wat oorspronkelijk het grootste moerasgebied van noord-west Europa was, het Bourtanger Moor of Bourtangerveen. De wandeling begint midden in het dorp met de rug naar het gemeentehuis en het oog op een heel aantrekkelijke woonwinkel annex cafe. De verleiding is te groot, we nemen alvast een voorschot op onze prestatie met een kop koffie en huisgemaakt vers appelgebak. Is dat wel een goed idee?

hervormde-kerk-sellingenMonniken en nonnen (foto: internet)

Lekker warm en rozig lopen we een half uurtje later over het kerkpad richting kerk. De vroeg gotische NH kerk dateert waarschijnlijk uit de 14e eeuw. Opvallend is het dak boven het koor wat bedekt is met holle en bolle pannen, ook wel, hoe toepasselijk, monniken en nonnen genoemd. We laten de kerk voor wat het is, we zijn tenslotte nog maar net van start gegaan.

201909-SellingenRiepko-Krijthe40Holle Beetse Vennekampen (foto: RK)

Net buiten het dorp lopen we al in het natuurgebied De Holle Beetse-Vennekampen. Dit landbouwgebied van oorsprong zou in de jaren 70 veranderen in een militair oefenterrein (het plan Kikkert), maar hevige protesten van de dorpelingen wisten het tij te keren. Nu is het dus een prachtig natuurgebied met vlonderpaden voor wandelaars, volop natuurschoon en een waar paradijs voor vogels- en bloemenliefhebbers. Althans dat vermeldt het informatiebord. Wij zien weliswaar niet veel vogels noch bloemen, maar verder is het ontegenzeggelijk een mooi gebied om te verkennen.

Als we het natuurgebied verlaten lopen we langs de provinciale weg naar Laude waar een groot vervallen gebouw uit 1938 onze blik vangt. Dit blijkt de coöperatieve melkfabriek van Sellingen en omstreken. Hier werd o.a. het ‘Lauder kaasvat’ geproduceerd, een kaasmal van kunststof waarin veel gemakkelijker kaas kon worden gefabriceerd. Van 1961 tot 1976 werden de Edammer kazen met behulp van deze vaten gemaakt. De productie van kaas werd daarna verplaatst naar Ter Apel. Plannen om de fabriek weer in gebruik te nemen voor de verwerking van geitenmelk bleken niet haalbaar. Dit jaar heeft de fabriek wel een nieuwe bestemming gekregen, maar moet eerst nog grondig, gedurende enkele jaren, gerestaureerd worden.

201909 SellingenRiepko Krijthe33-bewerktRuiten Aa Kanaal (foto: RK)

Meteen na de fabriek gaan we richting het Ruiten Aa kanaal. Dit kanaal is een eeuw geleden gegraven om de wateroverlast, ontstaan door de ontginning van het moeras, tegen te gaan. Tot de Tweede Wereldoorlog gebruikte de scheepvaart het kanaal voor de aanvoer van kunstmest en de afvoer van aardappelen. Nu is het er stil.

201909 SellingenRiepko Krijthe37-Edit.JPGMooie omgeving (foto: RK)

We lopen een eindje op een breed zandpad langs het kanaal om dan de weg over een smal bospaadje te vervolgen. Het lijkt wel een soort sluiproute voor de enkele bewoners van dit gebied. Uiteindelijk komen we uit bij de zogenaamde rietfilterplassen, waar grote bossen riet het water uit het kanaal moeten zuiveren voordat het in het natuurgebied Holle Beetse Vennekampen terecht komt. Dit zou eveneens een geweldige plek moeten zijn om verschillende vogels te spotten, maar wij zien alleen schapen in overvloed. Zou dit de plek zijn die Alex Vissering (zanger) in gedachten had toen hij zijn loflied ‘Westerwolle’ schreef? Zinnen als: ‘as ik struun langs knoal of swaalk de bossen deur, as ik n hoavik zug en s nachts de kwaddel heur………’, geven de sfeer goed weer. In het bos links van ons bevindt zich een natuur kampeerterrein waar vroeger de barakken stonden die in de Tweede Wereldoorlog werden gebruikt door de Arbeidsdienst. Hier werd (tevergeefs) geprobeerd om jonge mannen de idealen van het nationaal socialisme bij te brengen.

Ondertussen komt het eindpunt in zicht. We hebben inmiddels al ruim twee uur achter elkaar gelopen en ik zit er behoorlijk doorheen. Zou het verstandiger zijn om in één keer rechtdoor naar het eindpunt te lopen? Hoewel de suggestie aantrekkelijk is, wil ik toch de hele tocht lopen. Geen short cuts! We draaien dus van het pad het weiland in en gaan aan de andere kant verder over de Zuid-es. Even volhouden om toch nog even stil te kunnen staan voor de sokkel zonder standbeeld. Hier hoort het beeld te staan van Heksje Hasje, de legendarische goede heks die Sellingen beschermde tegen boosdoeners.

Hasje [10]Heksje Hasje (sinds 2017 verdwenen- foto internet)

De mythe gaat als volgt: heel, heel lang geleden, toen in Westerwolde alles nog moeras, veen en weide was, leefde hier een heksje temidden van andere heksen, trollen en witte wieven. Dit heksje was erg klein en had altijd koude voeten van het drabbige moeras. Ze was vaak verkouden en niesde daarom ontzettend veel. “Hatsjie, hatsjie”… Al gauw noemden de anderen haar daarom “Hasje”. Hasje besloot om te verhuizen. Ze steeg op haar bezempje en zwierf over de moerassen en het Westerwoud. Opeens zag ze een kleine heuvel met berken en wilgen, een ideale plek! Vanaf die dag stookte ze, als het donker werd, een vuurtje om zich te warmen en om een beetje licht te hebben. De mensen die ’s avonds hun weg zochten over de tangen (zandpaden) door het moeras, zagen het lichtschijnsel en kwamen terecht op Hasje’s heuvel van waar ze de volgende dag hun weg weer terug naar huis konden vinden. Als Hasje echter kwaadwillende mensen zag aankomen, doofde ze haar vuurtje snel, zodat deze mensen verdwaalden met alle gevolgen van dien. Zo ook een rijke koning, die met een kar goud door het moeras reisde. Hasje had vernomen dat hij zijn onderdanen uitgemergelde en zeer slecht behandelde. Toen hij vlak bij de heuvel was, doofde ze het vuur.  Bijna boven zakte de wagen weg, kantelde en zonk vervolgens met koning en al in het moeras. Tot op de dag van vandaag heeft niemand nog iets van het goud teruggevonden! Een wandeling in dit prachtige landschap loont misschien in meerdere opzichten de moeite?

MIDDELSTUM (Ommetje Middelstum)

We starten onze wandeling op een historisch punt waar ooit de ‘schilderachtige borg van de machtige familie Van Ewsum’ stond. Ewsum of De Oort is een voormalige borg (versterkte burcht) bij Middelstum, waarvan tegenwoordig slechts de kenmerkende gevechtsskoepel uit 1472 en één van de schathuizen (van oorsprong veestallen) zijn overgebleven. De borg wordt gezien als het stamslot van de familie Van Ewsum, maar dit is niet helemaal zeker. Wat wel zeker is, is dat de borg voor het eerst wordt vermeld in een oorkonde uit 1371. Een oorkonde (of charter) is een schriftelijke weergave van afspraken, stammend uit de Middeleeuwen, en diende als bewijsstuk voor gemaakte afspraken. Veel oorkonden zijn zo goed bewaard gebleven, omdat zij voor latere eigenaren het bewijs van eigendom van een stuk grond of een recht vormden. 

_DSF4745-bewerkt.JPGGeschutskoepel (foto: IK)

Waarschijnlijk was Ewsum oorspronkelijk een steenhuis, een vroege vorm van een burcht wat eruit ziet als een bijna vierkant bakstenen gebouw met zijden van 9 tot 12 meter lang. Zo’n steenhuis had vaak minstens drie verdiepingen, waarbij de ingang zich altijd bevond op de eerste etage die kon worden bereikt via een trap die weer kon worden verwijderd. Veiligheid bovenal naar een ontstane behoefte ten tijde dat de landadel steeds meer macht en rijkdom vergaarde. Landadel is de adel die actief hun landgoederen beheren of dienstdoen in het leger of het bestuur. De hofadel daarentegen was een groep edellieden die rond het hof verkeerde. De naam Ewsum wordt gezien als een samentrekking van “Ewes heem/heim” (woonplaats), maar volgens de geschiedenis noemde Ewe’s familie zich ‘Ewesma’. Dit is logisch wanneer je je bedenkt dat in Noord-Nederland de uitgangen -ma of -sma vaak aangeven hoe de vader van de naamdrager heet. Zonder verder op de details in te gaan is de betekenis van de ‘patroniem’ (vadersnaam) -ma: iemand van het erf van….., dus zoon of dochter van…… Om de familienaam voor uitsterven te behoeden is er zelfs ooit als huwelijkse voorwaarde afgedwongen dat de bruidegom de naam van zijn bruid (en enig dochter van) zou aannemen. Waarschijnlijk geen probleem, want de familie Ewesma was één van de invloedrijkste Ommelander geslachten van de 14e tot de 16e eeuw. We laten de borg echter even voor wat het is, want er moet tenslotte eerst iets gepresteerd worden ;).

We lopen in een royale boog om Middelstum, waarbij we de kerktoren steeds zien en ook horen alsof we gewaarschuwd worden niet te ver af te dwalen. Middelstum (Gronings: Milnsum), een plaats in de gemeente Loppersum, ligt aan het Boterdiep. Het is niet bekend wanneer Middelstum zelf is ontstaan, maar in 1660 werd het Boterdiep, een belangrijk kanaal voor de trekvaart, doorgetrokken vanaf Bedum naar Kantens via Middelstum. Deze vaarverbinding werd later erg belangrijk voor het dorp, het maakte de ontwikkeling van een oliemolen, een zaagmolen, een zuivelfabriek en een steenfabriek ter plekke mogelijk.

_DSF4711Op het Delpad (foto: IK)

We lopen over een zogenaamd ‘delpad’ (del of delle betekent laagte) langs het Westerwijtwerdermaar. Deze maar (Groningse naam voor een waterloop) is waarschijnlijk een overblijfsel van een in de Middeleeuwen gegraven waterverbinding tussen de rivieren Hunze en Fivel.

201908 Ommetje MiddelstumRiepko Krijthe43-Edit.JPGWesterwijtedermaar (foto: RK)

Onderweg voert de weg ons over een ‘hoogholtje’, de Groningse naam voor een hoge vaste voetbrug, hoog genoeg om schepen te laten passeren. Deze brug ligt er pas sinds 2015. Onno van Ewsum bouwde heel veel eerder (rond1489) een molen, ‘Ol kaast’, aan de ‘dorpskant’ van het Boterdiep. Er moest dus een bruggetje gebouwd worden om de boeren, die met paard en wagen van het land kwamen, de mogelijkheid te geven om met de zakken graan op de schouders over het bruggetje naar de molen te lopen. Dat waren nog eens tijden! Pas in 1855 werd de molen afgebroken en aan de ‘goede’ kant van het water herbouwd, waardoor het bruggetje overbodig raakte en het niet meer werd onderhouden.

_DSF4724Hoogholtje (foto: IK)

Een steile opgang leidt ons over de brug naar de weg richting Toornwerd (Gronings: Doord), een nabij gelegen plaatsje op een deels afgegraven vijf meter hoge wierde. Deze plaats wordt al vermeld in de tiende eeuw als Thornvurd, wat vertaald kan worden als ‘ een met doornen begroeide wierde’. Volgens een begin-19e-eeuws verslag groeiden er toen nog steeds doornen op de wierde en ook nu zien we veel bramen, of vallen zulke struiken niet onder de bedoelde doornen?

_DSF4732-bewerktMet doornen begroeid (foto: IK)

Het eeuwenoude kerkpad, waarop we lopen, vormt de oorspronkelijke verbinding van Toornwerd met Middelstum. Langs dit pad en de ossengang verderop vinden we overal borden met gedichten die ‘het prachtige landschap bezingen’. Deze borden maken deel uit van de ‘Grunniger Toal’ route, een gedichtenroute met bordjes die al weer door mos bedekt raken en met verzen in het ‘Grunnings’ over boerengewoontes en ‘ainzoamhaid’ en meer. Bijzonder, al zijn ze wel overwegend treurig.

201908 Ommetje MiddelstumRiepko Krijthe59-bewerktGrunniger Toal Route (foto’s: RK)

Ik lees dat het geheim van Toornwerd is dat het er zo kalm is, het doorgaande verkeer is met name gericht op wandelaars. Het Oude Kerkpad brengt je vanuit Middelstum met een bruggetje over het Boterdiep naar de Ossengang in Toornwerd. Aan de andere kant slingert het landelijke Doorderpad verder naar Kantens. Het leven is hier, volgens het artikel, nog heel gewoon.

201908 Ommetje MiddelstumRiepko Krijthe65-bewerktBegraafplaats Toornwerd (foto: RK)

Toornwerd is een soort radiaal wierdedorp, dus het is niet moeilijk bij het hoogste punt te komen. Omringd door bossen ligt hier een begraafplaats met in het midden een statige klokkentoren uit 1894. Een grappig detail is dat er in deze toren nog een klok uit 1622 hangt welke is gemaakt door de schoonvader van één van de Ewsum dames. De klok wordt elke zaterdag geluid. Op deze begraafplaats stond ooit ook een kapel, gesticht door iemand van de Ewsum familie (Toornwerd was toentertijd een zelfstandige parochie), maar deze was dermate in verval dat hij in al 1818 gesloopt werd. De kapel werd dan ook niet meer gebruikt omdat Toornwerd bij Middelstum werd gevoegd na de Reductie van Groningen (1594), toen alle andere religies dan het protestantisme werden uitgebannen. De inwoners van Toornwerd moesten nadien over het ons inmiddels bekende kerkpad naar hun nieuwe gebedshuis lopen

_DSF4740-bewerkt.JPGPrachtige bloementuin (foto: IK)

Inmiddels hebben we onze kleine zeven kilometer erop zitten en doemt de borg weer op aan de horizon. Het borgterrein is vrij toegankelijk en bij de theeschenkerij is het heerlijk bijkomen. Nadat we onze dorst gelest hebben, willen we het borgterrein zelf graag verkennen. Tenslotte wordt er gezegd dat je hier 300 jaar geschiedenis kunt aflezen aan het bijzondere tuinlandschap. Lyrisch worden de eeuwenlang gesnoeide majestueuze lindebomen beschreven die daardoor de vorm van immense kandelaars hebben aangenomen. Daarnaast vind je op het terrein een groentetuin, een kruidentuin (waarvan de kruiden gebruikt worden in de theeschenkerij), een boomgaard, een bloementuin en een op de zon gelegen fruitmuur. Alles ingericht volgens de principes van het tuinieren anno 1800. Kon minder 🙂

REITDIEPVEER

Sinds augustus 2014 kun je je per veerdienst over laten varen tussen de sluizen van Aduarderzijl en Schaphalsterzijl. Deze veerdienst over het Reitdiep is het resultaat van een idee om het Nationale Landschap Middag Humsterland te verbinden met het Hogeland. De veerdienst, vooral bedoeld voor fietsers en wandelaars, is vanaf het begin een succes. Het wordt tijd om het ook eens te proberen.

pont-Edit.jpgVertrekpunt Schaphalsterzijl (foto: RK)

Vanwege de vertrektijden komt het ons beter uit om vandaag in Schaphalsterzijl te beginnen. Schaphalsterzijl (Gronings: Schaphalsterziel) is een gehuchtje in de gemeente het Hogeland. Het is genoemd naar de aanwezige ‘zijl’ (sluis) dat ligt op de plek waar het Winsumerdiep uitmondt in het Reitdiep. De sluis zelf is weer vernoemd naar een nabije bocht in het Reitdiep dat als de Schapehals bekend staat. Dat moet wel een nauwe, smalle bocht zijn. Tegenwoordig heet dit meest westelijke stuk van het Winsumerdiep officieel geen Schapehals meer, maar er bestaan nog steeds diverse anderen wateren in Groningen die de toevoeging ‘hals’ in zich dragen. Denk maar eens aan de Katerhals bij Niekerk, het Hondhalstermeer bij Wagenborgen of het Katerhalstermaar bij Garrelsweer.

_DSF4658-bewerkt.JPGHerinneringen Tachtigjarige Oorlog (foto: IK)

De Schaphalstersluis bestaat al sinds 1459. De oorspronkelijke sluis, gebouwd van hout, werd ten noorden van de Schapehals gebouwd om het er vlakbij gelegen Winsumerzijl niet meer voldeed voor het steeds groter wordende achterland. In 1539 werd er beschoeiing aangelegd bij de sluis en in de Tachtigjarige Oorlog (1568-1648) werd hier door de ‘staatsen’ een schans gebouwd. De Staatsgezinden waren een groep opstandelingen tegen het Spaanse gezag, geleid door de Staten Generaal van de Nederlanden (vandaar de naam). De stad Groningen stond in de jaren 1580-1594 aan de kant van de Spaanse koning Filips II en het Groninger land en Drenthe dienden als uitvalsbasis voor aanvallen van het koninklijke leger in Friesland waar de Staatsgezinden de baas waren, alhoewel de bevolking daar nog niet eensgezind voor de opstand gekozen hadden. Om de toen machtige stad Groningen in handen te krijgen, begon graaf Willem Lodewijk van Oranje met het aanleggen en veroveren van schansen of versterkingen rond de stad, waaronder die van Schaphalsterzijl. De bedoeling was om hiermee de stad voor de aanvoer van voedsel en munitie af te sluiten. Uiteraard verliep het plan niet zonder slag of stoot. Al in 1581 werd de hier betreffende schans veroverd door de Spanjaarden met als resultaat een grote brand in de sluis. De sluis werd vervolgens weer in oorspronkelijke staat herbouwd, wat achteraf misschien toch niet zo’n goed idee was i.v.m. toenemende lekkage. In 1734 werd op dezelfde plaats uiteindelijk een stenen variant gebouwd, waarna de sluis door de jaren heen meerdere malen is gerestaureerd. Boven op de sluis staat een windwijzer met het wapen van het vroegere waterschap Hunsingo. Bovendien heeft de sluis nog een tweetal gargouilles of waterspuwers.

_DSF4674-bewerkt.JPGSluis met waarhuis (foto: IK)

waterspuwer-Edit.jpgWaterspuwer Schaphalsterzijl (foto: RK)

In 2005 werd de sluis voorzien van een modern gemaal, dat grotendeels betaald werd door de NAM. Veel bewoners waren oorspronkelijk tegen de bouw van het gemaal, omdat het het landschap zou ontsieren en niet zou passen bij de bestaande eeuwenoude sluizen. Het gemaal heeft echter als taak de relatieve verhoging van de waterstand, als gevolg door de bodemdaling door de winning van aardgas te compenseren en werd daarom toch een feit. 

_DSF4655-bewerktOever Reitdiep (foto: IK)

Ondertussen ligt het veer klaar voor de tocht en klokslag half vertrekken we richting Aduarderzijl. Langzaam glijdt de boot achteruit over het Winsumerdiep. De ‘maat’ staat op het achterdek om de schipper te informeren over het scheepvaartverkeer net om de bocht op het Reitdiep. De kust is vrij, de boot draait met de neus naar de gewenste richting en ons avontuur kan beginnen. Het dieselmotortje bromt tevreden. De overtocht duurt ongeveer twintig minuten en het is inderdaad volop genieten. De omgeving is prachtig, alles werkt mee om ons een zo aangenaam mogelijke tocht te bezorgen. De lucht is overwegend stralend blauw, de aardappelen staan nog volop in blad waardoor die stukken land er frisgroen bijliggen en ook het aanwezige graan wuift goudgeel in een licht briesje. De oevers zijn dicht begroeid met berenklauw. Misschien een gevaarlijke plant, vooral het sap, maar desondanks prachtig om te zien.

xxx.JPGAduarderzijl met waarhuis (foto: IK)

Veel te snel zijn we aan de andere kant, bij het Aduarderzijl (Gronings: Auwerderziel). Meteen naast de sluis staat het oude waarhuis (waren betekent bewaren, bewaken), waar vroeger de sluiswachter woonde. Het oudste gedeelte dateert uit 1680 en het voorhuis uit 1706. Het waarhuis was vroeger eveneens één van de vier, één op elke vijf huizen!, tapperijen van het gehucht. Schippers moesten hier vaak lange tijd wachten voordat ze door de sluis konden, vandaar dat een tapperij een welkome afleiding bood. Het eigenlijke dorp ligt iets ten zuidwesten van de sluis en het jachthaventje inclusief camping weer iets ten zuiden daarvan.

_DSF4543511920190727.jpgAanleggen in Aduarderzijl (foto: RK)

De veerpont legt aan bij de jachthaven. Passagiers kunnen aan deze kant gebruik maken van de rustgelegenheid ter plekke voordat ze hun reis vervolgen. Er kunnen maximaal twaalf mensen mee aan boord en ons is van te voren verteld dat we mogelijk een ronde moeten wachten wanneer er teveel wachtenden op de pier staan. In geval van ‘extreme’ drukte is er zelfs gezorgd voor een ticket machine opdat er geen schermutselingen ontstaan over wie wel of niet mee mag varen. Er wordt niets aan het toeval overgelaten. Gelukkig kunnen we meteen mee terug. Om exact het hele uur draaien we in het Aduarderdiep om onze terugreis te aanvaarden.

_DSF4664-bewerkt.JPGOnderweg (foto: IK)

Aduarderzijl ontstond kort na 1285 toen de monniken van het klooster van Aduard het Aduarderdiep lieten graven om een verbinding te maken met het Reitdiep en daarbij een sluis aanlegden. Deze sluis diende onder andere voor de afwatering van gebieden vlakbij de stad Groningen op het Reitdiep, dat tot het eind van de 19e eeuw in open verbinding met de zee stond. Aduarderzijl was door haar positie vroeger van strategisch belang. Ook hier is in de Tachtigjarige Oorlog een schans gebouwd, die kort daarop door de Spanjaarden werd veroverd. In 1672, tijdens de Hollandse Oorlog, beter bekend als het Rampjaar, vormde de sluis een onderdeel van de waterlinie ten noordwesten van Groningen. Bij de aanval van Bommen Berend (bischop van Munster) werden alle 17 zeesluizen open gezet om het hele Reitdiepgebied onder water te zetten, zodat de stad niet vanuit het westen kon worden aangevallen. Een bekend Nederlands gezegde beweert dat ‘het volk redeloos, de regering radeloos en het land reddeloos’ was toentertijd. De huidige stenen sluis werd in 1706 door het waterschap gebouwd en had oorspronkelijk drie deuren: ebdeuren voor het binnenhouden van het water voor de landbouw en scheepvaart bij laagwater, vloeddeuren voor het keren van zeewater bij vloed (werden door de druk dichtgedrukt) en stormdeuren die bij stormvloed werden gesloten ter extra veiligheid.

Eenmaal op het Reitdiep gaat ineens de motor uit. De gemeente had destijds als eis gesteld dat het project ook duurzaam moest zijn. Als de wind niet te hard waait, kan de boot elektrisch verder varen. Zo’n stilte voegt beslist iets toe, je bent je nog meer bewust van de omgeving waarin je vaart. Om het veer nog aantrekkelijker te maken zijn er wandelingen en fietsknopen die de veerpont onderdeel maken van. Het is de moeite van het ontdekken waard.