ABSTRACT PAKT ?!

Wat betekent het begrip abstract? Abstract is iets dat je niet direct kunt zien of waarvan je niet direct ziet wat het voorstelt. Abstract is daarmee het tegenovergestelde van concreet. Een abstract begrip is b.v. liefde. Liefde kun je niet direct zien, maar liefde is wel een begrip waar veel concrete dingen bij horen. Denk maar eens aan het geven van een zoen.

Het werkwoord abstraheren is afkomstig van het Latijnse woord abstráhere. Dit betekent ‘weglaten’. Meestal gaat het dan om het weglaten van alle onbelangrijke informatie. Ga je dan niet te ver? Ter illustratie lees ik over het volgende ‘probleem/raadsel’: ‘Stel er is een kamer in een flatgebouw op de derde verdieping met daarin één lamp. De lamp wordt bediend door één van drie schakelaars in de hal op de begane grond. Je moet erachter komen welke van de drie schakelaars dat is, maar je mag maar één keer naar boven lopen om te kijken, wat de lamp doet.’ Dit blijkt helemaal niet gemakkelijk op te lossen! Ik moet zeggen dat ik vast te moeilijk denk of misschien niet ver genoeg doordenk? Het probleem is dat je er meestal niet bij nadenkt dat een lamp meer kenmerken heeft dan alleen maar ‘aan’ of ‘uit’, want wanneer je je realiseert dat een lamp behalve licht ook warmte afgeeft als hij aanstaat, is de oplossing niet zo moeilijk meer. Weet je het al? Je zet eerst schakelaar 1 aan, wacht een poosje, zet schakelaar 1 uit en zet schakelaar 2 aan waarop je naar boven loopt. Als de lamp brandt, is het schakelaar 2. Is de lamp uit, maar nog wel warm, is het schakelaar 1. In het overblijvende geval (uit én koud) is het dus schakelaar 3. Het teveel abstraheren van de lamp (alleen ‘aan/uit’) bemoeilijkt in dit geval het vinden van de oplossing.

Toch heeft Michelangelo ooit al gezegd: ‘Schoonheid ontstaat door de zuivering van overtolligheden.’ Heeft hij daarmee misschien al een heel vroege knipoog gemaakt naar de abstracte kunst……? De abstracte kunst wordt namelijk vaak de kunst van het weglaten genoemd, hoewel de werkelijkheid meestal nog wel te herkennen is. Hoe anders is dat bij abstracte fotografie, want bij abstracte fotografie laat je de realiteit meestal helemaal los. Je gebruikt kleuren, lijnen en andere vormen om een bepaalde emotie los te maken of een idee te visualiseren. Interessant gegeven!

Bij abstracte kunst, ook wel non figuratieve kunst, is er geen duidelijke verwijzing naar onderwerpen uit de omringende wereld te herkennen, ook al heeft de kunstenaar zijn werk vaak wel een titel uit de werkelijkheid gegeven. Zoals gezegd gaat het nu om lijnen, vlakken, punten, kleuren en licht, ruimte en vormen in een bepaalde kunstzinnige ordening. Natuurlijk komen deze elementen ook voor in realistische of figuratieve werken, maar dan houden deze elementen verband met het onderwerp en sluiten ze aan bij de waarneming daarvan. Bij een abstracter schilderij wordt de werkelijkheid minder belangrijk en ligt de nadruk juist op de beeldende elementen zelf.

28‘Untitled’ – Kandinsky uit 1910 (bron: internet)

Het was Wassily Kandinsky die in 1910 het eerste abstracte schilderij maakte, althans hij vertelde iedereen dat hij abstractie had uitgevonden. Of dat klopt is een ander verhaal. Zo zette Kazimir Malevich oudere jaartallen op zijn schilderijen om de eerste abstracte schilder te lijken. Het is ook eigenlijk niet zo belangrijk. Belangrijker is dat verschillende kunstenaars tussen 1910 en 1920 bezig waren om hun werken steeds abstracter te maken.

avond-evening-the-red-tree-1910.jpeg‘De Rode Boom’ – Mondriaan (bron; internet)

Eén van de belangrijkste figuren in de (abstracte) kunstgeschiedenis van de 20e eeuw is wel Piet Mondriaan (1872-1944). Zijn werken met zwarte horizontale en verticale lijnen en vlakken in de primaire kleuren (rood, geel en blauw) en de ‘niet-kleuren’ (zwart, wit)  zijn tegenwoordig wereldberoemd. Toch begon Mondriaan zijn loopbaan met realistische landschapsschilderijen. Aan het begin van de twintigste eeuw werden zijn landschappen echter gedurfder in lijn en kleur. In ‘de Rode Boom’ (een van zijn beroemdste vroege werken uit 1910) schilderde Mondriaan een vuurrode boom in een kobaltblauwe setting. Met dit soort kleurexperimenten verliet hij voorgoed zijn eerdere, naturalistische stijl en is hij definitief de weg naar de abstractie ingeslagen.

large-ef91fcee70e050ce156475be344ad93ff34ef0ea.jpg‘Compositie no II’ – Mondriaan (bron: internet)

Mondriaan bleef zoeken naar de essentie van zijn beleving en het vinden van harmonie in zijn werk. Rond 1920 vindt Mondriaan dan zijn definitieve vorm. Hij wil met zijn composities van primaire kleuren, horizontale en verticale lijnen en egale kleurvlakken een gevoel van harmonie oproepen, dat verbonden is met het grotere kosmische evenwicht. Hij wil absolute ‘schoonheid’ creëren. Zijn werken zijn nu geheel abstract, maar eigenlijk is er niets veranderd ten opzichte van zijn landschappen. Mondriaan blijft zoeken naar harmonie, waarbij ieder werk opnieuw een zoektocht is naar een balans tussen kleurvlakken en lijnen. Alleen door deze goed op elkaar af te stemmen vond Mondriaan de puurheid waar hij naar op zoek was.

Ik lees en heb inderdaad ook vaak gehoord dat één van de meest voorkomende reacties op abstracte kunst zoiets is in de trant van: ‘mijn zes jaar oud zou dat gemaakt kunnen hebben’. Dat lijkt misschien zo, maar het is ontegenzeggelijk een feit dat je abstracte kunst moet leren begrijpen. Al is het volgens sommigen eigenlijk heel gemakkelijk en is het enige wat je nodig hebt een open geest en en grote verbeeldingskracht. Daar ontbreekt het mij niet aan, dacht ik……..

Om zelf ook eens te experimenteren met ‘abstract’ kom ik uit bij de abstracte fotografie. Tenslotte zijn ook hier vormen, lijnen en kleuren alles wat je overhoudt als je al het herkenbare uit  een foto weghaalt. Een abstracte foto moet wel altijd een krachtig beeld zijn dat visueel prikkelt en een emotionele reactie bij de kijker uitlokt. Abstracte fotografie is ook een instinctieve kunst. Waardoor wordt jouw aandacht getrokken en welke emotie roept dit op? Leer meer te zeggen door minder te laten zien. Het klinkt zo eenvoudig, maar de praktijk is zoals gewoonlijk ingewikkelder. Gelukkig worden er handvaten gegeven :0.

Als eerste is er de vorm. De vorm is vaak het eerste waardoor je aandacht naar een bepaald onderwerp wordt getrokken.

Dan kleur…. Kleuren spelen een belangrijke rol, niet alleen om de aandacht van een kijker te trekken, maar ook om die aandacht vast te houden. In abstracte fotografie wordt veel gewerkt met oververzadigde en intense kleuren en er wordt vaak gebruikgemaakt van sterke kleurcontrasten. Hmmmm.

Kleurenpracht-op-ijzerKleurenpracht op ijzer’ (bron: internet)

Helaas nog geen eigen foto’s, het vraagt toch iets meer aandacht 😉

Tenslotte spelen lijnen ook een belangrijke rol, want lijnen kunnen de blik door het beeld sturen om zo de aandacht vast te houden of om eventueel de aandacht te sturen naar het belangrijkste onderdeel van de foto. Het moge duidelijk zijn dat het maken van zulke abstracte foto’s veel oefening en misschien (nog) meer verbeeldingskracht vraagt. Het is een andere benadering van de wereld om je heen.

Riepko.Krijthe1-21 copy.jpg

Hoe je dan naar het resultaat moet kijken……. ‘Je laat je ogen over het schilderij dwalen. Je slingert van hoek naar hoek, van boven naar beneden. Je laat je onderdompelen in het oppervlak en laat je ogen dansen over het kunstwerk. Je zou niet moeten proberen om het uiterlijk van het schilderij (of de foto) in je op te nemen, want je zou moeten toestaan dat het werk je meesleurt. Laat je emoties, herinneringen en gedachten de vrije loop. Laat je ogen ontspannen. Heb geen verwachtingen, maar laat je meenemen. Onderzoek de kleuren, patronen, vormen, materialen, het oppervlak, de werking het reliëf, enzovoort. Neem je tijd en laat het schilderij tegen je ‘spreken’.’ Wow, dat klinkt fantastisch toch? Heb je met deze oefening al een titel voor bovenstaande foto gevonden?

Het lijkt me zeker de moeite van het onderzoeken waard of abstract me inderdaad pakt.

KIJKEN IS (EEN) KUNST

Voordat je begint met het analyseren van schilderijen, moet je één ding in gedachten houden: kunst is gemaakt door mensen en voor mensen. Een kunstenaar maakt zijn kunstwerk omdat hij gedachten, beelden of emoties over wil brengen. Elk schilderij heeft daarom een eigen betekenis. Toch zal lang niet iedere toeschouwer er hetzelfde uithalen,  want het kijken naar en het interpreteren van kunst blijft tenslotte een subjectief iets. Met deze introductie beginnen we aan onze lezing van vandaag. Onze docent vervolgt met de vraag om een eenduidige definitie te verwoorden voor het begrip kunst. Een onmogelijke opgave, al worden wel kernwoorden genoemd als creativiteit, emotie, schoonheid en vaardigheid. Er bestaat geen algemeen geaccepteerde definitie van kunst. Wat wel en niet onder ‘kunst’ wordt verstaan is cultuur specifiek en tijdgebonden. Ook binnen eenzelfde cultuur kunnen opvattingen over kunst veranderen, want er ontstaan immers telkens nieuwe genres en er ontwikkelen zich steeds nieuwe kunstvormen. De meest algemeen geaccepteerde definitie luidt dan ook: kunst is het product van creatieve menselijke uitingen, onder meer: schilderen, tekenen, fotografie, grafiek, beeldhouwen, moderne media, theater, muziek en zang, dans, film, bouwkunde of architectuur, literatuur en poëzie. Mooier vind ik zelf: kunst is het vermogen om dat wat in geest of gemoed leeft of gewekt is, op zodanige wijze tot uiting te brengen, dat het kan ontroeren door schoonheid. Al is schoonheid betrekkelijk en is dit natuurlijk ook weer een subjectief gegeven. Oef, aandacht erbij houden!

my-wife-and-my-mother-in-law‘My wife and my mother in law’ (bron: internet)

Als voorbeeld kijken we naar een optische illusie. Een optische illusie (gezichtsbedrog) is iets wat het oog waarneemt dat door de hersenen anders geïnterpreteerd wordt. Een genre van de schilderkunst, wat opzettelijk nastreeft dat de kijker vals voor echt aanneemt, wordt ‘trompe-l’oeil’ genoemd. Wij kijken naar ‘my wife and my mother in law’ van de Britse cartoonist William Ely Hill. Volgens Hill zie je of het gezicht van je vrouw of het gezicht van je schoonmoeder, maar nooit de twee gezichten tegelijkertijd. Recent onderzoek heeft uitgemaakt dat welk gezicht je het eerst ziet iets te maken heeft met je eigen leeftijd. Durf je het aan?

mijn-favoriete-ready-made-is-de-stierenkop-van-picasso.1358091357-van-Flamoesify_dEF8n6t(bron: internet)

Vervolgens krijgen we een kunstwerk te zien zonder verdere informatie. Hoewel geldt dat hoe minder achtergrondinformatie je hebt over de bekende schilders, schilderstijlen en  kenmerken van de verschillende stromingen, hoe moeilijker het wordt om kunst te interpreteren (kunst kijken en bespreken gaat gemakkelijker als je enige theoretische kennis hebt) is het eveneens belangrijk om ‘blanco’ (met een schone lei) naar iets te kijken, zonder voorkennis waardoor je wordt beïnvloed. Grappig genoeg lees ik een artikel waarin wordt geschreven dat kunstenaars voorafgaand en tijdens hun werk een intentie hebben gehad waaruit een concept is voortgevloeid, wat op zijn beurt weer heeft geresulteerd in een kunstwerk. Dat kunstwerk krijgt, volgens de schrijver, weer een nieuwe betekenis door en van de beschouwer. Iedere beschouwer heeft een eigen blikveld, een eigen voorkennis en eigen associaties en interpretaties, waardoor het kunstwerk een nieuwe betekenis, een nieuwe waarheid, krijgt die niet meer of minder waar is. Je kunt dit beeld misschien zien als onze eerste oefening in kijken, waarnemen en analyseren?

Kreten als ‘creatief met een fiets’, ‘hert met groot gewei’, ‘stier’ en zelfs ‘pinguïn’ klinken door de zaal. De schaduw speelt een hele belangrijk rol als je het laatste dier wilt herkennen ;). Het beeld is bewust zo gefotografeerd door de maker zelf, net zoals het feit dat hij (de spanning stijgt) de zogenaamde ‘gevonden voorwerpen’ deze keer niet naar de achtergrond wilde duwen om ze als het ware onzichtbaar te maken. De bedoeling was juist om hier de aandacht te leggen op zowel de dierenkop zelf als op de materialen waaruit de sculptuur werd gemaakt. Dit moet dan iets extra’s aan het kunstwerk geven. Gelukt? Maakt het dan ook nog iets uit wanneer je weet dat het hier gaat om het beeld ‘de stierenkop’ van Pablo Picasso? Deze wetenschap kleurt vast je oordeel, het mijne in elk geval wel. Picasso was tenslotte één van de belangrijkste kunstenaars van zijn tijd.

Wist je trouwens dat van het kijken naar kunst je niet alleen iets leert over die kunst, maar dat het ook inzicht kan geven in geneeskunde, wiskunde en zelfs cognitieve psychologie? Een arts moet b.v. een patiënt goed kunnen observeren, maar nauwkeurig beschrijven wat je ziet is moeilijker dan je denkt. Er is nu een workshop ontwikkeld waarin een student een kunstwerk observeert en vervolgens zo goed mogelijk beschrijft aan zijn groepsgenoten die het niet zien. Het gaat dan om formele vormbeschrijvingen die later getekend moeten worden. Als voorbeeld wordt een sneeuwpop genoemd die beschreven moet worden als drie witte cirkels boven elkaar, waarvan de bovenste kleiner is, want op deze manier moeten zij in hun vak ook een tumor beschrijven. Je leert op deze manier zeker goed kijken (en goed luisteren), de getekende feedback kan meedogenloos zijn (hahaha).

OLYMPUS DIGITAL CAMERA‘De burgers van Calais’ (bron: internet)

De tijd tikt door en voordat onze eerste sessie erop zit moeten we in elk geval nog even  kijken naar het beeld ‘de burgers van Calais’ van August Rodin. Rodin verbeeldt hier een scène uit het begin van de honderdjarige oorlog (1337-1453) tussen Engeland en Frankrijk. In 1347 werd de stad Calais elf maanden lang door de Engelsen belegerd. Op een gegeven moment was de honger zo groot dat zes mannen, enkel gekleed in een dun hemd en met een strop op de nek, de sleutel van hun stad aan de Engelse koning overhandigden. Hiermee hoopten zij op een barmhartige houding van de belegeraars. Volgens het verhaal slaagden zij in hun opzet.

Het is belangrijk om het beeld vanuit verschillende perspectieven te bekijken. Loop er omheen en zie hoe de emotie die het beeld oproept veranderd. Voor ons is dit op zich niets nieuws. Vanuit de fotografie werd ons ook al geleerd om meerdere standpunten in te nemen teneinde je onderwerp vast te leggen. Nu ligt het accent meer op de rust in jezelf. Je hoofd moet leeg zijn, zodat je open kunt staan voor het schilderij of kunstwerk. Je moet nieuwsgierig zijn naar een kunstwerk wil je er goed naar kunnen kijken. Nieuwsgierigheid kan ontstaan omdat je iets erg mooi vindt, maar ook juist doordat iedereen lovend is over een kunstwerk, terwijl jij er gewoonweg niets in ziet. Je kunt dan uit nieuwsgierigheid op zoek gaan naar redenen waarom anderen wél laaiend enthousiast zijn.

Dit was een eerste kennismaking in het traject ‘kijken is een kunst’. We gaan verder met het ontdekken van associaties m.b.t. de kunst, het stellen van vragen die weer moeten leiden tot andere vragen met als doel tot inzicht te komen. Kunnen we wel leren kijken naar kunst zonder te oordelen? Echt kijken is inderdaad een kunst!

 

RONDJE DORDT

Al jaren kom ik paar keer per jaar in Dordrecht voor familiebezoek. Altijd gezellig en ook de stad zelf, met haar mooie binnenstad, is de moeite van het bezoeken zeker waard. Toch komen we meestal niet verder dan de winkelstraten en de uitnodigende terrassen, want onze tijd met elkaar is vaak te beperkt voor alles wat we willen doen. Dit keer pakken we het echter anders aan, we willen wat dieper ingaan op de geschiedenis van de stad en tegelijkertijd proberen om (al?) haar bijzonderheden te ontdekken met een heuse stadswandeling.

Riepko.Krijthe1-38Hoezo scheef?

Dordrecht, gelegen waar de rivier de Merwede zich splitst in de Noord en de Oude Maas, begint haar geschiedenis al in de twaalfde eeuw als een nederzetting aan de rivier de Thure middenin de veenmoerassen. De Thure was een zijtak van de rivier de Dubbel en liep ongeveer waar tegenwoordig het Bagijnhof ligt, voor de echte Dordtenaren welbekend. De oorspronkelijk naam van Dordrecht was toentertijd Thuredrith, hetgeen ‘doorwaadbare plaats in de rivier Thure’ betekent. Klinkt logisch. Dit verhaal werd dan ook lang aangehangen. Tegenwoordig wordt echter de theorie gevolgd dat de rivier oorspronkelijk Thuredrecht (of Thuredrith) werd genoemd en de daaraan liggende nederzetting Durdreth of Durthric. Thuredrecht betekent dan trekvaart of doortocht, in dit geval tussen de Dubbel en de Merwede. Klinkt eveneens geloofwaardig. Hoe dan ook de huidige naam Dordrecht komt al voor sinds 1220 toen de stad haar stadsrechten ontving uit de handen van graaf Willem I om de stedelijke ontwikkeling te stimuleren. Door de voordelen van het zogenaamde stapelrecht ontplooide Dordrecht zich tot een levendige handelsstad. Het stapelrecht regelde dat alle goederen die over de rivier werden getransporteerd in Dordrecht naar de markt moesten worden gebracht. Vooral de handel in hout, graan en wijn zorgden voor een grote economische bloei.

Riepko.Krijthe1-35.jpeg‘Paard op naalden’

Wij beginnen onze wandeling aan het Bagijnhof waar we onmiddellijk een groot paard op  de muur zien. Terwijl we de muurschildering aandachtig bestuderen klinkt achter ons een dronken stem: ‘mevrouw, mevrouw, u moet naar ’t peerd verderop, dat is veel mooier.’ Verbaasd kijk ik achterom, waar een man uitgeteld en flink aangeschoten op de treden van een groot gebouw hangt. Hij glimlacht zijn bruine tanden bloot. Pas veel later realiseer ik me dat hij eetcafé ’t Peerdt bedoeld, wat kennelijk een begrip is in Dordrecht vanwege zijn gezelligheid, knusheid en sfeer, terwijl het aan de bar van dit café altijd gezellig moet zijn. Deze man zal het zeker weten :). ‘Paard op naalden’, het ‘elegante paard met ruitpatronen’ daarentegen is geschilderd door Serge Kortenbroek als een onderdeel van ‘Iconoclash’, een platform voor muurschilderingen en kunst in de openbare ruimte in de Drechtsteden, waar Dordrecht een onderdeel van is. Hun insteek was om verpauperde wanden of gebouwen een facelift te geven, meer ruimte te bieden aan kunstenaars en om verbindende elementen van de Dordtse geschiedenis te implementeren. Je schijnt inmiddels al zeven muurschildering in de stad te kunnen vinden, maar dat is een wandeling voor een andere keer :).

Riepko.Krijthe1-36.jpegIngang Regentenhof

We lopen verder en arriveren bij het Regenten- of Lenghenhof, een oase van rust temidden van al het stadsgewoel, maar bovenal ook een veilige plek voor de bewoonsters want  ’s nachts zijn de toegangspoorten op slot. Dit hofje werd gesticht door Gijsbert de Lengh, koopman en reder, in 1755. Hij was niet getrouwd en had maar één, eveneens vrijgezelle, zuster. Toen hij zijn einde voelde naderen, besloot hij zijn kapitaal aan een liefdadig doel te besteden, waarop hij een hof stichtte voor ‘behoeftige vrouwen’. Grappig genoeg wonen hier tegenwoordig ook nog alleen vrouwen.

Riepko.Krijthe1-37.jpegArend Maartenszhof

Een volgend hofje is het Arend Maartenszhof, wat in 1625 werd gesticht door Arend Maartenszoon in een poging zijn slechte reputatie (als woekeraar) in de stad van zich af te schudden. Hij liet zo’n 40 woningen bouwen die een veilig onderkomen betekenden voor ‘armlastige vrouwen en weduwen van soldaten’. Hier werd in de zeventiende eeuw dus praktisch gratis gewoond. Sinds de jaren tachtig van de vorige eeuw zijn de toelatingsregels voor de huisjes versoepeld, maar twee regels van de oude oprichter staan nog steeds overeind: bewoners moeten van onberispelijk gedrag zijn en ze moeten de woonomgeving liefdevol verzorgen. Een krantenartikel vermeldt dat de Dordtenaren vaak niet eens van het bestaan van het Arend Maartenshof afweten. ‘Die lopen er honderdduizenden keren voorbij, maar gaan nooit eens naar binnen. Het is een verborgen parel in Dordrecht.’ Wij gaan wel via het rijk versierde renaissancepoortje aan de Museumstraat naar binnen en stappen haast in een andere wereld. We zien hier een prachtige binnenplaats met oude bomen en een waterput omringd door kleine huisjes. Rust, groen, verzorgd, ruim zijn zo maar wat woorden die bij me opkomen. Idyllisch bijna en vast een waar genoegen om hier te mogen wonen.

Riepko.Krijthe1-39.jpegGedicht aan de muur

Wegens tijdgebrek lopen we niet de hele wandeling, al zou ik dat graag doen, want Dordrecht heeft een rijke historie en je kijkt absoluut bewuster met wat uitleg erbij. We gaan verder richting Voorstraat; winkelstraat en tevens dijk. Deze straat met een lengte van 1,2 km  is officieel de langste winkelstraat van Nederland , maar misschien belangrijker is dat de straat nog steeds deel uitmaakt van de hoogwaterkering in zuidwest-Nederland. Een dieptepunt in de eeuwenoude strijd tegen water was de Sint-Elisabethvloed in 1421. De combinatie van een hoge rivierwaterstand en een noordwesterstorm richtte grote schade aan in Dordrecht. In 1953 (na de watersnoodramp) kon de dijk nog eens kunstmatig worden verhoogd. Het wegdek van de Voorstraat ligt daarmee op gemiddeld 3,30 meter boven NAP. Aan de straatkant zijn de woningen en winkels voorzien van gleuven waarin de gemeente schotten kan plaatsen, waardoor de dijk zich dan op 3,80 meter boven NAP bevindt

ANP-31929041-1200x800.jpgJohan en Cornelis de Witt

Even verderop zien we het grote standbeeld van de gebroeders Johan en Cornelis de Witt op de Visbrug. Wat ik nooit heb geweten is dat de broers in Dordrecht zijn geboren. Johan (1625-1672), raadpensionaris van Holland en zijn broer Cornelis (1623-1672), regent van Putten en burgemeester van Dordrecht, kregen in 1918 een standbeeld, waar Johan zittend en Cornelis staand wordt afgebeeld, al geloven de Dordtenaren dat zij soms van plaats wisselen. De broers De Witt werden op 20 augustus 1672 in Den Haag door een woedende menigte vermoord. Volgens de overlevering werden hun lichamen hierna verminkt en in stukken verscheurd, waarbij sommige delen van hun lichamen zelfs werden verhandeld, als souvenir werden meegenomen of werden opgegeten……. Het jaar 1672 is de geschiedenisboeken ingegaan als ‘het rampjaar’. Over deze periode wordt wel gezegd: ‘Het land was reddeloos, de regenten waren radeloos en het volk was redeloos’.

Riepko.Krijthe1-42.jpegGrote of Onze Lieve Vrouwe Kerk

Vlakbij de Oude Maas ligt de middeleeuwse Grote of Onze-Lieve-Vrouwe Kerk. De kerk is met meer dan 80.000 bezoekers per jaar het grootste en drukst bezochte monument van Dordrecht. Indrukwekkend van buiten en prachtig van binnen.

Riepko.Krijthe1-47.jpegPrachtig van binnen

Riepko.Krijthe1-45.jpegIndrukwekkend van buiten

Rondom het Maartensgat, waaraan de kerk ligt, wordt nog steeds gewerkt. Eeuwenoude muurresten onder water worden verwijderd wegens gevaar voor de scheepvaart. Er bestaat trouwens een leuk verhaal over oude stadsmuren (tolmuren) en het feit dat inwoners van Dordt ook wel ‘schapenkoppen’ worden genoemd. Vroeger had Dordrecht een zwaar belastingstelsel. De accijnzen rezen de pan uit en mensen bedachten de gekste plannetjes om de belasting te ontduiken. In een poging om het tolgeld op vee te ontduiken, kleedden Dordtenaren een schaap in mensenkleren om het zo binnen de stadsmuren te kunnen smokkelen. Het bedrog kwam echter uit want net op het moment dat ze met het schaap door de poort wilden gaan, begon het dier te blaten. Helaas!

Riepko.Krijthe1-40.jpegMooie 18e eeuwse huizen

Al met al hebben we maar een klein stukje (her)ontdekt, maar het is wel een wandeling die vraagt naar meer verhalen en meer gezichtspunten. Voor aanvulling vatbaar dus!

 

REMBRANDT, portret van een man

In 2019 wordt het 350ste sterfjaar van Rembrandt van Rijn herdacht. Het hele jaar staat in het teken van tal van activiteiten en bijzondere tentoonstellingen omtrent zijn persoon. Hoewel de hoofdmoot natuurlijk plaatsvindt in het westen van het land, zijn er toch vele andere mogelijkheden elders om je te verdiepen in de werken en het leven van ‘de wereldberoemde kunstenaar uit de Gouden Eeuw’. Weet je dat ooit berekend is dat er in de Gouden Eeuw ruim vijf miljoen schilderijen zijn gemaakt? De Republiek der Nederlanden was, zeker in die tijd, een land van schilders waarvan de bekendste schilder waarschijnlijk Rembrandt is en zijn bekendste schilderij natuurlijk de Nachtwacht (1642).

Wat weten we eigenlijk verder over Rembrandt? Niet iedereen weet misschien dat Rembrandt Harmenszoon van Rijn geboren werd in Leiden. In het eerste kwart van de zeventiende eeuw was Leiden een bruisende stad van 24.000 inwoners, waar Rembrandt op 15 juli 1606 in de Weddesteeg werd geboren als het op één na jongste kind van Harmen Gerritsz. van Rijn (molenaar) en Neeltgen Willemsdr. van Zuytbrouck, een welgestelde bakkersdochter. Het echtpaar kreeg in totaal tien kinderen, van wie er drie jong stierven. Zijn vader was (mede) eigenaar van een molen ‘De Rijn’, waar mout gemalen werd voor de bierbrouwerijen. De naam Rembrandt is waarschijnlijk een spellingsvariant van Rembrant of Rembrandus, een in die tijd gebruikelijke Latijnse variant; Rembrandt zat van zijn 7de tot en met zijn 14de op de Latijnse school. Zijn achternaam houdt mogelijk verband met de molen waar zijn vader werkte (?).

Na de Latijnse school schreven zijn ouders hem in 1620 in aan de universiteit van Leiden. Dit was echter geen succes en in 1621 verliet Rembrandt de universiteit al om schilders leerling te worden bij de Leidse schilder Jacob van Swanenburch. In 1625 vertrok hij vervolgens naar Amsterdam om in de leer te gaan bij de, toen toonaangevende, schilder Pieter Lastman. Rembrandt studeerde hier slechts een half jaar. Na deze korte maar belangrijke leerperiode begon Rembrandt als zelfstandig meester in Leiden, samen met vriend en collega Jan Lievens die ook bij Lastman in de leer was geweest. Vanuit Amsterdam kwamen steeds meer opdrachten. Dat is dan nog niet zozeer te danken aan de kwaliteit van hun werk als wel aan de goede contacten die zij hadden. Rond 1628 trokken zij zelfs de aandacht van de secretaris van de prins van Oranje en zo kregen zij hun eerste opdrachten binnen van het stadhouderlijk hof in Den Haag. 

In deze periode schilderde Rembrandt veel bijbeltaferelen ‘in een precieze stijl met bonte kleuren’. Zijn vroegst gedateerde schilderij is ‘De steniging van de Heilige Stefanus’ (1625). Uit dit bijbelverhaal nam Rembrandt het meest dramatische moment, het moment waarop Stefanus buiten de muren van Jeruzalem op het punt staat gestenigd te worden. Hij beeldde hem echter niet naakt af, maar gekleed als diaken (dienaar onder de priester). Aangenomen wordt dat Rembrandt een zelfportret in dit werk opnam, dat zich vlak boven Stefanus bevindt.

1200px-Rembrandt-Lapidation-Saint-Étienne-MBA-Lyon‘De steniging van de Heilige Stefanus’ (bron: internet)

Als dit zo is, dan is dit ook het eerste zelfportret van Rembrandt. Later zal blijken dat Rembrandt gedurende zijn hele leven zelfportretten heeft gemaakt. Deze honderd geschilderde en twintig geëtste zelfportretten geven een heel scherp beeld van zijn uiterlijk en een vermoeden van zijn gevoelens. Hij maakte n.l. ook veel ‘tronies’; studies van opvallende gezichten van mannen en vrouwen, niet bedoeld als portret, maar meer als een oefening in het weergeven van karakter, gemoedstoestand of leeftijd.

riu-orig_overzicht_tronies_crop-1475845812zelfportret ‘tronie’ (bron: internet)

Deze kennis en meer wordt ons bijgebracht gedurende een lezing gegeven door kunsthistorica Margreet Breukink. Zij is een enthousiast verteller en doet voortvarend haar verhaal. Er is immers heel wat te vertellen over ‘de man en zijn werk’ en er is maar zo weinig tijd ….. Ze gaat verder met, ons al bekende feiten, dat hij geldt als één van de grootste schilders en etsers in de Europese kunst en vervolgt haar verhaal dat Rembrandt in totaal ongeveer driehonderd schilderijen, driehonderd etsen en tweeduizend tekeningen heeft gemaakt. Als je je bedenkt dat hij 63 jaar oud is geworden en dat hij zijn vroegst gedateerde schilderij op 19 jarige leeftijd geschilderd heeft, dan betekent dit gemiddeld 7 schilderijen, 7 etsen en 47 tekeningen per jaar. Geen sinecure!

de-staalmeesters.pngDe staalmeesters (bron: internet)

Hoewel hij nooit in Italië is geweest (de afstand Leiden – Amsterdam en vice versa was voor hem ver genoeg) is hij zeker wel beïnvloed door Italiaanse meesters, zoals b.v. Caravaggio. Volgens een artikel in de Volkskrant (2006) zijn Rembrandt en Caravaggio de Cruijff en Pelé van de oude schilderkunst. Het artikel vermeldt verder dat beiden meesters van licht en donker (het ‘chiaroscuro’) worden genoemd. Rembrandt kreeg al vroeg de bijnaam ‘Caravaggio degli Oltremontani’ (de Caravaggio van boven de bergen) en Caravaggio kreeg postuum de bijnaam ‘Rembrandte dell’Italia’. Hun werk wordt mooi omschreven: ‘Licht is hun instrument en wapen, het is de reden waarom ze beroemd werden, het middel om alle onderwerpen die ze schilderden aan zich te onderwerpen, en om het publiek naar hun believen te manipuleren’. Mooi eerbetoon.

r0-31-1010-520-962-zelfportret_rembrandt_saskia_fries_museum-1542792710.jpgZelfportret met Saskia (bron: internet)

Zijn verdere leven in vogelvlucht. Rembrandt trouwde in 1634 met Saskia van Uylenburgh, een volle nicht van Hedrick van Uylenburgh, kunsthandelaar en buurman van Pieter Lastman in Amsterdam. In 1639 verhuisde het stel naar een eigen huis, wat nu Museum Het Rembrandthuis is. Rembrandt en zijn vrouw kenden vele tegenslagen, driemaal verloren zij een kind vlak na de geboorte, maar in 1641 kregen ze een zoon die ze Titus noemden, naar Saskia’s zuster Titia. Nog geen jaar later sterft Saskia en komt Geertje Dircx als verzorgster in dienst. Van het een kwam het ander en het stel ging met ruzie uit elkaar, waarop Geertje Rembrandt voor de ‘Huwelijkskrakeelkamer’ daagde. Meteen daarop deed Hendrickje Stoffels haar intrede. Je zou haast denken dat het één verband houdt met het ander? Met Hendrickje kreeg Rembrandt nog een dochter, Cornelia, genoemd naar Rembrandts moeder. Rembrandt gebruikte niet alleen zichzelf, maar portretteerde ook zijn familieleden in zijn schilderijen. Zijn vrouw Saskia, zijn zoon Titus, zijn vriendin/huishoudster Hendrickje en ook zijn moeder Cornelia en zelfs vader Harmen hebben dikwijls model gestaan voor Bijbelse, mythologische of historische figuren. De oude man in ‘de brillenverkoper’ zou b.v. zomaar zijn vader kunnen zijn, de Leidse molenaar Harmen Gerritsz. van Rijn, want zijn uiterlijk is bekend van een portret uit ca. 1630.

unnamedDe brillenverkoper (bron: internet)

Rembrandt leefde in die tijd boven zijn stand. Hij kocht regelmatig exotische voorwerpen waaronder bijzondere kledingstukken (Italiaanse invloed) en tulbanden, die hij vaak in zijn schilderijen gebruikte.  Ook stroopte hij veilingen af om kunst te kopen, waardoor hij in 1656 de leningen voor zijn huis niet meer kon afbetalen. De burgemeester van Amsterdam vroeg daarop Rembrandts faillissement aan, waarna (in 1658) Rembrandts huis en inboedel op een veiling werden verkocht. Rembrandt stierf op 4 oktober 1669 en werd een paar dagen later begraven in een gehuurd graf in de Westerkerk. Berooid, eigenzinnig, maar bovenal een ‘schilderkunstige geweldenaar’. We kijken uit naar meer!

Rembrandt-van-Rijn_Man-in-Oriental-Dress_1635-RijksmuseumAmsterdamMan in Oosterse kleding (bron: internet)

MATTHÄUS PASSION

Zeg je Pasen, dan zeg je Bach. Voor mij niet direct een duidelijke link, totdat …… ik lees dat Pasen voor de klassieke muziekliefhebber gelijk staat aan de Mattheus (Matthäus) Passion. Deze Mattheuspassie (om eens een Nederlands woord te gebruiken) is een oratorium gecomponeerd door Johann Sebastian Bach. Ter verklaring lees ik verder dat een oratorium een groot vocaal werk is met een vaak geestelijke inhoud voor orkest, zangsolisten en koor. Als een oratorium (komt van het Latijnse woord ‘orare’ wat bidden betekent) echter het lijdensverhaal van Christus als onderwerp heeft, dan spreek je van een passie. Als je dan ook nog weet dat hier het lijdensverhaal van Jezus vertelt wordt als in het evangelie volgens Matteüs, dan is hiermee in ieder geval de naam verklaart.

De Matthäus Passion is een van de langste en bekendste composities van Johann Sebastian Bach (1685-1750). Over Bachs karakter wordt geschreven dat hij temperamentvol en opvliegend was en dat hij bij tijd en wijle van een flinke scheut alcohol hield, alhoewel anderen dit tegenspreken, want de sfeer in zijn huis was meestal goed. Bovendien suggereren noch zijn muziekhandschrift, noch zijn muziek een driftig of opvliegend karakter. Kenners beweren zelfs dat juist de totale beheersing van de muziek zo kenmerkend is voor Bach. Hoe het ook zij, over zijn jeugdjaren en privéleven is weinig bekend, behalve het feit dat Johann Sebastian twee keer trouwde en maar liefst twintig kinderen kreeg. Zeven bij zijn eerste vrouw Maria Barbara, met wie hij in oktober 1707 trouwde en die in 1720 overleed. En dertien kinderen bij zijn tweede echtgenote Anna Magdalena, die, zo lijkt het, tussen 1723 en 1737 bijna elk jaar zwanger was. Van deze twintig kinderen stierven er tien kort na de geboorte of op jonge leeftijd. Vier zonen van Johann Sebastian Bach werden later, net als hun vader, (relatief) bekende componisten. Johann Sebastian zei het immers zelf al:  ‘Er is niets moeilijks aan, want het enige wat je hoeft te doen is de juiste toetsen aanslaan op het juiste moment en het instrument speelt vanzelf’. Hahaha, was het maar zo eenvoudig!

Wanneer Bach zijn wereldberoemde compositie precies componeerde is niet helemaal bekend. Ook is onduidelijk wanneer het stuk voor het eerst werd opgevoerd. Vermoedelijk zal dat op 11 april 1727 zijn geweest, in de Thomaskirche in Leipzig. Volgens het programmaboekje ‘paste dit werk op zich prima in de eeuwenoude traditie van muziek over het lijden van Jezus, uitgevoerd op Goede Vrijdag. Tegelijkertijd sloeg dit grootschalige werk, met zijn bekende recitatieven (declamerende gezangen), met zijn koralen (religieuze gezangen) en aria’s, momenten van collectieve en individuele reflectie, met zijn bijzondere rol voor het koor, commentaar leverend of handelend optredend, alles; hiermee bracht Bach de traditie tot een grandioos en onovertroffen hoogtepunt.’ Toch waren zijn luisteraars indertijd kennelijk niet zo enthousiast, want voor zover bekend voerde Bach dit muziekstuk zelf maar vier keer op, t.w. in 1727, 1729, 1736 en in 1740. Na zijn dood in 1750 raakte de compositie, net als zijn andere muziek, in de vergetelheid. Het zou tot 1829 duren voordat de Matthäus-Passion weer, als ingekorte versie door Felix Mendelssohn, werd opgevoerd.

In Nederland is het stuk momenteel niet meer weg te denken rond Pasen. De Nederlandse Bachvereniging in Naarden besloot de Matthäus-Passion, voor het eerst op Goede Vrijdag 14 april 1922, in zijn geheel op te gaan voeren. De opvoering in de kerk van Naarden werd daarna een traditie. Tegenwoordig wordt de uitvoering in het oude vestingstadje ook bezocht door veel hoogwaardigheidsbekleders, waarmee het, volgens de organisatie, een echt ‘society evenement’ is geworden. Gelukkig is Naarden zeker niet de enige plaats waar het stuk wordt opgevoerd. Wij gaan dit jaar genieten in Groningen, al is het dan helaas niet in een kerk, maar ‘gewoon’ in de Oosterpoort. Alhoewel, met een uitvoering die zo’n 2.5 tot 3 uur duurt kun je maar beter comfortabel zitten. 😉

Voordat we echt gaan luisteren, starten we met een uitleg zodat we weten waarop we moeten letten. Het schijnt dat er door de jaren heen veel veranderd is in zowel de uitvoering zelf als de omstandigheden rondom. Er mag tegenwoordig zelfs geklapt worden (vroeger niet!) en de man die ons de uitleg geeft vraagt zelfs of we voor de pauze ook willen applaudisseren opdat de jongens van het koor (die dan naar huis gaan) eveneens kunnen genieten van de waardering en het respect van het publiek. We leren dat de Matthäus-Passion is geschreven voor twee koren, waaraan nu dus nog een jongenskoor is toegevoegd. Bach zette de hoofdstukken 26 en 27 uit het evangelie van Mattheus op muziek. Dit zijn de hoofdstukken waarin wordt beschreven hoe Jezus wordt verraden en gekruisigd. De verhaallijn in de passie wordt, in twee delen, verteld in het recitatief van de evangelist. De overige hoofdrollen, naast Jesus zelf, worden vertolkt door een bas, een tenor, een alt en een sopraan. Het volk is het koor. Diverse bronnen zien in die twee, ongelijke, helften van de passie de vorm van een kruis: het kortere eerste deel stelt het horizontale deel voor en het langere tweede deel het verticale deel van het kruis. Zoals destijds gebruikelijk werd het eerste deel vóór de preek uitgevoerd en het tweede deel erna. Hmm, toen geen pauze ter reflectie en/of bezinning of om simpelweg even de benen te strekken. Deze opzet in lutherse preken werd trouwens een bifocale structuur genoemd, namelijk achtereenvolgens de explicatio (de bijbeluitleg) en dan de applicatio (de toepassing ervan), een praktisch en een moreel advies. De twee helften van de Matthäus-Passion zijn op dezelfde wijze opgezet.

Bach zou zich eveneens hebben laten leiden door verhoudingen, getallen en symboliek, zoals traditie voorschreef in de muziek van de zeventiende en achttiende eeuw. Neem b.v. de recitatieven. Deze worden begeleid door een instrument om de accenten aan te geven c.q. te ondersteunen. Jezus daarentegen wordt, behalve bij zijn laatste woorden, begeleid door ‘lieflijke strijkers’ als zijnde een aureool. Tijdens het uitspreken van zijn laatste woorden wordt de volledige verlatenheid van Jezus juist  benadrukt door de afwezigheid van de strijkers. Als je het weet, let je er ook op! In de zangstukken, vooral in de aria’s, zijn daarnaast veel thema’s terug te vinden welke je zou kunnen vertalen naar hedendaagse thema’s. Op deze manier maak je de muziek en de gevoelens die deze oproept begrijpelijker, het raakt je meer. Ook de muzieknoot helemaal aan het eind. Ik weet zo niet meer welke noten hier gebruikt worden, maar het komt er op neer dat een hele scherpe klank (haast dissonant) overgaat in een hele harmonieuze klank, hetgeen de verlossing symboliseert. Deze extra weetjes maken dat je met nog meer interesse naar het verhaal luistert.

Naast al het andere speelde Bach ook veel met getallen. Zo is de getalswaarde van de naam Bach 14 (B=2 etc). Ergens in de partituur, in de eerste regel van Vor deinem Tron tret ich hier mit, duikt de naam Bach op, want de getalswaarde van die regel is eveneens 14. Mogelijk een verborgen handtekening van de meest geniale componist aller tijden? Volgens kenners is de versleuteling van getalswaarde (betekenis) en klank (gevoelswaarde) in Bach’s werk vrijwel totaal. Wanneer er in de tekst gesproken wordt van het Lam Gods schrijft Bach het notenbeeld van 9 op, het getal van de volmaakte onschuld. Gaat het over de Kerk (met hoofdletter), dan creëert hij een 12, het getal van de apostelen, van de kerk als gemeenschap, maar ook van het aantal koraalzettingen in de Matthäus, namelijk 12. De passie bestaat verder uit 27 passages waarin het evangelie wordt gezongen. Het getal 27 staat bij Bach voor de drie-eenheid van God (3×3×3). Een laatste frappant voorbeeld van een mogelijke symboliek vind je wanneer Jezus met de twaalf apostelen aan het laatste avondmaal zit en aankondigt dat hij door een van hen verraden zal worden. De woorden ‘Herr, bin ich’s?’ worden elf keer herhaald en geen twaalf keer. Judas (de verrader) zingt immers niet mee. Het lijkt misschien toeval allemaal, maar dat kán het niet zijn, aldus de ‘geleerden’, ‘want als het inhoudelijk niet klopt dan werkt het niet, dan slaat de klank de plank mis.’ Ik vind het fascinerend om te leren wat de componist allemaal bedacht en (mogelijk) bedoeld heeft met het vervolmaken van zijn meesterwerk.

In de zaal zitten we dichtbij het podium, waar we alles en iedereen goed kunnen zien. Heel bijzonder, want je hoort, ziet en voelt de intensiteit nu heel duidelijk van allen die een rol hebben in de vertolking van het stuk. De dirigent van het NNO (Noord Nederlands Orkest) is dit seizoen een van de beste koordirigenten ter wereld (Peter Dijkstra), die zelf als jongetje al in de Matthäus heeft meegezongen in het Roder jongenskoor, hetzelfde koor wat hier vanavond ook op het toneel staat. De cirkel is rond. De kritieken van de voorgaande optredens waren lovend en er is niets teveel gezegd. Vanavond was mijn vuurdoop, maar door alle verhalen, de uitleg, het enthousiasme, mijn gezelschap en de betovering alom is de avond werkelijk voorbij gevlogen.

Tot besluit nog een klein stukje wat ik gelezen heb en wat de kracht van Bach mooi omschrijft: ‘Voor niet muziek-theoretisch onderlegde lezers onder ons is het verschil tussen Bachs muziek en veel (toen veel populairdere, maar nu vergeten) muziekstukken van andere musici te vergelijken met het verschil tussen een historisch gebouw (Bach) dat met zorg van binnen en buiten is ontworpen, waarin de verhoudingen en lijnen en kleuren kloppen en dat je toch telkens weer verrast als je het vanuit een andere hoek bekijkt en (in het slechtste geval) een toneelfaçade van datzelfde gebouw; alleen een voorzijde, een buitenkant, eventjes leuk, maar het dient verder tot niets.’ Het gebouw stond vanavond en heeft zeker verrast.