Pour prier et méditer

(Om te bidden en te mediteren)

Onze ontdekking van de Champagnestreek begint in Reims, de hoofdstad van de streek, maar misschien beter bekend als de ‘kroningsstad’. In Reims (uitgesproken als ‘Rrrahnse’) zijn maar liefst 33 koningen gekroond in iets meer dan 1000 jaar. Deze traditie begon met de kroning van Lodewijk de Vrome in 816 en eindigde met Karel X in 1825.

Clovis of Chlodovech (ca. 465-511) was de eerste koning der Franken die alle Frankische stammen verenigde onder één heerser

Bij de kroning van Karel VII (1429) was ‘de heldin van Frankrijk’ en ‘de maagd van Orléans’ Jeanne d’Arc aanwezig waar zij de volgende woorden sprak: ‘Hij heeft hard gewerkt, het is niet meer dan eerlijk dat hij wordt gehuldigd.’ Jeanne d’Arc, geboren in 1412 als een simpel boerenmeisje, stierf in 1431 als degene die ervoor had kunnen zorgen dat Karel VII  koning van Frankrijk werd en daarmee was zij de redster van het land. Zowel in als net buiten de kathedraal staat een beeld van Jeanne, een eerbetoon aan een ‘meisje’ die door een kroning de geschiedenis van Frankrijk veranderde.

In 1909 werd Jeanne d’Arc door de Rooms-Katholieke Kerk zalig verklaard
en in 1920 volgde de heiligverklaring (RK)

De kroningen verliepen, sinds de kroning van Lodewijk VIII in 1223, allemaal volgens een vastgelegde ceremonie. De (zondag)ochtend van de kroning haalden twee bischoppen de koning op in het aartsbisschoppelijk paleis om hem naar de kathedraal te begeleidden. Tussen het paleis en de kathedraal was een met wandtapijten versierde houten galerij geplaatst. De koning knielde aan de voet van het altaar en ging vervolgens onder een baldakijn zitten. De heilige ampul van Remigius, bisschop van Reims, werd samen met de kroon van Karel de Grote en andere gewijde voorwerpen zoals o.a. zijn zwaard, de scepter, de hand als symbool van de rechterlijke macht, de Bijbel en de koningsmantel van paars fluweel met Franse lelies op het altaar gelegd. Na de eedaflegging en ander ceremonieel zoog de aartsbisschop een druppel ‘heilig chrisma’ met een gouden naald (!) uit de heilige ampul op, om dat te mengen met gewijde oliën. Hiermee werden vervolgens hoofd, buik, schouders, rug en ellebogen van de koning gezalfd (ik vroeg me al af waarvoor de ampul gebruikt werd!). 

De heilige ampul

Al deze historische gebeurtenissen heeft Cathédrale Notre-Dame beslist een belangrijke plaats gegeven in de Franse geschiedenis en cultuur. Vanwege haar belangrijke rol in de Franse geschiedenis evenals de eenheid in stijl en het schitterende beeldhouwwerk staat deze kathedraal nu op de werelderfgoedlijst.

In volle glorie

In alle hoeken en nissen staan beelden, het zijn er ruim 2300!

Heel veel beelden!

Sommigen beelden zijn door de jaren heen zwaar beschadigd door oorlogsgeweld of het klimaat en zijn tegenwoordig ondergebracht in het ernaast gelegen Palais du Tau, ooit het paleis van de aartsbisschop van Reims. Hier verbleven de Franse koningen gedurende de uitbundige kroningsfeesten. Helaas voor ons wordt dit paleis (annex museum) momenteel gerestaureerd en moeten we het doen met foto’s op grote panelen langs het plein.

De kamer met tapijten die het leven van Maria uitbeelden (foto internet)

We lopen verder naar de kathedraal. Het centrale portaal aan de westgevel is gewijd aan de maagd Maria. Vooral het beeld van de ‘Engel met de glimlach’ (l’ange au sourire) is beroemd. Het is het symbool geworden van de stad Reims en wordt ook wel de glimlach van Reims genoemd. Het originele beeld is tussen 1236 en 1245 gehouwen.

Het meest rechter beeld is duidelijk herkenbaar ……..

In 1914 werd tijdens een artilleriebeschieting het beeld van de Engel onthoofd doordat er een brandende balk van het gebint op viel. Het hoofd viel in een twintigtal stukken uit elkaar, die door een geestelijke werden opgeslagen in de kelders van het bisschoppelijk paleis. Het verhaal van de beschadiging en het terugvinden van de resten werd door de Franse propaganda lange tijd gebruikt als aanklacht tegen de vernieling van Frans erfgoed door het Duitse leger en als symbool voor de Franse superioriteit. Na de oorlog werden de resten, met behulp van een afgietsel dat aanwezig was in het Museum van Franse monumenten, weer samengevoegd en werd het nieuwe hoofd in 1926 op zijn plaats teruggezet, waar wij het kunnen bewonderen. Grappig weetje is dat er in 1930 een lila postzegel met een afbeelding van een detail van de ‘Engel met de glimlach’ werd uitgegeven. De frankeerwaarde was Ffr 1,50, maar daarboven werd een toeslag, ten bate van de ‘Caisse d’amortissement’ (kas voor de aflossing van oorlogsschuld), geheven van Ffr 3,50. Bijzonder!

De bewuste postzegel (foto internet)

Ook verder in de kathedraal kijken we onze ogen uit. Hier geen goud en glitter, wel zijn er veel beelden en prachtige glas-in-loodramen. Er hangt een serene rust en iedereen loopt zachtjes, praat fluisterend en gedraagt zich ingetogen.

Er hangt een serene rust in de kathedraal (RK)

Veel van het oorspronkelijke gebrandschilderde glas is vernietigd tijdens de revolutie en WOI. Het grote roosvenster uit de dertiende eeuw (12,5 m in doorsnee) bleef gelukkig behouden. In het midden is het ‘ontslapen van de Moeder Gods’ (Maria Hemelvaart) uitgebeeld met in de medaillons de apostelen en er omheen profeten en musicerende engelen. We zullen het maar geloven, de details zijn van deze afstand niet te zien!

Roosvenster voorgevel

We wandelen op ons gemak verder door de stad op zoek naar andere bijzondere plekken. Zo lopen we langs de ‘Porte de Mars’, de Romeinse toegangspoort van Reims. De poort kreeg haar naam van een nabij gelegen verdwenen tempel gewijd aan de oorlogsgod Mars.

Informatie lezen over de Marspoort (RK)

De boog is sinds 1840 beschermd als historisch monument. Het bouwjaar is onzeker. Van oudsher wordt een tijdstip tussen 130 en 190 aangenomen, maar volgens archeologisch onderzoek zou dit ook in de eerste drie decennia van de 3e eeuw kunnen zijn. We lezen dat de poort ooit gebouwd is ter ere van keizer Augustus (de eerste keizer van het Romeinse Rijk en de achterneef van Julius Cesar), maar hij regeerde van 27 voor Christus tot 14 na Christus……. Broodje aap? Wat wel zeker is dat de triomfboog werd gebouwd op het einde van de voornaamste verkeersas van noord naar zuid, de cardo maximus. Tegelijk werden drie andere triomfbogen gebouwd op de andere belangrijke verkeersassen van de stad, waarvan echter geen resten bewaard zijn gebleven. Het ging hier niet om triomfbogen om een militaire overwinning te vieren, maar om monumenten die de rijkdom van de stad uit moesten drukken.

Zodra je dichter bij de poort komt kun je de verhalen zien die in het steen gegraveerd zijn. Zo moet je (vervaagde) afbeeldingen van Romulus en Remus, de mythische stichters van Rome, kunnen zien. We doen ons best, maar hebben de ‘she wolf’ niet kunnen ontdekken. Noch de afbeelding van het bekende verhaal van Leda en de zwaan. Al sinds de klassieke oudheid symboliseert de zwaan schoonheid, elegantie en perfectie in verschillende kunstvormen. De mythe vertelt over de verliefde Zeus die er maar niet in slaagde om de getrouwde Leda te verleiden. Hij besloot zichzelf te veranderen in een zwaan en inderdaad …..hij wist Leda in deze gedaante te overweldigen en zij bedreven de liefde.

Pas na veel speuren op het web ontdek ik dat beide afbeeldingen te vinden zijn op de plafonds van de verschillende bogen en dat je bovendien wel heel goed moet kijken om het tafereel te ‘ontcijferen’. Zeg nou zelf ……. 🙂

‘Remus and Romulus in the presence of the shepherd Faustulus and his wife Acca Laurenti, who raised the children’ (internet)
Leda and the Swan’ (internet)

We gaan verder met de ontdekkingstocht ‘om te bidden en te mediteren’ en nemen onderweg de hoogtepunten die we tegenkomen mee. Omdat veel ‘bezienswaardigheden’ gesloten zijn ivm reparatie werkzaamheden besluiten we na een lunch in art deco stijl bij Brasserie Le Boulingrin door te lopen naar het zuiden van de stad en wel naar Basilique Saint-Remi, een door velen vergeten maar naar verluidt nog steeds mooie Romaanse kerk. 

Brasserie Le Boulingrin: Reims is ook bekend vanwege haar ham
Straatbeeld onderweg

De basiliek uit de 11e eeuw werd genoemd naar de, al eerder genoemde, heilige Remigius die Clovis heeft gedoopt. Clovis of Chlodovech (ca. 465-511) was de eerste koning die alle Frankische stammen verenigde onder één heerser. Deze gebeurtenis vond echter niet hier plaats, maar, zoals we ondertussen weten, in de kathedraal. Onderweg naar de basiliek zien we de aanwijzingen voor de pelgrimsroute Via Francigena die, het kan het ook anders, dwars door Reims loopt.

Bewegwijzering van een oude pelgrimsroute

De Basilique St.-Remi is zowel de oudste kerk van Reims als de grootste Romaanse kerk in Noord-Frankrijk. Het is de beroemdste religieuze plaats in de stad, na de kathedraal. De eerste kerk die zich op deze plaats bevond is in 852 gewijd.

Overpeinzingen aan de achterkant van de basiliek (RK)

De kerk was verbonden met het Franse koningsschap vanwege het graf van de Heilige Remigius (de graftombe van Remigius bevindt zich achter het altaar) en omdat de Heilige olie hier werd bewaard. Het verhaal gaat dat deze olie door engelen was gebracht voor de zalving van de Franse koningen. Door de afmetingen van de basiliek, ruim 120 m lang en maar 26 m breed, wordt ‘de indruk van een eindeloze ruimte gewekt, wat nog eens wordt versterkt door het halfduister’.

‘Een eindeloze ruimte………’ (RK)

Daarnaast straalt de ruimte door de soberheid, de grote hoogte en de kleine ramen een speciale sfeer uit. Imposant is zeker de grote lichtkroon waarop 96 kaarsen staan voor de 96 levensjaren van Remigius. 

Sober, hoog en kleine ramen (RK)
96 kaarsjes voor 96 jaren

Na al deze indrukken zijn we zeker toe aan zo’n ijskoud glaasje bubbels waar de streek vooral om bekend staat. Zoals hier gezegd wordt: ‘un verre de bulles par jour éloigne le médecin du cerveau’ (a glass of bubbles a day keep the brain doctor away). Zou dit echt waar zijn? Het schijnt in ieder geval wel zo te zijn dat onderzoekers hebben ontdekt dat een ingrediënt in de pinot noir en de pinot meunier, de druiven waarmee champagne wordt gemaakt, een positief effect heeft op de hersenen. Wetenschappers stellen verder dat dit onderzoek zeker ‘interessant’ is, maar dat meer onderzoek wel nodig is. Wij nemen alvast de proef op de som.

À la vôtre!

‘Blanc de blanc’ is de favoriet 😉


(Ritmisch) wandelen

Knp: 51-50-79-78-77-74-75-39-40-42

Na een lange winterstop, waarin veel regen is gevallen en de grond vaak te nat en deels onbegaanbaar was, is het nu de hoogste tijd om ons ritme van regelmatig wandelen weer op te pakken. We weten inmiddels dat wandelen – in de natuur – goed voor ons is, maar het schijnt ook zo te zijn dat wanneer je samen beweegt (wandelt), je elkaar veel beter gaat begrijpen. Misschien hebben wij dat niet direct nodig? We begrijpen elkaar zonder samen wandelen gelukkig ook wel. De nieuwste stelling is echter dat je van wandelen eigenlijk slimmer wordt. Het helpt je om ideeën te verzinnen, je wordt creatiever. Daarnaast krijg je een goed humeur van ritmisch wandelen (als je samen met iemand anders wandelt, blijk je (onbedoeld) hetzelfde ritme aan te nemen) en een goed humeur en creativiteit versterken elkaar. Wat wil je nog meer? Reden genoeg om te beginnen!

Het vervolgstuk van ons (Westerkwartierplus)pad voert ons, volgens het boekje, over ’t Pad, langs een steenhuis en een borg en verderop langs een voormalig kamp, een pingoruïne en dwars door de weilanden. Dat klinkt veelbelovend.

Het Iwema Steenhuis

We starten bij het Iwema Steenhuis in Niebert. Een steenhuis is een vierkant bouwwerk, eigenlijk een woontoren, van tenminste drie verdiepingen en dikke muren (65 cm) gebouwd met kloostermoppen. De woonruimte bevond zich op de eerste etage en kon alleen worden bereikt via een ophaaltrap. Wanneer er gevaar dreigde, vluchtten de bewoners naar boven. Waarschijnlijk ging er dan van alles mee aan eten, drinken, wapens, dieren en, natuurlijk, sterke mannen. Dit betreffende steenhuis is rond 1400 gebouwd door de familie Iwema als zo’n toevluchtsoord. Hoewel steenhuizen meestal dienden als veilige haven voor de (Groningse) adel, heeft hier nooit een adelijke familie gewoond. Mogelijk was de (boeren)familie Iwema wel gelieerd aan de adel? In ieder geval bekleedden ze vroeger belangrijke ambten. Rijke boeren en grootgrondbezitters werden in de Middeleeuwen steeds rijker en er was dus behoefte aan een veilige plek om naar toe te kunnen gaan in onrustige tijden. Het Iwema Steenhuis is het enige overgebleven steenhuis van de ongeveer 160 steenhuizen die ooit in de provincie Groningen stonden. Het steenhuis werd rond 1850 grondig verbouwd en maakt sindsdien deel uit van een kop-rompboerderij. In de schuur is het molen- en bakkerijmuseum ’t Steenhuus gevestigd.

Helaas is alles dicht vandaag. Je kunt hier n.l. ook een lekker kopje koffie drinken op het terras met uitzicht op de tuin die enkele jaren geleden helemaal gerestaureerd is en waarin de oeroude rode beuk een pronkstuk is.

De eeuwenoude rode beuk (RK)

We laten de tuin en de beuk dus links liggen, we hebben deze al eens eerder uitgebreid bekeken, en lopen verder over één van de weinige nog bestaande oude, niet bestrate of geasfalteerde paden die de provincie Groningen nog kent. ’t Pad is de oudste verbindingsweg over de zandrug in het zuidelijk Westerkwartier tussen Marum en Tolbert. We lopen over een smal, tussen de weilanden door slingerend stuk totdat we bij de Coendersborg in Nuis aankomen.

De oudste verbindingsweg (RK)
Stukje van ’t Pad

De Coendersborg, vernoemd naar de familie Coenders, is ontstaan uit de samenvoeging van land van drie boerderijen: van de families Fossema, Harckema en Heringe. In 1668 kocht Ludolf Coenders, een raadsheer van Groningen de drie boerderijen. Zijn zus, Etta, was getrouwd met Iwo Auwema (zoals de familie Fossema toen heette). Ludolf ging het gebied gebruiken voor veenontginning en liet, vermoedelijk op de plaats waar de Fossemaheerd stond, een versterkt landhuis of een burcht (in het Gronings borg) bouwen. Het landgoed is ongeveer twee kilometer lang en 250 tot 500 meter breed. Door de veenontginning kwam Ludolf echter in conflict met zijn concurrent Georg Wilhelm von Inn- und Kniphausen, de heer van landgoed Nienoord in Leek. Ludolf liet de turf namelijk via Friesland afvoeren, terwijl de heer van Leek vond dat dat via zijn kanalen moest gebeuren. Dat leidde tot een langdurige juridische procedure die pas in 1801 werd afgesloten, vooral doordat de turfwinning toen ten einde liep. Dit hele conflict leidde zelfs tot een veldslag tussen de manschappen van de Coendersborg en die van Nienoord Leek, die de mannen van Von Inn- und Kniphausen, tot zijn schande, verloren. Na de veenontginning hebben de toenmalige borgbewoners besloten bomen te planten in het gebied, waardoor er nu een bijzonder landschap rond de borg te bewonderen is. Zulke verhalen onderweg maken het wandelen levendig en doen je beseffen dat de landschappen om ons heen niet ‘zomaar’ zijn ontstaan.

De Coendersborg

We lopen verder over de lange indrukwekkende oprijlaan waar aan weerskanten fraaie eiken staan. De kleine voetgangershekjes aan weerszijden van de grote poort staan open.

Een terugblik over de imposante oprijlaan (RK)

Schuin tegenover over ons zien we een beeld in het gras staan. Dit blijkt het gedenkbeeld ter herinnering aan kamp Nuis te zijn. Kamp Nuis was vanaf 1941 tot halverwege de jaren zestig een barakkenkamp. De oprichter was de Nederlandse Arbeidsdienst, die hier jongens vanaf 18 jaar onderbracht om hen een nationaal-socialistische vorming te geven. De kampbewoners moesten werken voor zakgeld, kost en inwoning. Aanvankelijk was het verblijf in het kamp vrijwillig, maar vanaf 1942 veranderde de sfeer. De mannen werden tenslotte aan het eind van de oorlog ingezet in de frontlinie van de strijd. Hun plekken in de barakken werden ingenomen door evacuees uit Arnhem en Limburg. In de eerste jaren na de oorlog werd Kamp Nuis een interneringskamp voor collaborateurs. In 1948 werd het kamp een jeugdgevangenis, onder supervisie van Veenhuizen. Er zaten jonge mannen die in Duitse krijgsdienst waren geweest en zelfs enkele hooggeplaatste SS’ers. De gevangenen werden aan het werk gezet in de omgeving. Aan het eind van de jaren veertig kregen de geïnterneerden massaal gratie en in 1951 sloot het kamp de deuren. Daarmee was het verhaal nog niet klaar want enkele maanden later werd het barakkenkamp opnieuw in gebruik genomen, nu voor de tijdelijke opvang van zo’n 250 Molukkers. De (KNIL) militairen verbleven samen met hun gezinnen in het kamp in de verwachting dat ze na enkele weken weer terug mochten keren naar hun vaderland. De koffers bleven letterlijk ingepakt. Deze hoop was vals. Pas in 1963-1964 verlieten de laatste bewoners het kamp. Tegenwoordig is het een depot voor archeologische vondsten en daarvoor ‘werd alles gesloopt en herinnert niets meer aan het kamp.’

Kunstwerk ter herinnering aan ……(RK)

Wij lopen langs de Kampweg naar ‘achteren’, richting weilanden en de daarin gelegen pingoruïne.

Onderweg naar de pingoruïne (RK)
Zeer nieuwsgierig naar ons (RK)

Een pingo is een heuvel die ontstaan is doordat een ondergrondse ijslens de bodem heeft opgedrukt. Zo’n heuvel kan wel zestig meter hoog worden en een diameter hebben van driehonderd meter. Als het ijs smelt ontstaat een pingoruïne, die de vorm van een krater heeft en wordt opgevuld met smeltwater. Het is hier mooi. We lopen over een smal paadje bijna rondom het water en genieten van het haast verstilde landschap om ons heen. Bijzonder, zeker wanneer je je realiseert dat dit water al duizenden jaren geleden, aan het einde van de laatste ijstijd, is ontstaan.

Ontstaan na de laatste ijstijd (je ziet het water nog net tussen het riet)

Onze weg vervolgt dwars door de weilanden om aan de andere kant vlakbij de A7 uit te komen. Hier moeten we overheen om op het Mienscheer te komen aan de andere kant. Ten noorden van de zandrug waren de weidegronden soms gezamenlijk in gebruik. Deze velden werden vaak ‘meenscharren’, ‘mienscheer’, ‘meentscheer’ (gemeenschapsgrond) of iets in die trant genoemd.

Verrassende borden langs de weg

Met de oversteek van de snelweg laten we het zuidelijk Westerkwartier definitief achter ons en lopen we verder op ‘onze’ helft. Hoewel de zon schijnt, is het toch nog behoorlijk fris vandaag met zo’n 10˚C. De natuur doet wel haar best en we zien vooral veel bloeiend raapzaad in de bermen. Even nalezen leert dat raapzaad symbool staat voor slecht bermbeheer. Het lijkt op koolzaad en ook uit deze plant kan (raap)olie geslagen worden. De rest kun je gebruiken om raapkoeken (veevoer) te maken. Wat hier staat groeit gewoon in het wild en geeft de omgeving een beetje kleur.

Vrolijke bermen

Inmiddels zijn we vlakbij Lucaswolde, een streekdorp met ongeveer 200 inwoners. We lopen even ten zuiden van het dorp door een mooi natuurgebied in de polder de Oude Riet. Deze polder staat bekend om zijn ‘opkwellend’ grondwater met een kenmerkende oranje/roestbruine kleur. Grondwater dat onder druk uit de bodem aan de oppervlakte komt heet kwel of kwelwater en heeft vaak een bijzondere waterkwaliteit. Vooral diepe kwelstromen die eeuwenlang door de bodem hebben gestroomd, zijn zuurstof- en voedselarm en vaak kalk- en ijzerhoudend. Hetgeen de volop aanwezige roestkleur verklaart. Bij het Dwarsdiep ligt ook de vogelkijkhut Lucaswolde. Je zult boven vast een mooi uitzicht hebben over de velden, maar de trap naar boven ontbreekt en van de dwarsbalken tussen de poten ontbreken ook een paar stukken. Misschien wordt het een en ander wel weer hersteld, maar nu hebben we er niets aan ;).

We kunnen hier niet omhoog

We komen langzaam maar zeker aan bij ons eindpunt van vandaag n.l. wandelknooppunt 42 op de weg Beldam behorend bij Lucaswolde. Het laatste stuk is (helaas) een lange rechte weg en daarmee echt een overbruggingsstuk. Grappig is dat je je vooral op zo’n saaier stuk realiseert dat ons denken, waarnemen en voelen niet los staan van wat er in ons lichaam gebeurt. Het denken, voelen en waarnemen wordt ‘belichaamd’. We gebruiken zelfs fysieke taal om psychologische processen aan te duiden. Je hebt een terugval. Woorden als ‘vastzitten’ ‘erdoorheen zitten’ en ‘impasse’ geven een (intern) conflict aan. Toch is dan ook hier weer de oplossing om naar buiten (de natuur in) te gaan of om, in ons geval, gewoon door te gaan, want door fysiek te bewegen maak je steeds verandering mogelijk en kun je zowel letterlijk als figuurlijk je doelen bereiken. Letterlijk bewegen (wandelen) verandert je denken, je gevoel en daardoor je leven! Met die overtuiging in gedachten zijn we alweer plannen aan het maken voor ons volgende wandelavontuur. Er zijn immers nog heel veel paden waar velen ons zijn voorgegaan.

Uitkijken over het Dwarsdiep

Onlanden

Knp: 65-64-63-59-60-86 + de ‘Drentse plus’ met een beschrijving

Een prachtige nazomerse dag nodigt uit tot een nieuw avontuur. De tocht van vandaag zal waarschijnlijk een uitdaginkje worden want we weten niet precies hoever we gaan lopen. In ieder geval toch zeker zo rond de dertien kilometer. Na de zomerstop qua wandelen een persoonlijk record, althans voor mij!

Zoals gezegd is het heerlijk nazomer weer met weinig wind, een temperatuur rond de 25 graden en een licht bewolkte lucht. Deze periode van begin september tot half november wordt ook wel ‘oudewijvenzomer’ of sint-michielszomer genoemd, al wordt die laatste term meer in Vlaanderen gebruikt. Behoren wij al tot de oude wijven omdat we hier zo van genieten? In vroeger tijden was ‘wijf’ het gangbare woord voor vrouw. De term oudewijvenzomer is afkomstig uit de tijd van oude breiende vrouwen (wijven) en spinnen. Bij rustig nazomerweer maken spinnen lange draden en als daarop tijdens de nacht dauw wordt afgezet, glinsteren er bij zonsopkomst prachtige druppels aan de draden. Ze dachten vroeger dat die mooie slierten de haren van godinnen of vrouwelijke watergeesten waren, die zij ’s nachts verloren. Wat die breiende oude vrouwen hiermee te maken hebben? Waren zij misschien degenen die deze verhalen bedachten en verder vertelden? Even verder lezen leert dat de oude wijven uit de oudewijvenzomer niet eens naar vrouwen verwijzen. Van oorsprong worden er de schikgodinnen uit de Noordse mythologie mee bedoeld, die volgens overlevering onze levensdraden spinnen en daarmee ons levenslot bepalen. Of bedoelen ze met deze naam simpelweg de jonge hangmatspinnen die bij aangenaam herfstweer lange herfstdraden maken waarmee ze via de lucht het ouderlijk nest verlaten. Op de laatste verklaring hint de definitie van oudewijvenzomer in Van Dale: ‘nazomer met mooi ho­ge­druk­weer waar­in de tuin- en veld­spin dra­den spin­nen die door de lucht zwe­ven en in het ge­zicht voel­baar zijn’. Wat de verklaring ook moge zijn, het is gewoon heerlijk buiten!

Zijn wij de ‘olle wieven’? 😉

We starten bij landgoed Nienoord waar het op de laatste zomervakantiedag in het noorden een drukte van belang is. We lopen eigenlijk meteen al langs een fietspad waar een overdaad aan borden de weg goed aangeeft; over het ‘hoogholtje’, een Groningse benaming voor een hoge vaste voetbrug, hoog genoeg om schepen te laten passeren. 

Aan duidelijkheid geen gebrek……

Vanaf hier zijn er geen wandelknooppunten meer. We zijn aangekomen in de ‘Drentse plus’ van de route. Omdat dit stuk te mooi is om te laten schieten, moeten we het vanaf nu doen met een beschrijving. Het lijkt ons in eerste instantie een herhaling van een stuk Drentepad, maar dat blijkt toch niet helemaal zo te zijn. Het eerste stuk langs het Leekstermeer is bekend terrein. We lopen langs drassig gebied waar de rietsigaren of grote lisdodden de boventoon voeren. ‘Doedhoamers’ (zachte hamers) volgens onze kenner van het Gronings vandaag. Wist je dat er is een paar jaar geleden door Radio Noord gevraagd is naar de Groninger vormen van de lisdodde? Daar kwamen maar liefst 48 verschillende antwoorden op!! Een aantal van die namen zijn goed te lokaliseren. Kaddesteert en toerebolt worden vooral in het Westerkwartier genoemd. Doethommel doethoamel doedhoamer, duudhommel, duudhoamel, duudhoamer in het oosten van de provincie, dotterkoeze in Westerwolde en pommel, pomper en pomber op het Hogeland. Je weet nu meteen uit welk deel van Groningen onze kenner oorspronkelijk komt.
Grote lisdodde wordt naast rietsigaar ook wel lampenpoetser, kannenwasser of tuitenrager genoemd. De vele volksnamen geven al aan dat de lisdodde voor allerlei zaken gebruikt werd. De lange zachte aar werd gebruikt als schoonmaak borstel om lampenglazen en dergelijke mee schoon te maken, het pluis om kussens en dekbedden mee te vullen, het blad als strooisel in de stal en de aar werd ook wel gedroogd als fakkel gebruikt. Multifunctioneel dus en dan kun je delen van de plant ook nog eten……

Doedhoamers of toch kaddesteert?

Op een gegeven moment gaat het Drentepad rechtdoor terwijl wij moeten afslaan richting zandweg. Een geheel nieuwe kijk op dit stukje van de Onlanden, ofwel te nat gebied waar je als boer weinig mee kon. Sinds 2010 heeft het Leekstermeergebied de officiële status van een Natura 2000 gebied. Dit gebied van circa 3.500 aaneengesloten voetbalvelden groot, met ruige hooilanden, moerasbos en volop ruimte voor overtollig water, ligt eigenlijk heel dichtbij de stad Groningen. Bij langdurige, hevige regenval zorgt dit gebied er zelfs voor dat de stadjers droge voeten houden. Het moerasachtige gebied is en wordt steeds meer een paradijs voor veel vogelsoorten, maar er zijn hier ook otters gespot. De veel voorkomende grote zilverreiger wordt onbetwist gezien als het icoon van De Onlanden.

Veel hop onderweg
Evenals de exoot de Japanse duizendknoop

We zien onderweg, in onze ogen, bijzondere zwarte bollen onder een soort trechtervormig net. Het blijken dazenvallen te zijn. Dazen zijn ‘geniepige kwelgeesten’ die het leven van de paarden (en verzorgers/ruiters) zuur maken. De vrouwelijke daas heeft bloed nodig voor het laten volgroeien van haar eitjes en ze lokaliseert haar onvrijwillige bloeddonor voornamelijk op zicht. Bewegende objecten die liefst ook nog warmtestraling afgeven verraden de aanwezigheid van een geschikte donor. De zwarte bal van de val wordt verwarmd door de zon en geeft hierdoor warmtestraling af, beweegt langzaam heen en weer (als een grazend dier) en ziet er voor het primitieve brein van de daas dan ook precies zo uit als een aanlokkelijke prooi. Eenmaal op de bal aangekomen ontdekt de daas het bedrog, ze zal omhoog wegvliegen en uiteindelijk in de vangbeker terechtkomen. Super eenvoudig en het werkt blijkbaar goed. Het schijnt zelfs de enige methode te zijn die aantoonbaar werkt zonder gifstoffen in het milieu te brengen.

Dazenval

Ook de monniken uit Aduard hebben in dit gebied hun stempel gedrukt. Rond 1300 liepen de monniken vanuit het klooster in Aduard naar de kerk in het dorpje Vries. Onderweg rustten ze bij het Beeld. Deze droge zandkop stak een dikke meter boven het moerasachtige landschap uit. De naam ‘het Beeld’ is afkomstig van het beeld dat waarschijnlijk door de monniken op deze plek is gezet. Het beeld is inmiddels verdwenen, maar de naam is gebleven en op dezelfde plek staat nu de uitkijktoren. Daar komen we vandaag echter niet, al is de plek ons welbekend.  

Praten, kijken en genieten
Dan opeens ………
Een ‘moody tree’ langs het water (RK)

Op de verharde weg naar Roderwolde aangekomen zien we echter wel een heel ander beeld of liever gezegd een kunstwerk. Het Oerwold monument is een kunstwerk van Evert van Fucht dat symbool staat voor het vroegere (verdronken) oerbos in de omgeving van Roderwolde. Tijdens graafwerkzaamheden in 2008 zijn resten van het oerbos, zogenaamde stobben, ontdekt. Het bleken de oudste boomresten te zijn die ooit in Nederland zijn gevonden, het hout is 9000 jaar oud. Om de plek van het oerbos te markeren is in 2013 een monument opgericht dat bestaat uit 7 ranke zuilen, opgesteld in een waaiervorm. De stammen lopen taps toe en worden op 12 meter hoogte ieder gesierd met een groot glanzend eikenblad. Als je tussen de zuilen omhoog kijkt zie je de stammen als imponerende woudreuzen naar de hemel reiken. Een mooie indrukwekkende entree naar Drenthe. Welkom!

Oerwold (RK)
Een meer artistieke versie ?? (RK)

Volgens de paddenstoel (ANWB) is het nog slechts een kleine 2 kilometer naar Roderwolde over de verharde weg, maar de beschrijving heeft de Onlandse Dijk nog voor ons in petto. Ook weer een mooi stukje natuur. ‘Wegen’ zoals deze dijk liggen er al honderden jaren. De vlakbij gelegen Roderwolder Dijk is zelfs ooit aangelegd als verbinding tussen het klooster van Aduard en De Kleibosch om potklei te kunnen delven. In De Onlanden werden, bij de herinrichting als waterberging, hier en daar wierden of terpen zichtbaar, overblijfselen van bewoning in de Middeleeuwen. Hoog waren de wierden niet, vaak waren ze alleen te herkennen aan de andere vegetatie die er groeide. De Onlanden vormden eeuwenlang de natuurlijke noordgrens van Drenthe. Het reizen over land eindigde bij Peize, Roden en Roderwolde, deze dorpen waren in feite havenplaatsen. Om verder naar ‘Stad’ te gaan moest je dan met de beurtschipper door het uitgestrekte wetland varen.

Stappen en stoppen……

Dit laatste stukje, hoe mooi en uitgestrekt ook, is voor mij haast een brug(getje) te ver. Ik wil wel, maar mijn benen raken opstandig. Alles trilt en verkrampt, waardoor dit laatste stuk meer een soort ‘stappen en stoppen’ wordt. Uiteindelijk komen we er natuurlijk toch en tikt de teller bijna 16 kilometer aan. Yes, we did it !! De volhouder wint?!


Niehove-Saaksum-Garnwerd

Niehove – Saaksum: knooppunten 43-85-84-23-20-21

Saaksum – Garnwerd: knooppunten 21-86-87-96-2-3-1-4-5

Als je goed kijkt zie je de verbleekte markering van dit pad

Dit is een 165 kilometer lang wandelpad door ‘onze gemeente’ (plus een stukje Drenthe en een strookje Friesland). Volgens de beschrijving in het gelijknamige boekje loop je dit pad in 9 etappes van rond de 20 km met een paar uitschieters zowel naar boven als naar beneden. Je kunt natuurlijk ook je eigen plan trekken, het gaat er tenslotte om dat je de ‘parels van het Westerkwartier’ ontdekt. Ter ere van het tienjarig bestaan (in 2021) is de route een beetje aangepast zodat hij nu volledig met behulp van de inmiddels aangelegde wandelknooppunten is te lopen. De nieuwe afstand is daardoor tot ruim 175 km verlengd. 

We starten hartje Niehove……

Op een mooie maandagochtend besluiten wij het stuk Niehove-Saaksum-Garnwerd te lopen. We starten bij het 17e eeuwse café-restaurant ‘Eisseshof’ in het midden van Niehove. Bekend terrein en juist daarom de moeite waard? Zoals een dichter het eens verwoordde: ‘Als dit Ierland was, zou ik beter kijken’. Het is daarmee een kunst om verdieping te zoeken of nieuwe dingen te ontdekken in een bekende omgeving.

Drie nonnen in de toren

Het eerste traject naar Saaksum lopen we nog volgens de beschrijving in het boekje. Over de weg naar Oldehove. In het dorp gaan we verder via de Niehoofsterweg en de Wilhelminastraat langs de kerk met de drie nonnentjes in de toren. Hieraan is (uiteraard) een verhaal verbonden. Op een dag kwamen drie nonnen uit het klooster Oldehove bij Leeuwarden, in een zware storm terecht. Ze werden gered door vissers uit het Ruigezand. Uit dankbaarheid lieten deze nonnen vervolgens een kerk bouwen en de naam van het dorp veranderde van Humerke naar Oldehove, naar het klooster. Hoewel een mooi verhaal is de werkelijkheid, volgens deskundigen, toch anders. De naam Oldehove is afgeleid van ‘oud kerkhof’. De kerk en het kerkhof waren de oudste in het gebied, want in tegenstelling tot Niehove is Oldehove gebouwd op een kwelderrug i.p.v. een wierde. Hier stond de oudste kerkelijke rechtsstoel waar de proost recht sprak over de proosdij (kerkelijk district) Humsterland. We lopen verder langs het Kerkpad, passeren ‘t Kleine Oestertje’ (absoluut een pareltje) en genieten van de oude garage annex rijwielhandel van de familie Jansma, waar 1 liter benzine ooit 49 cent kostte. Dat waren nog eens tijden!

Elementen van de Amsterdamse School

Dit bedrijf is gebouwd in 1933 in een stijl waarin elementen van de Amsterdamse School zijn te herkennen. Je kunt gebouwen van de Amsterdamse School herkennen aan het gebruik van expressieve vormen, baksteen, horizontale lijnen en ramen en de versierde gevels, vaak van baksteen of natuursteen. Rond 1910 voelden diverse architecten de behoefte om zich, als reactie op het sobere rationalisme, in hun werk persoonlijk en kunstzinnig uit te drukken (expressionisme). In Nederland kreeg dit vorm in de Amsterdamse School. Bij deze garage zijn echter in de loop der tijd de schuifdeuren in de voorgevel vervangen en zijn er nog andere aanpassingen uitgevoerd. Ook is het woonhuis in 1936 aan de garage vastgebouwd, waardoor dit hele gebouw (Schoolstraat 21) tegenwoordig niet meer helemaal voldoet aan de eisen van een ‘Amsterdamse school’ gebouw. Het transformator huisje (Schoolstraat 1) en het blokje huizen tegenover het oude gemeentehuis (TP Oosterhoffstraat 2-8) zijn andere voorbeelden waarin de stijl van de Amsterdamse school zichtbaar is. De moeite van het ontdekken waard. Wij lopen verder via de Molenstraat en  het Schipvaart naar de Blindeweg, het fietspad richting Saaksum.

De (bekende) rolpalen langs het fietspad
Blik vanaf de brug voordat je Saaksum binnenloopt

De wandelknooppunten gaan echter via de Englumerweg naar Saaksum omdat je ‘zo iets meer van het mooie dorp Saaksum kunt zien’. Zo zijn er, denk ik, meerdere veranderingen die in de nieuwe route een verbetering zijn.

Onderweg naar Ezinge maken we gebruik van de wandelknooppunten

In het volgende stuk vanuit Saaksum naar Garnwerd moet je weliswaar over de doorgaande weg naar Ezinge, maar in Ezinge zelf is de route aangepast. I.p.v. voor de kerk naar rechts ga je nu naar links en loop je via het wandelpad achter langs de voet van de wierde. Het geeft je een heel nieuwe kijk op de enorme afgraving waar de kerk en het kerkhof fier en herkenbaar bovenop staan.

Achter langs de wierde van Ezinge

Feerwerd laten we nu wel links liggen. De knooppunten leiden ons de andere kant op, langs de Allersmaborg. Deze borg is één van de laatste Groninger borgen die bewaard zijn gebleven en stamt uit de 15e eeuw. Voordat de Allersmaborg daadwerkelijk een borg werd, stond het bekend als de ‘Allersmaheerd’, dat wil zeggen boerderij van de familie Allard. Het was een versterkt steenhuis dat op dat moment waarschijnlijk al enkele eeuwen oud was. Bij de restauratie door de Rijksuniversiteit Groningen in 2005-2007 is de Allersmaborg gerestaureerd in de sfeer van een 19e-eeuws landhuis. We zien er weinig van, want de hele borg ligt ’s zomers verborgen in het groen. Dat blijft een pareltje voor een andere keer.

Het is echt heerlijk weer, mooie luchten, prachtige omgeving en eigenlijk maar weinig mensen om ons heen. Een schrijver heeft eens gezegd: ‘Je wandelt niet zozeer als tijdverdrijf of om de tijd te doden maar om de gegeven tijd intenser te beleven.’ Wandelen, in welke vorm dan ook, blijkt een positief effect te hebben op de stemming en gedachten van mensen. Maar wandelen is ook een sociale activiteit, je beleeft iets samen, geniet samen van de omgeving en wandelen biedt ruimte voor een goed gesprek. Zelfs als je alleen op pad gaat, want al wandelend is de kans groot dat je iemand tegenkomt. Wandelen verbroedert. 

We vervolgen onze weg richting Aduarderzijlen en stoppen even bij het zogenoemde Notarisbosje vlak voor het gehucht Schilligeham. Dit bosje werd eind 19e eeuw aangeplant door de Winsumer notaris de Ranitz (vandaar de naam) als een ‘vogelbosje’. Op deze plek lag in de 13e eeuw de Schilligehamsterzijl.

Het bekende waarhuis van Aduarderzijlen doemt op
Deze foto werd ’s avonds bij het weerpraatje van het NOS journaal getoond !! (RK)

Bij de Aduarderzijlen even verderop wordt flink gewerkt. Het sluizencomplex met twee bruggen wordt op authentieke wijze gerestaureerd. Aangetrokken door de werkzaamheden willen we even bij het Reitdiep kijken, waar tegenwoordig het Reitdiepveer aanmeert. Toevallig ligt de boot net aan deze kant en staan de schippers klaar om af te varen naar Schaphalsterzijl aan de overkant. Dit lijkt mij opeens een perfecte afsluiting van een heerlijke dag. De beslissing is snel genomen en even later varen we stil over het water. Wat is het Reitdiep en haar directe omgeving een prachtig gebied. Je komt er tot rust. Hoewel we niet helemaal hebben gedaan wat we ons voorgenomen hadden, was het gevoel van voldoening er niet minder om. Sommige plannen ontstaan spontaan en daar word je gelukkig van. Het gaat om de ervaring. Het pad blijft wel liggen en wacht geduldig op onze volgende stappen en ontdekkingen. 

Impressie van het eerste traject vandaag
De plaatselijke aandachtspunten 😉

THONBURI & BAN BU

Op vakantie gaan is altijd heerlijk, maar op vakantie zijn in een land waar vrienden wonen die graag uitstapjes met je willen ondernemen, geeft nog een extra dimensie aan die vakantie. 

Vandaag hebben we om 8 uur afgesproken bij Saphan Taksin, vanwaar we met de oranje ‘busboot’ verder reizen naar Thonburi. Ooit was hier een groot treinstation, het Bangkok Noi Railway Station.  In 1903 werd het geopend als startpunt voor alle zuidelijke lijnen. Tegenwoordig is het echter een rustig dorpsstationnetje, vanwaar de  treinen naar Kanchanaburi en Nam Tok vertrekken.

Wat het echter voor ons zo interessant maakt is dat er pal achter een reparatiedepot ligt voor oude treinen. Hier worden oude locomotieven en treinstellen gereviseerd, gerepareerd en weer klaar gemaakt voor transport. Merkwaardig genoeg kon je tot voor kort zo het terrein opwandelen om de werkzaamheden van dichtbij te bekijken en een praatje te maken met de altijd vriendelijke Thai die hier werkzaam zijn. Helaas voor ons is dat de laatste jaren ook in grote getale gebeurd, zijn er een aantal mensen uitgegleden over het smeltende en overal aanwezige teer of hebben er andere onvoorzichtigheden plaatsgevonden. Hoe het ook zij, we worden al vlak aan begin tegengehouden. Het mag niet meer van de overheid en daar hebben we ons aan te houden.

20200128Riepko Krijthe071.JPGRustpauze – RK 

Wat wel mag is het spoor oversteken en aan de achterkant de aanwezige treinen bekijken. Daar maken we kennis met een oude man die zorg draagt voor het bijvullen van de diesel. Hij glimlacht stilletjes als hij ons vertelt dat hij even een pauze neemt, want hij kan niet zonder z’n rokertje. In zijn kantoor (groot woord) wat gevestigd is in een oude locomotief hangen verbodsborden voor roken en de aanwezigheid van dieren. Deze verboden worden kennelijk beiden niet zorgvuldig nageleefd, want zijn twee honden volgen hem trouw, dus ook naar het werk.

20200128Riepko Krijthe118.JPGAan het werk – RK

De man heeft er lol in om ons het een en ander te vertellen en fungeert tegelijkertijd als een gewillig model. Het is waarschijnlijk weer eens iets anders dan de gewone dagelijkse sleur. Hij raadt ons aan om de wijk pal achter het depot te bezoeken. Hij woont er zelf, net als de meeste mensen die hier werken, en het dorp is bovendien bekend vanwege de koper/tin smederijen. Dat klinkt goed.

Ban Bu is inderdaad een heel klein dorpje, niet veel meer dan een smal straatje breed, waar vroeger bijna elk huis betrokken was bij de fabricage van de zogenaamde ‘khan long hin’ of ‘stone polished bronzes’. De schalen en kommen werden (of worden) vooral gebruikt om water of rijst in te bewaren en als bedelnap voor de monniken. Zwaar werk onder primitieve omstandigheden hebben er echter toe bijgedragen dat er momenteel nog maar één werkplaats is.

IMG_5940.jpgVonkend vuur – IK

Bij binnenkomst zien we een ouder echtpaar bezig met het kappen van houtskool in handzame brokken en het oprakelen van een klein vuur. We denken eerst nog dat deze generatie behulpzaam is terwijl jongere generatie het zware werk voor haar rekening neemt, maar dat blijkt al snel een misvatting. We zien hoe een plaat van koper, tin en een beetje goud (het speciale Ban Bu mengsel) gloeiend rood wordt in een heet houtskoolvuurtje. Met een vingerdruk kan er extra lucht onder in het vuur geblazen worden om de hitte te verhogen. Deze handeling brengt een heldere regen van vonken in de schemerige lucht. Een wonderlijk en hypnotiserend schouwspel.

20200128Riepko Krijthe310.JPG‘Stone polishing’ – RK

Wanneer de plaat de juiste hitte heeft bereikt, wordt deze uit het vuur gehaald om vervolgens met zware hamers in model geslagen te worden. Een geduld werkje in tropische omstandigheden. Het kost twee mannen met ervaring uren van hameren en verhitten voordat het brons de gewenste vorm heeft aangenomen. Vervolgens worden eventuele butsen en krassen weggewerkt, wordt de kom glad geveild en nogmaals grondig gecontroleerd voordat het oppoetsen kan beginnen. Hiervoor is een dikke stenen pin in de grond geslagen, de verdikte bovenkant omhuld met een in kokosnoot olie gedrenkte lap, waarop de kom glad en glimmend wordt gewreven (stone polished). Een kom is pas af als je jezelf erin kunt spiegelen.

Eventuele verdere verfraaiing bestaat uit het etsen van een mooi patroon aan de buitenkant. Dat wordt tegenwoordig niet meer ter plekke gedaan, maar uitbesteedt aan een volgend dorp wat zich hierin heeft gespecialiseerd. Een foutje en al het voorafgaande harde werk is voor niks geweest…….wat een verantwoordelijkheid! We zijn absoluut onder de indruk!

_DSF4891.JPGDe koelkast wordt ontdooid – IK

Aan de andere kant van het dorp slaan we weer af richting het eigenlijke treinstation. De sfeer is rustig en gemoedelijk. Het geeft een beeld van het dagelijks leven. Op het perron wordt een ijskast (letterlijk, haha) ontdooid, liggen mensen te slapen, geniet een kleine meid van een geïmproviseerde schommel, en is de perronchef bezig met het schoonmaken van zijn oude grammofoon.

Hij is zeer in z’n sas met onze aandacht  en aarzelt niet om zijn kwast terzijde te leggen, de grote hoorn weer te bevestigen en zijn enige grammofoonplaat onder de naald te leggen. Het apparaat moet even opgewonden worden, maar dan klinken er zoetgevooisde klanken over het perron. Alhoewel….. het zijn meer de jammerende, krassende noten van een oeroude Indiase plaat. De muziek is meteen een geweldige trekpleister, want alle andere bezigheden worden gestaakt.

dd8eb68f-ac4a-41be-84f1-4de6ff1abd07.jpg

20200128Riepko Krijthe381.JPGOp het station – IK

Iedereen komt dichterbij en het meisje klimt uiteindelijk zelfs op de tafel naast de grammofoon, nadat ze eerst een hele demonstratie had gegeven over haar ongenoegen qua muziek keuze. De achteloos neergelegde grote kwast lonkt verleidelijk naar haar en even later gaat ze helemaal op in haar eigen wereld. Zachtjes wiegend op de muziek, terwijl ze de LP lichtjes afborstelt. Die krassen zitten er niet voor niets.

Riepko Krijthe-5.jpgDe markt is voorbij – RK

De markt achter het treinstation loopt ten einde. Elke ochtend om 4.00 uur loopt een grote goederentrein volgeladen met groenten en fruit het station binnen om verhandeld te worden op de markt. Tegen de middag is het merendeel in andere handen overgegaan en zijn de meeste stalletjes weer netjes dichtgeklapt in afwachting van de volgende lading. Grote ratten schieten over de paden, hun feest is net begonnen. We sluiten onze mini ‘photowalk’ af met een late lunch aan de oevers van de grote Chao Phraya voordat we weer ieder ons eigen weegs gaan. Een heerlijk dagje!