OP EXPEDITIE

‘Toeristen weten niet waar ze zijn geweest, reizigers weten niet waar ze naartoe gaan.’ Met dit citaat van Paul Theroux in gedachten stappen we vanochtend in de auto die we voor de hele dag hebben gehuurd. Als echte reizigers willen we op expeditie.

Helaas voor ons is het beroemde Talay Bua Dang (rode lotusbloemen meer), vlakbij Udon Thani, voorbij haar hoogtepunt. De vele lotussen zijn allemaal uitgebloeid en dan is deze topper eigenlijk niets meer of minder dan ‘gewoon een simpel meer’ en zeker niet de moeite van het bezoeken waard, zo wordt ons van diverse kanten verzekerd. Goed, maar wat dan, de stad zelf hebben we voldoende bekeken. Nu is Udon Thani slechts één van de grote steden in de Isaan regio, de andere drie steden behorende tot ‘de grote vier’ zijn Khon Kaen, Khorat en Ubon Ratchathani, maar….. Isaan is zo groot als Duitsland en de afstanden navenant.

Riepko.Krijthe1-17.jpg

Deze provincie beslaat ongeveer een derde van Thailand.  Hier zijn geen specifieke of kenmerkende toeristische hoogtepunten, zoals stranden, palmbomen of tropisch regenwoud, te vinden. De landbouw is bijna de enige bron van inkomsten. De bodem is echter arm aan mineralen en de zandgronden nemen niet veel water op, waardoor er slechts één rijstoogst per jaar mogelijk is (in tegenstelling tot midden Thailand). Arm en onaantrekkelijk? Wat je wel vindt in Isaan zijn, zoals ze dat zo mooi zeggen, ‘sporen van een bewogen verleden’. Jammer voor ons liggen deze ‘getuigen’ eveneens wijd verspreid.

Riepko.Krijthe1-29.jpg

Dan horen we over het ‘Phu Phrabat Historical Park’ in Ban Phue, een uurtje rijden van Udon Thani. Bizarre rotsformaties, die willekeurig door reuzen lijken te zijn neergelegd, waarbij sommigen dusdanig op elkaar gestapeld zijn dat ze de zwaartekracht trotseren. De geologische oorsprong wordt geschat op vijftien miljoen jaar geleden toen dit hele gebied nog onder de zeespiegel lag en werd geërodeerd door de kracht van het water. Niemand kent de geschiedenis van dit park precies, maar één ding is zeker, zo’n park is niet compleet zonder een legende.

De betreffende legende gaat over een koning, zijn dochter en een prins. Er was eens……heel lang geleden….. een koningspaar dat dolgraag een kind wilde hebben, wat helaas niet bleek te lukken. Tijdens deze periode werd er een meisje geboren in een lotusbloem op een afgelegen plek in de bergen, waar ze gevonden werd door een oude wijze vrouw die het kind onder haar hoede nam. Op een dag ontdekte de koning het meisje en vroeg de vrouw haar te mogen adopteren. De wijze vrouw kon echter in de toekomst kijken en waarschuwde de koning dat als zijn dochter later zou trouwen, haar man de oorzaak van de dood van de koning zou zijn. Je voelt het al aankomen….dit loopt uit op een drama! De koning negeerde de waarschuwing. Zijn dochter Usa, wat ‘ochtendgloren’ betekent, groeide op tot een beeldschone vrouw en had aan bewonderaars geen gebrek waardoor de koning zich de woorden van de wijze vrouw herinnerde. Hij hield hem zelfs dusdanig bezig dat hij zijn dochter dwong om in een enorm, in het oog springend, rotsblok – Hor Nang Usa – te wonen, ver bij alle anderen vandaan.

Riepko.Krijthe1-27.jpg

Uiteraard is ook nu de liefde sterker dan een gevangenschap. De prinses liet op een dag een zelfgemaakte bloemenkrans wegdrijven in een smal stroompje waarin ze zich mocht wassen. De krans dreef met de stroming naar de grote Mekong rivier, waar hij werd gevonden door prins Tao Baros. Hij wist onmiddellijk (hoe kan het!) dat het hier een teken van een mooie vrouw in nood betrof en besloot ter plekke om haar te redden. Ze vinden elkaar en vallen hals over kop ‘in love’. Eind goed, al goed, zou je zeggen. De legende neemt echter een bizarre twist, want de koning daagt de prins uit tot een wedstrijd tempel bouwen waarbij de verliezer zal worden onthoofd. De rest laat zich raden. ‘What was he thinking…..’

Riepko.Krijthe1-28.jpg

In de prehistorie werden veel rotspartijen aangepast voor religieuze doeleinden, hetgeen nog terug te vinden is in beelden en uitsnijdingen in de rotswanden. Tijdens de opkomst van het Boeddhisme werden de rotsblokken met name als schuilplaats gebruikt door rondreizende monniken, al beweren anderen dat juist de aanwezigheid van Boeddha beelden bewijst dat de grotten werden gebruikt als tempels. Als je goed kijkt dan kun je zelfs nog restanten van oude muurschilderingen en hindoeïstische elementen (uit latere perioden) terugvinden.

Riepko.Krijthe1-19.jpg

In dit park bevindt zich ook de Thaise versie van Stonehenge, misschien wel de meest bekende steenformatie in het park. Het is inderdaad een indrukwekkende serie hoge smalle stenen die samen een cirkel vormen rond een grote gekartelde steen balancerend op een smallere onderkant. De rotsen worden hier wel vergeleken met gigantische paddestoelen en het is duidelijk waarom.

Riepko.Krijthe1

We verkennen dit prachtige park op ons gemakje en genieten van alle bijzondere vormen die de rotsen in de loop der jaren hebben aangenomen. De ligging in een groene bosrijke omgeving en de aanleg met aandacht voor details vormen samen een uitstraling die het gevoel van mystiek verhoogt. We voelen ons echte ontdekkingsreizigers, we weten waar we zijn geweest!

TOERIST IN ISAAN

Thailand is populair onder reizigers. Thailand, ook wel de hoofdstad van Azië genoemd, heeft zoveel verscheidenheid te bieden dat elke reiziger hier wel aan zijn of haar trekken komt. Ik lees het heel mooi verwoord: ’de glinsterende mozaïeken van de tempel van de smaragden Boeddha weerspiegelen de vele facetten van het land.’ Als dat niet veelbelovend klinkt? Thailand kent dus een enorme diversiteit, maar veel toeristen komen niet verder dan een paar dagen Bangkok om vervolgens te genieten van een zonvakantie op één van de vele eilandjes voor de kust. Met meer dan 3000 kilometer kustlijn bestaande uit voornamelijk witte stranden en een azuurblauwe zee is het ook niet gek dat veel strandliefhebbers graag een vakantie naar het ‘tropisch paradijs’ boeken.

Riepko.Krijthe1-4.jpg

En toch…….. Het grootste, maar tegelijkertijd ook het armste deel van het land ligt in het noordoosten. De hierin gelegen negentien provincies vormen samen het meest authentieke gebied van het land; Isaan. Het toerisme is hier nog in opkomst (minder dan 10% bezoekt dit deel), veel mensen spreken een lokaal dialect en er wordt praktisch geen Engels gesproken. Waar zouden we zijn zonder ‘google translate’ ;). Het leven in Isaan is eenvoudig, veel mensen leven van het land, ze verbouwen o.a. rijst, tapioca, tabak, watermeloen en katoen. Relax en maak je niet zo druk, oftewel ‘sabaai sabaai’ zoals de Thai zeggen, loopt als een rode draad door hun gebalanceerde leven van rust, geloof en werk. Eenvoud, authenticiteit, indrukwekkende natuur en niet te vergeten culinaire hoogstandjes zijn voor ons redenen genoeg om dit ‘rechteroor van de olifant’ zelf eens te ontdekken en te ervaren. Want, zo lees ik, ook al heb je Thailand al duizend keer bezocht, je leert Thailand pas echt kennen als je in Isaan geweest bent.

Riepko.Krijthe1-1.jpg

De naam Isaan stamt uit de eerste eeuw na Christus en is waarschijnlijk afgeleid van ‘Ishana’, één van de verschijningen van de hindoeïstische god Shiva, de vernietiger, een woord uit het Sanskriet, hetgeen ‘bewaker van het noordoosten’ betekent. Het noorden is daarbij de richting waar de rijkdom verblijft, terwijl het oosten de kennis  huisvest. Een gouden combinatie dus.

Riepko.Krijthe1-23

We landen in Udon Thani, blijken eigenlijk in Ubon Ratchathani (450 km verderop) te moeten arriveren waar we afgehaald zouden worden. Oeps……. Laten we zeggen dat we een goede indruk hebben gekregen van het platteland om ons heen. Veel uitgestrekte landschappen, waar kleine dorpjes als stipjes ver verspreid langs de wegen liggen. De meeste huizen zijn gebouwd in traditionele stijl, d.w.z. op palen en van hout. De modernisering slaat ook hier toe en meer en meer zien we dat de open onderkant is dichtgemaakt met beton, terwijl er op de houten bovenkant een golfplaten dak is bevestigd. Je moet meegaan met je tijd, maar dit is wel erg jammer. Toegegeven veel minder onderhoud, maar daartegenover staat een heidens kabaal in de regentijd en ontiegelijk heet als de zon schijnt. Dit is geen verbetering!

Riepko.Krijthe1-5-1.jpg

Udon Thani is de hoofdstad van het gelijknamige district én de gelijknamige provincie in Isaan. Tijdens de Vietnam oorlog was het de plek voor een belangrijke luchtmachtbasis van de VS. Tegenwoordig is daar weinig meer van te zien of te merken. Eerlijk is eerlijk, de stad zelf heeft niet veel te bieden. Hoogtepunten komen niet verder dan een bezoekje aan de bowlingbaan, de grote Mall, de nodige tempels of het plaatselijke park, het Nong Prajak park. Udon’s populairste park komt tot leven in de avonduren, wanneer de bewoners zich komen ontspannen aan de rand van het meer, voor een wandeling, fietstocht of een hardlooprondje. Dat klinkt ons  bekend in de oren! De aantrekkingskracht van het park is de laatste jaren enorm toegenomen vanwege een gigantische opblaasbare eend op het water (sinds 2013). De eend bleek onmiddellijk een geweldige hit op social media. In 2014 werd de eend los geblazen door een zware storm en eindigde hij slap en kapot in een dichtbij staande boom. De gouverneur besloot daarop het beest, letterlijk en figuurlijk, nieuw leven in te blazen en een paar maanden later pronkte hij (eigenlijk zij) weer fier op het water, zij het nu vergezeld van twee kleine eendjes. De eendenfamilie is vandaag de dag populairder dan ooit. Volgens insiders is het ondenkbaar dat een zichzelf respecterende Thai in Udon Thani geen selfie maakt met moeder eend en haar jongen.

Riepko.Krijthe1-9.jpg

In het park vinden we trouwens ook een hele grote pot in de stijl van Ban Chiang. Daarmee is een nieuw uitje naar ‘buiten’ een feit. Ban Chiang, een archeologische site die sinds 1992 op de UNESCO Werelderfgoedlijst staat, wordt gezien als één van de grootste  toevallige ontdekkingen in de archeologie. In de zomer van 1966 struikelde Harvard student Steve Young over de wortels van een kapokboom, terwijl hij informatie verzamelde voor zijn thesis. Terwijl hij voorover met zijn gezicht op de grond lag, zag hij delen van begraven potten voor zich. De randen net zichtbaar omdat de bovengrond was weggespoeld door de laatste moessonregens. Hij had (gelukkig!!) voldoende kennis in huis om zijn vondst te melden en ‘the rest is history’, zoals ze dat zo treffend zeggen. Jaartallen die vervolgens aan de vondsten werden verbonden gaan zover terug tot maar liefst 4000 v C, al schijnt daar wat controversie over te bestaan. Hoe dan ook zijn vondst wordt wel gezien als één van de meest belangrijke prehistorische nederzettingen in de wereld. Uiteraard vertoont het bijbehorende museum een film waarin wordt verteld dat Steve Young de vondst inderdaad wel gemeld heeft, maar dat de lokale Thaise bevolking al veel langer van deze nederzetting afwist. Belangrijke zaken moet je tenslotte wel in eigen hand houden, nietwaar? De iets verderop gelegen archeologische opgraving is tegenwoordig een ‘zwakke’ reconstructie van de originele groeve. Tijdens een grote overstroming (1997) is de hele graafplaats ondergelopen waardoor alle artefacten zijn beschadigd. Jammer.

Riepko.Krijthe1-30

Met deze bezienswaardigheden en ervaringen hebben we een klein (heel klein) beetje van de charme van Isaan ontdekt. Het meest opvallende is inderdaad de overweldigende natuur met al haar groentinten en uitgestrektheid. Het leven hier zal ontegenzeggelijk hard zijn voor de bewoners, maar het ritme is tegelijkertijd een verademing in vergelijking het hectische tempo van Bangkok. Om goed te genieten en/of meer uit het leven te halen, hoef je je tempo immers niet op te voeren. Haast het tegenovergestelde……’laat komen wat komt, laat gaan wat gaat en zie wat overblijft’ is een passende oosterse wijsheid die hier volop gehanteerd wordt. Wat heeft Isaan nog meer te bieden?

IMG_2065

WAAROM WET PLATE?

Ruim voor het digitale tijdperk en zelfs voor het ons nog welbekende fotorolletje in de analoge versie, werden de eerste stappen op fotogebied gezet door middel van glasplaten. 

IMG_2740.JPG

De uitvinder van de ‘wet plate’ techniek, ook wel collodion fotografie genoemd, is Frederick Scott Archer. Scott Archer (1813-1857) was de zoon van een slager. Hij trok naar Londen om in de leer te gaan als zilversmid, maar werd later beeldhouwer. Een man met vele interesses, lijkt het. Hij vond fotografie een gemakkelijk hulpmiddel om afbeeldingen van zijn beelden te maken. Natuurlijk was dit nog niet de fotografie zoals we die vandaag de dag kennen. Hij maakte gebruik van de zogenaamde ‘calotypie fotografie’.

IMG_2742

Bij een calotypie wordt door een chemisch proces van een papieren negatief een positief beeld op papier afgedrukt. In dit proces zorgt de vezelstructuur van het papieren negatief voor een eigen esthetisch effect (wikipedia). Hij was echter ontevreden over zowel de slechte kwaliteit en het contrast van de calotypie als de benodigde lange belichtingstijd. Hij bedacht daarom een nieuw proces  wat gepubliceerd werd in ‘The Chemist’ in 1851. Zijn proces verschilde van de voorgaande methodes omdat er nu geen gebruik werd gemaakt van papier, maar van glas of lichte metalen. Bovendien was ‘wet plate’ draagbaar, goedkoper en minder giftig, hoe onwaarschijnlijk dat ook lijkt :). Een uitvinder was geboren, maar ondanks dat hij met zijn ontdekking gezorgd heeft dat fotografie voor het brede publiek toegankelijk werd, stierf hij arm en berooid doordat hij geen patent had aangevraagd voor het collodium proces.

Opmerkelijk genoeg is er op dit moment een herleving van deze oude techniek gaande, het lijkt erop dat de oude uitvinding weer nieuw leven is ingeblazen. Niet omdat het zo eenvoudig is, zoals de volgende omschrijving laat weten: ‘Het is een volstrekt onhandige, uitermate bewerkelijke en niet ongevaarlijke techniek – een paar gram potassium cyanide dat als fixeer wordt gebruikt, kan een paard doden – die meer weg heeft van alchemie dan van fotografie.’ Waardoor is de interesse dan wel gewekt? Zelfs dusdanig dat er sinds enige tijd zelfs een internationale ‘World Wet Plate’ dag bestaat? Diverse interviews met hedendaagse fotografen geven vooral aan dat het gaat om een ontsnapping uit de vluchtige digitale wereld. Omdat het collodium proces zo ingewikkeld is, ben je als fotograaf intiem bij elke stap betrokken. Je moet opnieuw leren kijken wat het fotograferen weer verrassend maakt.

IMG_2756.JPG

Ondertussen wordt hier in Bangkok een ‘wet plate’ demonstratie georganiseerd door de fotoclub. In een buitenwijk van de stad komen we terecht bij ‘Airlab’ en eigenaar Chardchakai Waikawee (Air), die ons zal inwijden in de geheimen van het collodium proces onder het motto ‘when photo’s were works of art’. Zijn welkomstpraatje begint met de stelling dat de moderne technologie ons in staat stelt een tiental foto’s per seconde te maken met onze smartphones. In de 19e eeuw vroeg het opzetten voor een enkele foto op een ‘wet plate’ al minstens een uur, laat staan de tijd nodig voor het onderwerp van de foto zelf. Air laat ons een foto zien (‘wet plate… what else’) van een jonge prins in een traditioneel kostuum. Achter hem zie je nog net de contour van een soort ruggensteun op de grond. Hij moest vele uren in dezelfde houding blijven staan om een goede scherpe foto te krijgen. Hier was mooi zijn nog echt pijn lijden!

IMG_2748

Air vervolgt zijn verhaal met het tonen van een ‘wet plate’ camera. Dit was de eerste camera die gebruik maakte van een zelfgemaakt negatief. Hiervoor bestonden er alleen maar unieke foto’s die direct op fotopapier werden gemaakt. Door middel van het negatief op een glasplaat, kon men een foto meerdere keren afdrukken, al ging dat wel ten koste van de kwaliteit. De camera’s zijn er in allerlei soorten en maten. Veel fotografen bouwen hun eigen (houten) camera aan de hand van oude tekeningen. De grootste is te vinden in Amerika, waar Ian Ruhter zo’n enorme  camera bouwde dat hij alleen in zijn bestelbus te vervoeren is. De auto is de camera. Met deze camera trekt hij heel Amerika rond en legt mensen en landschappen vast op aluminium platen van 1,5 x 1 meter. Hij stopt heel zijn ziel, zaligheid en geld in de collodiumfoto’s die hij maakt. Iedere keer als hij een foto maakt, kost dat hem alleen al 500 dollar aan materiaal en chemicaliën. Wow.

IMG_2754

Nu komt het echte werk aan bod. Eerst een demonstratie, want het proces van het natte collodium in absoluut niet eenvoudig. Als je de camera opgezet hebt moet je je eigen glasplaat snijden en de randen schoonschuren. Gelukkig is dat al voor ons gedaan. Het glas moet vervolgens onberispelijk schoongemaakt worden. Een badje met wat afwasmiddel is onvoldoende, het glas moet compleet worden gepoetst met krijt zodat het collodium zich goed kan hechten en je later geen vlekken of andere onberispelijkheden op je foto terug kunt vinden. Collodium is een stroperige en extreem brandbare vloeistof. De bedoeling is om, met handschoenen aan, een flinke scheut in het midden van de plaat te schenken terwijl de plaat op je vingertoppen rust. Door je vingers heen en weer te bewegen moet de vloeistof zich regelmatig over de plaat verdelen. Bijschenken kan niet, je hebt één kans en die moet meteen goed zijn. Helaas ben ik te zuinig, waardoor er een open plek op mijn glasplaat ontstaat. Het ligt volledig aan de deskundigheid van de fotograaf zelf dat het eindresultaat zo goed is dat deze ‘vlek’ precies op de goede plek zit. Dit collodium is een akelig goedje. Het is zeker aan te raden om met handschoenen aan te werken, want de giftige chemicaliën dringen door in je huid. Air vertelt dat hij vaak te ongeduldig is en de handschoenen ‘vergeet’. Op een gegeven moment kon hij zijn hele rechterarm niet meer bewegen en was hij dagen uit de roulatie als een gevolg hiervan. Of mogelijk was het zilvernitraat (voor verhoging van de lichtgevoeligheid) hiervan de oorzaak? Het bijzondere van het collodium procédé is dat de glasplaat alleen lichtgevoelig is als het nog nat is (‘natte plaat’), hetgeen betekent dat de plaat snel (binnen tien minuten) belicht en ontwikkeld moet worden. Geen tijd te verliezen. Ik zal vast hier en daar wat (belangrijke) details vergeten zijn, maar je krijgt een idee. 

IMG_2763.JPG

Onze plaat is nat en bewerkt en klaar om, met omhulsel en wel, in de camera te worden geschoven. Wij hebben ons geïnstalleerd en de maestro geeft opdracht om ons 6 seconden niet te bewegen. Dat lijkt kort, maar als je je bedenkt dat de meeste foto’s ongeveer met 1/100 of 1/125 van een seconde worden gemaakt, dan zijn die 6 tellen nog behoorlijk lang. De foto is gemaakt en moet nu snel verwerkt worden in de donkere kamer, waarna het tijd is voor de ‘magie’ en zowaar het negatief wordt een positief. Gelukt. Het resultaat is bijzonder, ‘one of a kind’, niet te reproduceren. Je kunt de afbeelding wel scannen en afdrukken, maar dit heeft niet dezelfde uitstraling als de oorspronkelijke foto op glas.

IMG_2773

Door deze beperking stijgt de waarde van de ‘glasfoto’ enorm. Het kan eigenlijk vergeleken worden met een kunstwerk. Je kunt er nog eentje maken, maar die wordt nooit helemaal hetzelfde. Daarmee kun je dan ook de conclusie trekken dat ‘wet plate’ fotografie voor de liefhebbers is, voor de kunstenaars onder ons. Mensen die zich met hart en ziel in het bewerkelijke traject willen storten en helemaal tevreden kunnen zijn met een imperfect resultaat. De foto is zoals die is, inclusief alle imperfecties, een beperkte scherpte-diepte, maar tegelijkertijd ook voorzien van rijke details en diepe contrasten. Succes!

IMG_2786

HIGH TEA IN STIJL

Als er één plaats in Bangkok is waar je van een High Tea in stijl kunt genieten, dan is het wel het Mandarin Oriental Hotel. Dit hotel, ook wel ‘La Grande Dame’ genoemd, ligt in het centrum van Bangkok aan de oever van de majestueuze Chao Phraya rivier.

IMG_2176.JPG

De lofzang op dit hotel vervolgt met vergelijkingen als ‘tijdloos, maar tegelijkertijd absoluut van deze tijd’, ‘klassiek, terwijl ook vooruitstrevend’ en ‘een unieke mengeling van luxe en comfort’. Het hotel staat niet voor niets al ruim 140 jaar aan de top, zullen we maar zeggen. 🙂

Bangkok zelf is ook een stad van ‘shock and delight’ (afkeer en verrukking). Het is een stad vol tegenstellingen. Je ziet oude tempels naast moderne torenflats, moderne kunst tegenover oude muurschilderingen en natuurlijk is er de mix van het zogenaamde ‘streetfood’ en de luxe tegenhanger. Bangkok fascineert en deze fascinatie heeft o.a. talloze schrijvers naar Bangkok gebracht die, hoe kan het ook anders, logeerden in het Mandarin Oriental. Haar ‘Author’s Lounge’ is een hommage aan al deze schrijvers en een ideale plek om in koloniale stijl te genieten van een relaxte middag.

IMG_1755

Terwijl ik naarstig en meer en meer ontmoedigd op zoek ben naar een beetje geschiedenis over dit hotel en de ‘Author’s Lounge’ in het bijzonder, vind ik bij toeval een kort artikeltje in ‘the lonely planet’ met de pakkende titel ‘from literati to glitterarti’. Het blijkt dat het nu grootse hotel ooit begonnen is als een gewoon guesthouse. De toenmalige eigenaren verkochten hun hotelletje aan Hans Niels Andersen, de grondlegger van de East Asiatic Company. Andersen had visie. Hij droomde over spraakmakende architectuur, ingetogen luxe en gedistingeerde paleizen. Hij wist het een en ander te combineren en met de hulp van een Italiaanse architect ontstond op de plaats van het guesthouse het meest prestigieuze gebouw niet door koningen gebouwd. Wij kennen dat nu als de ‘Author’s Wing’, waar de ‘Author’s Lounge’ een onderdeel van is.

IMG_2175.JPG

De rest van de geschiedenis van dit hotel wordt min of meer toegeschreven aan de (nu) beroemde gasten. Er circuleren verschillende verhalen over toevalligheden of zou het inderdaad zo zijn dat je precies dát gelooft waarop je bij toeval stuit? (Empedocles, Grieks filosoof 492-432 v. Chr). Hoe dan ook……het schijnt dat de schrijver William Somerset Maugham in ‘ons’ hotel arriveerde met ernstige malariaklachten. In zijn koortsdromen hoorde hij een verhit gesprek tussen de dokter en de manager van het hotel over het feit dat een dode hotelgast niet goed voor de image van het hotel zou zijn. Deze gebeurtenis is later beschreven in één van zijn boeken (‘Gentleman in the parlour’). Een ander verhaal vertelt over schrijver Joseph Conrad. Hij logeerde hier in 1888 en was toen nog zeeman. Hier kreeg hij commando over zijn eerste schip. De reis van Bangkok naar Port Adelaide gaf hem de inspiratie van zijn vroege verhalen. Zo zijn er vast meer voorbeelden te ontdekken. Naar verluidt beweren zelfs hedendaagse schrijvers dat ‘an Oriental stay’ een schrijversblok kan verhelpen. Toch leuk om zulke mythes in ere te houden. Daar is dan ook rekening mee gehouden. Deze vleugel geeft je een idee van de tijd waarin het hotel zijn (literaire) allure verkreeg inclusief foto’s van vele bekende schrijvers. ‘Hertitage’ schrijvers als Somerset Maugham en Joseph Conrad, maar ook Noël Coward en James Michener zijn nu ‘vereeuwigd’ in aparte privé kamers, mocht je je nog meer willen vereenzelvigen met de tijd van toen. Naast portretten van de schrijvers vind je hier ook prachtige zwart-wit foto’s van het Thailand van toen en de koninklijke familie vanaf de 19e eeuw. Het geheel geeft zeer zeker een tijdsbeeld!

PHOTO-2018-05-03-18-39-42

‘Elk  moment is een plaats waar je nog nooit geweest bent’. Met die gedachte lopen we, vol verwachting en voorpret, naar onze eindbestemming voor vandaag. We zijn net op tijd, er wordt ons medegedeeld dat er aan het eind van de middag een besloten bijeenkomst zal plaatsvinden. We hebben gelukkig nog ruim een uur en dat moet toch voldoende zijn voor een spectaculaire thee ervaring? Er blijkt een dresscode gehanteerd te worden waar we onvoldoende rekening mee hebben gehouden. In het land van de glimlach zijn ze echter niet voor één gat te vangen. De oplossing bestaat uit een prachtig batik (tafel)kleedje wat zwierig over de blote knieën wordt gedrapeerd. Als dat niet in stijl is?

IMG_2174.JPG

Het Boeddisme leert dat elke glimlach die je uitzendt weer tot je terug zal keren. Zou deze overtuiging alleen gebaseerd zijn op de andere regels binnen de Thaise cultuur of…. In Thailand (en andere Aziatische landen) zijn mensen veel meer gericht op de groep. Respect en het vermijden van gezichtsverlies zijn erg belangrijk. Door kwaad te worden verstoor je de harmonie en zal iedereen jouw negatieve emotie zien. Een glimlach laat daarentegen zien dat er geen slechte bedoelingen zijn en dat je de ander met respect tegemoet treedt. Je glimlacht om de situatie te redden. Een leuker en misschien zelfs wel een inspirerender verhaal vind ik dat van de ‘lachende Boeddha’. Volgens de legende trok deze lachende heilige van plaats naar plaats om geluk en plezier naar de mensen te brengen. Dat deed hij door snoepgoed uit te delen wat hij uit zijn knapzak haalde. Daarna zette hij de zak op de grond, richtte hij zijn blik naar de hemel en begon hij uitbundig te lachen. Zijn bulderende lach was erg aanstekelijk en het duurde dan ook niet lang voordat de menigte om hem heen eveneens in lachen uitbarstte. Dat was het teken dat zijn werk erop zat. Volgens hem stond het uitdelen van snoepgoed symbool voor het idee dat hoe meer je geeft, hoe meer je ontvangt. Zijn knapzak stond voor de problemen waar ieder mens in het leven mee te maken krijgt, maar in plaats van te lang bij een probleem te blijven stilstaan, moet je er afstand van nemen, het van je af zetten (zoals hij zijn knapzak neerzette) en erom lachen, want of je nu huilt of lacht, het probleem zal niet veranderen. De kracht van het lachen doet problemen kleiner lijken, zodat ze beter te behappen zijn. Laat wetenschappelijk onderzoek nu bewezen hebben dat je lichaam bepaalde hormonen  en enzymen aanmaakt, als je lacht, die je een gelukkiger gevoel geven en wanneer je je goed voelt kijk je heel anders tegen je problemen aan. Is de glimlach hier de voorbode van de lach?

IMG_2173

Naar wens geïnstalleerd werpen we een blik op de kaart. Wat een mogelijkheden. We kiezen theesoorten met exotische namen als ‘pink flamingo’, ‘eternal summer’ en ‘white house’, respectievelijk een rode, een groene en een witte thee, welke op een klein tafeltje naast ons worden gezet. Geheel in stijl met een traditionele Engelse afternoon tea. Grappig genoeg is zo’n ‘afternoon tea’ wat wij een ‘high tea’ noemen en is de echte, oorspronkelijk ‘high tea’ niets meer of minder dan een Engelse maaltijd, vooral bedoeld voor arbeiders, die rond een uur of zes gegeten wordt aan een normale (hoge) tafel. Om het allemaal nog wat gecompliceerder te maken wordt de ‘high tea’ ook wel ‘meat tea’ of simpelweg ‘tea’ genoemd als het een synoniem betreft voor ‘supper’ of ‘dinner’. Een Engelse ‘high tea’ heeft dus niets te maken met het luxueuze middagritueel wat wij ervan maken. Kort gezegd is de ‘afternoon tea’ dus meer een sociaal  gebeuren voor de hoge(re) klasse, terwijl de ‘high tea’ meer een noodzakelijke maaltijd was voor de werkende klasse. Later gingen de hogere klassen ook wel hier en daar de uitdrukking ‘high tea’ gebruiken, maar dan ging het meer om een maaltijd die makkelijk te bereiden was en die ze konden eten als hun bedienden even niet beschikbaar waren. Het werd een soort samenvoeging van een ‘afternoon tea’ en een ‘high tea, met luxe toevoegingen. Hier gaan wij van genieten!

IMG_2031.JPG

Voor het ontstaan van de ‘high tea’ (afternoon tea ;)) moeten we terug naar Anna, de zevende hertogin van Bedford. In haar tijd werden de kerosine lampen uitgevonden en (avond)maaltijden bij de nieuwe lamp werden populair bij de welgestelde bovenlaag. Deze maaltijden werden pas rond 20.00 uur gegeten en het gat tussen de enige andere maaltijd van de dag (rond het midden van de ochtend) bleek opeens wel erg groot. Met andere woorden Anna kreeg rond een uur of vier gewoon enorme trek in wat te knabbelen. Haar bediende (of in elk geval eentje ervan) kreeg de opdracht om in het grootste geheim elke namiddag een groot blad met thee, sandwiches en andere lekkernijen te brengen. Geruchten verspreiden zich als een lopend vuurtje, dus andere aristocratische dames volgden al snel haar voorbeeld. Het middagritueel breidde zich uit tot een exclusieve bijeenkomst voor dames van goed komaf. Hier kon de nieuwste kleding getoond worden evenals de laatste roddels verteld.

Voor ons zijn kleding en roddels niet interessant, tenminste niet op dit moment. Wij verlustigen ons aan de etagère met Europese lekkernijen en de prachtige kommen met de Thaise variant. We weten dat je het lekkers van de etagère van beneden naar boven eet, maar zit er ook een volgorde in de identieke oosterse bakjes? Het maakt niets uit, we snoepen, praten, nippen, lachen en vertoeven in een haast sprookjesachtige wereld bedacht door de ‘koningin van de thee’. Dit is inderdaad een ‘high tea’ in stijl!

 

 

 

 

OLIFANTEN

Koh Samui heeft sinds kort een eigen olifanten sanctuary naar voorbeeld van het ‘Elephant Nature Park’ in Chiang Mai. Zo’n opvangcentrum is zeker belangrijk, want, zo leren we, het leven van een olifant in de Thaise toeristenindustrie is meestal behoorlijk vreselijk. De vraag wordt (terecht) gesteld waarom we op safari gaan in Afrika om wilde olifanten te spotten, terwijl we het tegelijkertijd normaal vinden om in Azië (en in dit geval Thailand in het bijzonder) trektochten te maken op een olifant of toekijken wanneer olifanten (gedwongen) kunstjes doen. We horen dat het rijden op een olifant met zadel per definitie slecht is. Het zadel zit n.l. precies op het bolle gedeelte van de rug, wat meteen ook het meest kwetsbare gedeelte is waar de rugwervels lange smalle uitsteeksels hebben. De documentaire vertelt verder dat het tam maken van olifanten vaak gepaard gaat met de nodige gruwelijkheden. Hiervoor wordt in Thailand gebruik gemaakt van de zogenaamde ‘Phajaan Ceremonie’, een oude traditie waarbij de ziel van de olifant  gescheiden wordt van zijn lichaam zodat de ‘mahout’ (verzorger) de olifant onder controle kan krijgen. Dit breken van de ziel wordt ook wel ‘the crunch’ genoemd en gaat gepaard met veel geweld en mishandeling zonder respect voor het dier. Het komt erop neer dat een jonge olifant gescheiden wordt van zijn moeder en gedurende een aantal dagen (tot zelfs weken aan toe) pijnprikkels krijgt toegediend om hem onderdanig te maken. Een techniek die niet elke jonge olifant overleeft. Is de olifant eenmaal voldoende onderdanig (gebroken), dan wordt hij getraind, want de olifantenbusiness is lucratief. Voor een jonge olifant die kan dansen wordt al snel 20,000 euro neergeteld. Voor dat geld kunnen weer veel jonge olifanten uit het wild worden gevangen, waarna de cyclus weer opnieuw begint.

Riepko.Krijthe1-10

Opvangcentra proberen deze cycli te doorbreken. Olifanten die ‘the crunch’ hebben meegemaakt zijn gewoonweg niet meer in staat zelf om in het wild te kunnen overleven. Eenmaal in het centrum opgenomen krijgen ze onmiddellijk een nieuwe ‘mahout’, die dag en nacht met de olifant optrekt. Soms wel maandenlang. Er moet immers een nieuwe vertrouwensband gekweekt worden, een nieuwe harmonie tussen mens en dier.

Riepko.Krijthe1-22.jpg

Eigenlijk is dit ‘breken van een olifant’ haast een contradictio in terminis wanneer je je bedenkt dat de olifant in Thailand een heilig dier is. De Thai zouden zich daarom ‘zorgzaam, nederig en voorzichtig’ opstellen tegenover de olifant. Uitzonderingen bevestigen de regel? De verering van de olifant is komen overwaaien uit India. De desbetreffende god kennen wij als Ganesha en hij is bekend als hulp bij alle obstakels die wij  in ons leven tegenkomen. Daarnaast is hij eveneens een beschermheilige voor de reiziger. Er is trouwens een mooi verhaal waarin Ganesha vergeleken wordt met een manager. Kent een manager vele obstakels? 🙂 Ganesha heeft een lange neus (slurf) en een gebroken slagtand omdat hij `zijn neus moet steken’ in alle facetten van zijn bedrijf, zij het wel voorzichtig en met beleid. De gebroken slagtand is symbolisch voor opoffering en wijsheid. Een manager moet vooral aan zijn team denken en het belang van de meerderheid voor zijn eigen belang stellen, hetgeen een zekere mate van opoffering vraagt. Daarnaast heeft hij grote oren want hij moet goed kunnen luisteren. Luisteren en vervolgens goed communiceren zijn immers kernpunten in een goed lopend bedrijf. Een olifant heeft ook kleine ogen en dat is representatief voor focus en een gerichte blik. In het kort komt het  erop neer dat een manager zijn volle aandacht moet geven aan zijn werkzaamheden en moet letten op de details. Zijn grote hoofd tenslotte staat symbool voor zijn wijsheid en ruimdenkendheid. Maar goed, dit terzijde.

Riepko.Krijthe1-8 3.jpg

Nu we van de hoed en de rand weten qua voorgeschiedenis zijn we klaar voor een echte  ontmoeting met de vijf bewoners van dit reservaat. Normaal gesproken leven olifanten in matriarchale groepen, dwz de vrouwtjes (koeien) leven samen met hun kinderen (kalveren). Hier zijn de vijf olifanten gescheiden in twee groepjes. De ene groep bestaat uit twee bejaarde dames, de andere uit een oma en twee jonkies. De jonkies bleken te energiek voor de twee bejaarde tantes, hetgeen onrust veroorzaakte…..vandaar. We hebben hier (natuurlijk :)) te maken met de Aziatische olifant. Deze soort heeft kleinere oren, een bolle rug, een gladdere huid en maar één vlinderachtig uiteinde aan het einde van de slurf. Dit in tegenstelling tot z’n grotere ‘broer’; de Afrikaanse soort. Verder heeft de Aziatische tak bulten op z’n kop en een aantal pigmentvlekken. Duidelijk herkenbaar dus.

Riepko.Krijthe1-17 2.jpg

We mogen de olifanten voeren. Olifanten zijn grote dieren en moeten dus veel, heel veel eten. Ze spenderen het grootste deel van hun dag, zo’n 80%, aan het eten van voedsel. Als echte herbivoren (planteters) komt dat, voor een volwassen exemplaar, neer op ongeveer 150-170 kg voedsel per dag! Om alles weg te spoelen drinken ze daarbij zo’n 190 liter water (een badkuip vol) per dag. Er zijn dus vele handen nodig om de olifanten te kunnen voeren.

Riepko.Krijthe1-4 4

Een kar met stukken banaan staat voor ons klaar. De opdracht is om vlakbij de olifant te gaan staan en een stuk banaan in zijn slurf te leggen. Een kind kan de  was doen. Let op, je mag een gevallen stuk banaan niet oprapen en de olifant moet je goed kunnen zien, want z’n slurf is oersterk en maait je zo omver. Heel bijzonder om zo dichtbij zo’n enorm beest te staan.

 

Riepko.Krijthe1-21 2.jpg

Over een olifantenpaadje lopen we naar de tweede groep voor eenzelfde ritueel en later naar het zwembad waar de olifanten een verfrissend bad kunnen nemen. Olifantenpaadjes zijn vernoemd naar de typische eigenschap van olifanten om altijd de kortste weg te kiezen en zich niet druk te maken over het afwijken van een bestaand geplaveid pad. Olifanten hebben ook de neiging altijd hetzelfde pad te volgen, waardoor er een nieuw (olifanten)pad in de begroeiing ontstaat. Omdat mensen identiek gedrag vertonen door graag van de geplaveide paden af te wijken, ontstaan dergelijke paadjes dus ook overal waar mensen zich begeven. Typische gedragspatronen van olifanten, zoals deze, wijzen op een hoge intelligentie, evenals bijvoorbeeld het zorgen voor andermans jongen, rouw en geheugen. Er wordt terecht wel eens gezegd dat iemand een olifantengeheugen heeft. ‘An elephant never forgets’. Misschien kan de slechte herinnering op deze manier wel meer naar de achtergrond geschoven worden?

Riepko.Krijthe1-9 3.jpg