LENTEGELUK

Zo rond de tweede helft van maart raken we bijna allemaal onder de invloed van de lentekriebels, die op hun beurt weer zorgen voor (lente)geluk. Praktisch niemand ontkomt aan de charme van de eerste zonnestralen in het voorjaar. We worden er blij van! Deze blijheid wordt veroorzaakt door de krachtiger wordende zonnestralen, die op hun beurt zorgen voor vitamine D aanmaak in je lichaam. Vitamine D is weer belangrijk voor de productie van hormonen als serotonine en dopamine, die invloed hebben op het bioritme en het ‘geluksgevoel’. Dit lentegeluk is dus een signaal dat de winter voorbij is en tegelijkertijd voor veel mensen een signaal om het roer om te gooien en weer naar buiten te gaan. Het leven is mooi!

IMG_4448Lammetjes op de dijk

Mooi is het zeker! Al heel vroeg dit jaar (nog midden in de winter) kunnen wij in onze tuin al volop genieten van heel veel sneeuwklokjes. Hoewel de maanden januari en februari de bloeimaanden van het sneeuwklokje zijn, geven ze je alvast een sprankje lentegevoel. Het sneeuwklokje staat dan ook symbool voor hoop, (opnieuw) ontwaken en lenteverwachting.

28515038_10212092369008724_8686366224699803481_o.jpg‘Galanthus Nivalis’

Even later volgt een tapijt met krokussen, want het effect van krokussen is beslist het mooist wanneer er veel bij elkaar geplant worden. Wist je trouwens dat de wetenschappelijke naam ‘crocus’ stamt van het Latijnse ‘croceus’ wat saffraan betekent? De bloem van de ‘echte’ saffraan krokus heeft drie rode stempels en drie gele meeldraden. De stempels worden geplukt en gedroogd waardoor saffraan gewonnen wordt. Er zijn maar liefst 13.000 stampers (drie stempels per stamper) nodig voor 100 gram saffraan! Wij hebben natuurlijk geen saffraan krokussen in de tuin, maar misschien wel boerenkrokussen? Dit is een stinsenplant die oorspronkelijk uit de Balkan komt. Stinsenplanten zijn meestal verwilderde voorjaarsbloemen met opvallende bloemen (check!). Het woord komt van het Friese woord ‘stins’, dat stenen huis betekent. Hier wordt een versterkt en met stenen gebouwd huis mee bedoeld; woningen van adellijke of welgestelde heren die dikwijls landgoederen bezaten. Is dat ook op ons van toepassing? 😉 Hoe het ook zij, ons voorjaarstapijt ziet er prachtig uit.

IMG_4559.JPG‘Crocus’

Eigenlijk begint de ‘echte’ lente pas vandaag, want de lente begint als de zon loodrecht boven de evenaar staat. Het is de lente-equinox, die ook wel maart-equinox, lentenachtevening of lentepunt wordt genoemd. Alle seizoenen beginnen op de 21ste, maar 21 maart als begin van de lente klopt niet helemaal. De seizoensindeling wordt immers gebaseerd op de stand van de aarde ten opzichte van de zon. De astronomische lente begint daarom dit jaar op 20 maart, wat, volgens de mensen die het kunnen weten, ook de komende decennia zo zal zijn. Dit is het tijdstip waarop de lengte van de dag en de nacht ongeveer even lang zijn. Om praktische, maar ook om klimatologische redenen begint de meteorologische lente echter al op 1 maart en duurt dan tot 1 juni. De weerkundige lente is vandaag dus al drie weken aan de gang. Alle meteorologische instanties (waaronder ook het KNMI) hebben met elkaar afgesproken om de weerkundige seizoenen op de eerste dag van de maand te laten beginnen (lente: 1 maart, zomer: 1 juni, herfst: 1 september en winter: 1 december). De wisselvalligheid van de ‘echte’ startdatum heeft de weerkundigen ertoe genoodzaakt een andere definitie te kiezen, alhoewel iedereen het erover eens is dat de astronomische lente de start is van de enige echte lente.

Het woord lente is een oude afleiding van ‘lang’ en heeft betrekking op het lengen van de dagen (lengte). Het is verwant aan het Duitse ‘Lenz’ (voorjaar) en het Engelse ‘lent’, de veertig dagen durende vastentijd voor Pasen. Het begin van de lente is van belang voor de berekening van Pasen. We vieren het Paasfeest op de eerste zondag na de volle maan op of na 21 (of 19 of 20) maart. Dat klopt niet dit jaar, lijkt me? Het blijkt dat de christelijke kerk een heel wat ingewikkeldere methode gebruikt voor het berekenen van de datum van Pasen, waarbij termen als ‘het gulden getal’, ‘schrikkelcorrectie’ en het aantal volle manen in een jaar een rol spelen. Geen eenvoudige methode, maar dat is ook eigenlijk niet zo belangrijk (voor ons). Het resultaat van al deze berekeningen is dat Pasen altijd valt tussen 22 maart en 25 april en daarmee aan het begin van de lente.

Pasen was vroeger dan ook een seizoensgebonden landbouwfeest. Het markeerde het einde van een tijd van schaarste, die heerste als de voorraden van de winter opraakten. Veel paasgebruiken zijn afgeleid van dit niet-christelijke lentefeest, zoals het rapen van eieren. Boeren beschouwden eieren als een kiem van kracht. Ze begroeven eieren in hun velden opdat ze hun kracht op de bodem over zouden brengen en voor een goede oogst zouden zorgen. Later dienden de eieren voor de katholieken ook om na de veertigdaagse vastenperiode (die na de viering van Carnaval begon) weer op krachten te komen. Met Palmpasen (de zondag voor Pasen) werden de eieren ingezameld. Voor de christenen wordt met Palmpasen de feestelijke intocht van Jezus in Jeruzalem herdacht, waarbij hij werd onthaald als een koning en mensen jonge (palm)takken voor hem op de grond legden. Je zou bijna zeggen dat er voor elk wat wils uit Pasen valt te halen :).

Hoe zit het trouwens met de paashaas? Het verhaal van de paashaas zou zijn oorsprong vinden bij de Teutonen, een Germaanse stam in de laatste eeuw voor Christus. Deze stam kende diverse mythes, waaronder een mythe over de godin Ostara (Ostern is het Duitse woord voor Pasen). Ostara, de godin die ervoor zorgt dat de lente begint, was in een bepaald jaar iets te laat, waardoor de lente ook pas laat op gang kwam. Om haar fout enigszins goed te maken, besloot ze een jong vogeltje, dat bijna door de kou bezweken was, te redden. Maar de kou had zijn werk al gedaan en het vogeltje kon niet meer vliegen. De godin veranderde de vogel daarop in een haas. Niet zomaar een haas, maar eentje die één dag in het jaar in staat was om eieren te leggen en wel op de dag waarop Ostara werd vereerd. Geweldig verhaal.

Riepko.Krijthe1.jpegVoorjaar

Terwijl ik me nog wat verder verdiep in de christelijke gebruiken (je moet wel toch, als je in een pastorie woont?) leer ik dat met Palmzondag de Goede Week begint, waarin christenen het lijden en sterven van Jezus herdenken. Tijdens deze laatste zeven dagen van de Vastentijd worden belangrijke gebeurtenissen uit de Bijbel herdacht die  voorafgingen aan Jezus’ sterven. Een aantal dagen hebben een speciale betekenis. Zo wordt op Witte donderdag het laatste avondmaal herdacht. Deze dag dankt zijn naam aan de gewoonte om kruisbeelden en andere beelden op deze dag met een wit kleed te bedekken. Goede Vrijdag staat in het teken van Jezus’ lijden en sterven. ‘Goede’ verwijst naar het offer als verzoening voor zonden. In andere verklaringen wordt de verklaring van Goede Vrijdag meer gezien als verbastering van ‘Gods Vrijdag’ of als synoniem voor heilige vrijdag, omdat goed een oud woord voor heilig is. Stille Zaterdag tenslotte herinnert aan de tijd dat Jezus’ lichaam in het graf lag. Op deze dag worden de kerkklokken niet geluid.

IMG_4744.JPG‘Narcissus’

Langzamerhand ben ik wel een heel eind afgedwaald van het lentegeluk, alhoewel….. als ik zo’n veld met prachtige paasbloemen zie dan is mijn lentegeluk weer volop aanwezig.

IMG_4745.JPGLentegeluk

 

Street ART (Italie)

Het lijkt misschien vreemd dat er in een stad vol kunst in musea en kerken ook zoveel aandacht is voor kunst op straat. Straatkunst wordt gezien als een tegenhanger, als een reactie op toeristen met ‘gallery fatigue’. Misschien zit daar een kern van waarheid in, de Renaissance kunst is inderdaad overweldigend en soms bijna een overdaad voor je ogen en je geest. Ik denk echter ook dat je, als wandelaar, meer en meer gefascineerd raakt door de kunst op straat op al die onverwachte plaatsen. Het wordt haast een sport om een nieuwe afbeelding te vinden en te beoordelen. Wat dat betreft kun je kunst op straat misschien meer zien als een cadeautje onderweg?

2f988640-666e-4914-8bd2-fa1a0b351720                                                                                                                           Basilca di Santa Croce

Wat wordt er eigenlijk verstaan onder street art? Street art is straatkunst waarbij afbeeldingen worden gemaakt op een muur of rolluik met een spuitbus. De afbeelding vertelt een verhaal, een politieke boodschap, een kritische blik of juist een grap. De makers blijven, door het illegale karakter, meestal anoniem. Straatkunstenaars zien hun werk natuurlijk niet als vandalisme. Interactie met de omgeving is belangrijk, je moet rekening houden met de plaats van het kunstwerk en het effect op de voorbijgangers. Deze kunstvorm is overal te vinden, je moet er alleen wel oog voor hebben!

Riepko.Krijthe1-1.jpeg                                                                                                                               Beneden kniehoogte

Een kunstenaar waar je beslist niet om heen kunt is Clet Abraham, een fransman die al twintig jaar in Florence woont, waar hij begon met zijn project om verkeersborden met eigen werk te ‘integreren’. Volgens hem hebben verkeersborden veel te zeggen als we op weg zijn, terwijl ze tegelijkertijd niets vertellen. Hij geeft de verkeersborden andere interpretaties, politieke, religieuze of filosofische betekenissen, zonder dat het verkeersbord zijn functie verliest. Soms is het zelfs alleen maar om een lach op de mensen hun gezicht te toveren. Humor is belangrijk, waardoor hij door inwoners van de stad wel de verkeersagent van de ziel genoemd.

Riepko.Krijthe1-8.jpeg                                                                                                                                  Een ‘Clet ervaring’

Terwijl we door de grootste winkelstraat, Via dei Calzaiuoli, lopen zien we opeens een echte straatkunstenaar aan het werk. Gewoon op haar hurken met haar krijtjes rondom is ze geconcentreerd bezig met het opzetten van haar portret. We leren later dat het hier gaat om een groep die in het Italiaans wordt aangeduid met de term Madonnari. Zo genoemd omdat ze vaak de schitterendste Madonna’s op een klein stukje straat weten te creëren, hoewel ze uiteraard ook andere onderwerpen op de straatstenen kwijt kunnen. Het heeft iets bijzonders, zo’n kunstwerk te zien ontstaan op straat midden tussen haastende voeten. Uren op je knieën of hurken op de straatstenen om iets te neer te zetten dat bij de eerste regendruppels wordt weggevaagd, alsof het er nooit is geweest…

Riepko.Krijthe1-6.jpeg                                                                                                  Eén van de Madonnari aan het werk

Wanneer we ons wandelavontuur vervolgen valt ons oog op simpele tekeningetjes die vaak hangen aan rode ballonnetje of hartjes, al dan niet gesigneerd met een grote letter ‘K’. Deze kunstwerkjes blijken van de hand te komen van een anonieme Italiaanse (hoe weten ze dat dan;)) artiest die opereert onder de engelse naam (!) ‘Exit/Enter’, ook wel ‘The Elusive K’ genoemd. Hij schijnt toch wel bij een enkeling bekend te zijn, want hij (of misschien is het wel een zij) heeft al dikwijls verteld hoe zijn hoofdpersonage geboren is. ‘Het mannetje is er altijd geweest in mijn tekeningen op papier. Het dook vaker en vaker op in mijn werk, bewoog zich en ging in interactie met andere tekens in mijn schetsboek. Tot ik er op een nacht eentje bevrijd heb op straat. Mijn mannetjes balanceren hoog op lange ladders in een poging de hemel aan te raken of in een koers naar bloemen en hartjes. Zo worden ze een boodschap van lichtheid, een uitweg of zelfs een vlucht uit de koortsachtigheid van deze moderne wereld. Maar ze zijn vooral een uitnodiging om jezelf te zoeken en terug te keren naar waarden die even eenvoudig als zuiver zijn.’ Een prachtige boodschap!

Riepko.Krijthe1                                                                                                                                         ‘The Elusive K

Onderweg is er werkelijk een scala aan kunst op straat te vinden, niet alles spreekt mij even aan. Maar ja, als geest en hand niet samengaan ontstaat er geen kunst, althans volgens Leonardo dan Vinci en hij kan het weten. Goed, ik maak deze kunst weliswaar niet zelf, maar mijn geest moet het wel begrijpen, kunnen interpreteren. Lang verhaal kort, een van de minder geapprecieerde kunstuitingen vond ik de duikbrillen van ‘Blub’. Toch kijk ik met een hernieuwde waardering naar zijn werkstukken wanneer ik lees over zijn achtergrond en motivatie. Blub voorziet onder het motto ‘l’arte sa nuotare’ (kunst kan zwemmen) kunstwerken uit de Renaissance van duikbrillen, snorkels en luchtbellen. De boodschap erachter is: wie in de kunstenaarswereld wil zien te overleven, moet kunnen zwemmen. Volgens Blub staat het water symbool voor de crisis. De kunst kan aanmoedigen om de crisis en de bijbehorende problemen te overwinnen. Daarvoor heb je alleen een duikbril nodig en moet je leren zwemmen.’ Hij schijnt erg populair te zijn onder de toeristen en maakt vaak handig gebruik van een bekend portret of schilderij uit een museum vlakbij. Hieruit blijkt maar weer dat je kunst moet (leren) begrijpen en doorgronden om het te kunnen appreciëren.

Riepko.Krijthe1-2-1.jpeg                                                                                                                                                        ‘Blub’

We moeten nog maar eens terug met een open geest om ons volledig te verdiepen in alle facetten van de kunst die Florence te bieden heeft. Wat wij nu al gezien hebben is zowel binnen als buiten absoluut de moeite waard!

 

 

 

 

DURF TE DWALEN (Italie)

‘Wie durft (af) te dwalen vindt nieuwe wegen’, is een citaat van Desiderius Erasmus. Naar mijn idee is deze bewering uitermate van toepassing op het ontdekken van Florence. De stad, zeker het centrum, lijkt opgezet uit alleen maar kleine straatjes waarin je eindeloos kunt dwalen en ontdekken. Alhoewel….. al van grote afstand vang je telkens een glimp van iets groots op, want tussen die smalle straatjes laat de ‘Santa Maria del Fiore’ steeds haar dak zien. De kathedraal werd aan Maria gewijd, maar de naam verwijst ook naar destijds gebruikelijke naam van de stad, Fiorenza. De roodbruine koepel van de Duomo, zoals de dom beter bekend staat, domineert ook nu nog altijd de skyline van de stad.

Riepko.Krijthe1-11                                                                                                                                  Rondom de Duomo

Het lijkt dan ook een logische stap onze ontdekkingstocht te beginnen aan de voet van de Duomo. Het is inderdaad een imponerend bouwwerk. Dat mag ook wel, want het staat prominent in de lijst van de twaalf meest indrukwekkende kerken en kathedralen ter wereld. Er is maar liefst twee eeuwen aan deze kathedraal gebouwd (vanaf de 13e tot de 15e eeuw). De nieuwe kathedraal moest de groeiende macht van Florence symboliseren en moest daarom ook een stuk groter worden dan z’n voorganger. De prachtige marmeren bekleding van de gevel werd pas veel later toegevoegd, tussen 1871 en 1887, in een neogotische stijl met kleurrijke patronen. De gevel past hierdoor bij de gelijkaardig beklede gevel van de 14e eeuwse klokkentoren (Campanile) en de doopkapel (Battistero).

Riepko.Krijthe1                                                                                                            Santa Maria del Fiore (Duomo)

Aan het begin van de 15e eeuw naderde de bouw zijn voltooiing, maar de kathedraal had nog steeds geen koepel. De architecten kwamen er niet uit hoe ze de koepel tijdens de bouw moesten ondersteunen en zo ontstond het bizarre idee om het gebouw vol te storten met zand waarin munten verstopt zaten. De armen zouden dan, na de voltooiing van de koepel, het zand dan wel weghalen omdat ze de daarin gevonden munten dan mochten houden. Ten einde raad schreef de bouwcommissie van de dom in 1418 een wedstrijd uit voor de bouw van een koepel. De wedstrijd werd na lang wikken en wegen gewonnen door Brunelleshi, een veelgehoorde naam in Florence. De koepel, een technisch hoogstandje, was ’s werelds grootste toen deze voltooid werd in 1436 met een diameter van 45,50 meter en een hoogte van 91 meter. Boven op de koepel staat de in 1472 voltooide lantaarn die wordt bekroond door een koperen bol en een kruis, waarmee de totale hoogte op 114,5 meter komt. Een waar kunstwerk!

Riepko.Krijthe1-10                                                                                                                                  Piazza del Duomo

We slingeren verder door de sfeervolle straatjes en komen opeens oog in oog te staan met de Ponte Vecchio (Italiaans voor oude brug). Het is inderdaad een oude brug, gebouwd in 1345 ter vervanging van een houten brug uit de Romeinse tijd. Grappig weetje is dat er boven de brug een doorgang loopt. Deze werd in 1565 gebouwd in opdracht van Cosimo I de’ Medici. Zo kon de adellijke familie ongezien op en neer reizen tussen het Palazzo Pitti (hun woonhuis) aan de ene kant en het Palazzo Vecchio (hun tweede huis) aan de andere kant van de rivier, zonder zich onder het normale publiek te begeven op de overbevolkte brug. In de huizen op de brug, veelal met ‘hangende’ werkplaatsen, hadden zich oorspronkelijk vooral door slagers en leerlooiers gevestigd. Slachtafval kon direct van de brug in de rivier gegooid worden. Volgens ‘de geheimen van de Ponte Vecchio’ kon Cosimo I de’ Medici de onaangename geur die rond de brug hing op een gegeven moment niet meer verdragen en gaf hij opdracht alle handelaren weg te sturen. Hun plaats werd direct ingenomen door de goudsmeden, passender bij de luxe van de regerende familie. Tegenwoordig zijn de winkeltjes op de brug nog steeds in handen van juweliers. Hierom wordt de brug ook wel  de ‘Golden Bridge’ genoemd.

Riepko.Krijthe1-21                                                                                                                                          Ponte Vecchio

Een ander ’geheim’ van de brug zijn de ‘lucchetti d’amore’ (sloten van de liefde). Heel veel verliefde stelletjes hingen een hangslot aan de brug. Om hun liefde te bezegelen werd daarop de sleutel van het slot in de Arno gegooid. Op straffe van hoge boetes is deze traditie tegenwoordig verboden. De hoeveelheid slotjes beschadigden de brug teveel. Een enkeling kan de verleiding echter niet weerstaan…..

Riepko.Krijthe1-7.jpeg                                                                                                                                 Sloten van de liefde

Een laatste verhaal dat de ronde doet, is dat de term ‘bankroet’ zou zijn voortgekomen uit de handel die werd gedreven op de brug! Wanneer een handelaar zijn standplaats op de Ponte Vecchio niet meer kon betalen, of serieuze schulden had, werd de tafel (banca) waarop hij zijn goederen uitstalde vernield (rotta) door soldaten. Zonder zijn banca kon een handelaar geen zaken meer doen. Zo zou het begrip bancarotta, kapotte tafel, zijn ontstaan. Het is maar dat je het weet.

Riepko.Krijthe1-2-2                                                                                                                                      Palazzo Vecchio

De volgende stop lijkt me nu het Palazzo Vecchio aan het Piazza della Signoria. Het tegenwoordige gemeentehuis annex museum werd oorspronkelijk Palazzo del Popolo en later Palazzo della Signoria genoemd, naar de Signoria, de vertegenwoordigers van de belangrijke families die over de stad heersten. Het gebouw met een 94 meter hoge toren werd tussen 1299 en 1314 gebouwd als vergaderruimte voor de leiders. Het was honderden jaren lang het belangrijkste gouvernementele gebouw van de stad. Toen Cosimo I in 1550 naar het Palazzo Pitti verhuisde kreeg het zijn huidige naam Palazzo  Vecchio of oud paleis. Eenmaal binnen willen we graag door naar de ‘vergaderzaal van de grote raad’ (Sala dei Cinquecento), waar muurschilderingen vertellen over de militaire successen (Florence tegen Pisa en/of Sienna) en plafondschilderingen belangrijke gebeurtenissen uit de geschiedenis van Florence laten zien.

Palazzo.Vecchio.original.13065.jpg                                                                                                    Primo Cortile (eerste binnenplaats)

Het moet vast overweldigend zijn, maar wij komen niet verder dan de eerste binnenplaats. Deze week staat Florence in het teken van cultuur met gratis toegang tot talrijke musea. Op zich geweldig natuurlijk, maar scholen, reizen, groepen en de toch al in grote getale aanwezige toeristen maken hier volop gebruik van. Het gevolg is lange wachtrijen waar geen beweging in lijkt te zitten. Gelukkig is de binnenplaats ook al zeer de moeite waard! Interessant detail is dat het water dat door de snuit van de dolfijn stroomt hierheen gebracht wordt (via pijpen) uit de Boboli tuinen. De fresco’s op de muren zijn ‘vedute’ (gezichten) van steden uit het Habsburgse Rijk. Ze werden in 1565 geschilderd ter ere van het huwelijk tussen Francesco I de’ Medici (de oudste zoon van Cosimo I) met Johanna van Oostenrijk, zus van keizer Maximilian II. Je kunt in Florence niet om de de’ Medici’s heen.

IMG_4265                                                                                                                Vanaf Piazzale Michelangelo

Dit waren in vogelvlucht de drie top bezienswaardigheden van Florence, al is dit allesbehalve objectief. Confucius zei het al: ‘Alles heeft z’n schoonheid alleen ziet niet iedereen dat altijd.’

 

RENAISSANCESTAD (Italie)

Florence, want daar hebben we het in dit geval over, is een echte Renaissancestad. De Renaissance is een bloeiperiode in de Europese cultuur waarin op het gebied van schilderkunst, architectuur, literatuur, muziek en wetenschap grote veranderingen plaatsvinden. Kunst was in de Middeleeuwen vooral religieus en als gevolg daarvan serieus omdat het, in dienst van de kerk, vooral werd gemaakt ter meerdere eer en glorie van God. In de Renaissance veranderde dit en werd kunst iets om van te genieten, om het leven en de schoonheid te vieren. Logischerwijs veranderden de onderwerpen ook, kunstenaars keken nu naar de kunst van de oude Grieken en Romeinen. Daarvan waren genoeg voorbeelden in Italië!

Florence werd in 59 voor Christus gesticht door Julius Caesar als een nederzetting voor oud soldaten, waar ze mochten genieten van hun pensioen. De Romeinse wortels zijn in het oorspronkelijke stratenplan van Florence nog steeds goed te zien. De straten in het oude centrum vormen allemaal vierkante woonblokken, wat het handig maakt je weg te vinden. Hmmmm, met mijn gebrekkige inzichtelijk vermogen vertrouw ik toch meer op mijn kaartje. Om nog even voort te borduren op de geschiedenis van deze fascinerende stad…..na de val van het Romeinse Rijk had de stad enorm te leiden onder voortdurende oorlogen, de Middeleeuwen waren een periode van verval. Pas in het begin van de 14e eeuw komt hierin verandering. Handel en nijverheid komen nu tot grote bloei in Florence en daarmee ook de grootste weldoeners van de Renaissance: de familie de’ Medici.

Chorkuppel_San_Lorenzo_Florenz.jpg                                                                                                                                       Capelle Medicee

 Zeg je Florence dan zeg je de’ Medici. De familie de’ Medici was een zeer machtige en invloedrijke familie. De leden van de familie waren de grondleggers van het internationale bankwezen en hadden invloed op de kunst en architectuur, vooral in Florence. Om een indruk te geven van hun macht: De familie de’ Medici bracht drie pausen voort, meer dan 50 kardinalen en twee koninginnen van Frankrijk. Pas aan het einde van de 17e eeuw nam de macht van de de’ Medici’s af. Deze familie heeft er ook persoonlijk voor gezorgd dat Florence één van de belangrijkste steden ter wereld is op gebied van schilderkunst, beeldhouwkunst, literatuur en architectuur. Onder het bewind van de de’ Medici’s werd Florence echt de belangrijkste Renaissancestad ter wereld. De vele kunsthistorische schatten en paleizen in Florence zijn door de eeuwen heen zo goed als allemaal aan de stad geschonken. Een belangrijke voorwaarde van deze donaties was dat de kunst de stad niet mocht verlaten en dat de collectie intact moest blijven. Daar profiteren wij heden ten dage nog steeds van!

Waaruit bestaan die schatten dan?

front-view-facade                                                                                                                         Basilica di San Lorenzo

De familie de’ Medici had in Florence haar eigen kerk; de San Lorenzo kerk in de gelijknamige wijk. Een onopvallende kerk zonder schitterende façade. Prachtig van binnen maar helemaal kaal van buiten. Dat kan natuurlijk niet de bedoeling zijn geweest van architect Brunelleshi? Hij overleed helaas voordat hij een ontwerp voor de façade had kunnen tekenen, waardoor zijn opvolgers helemaal met hun handen in het haar zaten. Een pauselijk Medici lid besloot vervolgens een ontwerpwedstrijd te organiseren, die gewonnen werd door niemand minder dan Michelangelo. Probleem opgelost zou je zeggen, maar een ruzie tussen beide heren over de uitvoering van het ontwerp bleef onbeslist met een nog steeds kale voorkant als resultaat. In de bij de San Lorenzo behorende Cappelle Medicee liggen verschillende leden van de familie de’ Medici begraven. Het wapen van de familie is alom vertegenwoordigd en niet alleen in de (hun) kerk.

Riepko.Krijthe1.jpeg                                                                                                                                           Palazzo Pitti 

Een andere belangrijke ‘schat’ is het Palazzo Pitti met de daarachter liggende Boboli tuinen. Dit majestueuze paleis was eens de residentie van de succesvolle koopman/bankier Luca Pitti. In 1549 werd het paleis eigendom van de familie de’ Medici. De vrouw van Cosimo I de’ Medici, Eleonora van Toledo, kocht het paleis van een afstammeling van Luca Pitti. Later heeft Napoleon hier gewoond en nog later de Italiaanse koninklijke familie. Een groot deel van de inrichting komt uit deze tijd. De versiering komt echter voor het grootste deel uit de tijd van de de’ Medici’s. Grappig weetje: het paleis lag op de plek van een oude steengroeve. De stenen die voor de bouw van het paleis gebruikt zijn, komen uit de tuin achter het paleis. ‘De ruwheid en het formaat van de enorme steenblokken waren opzettelijke verwijzingen naar bovenmenselijke krachten en proporties, erop gericht ontzag te wekken.

Riepko.Krijthe1-6.jpeg                                                                                                                                         Piazza de Pitti

Dus lopen we in een stralend zonnetje het Piazza de Pitti op en zien we het enorme bouwwerk voor ons oprijzen. Op het grote plein hebben de eerste jongelui zich al op de grond geïnstalleerd op een plekje in de zon waar ze genieten van een kopje koffie. Wij prefereren het terras aan de overkant van de straat. Onder het genot van een verse cappuccino (het mag nog, het is voor twaalven :-D) bespreken we onze strategie. Eerst de tuinen of eerst het paleis? Vanwege het heerlijke weer is de keuze snel gemaakt.

Riepko.Krijthe1-4                                                                                                                                           Boboli tuinen

Van de Giardino di Boboli wordt wel gezegd dat het de mooiste tuin van Toscane is. Boboli wordt zelfs de koningin van alle Toscaanse tuinen genoemd; ‘de meest uitgewerkte en theatrale, een soort maniëristische (een zeer gekunstelde stijl) coproductie van Natuur en Kunst.’ De tuinen werden in de 16e eeuw aangelegd voor Eleonora van Toledo (echtgenote van Cosimo I de’ Medici). Ze staan vol eeuwenoude bomen, fonteinen, vijvers en beelden. Het is niet voor niets dat sommige mensen deze tuinen net een openlucht museum vinden. Daarnaast zijn de Boboli tuinen een voorbeeld voor veel, later ontworpen, tuinen, waaronder de bekende tuinen van Versailles.

IMG_4622.JPG                                                                                                                                           Boboli tuinen

Wij beginnen onze tuinimpressie met de lange klim naar boven om van daaruit slingerend terug naar beneden te lopen terwijl we ondertussen genieten van de diversiteit om ons heen en niet te vergeten de uitzichten over de stad in de verte beneden ons. Helaas staat de bekende Neptunus vijver met enorme fontein droog. We zijn misschien te vroeg in het jaar? Al met al zeer zeker de moeite waard!

IMG_4624.JPG                                                                                           Palazzo Pitti – koninklijke apartementen

Uiteraard willen we daarna ook een impressie krijgen van het leven binnenshuis uit die tijd. De Galleria Palatina en de koninklijke appartementen zijn hiervoor het meest geschikt. We lopen door indrukwekkende zalen die compleet bedekt zijn met roodzijden behang, overladen met goud, kroonluchters en een overdaad aan schilderijen. In alle vormen en maten en van de hand van vele bekende schilders. Een rijke historie en een ‘aanslag’ op je zintuigen qua beleving. De inrichting is het best te omschrijven als excessief, overdadig, buitensporig en meer van dit soort superlatieven. Menig kunstenaar heeft zich hier kunnen uitleven, want wie meer voor elkaar wil krijgen moet groot denken ;).

Dit was slechts een eerste indruk van deze bruisende stad. Moe maar voldaan vleien we ons op een (verwarmd) terras in het centrum om te genieten van een welverdiende ‘apero’ voordat we een moeilijke keuze moeten maken uit een van de vele aanbevolen reataurantjes.  La dolce vita!

 

 

SCHUDDEN AAN MIJN BOOM

Geïnspireerd door een theatershow van Jörgen Raymann, waarin de oude wijsheid ‘als je wilt weten waar je naartoe wilt gaan, moet je weten waar je vandaan komt’ centraal staat, begin ik aan een eigen reflectie van mijn stamboom. Ik ga schudden aan mijn persoonlijke boom! Een duik in het verleden om te onderzoeken of daar nog nieuwe verrassingen uit voort zullen komen……

Omdat we nog steeds leven in een min of meer patriarchale samenleving (al zullen velen dat misschien betwisten) begin ik met de wortels van mijn vader. Al vanaf zeer jonge leeftijd werd ik doordrongen van het feit dat ik afstam van de schrijver P.A. Daum. Als opa van mijn opa en bekend schrijver in en over Nederlands Indië werd zijn naam dikwijls genoemd, want mijn opa hield van familielijnen uitpluizen, het onderhouden van contacten met verre leden van onze wijdverspreide familie en uiteraard over het vertellen daarover. Het was toen nog niet zo aan mij besteed.  

Paulus Adrianus (Paul Adriaan) Daum (de latere schrijver) werd op 3 augustus 1850 geboren in een Haagse volksbuurt als zoon van een ongehuwde moeder. Dat is op zich al interessant, wat is het verhaal daarachter? Tijd voor verder onderzoek? Eerst even verder over deze Paulus (1850-1898) . Hij groeide op aan de rand van het zuidoostelijk kwartier van Den Haag, wat in die tijd werd omschreven als: ‘door het Spui in tweeën gesneden krioelt aan de ene zijde het kroost Abrahams van mindere gehalte, mannen, vrouwen, kinderen en insecten…… Aan de andere kant van het water vind je armoede, landloperij, weelderige losbandigheid en lage ontucht ……’ Met andere woorden er woonden onbetrouwbare vreemdelingen en er werd ‘geraasd (veel lawaai gemaakt) door het schuim van Den Haag’. Een pittig buurtje dus. Daarentegen was deze wijk niet alleen het armste deel van de stad, het was ook het meest dynamische.

Paulus (of Paul) kreeg in zijn jeugd weinig onderwijs (mogelijk door gebrek aan geld) en wordt daarom wel beschouwd als een autodidact, iemand die zijn kennis door zelfstudie, zonder begeleiding door een educatieve organisatie of opleiding, heeft verkregen. Paul was leergierig en hij had het geluk dat hij goed werd opgevangen o.a. door de familie van zijn latere vrouw Hendrika Vink. Hij las en studeerde veel en begon al vroeg met het schrijven van novellen die werden gepubliceerd. Ik lees dat hij zich later ondanks dit succes schaamde voor dit werk; ‘ ik zou geld geven als ik dit prulwerk ongedaan kon maken’. Toch bezorgde dit vroege werk hem een baan als redacteur van het Haagse dagblad ‘Het Vaderland’. Ruim twee jaar (1878) kreeg hij een baan aangeboden in Semarang (Indonesië) bij het nieuwe dagblad ‘De Locomotief’ waardoor zijn carrière tot ongekende hoogten steeg, zeker binnen Indonesië.  Hij werd hoofdredacteur van verschillende Indische kranten en schreef zelf ook feuilletons (de voorloper van de ‘blog’, hahaha) onder het pseudoniem Maurits. ’Uit de Suiker in de Tabak’ was zijn eerste boek in afleveringen. Hierover werd later geschreven dat Daum zich, in de vijf jaar die lagen tussen zijn aankomst in Indië en de publicatie van zijn eerste boek, had ontwikkeld van een ‘zoveelste rang auteurtje’ tot een ‘uitstekend romancier’.

Terug naar zijn moeder, Maria, oudste dochter van Paulus Daum en Maria Borsboom. Om het een en ander goed te begrijpen, moeten we een klein stukje verder terug in de geschiedenis. Omstreeks 1848 verhuisden moeder Maria Borsboom, op dat moment al weduwe, en haar kinderen naar het zuidoostelijk deel van Den Haag, naar de ‘Bogt van Guinea’ (het tegenwoordige Huijgenspark). Echtgenoot Paulus was in 1847 overleden en het wegvallen van de broodwinning was vast de reden van de verhuizing naar deze, sociaal minder in aanzien staande, wijk. In de wijk woonden toen vooral de zogenaamde ‘fatsoenlijke volksklasse’, waartoe de familie Daum ook behoorde. Paulus was eerst tapper (café houder) en later bode geweest. De oudste zoon was ‘werkman’, wat betekende dat hij een ambacht uitoefende. Andere kinderen waren ‘bediende’, waaronder Maria. De vader van haar kind was n.l naar alle waarschijnlijkheid iemand uit de ‘betere kringen’ die zich, zoals ze dat zo mooi zeggen, aan de dienstbode had vergrepen om zich daarna weer terug te trekken in de anonimiteit. Onderzoek naar vaderschap was in die tijd wettelijk verboden. Een bescherming van de hogere standen? Dochter Maria vernoemde haar zoon naar haar vader Paulus en haar jongste broer Adriaan Cornelis. Met de vernoeming van het kind naar zijn naaste familie werd benadrukt dat zowel Maria als haar zoon bleven behoren tot het gezin Daum, hetgeen in die tijd niet vanzelfsprekend was. Maria werd daarna wel, door haar omgeving, gezien als een ‘gevallen vrouw’, want in de publieke opinie werd er in die dagen een nauw verband gelegd tussen een ongehuwde moeder en een prostituee. Moeilijke jaren volgden. 

Ondertussen zijn er zo al diverse verhalen uit mijn boom gevallen. We zijn inmiddels aangekomen bij Maria (1824-1881) en haar vader Paulus (1797-1847). Tot en met de schrijver Daum allemaal afkomstig uit Den Haag. Al speurend en napluizend kan ik nog één verdere voorouder vinden en wel Johannes Daum, de opa van Maria en de overgrootvader van de schrijver. Veel meer dan dat hij geboren is in 1771 en overleden in 1855 is er echter niet bekend. Opvallend is wel dat zijn geboorteplaats Leiden is, alhoewel Leiden en Den Haag natuurlijk relatief dichtbij elkaar liggen. Johannes is de overgrootvader van de grootvader van mijn grootvader. Wat maakt hem dat van mij?

De opa van mijn opa is mijn betovergrootouder (Paul Adriaan/Maurits), zijn moeder (Maria) is mijn oudouder, haar vader (Paulus) wordt dan mijn oudgrootouder en zijn vader (Johannes) is dan tenslotte mijn oudovergrootouder. Een mond vol! Dit is dan nog maar de 8e generatie terug, de lijst met namen is vele malen langer. Ik vraag me af of iemand ooit al die voorouders kan vinden?

Ik ben mijn verhaal begonnen met de schrijver Paul Adriaan Daum en ben teruggegaan in de tijd om te eindigen bij Johannes Daum, waarna ik niets meer kan vinden. Mijn eigen opa vertelde altijd dat wij afstammen van de Hugenoten. Vanaf de jaren 1680 verspreidden tussen de 200.000 en 600.000 Fransen zich over Europa en verder. Onze familienaam veranderde, volgens hem, van Dame in Daum toen wij in Nederland terecht kwamen. Ik kan helaas niet ‘controleren’ of dat waar is. Wat we nu wel weten is dat de schrijfwijze van de familienamen in de loop der eeuwen evolueerde, dus een andere schrijfwijze behoort beslist tot de mogelijkheden.

Na de schrijver Paulus Adrianus gebeurde er natuurlijk ook nog het een en ander, anders zou ik er niet zijn, nietwaar? De oudste zoon van Paulus werd weer een Paulus Adrianus (1872-1922). Geboren in Utrecht werd hij ergens gedurende zijn leven directeur van de stoomvaartmaatschappij Nederland, waardoor ook hij terecht kwam in Indonesië. Sinds zijn vertrek naar Nederlands Indië werd het gebruikelijk dat de kinderen geboren werden en opgroeiden in de tropen. Voor hun studie vertrokken ze naar Nederland om daarna carrière te maken terug in hun geboorteland. Met het eerste verlof nog eenmaal terug naar Nederland om een vrouw te zoeken en vervolgens terug naar Indonesië waar de cyclus opnieuw begon.

Zijn oudste zoon Paul Adriaan (mijn opa) werd dus geboren in Indonesië uit een huwelijk met Suzanna Boucher (een française). Vanaf nu wordt de wereld kleiner en het leven avontuurlijker ;-D. Deze Paul Adriaan trouwt met, de in Johannesburg geboren, Maria Livia Christina de la Lande Cremer, waaruit onder meer mijn vader Paul Adriaan geboren werd in 1930 (Medan, Indonesië). Driemaal raden…..inderdaad de oudste zoon van de oudste zoon. De WOII gooide roet in het eten en de familietraditie met begrip tot de tropen stopt hier dan ook. Met mijn vader houdt eveneens onze (Daum) stamboom op, althans onze directe lijn. Mijn ouders kregen drie dochters en om aan te geven dat er toch echt niet nog een kind zou komen, gaven ze hun jongste dochter de initialen P.A. mee. Inmiddels hebben mijn zussen en ik zelf kinderen, maar geen van onze kinderen draagt ‘onze’ achternaam, dus van ons hoef je geen ‘daum appeltjes’ meer te verwachten. Ook de broers van mijn vader hebben gezamenlijk maar één zoon voortgebracht. Het is aan hem om de naam hoog te houden :).

Het uitzoeken van mijn stamboom (genealogie) bleek echt een beetje verslavend, maar dan in de allerbeste vorm. Het laat je niet los, je móet verder zoeken, je wilt steeds meer weten…….. Blijven schudden dan maar?