‘VEUR DE RIEK’N’

Het zuiden van Nederland is inmiddels tot rampgebied uitgeroepen vanwege de enorme regenval en de gevolgen daarvan. Een lokale (Limburgse krant) zal later vandaag melden: ‘Zware regenval zorgde donderdag voor gigantische problemen in Zuid-Limburg. Donderdagavond hielden de buien na drie dagen eindelijk op, maar de overlast is nog steeds niet voorbij. Nu het Maaswater snel stijgt zetten steden en dorpen langs de rivier zich schrap.’ Het beschrijft een ongekende situatie die door de heftige beelden krachtig wordt onderschreven. Hoe anders is het in het noorden. Vandaag is het hier weliswaar iets minder droog en zonnig dan gisteren, maar voor ons is het toch uitstekend weer voor een vervolg stukje Drenthepad. We willen vandaag lopen van Eelderwolde naar landgoed De Braak en vervolgens door naar landgoed Vosbergen. Eelde-Paterswolde is ‘veur de riek’n’ zeiden ze vroeger al in Groningen. Geld dat in Groningen verdiend was, werd uitgegeven in Eelde en Paterswolde, waar in de 18e en 19e eeuw prachtige landgoederen en buitenverblijven werden gebouwd. We zijn benieuwd!

Zorg voor de huiszwaluwen

We hebben onze eerste stappen nog niet op het graspad langs het water gezet of de regen gaat over van een enkele drup naar een gestage miezer. We zien een een emmer aan een touw op de oever liggen met daarbij de vraag of de voorbijganger bij droogte de emmer wil vullen met water uit de sloot om de keileemplaatsen (kuilen in de grond) nat te houden. De huiszwaluwen in deze buurt hebben namelijk goede keileem nodig om hun nesten te bouwen. Gezien de plassen op ons pad is dit duidelijk niet nodig vandaag. Het geeft echter wel aan hoe er in dit gebied, we lopen nog steeds in De Onlanden, aandacht aan de natuur wordt geschonken. Ondertussen doet de regen er nog een schepje bovenop en voelt het inmiddels meer alsof we onder een grote douche staan.

De regen outfit

Oei, hier moet, willen we de inhoud van de rugzak een beetje drooghouden, die oranje regenbescherming echt aan te pas komen. Ik lees dat lopen in de regen zo zijn voordelen heeft. Als eerste loop je bij regenweer in veel gezondere lucht. Vervuilende stoffen als koolstofdioxide lossen makkelijker op in water dan in (droge) lucht. Bovendien stijgt na een regenbui de (partiële) luchtdruk, wat weer zorgt voor extra zuurstof voor je spieren. Goed om te weten ;). Het schijnt dat echter vooral het psychologische effect lopen in de regen zo gezond maakt. Lopen in de regen wordt als rustgevend ervaren door de stilte (er zijn weinig mensen buiten) en het bijna hypnotiserende geluid van vallende druppels op de regenkleding. Hmmm, misschien moeten we langer in de regen wandelen om dit hypnose effect te waarderen? Op dit moment vind ik het vooral lastig dat mijn capuchon me belemmerd in mijn vrije uitzicht op mijn omgeving en neem ik mijn natte haren en beslagen bril maar voor lief om te kunnen genieten van de kleuren om me heen. Want dat is waar, de natuur ziet er inderdaad anders uit in de regen, alles glinstert meer en alle kleuren zijn intenser.

Landgoed De Braak (RK)

Na een kleine omweg, vanwege werkzaamheden aan de weg, bereiken we landgoed De Braak. Dit landgoed is in 1825 aangelegd door de bekende tuinarchitect Lucas Pieter Roodbaard. Hij heeft als één van de eersten in het begin van de 19e eeuw in het noorden tal van parken en buitenplaatsen in Engelse landschapsstijl aangelegd. Volgens kenners zijn ‘Roodbaardtuinen te herkennen aan een romantische stijl met ronde vormen en slingerpaadjes wat destijds vernieuwend was, want hoekige vormen waren meer gewoon voor tuinontwerpen’. Landgoed De Braak is een historische buitenplaats, hetgeen betekent dat het hier gaat om een monumentaal huis dat een onlosmakelijk geheel vormt met het omliggende park. Het geheel bestond al rond 1700 en was toen eigendom van luitenant ter Voet van Schelfhorst en zijn vrouw Fraulein von Braake. Het kan zijn dat de naam van het landgoed hierdoor verklaard kan worden, maar het kan ook zijn dat De Braak is afgeleid van ‘broek’, wat laag drassig land betekent.

Nostalgie

Eind negentiende eeuw kwam het landgoed in bezit van de Groninger industrieel Jan Evert Scholten. Hij liet het landhuis afbreken en stelde het park open voor het publiek. Er moest destijds een toegangskaartje van 10 cent gekocht worden voor het landgoed. Daarvan ging 5 cent naar de armen in Paterswolde en 5 cent naar het ziekenhuis in Groningen.

Wandelen in de berceau (RK)

Het is werkelijk genieten in dit park met allerlei bijzondere verrassingen. We lopen langs een meanderende rivier, langs vijvers die een belangrijke kraamkamers zijn voor padden, langs kronkelende paadjes, langs een doolhof en door een zogenaamd berceau, een pad met een koepel van haagbeuken. Dit stamt nog uit de tijd dat het mode was om vooral geen kleurtje door de zon te krijgen: de dames konden in de berceau mooi in de schaduw wandelen.

Ondertussen is de regen gestopt en schijnt er een waterig zonnetje. Via een groot hek verlaten we dit landgoed om aan de andere kant van de weg een nieuw landgoed te betreden, landgoed Vennebroek. Vennebroek is een landgoed van 17 hectare ten noorden van Paterswolde, grenzend aan het landgoed Friesche Veen. Volgens de site kun je hier ‘eindeloos wandelen door een prachtig parkbos, langs weilanden en majestueuze beuken- en eikenlanen’. In 1912 werd het landgoed gekocht door de Groninger koopman Pieter Arnold Camphuis, die een paar jaar eerder het landgoed Friesche Veen met het zich daar bevindende meertje had verworven en sindsdien vormen Vennebroek en Friesche Veen een eenheid. Weet je trouwens dat de naam Friescheveen waarschijnlijk te maken heeft met het feit dat de arbeiders voor de veenontginningen destijds uit Friesland kwamen? Zij werden aangetrokken omdat de plaatselijke bevolking niet ‘becwaem’ genoeg gevonden werd.

Huize Weltevreden

Tussen 1909 en 1910 werd aan de westzijde van het gebied een huis gebouwd, dat Huize Weltevreden werd genoemd, maar later ook wel bekend stond als ‘het Zusterhuis’ omdat er verpleegsters gehuisvest werden. Vanaf het huis loopt een betonnen steiger het meer in, zodat zwemmers niet over de modderige oever hoeven te lopen.

Alert en afwachtend (RK)

Vlak voor het huis zien we opeens een hert, wat zich tegoed doet aan de verse, jonge bladeren vlak langs de oever van het meer. Muisstil staan we te kijken en te genieten van dit onverwachte spektakel. Als het hert ons eindelijk opmerkt (aan haar gehoor mankeert niets!) en uit ons zicht verdwijnt, lopen wij verder over een smal pad totdat we een bankje ontdekken met fantastisch uitzicht over het meer.

Uitzicht over het Friesche Veen

Ideaal voor een reflectie momentje en om even door te praten over ‘Het Blik’, dat we zojuist gepasseerd zijn. Ook weer zo’n verhaal waarbij je verwonderd vraagt naar het hoe en waarom. Om Thomas van Aquino, een Italiaanse filosoof en theoloog, te citeren: ‘verwondering is het verlangen naar kennis.’

Een blik op Het Blik

Het blijkt dat de oostoever van het meer tussen 1900 en 1907 werd gebruikt als vuilstort van de stad Groningen omdat de dijk verstevigd moest worden. De legakkers (smalle stroken land waarop de turf te drogen werd gezet) waren door de jaren heen begroeid met bomen, die langzamerhand veel te zwaar werden en daardoor omvielen, waardoor de wind vrij spel kreeg en de dijk werd bedreigd. Het stadsvuil uit de stad moest de dijk verstevigen. Met dit afval kwamen echter ook plantenresten mee uit de Groninger stadstuinen, waaruit de wat bijzondere begroeiing voor een natuurgebied is voortgekomen. Op de dijk in noordelijke richting groeien namelijk appelbomen, druiven, frambozen en aalbessen. Tussen de planten zijn zelfs nu nog potten, pannen en deksels te zien, vandaar dat de dijk ‘de blikwal’  of kortweg ‘Het Blik’ genoemd wordt.

In de verte zien we de Witte Molen (RK)

Ondertussen zijn we aangekomen op de dijk, verlaten we dit landgoed en slaan we rechtsaf over een smal bruggetje om onze weg over een halfverharde zandweg tussen twee weilanden te vervolgen. In de verte zien we de, ons bekende, Witte Molen. Het huidige rijksmonument ‘De Witte Molen’ werd in 1892 gebouwd. Bij deze molen stroomt de Drentsche Aa onder het Noord Willemskanaal door. Hiermee is de oude beekloop hersteld en komt het water via de oude Aa in het Friesche Veen. We steken de oude Aa over en zien vrijwilligers druk bezig met het verwijderen van exoten (in dit geval: uitheemse planten die zich hier hebben gevestigd maar hier oorspronkelijk niet vandaan komen). Zwaar werk.

Een tapijt van varens

We zijn langzamerhand aangekomen bij ons eindpunt van vandaag: landgoed Vosbergen, opnieuw een onderdeel van de ‘landgoederengordel Eelde’. Hier begon het allemaal met het echtpaar Kraus-Groeneveld, dat in 1890 een boerderij en wat bos kocht. De boerderij werd in de loop van de tijd uitgebouwd tot de huidige villa en het landgoed tot zijn huidige omvang van 110 ha.  Dat het hier vochtig is, is goed te zien aan de vele uitbundig groeiende varens.

Je voelt je nietig temidden van al die hoge bomen (RK)

In dit gebied moeten zich onder andere een grafheuvel, een pinetum of naaldbomentuin met het graf van het echtpaar Kraus-Groeneveld en het Museum Vosbergen met oude muziekinstrumenten bevinden. In ons enthousiasme lopen we iets te ver door, de omgeving is hier werkelijk prachtig, waardoor we het museum al hebben ontdekt. De rest hopelijk tijdens onze volgende ontdekkingsreis door dit gebied ‘veur de riek’n? 

BEKEND TERREIN

Qua weer kent Nederland deze dagen een tweedeling, waarbij het noorden dit keer eens het langste lootje heeft getrokken. De afgelopen- en de komende dagen werd en wordt er, vooral in Limburg, zeer veel regen verwacht, waarbij weercomputers berekenen dat er ruim 100 millimeter kan vallen in drie dagen tijd. Meer dan normaal in een hele maand! Voor Drenthe zijn er echter geen waarschuwingen afgegeven, niet voor regen noch voor wind, terwijl de temperatuur rond de 20 graden zal blijven. Met andere woorden……ideaal wandelweer!

We lopen vandaag door bekend terrein; van het Leekstermeer naar Roderwolde en door naar Eelderwolde. Wold(e) of woud(e) is afgeleid van het Oudnederlandse woord ‘walt’ en het Middelnederlands ‘wout’, wat ‘uitgestrekt of zompig bos’ betekent. Een woud was vroeger niet alleen bos, maar meer een grote onontgonnen vlakte of ruimte. Zand, veen en klei zijn de elementen die dit gebied gevormd hebben.

Uitzicht over het Leekstermeer

We wandelen over fietspaden langs Leutingewolde, een buurtschap wat eveneens deel uitmaakt van het zgn. woldgebied, aan de ene kant en een veld vol ‘doedhaomers’…… aan de andere kant. Leutingewolde is van oorsprong een kluft. Een kluft, klauw of clauw had geen eigen kerk, maar soms wel een kapel. Een kluft kan dan als een synoniem van een wijk of buurtschap worden gezien. Leutingewolde is altijd een onderdeel geweest van  Roden, hoewel je kunt zeggen dat het eigenlijk dichter bij Leek ligt.

Wandelen over fietspaden (RK)

Dan de ‘doedhaomers’. Heerlijk zo’n merkwaardig woord in een dialect, waarvan je geen idee hebt wat de betekenis zou kunnen zijn. In dit geval is het Gronings en om helemaal precies te zijn komt het uit het oosten van die provincie. Rara, wie daar vandaan komt? Namen met het element doed– of duud– worden verklaard door de wolligheid van de bloemkolf, die vergelijkbaar is met een ‘dot’ garen. Een duudhoamer of doedhoamer is dan een ‘pluizige, zachte hamer’.

‘Doedhaomers’

De naam van de grote lisdodde (typha latifolia), want daar gaat het hier over, kan zijn afgeleid van ‘tiphos’ wat moeras of plas betekent, wat zou verwijzen naar de plek waar deze plant groeit. Het kan echter ook komen van ‘typhe’ wat wordt vertaald als kattenstaart en zou refereren naar de vorm van de bloei. Om het nog lastiger te maken zou de naam ook afgeleid kunnen zijn van ‘typhein’ wat branden betekent of van ‘typhè’ wat staat voor rook maken, smeulen of verbranden. Vroeger zou de ‘sigaar’ zeer waarschijnlijk gebruikt zijn als tondel bij het maken van vuur. Doordat de pluizen in de aar zo dicht opeen gepakt zijn, blijft de binnenste pluis altijd droog, ook bij regen. De vijfde mogelijkheid ter verklaring van de naam is een afleiding van ‘typhos’ wat zich iets verbeelden betekent. Misschien omdat deze plant met gemak 2 meter hoog kan worden?

We steken de Rodervaart over en lopen verder over de Sandebuursedijk. Links van ons zien we ‘een rij boerderijen naast elkaar gelegen in een ogenschijnlijk eenzame wereld’, Sandebuur. Sommige historici denken dat er tussen de meest oostelijke boerderij van Sandebuur en de begraafplaats van Roderwolde ooit meer huizen hebben gestaan. Hoe het ook zij, voor ons is Sandebuur inmiddels een bekende plek vanwege de kaas van Eytemaheert. Op deze natuurboerderij maken ze van ‘de melk van onze raszuivere Polderpanda’s de heerlijkste kaas. Niet alleen zijn onze Blaarkop koeien puur Blaarkop, ook hun voeding is dat (100% gras) en de manier waarop onze Polderpanda’s leven is zo natuurlijk mogelijk. Wanneer je deze kaas koopt, draag je bij aan de instandhouding van dit zeldzame runderras.’ Wij dragen graag ons steentje bij :). 

Ondertussen komt de molen van Roderwolde in zicht.  Het is langzamerhand tijd voor een lunch, waarvoor we de grote ‘flint’, het Drentse woord voor veldkei, bij het haventje in gedachten hebben. Met zicht op zowel het water als de molen is het daar volop genieten van onze meegebrachte etenswaren. 

Lunchen rond de flint (RK)

De olie- en korenmolen Woldzigt (opeens begrijp je de betekenis van zo’n naam ook beter) is volgens velen de mooiste molen van Drenthe, en misschien wel van heel Nederland. De molen, ‘een achtkante bovenkruier met stelling’, is niet alleen bijzonder vanwege de ouderdom en de gaafheid, maar ook vanwege het feit dat de molen twee functies kent. Naast het feit dat de molen ‘maalvaardig’ is, wordt er ook regelmatig olie geslagen, waarbij op een ambachtelijke wijze lijnolie wordt verkregen. De verwerking van lijnzaad tot lijnolie gebeurt nog precies op dezelfde manier als vroeger.

Woldzigt

We lopen eigenlijk de hele dag al door De Onlanden, een laagveengebied ingeklemd tussen de zandgronden van Drenthe en de Groningse klei. Vroeger was dit gebied één groot veenmoeras, ongeschikt voor landbouw en ook verder onbegaanbaar voor de mens; een echt ‘Onland’, hetgeen zoveel betekent als ‘onbruikbaar woest land, met name moerasland’. Hoewel De Onlanden tegenwoordig wordt beschouwd als een nieuw natuurgebied waarvan de inrichting in 2005 is afgerond, klopt dat niet helemaal. In feite is De Onlanden een wetland (een watergebied van internationale betekenis) dat al vanaf het einde van de laatste ijstijd, dus al meer dan 10.000 jaar, bestaat. Pas gedurende de laatste eeuw werd dit wetland stapsgewijs ingepolderd en drooggelegd tot een natuurgebied van circa 3.500 aaneengesloten voetbalvelden groot met volop ruimte voor overtollig water. Bij langdurige, hevige regenval zorgt dit gebied ervoor dat de stadjers (Groningers) droge voeten houden. Volgens velen is dit gebied de ‘kroon op de kop van Drenthe’. ‘De kop hoort erop’ is een sentiment wat ook nu nog veel bijval krijgt. Wist je dat dit stukje Drenthe bijna bij de provincie Groningen had gehoord? In 1975 waren er acties tegen het voornemen van de regering om Nederland in 26 provincies te verdelen. De nieuwe indeling had tot doel de provincie Groningen uit te breiden met de Noord-Drentse gemeenten Eelde, Peize, Roden en Zuidlaren. De Drentenaren voelden hier echter weinig voor en met de campagne “de Kop hoort erop!” ging het plan niet door. Leuk om te weten is dat De Onlanden ook eeuwenlang de natuurlijke noordgrens van Drenthe vormde. Het reizen over land eindigde bij Peize, Roden en Roderwolde. Deze dorpen waren toen in feite havenplaatsen. Om verder naar ‘Stad’ te gaan moest je met de beurtschipper door het uitgestrekte wetland varen. In de tijd voor de aanleg van goede wegen, dus ruwweg voor 1900, was vervoer over water één van de belangrijkste transportmiddelen voor zowel goederen als personen. De dorpen Peize en Roderwolde hadden dan ook elk een gegraven verbinding met het Peizerdiep, respectievelijk de Peizer- en Roderwolder Schipsloot, en een kleine haven. Deze vaarverbinding sloot aan op het Hoendiep waardoor een verbinding met de stad Groningen een feit was. De ticheloven (steenoven waarin je tegels bakt) aan het Peizerdiep heeft waarschijnlijk omstreeks 1670 voor het laatst gebrand. Daarna diende het haventje aan het einde van de Schipsloot als aanvoerhaven voor stenen die in Groningen en Friesland waren gebakken. Het haventje van Peize bestaat inmiddels allang niet meer als zodanig, maar het haventje van Roderwolde is in 2006 weer in ere hersteld na initiatieven vanuit de bevolking.

Gedicht onderweg

Onderweg komen we een gedicht tegen over de Peizermade. Een made (maat, mede, meet of (Fries) miede) is een stuk grasland dat meestal als hooiland gebruikt wordt. Het natuurgebied De Peizer- en Eeldermaden, onderdeel van het grotere natuurgebied De Onlanden, wordt doorsneden door het Eelderdiep, waarbij de Peizermade ten westen hiervan ligt en de Eeldermade ten oosten. Enkele wegen in De Onlanden liggen er trouwens ook al honderden jaren, zoals b.v. de Roderwolderdijk, waar we eerder vandaag overheen gelopen zijn. Deze dijk is ooit aangelegd als een verbinding tussen het klooster van Aduard en De Kleibosch, een natuurgebied net ten oosten van het dorpje Foxwolde, om potklei te kunnen delven. We zijn hier niet echt doorheen gelopen, maar hebben het wel rechts van ons zien liggen. Daar herinneren tal van uitgegraven kleiputten en restanten van oude kanaaltjes nog aan de industriële bedrijvigheid van toen. Toch bijzonder zo’n stukje geschiedenis op bekend terrein. De Franse schrijver Gustave Flaubert (1821-1880) zei in zijn tijd al: ‘Reizen maakt je bescheiden. Je ziet wat een verschrikkelijk klein plekje je inneemt op de wereld.’ We eindigen onze tocht vandaag in de Onlanderij waar je midden in de natuur terecht kunt voor koffie met huisgemaakt gebak ‘bereid met ambacht, liefde voor het vak en een natuurlijke lach!’ Als dat geen goede afsluiting is…….

‘THE BIG VIEF’

De laatste dagen hebben we met diverse mensen over de zogenaamde ‘big five’ gesproken. Je kunt het tegenwoordig niet zo gek bedenken of er bestaat wel een ‘grote vijf’ van en mocht dat nog niet het geval zijn, dan bedenk je er toch eentje?! De bekendste reeks is natuurlijk de ‘Wildlife Big Five’ uit Afrika. Deze bestaat, zoals je waarschijnlijk wel weet, uit de leeuw als de koning der dieren, de olifant als het grootste landdier ter wereld, de buffel als het gevaarlijkste dier van deze vijf, de neushoorn als de meest bedreigde soort en het luipaard als het moeilijkst te spotten dier van het stel. De term big 5 komt uit de tijd van de ‘big game’ jagers. Dit waren destijds de vijf lastigste grote wilde dieren om op te jagen. Ook in Nederland kennen we een ‘grote vijf’ die bestaat uit de ree, het edelhert, het wilde zwijn, de bever en de zeehond. Zeker bijzonder, maar ik denk niet dat we deze dieren veel tegen zullen komen op ons Drenthepad. Gelukkig, voor ons, kennen ze in Drenthe hun persoonlijke ‘Big Vief’ met hun eigen unieke rassen. Zeldzame dieren die deel uitmaken van het Nederlands levend cultureel erfgoed. Het rijtje dat ik het meest tegenkom omvat het Drents Heideschaap, de Nederlandse Landgeit, de Bonte Bentheimer (een varken), de Drentse Hoen en de Groninger Blaarkop. Hee, de Groninger Blaarkop? De verklaring is dat Drenthe lang haar eigen soort runderen heeft gehad, vooral voor de mestproductie, maar dat ze de komst van kunstmest en de vraag naar hoog producerende melkrassen niet hebben overleefd. De koe van de buurprovincie heeft daarom een plek in de Drentse Big Vief gekregen met name omdat de blaarkop of de ‘polderpanda’, zoals deze koe ook wel genoemd wordt, bijna even zeldzaam blijkt te zijn als de Chinese panda. Een merkwaardig feit! Desondanks lijkt me dit wel een uitvoerbaar lijstje, dus we gaan ervoor!

We willen vandaag het ontstane gat (van de vorige keer) dichten. We lopen eerst van Roderesch naar Mensinge, dan door naar Roden en vervolgens verder naar Leek. Een totaal van zo’n 13 kilometer, meer dan ik tot nu toe heb gelopen. Je weet echter nooit wat je kunt, totdat je het probeert. Met dat sentiment gaan we welgemoed van start.

Roderesch ligt vlakbij het dorpje Eén, waar de kapper eens een begrip was en misschien (in de herinnering) nog steeds is. Deze kapper werd vlak na de oorlog beroemd door zijn behandeling van kaalhoofdigen met een speciaal haarwater. Het middel werkte echter niet goed, de zaken gingen steeds slechter en de kapper werd uiteindelijk steeds meer gezien als oplichter. Grappig hoe zulke verhalen blijven hangen. Vandaag lopen wij echter de andere kant op en wanen we ons al snel ver van de bewoonde wereld. Heerlijk hoe je zo midden in de natuur loopt en alleen soms ver weg de geluiden van ‘de beschaving’ hoort. De geluiden dichtbij zijn die van vogels en insecten. Deze zomerse dag is een heerlijke dag om te wandelen, minder fijn zijn sommige beestjes die bij dit warme weer horen. Wat mij betreft zouden de teek, de mug en de eikenprocessierups zeker in de ‘big 5 gevaren in de natuur’ mogen voorkomen. Over die andere twee moet ik nog wat langer nadenken……. wespen?, berenklauw? 

Jeukende rode vlekken of blaasjes van berenklauw

Een groot deel van deze etappe loopt door het Mensingebos en het Moltmakersstuk, het grootste stuk heide dat hier dwars doorheen loopt. Een moltmaker of moutmaker kiemt koren (vooral gerst) in water, droogt het en brouwt er vervolgens bier van. Heeft dat hier vroeger plaatsgevonden? Ik kan het nergens terugvinden. Wel moeten hier ergens Nederlandse Landgeiten lopen om de heide gezond en open te houden. Helaas………..

De omgeving van Roden bestond eeuwenlang uit heidelandschap totdat Jan Wilmsonn Kymmell (1761-1823), burgemeester van Roden, besloot hier bossen aan te leggen. Hout kon namelijk goed verkocht worden, hetgeen generaties lang op havezate (burcht) Mensinge gebeurd is. Ook het Sterrebos hoorde bij Mensinge. Vroeger heette dit bos, wat al is aangelegd rond 1700, toepasselijk het ‘oude bos’. De acht paden die op dit punt samenkomen vormen op de plattegrond een ster, een ontwerp vorm dat toentertijd vaker werd gebruikt om de allure van parken en landgoederen te versterken. De lange rechte paden waren speciaal aangelegd voor de jacht, maar tegelijkertijd gold toen ook de regel: hoe meer paden in een bos, hoe groter het aanzien van het landgoed, hetgeen uiteindelijk een willekeur aan paden in het bos heeft opgeleverd. Jan’s nazaat Coenraad Wolter Jan Kymnell (1863-1924) was in zijn tijd geen bekende kunstschilder, maar hij was wel de broer van Christina Sophia Kymnell die tot haar dood in 1949 op Mensinge heeft gewoond. Tijdens zijn vele verblijven op de havezate heeft hij het omringende landschap vaak geschilderd. Op een aantal plekken staat een lijst in het landschap met daarnaast het schilderij van toen. Het valt niet mee om het landschap van destijds te herkennen, er is veel veranderd in honderd jaar!

Hier heeft Coenraad destijds het landschap geschilderd

In een wedstrijd om de titel ‘Drenthe in een notendop’ zou dit hele gebied hoge ogen gooien, want op twee vierkante kilometer vind je hier bijna alle elementen van het klassieke Drentse landschap bij elkaar. We lopen langs prachtige overhangende bomen, smalle kronkelpaadjes, heide, houtwallen, verstilde vennen en het beekdal van het Peizer Diep om te eindigen bij een havezate. Inderdaad een magnifiek gebied. 

Veel varens in het Mensingebos
Vistrap in het Peizer Diep
Langs het Peizer Diep (RK)

Ons volgende stuk loopt naar Roden. We ronden de havezate en zien aan de achterkant een eerbetoon aan de dichteres M. Vasalis, pseudoniem van Margaretha (Kiekie) Drooglever Fortuyn-Leenmans (1909-1998). ‘Vasalis’ is een Latijnse vorm van haar achternaam ‘Leenmans’. Ze woonde van 1964 tot haar overlijden in 1998 in Roden (Huis De Zulthe). Ter gelegenheid van haar honderdste geboortedag ontwierp Eric de Lyon het monument ‘Tijd’. Hij verbeeldt met zijn kunstwerk een vijftal dichtregels in de vorm van betonnen balken op een plateau van gras. Geschuurde zwerfstenen waarop letters zijn uitgestraald vormen samen de dichtregel ‘ik droomde dat ik langzaam leefde… langzamer dan de oudste steen’. Ze zijn met lange pennen in de betonnen balken (regels) bevestigd. De andere regels zijn kaal; ‘ze nodigen uit om te gaan zitten, kijken en genieten te midden van de fruitbomen en stinzenplanten.’ Naast de vaste regels zijn losse stenen met letters gemaakt die in een soort dozen van draadstaal klaarliggen voor een creatieve geest. Misschien iets voor een andere keer?

Poezie monument Vasalis

Voor nu laten we het dorp links liggen en vervolgen we onze weg over een zogenaamd schouwpad. Een schouwpad is een pad langs een watergang waar een vertegenwoordiger van het waterschap de schouw (inspectie van de sloten) kan uitvoeren. Talrijke bruggetjes onderbreken het waterlint. We steken het water over en lopen via een bospaadje, een schelpenpaadje en graspaden letterlijk achterlangs het leven. Vaak paralel aan een grotere weg, maar dusdanig door bomen en/of wallen gescheiden dat we (bijna) niet in de gaten hebben dat we zo dicht langs de huizen lopen. Onze mooiste ervaringen zijn niet de luidruchtigste, maar onze stilste momenten (Friedrich Nietzsche). 

Langs het schouwpad

Met het oversteken van een drukke weg beginnen we aan onze laatste kilometers van vandaag. Ook nu voert het pad ons door de natuur, weg van het lawaai van de nabij gelegen verkeersweg. Bospaden, knuppelpaden (houten vlonderpaden) en schelpenpaden leiden ons naar ven ‘Het Vagevuur’, een naam die tot de verbeelding spreekt. Dit vennetje, in het gebied ‘Natuurschoon’, is één van de oudste nog herkenbare elementen in de omgeving. In een resolutie van Gedeputeerde Staten van Groningen van 8 augustus 1626, dus tijdens de 80-jarige oorlog, wordt al gesproken van een garnizoen op ‘het fort Vegevuir’. Later heeft het vennetje de naam ‘Vagevuur’ gekregen en wordt de nabijgelegen boerderij ‘Veghevuir’ genoemd.

Ven ‘Het Vagevuur’ (RK)

Maar de geschiedenis van het Vagevuur gaat nog veel verder terug. Dit ven is een mooi voorbeeld van een zogenaamde pingoruïne, één van de tientallen, zo niet honderden in Drenthe. Pingoruïnes zijn vennetjes die aan het eind van de Weichsel-ijstijd (maar liefst 116 tot ruim 11 duizend jaar geleden) werden gevormd doordat eerder gevormde ijsheuvels (pingo’s) smolten. Maar niet elk Drents waterplasje is een pingo-ruïne. Door boringen in de ondergrond kan het bodemprofiel van een ven, meertje of kuil in kaart gebracht worden. Uit de karakteristieke opbouw en vervormingen in de grondlagen kan dan worden bepaald of het inderdaad om een oude pingo gaat. In 2000 is het slib uit het Vagevuur gebaggerd. De stobben die in droge tijden boven het water uitstaken zijn toen ook grotendeels verwijderd. Een C14 onderzoek, om de ouderdom vast te stellen, bracht aan het licht dat deze stobben bijna 8000 jaar oud waren. Verbazingwekkend, zo dicht bij huis!

Een kogelronde vijver (RK)

Even later lopen we door het bos om een kogelronde vijver. Dit moet haast wel door mensenhanden zijn aangelegd, maar is daarom niet minder mooi. Met het eindpunt dichtbij hebben we ondertussen eigenlijk nauwelijks (op grote afstand telt niet) iets van de Drentse Big Vief gezien. We hebben echter nog een kleine 300 kilometer te gaan, dus ik heb er alle vertrouwen in dat dat uiteindelijk wel goed zal komen. Tenslotte ligt alles op loopafstand als je maar tijd genoeg hebt (Steven Wright).

DE WEG ONTVOUWT ZICH

‘Als je wandelt vanuit vertrouwen, ontvouwt de weg zich vanzelf’ en ‘laat je leiden door jouw voetstappen zonder vooropgezet plan en zonder na te denken over jouw route’ zijn zomaar een paar wandelcitaten die ik onlangs las op een wandel blog. Hoewel deze teksten mij zeer aanspreken en ik zeker gewoon op de bonnefooi zou willen genieten van al het moois om me heen, ben ik toch bang dat zo’n tocht me niet zal brengen wat het volgen van een pad met beschrijving mij tot nu toe wel schenkt. Rust in het hoofd, geloof in mezelf en een voldaan gevoel nadien. Hippocrates, de ‘vader’ van de moderne geneeskunde, zei in zijn tijd al dat wandelen het ultieme medicijn is. Sinds die tijd heeft wetenschappelijk onderzoek keer op keer bevestigd dat zijn uitspraak klopt. Volgens de Ierse neurowetenschapper Shane O’Mara bevrijdt lopen onze geest, sterkt het ons geheugen en scherpt het onze zintuigen. Neuropsycholoog Erik Scherder stelt daarnaast nog eens dat je meer productiviteit en creativiteit ervaart bij inspanning (lees hier: wandelen). Iets om te onthouden. 

We gaan met een goed gevoel op stap. Volgens het weerbericht hebben we te maken met ‘gemiddeld zomerweer’ met mogelijk wat regen. De regenjassen worden uit voorzorg om het middel geknoopt zodat we op alles voorbereid zijn. We lopen de etappe Langelo-Roderesch, willen dan lunchen in Herberg van Es om er vervolgens nog een etappe aan vast te knopen. De bedoeling is een dikke tien kilometer te lopen door de ‘Noord-Drentse esdorpen’. Wat is een esdorp eigenlijk precies? Het ‘geheugen van Drenthe’ omschrijft: ‘esdorpen werden gekenmerkt door een geconcentreerde bebouwing waarbij de gebouwen, al dan niet in groepen, op niet al te grote afstand van elkaar lagen. In of aan de randen van het dorp kwamen meestal één of meerdere grote open ruimtes voor, de brinken.’ Een es is dan een speciaal soort akker, die vanaf de middeleeuwen is ontstaan op zandgronden. Door het toebrengen van mest kregen de akkers een bollende vorm en een dikke laag ‘eerdgrond’ bovenop de zandgrond. De grenzen tussen de individuele percelen waren alleen maar aangegeven door een dieper geploegde voor en/of door stenen op de hoeken. We gaan erop letten onderweg!

bron: internet

Ongeveer halverwege Langelo en Lieveren kruisen we het Oostervoortsche Diep waar een faunapassages is gemaakt voor otters. Otters steken hier de weg over tussen het Friese Veen en het Paterswoldsemeer omdat de stuw in het water de doorgang voor de dieren blokkeert. Een gevaarlijke onderneming! De tunnel bleek een uitkomst. Veel dieren, inclusief de otter, maken er regelmatig gebruik van en kunnen zo op een veilige manier hun route vervolgen. Een monitor laat zien dat ook een haas en een eendenfamilie, dieren waarvan je het niet zou verwachten, zo’n tunnel wel een goed alternatief vinden. 

De ottertunnel bevindt zich letterlijk onder ons

Even later laten we de weg voor wat hij is, drinken we een snel kopje koffie ‘en route’ en vervolgen we ons pad door een weiland, langs een beek en langs een akker. Hier groeit een graan met een korte aar en lange haren. Hoe zit dat ook alweer? Gerst, haver, rogge en tarwe zijn de meest voorkomende granen die in Nederland verbouwd worden. Haver is de meest herkenbare graansoort met een aar waarin de graankorrels losjes aan twijgjes hangen. Ja, dat is mij inderdaad bekend, maar die andere drie? Iets met aren en haren die het verschil duidelijk moeten maken? Even zoeken leert dat gerst vooral te herkennen is aan de lange pluimen aan de aar en dat de aar al vroeg buigt. Rogge heeft ook pluimen aan de volle aar maar veel minder lang en rogge buigt pas als de aar begint te rijpen. Verder is de plant blauwgroen, wat mij toch een duidelijk herkenbaar aspect lijkt?! Tarwe tenslotte heeft vrijwel geen pluimen aan de aar en de aar blijft bovendien rechtovereind staan. Samenvattend moet hier haast wel rogge staan, hetgeen door onze meewandelende deskundige op dit pad (‘ik loop dit stuk al voor de derde keer……’) wordt beaamd. Rogge geldt tenslotte als hét graangewas van de zandgronden. En passant leren we nog een paar weetjes over rogge, n.l. dat de uitdrukking ‘het kaf van het koren scheiden’ niet op deze graansoort van toepassing is, omdat roggekorrels geen kaf hebben en volledig gebruikt worden bij de bereiding van meel. Daarnaast zwelt rogge op als het in contact komt met water, waardoor je bij het eten van roggebrood of ontbijtkoek sneller een verzadigd gevoel krijgt. Onze hersenen worden vandaag op verschillende manieren gestimuleerd 😉

Een feestje voor het oog

Ondertussen komt Roderesch in zicht. Het achtervoegsel ‘esch’ refereert aan het geografische begrip es, de naam betekent dus eigenlijk ‘Es van Roden’. Grappig om zo’n naam nu beter te kunnen plaatsen. De eerste zes huizen van Roderesch (uit 1850) werden bewoond door arme boeren die zich bezighielden met het ontginnen van heide. In die tijd was er in Drenthe heel veel heide. Heide is één van de eerste plantjes die op zandgronden voet aan de grond weet te krijgen. Met zijn wortels houdt heide het zand vast en voorkomt zo dat het gaat stuiven. Volgens de toen geldende opinie was heide echter nutteloze grond waar je beter landbouwgrond van kon maken. Toch vormde de heide eeuwenlang een essentieel onderdeel van het landbouwsysteem op de zandgronden. Daarbij was de functie van heide de productie van plaggen en schapenmest voor de akkerbouw. We lopen onze laatste meters, steken de Norgerweg over en nemen plaats op het terras van de herberg. Hoewel de zon nog steeds lekker aan de hemel staat, zien we in de verte dikke donderwolken diezelfde hemel zwartblauw kleuren. Is er dan toch lokaal onweer op komst? Misschien moeten we ons plan voor het tweede deel van onze tocht dan een beetje aanpassen?

Dreigende luchten boven Nienoord

We werpen deskundige blikken omhoog om de onweerswolken te beoordelen. Zijn dit inderdaad ‘cumulonimbus-’, onweers- of buienwolken? Wolken die een lage wolkenbasis hebben, maar tegelijkertijd zeer hoog en dicht kunnen zijn? Het resultaat van deze (donder)wolken is veelal het ontstaan van regenbuien waarbij ook onweer een vaak voorkomend verschijnsel is. Terwijl we onze weerkennis zo snel mogelijk opvijzelen, lezen we over een geïsoleerde vorm van een cumulonimbus; de in de zomer voorkomende popcornbuien. Dat klinkt fascinerend. Zo’n bui blijkt een zeer lokale, snel vormende bui in de zomer te zijn, waarbij er zeer plotseling erg veel energie vrijkomt en er zeer lokaal noodweer kan ontstaan, meestal kort en krachtig. Lokaal is hier het sleutelwoord. We besluiten daarom een stukje pad over te slaan om onze wandeling te vervolgen met het traject van Leek – Leekster Hoofddiep en zo (hopelijk) het popcorn fenomeen te missen. Alhoewel…….de lucht boven landgoed Nienoord er toch ook behoorlijk dreigend uitziet………

Nienoord is vooral bekend van de voormalige borg Nienoord (’t Huis de Nyenoort) op de plek waarvan zich nu een 19e-eeuws landhuis bevindt. De oorspronkelijke borg is gebouwd in 1525 door de familie Van Ewsum, een familie die een belangrijke rol heeft gespeeld in de geschiedenis van de provincie Groningen. Na diverse eigenaren werd Nienoord in 1884 eigendom van Jonkheer mr. Johan van Panhuys (1836-1907), die de borg in hetzelfde jaar liet herbouwen als villa. Het nieuwe landhuis was fors kleiner dan de oude borg, maar de toegangspoort uit 1708 herinnert nog aan de vroegere glorie. Op 6 november 1907 raakte de koets, waarin de familie Van Panhuys zat, te water. Johan van Panhuys, zijn echtgenote, hun zoon Hobbe en hun schoondochter Elske waren onderweg van Groningen naar Leek, zij verdronken allen in het Hoendiep bij Hoogkerk. Tot 1950 was de kleinzoon van Johan en de zoon van Hobbe nog Heer van Nienoord. Daarna werd de gemeente Leek eigenaar van het landgoed. We lopen langs het landhuis, door het bos en langs de zandweg richting het Leekster Hoofddiep.  Onderweg vinden we een ‘geluk steentje’, een beschilderd steentje wat ergens buiten is neergelegd om gevonden te worden en iemand een geluksmomentje te bezorgen. Als je een ‘Happy Stone’ vindt kun je hem weer verstoppen voor iemand anders om te vinden, maar er zijn ook mensen die ze mee naar huis nemen en ze verzamelen. Onze bedoeling was om de ‘onze’ verderop achter te laten, maar de steen bleek bij thuiskomst nog in mijn broekzak te zitten. Alvast voor de volgende keer. Het eindpunt van deze etappe, net over de brug bij het water, blijkt eigenlijk in ‘the middle of nowhere’ te liggen, waarop we, met een (inmiddels kenners)blik naar de lucht, besluiten dat we best door kunnen lopen naar het Leekstermeer. 

Langs het Leekster Hoofddiep

Hoewel de lucht dreigend blijft, is het nog steeds droog en heerlijk wandelweer. We lopen op ons gemak langs het water, het pad wijst zich vanzelf en we hebben alle tijd om goed om ons heen te kijken.

Moerasspirea voor de rode wijn?

Langs de oever groeit veel moerasspirea (Filipendula ulmaria). Handig zo’n planten app op je telefoon! Haar oude Latijnse naam Regina prati (Koningin der weide) is eigenlijk mooier de huidige. De algemene naam in Frankrijk ‘Reine du prés’ en de Engelse naam ‘Queen of the meadow’ verwijzen nog naar deze oude Latijnse naam. Moerasspirea werd vroeger veel gebruikt om de lucht te verfrissen. De geurige bloemen werden samen met andere bloemen (o.a. kamperfoelie), in huizen en kerken gelegd om onaangename geuren te verdrijven. Moerasspirea maakte ook dranken geuriger; bladeren werden b.v. toegevoegd aan rode wijn. De plant heeft daarnaast eveneens pijnstillende-, koortsverlagende- en ontstekingsremmende eigenschappen en werd gebruikt tegen malaria en buikloop. Tegenwoordig wordt een aftreksel van de bloemen (thee) nog wel eens gebruikt bij griep en verkoudheid.

Een alternatief voor asperges? (RK)

Even verderop zien we het (knikkend) wilgenroosje (Chamerion angustifolium). Hoewel deze plant, naar mijn idee, niets van een roosje heeft, blijkt de naam wilgenroosje te zijn afgeleid van de gelijkenis van de bladeren met die van ….… wilgen. In de Middeleeuwen werd de plant gebruikt tegen kinkhoest bij kinderen, als wondkruid en (de in de zon gedroogde bladeren) voor het trekken van thee. Jonge bladen en jonge scheuten kun je toevoegen in soepen of eten als groente. Maak in het laatste geval de scheuten klaar als asperges. Zo leer je nog eens wat! 

De laatste meters lopen we over een camping om te eindigen bij restaurant Cnossen waar we nog even stilstaan bij de positieve effecten van wandelen….. Jouw eigen doel bepaalt het tempo en de duur van je wandeling. Wil je herstellen van bijvoorbeeld burn-out klachten en stress, dan is het goed om stevig door te wandelen en ook wat langer te wandelen. Wil je tot rust komen, even stoppen met piekeren, dan is het goed om rustig door de natuur te wandelen en je omgeving in je op te nemen. Dit is mindful wandelen en hier kan dertig minuten wandelen je al veel positieve effecten geven, want ‘wandelen is een vorm van luchten van de ziel. Terwijl je voeten meer greep op het pad krijgen, vliegen je gedachten steeds verder weg’. De weg ontvouwt zich.