BESPIEGELINGEN

Tussen de bedrijven door plannen we een dag voor onszelf. Even de zinnen verzetten en genieten van een ‘beloofde’ mooie dag. De keus om een stukje verder te lopen in Drenthe is dan snel gemaakt. We zijn op ‘ons’ pad al een paar keer aanwijzingen tegengekomen over de Drentse periode van Vincent van Gogh (1853-1890). Nu we zuidoost Drenthe te voet ontdekken, moeten we ons toch een beetje verdiepen in het leven van de zo bekende schilder die tijdens zijn periode in Drenthe definitief besloot schilder te worden. Op 30 jarige leeftijd vertrok Vincent vanuit Den Haag naar Hoogeveen, waar hij 3 weken logeerde  op een zolderkamertje bij Albert Hartsuiker. Op 2 oktober van dat jaar vertrok hij met de trekschuit, waar hij na een ‘eeuwig lange vaart’ uiteindelijk arriveerde in Nieuw Amsterdam bij Emmen. Volgens Vincent moest je als kunstenaar de natuur écht kennen en begrijpen. Dat lukte het best op de plek waar je er middenin kon wonen en werken: op het ongerepte platteland. Vincent woonde en werkte enkele maanden in hotel Scholte (het huidige van Gogh Huis Drenthe). In die tijd schilderde en tekende hij wel 40 werken, waarvan de bekendste ‘ophaalbrug in Nieuw-Amsterdam’ is. ‘Onkruid verbrandende boer’ is een krachtig schilderij uit deze periode. Hoewel hij net begonnen was als schilder, slaagde hij erin ‘een intiem avondeffect’ vast te leggen. Ondanks dat de periode die Vincent in Drenthe doorbracht van korte duur was (maar 3 maanden), is het in veel opzichten een belangrijke periode geweest voor zijn ontwikkeling. Het was voor hem wel een eenzame tijd waarin hij geen hulp van of contact had met andere kunstenaars. Eenzaamheid gecombineerd met het steeds slechter wordende weer en het gebrek aan financiën waren tenslotte voldoende redenen om terug te keren naar zijn ouderlijk huis in Brabant. Helaas voor ons is het maandag, een dag waarop alle musea gesloten zijn en moeten we verdere bespiegelingen laten rusten tot een later tijdstip. 

Onkruid verbrandende boer van Vincent van Gogh (internet)

We starten in Sleen, in de middeleeuwen één van de zes rechtsdistricten (dingspillen) in Drente of, zoals de provincie toen werd genoemd, de Landschap Drenthe. Het aantal districten komt overeen met de zes sterren in de vlag van Drenthe. De naam ‘ding’ komt van de rechtszitting die tot 1580 drie keer per jaar werd gehouden onder de hoogste functionaris van de bisschop van Utrecht. Om het nog iets ingewikkelder te maken…….de dingspillen/dingspelen zonden elk vier etten naar de etstoel (het hoogste rechtscollege), die samen met de drost (bestuursambtenaar) de Landschap bestuurden en er recht spraken. Onder leiding van de drost werden zogenaamde goorspraken gehouden waar inwoners verplicht waren misdaden en overtredingen die sinds de vorige goorsprake gepleegd waren, aan te geven, waarna zij aan de schuldige een straf oplegden. Deze vorm van rechtspraak door de buren noemde men buurtuig.

Het gemeentehuis van Sleen

Het vroegere gemeentehuis van Sleen is een monumentaal pand. In de dertiger jaren van de vorige eeuw werd besloten een nieuw gemeentehuis te bouwen omdat het oude langzamerhand te klein was geworden om alle gemeente functionarissen te huisvesten. Sleen kampte in diezelfde tijd ook met een hoge werkloosheid onder de bevolking. Met hulp van een bijdrage van het rijk uit het zogenaamde ” Werkfonds 1934″ konden de plannen voor een nieuw gemeentehuis worden gerealiseerd. Het wapen van de voormalige gemeente Sleen is duidelijk zichtbaar. De beschrijving luidt: “In azuur drie aanziende zilveren ramskoppen. Het schild gedekt door een gouden kroon van drie bladeren en twee parels en gehouden door twee wilden, omkranst en omgord met loof en in de vrije hand eene knots over den schouder houdende, alles van natuurlijke kleur.” De schapenkoppen zijn een herinnering aan de vroegere schapenkooien. In 1923 waren er nog maar drie kudden over, die het steeds moeilijker kregen vanwege de voortdurende ontginning van de heide. De wildemannen staan symbool voor de hunebedden in de gemeente. Het schild is tenslotte gedekt met een gravenkroon, waarschijnlijk om alles samen te voegen en iets meer allure te geven? Sinds 3 april 1919 is het elk openbaar lichaam in Nederland namelijk toegestaan om een kroon van drie bladeren en twee parels toe te voegen aan het wapen. Aan de voorgevel van het gemeentehuis (rechts onder op de foto) is in 1947 de sculptuur ‘de ziener’ geplaatst als een herinnering aan het vertrek van de Drentse afgescheidenen o.l.v. dominee van Raalte naar Michigan in de VS. Van Raalte wilde aanvankelijk emigreren naar Java in Nederlands Oost-Indië, maar toen de minister van Koloniën geen garantie van godsdienstvrijheid wilde geven, koos hij tenslotte voor Noord-Amerika. Bijzonder wat je aan weetjes ontdekt door het lopen, kijken en onderzoeken.

Bijzonder doorkijkje (RK)

Vanuit Sleen lopen we richting havezate De Klencke bij Oosterhesselen. Het huis, particulier bewoond, ligt verscholen achter dichte beukenhagen zodat we er praktisch niets van kunnen zien. Het huis dankt zijn naam waarschijnlijk aan de bocht in het Drostendiep waaraan het zich bevindt. Een klencke, klinge of klang duidt namelijk een geul of ondiepe plek in een rivier of beek aan. Daartegenover staat het feit dat de familie Clenk of Clincke de eerste bewoners waren, hun naam komt al in geschriften uit 1210 (!) voor. Sinds die tijd wisselde het huis diverse keren van eigenaar. In 1687 was het de familie van Dongen, waarvan een lid van de familie in 1743 tot drost van Drenthe werd benoemd. Het Drostendiep is naar hem vernoemd. Tegenwoordig is Natuurmonumenten de eigenaar van het landhuis. Het landhuis is verbouwd en met aankopen van omliggende (natuur)gronden werd het landgoed van tweehonderd hectare uitgebreid tot ruim zeshonderd. We lopen verder langs boerderij ‘t Tolhoes’ (vroeger een tolhuis) dat samen met een aantal andere boerderijen eveneens deel uitmaakt van het landgoed. Vanaf hier worden we door de oude bossen van het landgoed geleid. Sommige eiken hier zijn meer dan 300 jaar oud en daarmee ouder dat het huis zelf dat in haar huidige vorm rond 1760 gebouwd is. Het landschap waar we doorheen lopen is gevarieerd. Vanuit het bos belanden we in een vochtig heidegebied, het Klenckerveld, waar koeien (en waarschijnlijk op een ander moment ook schapen) de heide begrazen. We hebben de heide nog nooit zo intensief meegemaakt en ervaren als dit jaar. Het is elke keer weer een mooie beleving. 

Trammonument Oosterhesselen

In Oosterhesselen zien we het trammonument als een herinnering aan de Eerste Drentse Stoomtramweg Maatschappij. De openlegging van Drenthe door de aanleg van tramwegen, gestart rond 1900 en afgerond in 1918, kende maar een korte tijd een florissant bestaan. Dit was o.a. te wijten aan de onduidelijke verkeerspolitiek van de overheid, WOI, de opkomende concurrentie van bussen en vrachtauto’s en de economische crisis in de jaren ’30. De EDS, sinds 1903 gevestigd in Hoogeveen, exploiteerde tramlijnen tussen Hoogeveen en Nieuw Amsterdam en tussen Coevorden en Assen. Het kruispunt van deze tramlijnen was in Oosterhesselen. 

Veel steentjes ter nagedachtenis (RK)

Even verder ligt aan de rand van de Geeseres een begraafplaats waar de Joodse bevolking van Gees voor 1920 werd begraven. Deze begraafplaats ligt merkwaardig genoeg op een redelijk grote afstand van het dorp zelf en heeft vandaag de dag slechts één familiegraf, dat van Mozes Simons, Selina Soosman en hun dochter Roosje Simons. Wat is hier het verhaal? Onderzoek leert dat de familie Soosman rond 1800 in Gees kwam wonen. Ze woonden aan de rand van het dorp, want vader Soosman slachtte geiten en dat stonk schijnbaar behoorlijk. Een jaar later kochtten ze een stukje grond om een begraafplaats aan te leggen. Net buiten het dorp zodat de eeuwige grafrust gegarandeerd kon worden. In 1864 trouwde Selina met Mozes Simons en niet alleen zij, maar ook andere leden van de familie lagen hier vroeger begraven. Van de oorspronkelijke drie grafstenen is er nu nog maar eentje over. Het is onduidelijk wat er met de andere twee gebeurd is. Op een dochter na is de hele familie omgekomen in WOII. De dochter is met haar vijf kinderen drie jaar na WOII naar Israël verhuisd, maar komt ieder jaar terug naar de begraafplaats in Gees om de doden te herdenken. Naar Joods gebruik wordt er dan een steentje op het graf gelegd. Al deze verhalen zijn kleine momenten van bespiegeling. Hij die vraagt is een dwaas voor vijf minuten, maar hij die niet vraagt blijft een dwaas voor altijd (Chinees spreekwoord).

Gees (RK)

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s