Gisteren hadden we te maken met de naweeën van storm Babet die Spanje sinds woensdagmiddag al overspoelende met veel regen en wind. Op de televisie zagen we beelden van ondergelopen metrostations in Madrid en andere ellende. Geen weer voor een wandeling! Helemaal niet omdat dit een tocht naar een uitkijkpunt zou zijn wat totaal in de laag hangende wolken was verdwenen. Volgens Peter Jan zou de ‘straalstroom’, een sterke windstroom die zich in de bovenste laag van de atmosfeer bevindt, donderdag vooral een belangrijke rol spelen in de weersomstandigheden met hevige regenval o.a. in het binnenland van Andalusië. We kunnen erover meepraten!
Om toch iets actiefs te doen zijn we ’s ochtends even gauw heen en weer naar Alajar, het dichtstbijzijnde dorp, gelopen voor wat noodzakelijke boodschappen en (hopelijk) een klein vleugje lokale cultuur. Een open cafeetje op het gezellige centrale plein voor onze gebruikelijke ‘uno café solo y uno café cortado’ was er echter niet bij. Het weer nodigde kennelijk niet uit tot gasten, waardoor de deuren helaas gesloten bleven.
Het authentieke dorpje Alájar, in het Nederlands ‘rots’ (of steen), wordt ook wel het balkon van de Sierra genoemd en wordt gezien als één van de mooiste plaatsen in de provincie Huelva. Het dorp is een goed voorbeeld van een typisch wit bergdorp uit Andalusië met smalle straatjes met ingelegde stenen en huizen met ronde dakpannen die gebouwd zijn van lokale materialen. De lokale economie is vooral agrarisch, maar de invloed van het toerisme neemt wel steeds meer toe. Het dorp ligt in een diepe vallei vlak onder een enorme rots waarop de hermitage (La Peña) van Arias Montano is gebouwd. Deze kluizenaarshut van de Koningin der Engelen is een katholieke tempel waarnaar elk jaar op 8 september een bedevaart plaatsvindt. Dit ‘fraaie uitzichtpunt met een kerk en leuke barretjes’ ging dus gisteren door het slechte weer aan onze neus voorbij.
Vandaag is het gelukkig weer (praktisch) droog en kunnen we wel op stap. De route gaat naar Aguafria alwaar we rond 14.00 uur worden verwacht in ‘Meson la Abuela’ voor een lokale lunch. Peter Jan en Monica hebben ons diverse keren gewaarschuwd dat het dit keer om een echte boerenkeuken gaat en het daarom geen lunch op hoog niveau zal zijn. De details van de wandeling zijn als volgt: de route is grotendeels aangegeven met blauwe cirkels en zwarte pijlen, stijgen en dalen bedraagt ongeveer 260 m en de totale afstand is ruim 15 km, maar je kunt er na de lunch ook voor kiezen om naar huis gebracht te worden. Na een inspanning gevolgd door een uitgebreide lunch inclusief een paar glazen wijn, weet ik wel waar ik voor kies 😉
We gaan vandaag een heel andere kant op en slaan meteen na de hoofdingang van onze verblijfplaats rechtsaf. We lopen in het begin veelal tussen ingestorte en/of afgebrokkelde muurtjes wat het pad smal en soms wat moeilijker begaanbaar maakt. De omgeving is anders maar tegelijkertijd heel herkenbaar. Ook hier veel steen- en kurkeiken en de inmiddels bekende Iberische varkens.
We hebben al geleerd (en geproefd) dat de ‘Jamon Iberico’ beroemd is omdat de eikels, de beweging van de varkens en het droogproces een bijzondere zoetheid en smaak aan de ham geven. Hoewel er verschillende variëteiten van Jamon Ibérico zijn, afhankelijk van het dieet en de leefomstandigheden van de varkens, is de meest begeerde toch de “Bellota” of “Eikels gevoed” variant, waarbij varkens vrij ronddwalen in de uitgestrekte eikenbossen en zich voeden met een dieet dat hoofdzakelijk bestaat uit eikels. Dit resulteert in een diepere, nootachtige smaak die de ham kenmerkt. Dat is de ham die wij bijna bij elke maaltijd wel op het menu hebben staan. Ik lees een mooi stukje over een multi zintuigelijke ervaring bij het proeven van deze ham: ‘Bij het proeven van Jamon Ibérico worden al je zintuigen verwend. De visuele pracht van de subliem gemarmerde sneden, de textuur die smelt op de tong en de weelderige, complexe smaken die zich ontvouwen bij elke hap, maken het een ervaring die culinaire fijnproevers koesteren. Het is dan ook niet zomaar een delicatesse; het is een stukje levendig Spaans erfgoed dat in elke hap de rijke geschiedenis en culinaire expertise van de regio weerspiegelt.’ Het mag met deze loftuigen dan ook geen wonder heten dat de ‘Grand Reserva’ van deze ham daardoor een waarde kreeg die hoger is dan goud!
We blijven even staan bij een vervallen boerderijtje waar we voor het eerst vooral rijen en rijen olijfbomen ontdekken. Oorspronkelijk komt de olijfboom uit het oude Mesopotamië, het huidige Irak, waar het meer dan 6.000 jaar geleden voor het eerst werd gecultiveerd. Vanuit Mesopotamië verspreidde de teelt van olijfbomen zich naar andere delen van het Midden-Oosten en via Griekenland naar het gebied rond de Middellandse Zee. Spanje is momenteel de grootste olijfproducent van Europa en kent meer dan 200 soorten olijven!
De olijfbomen (symbool voor vrede, wijsheid en geluk) kunnen honderden jaren oud worden. De stamomtrek van een olijfboom neemt jaarlijks ongeveer met één centimeter toe. Een olijfboom met een stamomtrek van 30 centimeter is ongeveer 30 jaar oud, terwijl een olijfboom met een stamomtrek van 150 centimeter ongeveer 150 jaar oud is. In Spanje houden ze jaarlijks een wedstrijd waar de beste monumentale olijfboom staat. In mei van dit jaar is de prijs toegekend aan een boom in Andalusië: ‘een uniek exemplaar met een enorm en majestueus voorkomen. Hij barst uit de aarde met een immense stam waarop honderd jaar oude toppen leven die zijn goede gezondheid laten raden´. De boom heeft een doorsnede van 7.5 meter. Zou dat betekenen dat deze boom dan al 750 jaar oud is?
De bomen die wij zien zijn minder dik, maar zeker al ruim bejaard met hun knoestige stammen en kronkelende takken. Bomen van vier, vijf jaar en ouder geven de goede olijven. In deze oude boomgaarden zie je nauwelijks irrigatie, het leven gaat hier z’n gang en er wordt (ogenschijnlijk) weinig ingegrepen. De olijven zelf variëren in kleur van groen tot zwart. Het rijpingsproces begint eind september wanneer de olijven langzaam van groen, naar bruin tot helemaal zwart in december verkleuren.
Even later zien we een klein zwijntje. Geen Iberische variant, maar een heus wild zwijntje, un pequeño jabalí. Niet echt vreemd, want we zien ook heel veel sporen en omgewoelde aarde. Het lijkt of dit kleintje een beetje verdwaald is of de groep is ergens van geschrokken en is er (te) snel vandoor gegaan. Een beetje avontuurlijk vind ik het wel. Tenslotte is dit een jong en je weet maar nooit waar moeders toe in staat zijn, toch? We zien echter geen enkel ander beest terwijl we onze wandeling vervolgen.
Ondertussen zijn we in het dorpje Santa Ana la Real aangekomen. Dit moet één van de natste gebieden van Spanje zijn met een gemiddelde regenval van 1100 mm per jaar. Het is te zien aan de enorme bomen waar het mos zich haast fluweelachtig om de stammen en takken heeft gedrapeerd.
Het plaatsje heeft in 1571 de ‘dorps-status’ gekregen van koning Fernando VI, maar tijdens de 17e eeuw verhuisden de meeste inwoners vanwege honger en slechte levensomstandigheden. Nu lijkt het weer wat levendiger, er wordt in ieder geval flink gerenoveerd.
We lopen langs een prachtige oude wasplaats waar de Moorse invloeden duidelijk zichtbaar zijn. Een paar stappen verder is de lokale bar en hoe leuk is het dan om even te genieten van een lokale koffie temidden van oude mannetjes en andere lokalen (meestal mannen) die hier hun nieuwtjes uitwisselen. Het is jammer dat we ons niet beter kunnen redden in het Spaans!
De weg loopt verder langs eeuwenoude kastanjebomen; zowel tamme als wilde kastanjes. Je kunt aan de bladeren, de bolsters en de vruchten zelf zien of je te maken hebt met een tamme of een wilde kastanje. Vroeger hebben we wel tamme kastanjes gegeten, vooral gepoft, maar ze hebben een bijzondere smaak (an aquired taste) die niet voor iedereen is weggelegd. Je moet er zeker niet teveel van eten naar mijn smaak.
We laten het kastanjetoetje dan ook links liggen bij ons restaurantje en gaan voor andere lokale hoogtepunten, zoals de variaties in ham, de koude tomatensoep (salmorejo) en een stoofpotje van kikkererwten en paddestoelen. Deze boerenkeuken is ook zeker niet verkeerd.
Geruime tijd later leunen we zeer voldaan achterover. Het patroon is inmiddels duidelijk. De buurvrouw en ik laten ons heerlijk naar huis rijden, terwijl de mannen de spieren nogmaals spannen om de terugweg lopend te ontdekken. Iedereen dik tevreden!















