Dorpen
De vakantie in Oman is omgevlogen en we hebben ongelooflijk veel gezien en meegemaakt. Als laatste wil ik toch nog de tijd nemen om verschillende dorpen uit te lichten. Dorpen die indruk hebben gemaakt, dorpen die om de één of andere reden bijzonder (voor ons) zijn geweest. Dorpen met een verhaal!
Als eerste het zoutdorp (eigenlijk de zoutpannen) op weg naar Sur. We hebben wel eens eerder gezien hoe het proces van zoutwinning in zijn werk gaat. Hier is het niet anders. Grote omwalde vierkanten waarin zeewater langzaam in de zon verdampt en het zout langs de randen en op de bodem kristalliseert. Een langzaam proces wat compleet afhankelijk is van de juiste weersomstandigheden. Zo kan een flinke regenbui het werk van dagen in een oogwenk teniet doen.
We zien vooral mannen (Bangladeshi) aan het werk. Ze verzamelen het gewonnen zout in grote zakken en vervoeren deze zakken met kruiwagens naar verzamelpunten. Het is mogelijk om ter plekke zout te kopen, maar de bulk van het zout gaat van hier naar plaatsen van waaruit het verder verkocht en/of verscheept wordt.
Achter op het veld is een soort primitief tenthuisje gebouwd, waar de mannen kunnen schaften en eventueel kunnen ‘schuilen’ tegen de brandende zon. Zeker in de zomermaanden kan het hier ontiegelijk warm worden en dan is er ook nog die weerkaatsing……..
Wat meteen in het oog springt is de prachtige oranje kleur die prominent aanwezig is. Het schijnt dat verschillende concentraties algen verantwoordelijk voor zijn voor levendige kleuren die kunnen variëren van lichtgroen tot helderrood. De kleur laat zien hoe zout de pannen zijn. Micro-organismes veranderen hun kleurtinten wanneer de saliniteit van de zoutpan wordt verhoogd. In licht- tot middelzoute pannen overheersen groene algen, hoewel deze algen ook een oranje tint kunnen aannemen. In middel- tot zeer zoute pannen veranderen ze van kleur naar paars, rood en oranje. Bijzonder toch?
We zijn nog niet uitgekeken en zeker nog niet klaar met het fotograferen van deze unieke wereld, maar we moeten weer verder. Er valt nog veel meer te ontdekken! Het volgende dorp ligt in feite grotendeels bedolven onder het zand. Een flinke storm (of stormen) hebben ervoor gezorgd dat de bewoners moesten evacueren. Tegen deze hoeveelheden zand was niet op te boksen. Het resultaat is een aparte wereld vol duinen en laagtes waar daken opeens omhoog steken en waar skeletten van huizen hun eigen verhaal vertellen.
Sommige huizen kun je nog binnen lopen om dan verrast te worden door een prachtig plafond, aantekeningen op de muren of andere onverwachte details die je daadwerkelijk doen beseffen dat hier ooit mensen hebben gewoond. De natuur is ondertussen de strijd aangegaan met het zand en het is verbazingwekkend om te zien wat hier allemaal omhoog komt en aan kracht probeert te winnen.
Dan is het tijd voor een ander ‘pareltje’, een vissersplaatsje aan de Golf van Oman. Het pittoreske Sur is één van de oudste havensteden ter wereld met prachtige witte huisjes, een vuurtoren en vandaag de dag kun je hier nog steeds zien hoe de traditionele Dhow boten gemaakt worden.
Sur heeft een rijke maritieme geschiedenis. In de 6e eeuw was het een belangrijke handelshaven en diende deze stad als brug tussen het Arabische schiereiland, India, Zuidoost-Azië en Afrika. In de oudheid verhandelde de Omani hier ‘frankicense’, de typische wierook van Oman. Handel werd gedreven met de traditionele houten Dhow-boten. In de 18e en 19e eeuw lagen er meer dan honderdvijftig zeilschepen per dag in de haven. Hier werden de boten tevens gebouwd, waarbij echte vakmannen deze Arabische zeilboten van Indiaas en Birmees teakhout maakten. Dit alles met het blote oog en zonder bouwtekeningen!
We lopen de werf op en zien diverse schepen in verschillende stadia van de bouw. We ontkomen natuurlijk niet aan een blik in een klein historisch museum, waarin het verhaal van de dhow wordt verteld. Met deze kennis kunnen we ons beter inleven in de hoeveelheid werk die in elke boot gaat zitten.
Via de werf kunnen we ook het strand op. Hier liggen verspreid een aantal dhow op het zand in, naar het lijkt, verschillende stadia van verval. Het zijn grote boten, maar mogelijk worden ze niet echt goed onderhouden? Sommigen zien er, in mijn ogen, niet uit alsof ze nog zeewaardig zijn.
We besluiten om over de brug naar het oude gedeelte van Sur te lopen, het gedeelte wat gedomineerd wordt door de 23 meter hoge vuurtoren die door de Portugezen in 1864 werd gebouwd. Zo komen we in de historische wijk Ayiah met pittoreske straatjes en oude gebouwen. Vanaf de vuurtoren moet je een spectaculair uitzicht hebben. Iets dat vele anderen kennelijk ook hebben gehoord of al eerder hebben ervaren. Het is er druk met veel ‘locals’ waaronder een jonge bruidegom die hier in ‘vol ornaat’ foto’s komt maken met zijn ‘best man’. Hoe leuk is het dan om ook met een stelletje buitenlanders op de foto te gaan? Dan heb je zeker een verhaal te vertellen, nietwaar?
Een laatste hoogtepunt is wel het stadje Al Hamra, één van de oudste stadjes van Oman aan de voet van het Hadjargebergte. Dit ‘oase’ stadje staat bekend om de traditioneel gebouwde ‘modderstenen’ huizen en het fantastische uitzicht over de omgeving. We gaan hier overnachten, waarmee we dus alle tijd hebben om deze bijzondere omgeving te zien en te ervaren. Al Hamra is haast een levend museum van Omaanse tradities en bouwstijl.
De stad staat ook wel bekend als Hamra Al Abryeen, want ze is vernoemd naar de Al Abri stam die alleen hier leeft. Deze stam begon in de 16e eeuw met het bouwen van bijzondere lemen huizen. Er was een aangepaste manier van bouwen nodig, omdat Al Hamra gelegen is op schuin gelegen stenen grond. Het resultaat is verbluffend. We logeren in een lemen hotel en zien van dichtbij hoe dik de muren zijn en hoe vakkundig de nissen en andere versieringen zijn aangebracht. Deze manier van bouwen vraagt wel veel onderhoud, het materiaal is kwetsbaar en een beetje druk op de randen van de muren laat al snel afbrokkeling zien. Voorzichtig bewegen dus.
We worden geadviseerd om in ieder geval in tweetallen op stap te gaan met het oog op instortingsgevaar of andere ongemakken ;). Het grooste deel van het dorp bestaat immers uit ruïnes. We wandelen op ons gemakje door de verlaten straatjes en verwonderen ons over de details om ons heen. Hoe bijzonder zou het zijn wanneer al deze gebouwen weer hersteld zouden worden met aandacht voor hun geschiedenis. Ook al wordt er her en der wat opgeknapt, het lijkt bij lange na niet voldoende. Waarschijnlijk een kwestie van geld?
Aan de voet van het dorp ligt een grote dadel plantage waar je zo in kunt lopen. Het dadel seizoen (september-november) ligt nog ver in de toekomst, maar hier krijg ik wel een idee hoe dadels groeien en hoe belangrijk dadels voor Oman zijn. Volgens de islamitische overlevering brak Mohammed het vasten altijd met een oneven aantal dadels, hetgeen nog steeds navolging kent. Daarnaast krijg je overal waar je komt arabische koffie (of thee) met dadels aangeboden als teken van gastvrijheid. Geen zaak wordt beklonken en geen probleem wordt opgelost zonder koffie. Gasten drinken minstens drie kopjes om hun gastheer niet te beledigen. Wanneer je niet meer wil, schud je beleefd je kopje heen en weer. Je moet het maar weten.
























































































































