ALQURAA (القرى)

Dorpen

De vakantie in Oman is omgevlogen en we hebben ongelooflijk veel gezien en meegemaakt. Als laatste wil ik toch nog de tijd nemen om verschillende dorpen uit te lichten. Dorpen die indruk hebben gemaakt, dorpen die om de één of andere reden bijzonder (voor ons) zijn geweest. Dorpen met een verhaal!

Als eerste het zoutdorp (eigenlijk de zoutpannen) op weg naar Sur. We hebben wel eens eerder gezien hoe het proces van zoutwinning in zijn werk gaat. Hier is het niet anders. Grote omwalde vierkanten waarin zeewater langzaam in de zon verdampt en het zout langs de randen en op de bodem kristalliseert. Een langzaam proces wat compleet afhankelijk is van de juiste weersomstandigheden. Zo kan een flinke regenbui het werk van dagen in een oogwenk teniet doen.

Zoutpannen bij Qurayyat (RK)

We zien vooral mannen (Bangladeshi) aan het werk. Ze verzamelen het gewonnen zout in grote zakken en vervoeren deze zakken met kruiwagens naar verzamelpunten. Het is mogelijk om ter plekke zout te kopen, maar de bulk van het zout gaat van hier naar plaatsen van waaruit het verder verkocht en/of verscheept wordt.

Achter op het veld is een soort primitief tenthuisje gebouwd, waar de mannen kunnen schaften en eventueel kunnen ‘schuilen’ tegen de brandende zon. Zeker in de zomermaanden kan het hier ontiegelijk warm worden en dan is er ook nog die weerkaatsing……..

Het is nu nog te doen in 25 graden C. (RK)
Zwaar werk (RK)

Wat meteen in het oog springt is de prachtige oranje kleur die prominent aanwezig is. Het schijnt dat verschillende concentraties algen verantwoordelijk voor zijn voor levendige kleuren die kunnen variëren van lichtgroen tot helderrood. De kleur laat zien hoe zout de pannen zijn. Micro-organismes veranderen hun kleurtinten wanneer de saliniteit van de zoutpan wordt verhoogd. In licht- tot middelzoute pannen overheersen groene algen, hoewel deze algen ook een oranje tint kunnen aannemen. In middel- tot zeer zoute pannen veranderen ze van kleur naar paars, rood en oranje. Bijzonder toch?

Mooi oranje (IK)
Je blijft kijken……. (IK)

We zijn nog niet uitgekeken en zeker nog niet klaar met het fotograferen van deze unieke wereld, maar we moeten weer verder. Er valt nog veel meer te ontdekken! Het volgende dorp ligt in feite grotendeels bedolven onder het zand. Een flinke storm (of stormen) hebben ervoor gezorgd dat de bewoners moesten evacueren. Tegen deze hoeveelheden zand was niet op te boksen. Het resultaat is een aparte wereld vol duinen en laagtes waar daken opeens omhoog steken en waar skeletten van huizen hun eigen verhaal vertellen.

Wat rest is een skelet van een huis (IK)

Sommige huizen kun je nog binnen lopen om dan verrast te worden door een prachtig plafond, aantekeningen op de muren of andere onverwachte details die je daadwerkelijk doen beseffen dat hier ooit mensen hebben gewoond. De natuur is ondertussen de strijd aangegaan met het zand en het is verbazingwekkend om te zien wat hier allemaal omhoog komt en aan kracht probeert te winnen. 

Soms kun je nog naar binnen ……. (IK)

Dan is het tijd voor een ander ‘pareltje’, een vissersplaatsje aan de Golf van Oman. Het pittoreske Sur is één van de oudste havensteden ter wereld met prachtige witte huisjes, een vuurtoren en vandaag de dag kun je hier nog steeds zien hoe de traditionele Dhow boten gemaakt worden.

In de haven van Sur (IK)

Sur heeft een rijke maritieme geschiedenis. In de 6e eeuw was het een belangrijke handelshaven en diende deze stad als brug tussen het Arabische schiereiland, India, Zuidoost-Azië en Afrika. In de oudheid verhandelde de Omani hier ‘frankicense’, de typische wierook van Oman. Handel werd gedreven met de traditionele houten Dhow-boten. In de 18e en 19e eeuw lagen er meer dan honderdvijftig zeilschepen per dag in de haven. Hier werden de boten tevens gebouwd, waarbij echte vakmannen deze Arabische zeilboten van Indiaas en Birmees teakhout maakten. Dit alles met het blote oog en zonder bouwtekeningen!

Alles met de hand (IK)

We lopen de werf op en zien diverse schepen in verschillende stadia van de bouw. We ontkomen natuurlijk niet aan een blik in een klein historisch museum, waarin het verhaal van de dhow wordt verteld. Met deze kennis kunnen we ons beter inleven in de hoeveelheid werk die in elke boot gaat zitten.

Via de werf kunnen we ook het strand op. Hier liggen verspreid een aantal dhow op het zand in, naar het lijkt, verschillende stadia van verval. Het zijn grote boten, maar mogelijk worden ze niet echt goed onderhouden? Sommigen zien er, in mijn ogen, niet uit alsof ze nog zeewaardig zijn.

De werf loopt door op het strand (IK)
Varen deze schepen nog echt? (IK)

We besluiten om over de brug naar het oude gedeelte van Sur te lopen, het gedeelte wat gedomineerd wordt door de 23 meter hoge vuurtoren die door de Portugezen in 1864 werd gebouwd. Zo komen we in de historische wijk Ayiah met pittoreske straatjes en oude gebouwen. Vanaf de vuurtoren moet je een spectaculair uitzicht hebben. Iets dat vele anderen kennelijk ook hebben gehoord of al eerder hebben ervaren. Het is er druk met veel ‘locals’ waaronder een jonge bruidegom die hier in ‘vol ornaat’ foto’s komt maken met zijn ‘best man’. Hoe leuk is het dan om ook met een stelletje buitenlanders op de foto te gaan? Dan heb je zeker een verhaal te vertellen, nietwaar?

De vuurtoren zie je al van verre (RK)
De bruidegom in spe heeft straks een verhaal te vertellen

Een laatste hoogtepunt is wel het stadje Al Hamra, één van de oudste stadjes van Oman aan de voet van het Hadjargebergte. Dit ‘oase’ stadje staat bekend om de traditioneel gebouwde ‘modderstenen’ huizen en het fantastische uitzicht over de omgeving. We gaan hier overnachten, waarmee we dus alle tijd hebben om deze bijzondere omgeving te zien en te ervaren. Al Hamra is haast een levend museum van Omaanse tradities en bouwstijl. 

Haast een levend museum (RK)
Vergane glorie (RK)
Mooie details (IK)

De stad staat ook wel bekend als Hamra Al Abryeen, want ze is vernoemd naar de Al Abri stam die alleen hier leeft. Deze stam begon in de 16e eeuw met het bouwen van bijzondere lemen huizen. Er was een aangepaste manier van bouwen nodig, omdat Al Hamra gelegen is op schuin gelegen stenen grond. Het resultaat is verbluffend. We logeren in een lemen hotel en zien van dichtbij hoe dik de muren zijn en hoe vakkundig de nissen en andere versieringen zijn aangebracht. Deze manier van bouwen vraagt wel veel onderhoud, het materiaal is kwetsbaar en een beetje druk op de randen van de muren laat al snel afbrokkeling zien. Voorzichtig bewegen dus.

In ‘ons’ lemen hotel (IK)

We worden geadviseerd om in ieder geval in tweetallen op stap te gaan met het oog op instortingsgevaar of andere ongemakken ;). Het grooste deel van het dorp bestaat immers uit ruïnes. We wandelen op ons gemakje door de verlaten straatjes en verwonderen ons over de details om ons heen. Hoe bijzonder zou het zijn wanneer al deze gebouwen weer hersteld zouden worden met aandacht voor hun geschiedenis. Ook al wordt er her en der wat opgeknapt, het lijkt bij lange na niet voldoende. Waarschijnlijk een kwestie van geld?

Aan de voet van het dorp ligt een grote dadel plantage waar je zo in kunt lopen. Het dadel seizoen (september-november) ligt nog ver in de toekomst, maar hier krijg ik wel een idee hoe dadels groeien en hoe belangrijk dadels voor Oman zijn. Volgens de islamitische overlevering brak Mohammed het vasten altijd met een oneven aantal dadels, hetgeen nog steeds navolging kent. Daarnaast krijg je overal waar je komt arabische koffie (of thee) met dadels aangeboden als teken van gastvrijheid. Geen zaak wordt beklonken en geen probleem wordt opgelost zonder koffie. Gasten drinken minstens drie kopjes om hun gastheer niet te beledigen. Wanneer je niet meer wil, schud je beleefd je kopje heen en weer. Je moet het maar weten. 

In de dadelplantage (RK)
Pure mankracht (RK)

WADI (وادي)

Wadi

Wadi is een Arabisch woord dat eigenlijk niets anders dan rivierbedding, ravijn of vallei betekent. Meestal is het een droge rivierbedding die alleen bij zware regenval volloopt. Dat kan gepaard gaan met grof geweld, gezien de vele waarschuwingen langs de kant van de weg en de paaltjes die het waterniveau moeten aangeven. Het gevaar is vooral dat er tijdens het regenseizoen plotselinge, onverwacht heftige en niets ontziende overstromingen kunnen voorkomen. De waarschuwing is dan ook om te stoppen als het water het rode gedeelte van de paaltjes heeft bereikt. Dan wordt het te diep en is het water te onstuimig om veilig door te kunnen rijden. Tegenwoordig maken ze vaak een soort brug over de wadi, zodat zowel verkeer als water hun eigen gang kunnen gaan. Hoewel een wadi vaak alleen water bevat na regenval, zijn er ook wadi’s met permanente waterstromen, poelen en daardoor een uitbundige vegetatie. Deze natuurlijke oases zijn een fijne ontsnapping aan de warmte (vooral in de hete zomers) en ‘zijn perfect voor avontuur, ontspanning en het ontdekken van de unieke schoonheid van Oman’. We gaan het zelf ontdekken!

Unieke schoonheid van Oman (RK)

We beginnen bij Wadi Tiwi, het zusje van de meer bekende Wadi Shab. Het is er minder druk, maar deze wadi moet zeker even indrukwekkend zijn. Ideaal voor ons als fotografen! We zien inderdaad een prachtig contrast tussen het groene dal met blauw/groene waterpartijen, de rotsachtige bergen en plantages en weten bijna niet waar te beginnen met het schieten van mooie landschapsfoto’s die het landschap ook daadwerkelijk eer betonen. Geen gemakkelijke opgave! Deze wadi spreidt zich uit over 36 kilometer. Her en der hebben zich dorpjes ontwikkeld waar mensen bananen en dadels telen op de vruchtbare grond. Het is mogelijk om met de auto (4×4) de wadi helemaal in te rijden, het is echter een smalle, hobbelige weg. Je kunt, zoals wij dat doen, ook een klein stukje rijden tot een mooie waterplas, daar picknicken en verder stukjes te wandelen om de spectaculaire omgeving goed in je op te nemen. Wandelend ontdek je tenslotte meer details dan vanuit de auto ;). 

Geitenhuiden die drogen in de zon (IK)
De hoefjes zitten er nog aan (IK)

Zo zien we opeens een begraafplaats in de diepte, haast verscholen in het groen. De graven bestaan uit kleine onopvallende steentjes zonder tekst. Het enige verschil is dat er graven zijn met 3 steentjes voor vrouwen en met 2 steentjes voor de mannen of……. was het nu toch andersom?

Behoorlijk onopvallend (IK)
Iets duidelijker zichtbaar (IK)

Ook zien we ‘aflay’ (meervoud van falaj), de eeuwenoude irrigatiesystemen van nu nog 3000 irrigatiekanalen. Het systeem is al meer dan 2000 jaar oud en staat op de UNESCO Werelderfgoedlijst. Water is een schaars goed in de woestijn. Vanzelfsprekend ging men vroeger op zoek naar mogelijkheden om water op te slaan en te verdelen. Dit heeft in Oman geleid tot het toepassen van aflaj irrigatiesystemen. Vrijwel elk dorp een eigen falaj, een betonnen of aarden goot van zo’n 40-50 cm breed, waardoor water uit de bergen naar de dorpen wordt aangevoerd. In de dorpen wordt het water uit de falaj, via kleinere goten, verder verdeeld over de verschillende moestuinen en/of plantages. 

Een falaj onder de rotsen (IK)

In Wadi Tanuf (vlakbij Nizwa) zien we één van de oudste en tevens het meest uitgebreide irrigatiesysteem van Oman; de Falaj Daris. Op een aantal plaatsen, bij belangrijke Aflaj, zijn wachttorens gebouwd om de waterstromen te bewaken, zo ook hier.

Veel dadelpalmen onderweg (RK)

We zien verder een prachtig park waar veel Omani elkaar treffen en waar wij een onverwachte ontmoeting hebben met Majida en haar schoonzus. Dwz slechts de dames zijn uitgenodigd voor dit onderonsje, de mannen moeten op afstand blijven. Alleen onze gids Hamood mag even wat versnaperingen aanbieden om zich daarna ook in de mannenhoek terug te trekken. De dames zijn even nieuwsgierig en geïnteresseerd in onze gewoonten en gebruiken als wij in die van hen. Wat voor mij weer nieuw was om te horen, is dat Majida haar hoofddoek niet mag afdoen als haar zwager in dezelfde kamer is. Hoewel hij wel familie is (broer van haar man), is dat kennelijk toch een brug te ver. 

Een openhartig ‘vrouwen onderonsje’ (IK)
De mannen op afstand (RK)

Oman kent, naast woestijn, een prachtig berglandschap in het noordoosten van het land; het Hadjargebergte. In dit gebergte ligt Jebel Shams, de hoogste berg van Oman met een top van meer dan 3000 meter hoog. Jebel Shams wordt ook wel de Grand Canyon van het Midden-Oosten genoemd en heeft een gigantische kloof die de berg in tweeën splitst.

Aan het begin van de ‘balcony walk’ (RK)
Ook heel veel geiten (RK)

De leukste manier om deze plek te verkennen is door de Balcony Walk te lopen. Je loopt over een enkel onverhard pad. Onderweg zie je de vlag van Oman op rotsen geschilderd om je de weg te wijzen, maar eigenlijk is dat vrij overbodig omdat de route, zoals gezegd, heel duidelijk is.

De vlag als wegwijzer (IK)
De uitgestrektheid van de omgeving (RK)

Tijdens deze wandeling is het genieten van spectaculaire uitzichten want je kijkt zo’n 1500 meter diep de kloof in! Met een beetje geluk zie je ook gieren op ooghoogte vliegen! Jebel Shams heeft de bijnaam ‘de berg van de zon’ gekregen omdat er altijd wel ergens zonnestralen de kloof in schijnen. Je blijft kijken en onze (mijn) foto’s doen het spectaculaire uitzicht niet helemaal de eer aan die het verdient.

Gieren op ooghoogte (RK)

Ongeveer halverwege hebben ze zowaar een koffietentje gebouwd compleet met terras met uitzicht. Hoe mooi wil je het hebben? Heerlijk genieten met een kopje Omani koffie en je blijven verbazen hoe indrukwekkend de natuur kan zijn!

Zowaar een primitief restaurantje…… (RK)
Maar wat een uitzicht! (IK)

Ons laatste avontuur op wadi (kloof, vallei, ravijn, rivierbedding) gebied is de Wadi Bani Awf. Deze wadi ligt samen met Snake Canyon in het berggebied ten zuidwesten van Muscat. De bergweg ernaartoe is werkelijk fantastisch. Je rijdt eerst over een asfaltweg naar een uitzichtpunt en daarna begint de onverharde weg dwars door de bergen met rotswanden die hoog boven je oprijzen. De weg is vrij smal en bestaat uit scherpe bochten met diepe afgronden ernaast (geen vangrail), dus het is wel uitkijken geblazen. Ik ben blij dat ik hier niet hoef te rijden!

Voorzichtig rijden !! (RK)
We komen hier zelfs een eenzame fietser tegen (RK)
Smal en steil, maar ook adembenemend indrukwekkend (RK)

Dat dit stukje weg niet voor iedereen is weggelegd, blijkt wel wanneer we een Frans echtpaar uit een precaire situatie moeten helpen. Veel stof, veel geduld en gelukkig een stevige 4×4 pick-up met de juiste materialen voor een flinke trekactie. Crisis opgelost en iedereen kan weer verder met zijn/haar eigen avontuur.

Je moet elkaar wel helpen onderweg ……. (RK)

Onderweg hebben we uitzicht op prachtige rotspartijen en verschillende dorpen in de diepte, gebouwd tussen groene velden en vele dadelpalmen. De contrasten tussen de bruingrijze bergen en het frisse groen zijn prachtig. Het mooiste dorp van allemaal is waarschijnlijk Bilad Sayt, dat, volgens zeggen, misschien wel de mooiste locatie in heel Oman heeft.

Bilad Sayt ligt mooi tussen het groen (IK)

Onderweg ernaartoe zien we opeens een groen voetbalveld tussen de rotsen. Het verhaal gaat dat een Oostenrijker (op vakantie?) vond dat er te weinig mogelijkheden waren voor de kinderen op deze onherbergzame plek. Hij heeft daarom dit voetbalveld gerealiseerd en het schijnt dat er regelmatig gebruik van wordt gemaakt. Niet wanneer wij er langs rijden, midden op de dag, maar in de namiddag wanneer het koeler is, voorziet het kennelijk in een behoefte. Grappig toch?

Een voetbalveld ‘in the middle of nowhere’ (Internet)

Het stuk weg na het mooiste dorp wordt steeds onherbergzamer. Uiteindelijk rijden we via een bochtige weg naar beneden, naar de rivierbedding Wadi Bani Awf, en komen we bij de Snake Canyon, een naam die tot de verbeelding spreekt.

Snake Canyon (IK)

Snake Canyon, of Wadi Bimah zoals deze wadi officieel heet, dankt zijn naam waarschijnlijk aan de sterk kronkelende bochten die lijken op de kronkels van een slang. Het is een fotogenieke smalle kloof met hoge rotswanden en de nodige waterpoelen zodat er veel reflectie te zien is. De bedoeling was om een stukje de kloof in te lopen, maar het water staat dusdanig hoog dat dit vandaag niet tot de mogelijkheden behoort. Desalniettemin is er voldoende te zien en te ontdekken en staan de camera’s niet stil.

Het water staat te hoog voor verdere verkenning (RK)

We hebben deze reis heel wat wadi’s gezien, de één nog indrukwekkender dan de ander en altijd weer anders. Ze zijn inderdaad ‘perfect voor avontuur, ontspanning en het ontdekken van de unieke schoonheid van Oman’.


SUQ (سوق)

(Souk)

Een Souk is eigenlijk niet meer dan ‘een populaire plaats van handel’ en betekent gewoon ‘markt’ in het Arabisch. Op onze reis zien we er een aantal wat uitgebreider, te beginnen met de vismarkt in de wijk Muttrah van de hoofdstad Muscat. Hoewel ook hier het toerisme toeneemt, is het nog steeds een traditionele markt vooral gericht op de lokale bevolking.

In de Golf van Oman wordt gevist (IK)

Na een kort nachtje lopen we, tegen negenen, de weg over naar de vismarkt aan de andere kant van de straat. We zijn al wat aan de late kant, maar zien gelukkig toch nog wat bedrijvigheid bij de pier waar de boten met hun verse vangst aankomen. Kleine bootjes met 2-3 vissers die er er midden in de nacht of in ieder geval voor zonsopgang op uit gaan en ’s ochtends vroeg terugkomen om hun vangst van de dag hier te verkopen. De vissers kijken ons lachend aan en zijn zeker bereid een praatje te maken, al is het, wat ons betreft, vaak een beetje met handen en voeten. Wij komen qua lokale taal nog niet veel verder dan ‘salam’ (hallo) en ‘shukran’ (dank je wel). Hamood, onze Omaanse gids, probeert ons zijn taal een beetje bij te brengen, zodat onze vocabulaire zich gedurende de volgende dagen uitbreidt met ‘naam’ (ja), ‘la’ (nee), ‘mai’ (water), ‘tamam’ (okee), ‘simsim’ (hetzelfde) en het steeds terugkerende ‘sabaa al gher’ wat goedemorgen betekent. We leren het wel ;).

De laatste vis wordt klaargemaakt voor de verkoop (IK)

Oman is een Islamitisch land en vrijwel alle Omani dragen traditionele kleding. Dat zie je ook hier op de markt. De mannen dragen gewoonlijk een witte dishdasha of thobe met op het hoofd een kumah, een gekleurd, geborduurd mutsje, al zie je ook andere varianten als hoofdbedekking.

Allemaal mutsjes (IK)
Ook andere hoofdbedekking (RK)

De vrouwen dragen een abaya, een zwart gewaad dat op straat hun kleding daaronder aan het oog onttrekt. Sommige vrouwen gaan geheel gesluierd waardoor alleen de ogen zichtbaar zijn (nikab), anderen dragen alleen de hijab, de hoofddoek die haar en nek bedekt. Ik lees dat de basis van deze islamitische kleding ligt in het idee van bescheidenheid (Hayaa) en bedekking (Satar). Al vroeg werden bepaalde kledingstukken, zoals de hijab voor vrouwen en de thobe voor mannen, gezien als uitingen van geloof en morele waarden. Dit alles betekent dat ook wij, als buitenlanders, rekening moeten houden met deze culturele normen. Dit houdt in dat zowel mannen als vrouwen schouders, hals en knieën moeten bedekken, al wordt er, mijns inziens, in dit opzicht toch wel wat meer op de kleding van de vrouwen gelet.  

Op de markt zelf (overdekt) is het een drukte van belang ondanks het ‘late’ uur. Overal mensen, vooral mannen, die hun rondes doen om de beste verse vis te ontdekken, vervolgens vol overgave te onderhandelen over de prijs en tenslotte met de buit naar de zogenaamde voorbereiders te lopen, die in een apart hokje zitten, en tegen betaling de vis voor je willen schoonmaken en ook de ingewanden kunnen verwijderen. Dat gaat razendsnel! Belangrijk in dit hele proces is dat je je ervan bewust bent dat de linkerhand wordt beschouwd als onrein. Alles gebeurt dan ook met de rechterhand: handen schudden, keuren, iets aannemen en ook eten doe je met je rechterhand. Niet dat wij er aan toe komen om iets te kopen, maar het is toch goed om te weten!

Glad en glibberig (IK)
Hele verse vis (IK)
Waar blijven mijn klanten…….? (IK)
Na de koop kan de vis, tegen betaling, worden schoongemaakt (RK)
Na afloop een kop(je) Omaanse koffie en een praatje (RK)

De volgende markt is de Muttrah Souq, één van de oudste markten in de Arabische wereld. Deze oude markt is tegenwoordig een wirwar van steegjes boordevol stalletjes waar je antiek, traditionele stoffen, aromatische kruiden en verse producten kunt kopen. 

Vol kleur van vele specerijen (IK)
Ook de geuren zijn volop aanwezig (IK)

De geschiedenis van de Muttrah Souq gaat honderden jaren terug, naar een tijd waarin handelaren uit India, Afrika en het Midden-Oosten hier samenkwamen om goederen te ruilen. Wat opvalt is dat we hier nu ook veel mannen uit India, Sri Lanka, Pakistan en Bangladesh zien. We ontdekten ook kraampjes het herkenbare producten uit India, waaronder heerlijke samosa’s met een buitenkantje van krokant bladerdeeg. Mjmmmm.

De lokale bewoners noemen deze markt ook wel de ‘Al Dhalam Souq’ (de overdekte markt). De oude markt bestond ooit uit smalle wegen met kleimuren en palmbladeren die het meeste van het Omaanse zonlicht blokkeerden. Vandaag is de markt gerenoveerd en gedecoreerd in een moderne, Arabische stijl, met glas-in-loodramen en lantaarns onder een houten dak. Zeker de moeite waard om overheen te lopen.

Verkoop ‘snavelmaskers’ voor de Bedoeïenen vrouwen (IK)

Op de goudafdeling lopen veel vrouwen die zich verdringen in de vele winkeltjes, aan weerskanten van de smalle steegjes, om hun keuzes te maken. Goud is voor veel vrouwen een soort levensverzekering. Als er grote problemen ontstaan, hebben ze met goud toch een waardevast kapitaal.

Dames onderweg naar het goud (RK)
Een appeltje voor de dorst (IK)

Vlakbij de souk zien we de Soor Al Lawatia toren, een onderdeel van de besloten gemeenschap van families behorende bij de Al Lawatia clan. De toren kan dan ook alleen maar van de buitenkant bekeken worden. Dit historisch afgesloten district met slecht twee toegangen, wordt gezien als privé terrein waar het bezoekers niet is toegestaan binnen te komen. Wanneer dit ommuurde gebied is gebouwd, is onbekend. Mogelijk is het oorspronkelijk gebouwd door de Portugezen voor hun garnizoen toentertijd en is het later, toen de Portugezen waren verdreven, door de toenmalige Sultan aan de Lawati’s geschonken.

De ‘Soor Al Lawatia’ toren als hoeksteen (IK)
In de straatjes rond de souk (IK)
De avond is begonnen, de souk is weer open (RK)

De Lawati’s, ook wel bekend als de Hyderabadis, zijn een belangrijke handelsgemeenschap die oorspronkelijk uit Sindh, een provincie in Pakistan, komt. Wereldwijd staan ze bekend onder de naam Khojas, maar lokaal worden ze hier Lawati genoemd naar de (lawati) taal die ze spreken. Hun voorouders waren oorspronkelijk volgers van het Hindoeïsme, maar werden aanhangers van het Nizari ismaïlisme, een stroming binnen het sjiisme, dat weer een stroming binnen de islam is. De Lawati’s emigreerden tussen 1780 en 1850 naar Oman. Traditioneel werken zij vooral in de wierook-, de juwelen- en de kleding industrie. In de overwegend Ibadi islamitische gemeenschap van Oman vormen de Lawati’s de meerderheid van de lokale sjiitische bevolking.

De wijk rond de souk bestaat nog steeds uit huizen met een unieke islamitische architectuur en bezit een grote moskee die bekend staat als de Al-Rasul Al-Aadammoskee of de Grote Profetenmoskee, verwijzend naar Mohammed. De Sur of Soor is in de afgelopen jaren behoorlijk uitgedund qua bewoners omdat ook de Lawati’s naar modernere buurten zijn verhuisd als gevolg van de groeiende ontwikkeling, de beschikbaarheid van faciliteiten en de grotere rijkdom van de gemeenschap.

De ‘typisch islamitische’ architectuur met de moskee (RK)

De meest bijzondere en drukke markt is echter de markt in Nizwa waar naast de ‘gewone’ markt op vrijdagen ook geiten verhandeld worden. We moeten vroeg uit de veren, want de wekelijkse geitenmarkt begint al om 7.00 uur ’s ochtends. Als wij om 6.50 uur de markt oplopen, is het er al een drukte van belang. Uit de wijde omgeving komen mensen naar deze markt om de beste geiten, maar ook koeien en stieren, te kopen of te verkopen. De dieren worden door de verkopers met gekleurde touwtjes aan de daarvoor bestemde palen gebonden, zodat potentiële kopers alvast goed rond kunnen kijken. Staarten worden opgetild, er wordt flink in de ballen of de uiers geknepen en uiteraard wordt er alvast een beetje onderhandeld.

Bij aankomst met een touwtje aan een paal (IK)
Een laatste geruststelling (IK)
De waar wordt gekeurd (RK)

Alles gaat gepaard met veel aandacht voor ritueel, zoals handen schudden, een praatje maken, een joviale blik etc, tenminste dat geldt voor de mannen onder elkaar. De vrouwen spelen hierin geen rol al vallen de bedoeïenen vrouwen met hun kleurige kleding en hun snavelmaskers zeker op!

Kleurrijke bedoeïenen vrouw met snavelmasker (IK)

Sowieso zijn bijna alle mannen en vrouwen traditioneel gekleed. Aan de verschillende gewaden en/of hoofddeksels kun je, als je er verstand van hebt, zien uit welke regio van Oman ze komen. Het bijzondere snavelmasker intrigeert me. Oorspronkelijk was dit masker bedoeld tegen de warmte en het zand, nu wordt het met trots gedragen door vrouwen vanaf hun pubertijd. Hoewel je zo’n masker tegenwoordig kant en klaar kunt kopen, wordt het meestal door de vrouwen zelf ontworpen zodat het goed aansluit op hun gezicht. Ze gebruiken hiervoor vaak een papiersoort dat aanvoelt als leer. Het gezichtsmasker komt voor in diverse vormen, maar bedekt traditioneel een stuk van het voorhoofd en heeft een stoffen lijntje dat over de neus loopt. Het onderste deel van het gezicht, van de mond tot aan de kin, zit deels of volledig verstopt achter het masker. Binnen de gewoontes van hun stam krijgen de vrouwen de vrijheid om hun eigen masker te ontwerpen. Zo kunnen ze ervoor kiezen om alleen de ogen onbedekt te laten, waarbij het masker op zo’n manier wordt uitgesneden dat het precies de vorm van de ogen volgt. Anderen willen ook hun kaaklijn of jukbeenderen benadrukken; hun masker bestaat dan uit grote uitsnijdingen die de contouren van hun gezicht omlijsten. Fascinerend! Zo’n masker lijkt mij niet erg prettig om te dragen, maar het is tenminste zacht.

Traditionele kleding (IK)
Uit welke regio komt deze man? (IK)

Zodra het startsein om 7.00 uur wordt gegeven, is het chaos compleet. Iedereen verdringt zich onder een groot rond dak met verhoging waar de verkopers met hun geiten rondjes lopen, terwijl ze naar het publiek roepen hoe geweldig hun koopwaar is. Op deze manier zou iedereen de dieren goed kunnen zien en eventueel een bod kunnen doen, maar de vele toeristen staan haast in de weg. Waarschijnlijk zijn de belangstellende kopers dit wel gewend, want ze weten toch, indien nodig, handig vooraan een plaatsje te bemachtigen.

De chaos is compleet (IK)

Bij interesse (een gebaar of een knikje is vaak voldoende om dat kenbaar te maken) wordt de geit nog eens van top tot teen bekeken, waarbij zelfs het gebit niet wordt vergeten. Je hoort geschreeuw, ziet gebaren en hoort boven alles uit het gemekker van de geiten, die weinig zin lijken te hebben in dit spektakel. Bedragen klinken over en weer totdat verkoper en koper het eens zijn over de prijs, waarna de geit van eigenaar verwisselt. Natuurlijk wordt er ook tegen elkaar op geboden, want voor de juiste geit staan meer kopers in de rij. Het is (of lijkt) absoluut één grote chaos, waarbij je ogen en oren te kort komt!!

Interesse? (RK)
De koop is gesloten (RK)
Kan ik nog terug? (IK)

Na de geiten is het de beurt aan de koeien en stieren. De ring van mensen stuift nu bij tijd en wijlen uiteen, zeker wanneer een onwillige stier zijn hakken in het zand zet en met vreemde bokkensprongen uit de mensenmenigte probeert te ontsnappen. Dit is weer een heel ander avontuur. Die grote stieren hebben massa!

Kort houden werkt het best (RK)
De koeien hebben massa (RK)

De laatste jaren schijnen steeds meer lokale vrouwen hun entree op de geitenmarkt te maken. Zij dragen allemaal het traditionele gezichtsmasker wat hier, zoals gezegd, van oudsher wordt gedragen door vrouwelijke bedoeïenen. De vrouwen zie je vaak een beetje op afstand staan met een dikke portemonnee vol geld in hun, met henna versierde, handen. De mannen onderhandelen, maar wanneer het er te hard aan toe gaat en ze haast met elkaar op de vuist lijken te gaan, komt de vrouw in actie. Zij vraagt, zij praat, zij luistert en uiteindelijk gaat de juiste man met de geit naar huis. De macht en kracht van de vrouw wordt hier meteen duidelijk 😉

Vanaf een afstandje kijkt ze toe (RK)
De klus is geklaard (IK)

Direct naast de geitenmarkt vind je de souks waar allerlei lokale producten te koop zijn. Er is een souk speciaal voor dadels maar ook voor vlees, groenten en zelfs voor geweren en dolken. De met de hand gemaakt dolken, de khanjar, is typerend voor Oman. Het is gebruikelijk dat iedere Omanitische man een khanjar heeft die vaak wordt gedragen bij formele gelegenheden, feesten en festiviteiten.

De khanjar (RK)

Als altijd zijn ook deze afdelingen van de markt de moeite van het ontdekken waard. We zien hoe het flinterdunne Omani brood wordt gemaakt en gevuld, we zien de mooi versierde schalen met Halwa (= zoet in het Arabisch), een traditioneel en beroemd Omani dessert, een enorme diversiteit aan pistache noten met verschillende smaakjes en genieten van een (Omani) koffie temidden tussen de locals, een koffie geserveerd in kleine kopjes, zonder suiker of melk, maar vaak gekruid met kardamom of kruidnagel. Het is even wennen. Onder de koffie raken we in gesprek met een Omani die hier met twee zoons honingraten verkoopt. In het dagelijks leven is hij makelaar, maar als hobby houdt hij bijen. Naast potje honing kun je hier op de markt ook hele honingraten kopen.

Schalen met Halwa alvast voor Eid (IK)
Verkoop van honingraten (IK)

Aan het eind van de ochtend loopt de markt ten einde. De tijd voor het vrijdagmiddaggebed komt dichterbij en alle kraampjes worden langzaam maar zeker opgeruimd. Opeens rijden er pick-ups door de smalle straatjes om het inladen te vergemakkelijken.

We eindigen waar we zijn begonnen, bij het ronde dak van de geitenmarkt. Een tweetal eenzame koeien staan verloren te wachten. Zijn zij niet verkocht? Of wachten ze gelaten tot de nieuwe eigenaren hen op komt halen? Terwijl we kijken, komen er mannen in actie die letterlijk met man en macht een koe achter in hun pick-up proberen te duwen. Geen sinecure, want het dier schopt en trapt en gooit heel haar gewicht in de strijd. De achterbak krijgt er flinke deuken bij. Uiteindelijk wordt het beest goed vastgebonden en wordt de achterklep gesloten. Zou het tweede beest hier nog naast moeten? We zullen het nooit weten……..wij gaan verder!

Een onwillige reiziger (RK)

SAHRA’ (صحراء)

Woestijn

Voor mij is Wahiba Sands, ook wel Sharqiyah Sands genoemd, mijn eerste kennismaking met een echte woestijn. In Oman kun je al snel worden ‘ondergedompeld’ in een woestijn ervaring, want maar liefst 70% van Oman bestaat uit woestijn; ‘van eindeloze zandvlaktes waar bijna niets groeit tot enorme zandduinen die een oneindige zee van zand vormen.’ Bij een reis door Oman hoort dan ook eigenlijk een overnachting in de woestijn. Daar wordt gelukkig in voorzien! 

Kaart Oman met Wahiba Sands (internet)

De beroemdste woestijn in deze contreien is de Rub Al Khali woestijn, misschien beter bekend als ‘The Empty Quarter’. Met een oppervlakte van 650.000 km2 is dit de grootste zandwoestijn op aarde. Bovendien heeft het een decor waar filmmakers van watertanden, waardoor films als Star Wars The Force Awakens en Dune werden opgenomen in de zandduinen alhier. Alleen aan de rand van deze enorme zandvlakte wonen enkele volksstammen. Rub al Khali betekent dan ook letterlijk ‘het lege kwartier’. Zeker een gebied dat tot de verbeelding spreekt, gezien de volgende beschrijving: ‘Diep in het binnenland van Oman neemt zand het landschap over. Oude wegen verdwijnen onder lopende duinen. Oasen zijn teruggebracht tot hun kern: het leveren van water. Ooit was hier ergens een rijke stad, verloren gegaan in een dramatisch moment van vernietiging; dit is de mogelijke plek waar het Atlantis van de Woestijn onder het zand is verdwenen.’ Het kleine zusje van Rub Al Khali is Wahiba Sands. Dit woestijnlandschap ligt op ongeveer twee uur rijden ten zuiden van de hoofdstad Muscat en beslaat een oppervlakte van 16.000 km2. Wahiba Sands wordt beschouwd als de mooiste woestijn van Oman en kent duinen die wel tot ruim 150 meter hoog kunnen worden. Dit zal ons decor worden voor de komende dagen………..

De beide woestijnen gezien vanuit de lucht (internet)

Voordat je de woestijn inrijdt, moet je eerst de bandenspanning verlagen. Dit kan bij één van de bandenshops in het stadje Bidiyah, de toegangspoort tot de woestijn. Het hele idee achter het verlagen van de bandenspanning is om het contactoppervlak van de band te vergroten, de banden krijgen extra bolle ‘wangen’, wat de grip zal verhogen. Het draait immers allemaal om grip in het zand?

Zachte banden is een ‘must’ (RK)

Nog even voltanken en dan rijden we langzaam richting Al Hawiyah, naar de plek waar de weg verdwijnt onder het zand. Met andere woorden: de plek waar de woestijn echt begint en het zand de hoofdrol speelt.

Een duidelijke waarschuwing……. (IK)
Waar de weg stopt en de woestijn begint…….. (IK)

In Al Hawiyah wonen tegenwoordig vooral bedoeïenen. Bedoeïenen is afgeleid van het Arabische woord ‘badawi’, dat woestijnbewoner of nomade betekent en is het gerelateerd aan het Arabische ‘badw’, wat woestijn betekent. Duidelijker kan haast niet ;). De bedoeïenen zijn dus van oorsprong een nomadisch herdersvolk dat in de droogste en onherbergzaamste gebieden van het Midden-Oosten leeft. Hun voorouders konden al in 6000 v.Chr. in hun levensonderhoud voorzien door te boeren en dieren te hoeden op de steppen van wat nu Syrië is. Pas in het laatste millennium v.Chr. begonnen de bedoeïenen in meer georganiseerde stammen en clans te leven. In die tijd gingen ze ook belasting innen van de vele handelskaravanen die door hun gebied trokken. In ruil daarvoor hielpen ze de karavanen dan veilig de woestijn door te komen.

‘Het schip van de woestijn’ (IK)

Gedurende al die jaren zijn de bedoeïenen gewend geraakt aan een zwaar leven waar de meeste andere volkeren niet tegen bestand zouden zijn. Hun leven draaide hoofdzakelijk om vee, poëzie en plundering. Vlees, melk en wol van geiten, kamelen en schapen waren essentieel in de woestijn. Vooral een sterke kameel was belangrijk als vervoermiddel op het onbegaanbare terrein en, als er geen ander voedsel meer was, kon het dier eventueel geslacht worden. Ook zorgden (en zorgen) kamelenraces op bruiloften en feesten voor saamhorigheid tussen de verschillende stammen.

Onderweg een training met jonge kamelen (RK)
Tegenwoordig met een robotje achterop (RK)

Mondelinge poëzie werd behalve als kunstvorm ook gebruikt om kennis door te geven, want veel bedoeïenen waren analfabeet. Dichters vertelden over de grote prestaties van hun voorouders, maar ze vertelden de luisteraars ook aan welke regels ze zich moesten houden. Ten slotte was het plunderen van karavanen en andere stammen een onderdeel van hun cultuur. De invallen bestonden meestal uit kleine aanvallen, hun voornaamste doelwit was vee, die snel uitgevoerd moesten worden, want de bedoeïenen vermeden grote militaire confrontaties. Deze nomadische levensstijl werkte echter op de zenuwen van de heersers van het Midden-Oosten, die de nomaden maar moeilijk konden dwingen om belasting te betalen. Daarom werden er in de 19e eeuw nieuwe wetten ingevoerd, waardoor veel bedoeïenen zich op vaste plaatsen moesten vestigen. Sindsdien woont de overgrote meerderheid in de grote steden van het Midden-Oosten. Nu proberen bedoeïenen hun tradities levend te houden middels culturele festivals en kampeertochten in de woestijn. Met al deze informatie rijden we de oranje/rode woestijn in en hopen we onderweg naar ons kamp in ieder geval kamelen en hopelijk ook nog enkele bedoeïenen te zien. 

De woestijn maakt meteen indruk (IK)
Prachtige kleurverschillen door de zon en de donkere wolken (IK)

Het asfalt heeft nog maar net plaats gemaakt voor zand rondom of we zien onze eerste kamelen al langs de kant van de weg. Beide auto’s stoppen onmiddellijk en alle inzittenden vliegen uit de auto’s om de eerste indrukken vast te leggen. Het is tenslotte een fotoreis en kamelen ‘in het wild’ zijn bijzonder! Volgens Hamood, onze Omaanse gids, hebben we zeker geluk, want onder deze eerste kamelen ontdekken we een witte kameel, een zeldzaam en vereerd exemplaar. 

De eerste kamelen ‘in het wild’ (IK)

Eigenlijk zijn dit geen kamelen maar dromedarissen. In veel talen wordt er echter geen onderscheid gemaakt en worden beiden soorten gewoon kameel genoemd. Toch zijn er wel degelijk verschillen naast het overduidelijke verschil van het aantal bulten op hun rug. De kameel is kleiner, wat dikker en heeft ook een dikkere en langere vacht dan de dromedaris, want de kameel komt uit Centraal Azië (Mongolië en China). De dromedaris daarentegen komt uit het Midden-Oosten en is goed aangepast aan het leven in de woestijn. Ze hebben brede voeten, zodat ze niet wegzakken in het zand. Ze hebben lange wimpers, zodat er geen zand in hun ogen komt. Ze zweten bijna niet, zodat ze geen vocht kwijt raken. En die bult op de rug?……..daar zit reserve voedsel in. De bulten worden bij beide dieren gebruikt voor de opslag van vet. Wanneer er geen voedsel of water aanwezig is, wordt dit vet verbrand. Bij die verbranding komt ook water vrij, waardoor ze niet alleen lang zonder voedsel kunnen, maar ook lang zonder water. Het schijnt trouwens dat een dromedaris water op enige afstand kan ruiken. Bijzonder!

Zeldzaam en vereerd, wit brengt geluk (IK)

De kamelen hier leven overigens niet in het wild, ze behoren allen bij de verschillende, meestal Omani, bazen en worden in de woestijn ‘bewaakt’ door hun oppassers, vaak Pakistani of Bangladeshi. Een behoorlijk eenzaam bestaan, lijkt me. Al subsidieert de overheid voor hen wel een hoge 4×4 pick-up voor makkelijk vervoer en toegang tot de altijd in beweging zijnde zandvlakte.  

In eenvoudige tenten op de vlakte (IK)
Gewoon de kamelen achterin …… (RK)

We blijven ons verwonderen. Zand is zand, zou je zeggen, maar niets is minder waar. We zien vormen, sporen, duinen, begroeiing en kleuren. We blijven kijken, fotograferen en genieten. 

Sporen (IK)
Kleur en begroeiing (IK)
Uitgestrekt (IK)

Bovendien maken we hier eveneens kennis met die andere aanrader in de woestijn: het zogenaamde ‘dune bashing’. Dat wil zeggen dat je op (hoge) snelheid door de zandduinen gaat crossen. Het oppervlak van het zand is zacht, niet stabiel en de ondergrond blijft verschuiven. De chauffeur maakt ondertussen scherpe bochten, gaat steil naar beneden of omhoog en de auto gaat alle kanten op, waardoor je als passagier volledig door elkaar wordt geschud. De één vindt dit fantastisch, de ander iets minder……. De meesten van ons hebben een groot vertrouwen in de chauffeurs. Dat moet ook wel, want je bent echt overgeleverd en je moet jezelf een beetje overwinnen om met volle teugen te kunnen genieten. Voor sommigen is de trip naar de top voor de zonsondergang meer dan genoeg, anderen tekenen graag voor een extra tripje met nog steilere hellingen!

Dune bashing’ met een 4×4 (RK)
Extra steil, extra spannend (RK)

Vlak bij ons kamp liggen een aantal kamelen rustig bij elkaar. Sommigen hebben een soort kapje om hun snoet. Hierin zitten grassen en ander lekkers zodat de dieren op hun gemak kunnen kauwen en herkauwen. Andere dieren hebben een touwtje om hun voorpoten, ze zijn gekluisterd. Hamood vertelt ons dat dit wordt gedaan omdat deze dieren ‘naughty girls’ zijn, ze lopen anders (te ver) weg. Het ziet er erg ongemakkelijk uit, in plaats van lopen, huppen deze grote beesten met onverwachte sprongen vooruit. Ze zijn echt groot en snel hoor! Een volwassen dier is, inclusief bult, zo rond de 2 m hoog en kan als topsnelheid wel 65 kilometer per uur halen. De meesten van ons halen zowel deze grootte als de snelheid niet ;).

Safari Desert Camp (IK)
Een kameel met een snoetje (IK)

Een eindje verder in de woestijn lunchen (picknicken) we in een soort oase. Hier zorgen een aantal bomen voor de broodnodige schaduw en er is zelfs een watertank geplaatst met een drinkbak voor de kamelen die rondom hun kostje bij elkaar zoeken. Eén voor één komen de kamelen dichterbij om hun dorst te lessen en hun nieuwsgierigheid te bevredigen. Onder hen een kameel met een kleed of dek. Dit blijkt een race kameel te zijn. Erg kostbaar en daarom verdient hij extra aandacht. Het is immers koud vandaag met maar 24 graden? Deze kameel blijkt ook gekluisterd, want, zoals gezegd vertegenwoordigt hij/zij een behoorlijk kapitaal en dat wil je toch een beetje in het zicht houden. Een ‘gewone’ kameel kost al gauw rond de € 15.000,-, maar voor een race kameel moet je heel wat meer neer tellen. De kroonprins van Dubai heeft ooit de duurste vrouwelijke kameel ter wereld gekocht met de prachtige naam Beit al-Saafarana. Volgens de organisatoren van de dierenbeurs bood de kroonprins omgerekend 1.2 miljoen euro voor de jonge merrie.

In de verte de kleine oase (IK)
24 graden is aan de frisse kant (IK)

De eigenaar/oppasser komt ondertussen aangereden om te controleren of de drinkbak naar behoren van water wordt voorzien. De pijpen hangen provisorisch aan en in elkaar, maar het werkt allemaal wel. De man laat ons graag zien dat de kamelen goede vrienden van hem zijn en zich graag een beetje door hem laten vertroetelen. Een mooi gezicht!

Goede vrienden (IK)

Natuurlijk valt er nog veel meer te vertellen over de woestijn, haar bewoners en het leven in deze wonderlijke en fascinerende wereld in al haar facetten. We hebben slechts een glimp opgevangen en een eerste indruk gekregen van de cultuur en de geuren en kleuren van dit deel van Oman. De leegte in de woestijn…….er is niets en toch is er van alles!

Zonsondergang vanaf een zandduin (IK)









MASJID (مسجد)

Oman is één van de dunst bevolkte landen ter wereld, met gemiddeld 17 inwoners per km2 (2024). In totaal wonen er ruim 5 miljoen mensen in Oman, waarvan het merendeel in en rond de hoofdstad Muscat woont. Ter vergelijking in Nederland wonen, sinds dec ’24, net over de 18 miljoen mensen, wat neerkomt op een kleine 550 man per km2 en dat terwijl ons land, qua oppervlakte, ongeveer 8x kleiner is dan Oman. Wat een verschil! 

Een stukje noord Oman, ongeveer onze rondreis (internet)

Dankzij de inkomsten uit olieproductie is Oman zeker geen arm land, want het ligt in het meest olierijke gebied ter wereld. De Arabische Plaat waarop het sultanaat ligt, bevat ruwweg 55% van alle olievoorraden ter wereld en ongeveer 40% van alle gasvoorraden. Oman is in deze regio echter maar een relatief kleine speler, want het is maar verantwoordelijk voor slechts ongeveer 4% van de totale productie van het Midden-Oosten. Ook de reserves zijn bescheiden en groeien al vijftien jaar niet meer, waardoor de olie-en gasvelden, met het huidige productieniveau, waarschijnlijk over respectievelijk twintig en veertig jaar zijn uitgeput. Voor de regering is het enorm belangrijk om te weten of ‘dit het is’, of dat over twintig jaar kan blijken dat er toch veel meer olie en gas onder de grond verborgen zit. Niet vreemd, want 80% van de overheidsinkomsten in Oman bestaat uit deze olie- en gas opbrengsten. 

Sultan Qaboos bin Said Al Said op een 5 OMR biljet; ongeveer €12,50 (internet)

De bevolking in Oman bestaat voornamelijk uit Arabieren, die in stammen zijn georganiseerd. De meeste Omanieten stammen af van Arabische Azd-stam die vanuit Jemen migreerden en de Nizary-stam die vanuit het huidige Saoedi-Arabië kwamen. Grofweg zijn er twee grote stamgroepen: de Bani Hinawi (kustbewoners) en de Bani Ghafiri (bedoeïenen). Deze traditionele structuur van stammen en de daarbij behorende macht speelt nog steeds een rol in de maatschappij. Omdat Oman in de loop der eeuwen bloot heeft gestaan aan invloeden uit Azië en Afrika, dankzij de overzeese handel, vind je die invloeden terug in de cultuur en bevolkingssamenstelling. Zo hebben veel Indiërs, Bangladeshi en Pakistani zich in Oman gevestigd. Zij zijn meestal moslim, zijn al generaties lang in het land en spreken naast het Arabisch ook nog hun eigen taal. In 1698 werd Zanzibar een deel van de overzeese bezittingen van Oman nadat Saif bin Sultan, de imam van Oman, de Portugezen versloeg in Mombasa (nu Kenia). Ergens in 19e eeuw  verplaatste de toenmalige Omaanse heerser zijn hof van Muscat naar Stone Town op het eiland Unguja (Zanzibar Island). Zanzibari is tegenwoordig de gangbare aanduiding voor nakomelingen van Omanieten die in het verleden naar Oost-Afrika zijn getrokken. Op verzoek van sultan Qaboos bin Said Al Said (1940-2020) zijn velen later teruggekeerd naar Oman om bij de ‘wederopbouw’ van de staat te helpen.

Oman in het centrum van de handelsroutes (internet)

Deze voormalige sultan was een bekende ibadi. Zo’n 75% van de Omaanse bevolking is eveneens aanhanger van het ibadisme, een strenge maar pacifistische stroming binnen de Islam. Het ibadisme kenmerkt zich door tolerantie en gematigdheid. Zo wordt er b.v. niet gemarteld, hoewel dat in de sharia wel voorgeschreven is bij bepaalde misdaden. Volgens de Ibadis mag het geloof ook niet als reden voor oorlog en bloedvergieten gebruikt worden. Dit wordt weerspiegeld in een buitenlands beleid van ‘vrienden van allen, vijanden van niemand’, waardoor Oman geen last heeft van de externe problemen omtrent veiligheid zoals sommige buren en is de binnenlandse politieke situatie in het land stabiel.

De 90 meter hoge minaret (IK)

Wij gaan vandaag naar de Sultan Qaboos moskee, misschien wel de belangrijkste bezienswaardigheid van Muscat. De Ibadis zijn eigenlijk van mening dat het geloof tolerant moet zijn, hetgeen tot uitdrukking komt in de architectuur. Moskeeën zijn vaak eenvoudig. Een minaret is niet noodzakelijk, een kleine verhoging op het dak is al voldoende. De Sultan Qaboos-moskee is echter enorm groot en beslist in alle opzichten het tegenovergestelde. Het was een cadeau van de sultan aan de inwoners van Oman, omdat hij vond dat zijn land een nationale moskee moest hebben. Ter ere van zijn 30-jarig bewind liet hij daarom begin jaren ’90 een moskee bouwen die groter werd dan welke moskee dan ook in Oman. Het resultaat staat sinds 2001 langs de weg die leidt naar het hart van Muscat. Het complex is gebouwd op een verhoogd plateau in lijn met de traditie bij Omaanse moskeeën dat deze altijd net iets boven het straatniveau worden gebouwd. Het bouwwerk is prachtig wit, gemaakt van zo’n 300.000 ton Indisch zandsteen, en op elke hoek staan gouden minaretten met in het midden van het complex een vijfde minaret van maar liefst 90 meter hoog. Samen staan zij symbool voor de 5 kernwaarden van de islam, t.w. de geloofsbelijdenis (shahada), gebed (salah), aalmoezen geven (zakat), vasten (sawm) en bedevaart (hajj). Deze moskee is de enige moskee in Oman die ook open is voor niet-moslims. Je kunt de moskee elke ochtend bezoeken, behalve op vrijdag.

Prachtige koepel met liggende maansikkel (RK)

Als we naar binnen lopen, worden we ons pas echt bewust van de grootte en de grandeur van het gebouw. Ondanks het vroege uur is het al redelijk druk. Overal zie je vrouwen hun sjaals goed schikken, terwijl er nauwlettend wordt toegekeken of de rest van de kleding er wel naar behoren uitziet. Respect voor de lokale cultuur en religie van Oman is belangrijk. 

De doek blijft wegglijden

We komen, als groep, door de eerste keuring heen en mogen het terrein verder gaan verkennen. Mocht je toch vergeten zijn om je kleding aan te passen of heb je geen geschikte kleding bij je, dan kun je bij het winkeltje, bij de ingang van de moskee, gepaste kleding (abaya + sjaal) huren. We zien inderdaad verschillende ‘roze gewaden’ in de menigte om ons heen ;).

Veel licht, donker en reflectie (IK)

Aan de overkant van de tuin vind je de gebedsruimte voor vrouwen. De gebedsruimtes zelf mag je alleen op blote voeten betreden, dus staan er vlak voor de ingangen verschillende kasten waar je je schoenen in kunt doen. Het wel even opletten geblazen in welke kast je je schoenen zet….. In deze ruimte is plaats voor 750 vrouwen. Op zich maakt deze ruimte niet zoveel indruk, al zijn er wel mooie glas-in-loodramen.

Eén van de vele schoenenkastje (RK)
Op blote voeten of op sokken ……vanwege de hitte (RK)

Veel moskeeën kennen aparte ruimtes voor mannen en vrouwen, maar er bestaan ook moskeeën waar mannen en vrouwen gezamenlijk in de hoofdruimte van de moskee bidden, hoewel de mannen en vrouwen dan wel apart zitten door b.v. de vrouwen achterin en de mannen voorin de ruimte te plaatsen. Het ‘misverstand’ van een aparte ruimte komt, volgens onderzoekers van de koran, voort uit het verkeerd interpreteren van een hadith. De hadith (betekent: wat men vertelt) zijn de vastgelegde, islamitische overleveringen over het doen en laten en de uitspraken van de profeet Mohammed. De betreffende hadith zegt: ‘het gebed van een vrouw in de gang van haar huis is beter dan haar gebed in de moskee en haar gebed in de slaapkamer is beter dan haar gebed in de gang van haar huis’. Deze hadith wil laten zien dat het gezamenlijke gebed voor vrouwen niet verplicht is, wat wel het geval is voor mannen. Van vrouwen wordt niet verwacht dat ze voor de vijf dagelijkse gebeden naar de moskee gaan, terwijl ze voor het thuis bidden toch dezelfde beloning dezelfde ontvangen als voor het in de moskee bidden. In deze moskee is dus wel sprake van afscheiding.

Poseren tussen de bogen en pilaren (RK)

Via verschillende pleinen en bogen bereiken we tenslotte de gebedsruimte voor mannen, een gigantische hal waar wel 6.500 mannen tegelijkertijd kunnen bidden. De controles zijn hier zo mogelijk nog strenger. Mijn mouwen zijn niet lang genoeg, waardoor mijn polsen niet bedekt zijn, iets wat eigenlijk voldoende is om mij de toegang te weigeren. Een vriendelijke oudere bewaker biedt uitkomst. De oplossing is om mijn grote sjaal/doek gewoon iets anders om mij heen te wikkelen, zodat zowel mijn armen als mijn haar bedekt zijn. Dat is het belangrijkste! Gelukkig maar, want ik had deze ruimte niet willen missen. Hier is zoveel pracht en praal, dat je bijna niet weet waar je het eerst moet kijken.

De grote gebedsruimte voor de mannen (IK)

De 14 meter hoge kroonluchter, gemaakt van Swarovski kristal, springt meteen in het oog. De lamp bestaat uit 1.122 lampjes, weegt 8 ton en is beslist een opmerkelijke ‘almasik aleayin’, een ‘eye catcher’, te noemen.

De kroonluchter weegt 8 ton (IK)

Het handgeknoopte Perzische tapijt op de grond is een andere blikvanger. We zien een enorm kleed van wel 70 bij 60 meter, wat het meteen het op één na grootste handgeweven tapijt ter wereld maakt. Maar liefst 600 vrouwen hebben er 4 jaar over gedaan om de 1,7 miljoen knopen te leggen. Het hele tapijt weegt ook nog eens 21 ton. Zouden de vrouwen dit ter plekke hebben gemaakt? Dit is toch niet te vervoeren? Het tapijt is gekleurd met voornamelijk traditionele plantaardige kleurstoffen en het motief ervan komt terug in het schitterende plafond, gemaakt van marmer en mozaïek. Je blijft je verbazen!

Het handgeknoopte tapijt wordt van dichtbij bewonderd (RK)

Zoals we wel weten, is het belangrijk dat je in de richting van Mekka bidt. Daarvoor dient de mihrab, een islamitische gebedsnis in de muur van de moskee die de gebedsrichting, de qibla, aangeeft. Zoals vaak zit ook nu de mihrab in het midden van de giblamuur; duidelijk zichtbaar en met prachtige mozaïek versierd. Afbeeldingen zijn vaak streng verboden in de Arabische wereld, daarom hebben symbolen, kalligrafie en ornamentiek hun eigen ‘geheime’ taal vanwege het principe dat het goddelijke onvergelijkbaar is en dus kan niet worden vastgelegd in bijvoorbeeld een tekening of een beeld. Veel mensen besteden extra aandacht aan deze nis. Aan selfies geen gebrek…….. dat mag dan weer wel.

Richting Mekka (IK)

Weer buiten en nog onder de indruk van alles wat we hebben gezien, zien we dat de buitenvloer glimt als een spreekwoordelijke spiegel, wat een heel eigen fascinatie teweeg brengt. Hier buiten is nog eens plaats voor 8.000 personen, waardoor de moskee uiteindelijk ruimte kan bieden aan 20.000 mensen. Een onwerkelijk aantal. Bovenop de grote koepel pronkt de bekende maansikkel. Voor miljoenen mensen heeft de maanfiguur hilal dezelfde symbolische kracht als het kruis in het christendom. Hilal is de smalle maanschijf na de nieuwe maan. De islam kent een maankalender en de maan is nauw verbonden met de verschillende religieuze feesten. Zo begint de vastenmaand Ramadan bijvoorbeeld pas als de nieuwe maan tevoorschijn komt. De nieuwe maan is voor moslims een symbool van een nieuw begin, de komst van het licht na de duisternis. Grappig is wel dat de maansikkel in Oman ligt, een reflectie van hoe de maan in dit deel van de wereld aan de hemel staat. In andere islamitische landen kom je ook steeds de sikkel tegen, maar daar staat deze meer of minder rechtop. 

Alles spiegelt (RK)

Het loopt al tegen elven en we moeten langzaamaan richting de uitgang om de moskee ‘terug te geven’ aan de gelovigen die hier komen voor het middaggebed. Opeens zien we een soort ‘koffiehoek’ in een hoek van de tuinen, waar we hartelijk worden uitgenodigd om een kopje karak thee, een mix van sterke thee, kruiden en melk, te drinken met verse dadels erbij, waarbij de dame ons aanmoedigt om vooral vragen te stellen over de moskee en de islamitische gebruiken. Zij benaderd haar geloof heel pragmatisch en legt uit dat het geloof eigenlijk een wifi connectie naar boven, naar de hogere macht, is. Mocht je fouten maken, en ja we zijn mensen dus we maken fouten, dan helpt de gps om je weer op het goede spoor te brengen. Ik kan me voorstellen dat vooral jongeren hierop reageren, een moderne toets in het geloof. Ik kan me er niet helemaal een voorstelling van maken, maar ja, ik ben dan ook niet de juiste persoon in dit geval. Als we even later opstaan om te vertrekken en haar willen betalen, zegt ze alleen maar; ‘Nothing, welcome to Oman’. Heel vriendelijk en dat geldt eigenlijk voor alle ontmoetingen tijdens onze reis. De Omani’s staan bekend als een vriendelijk en vreedzaam volk, die het leven en hun geloof op een ontspannen manier benaderen.

Met ons verlaten meer mensen de moskee (RK)