We komen al een beetje in het ritme van hier. Zomaar om half acht worden we spontaan wakker om nog een laatste keer te genieten van het prachtige uitzicht van ons balkon. Ons (Indiase) ontbijt bestaat deze keer uit idli, vada, sambar (pittige soep op basis van linzen en groenten) en een chutney met kokosnoot. Er wordt niet meer om toast met jam gevraagd en het wordt ook niet meer aangeboden; we horen erbij 😉
Vandaag gaat het gebeuren, we gaan naar de plek waar we zo’n 30 jaar geleden gewoond en gewerkt hebben. Voor ons een speciale ervaring, maar voor W. ook. Hij heeft geen eigen herinneringen aan zijn tijd hier, maar kent de verhalen, de foto’s, de films etc. Hoe bijzonder is het dan om deze omgeving zelf te zien en te ervaren. Chauffeur Sajeesh rijdt ons soepeltjes naar de brug, die de grens vormt tussen Kerala en Tamil Nadu. Wat ik vergeten was dat je hier ook een echt checkpoint hebt en dat je moet betalen om van de ene staat naar de andere te kunnen reizen.
Twee bochten verder en we zijn bij de fabriek. Iedereen is iedereen van te voren goed geïnstrueerd. De wacht begroet ons enthousiast. Uiteraard moeten er wel de nodige formulieren worden ingevuld en ondertekend, want ‘rules are rules, sir’ aldus de wacht met een verontschuldigende beweging. Dat begrijpen we helemaal! Als we langzaam over de compound rijden (10 km only, sir), komen we Rajesh (fabrieksdirecteur) en Srimurugan (HR) al tegen die ons, even later, verwelkomen voor de guesthouse. Heel Indiaas met bloemen, toespraken en heel veel foto’s.
Dan naar binnen, naast elkaar op de bank met een glaasje water om elkaar te leren kennen en het programma van vandaag te bespreken. We horen dat Patrick twee jaar geleden met pensioen is gegaan (ook al 60…) en dat Maria en hij terug zijn gegaan naar Bangalore waar ze oorspronkelijk vandaan kwamen. Barati van de guesthouse werkt nu in Nanjangud en van haar zus Anita is eigenlijk niets bekend. Vervolgens maken we kennis met kok Amar en ‘junior’ Deepanker die tegenwoordig samen de scepter zwaaien over de guesthouse. Iedereen wil het zo ontzettend goed doen dat wij alles maar over ons heen laten komen, dat lijkt de makkelijkste manier. We lunchen met een vreemde combinatie van ‘spicy spaghetti and egg fried rice’ als hoofdgerecht, maar het smaakt ons prima. W. is helemaal content wanneer de papadums ook nog op tafel geschoven worden.
Langzaam maar zeker komt er van alles bij ons naar boven. Er is veel veranderend, maar er absoluut ook nog veel herkenbaars. Zo is het zwembad er nog, zelfs het pierebad voor de kleintjes.
De tennisbaan is totaal verwaarloosd, maar wordt deels wel gebruikt als badminton veld. De quarters beneden achter de tennisbaan waar o.a. Marimata, Ciddy en Subash woonden zijn verdwenen en op de compound zelf wonen nu alleen Indiërs.
Alle huizen zijn in tweeën gesplitst, behalve ‘ons’ huis. Fier boven op de heuvel staat het er wel wat vervallen en gehavend bij. Wat zonde. We horen later dat het teveel geld kost om het op te knappen. Na het vertrek van Arun en Usha (in 2000) is er niets meer aan gedaan en hoewel het even als opslagruimte is gebruikt en later onderdak bood aan een ‘lactation room’ (in onze vroegere speelkamer), waar vrouwen in alle rust hun baby’s konden voeden of verschonen, staat het nu dus leeg.
In allerijl wordt er iemand opgetrommeld om de sleutel te brengen, zodat wij binnenshuis ‘a trip through memory lane’ kunnen maken. Dat is het zeker! Terwijl wij ‘oh-en en ah-en’ kijkt W. nieuwsgierig rond en laat hij zich gewillig op diverse plekken door mij op de foto zetten. Trouwens niet alleen door mij, vanuit de fabriek heeft iemand kennelijk de opdracht gekregen om elke stap minutieus vast te leggen met de belofte dat alle foto’s naar ons gestuurd zullen worden. Leuk!
Nu we toch bezig zijn, zullen we dan meteen maar door naar de fabriek? Wij zijn overal voor in en gaan dus graag mee. Met veiligheidsschoenen aan, witte jas over de kleding, oordopjes om de nek en haarnetje onder handbereik worden we geïnstalleerd in de ‘conference room’ om twee video’s te bekijken ter voorbereiding op de ‘factory tour’ straks en de ‘tea plantages’ morgen. Mooie beelden en een mooie opbouw. Ze hebben hier echt over nagedacht ;).
Daarna uitleg over de verschillende theesoorten die gebruikt worden: groene thee, zwarte thee en thee vezels. Eigenlijk ‘tea waste’, maar ‘tea fiber’ klinkt natuurlijk beter, zeker als je dit ook in je eindproduct gebruikt. We mogen gedrieën proeven (slurpen), terwijl we ondertussen uitleg krijgen over de soort thee, de combinatie en voor welk land het geproduceerd wordt. Herkenbaar toch?
De fabriek zelf ziet er van binnen prima uit. Schoon, veilig en overzichtelijk. Rajesh vertelt dat de meeste theefabrieken maar een rommeltje zijn (kunnen we beamen omdat we een theefabriek in Bangladesh hebben gezien), maar aangezien Nestle ook babyvoeding etc maakt, liggen de standaarden hier veel hoger. De man die ons hier rondleidt, kent R. nog van 30 jaar geleden. Hij is super enthousiast en neemt R. meteen helemaal onder zijn hoede. Geen detail blijft onvermeld. Rajesh zorgt ervoor dat ook W. en ik de hoofdlijnen meekrijgen. In de fabriek werken nu nog zo’n 5 mensen uit ‘onze’ tijd en die zijn er ook allemaal om hun oude baas de hand te schudden. Hoe leuk is dat?
In de kantine is vervolgens een deel van het personeel bij elkaar gekomen voor de ‘cake ceremony’. Niet speciaal voor ons, maar eigenlijk omdat ze de record maandopbrengst van dit jaar gehaald. Beide dingen kun je prima combineren, toch? Je moet een beetje praktisch met de omstandigheden omgaan en zo staan wij daarom met z’n drietjes achter een grote taart die we, ook gedrieën, moeten aansnijden. Valt niet mee met een klein plastic mesje ;).
Na afloop komt iemand op mij afgelopen die mij bedankt voor de goede zorgen voor zijn broer toentertijd. Het blijkt de oudste zoon van onze toenmalige chauffeur Abdu te zijn die nu zelf op de fabriek werkt. Mohammed Shabin (Shabin for short) herinnert mij aan die keer dat ik met zijn vader, moeder en broer naar het ziekenhuis in Mysore ben gereden ivm de gehoorproblemen van zijn broertje. Eigenlijk iets heel normaals, maar het is als iets bijzonders ervaren. Hij herinnerde zich ook de verhalen van zijn vader, vooral over de kinderen en vond het dus ontzettend leuk om W. hier te ontmoeten. Hij heeft wat te vertellen thuis! Abdu is helaas al een paar jaar geleden, veel te jong, overleden. Zijn zoon vond het fijn om van mij te horen dat wij erg op Abdu gesteld waren en hele warme herinneringen aan hem hebben. Dat was wederzijds, is zijn reactie.
Hiermee is het nog niet klaar voor vandaag. De Colony (of Quarters, zoals de werknemers compound bij Cherambadi tegenwoordig genoemd wordt) mag niet ontbreken. Hier geldt eigenlijk hetzelfde. Veel is herkenbaar, veel is veranderd. ‘Same same but different’
De ‘staff sale’ is verdwenen en daarmee ook R’s inauguratie bord (of steen). Wel houden ze hier nog elk jaar een tekenwedstrijd in zijn naam en hangt er in veel van de huizen nog een ‘echte RK’. Eigenlijk is dat leuker dan een bord met je naam. De ‘recreation club’ bestaat nog wel. Dat roept herinneringen op aan kooklessen, aerobic lessen, Engelse lessen en knutselmiddagen. Allemaal verleden tijd. De omgeving is veel meer ontwikkeld en mensen zoeken hun vertier elders. De speeltuin staat er nog, al lijkt daar ook in geen dertig jaar in te zijn geïnvesteerd?
Verschillende mensen lopen uit hun huis om ons te begroeten. Ze kennen ons niet, maar weten wel dat we hier ooit gewoond hebben en zijn reuze nieuwsgierig hoe wij eruit zien en hoe we reageren. We zien een prachtige tuin, waardoor de ‘garden competition’ door onze gedachten schiet. Verleden tijd. Om ons onduidelijke redenen, iets met een balans tussen Choladi en Najangud en vakbonden, zijn dit soort evenementen verdwenen. Ze maken nu tripjes naar een resort …..tijden veranderen. Ook te zien aan de hoeveelheid auto’s binnen de hekken van de compound. Lege plekken tussen sommige huisjes zijn opgevuld met een overkapping als een soort parkeerplaats.
Opeens worden we vriendelijk begroet door een man. Terwijl R. z’n hand schudt en een praatje maakt, komt zijn vrouw naar buiten om ons binnen uit te nodigen. We kunnen (willen) niet weigeren. Even later zitten we op kousenvoeten in een piepkleine woonkamer op de beste stoelen, terwijl alle anderen glunderend om ons heen staan.
De familie (5 personen) staat op het punt om hun moeder naar huis te brengen in …… Madurai, zo’n 10 uur rijden van hier. We blijven dus maar niet te lang en zien hun even later uitbundig zwaaiend vertrekken in een volgestouwde auto. Wat een dag!





















👍
LikeLike