Net voordat we willen vertrekken, worden we gebeld vanaf de ‘gate’ dat iemand ons nog graag wil ontmoeten. Even later zien we twee nu al bekende gezichten met een derde nog vreemde man in het midden. Het blijken Sadiq, Shabin en Shain te zijn. Shain is de jongste zoon van Abdu, die in ‘onze’ tijd met onze hulp een gehoorapparaat heeft gekregen. Hij had natuurlijk de verhalen van zijn broer gehoord en wilde ons dolgraag ontmoeten. Ontroerend! Hoe leuk om dan ook Wout te spreken. De verhalen komen los. Abdu die een band van onze auto moest verwisselen, terwijl Wout naast hem op zijn knietjes zat om ‘te helpen’. Of dat Wout soms voorin in de auto op Abdu’s schoot mocht zitten om te sturen (slakkengang op de compound hoor). Leuk om te horen.
Onze eerste stop is al in Cherambadi. Met alle programmapunten hebben we haast nog geen tijd gehad om even door het, sterk uitgebreide, dorp te lopen. Sajeesh vindt het maar een vreemde bedoening dat we aan de ene kant van het dorp uit de auto willen om pas aan de andere kant weer in te stappen. Hij vertrouwt dat toch niet helemaal en op verschillende plekken op onze route zien we hem even parkeren en uit de auto stappen om te controleren of het allemaal wel goed gaat. Lachen, want zo groot is Cherambadi niet en het bestaat nog steeds uit maar één lange rechte weg. We ontdekken een supermarktje, twee hotels, de mogelijke opvolger van kleermaker George (mama Greet welbekend :-D) en worden overal vriendelijk begroet. De hoeveelheid buitenlanders hier is waarschijnlijk wel onveranderd gebleven ;).
We rijden verder naar Gudalur, een grote(re) stad met allure geworden, waar Sajeesh een goed koffie adresje weet. Aldaar besluiten we ook maar meteen vroeg te lunchen en vallen we met onze neus in de boter. De ‘masala dosa’ kan nog net besteld worden. Heerlijk.
Ons einddoel van vandaag is nationaal park Mudumalai. ‘Malai’ betekent heuvel of berg. De naam ‘Mudumalai-bos’ was al in gebruik toen de Britse regering het bos in 1857 huurde van de radja van Neelambur voor houtkap. In 1940 werd nationaal park Mudumalai opgericht als het eerste wildreservaat in Zuid-India. Het park, met een oppervlakte van ongeveer 321 km² op het drielandenpunt Tamil Nadu, Kerala en Karnataka, staat bekend om zijn rijke biodiversiteit en veel bedreigde diersoorten. Mudumalai werd in 2007 zelfs uitgeroepen tot tijgerreservaat en aangemerkt als ‘Critical Tiger Habitat’. Betekent dat meer of juist minder kans voor ons om een tijger te spotten? We gaan uit van het eerste scenario, onze verwachtingen zijn hoog gespannen.
Als het echte bos inkomen moeten we eerst langs een checkpoint. Het invullen van alle papieren voor de bijbehorende e-pass was nog een hele opgave vanochtend voor Riep en Sajeesh zich gezamenlijk over moesten buigen.
Met succes, want we kunnen zo verder en even later rijden we door het dorp Masinagudi om vervolgens het terrein op ter rijden van ‘Jungle Hut’ in Bokkaporam. We zitten midden in de natuur. Het terrein ligt midden inde zogenaamde ‘buffer zone’ van nationaal park en maakt daardoor ook echt onderdeel uit van het park. We zien meteen axisherten (spotted deer) rondom de huisjes en horen het verhaal dat hier gisteren een olifant bij het zwembad aan het grazen was. Het wild komt dichtbij, dat kan ook want het hele resort ademt rust uit. Het Jungle Hut team zegt daar zelf over: ‘Jungle Hut is a family destination where Stags and Corporate Groups are a rare sight. If someone whistles at you, it is more likely to be the Malabar Whistling Thrush rather than a schoolboy playing truant (= spijbelen). There are no televisions or telephones in the rooms to invade the peace and quiet of the surroundings. This creates an atmosphere of utter serenity, which is as refreshing as it is rare. Here, you hear the true sounds of the jungle coming alive at night.’
We kunnen vanmiddag meteen nog een buffer zone safari regelen, want ook daar hebben we zeker de kans om echt ‘wildlife’ te spotten. Om dat te demonstreren staat er een groot bord in de eetruimte waarop vermeld staat welke dieren waneer voor het laatst zijn gespot. We hopen natuurlijk op de tijgers en het luipaard, maar zijn al dik tevreden met olifanten, gaur (Indiase bizons) en sambhar (paardherten)……..
Tegen 3 uur stoppen in een jeep en gaan we met onze gids op stap. Deze safari loopt dus door de brede buitenranden van het eigenlijke park en gaat vooral over smalle asfaltwegen. Desondanks genieten we van het buiten zijn, de natuur om ons heen en de verwachting. Alles is immers mogelijk als je het bord mag geloven. We horen verhalen over een ‘rogue tiger’ die gisteren nog een vrouw heeft aangevallen die haar geit of koe aan het weiden was. De vrouw heeft het niet overleefd. De tijger is later nog eens gezien, waarop de politie is ingeschakeld die met man en macht is uitgerukt en de tijger met vuurwerk heeft weggejaagd. Waarschijnlijk gaat het om een oude tijger, die zelf niet meer kan jagen en daarom dichterbij de dorpen/mensen komt. Op zoek naar de zwakste prooi, moest de vrouw het deze keer ontgelden. Dat is de andere kant van het leven in de jungle.
Wij zitten ondertussen hoog in onze jeep. Wout krijgt meteen de verrekijker van onze gids waardoor de kansen om iets te ontdekken aanzienlijk groter moeten worden. (?)
We zien vooral veel axisherten (spotted deer), een paar langur apen, die in het Nederlands, verrassend genoeg, slankapen worden genoemd, hoog in de bomen en horen het blaffende geluid (lijkt op het blaffen van een hond), dat de muntjak of blafhert (barking deer) maakt.
Helaas deze keer geen ‘groot wild’ …….. morgenvroeg de herkansing tijdens de ‘deep safari’?












