Jacobspad: Vries – Taarlo
We kunnen ook vandaag nog even genieten van een uitzonderlijk warme nazomer met zacht herfstweer en een temperatuur van rond de 20 graden. Ideaal wandelweer! We besluiten de afstand weer iets te vergroten tot ongeveer 9 kilometer. ‘Fingers crossed’.
Onze start is in Vries met een kop koffie op het terras tegenover de kerk. Meteen naast de kerk, ontdekken we ‘Het Verhaal’, één van de zogenaamde ‘Vrouwenmars’ monumenten. Monumenten die herinneren aan de ongeveer 80 kilometer lange tocht die 116 verzetsvrouwen op 11, 12 en 13 april 1945 gedwongen moesten lopen. Deze vrouwen zaten in Kamp Westerbork vanwege hun eigen verzetswerk of dat van hun familie. Met het steeds dichterbij komen van de bevrijders besluiten de Duitse bewakers de 116 vrouwen als menselijk schild te gebruiken. Ze willen niet opvallen en daarom moeten de vrouwen ’s nachts reizen onder ‘begeleiding’ van zo’n 200 bewapende soldaten. De vrouwen hebben geen idee waar ze naar toegaan en vrezen voor hun leven. Uiteindelijk worden ze onverwachts vrijgelaten vlakbij Grijpskerk. Alle vrouwen hebben de tocht overleefd. Op vijf plekken langs de route staan beelden die deze tocht herdenken. Natasja Bennink maakte de bronzen beelden. Voor elk beeld stond een dochter, een kleindochter of een andere nabestaande model. Gert Sennema maakte de begeleidende voorwerpen van steen.
We spijkeren onze kennis ter plekke bij en leren dat ‘De Reis’ in Ekehaar een eerbetoon is aan de zware voettocht. ‘Het Geheim’ in Assen staat symbool voor niet vertelde verhalen en geheimen. ‘De Droom’ in Groningen verwijst naar de vrijheidsdroom en ‘Het Geloof’ in Grijpskerk staat voor de toekomst, Hier in Vries staan we voor ‘Het Verhaal’; een stenen boekenplank waarop in het midden een bronzen vrouwenhoofd rust. De boeken op de plank symboliseren de dagboeken en de persoonlijke verhalen van de vrouwen die de mars hebben meegemaakt. ‘Aan de hand van fragmenten uit dagboeken en brieven vertellen de vrouwen zelf over hun gevangen periode, de Vrouwenmars en hun thuiskomst.’ Vandaar de toepasselijke naam ‘Het Verhaal’. Voor het vrouwenhoofd stond Renee van der Schaik model, een nazaat van drie van de indertijd deelnemende gevangen verzetsvrouwen. Een bijzonder maar niet heel opvallend monument, dat je zo maar voorbij loopt als je niet weet dat het daar aan de muur hangt.
Op 11 april 2025 was het precies tachtig jaar geleden dat deze vrouwen uit hun bed werden gehaald en vervolgens gedwongen in het donker moesten lopen naar een letterlijk en figuurlijk onbekende bestemming. Zo’n 200 deelnemers hebben in 2025 dezelfde 3 daagse weg gelopen om deze ‘vrouwenmars’ te herdenken. Eén van de deelnemers zei daarover: ‘Wij liepen in de zon, het voorjaar kwam ons in alle frisheid tegemoet. Het idee dat de vrouwen toen door de nacht moesten lopen, niet wetend wat hen te wachten stond, was heel indrukwekkend.’ Iets om even bij stil te staan.
Drenthe is een oeroude provincie. Soms ook mysterieus met geheimen in afgelegen venen en bossen. Daarbij horen zowel verhalen als historische feiten. Wij moeten denken aan het ‘meisje van Yde’. Yde ligt weliswaar ongeveer 6 km van Vries vandaan, maar staat als naam zeker op de kaart. Helemaal omdat het veenlijk, oftewel ‘het historische (gereconstrueerde) meisje’, vandaag de dag te zien is in het Drents museum. Het meisje leefde ergens tussen 40 v.Chr. tot 50 n.Chr. en wordt waarschijnlijk rond het begin van de jaartelling geofferd. Door de dreiging van de Romeinen in Zuid-Nederland besluit de gemeenschap een mensenoffer aan de goden te brengen. Ze is nog maar zestien jaar oud als zij door haar dorpsgenoten wordt gewurgd met een koord dat mensen in die tijd om hun middel dragen. Moerassen en vennetjes werden destijds gezien als een heilige plek, een toegangspoort naar de geestenwereld als het ware. Vandaar dat ze in het veen is achtergelaten; een laatste redmiddel tegen komend onheil zoals, in dit geval, een oorlog. Haar lichaam werd steeds dieper begraven onder vele laagjes veen, dat bestaat uit dode plantenresten. Doordat er geen zuurstof bij het lichaam kon komen, bleef ze duizenden jaren redelijk intact.
Pas in 1897 wordt haar lichaam gevonden door twee veenarbeiders die bezig zijn met het uitbaggeren van een klein veentje tussen Vries en Yde. Ze schrikken enorm als ze plotseling met de baggerbeugel de restanten van een mens omhoog trekken. Ze denken dat ze de duivel uit de hel hebben gehaald. Ze waarschuwen de politie dan ook niet, maar verstoppen het lichaam onder heideplaggen. De burgemeester van Vries hoort echter van de vondst. Volgens hem kan het wel eens om een zeer oud lichaam gaan. Ook nieuwsgierige buurtbewoners komen kijken en daar blijft het niet bij. Ze onderzoeken het lichaam hardhandig, prikken er met stokken in en nemen zelfs tanden mee als souvenir. De burgemeester informeert vervolgens het Provinciaal Museum Assen, waar ze tot de conclusie komen dat dit inderdaad een zeer bijzondere en unieke vondst is. Het lichaam wordt overgedragen aan het museum en daar ingedroogd. We moeten maar eens gaan kijken!
Inmiddels zijn we Vries natuurlijk allang uitgelopen en wandelen we richting het 38 km lange Noord Willemskanaal. We horen de A28 al in de verte. Grappig om nu onder een stukje snelweg door te lopen waar je (ik) wekelijks overheen rijdt. Hoewel de meeste vaarwegen in Nederland zijn aangelegd door overheden, is het Noord-Willemskanaal aangelegd door een commerciële onderneming, de Noordwillemskanaal-Maatschappij. in 1861 werd het traject voor de scheepvaart opengesteld. Het kanaal is genoemd naar koning Willem III. Het werd eerst Willemsvaart genoemd, maar omdat er in Noord-Brabant al een Willemsvaart bestond, werd er Noord aan toegevoegd. Later werd vaart gewijzigd in kanaal, maar het voorvoegsel Noord is gebleven. Rond 2020 zijn er natuurlijke oevers langs het kanaal aangelegd om de visstand te optimaliseren. Dit zou de voedselsituatie verbeteren en meer schuil- en paaiplekken bieden aan de vissen. We zien inderdaad verschillende vissers onderweg waarvan sommigen een wel heel geavanceerde uitrusting hebben, maar of ze veel vangen?
We lunchen vlakbij de sluis op een heerlijk rustig plekje, voordat we oversteken naar de andere kant van het kanaal. We lopen nu op de ‘doorfietsroute’ van Assen naar Groningen. Vandaag (zondag) is het vooral lekker rustig.
We komen langzamerhand al in de buurt van Taarlo, een klein, sfeervol brinkdorp met op de brink een historische dobbe.
Een dobbe (ook wel een ‘braandkoele’ genoemd) is eigenlijk niets anders dan een kuil waarin het water blijft staan. Het dorp groef op de brink een kuil waar de dieren uit konden drinken en waar ze eventueel bluswater uit konden putten. Vroeger hadden veel dorpen een dobbe op de brink. Met de komst van waterleidingen en andere moderne voorzieningen raakten veel dobben in verval. Sommige zijn zelfs helemaal verdwenen. Tegenwoordig worden dobben juist weer gewaardeerd omdat ze belangrijk zijn als leefgebied voor kikkers, salamanders en libellen. We zien de dobbe meteen, maar het is goed te zien dat het de laatste tijd erg droog geweest is. Het vraagt wat van onze verbeelding om in dit kleine groene plasje een geschikte ‘braandkoele’ te zien.
Taarlo en het omringende gebied werd al in de prehistorie bewoond. De (geschreven) geschiedenis van het dorp begint in ca 820 waar het als Arlo wordt vermeld in een akte in het klooster van de Duitse stad Werden (bij Essen). Waarschijnlijk slaat de aanduiding Arlo op één groot bos- en woongebied bij de Drentsche Aa. Het kan hier natuurlijk ook om Tynaarlo gaan 😉
Grappig weetje is nog dat in Taarlo op de brink nog tweewekelijks ‘blokpikken’ wordt gespeeld. Daarbij leggen alle deelnemers een stuiver op een blok hout, waarna iedereen met een steen (veldkeitje) het blok probeert om te gooien en/of de steen van de andere deelnemers te raken om uiteindelijk alle stuivers te veroveren. Door Unesco is het blokpikken (of blokgooien) onlangs erkend als cultureel erfgoed.
Hiermee zijn we aan het einde van deze etappe. Het was inderdaad een ‘gloepens’ warme wandeldag ‘veur de tied van ’t jaor’, echt genieten!











