‘Deep safari’

De wekkers staan om kwart over 5 want om 6 uur gaan we op pad naar de zogenaamde ‘deep safari’. Daarvoor moeten we een half uurtje rijden, want deze safari wordt alleen door de overheid georganiseerd. Een zogenaamde ‘deep safari’ betekent gewoon een safari per jeep (of bus) diep het park in. Het is ons aangeraden om vroeg in de ochtend te gaan omdat het aangrenzende park Bandipur op dit moment gesloten is en alle safari geïnteresseerden nu hierheen komen om vooral die ene tijger te spotten. Mudumalai werd in 2007 een tijgerreservaat onder Project Tiger, een initiatief van de Indiase overheid om tijgers en hun leefgebied te beschermen. Het reservaat kent een kerngebied (met een nationaal park of wildreservaat) en een bufferzone om de tijgerpopulatie in stand te houden en het leven van mens en dier te harmoniseren. Dit omvat het tegengaan van stroperij, verlies van leefgebied en conflicten tussen mens en dier. ‘Moeilijke’ tijgers elders worden gevangen en hier uitgezet om zo het aantal tijgers te behouden en mogelijk te vermeerderen. Volgens tellingen ‘wonen’ hier tegenwoordig 162 tijgers. Als je je dan bedenkt dat een oudere schatting (2017) slechts 60 tijgers aangaf, dan mag dit project wel een succes genoemd worden.  

Onze gids heeft er zin in. We zijn net omhoog geklommen in de jeep of het is gas op de plank om over de asfaltweg naar ons startpunt te racen. Dat laatste lukt niet echt, want de weg is voorzien van behoorlijke drempels. De geur van verbrand rubber hangt om ons heen ;). Het pad het bos in is afgesloten met een slagboom. De sleutel ligt in een klein gat in de paal ernaast. Makkelijk toch? Wat is dit meteen al een stuk leuker dan de safari van gisteren. Het is prachtig in het bos, helemaal wanneer de zon langzaam aan kracht wint en  mooie banen licht laat schijnen tussen de bomen. Ook zonder dieren is dit al genieten! 

Vanaf hier gaan we diep het bos in
Ook zonder dieren is het al bijzonder

De houding van onze gids verandert meteen, Hij rijdt nu geconcentreerd terwijl hij aandachtig links, rechts en omhoog kijkt. Het park is namelijk een zeer vogelrijk gebied met maar liefst 227 vogelsoorten, waaronder verschillende neushoornvogels. Ongeveer 8% van de vogelsoorten van India is hier te vinden, waardoor het een belangrijk gebied is voor vogelliefhebbers. Wij zien een prachtig groen soort papegaaitje en de majestueuze adelaar vlak bij ons op de uitkijk zittende hoog in de kale boom. Een snel beweeglijk vogeltje met een lange staart waaraan het uiteinde een soort pluimpjes zitten, blijkt te snel voor onze camera’s. Op deze manier dieren ontdekken en proberen te volgen in hun natuurlijke omgeving blijft bijzonder.

Een soort papegaaitje? (RK)
Op de uitkijk (RK)

Opeens horen we geraas niet zover bij ons vandaan. Onze gids weet het zeker, er is een olifant in de buurt. Gespannen kijken wij in de richting van het geluid. Ondanks de grootte van zo’n beest, blijkt het toch iedere keer weer een uitdaging om zelfs een olifant te ontdekken. Ze gaan met hun grijze huid goed op in de omgeving. We wachten geduldig af en worden beloond met het zicht op een enorme kop met links en rechts behoorlijke slagtanden. ‘Tusker’, fluistert onze gids. Een ‘tusker’ is eigenlijk ‘een mannetjes olifant met uitzonderlijk grote slagtanden, waarbij minstens één slagtand meer dan 45 kg weegt’. Echte tuskers zijn zeldzaam en worden beschouwd als ‘levende legendes’. Vanwege hun waardevolle ivoor zijn ze, spijtig genoeg, niet veilig voor stropers. Tusker klopt hier waarschijnlijk niet helemaal, maar desondanks ziet de kop er indrukwekkend genoeg uit.

Elke keer opnieuw bijzonder (RK)

Bij de Aziatische olifant hebben alleen de mannetjes grote slagtanden, alhoewel ook niet alle mannetjes ze hebben; dit is weer afhankelijk van de regio en de eerdere ivoorjacht. De mannetjes leven over het algemeen solitair, ze verlaten de kudde van vrouwtjes en jongen zodra ze volwassen zijn. Een mannetje kan gevaarlijk zijn, vooral tijdens de paartijd; een periode die ‘musth’ wordt genoemd. Hormonale veranderingen maken de mannetjes dan extreem agressief, onberekenbaar en gevaarlijk voor zowel andere dieren als mensen. Misschien daarom dat de tuskers over het algemeen ontzag inboezemen en gevaar inhouden?

Op terugweg zien we langs de kant van de (asfalt)weg zelfs nog meer olifanten en heel veel groepen gestippelde hertjes. We zijn dik tevreden met wat we gezien hebben!

Mooi met zo’n groot gewei (RK)
Indrukwekkende slagtanden (RK)
Zijn dit een moeder en (jonge) zoon? (RK)

Na de jeepsafari mogen we meteen door naar het olifantenkamp vlakbij waar olifanten worden opgevangen die op en van verschillende plaatsen ‘gered’ zijn. Sommigen zijn wees, anderen gewond of overbodig geworden (bij tempels b.v.) en weer anderen bezorgen mensen overlast. Olifanten worden onder andere bedreigd omdat mensen steeds dichterbij de olifanten gaan leven. Olifanten hebben veel ruimte nodig, voornamelijk bossen, voor hun voedsel. Deze bossen worden massaal gekapt, waardoor de olifanten steeds vaker in contact met mensen komen en de akkers van de bewoners plunderen. De boeren weten zich geen raad en doden daarom soms de olifanten. Vroeger werd de olifant wel beschermd omdat ze gebruikt werden voor zwaar werk, maar voor veel werk worden nu machines gebruikt. Tegenwoordig wordt onderzoek gedaan naar een mogelijke nieuwe manier om conflicten tussen mens en olifant te verminderen. Olifanten reizen over olifantenpaden en gebruiken vooral hun geur om deze paden te volgen. Het doel is om urine en poep van olifanten te gebruiken om de route van de dieren te veranderen, weg van de lokale bewoning. Als dat lukt, kunnen olifanten en mensen mogelijk beter samenleven.

In het kamp krijgt elke olifant een eigen ‘voedselbal’

In dit kamp worden de olifanten beschermd, krijgen ze elk dagelijks hun eigen ‘voedselbal’ en hebben ze elk hun eigen verzorger (de mahout) die hen in de gaten houdt en hen begeleidt bij het ‘grazen’. De Aziatische olifant eet per dag wel tot 150 kg plantaardig voedsel. Het grootste gedeelte van de dag is de olifant dan ook (zoals vele planteneters) met eten bezig, gemiddeld wel 18 uur. Tijdens dat grazen komen deze olifanten in contact met hun soortgenoten in het wild. Dat schijnt niet altijd even goed te gaan, al ‘is a friendly conversation certainly possible’. We zien hoe de voedselballen worden bereid, waarbij elke olifant een eigen dieet heeft. De mahout wacht met de bal bij de olifant totdat deze de slurf omhoog doet en de bek wijd openspert. Vervolgens drukt de mahout de bal diep in de keel en klaar is kees. Hoewel de olifanten hier goed verzorgd worden en met respect worden behandeld, worden ze daarnaast dagelijks getraind en moeten de meesten ook werken. Het werk is ‘safari’, wat volgens ons betekent dat er nog steeds olifantentochten worden gemaakt boven op de rug van een olifant. We hebben het niet gezien, dus het kan zijn dat er tegenwoordig toch iets anders mee bedoeld wordt.

Een speciale voedselbal voor olifant Ragu
Ragu heeft er wel zin in

Na de extra vitamientjes en andere geselecteerde ingrediënten worden de olifanten door hun mahouts meegenomen naar het bos om te grazen. Aan het eind van de middag volgt een tweede sessie met hetzelfde concept. Voor ons zit het erop.

Het zijn net mensen 😉

Morgen een reisdag naar Calicut, waar we ons laten onderdompelen in alles wat er komt kijken bij een Indiaas huwelijk ‘Kerala style’.





Mudumalai

Net voordat we willen vertrekken, worden we gebeld vanaf de ‘gate’ dat iemand ons nog graag wil ontmoeten. Even later zien we twee nu al bekende gezichten met een derde nog vreemde man in het midden. Het blijken Sadiq, Shabin en Shain te zijn. Shain is de jongste zoon van Abdu, die in ‘onze’ tijd met onze hulp een gehoorapparaat heeft gekregen. Hij had natuurlijk de verhalen van zijn broer gehoord en wilde ons dolgraag ontmoeten. Ontroerend! Hoe leuk om dan ook Wout te spreken. De verhalen komen los. Abdu die een band van onze auto moest verwisselen, terwijl Wout naast hem op zijn knietjes zat om ‘te helpen’. Of dat Wout soms voorin in de auto op Abdu’s schoot mocht zitten om te sturen (slakkengang op de compound hoor). Leuk om te horen.

Abdu’s zoons: Shain staat in het midden

Onze eerste stop is al in Cherambadi. Met alle programmapunten hebben we haast nog geen tijd gehad om even door het, sterk uitgebreide, dorp te lopen. Sajeesh vindt het maar een vreemde bedoening dat we aan de ene kant van het dorp uit de auto willen om pas aan de andere kant weer in te stappen. Hij vertrouwt dat toch niet helemaal en op verschillende plekken op onze route zien we hem even parkeren en uit de auto stappen om te controleren of het allemaal wel goed gaat. Lachen, want zo groot is Cherambadi niet en het bestaat nog steeds uit maar één lange rechte weg. We ontdekken een supermarktje, twee hotels, de mogelijke opvolger van kleermaker George (mama Greet welbekend :-D) en worden overal vriendelijk begroet. De hoeveelheid buitenlanders hier is waarschijnlijk wel onveranderd gebleven ;). 

Zulke herkenbare winkeltjes (RK)
Een heus hotel in Cherambadi (RK)
Zit hier de vervanger van George? (RK)

We rijden verder naar Gudalur, een grote(re) stad met allure geworden, waar Sajeesh een goed koffie adresje weet. Aldaar besluiten we ook maar meteen vroeg te lunchen en vallen we met onze neus in de boter. De ‘masala dosa’ kan nog net besteld worden. Heerlijk. 

Masala dosa 😋

Ons einddoel van vandaag is nationaal park Mudumalai. ‘Malai’ betekent heuvel of berg. De naam ‘Mudumalai-bos’ was al in gebruik toen de Britse regering het bos in 1857 huurde van de radja van Neelambur voor houtkap. In 1940 werd nationaal park Mudumalai opgericht als het eerste wildreservaat in Zuid-India. Het park, met een oppervlakte van ongeveer 321 km² op het drielandenpunt Tamil Nadu, Kerala en Karnataka, staat bekend om zijn rijke biodiversiteit en veel bedreigde diersoorten. Mudumalai werd in 2007 zelfs uitgeroepen tot tijgerreservaat en aangemerkt als ‘Critical Tiger Habitat’. Betekent dat meer of juist minder kans voor ons om een tijger te spotten? We gaan uit van het eerste scenario, onze verwachtingen zijn hoog gespannen.

Als het echte bos inkomen moeten we eerst langs een checkpoint. Het invullen van alle papieren voor de bijbehorende e-pass was nog een hele opgave vanochtend voor Riep en Sajeesh zich gezamenlijk over moesten buigen.

Met Rajeesh de nodige gegevens invullen voor de e-pass

Met succes, want we kunnen zo verder en even later rijden we door het dorp Masinagudi om vervolgens het terrein op ter rijden van ‘Jungle Hut’ in Bokkaporam. We zitten midden in de natuur. Het terrein ligt midden inde zogenaamde ‘buffer zone’ van nationaal park en maakt daardoor ook echt onderdeel uit van het park. We zien meteen axisherten (spotted deer) rondom de huisjes en horen het verhaal dat hier gisteren een olifant bij het zwembad aan het grazen was. Het wild komt dichtbij, dat kan ook want het hele resort ademt rust uit. Het Jungle Hut team zegt daar zelf over: ‘Jungle Hut is a family destination where Stags and Corporate Groups are a rare sight. If someone whistles at you, it is more likely to be the Malabar Whistling Thrush rather than a schoolboy playing truant (= spijbelen). There are no televisions or telephones in the rooms to invade the peace and quiet of the surroundings. This creates an atmosphere of utter serenity, which is as refreshing as it is rare. Here, you hear the true sounds of the jungle coming alive at night.’

Ons huisje met een mooi uitzicht

We kunnen vanmiddag meteen nog een buffer zone safari regelen, want ook daar hebben we zeker de kans om echt ‘wildlife’ te spotten. Om dat te demonstreren staat er een groot bord in de eetruimte waarop vermeld staat welke dieren waneer voor het laatst zijn gespot. We hopen natuurlijk op de tijgers en het luipaard, maar zijn al dik tevreden met olifanten, gaur (Indiase bizons) en sambhar (paardherten)……..

Als je geluk hebt, valt er veel te zien in de buffer zone (WK)

Tegen 3 uur stoppen in een jeep en gaan we met onze gids op stap. Deze safari loopt dus door de brede buitenranden van het eigenlijke park en gaat vooral over smalle asfaltwegen. Desondanks genieten we van het buiten zijn, de natuur om ons heen en de verwachting. Alles is immers mogelijk als je het bord mag geloven. We horen verhalen over een ‘rogue tiger’ die gisteren nog een vrouw heeft aangevallen die haar geit of koe aan het weiden was. De vrouw heeft het niet overleefd. De tijger is later nog eens gezien, waarop de politie is ingeschakeld die met man en macht is uitgerukt en de tijger met vuurwerk heeft weggejaagd. Waarschijnlijk gaat het om een oude tijger, die zelf niet meer kan jagen en daarom dichterbij de dorpen/mensen komt. Op zoek naar de zwakste prooi, moest de vrouw het deze keer ontgelden. Dat is de andere kant van het leven in de jungle.

In afwachting van ……

Wij zitten ondertussen hoog in onze jeep. Wout krijgt meteen de verrekijker van onze gids waardoor de kansen om iets te ontdekken aanzienlijk groter moeten worden. (?)

Volgens mij ….. heel in de verte ……

We zien vooral veel axisherten (spotted deer), een paar langur apen, die in het Nederlands, verrassend genoeg, slankapen worden genoemd, hoog in de bomen en horen het blaffende geluid (lijkt op het blaffen van een hond), dat de muntjak of blafhert (barking deer) maakt.

Hoog in de bomen zit de langur
Veel gestippelde herten
Het ligt niet aan onze inzet 😉

Helaas deze keer geen ‘groot wild’ …….. morgenvroeg de herkansing tijdens de ‘deep safari’?


Bud to brew

Na een wat onrustige nacht (zoveel indrukken) op tijd weer op. Vandaag staat er weer van alles gepland, al hebben we geen idee hoe laat we van start gaan. Indian Stretchable Time  (IST) is een bekende term voor ‘een flexibelere en meer ontspannen houding ten opzichte van stiptheid en deadlines in India’. Het weerspiegelt het culturele besef dat 2 minuten ook 15 of 20 minuten kan betekenen en dat deadlines beïnvloed worden door prioriteiten, relaties en gebeurtenissen in plaats van door strikte schema’s. Dat er zelfs een officiële term voor is zegt genoeg! We (her)kennen het en installeren ons, na de Indiase variant van het ontbijt (we laten de cornflakes met warme melk links liggen), lekker buiten op het terras.

Als vanouds weer in room 1: Bougainvillia

Al snel staan Rajesh (factory manager) en Mutu van de buitendienst voor ons. Mutu zal ons vandaag op sleeptouw nemen. Zijn plan is om eerst naar de Nestle demo plantage net buiten Cherambadi te gaan, vervolgens de Wentworth Estate fabriek te bezoeken en als laatste wat theeplukkers te traceren zodat we een volle onderdompeling krijgen van ‘bud to brew’. Dat klinkt als een plan!

Sajeesh wordt opgetrommeld en al snel rijden we achter Mutu en zijn tweede man (?) naar de plantage waar theoretische en praktische uitleg wordt gegeven aan kleine theeboeren hoe ze de grond en hun planten beter kunnen verzorgen met als resultaat een betere opbrengst. Dit is een relatief nieuw concept (sinds 2017), maar het was volgens Mutu hard nodig.

De demo plantage

Veel kleine boeren zijn laaggeletterd, hebben geen goede materialen en zijn niet op de hoogte van de nieuwste ontwikkelingen en inzichten. Hier krijgen ze aanschouwelijk onderwijs. Het gaat vaak om simpele zaken, zoals het gebruik van een veiligheidsbril en de juiste ‘nozzle’ bij het sprayen of een gekalibreerde maatbeker voor het afmeten van de juiste hoeveelheid van wat je ook wilt gebruiken. Ook zijn er weetjes. Er worden willekeurige wortelstokken van de theeplanten gedoopt in een mengsel van jodium en water. Kleurt het snijvlak blauwig, dan is deze theeplant klaar om te worden gesnoeid. Er zit dan voldoende zetmeel in de plant om na het snoeien snel weer uit te botten.

Uitleg gebeurt wel in stijl

De bomen in de theeplantages zijn zilvereiken waar peperplanten tegenaan omhoog groeien. De bomen zijn lang en smal en geven net voldoende schaduw om de theeplanten een ideaal microklimaat te bezorgen. Eigenlijk wisten wij dit stukje al. Nieuw (voor mij) is dat ‘two leaves and a bud’ m name belangrijk is in noord India omdat de theeplantages daar lager liggen en het derde blad vaak een bittere smaak aan de thee geeft. Hier in het zuiden liggen de plantages hoger, 2 bladeren is premium, maar ‘three leaves and a bud’ kan ook en dat is wel zo makkelijk. Die bitterheid ontbreekt hier.

‘Three leaves and a bud’
‘Silver oak’ met een peperplant rondom de stam

Deze theeboer heeft net zoals zijn vele collega’s ongeveer 0.5 – 2 hectare land om te verbouwen. Naast thee verbouwd hij peper, areca (betelnoot) en heeft hij een cacao-, een kokosnoot- en een mangoboom plus een kardemonplant voor eigen gebruik. We mogen alles zien en proeven. Zelfs een bijna rijp peperkorreltje lijkt op zich heel onschuldig in het begin, maar heeft een venijnig pitje achteraf. 

Peper groeit langs de stam van de zilvereik
De mangoboom bloeit op dit moment
Kardemon groeit laag bij de grond
Betelnoot oogst

Dan vindt Mutu het de hoogste tijd voor de volgende stap in het proces. We weten immers nu alles wel van deze fase ……. De Wentworth fabriek is zowel de concurrent als de leverancier van tea waste (tea fiber). Mogelijk als extra inkomsten promoot HML (Harrison Malayalam) tegenwoordig ‘tea factory visits’. Het pad naar de fabriek is echter een uitdaging, dus als ze mikken op grote busladingen vol geïnteresseerden, moet er nog wel het een en ander gebeuren. Deze fabriek uit 1907 is ooit gebouwd aan het water ivm het opwekken van stroom en ligt een behoorlijk eind landinwaarts van de grote weg.

De fabriek zelf is sindsdien praktisch niet veranderd. Natuurlijk is er meer aandacht voor veiligheid, hebben ze machines vervangen en verlopen processen soepeler met nieuwere technologie. Desondanks doe je een stap terug in de tijd. Veel handmatig werk, vrouwen tillen grote plastic bakken, met gerolde theebladeren na de eerste droging, van het ene punt naar de volgende bewerking. Gevuld zijn die bakken zeker 15 kg! Anderen vegen constant de vloeren om gevallen bladeren in welk stadium van bewerking dan ook, te verwijderen.

De theebladeren worden in grote bakken opgevangen
Het eerste rollen en drogen
Bakken met zo’n 15 kg op het hoofd
Ook hier veel vrouwen aan het werk

De fabriek ziet er schoon uit en ademt een sfeer als uit een ouderwetse film. We kijken onze ogen uit. We horen dat de thee het moeilijk heeft. Het theeplukken, hoewel inmiddels bijna niet meer handmatig, is geen aantrekkelijk werk (meer), waardoor het aantal personeelsleden is teruggelopen van 600 naar rond de 100. Werken in de koffie (het pukken) is lucratiever, meer seizoensgebonden. De koffieprijzen zijn bovendien nog eens zo’n 2.5 keer hoger per kilo. Vandaar dat veel thee planters overgaan op koffie.

Uitleg van directeur Salman met Mutu in zijn Nescafé shirt daarachter 🤔

We lopen langs en horen details over evaporators, schudders, het zeven etc. en komen tenslotte uit bij de ‘tea tasting’, want dat hoort er altijd bij! Na afloop nog snel een echte kop thee bij de directeur in zijn kantoor en we ‘moeten’ weer door. 

Van licht naar donker en je mag het uitspugen …….
De kenner aan het werk

Salman weet ons te vertellen waar de theeplukkers aan het werk zijn en dat blijkt toevallig op de weg terug te zijn. Het kan niet beter.

De (onze) fabriek op de achtergrond is belangrijk (volgens Mutu)

We zien ze al van verre met hun kleurige kleding midden in het groen. Er is wel heel veel veranderd. De jute zakken zijn vervangen door een gekleurde los geweven variant en de dames (dat nog wel) gebruiken of een soort reuzen knipschaar met een bakje eraan of een soort heggenschaar met eenzelfde bakje. Met de heggenschaar (op batterijen) gaat het werk veel sneller. Een maai met deze schaar levert genoeg op in het bakje om deze meteen in de gekleurde zak leeg te kiepen.

Kijk eens wat ik heb?’

De jongere dames zijn trots op deze vooruitgang en laten ons vol trots hun geautomatiseerde knipmethode zien en horen. De meeste oudere dames vinden dit spannend, het gaat te snel en ze hebben te weinig controle. Zij knippen liever handmatig met de grote schaar. Zij knippen zorgvuldig de tafel rond, de theestruiken zijn in de vorm van een tafel gesnoeid, en legen pas een propvol bakje bladeren in hun verzamelzak.

De paraplu gaat op, ze is klaar om aan het werk te gaan.

Als altijd is de belangstelling voor ons groot. Het is dat wij geen Tamil of Malayalam spreken, anders waren ze beslist gestopt met hun werk. Wij komen niet verder dan ‘vaṇakkam’, het Tamil voor hallo. Dat wordt wel gewaardeerd, gezien de brede glimlachen en de schudbewegingen met het hoofd. Veel dames dragen tegenwoordig ipv een doek een kleine paraplu die met een draagband op het hoofd gedragen kan worden. Voor ons minder mooi, maar voor hen een hele logische keus natuurlijk.

We zijn nog maar net weer binnen de poorten op vertrouwd terrein of we worden alweer gebeld of we nog even willen kijken op de berg tegenover ons (voor insiders: de berg van Suresh) om de nieuwste innovatie te zien op het gebied van sproeien. Altijd leuk. Sadiq, volgens hemzelf de beste vriend van Abdu, komt ons halen. We zouden eens kunnen verdwalen ;). Al gauw zien we de oorzaak van alle commotie. Een enorme drone zoeft boven het veld om de theeplanten te voorzien van ‘nutricients’. Wij denken er het onze van en doen een paar flinke stappen achteruit wanneer dat gevaarte op ons af komt zoeven. De baas vertelt trots dat er 4 van deze drones zijn die het werk een stuk eenvoudiger maken en veel minder mankracht vragen. Een win win situatie. 

Het lijkt wel een groot vliegend insect

Teruglopend zien we dat ‘ons’ weegstation is veranderd in een soort overdekt terras, dwz naast een paar brommers staat er ook een gammel tafeltje met een paar plastic stoelen eromheen. Het voorziet in een behoefte, zullen we maar denken. R. wil nog even de berg op, Sadiq wil hem niet alleen laten, maar wil tegelijkertijd ons ook niet uit het oog verliezen. Hij heeft vast de opdracht gekregen om ons gedrieën weer veilig binnen de poort te brengen, denken wij. W. en ik strijken daarom maar neer bij het voor ons nieuwe theestalletje net voor het weegstation aan de weg. In het oog van de wacht aan de overkant (haha) bestellen wij een snack die we, aan een haastig georganiseerd tafeltje, pontificaal voor het cafeetje mogen opeten. Goed voor de klandizie? We krijgen in elk geval voldoende aandacht, vooral W. Hij is tenslotte de man in ons gezelschap. Elk gesprek gaat zo ongeveer als volgt: ‘What’s your name? Where are you from? My name is….. Now I’m going!’ en met een hoofd beweging en een zwaai lopen ze verder. 

Er is keus genoeg

‘S Avonds nog een diner in de guesthouse met Rajesh, zijn vrouw Deepti en hun 2 kinderen van 7 en 10. Heel gezellig en heeft iedereen zich voor ons uitgesloofd! Nandri! (dank jullie wel)

Een gezellige avond samen in de guesthouse

 

The Choladi experience

We komen al een beetje in het ritme van hier. Zomaar om half acht worden we spontaan wakker om nog een laatste keer te genieten van het prachtige uitzicht van ons balkon. Ons (Indiase) ontbijt bestaat deze keer uit idli, vada, sambar (pittige soep op basis van linzen en groenten) en een chutney met kokosnoot. Er wordt niet meer om toast met jam gevraagd en het wordt ook niet meer aangeboden; we horen erbij 😉

We horen erbij 😉

Vandaag gaat het gebeuren, we gaan naar de plek waar we zo’n 30 jaar geleden gewoond en gewerkt hebben. Voor ons een speciale ervaring, maar voor W. ook. Hij heeft geen eigen herinneringen aan zijn tijd hier, maar kent de verhalen, de foto’s, de films etc. Hoe bijzonder is het dan om deze omgeving zelf te zien en te ervaren. Chauffeur Sajeesh rijdt ons soepeltjes naar de brug, die de grens vormt tussen Kerala en Tamil Nadu. Wat ik vergeten was dat je hier ook een echt checkpoint hebt en dat je moet betalen om van de ene staat naar de andere te kunnen reizen.

De brug is de grens tussen Kerala en Tamil Nadu
Checkpoint
Het politie check point staat aan de overkant

Twee bochten verder en we zijn bij de fabriek. Iedereen is iedereen van te voren goed geïnstrueerd. De wacht begroet ons enthousiast. Uiteraard moeten er wel de nodige formulieren worden ingevuld en ondertekend, want ‘rules are rules, sir’ aldus de wacht met een verontschuldigende beweging. Dat begrijpen we helemaal! Als we langzaam over de compound rijden (10 km only, sir), komen we Rajesh (fabrieksdirecteur) en Srimurugan (HR) al tegen die ons, even later, verwelkomen voor de guesthouse. Heel Indiaas met bloemen, toespraken en heel veel foto’s.

Lekker officieel, typisch Indiaas

Dan naar binnen, naast elkaar op de bank met een glaasje water om elkaar te leren kennen en het programma van vandaag te bespreken. We horen dat Patrick twee jaar geleden met pensioen is gegaan (ook al 60…) en dat Maria en hij terug zijn gegaan naar Bangalore waar ze oorspronkelijk vandaan kwamen. Barati van de guesthouse werkt nu in Nanjangud en van haar zus Anita is eigenlijk niets bekend. Vervolgens maken we kennis met kok Amar en ‘junior’ Deepanker die tegenwoordig samen de scepter zwaaien over de guesthouse. Iedereen wil het zo ontzettend goed doen dat wij alles maar over ons heen laten komen, dat lijkt de makkelijkste manier. We lunchen met een vreemde combinatie van ‘spicy spaghetti and egg fried rice’ als hoofdgerecht, maar het smaakt ons prima. W. is helemaal content wanneer de papadums ook nog op tafel geschoven worden. 

Langzaam maar zeker komt er van alles bij ons naar boven. Er is veel veranderend, maar er absoluut ook nog veel herkenbaars. Zo is het zwembad er nog, zelfs het pierebad voor de kleintjes.

Uitnodigend

De tennisbaan is totaal verwaarloosd, maar wordt deels wel gebruikt als badminton veld. De quarters beneden achter de tennisbaan waar o.a. Marimata, Ciddy en Subash woonden zijn verdwenen en op de compound zelf wonen nu alleen Indiërs.

De (oude) tennisbaan

Alle huizen zijn in tweeën gesplitst, behalve ‘ons’ huis. Fier boven op de heuvel staat het er wel wat vervallen en gehavend bij. Wat zonde. We horen later dat het teveel geld kost om het op te knappen. Na het vertrek van Arun en Usha (in 2000) is er niets meer aan gedaan en hoewel het even als opslagruimte is gebruikt en later onderdak bood aan een ‘lactation room’ (in onze vroegere speelkamer), waar vrouwen in alle rust hun baby’s konden voeden of verschonen, staat het nu dus leeg.

In onze vroegere speelkamer 😅

In allerijl wordt er iemand opgetrommeld om de sleutel te brengen, zodat wij binnenshuis ‘a trip through memory lane’ kunnen maken. Dat is het zeker! Terwijl wij ‘oh-en en ah-en’ kijkt W. nieuwsgierig rond en laat hij zich gewillig op diverse plekken door mij op de foto zetten. Trouwens niet alleen door mij, vanuit de fabriek heeft iemand kennelijk de opdracht gekregen om elke stap minutieus vast te leggen met de belofte dat alle foto’s naar ons gestuurd zullen worden. Leuk!

Toch zeker herkenbaar
W’s oude slaapkamer is bijna onherkenbaar…….
Ons oude bed 😂

Nu we toch bezig zijn, zullen we dan meteen maar door naar de fabriek? Wij zijn overal voor in en gaan dus graag mee. Met veiligheidsschoenen aan, witte jas over de kleding, oordopjes om de nek en haarnetje onder handbereik worden we geïnstalleerd in de ‘conference room’ om twee video’s te bekijken ter voorbereiding op de ‘factory tour’ straks en de ‘tea plantages’ morgen. Mooie beelden en een mooie opbouw. Ze hebben hier echt over nagedacht ;).

Daarna uitleg over de verschillende theesoorten die gebruikt worden: groene thee, zwarte thee en thee vezels. Eigenlijk ‘tea waste’, maar ‘tea fiber’ klinkt natuurlijk beter, zeker als je dit ook in je eindproduct gebruikt. We mogen gedrieën proeven (slurpen), terwijl we ondertussen uitleg krijgen over de soort thee, de combinatie en voor welk land het geproduceerd wordt. Herkenbaar toch?

Theeproeverij
Krachtig slurpen hoort erbij

De fabriek zelf ziet er van binnen prima uit. Schoon, veilig en overzichtelijk. Rajesh vertelt dat de meeste theefabrieken maar een rommeltje zijn (kunnen we beamen omdat we een theefabriek in Bangladesh hebben gezien), maar aangezien Nestle ook babyvoeding etc maakt, liggen de standaarden hier veel hoger. De man die ons hier rondleidt, kent R. nog van 30 jaar geleden. Hij is super enthousiast en neemt R. meteen helemaal onder zijn hoede. Geen detail blijft onvermeld. Rajesh zorgt ervoor dat ook W. en ik de hoofdlijnen meekrijgen. In de fabriek werken nu nog zo’n 5 mensen uit ‘onze’ tijd en die zijn er ook allemaal om hun oude baas de hand te schudden. Hoe leuk is dat?

De officiële (pers)foto na de fabriekstoer

In de kantine is vervolgens een deel van het personeel bij elkaar gekomen voor de ‘cake ceremony’. Niet speciaal voor ons, maar eigenlijk omdat ze de record maandopbrengst van dit jaar gehaald. Beide dingen kun je prima combineren, toch? Je moet een beetje praktisch met de omstandigheden omgaan en zo staan wij daarom met z’n drietjes achter een grote taart die we, ook gedrieën, moeten aansnijden. Valt niet mee met een klein plastic mesje ;).

Na afloop komt iemand op mij afgelopen die mij bedankt voor de goede zorgen voor zijn broer toentertijd. Het blijkt de oudste zoon van onze toenmalige chauffeur Abdu te zijn die nu zelf op de fabriek werkt. Mohammed Shabin (Shabin for short) herinnert mij aan die keer dat ik met zijn vader, moeder en broer naar het ziekenhuis in Mysore ben gereden ivm de gehoorproblemen van zijn broertje. Eigenlijk iets heel normaals, maar het is als iets bijzonders ervaren. Hij herinnerde zich ook de verhalen van zijn vader, vooral over de kinderen en vond het dus ontzettend leuk om W. hier te ontmoeten. Hij heeft wat te vertellen thuis! Abdu is helaas al een paar jaar geleden, veel te jong, overleden. Zijn zoon vond het fijn om van mij te horen dat wij erg op Abdu gesteld waren en hele warme herinneringen aan hem hebben. Dat was wederzijds, is zijn reactie.

De fabriek ziet er minder wit uit vanaf ‘ons’ huis

Hiermee is het nog niet klaar voor vandaag. De Colony (of Quarters, zoals de werknemers compound bij Cherambadi tegenwoordig genoemd wordt) mag niet ontbreken. Hier geldt eigenlijk hetzelfde. Veel is herkenbaar, veel is veranderd. ‘Same same but different’

Tijdens de inauguratie door J&W knalrood

De ‘staff sale’ is verdwenen en daarmee ook R’s inauguratie bord (of steen). Wel houden ze hier nog elk jaar een tekenwedstrijd in zijn naam en hangt er in veel van de huizen nog een ‘echte RK’. Eigenlijk is dat leuker dan een bord met je naam. De ‘recreation club’ bestaat nog wel. Dat roept herinneringen op aan kooklessen, aerobic lessen, Engelse lessen en knutselmiddagen. Allemaal verleden tijd. De omgeving is veel meer ontwikkeld en mensen zoeken hun vertier elders. De speeltuin staat er nog, al lijkt daar ook in geen dertig jaar in te zijn geïnvesteerd?

In de ‘recreation club’
Oude tijden herleven

Verschillende mensen lopen uit hun huis om ons te begroeten. Ze kennen ons niet, maar weten wel dat we hier ooit gewoond hebben en zijn reuze nieuwsgierig hoe wij eruit zien en hoe we reageren. We zien een prachtige tuin, waardoor de ‘garden competition’ door onze gedachten schiet. Verleden tijd. Om ons onduidelijke redenen, iets met een balans tussen Choladi en Najangud en vakbonden, zijn dit soort evenementen verdwenen. Ze maken nu tripjes naar een resort …..tijden veranderen. Ook te zien aan de hoeveelheid auto’s binnen de hekken van de compound. Lege plekken tussen sommige huisjes zijn opgevuld met een overkapping als een soort parkeerplaats.

Iets voor de ‘garden competition’?

Opeens worden we vriendelijk begroet door een man. Terwijl R. z’n hand schudt en een praatje maakt, komt zijn vrouw naar buiten om ons binnen uit te nodigen. We kunnen (willen) niet weigeren. Even later zitten we op kousenvoeten in een piepkleine woonkamer op de beste stoelen, terwijl alle anderen glunderend om ons heen staan.

Heel hartelijk
Typisch

De familie (5 personen) staat op het punt om hun moeder naar huis te brengen in …… Madurai, zo’n 10 uur rijden van hier. We blijven dus maar niet te lang en zien hun even later uitbundig zwaaiend vertrekken in een volgestouwde auto. Wat een dag!

Wayanad

We zijn in Wayanad district in het noordoosten van Kerala vlakbij de grens van Tamil Nadu en het is vooral bekend ‘for its scenic beauty, misty mountains, and lush green landscapes, which include waterfalls, lakes, and spice plantations.’ Dat belooft wat! De naam is ontleend aan woorden uit het Malayalam, ‘Vayal Nadu’, wat zoiets als ‘land van de rijstvelden’ betekent. Het geeft in ieder geval het landbouw aspect goed weer.

Het Wayanad district (internet)

Wayanad, gelegen op een hoogte tussen de 700 en 2100 m boven de zeespiegel, is een regio met een enorme biodiversiteit die zich uitspreidt over 2.132 m2 over de hoge West-Ghats. Verscholen in de heuvels van dit gebied (strekt zich uit over drie staten, t.w. Kerala, Tamil Nadu en Karnataka) bevinden zich een paar van de oudste inheemse volkeren die nog onaangeroerd zijn gebleven door de beschaving. R. kan zich dit van zoveel jaar geleden nog goed herinneren. Het was een verrassend gezicht om vanuit zijn kantoorraam te kijken naar schaars geklede mannen die met pijl en boog op wilde zwijnen jaagden.

Opvallende bloemen

We hebben heerlijk geslapen midden in het groen en beginnen de dag goed met een ‘full Indian breakfast’, al kun je ook vragen om toast met boter en jam; de keuze is niet zo moeilijk ;).

‘Full Indian breakfast’ 😋

Daarna douchen en op stap voor een ochtendwandeling in de buurt. Het weer is heerlijk, zo’n 23 graden, een beetje wind, maar ook met een luchtvochtigheid van bijna 90%. Dat voel je wel. Ondanks dat Wayanad gezien wordt als één van de mooiste plekken van Kerala, wordt deze regio toch vaak overgeslagen door buitenlandse reizigers. Eigenlijk merkwaardig want het is een prachtige, bergachtige regio met veel jungle. In de buurt van ons resort zien we vooral veel koffie al dan niet in sterk verwaarloosde staat. Heel leuk om alle stadia van bloei tot rode bessen aan de planten te kunnen zien. W. moet wel heel veel geduld met ons hebben, want we kunnen er niet genoeg van krijgen.

Zowel de bloem als de bes (RK)
Een goede opbrengst

Ook veel bananenbomen (kennelijk geen bananen seizoen nu) en bomen met grote, ronde of peervormige vruchten met een gladde, dikke groene schil. Volgens ons is dit de pomelo, een grote citrusvrucht die lijkt op een grapefruit, maar groter en zoeter is met een dikkere schil en een mildere, citroenachtige smaak.

Onderweg komen we langs verschillende kleine huisjes. Zulke zandweggetjes met dit type huisjes kun je in alle Aziatische landen vinden, hier wonen de harde werkers met (meestal) weinig kansen. Het is hier geen gemakkelijk bestaan, zo ogenschijnlijk ver van de bewoonde wereld. We zien veel hamer en sikkel pamfletten op palen geplakt. Kerala was dan ook de eerste staat in India met een democratisch verkozen communistische regering, die in 1957 aantrad en land- en onderwijshervormingen doorvoerde. Het wordt daardoor beschouwd als een communistisch bolwerk in India met een sterke linkse partijen zoals de Communistische Partij van India (Marxistisch) (CPIM) en de Communistische Partij van India (CPI). Deze partijen regeren hier al decennia via democratische verkiezingen, waarbij ze o.a. streven naar het aanpakken van armoede en sociale ongelijkheid.

Reclame maken…….

Onderweg komen we motorrijders tegen die ons verder naar boven sturen waar een mooi uitzichtpunt moet zijn. Wij lopen klem in steeds smaller wordende en meer overwoekerde paadjes en ondanks de verzekering dat hier beslist geen slangen zijn, besluiten we dat het waarschijnlijk verstandiger is om terug te gaan en de weg naar beneden te verkennen.

Drie past ook 😉 (RK)

We worden vriendelijk toegezwaaid door de bewoners van een huisje boven ons. We zijn vast ongebruikelijke voorbijgangers. Langs de weg zien we een kleine tempel. Het ziet er een beetje verlaten uit, maar overal zijn tekens dat deze tempel wel gebruikt wordt.

Een kleine tempel (RK)

Zo zien we achter de tempel een soort altaartje met daarop twee slangen die met geel poeder besmeurd zijn en waaromheen de nodige restanten van bloemen liggen. Welke Hindoe god wordt hier geëerd? Ik kom niet verder dan de slang van Vishnu. Shesha (letterlijk: ‘overblijfsel’), Adishesha of Anatashesha is in de hindoeïstische mythologie de duizendkoppige slang waarop de god Vishnu slaapt in de periodes tussen de era’s. De slang drijft in een oceaan van melk en houdt de onderwerelden in stand. Tsja, dan weet je nog niet zoveel, toch? Wat wel bekend is dat slangen in het hindoeïsme vereerd worden vanwege hun symboliek. Ze worden gezien als goddelijke wezens of naga’s. Het doden van een slang wordt daarom als een zonde beschouwd. Het festival Nag Panchami, dat jaarlijks wordt gevierd, is een hoogtepunt van deze verering, waarbij slangenbeelden worden geofferd met melk en wierook om zegeningen te vragen. Dit jaar viel dat feest al op 29 juli, dus het lijkt me sterk dat dit nog een uitvloeisel daarvan is. Maar ja, dat was het hoogtepunt, er zijn vast ook wel kleinere, meer individuele redenen te bedenken om aan de slangen te offeren. De slang staat immers symbool voor verschillende concepten: vruchtbaarheid, een genezing, vrede en zelfs het eeuwige leven vanwege het feit dat ze hun huis vervellen en vernieuwen.

De slang wordt vereerd

Even verderop zien we een drietand, waarbij de tanden zijn beschermd met kleine ballen of worden de buitenstaanders beschermd tegen de kracht van de tanden? De drietand, of Trishula, is een belangrijk symbool in het hindoeïsme dat met name met Shiva wordt geassocieerd. Elke tand symboliseert aspecten zoals schepping (nieuw leven), het bestaan (behoud en onderhoud, harmonie en evenwicht) en vernietiging (loslaten en omarmen van transformatie of spirituele groei). Dit worden ook wel de drie werelden genoemd: binnenwereld, directe omgeving en de bredere wereld.

Bij een drietand denk je aan Shiva

Ook ontdekken we een soort standaard voor de ons zeker bekende Divali lampjes. Hier niet de kleine aardewerken bakjes, maar aan de basis gesoldeerde ijzeren exemplaren. Ze werken natuurlijk hetzelfde. Een traditionele diya of diepa, een kleine aardewerken olielamp, wordt gebruikt tijdens het Hindoestaanse lichtfeest Diwali. Deze lampjes, vaak handgemaakt en gevuld met olie en een lont, symboliseren de overwinning van het licht op de duisternis en het goede op het kwaad. Ze worden aangestoken om hoop, voorspoed en spiritueel ontwaken te vieren en worden zowel voor religieuze ceremonies als ter decoratie gebruikt. Ik heb er jaren een paar gehad, gewoon omdat ze zo leuk zijn en een mooie symboliek kennen. Divali, ook Deepavali, Diwali of Deevali genoemd is één van de belangrijkste feesten in het hindoeïsme en vindt zijn oorsprong in India. Het woord is afgeleid van het Sanskriet dipavali, dat een rij lichtjes betekent.

Standaard voor het lichtjesfeest

Leuk om zo ondergedompeld te worden in het hindoeïsme en alle symboliek en gebruiken die daarbij horen. Op de terugweg stuiten we op een groep mannen die uitgelaten terugkeren van een (lokale) verkiezing, waarbij één van hen, de kandidaat, het naar verwachting kennelijk goed heeft gedaan. Handen worden geschud, namen worden uitgewisseld en onze mannen ontkomen er niet aan om met de groep op de foto te gaan. Niets gaat te ver, elke PR is overduidelijk meer dan welkom ;-D.

Natuurlijk zijn er ook foto’s met ‘onze mannen’ (RK)

Na de lunch met ‘gobi Manchurian’ (bloemkool in een saus), rijst en veel water is het even relaxen om dan toch eindelijk dat zwembad te proberen. De baas van het resort knikt tevreden; ‘it’s a good time for bathing, sir’. Het is wel een kleine overwinning om dat koude water in te gaan, maar eenmaal nat is het heerlijk en het uitzicht is fantastisch! We hebben geluk, want na een kwartiertje beginnen de eerste druppels te vallen om snel over te gaan in een heuse tropische regenbui met alles erop en eraan. Onweer, donderwolken en een power cut.

‘A pool with a view’ (RK)
Het blijft indrukwekkend
Dreigende wolken (RK)

De rest van de middag aanschouwen we het natuurgeweld terwijl het overal langzaam donker wordt. Het duurt lang voordat de stroom terug komt, waarschijnlijk hebben ze (nog) geen generator. Het hoort allemaal bij ‘the Indian experiece’.